§ flandrepo

Decreet tot wijziging van diverse decreten betreffende het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht

Vlaamse Regering #864 Staatsblad 18 augustus 2026 NUMAC 2026006140
114 artikels gewijzigd
+1 −1 codex-hoger-onderwijs/art. II.108
8De inservicetraining gebeurt in de vorm van een LIO-baan.8De inservicetraining gebeurt in de vorm van een LIO-baan.
9§4. De LIO-baan voldoet aan al de volgende voorwaarden:9§4. De LIO-baan voldoet aan al de volgende voorwaarden:
101° de LIO-baan wordt uitgeoefend in een of meer erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs of de basiseducatie;101° de LIO-baan wordt uitgeoefend in een of meer erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of deeltijds beroepssecundair onderwijs, de GI-school, het deeltijds kunstonderwijs, het volwassenenonderwijs of de basiseducatie;
112° de leraar in opleiding is aangesteld in een ambt van het onderwijzend personeel en volgt een lerarenopleiding die opleiding biedt voor hetzelfde onderwijsniveau als waar het ambt wordt uitgeoefend;112° de leraar in opleiding is aangesteld in een ambt van het onderwijzend personeel en volgt een lerarenopleiding die opleiding biedt voor hetzelfde onderwijsniveau als waar het ambt wordt uitgeoefend;
123° de leraar in opleiding wordt begeleid door een personeelslid van een of meer onderwijsinstellingen, dat belast is met het mentorschap;123° de leraar in opleiding wordt begeleid door een personeelslid van een of meer onderwijsinstellingen, dat belast is met het mentorschap;
+5 −3 decreet-2009-05-08/art. 2
108° erkenningsvoorwaarden : de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een onderwijsinstelling moet voldoen om aan haar leerlingen of cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen of de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een CLB of een leersteuncentrum moet voldoen;108° erkenningsvoorwaarden : de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een onderwijsinstelling moet voldoen om aan haar leerlingen of cursisten de van rechtswege geldende studiebewijzen toe te kennen of de wettelijke of decretale voorwaarden waaraan een CLB of een leersteuncentrum moet voldoen;
119° gezondheidsindex : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen;119° gezondheidsindex : het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, bekrachtigd bij wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen;
129°/1 GI-school: de school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht;
1210° hoger beroepsonderwijs : het onderwijs zoals vermeld in de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;1310° hoger beroepsonderwijs : het onderwijs zoals vermeld in de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
1311° instelling : onderwijsinstelling, onderwijsinternaat, CLB of leersteuncentrum;1411° instelling : onderwijsinstelling, onderwijsinternaat, CLB of leersteuncentrum;
28b) artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;29b) artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
2916° pedagogische begeleiding: de externe professionele ondersteuning van onderwijsinstellingen, CLB’s en leersteuncentra in hun zorg voor kwaliteitsonderwijs, kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding en kwaliteitsvolle leersteun ingebed in een duurzame instellingsnabije relatie;3016° pedagogische begeleiding: de externe professionele ondersteuning van onderwijsinstellingen, CLB’s en leersteuncentra in hun zorg voor kwaliteitsonderwijs, kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding en kwaliteitsvolle leersteun ingebed in een duurzame instellingsnabije relatie;
3016°/1 referentiekader onderwijskwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs door onderwijsinstellingenuitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van de onderwijsinstelling;3116°/1 referentiekader onderwijskwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvol onderwijs door onderwijsinstellingen, met uitzondering van de GI-school, uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van de onderwijsinstelling;
3116°/2 referentiekader CLB-kwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding door de CLB's uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het CLB;3216°/2 referentiekader CLB-kwaliteit : het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding door de CLB's uitzet; het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het CLB;
3216°/3 referentiekader kwaliteitsvolle leersteun: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leersteun door de leersteuncentra uitzet; het kader is opgebouwd rond de drie rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het leersteuncentrum;3316°/3 referentiekader kwaliteitsvolle leersteun: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle leersteun door de leersteuncentra uitzet; het kader is opgebouwd rond de drie rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling en beleid en het houdt rekening met context en input van het leersteuncentrum;
3416°/3/1 referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen: het kader dat de verwachtingen voor kwaliteitsvolle onderwijstrajecten door de GI-school uitzet. Dat kader is opgebouwd rond de volgende vier rubrieken: resultaten en effecten, stimuleren van ontwikkeling, kwaliteitsontwikkeling en beleid. Het houdt rekening met de context en input van de onderwijsinstelling;
3316°/4 referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit: het kader dat de ver- wachtingen voor kwaliteitsvol verblijf en kwaliteitsvolle begeleiding uitzet. Het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, beleid en kwaliteitsontwikkeling en het houdt rekening met context en input van het onderwijsinternaat;3516°/4 referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit: het kader dat de ver- wachtingen voor kwaliteitsvol verblijf en kwaliteitsvolle begeleiding uitzet. Het kader is opgebouwd rond de vier rubrieken: resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, beleid en kwaliteitsontwikkeling en het houdt rekening met context en input van het onderwijsinternaat;
3417° representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een syndicale organisatie die vertegenwoordigd is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en die een werking ontplooit ten behoeve van de inspectie;3617° representatieve vakorganisatie : personeelsvereniging die aangesloten is bij een syndicale organisatie die vertegenwoordigd is in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en die een werking ontplooit ten behoeve van de inspectie;
3619° secundair onderwijs : het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;3819° secundair onderwijs : het gewoon voltijds secundair onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
3720° structuuronderdeel : onderverdeling in het onderwijsaanbod die afzonderlijk erkend kan worden;3920° structuuronderdeel : onderverdeling in het onderwijsaanbod die afzonderlijk erkend kan worden;
3820°/1 toezichtkader : kader dat de onderwijsinspectie gebruikt om haar doorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen, gebaseerd op de referentiekaders zoals bedoeld in punt 16°/1, 16°/2, 16°/3en 16°/4. Het toezichtkader heeft betrekking op de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling, en beleid en houdt rekening met context en input van de instelling;4020°/1 toezichtkader : kader dat de onderwijsinspectie gebruikt om haar doorlichtingsinstrumenten te ontwikkelen, gebaseerd op de referentiekaders zoals bedoeld in punt 16°/1, 16°/2, 16°/3, 16°/3/1 en 16°/4. Het toezichtkader heeft betrekking op de vier rubrieken : resultaten en effecten, ontwikkeling stimuleren, kwaliteitsontwikkeling, en beleid en houdt rekening met context en input van de instelling;
3921° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende centra voor volwassenenonderwijs en de erkende centra voor basiseducatie, vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.4121° volwassenenonderwijs : onderwijs dat erkend en gefinancierd of gesubsidieerd wordt door de Vlaamse Gemeenschap en dat georganiseerd wordt door de erkende centra voor volwassenenonderwijs en de erkende centra voor basiseducatie, vermeld in het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs.
4022° leeftijdsgrens : na het einde van het jaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 heeft bereikt.
4222° ...
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 3
1Dit deel is, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leersteuncentra, op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinternaten en op de pedagogische begeleidingsdiensten.1Dit deel is, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstellingen van het basisonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, de GI-school, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde leersteuncentra, op de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinternaten en op de pedagogische begeleidingsdiensten.
+4 −1 decreet-2009-05-08/art. 4
3Elk leersteuncentrum is, rekening houdend met de eigen visie en het eigen beleid, ervoor verantwoordelijk kwaliteitsvolle leersteun te verstrekken aan de scholen voor gewoon onderwijs.3Elk leersteuncentrum is, rekening houdend met de eigen visie en het eigen beleid, ervoor verantwoordelijk kwaliteitsvolle leersteun te verstrekken aan de scholen voor gewoon onderwijs.
4Elk onderwijsinternaat zorgt, rekening houdend met de eigen missie en visie, voor kwaliteitsvol verblijf voor en begeleiding van internen, gericht op hun ontwikkeling en de realisatie van hun schoolloopbaan.4Elk onderwijsinternaat zorgt, rekening houdend met de eigen missie en visie, voor kwaliteitsvol verblijf voor en begeleiding van internen, gericht op hun ontwikkeling en de realisatie van hun schoolloopbaan.
5§ 2. Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, houdt minimaal in dat de onderwijsinstelling:5§ 2. Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, houdt minimaal in dat de onderwijsinstelling, met uitzondering van de GI-school:
61° de onderwijsreglementering respecteert;61° de onderwijsreglementering respecteert;
72° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering, tegemoetkomt.72° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering, tegemoetkomt.
151° de onderwijsinternaatsreglementering respecteert;151° de onderwijsinternaatsreglementering respecteert;
162° aan de kwaliteitsverwachtingen tegemoetkomt die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering.162° aan de kwaliteitsverwachtingen tegemoetkomt die opgenomen zijn in het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit, vastgelegd door de Vlaamse Regering.
17Het verstrekken van kwaliteitsonderwijs als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, houdt minimaal in dat de GI-school:
181° de reglementering respecteert die van toepassing is op de GI-school;
192° voldoet aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vastgelegd door de Vlaamse Regering.
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 16
1§ 1. De personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten wordt per schooljaar vastgesteld, afzonderlijk voor :1§ 1. De personeelsformatie van de pedagogische begeleidingsdiensten wordt per schooljaar vastgesteld, afzonderlijk voor :
21° het basisonderwijs;21° het basisonderwijs;
32° het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs samen;32° het secundair onderwijs, de GI-school, het volwassenenonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs samen;
43° de CLB's;43° de CLB's;
54° de leersteuncentra.54° de leersteuncentra.
+6 −3 decreet-2009-05-08/art. 38
1§ 1. Tijdens een doorlichting van een onderwijsinstellinggaat de onderwijsinspectie na of de onderwijsinstelling :1§ 1. Tijdens een doorlichting van een onderwijsinstelling, met uitzondering van de GI-school, gaat de onderwijsinspectie na of de onderwijsinstelling :
21° de onderwijsreglementering respecteert;21° de onderwijsreglementering respecteert;
32° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, tegemoetkomt.32° aan de kwaliteitsverwachtingen, opgenomen in het referentiekader onderwijskwaliteit, vermeld in artikel 4, § 2, eerste lid, tegemoetkomt.
172° tegemoetkomt aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, vermeld in artikel 4, §2, tweede172° tegemoetkomt aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, vermeld in artikel 4, §2, tweede
18lid.18lid.
19Tijdens een doorlichting van de GI-school gaat de onderwijsinspectie na of de GI-school:
201° de reglementering respecteert die van toepassing is op de GI-school;
212° voldoet aan de kwaliteitsverwachtingen die opgenomen zijn in het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 4, §2, vijfde lid.
19De inspectie onderzoekt daarbij ook de opdrachten die de instelling eventueel heeft toegewezen aan de scholengemeenschap of de scholengroep waartoe zij behoort. De scholengemeenschappen of de scholengroepen zijn ertoe gehouden de inspectie alle informatie hierover te verstrekken.22De inspectie onderzoekt daarbij ook de opdrachten die de instelling eventueel heeft toegewezen aan de scholengemeenschap of de scholengroep waartoe zij behoort. De scholengemeenschappen of de scholengroepen zijn ertoe gehouden de inspectie alle informatie hierover te verstrekken.
20Als de inspectie tijdens een doorlichting tekorten vaststelt, onderzoekt ze of de instelling deze tekorten al dan niet zelfstandig en zonder externe ondersteuning weg kan werken.23Als de inspectie tijdens een doorlichting tekorten vaststelt, onderzoekt ze of de instelling deze tekorten al dan niet zelfstandig en zonder externe ondersteuning weg kan werken.
21§ 2. ...24§ 2. ...
22§3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun en op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit , vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vierde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend.25§3. De onderwijsinspectie stelt op basis van het referentiekader onderwijskwaliteit, op basis van het referentiekader CLB-kwaliteit, op basis van het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, op basis van het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit en op basis van het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vijfde lid, het toezichtkader en de doorlichtingsinstrumenten op en maakt die bekend.
23Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de onderwijsdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van:26Voor scholen peilt het toezichtkader in ieder geval vanuit het referentiekader onderwijskwaliteit naar de reglementaire verplichtingen van instellingen inzake de onderwijsdoelen, de erkenningsvoorwaarden en de financierings- en subsidiëringsvoorwaarden en naar de reglementaire verplichtingen van instellingen op het vlak van:
241° het beleid inzake gelijke onderwijskansen;271° het beleid inzake gelijke onderwijskansen;
318° het beleid inzake participatie.348° het beleid inzake participatie.
32§ 4. De inspectie baseert zich voor de bepaling van de frequentie en de intensiteit van de doorlichting op het profiel van de instelling dat tot stand komt op basis van :35§ 4. De inspectie baseert zich voor de bepaling van de frequentie en de intensiteit van de doorlichting op het profiel van de instelling dat tot stand komt op basis van :
331° een reeks vooraf vastgestelde en meegedeelde gegevens over de instelling. Die gegevens zijn te relateren aan elementen in het referentiekader onderwijskwaliteit, het referentiekader CLB-kwaliteit, het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun of het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit , vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vierde lid;361° een reeks vooraf vastgestelde en meegedeelde gegevens over de instelling. Die gegevens zijn te relateren aan elementen in het referentiekader onderwijskwaliteit, het referentiekader CLB-kwaliteit, het referentiekader kwaliteitsvolle leersteun, het referentiekader onderwijsinternaatskwaliteit of het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, vermeld in artikel 4, §2, eerste tot en met vijfde lid;
342° het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen.372° het vorige doorlichtingsverslag en, in voorkomend geval, de opvolgingsverslagen.
35In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren.38In afwijking van het eerste lid, kan de inspectie, naar aanleiding van ernstige klachten over een instelling, op vraag van de Vlaamse Regering een doorlichting uitvoeren.
+1 −1 decreet-2009-05-08/art. 44bis
3De Vlaamse Regering stelt voorwaarden vast om de transparantie en de uitoefening van de rechten van de betrokkenen te verzekeren.3De Vlaamse Regering stelt voorwaarden vast om de transparantie en de uitoefening van de rechten van de betrokkenen te verzekeren.
4§2. De inspecteurs respecteren het vertrouwelijke karakter van de gegevens waarvan ze kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun opdracht met betrekking tot de controle op de kwaliteit en op de toepassing van de onderwijsreglementering, conform artikel 32 en artikel 38 van dit decreet. Ze wenden die gegevens uitsluitend aan voor de vervulling van hun opdracht en delen die niet mee aan andere instanties.4§2. De inspecteurs respecteren het vertrouwelijke karakter van de gegevens waarvan ze kennis hebben gekregen bij de uitoefening van hun opdracht met betrekking tot de controle op de kwaliteit en op de toepassing van de onderwijsreglementering, conform artikel 32 en artikel 38 van dit decreet. Ze wenden die gegevens uitsluitend aan voor de vervulling van hun opdracht en delen die niet mee aan andere instanties.
5In afwijking van artikel 57, dragen de inspecteurs die belast zijn met de inspectie van de centra voor leerlingenbegeleiding kennis van geheimen die hun zijn toevertrouwd, in de zin van artikel 458 van het Strafwetboek, voor wat betreft de persoonsgegevens die door de centra voor leerlingenbegeleiding worden meegedeeld. De personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding delen de persoonsgegevens mee aan de onderwijsinspectie, in afwijking van artikel 11 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs of artikel 14 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 7 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.5In afwijking van artikel 57, dragen de inspecteurs die belast zijn met de inspectie van de centra voor leerlingenbegeleiding en de GI-school kennis van geheimen die hun zijn toevertrouwd, in de zin van artikel 458 van het Strafwetboek, voor wat betreft de persoonsgegevens die door de centra voor leerlingenbegeleiding en de GI-school worden meegedeeld. De personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding en de GI-school delen de persoonsgegevens mee aan de onderwijsinspectie, in afwijking van artikel 11 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs of artikel 14 van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding en artikel 7 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
6De inspecteurs bewaren de persoonsgegevens die ze bij de uitoefening van hun opdracht verwerken, niet langer dan nodig voor de uitoefening van die opdracht en in elk geval niet langer dan nodig voor de eindredactie van het verslag of het rapport.6De inspecteurs bewaren de persoonsgegevens die ze bij de uitoefening van hun opdracht verwerken, niet langer dan nodig voor de uitoefening van die opdracht en in elk geval niet langer dan nodig voor de eindredactie van het verslag of het rapport.
7§3. De onderwijsinspectie is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de persoonsgegevens die inspecteurs bij de uitoefening van hun opdracht verwerken.7§3. De onderwijsinspectie is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor de persoonsgegevens die inspecteurs bij de uitoefening van hun opdracht verwerken.
+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 2
12- het leerondersteunend personeel;12- het leerondersteunend personeel;
13die in het gemeenschapsonderwijs worden tewerkgesteld bij de scholengroep of in de volgende instellingen:13die in het gemeenschapsonderwijs worden tewerkgesteld bij de scholengroep of in de volgende instellingen:
14- de scholen van het basisonderwijs, de instellingen van het secundair onderwijsen de academies voor deeltijds kunstonderwijs, in welke vorm ook;14- de scholen van het basisonderwijs, de instellingen van het secundair onderwijs, de GI-school en de academies voor deeltijds kunstonderwijs, in welke vorm ook;
15- de onderwijsinternaten;15- de onderwijsinternaten;
16- de semi-internaten;16- de semi-internaten;
+4 −3 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 3
21° de ARGO: de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs bedoeld in het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs;21° de ARGO: de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs bedoeld in het bijzonder decreet van 19 december 1988 betreffende de Autonome Raad voor het Gemeenschapsonderwijs;
32° de centrale raad: de raad met die naam bedoeld in artikel 5 van het bijzonder decreet van 19 december 1988;32° de centrale raad: de raad met die naam bedoeld in artikel 5 van het bijzonder decreet van 19 december 1988;
43° de instelling: de scholen van het basisonderwijs, de scholen en de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs van het secundair onderwijs, de scholengemeenschapsinstellingen de academies voor deeltijds kunstonderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs, de leersteuncentra, de onderwijsinternaten, de semi-internaten, de pedagogische begeleidingsdienst en de centra voor leerlingenbegeleiding en in voorkomend geval hun permanente ondersteuningscel. Voor de personeelsleden die op basis van artikel 32 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bij de scholengroep aangesteld zijn, en voor de vastbenoemde personeelsleden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel die bij de scholengroep aangesteld zijn, wordt de scholengroep voor de toepassing van dit decreet beschouwd als een instelling;43° de instelling: de scholen van het basisonderwijs, de scholen en de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs van het secundair onderwijs, de GI-school, de scholengemeenschapsinstellingen de academies voor deeltijds kunstonderwijs, de centra voor volwassenenonderwijs, de leersteuncentra, de onderwijsinternaten, de semi-internaten, de pedagogische begeleidingsdienst en de centra voor leerlingenbegeleiding en in voorkomend geval hun permanente ondersteuningscel. Voor de personeelsleden die op basis van artikel 32 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bij de scholengroep aangesteld zijn, en voor de vastbenoemde personeelsleden van het meesters-, vak- en dienstpersoneel die bij de scholengroep aangesteld zijn, wordt de scholengroep voor de toepassing van dit decreet beschouwd als een instelling;
54° het schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar;54° het schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus van het daaropvolgende jaar;
65° de titularis: het personeelslid dat in een vacante betrekking vast benoemd, tijdelijk aangesteld of tot de proeftijd toegelaten is, met uitzondering van wie voor een tijd de tijdelijke titularis vervangt;65° de titularis: het personeelslid dat in een vacante betrekking vast benoemd, tijdelijk aangesteld of tot de proeftijd toegelaten is, met uitzondering van wie voor een tijd de tijdelijke titularis vervangt;
3935° HBO5 : het hoger beroepsonderwijs met kwalificatieniveau 5 in het voltijds secundair onderwijs.3935° HBO5 : het hoger beroepsonderwijs met kwalificatieniveau 5 in het voltijds secundair onderwijs.
4036° leraar : leraar in het secundair onderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het secundair volwassenenonderwijs;4036° leraar : leraar in het secundair onderwijs, in het deeltijds kunstonderwijs en in het secundair volwassenenonderwijs;
4137° leeftijdsgrens : het einde van het schooljaar waarin een personeelslid de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt.
4137° ...
4238° het net :4238° het net :
43- het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;43- het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
5043° regionale ondersteuningscel: de netoverstijgende regionale ondersteuningscel of de regionale ondersteuningscel, vermeld in artikel 16 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;5043° regionale ondersteuningscel: de netoverstijgende regionale ondersteuningscel of de regionale ondersteuningscel, vermeld in artikel 16 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
5144° aanvangsbegeleiding: de structureel verankerde ondersteuning van een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur. De aanvangsbegeleiding ondersteunt het tijdelijke personeelslid in het leren beheersen van zijn kerntaken, in het zichzelf verder leren ontwikkelen als persoon en professional en in het leren vinden van zijn weg in zijn instelling als werkplek en lerende organisatie;5144° aanvangsbegeleiding: de structureel verankerde ondersteuning van een tijdelijk personeelslid dat aangesteld is voor bepaalde duur. De aanvangsbegeleiding ondersteunt het tijdelijke personeelslid in het leren beheersen van zijn kerntaken, in het zichzelf verder leren ontwikkelen als persoon en professional en in het leren vinden van zijn weg in zijn instelling als werkplek en lerende organisatie;
5245° een leersteuncentrum: een centrum als vermeld in artikel 20, §1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun.5245° een leersteuncentrum: een centrum als vermeld in artikel 20, §1, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun;
5346° GI-school: de school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.
+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 4
1§1. Voor het berekenen van de dienstanciënniteit in het [gemeenschapsonderwijs:1§1. Voor het berekenen van de dienstanciënniteit in het [gemeenschapsonderwijs:
2a) bestaat het aantal dagen, gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen gerekend van het begin tot het einde van de ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden met uitzondering van de zomervakantie, als ze in die activiteitsperiode vallen. Dat aantal wordt vermenigvuldigd met 1,2.2a) bestaat het aantal dagen, gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen gerekend van het begin tot het einde van de ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden met uitzondering van de zomervakantie, als ze in die activiteitsperiode vallen. Dat aantal wordt vermenigvuldigd met 1,2.
3In afwijking hiervan bestaat voor het administratief personeel, de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, de administratief medewerker van het ondersteunend personeel en voor de personeelsleden van de CLB'sen de semi-internaten het aantal dagen gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen van het begin tot het einde van een ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden. Dit aantal wordt niet vermenigvuldigd met 1,2.3In afwijking hiervan bestaat voor het administratief personeel, de administratief medewerker van het beleids- en ondersteunend personeel, de administratief medewerker van het ondersteunend personeel en voor de personeelsleden van de CLB's, van de GI-school en de semi-internaten het aantal dagen gepresteerd als tijdelijk aangesteld personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, uit al de kalenderdagen van het begin tot het einde van een ononderbroken activiteitsperiode, met inbegrip van alle vakantieperioden. Dit aantal wordt niet vermenigvuldigd met 1,2.
4De dagen, gepresteerd in een andere hoedanigheid dan die van tijdelijk personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, worden gerekend vanaf het begin tot het einde van een ononderbroken periode van dienstactiviteit, met inbegrip van alle vakantieperioden;4De dagen, gepresteerd in een andere hoedanigheid dan die van tijdelijk personeelslid in een betrekking met volledige dienstprestaties, worden gerekend vanaf het begin tot het einde van een ononderbroken periode van dienstactiviteit, met inbegrip van alle vakantieperioden;
5b) worden de dagen gepresteerd in een betrekking met onvolledige dienstprestaties, die tenminste de helft bedraagt van het aantal uren vereist voor de betrekking met volledige dienstprestaties, op dezelfde grond in aanmerking genomen als de dagen gepresteerd in een betrekking met volledige dienstprestaties. Het aantal dagen gepresteerd in een betrekking die niet de helft bedraagt van het aantal uren, vereist voor een betrekking met volledige dienstprestaties wordt met de helft verminderd;5b) worden de dagen gepresteerd in een betrekking met onvolledige dienstprestaties, die tenminste de helft bedraagt van het aantal uren vereist voor de betrekking met volledige dienstprestaties, op dezelfde grond in aanmerking genomen als de dagen gepresteerd in een betrekking met volledige dienstprestaties. Het aantal dagen gepresteerd in een betrekking die niet de helft bedraagt van het aantal uren, vereist voor een betrekking met volledige dienstprestaties wordt met de helft verminderd;
+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 11
1De personeelsleden zijn ertoe gehouden het ambtsgeheim te bewaren. De personeelsleden van een CLB zijn er daarnaast toe gehouden het beroepsgeheim te bewaren.1De personeelsleden zijn ertoe gehouden het ambtsgeheim te bewaren. De personeelsleden van een CLB en de GI-school zijn er daarnaast toe gehouden het beroepsgeheim te bewaren.
+1 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 28
15h) verlof voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties;15h) verlof voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk II van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties;
16i) afwezigheid voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties.16i) afwezigheid voor verminderde prestaties zoals bepaald in hoofdstuk III van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 1990 betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties.
17In afwijking van het eerste lid bepaalt de raad van bestuur afzonderlijk voor haar centra voor volwassenenonderwijs, voor haar academies voor deeltijds kunstonderwijs en voor haar leersteuncentra of leersteuncentra als vermeld in artikel 20, §2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun , jaarlijks op basis van een beleidsplan en na onderhandelingen in het bevoegde lokaal comité welke vacante betrekkingen hij vacant verklaart in respectievelijk de centra voor volwassenenonderwijs, de academies voor deeltijds kunstonderwijs en de leersteuncentra of leersteuncentra als vermeld in artikel 20, §2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun. De raad van bestuur moet de vacante betrekkingen waarover in het bevoegde lokaal comité geen akkoord wordt bereikt vacant verklaren als het gaat om vacante betrekkingen die gedurende de drie aan het betrokken schooljaar voorafgaande schooljaren ook vacant waren. De raad van bestuur moet alleszins jaarlijks de betrekkingen, vermeld in het eerste lid, 4°,5° en 6°, vacant verklaren.17In afwijking van het eerste lid bepaalt de raad van bestuur afzonderlijk voor zijn centra voor volwassenenonderwijs, voor zijn academies voor deeltijds kunstonderwijs, voor zijn leersteuncentra of de leersteuncentra, vermeld in artikel 20, §2, van het decreet van 5 mei 2023 over leersteun en voor zijn GI-school, jaarlijks op basis van een beleidsplan en na onderhandelingen in het bevoegde lokale comité welke betrekkingen hij vacant verklaart in die instellingen. De raad van bestuur moet de vacante betrekkingen waarover in het bevoegde lokaal comité geen akkoord wordt bereikt vacant verklaren als het gaat om vacante betrekkingen die gedurende de drie aan het betrokken schooljaar voorafgaande schooljaren ook vacant waren. De raad van bestuur moet alleszins jaarlijks de betrekkingen, vermeld in het eerste lid, 4°,5° en 6°, vacant verklaren.
18§ 2. De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen wordt elk schooljaar voor 15 november openbaar gemaakt, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor mutatie of vaste benoeming moeten worden ingediend.18§ 2. De lijst van de vacant verklaarde betrekkingen wordt elk schooljaar voor 15 november openbaar gemaakt, samen met een beschrijving van de wijze waarop de kandidaturen voor mutatie of vaste benoeming moeten worden ingediend.
19§ 3. De Vlaamse Regering kan voor de categorieën van personeelsleden die ze aanwijst, de vaste benoeming afhankelijk maken van een onderwijsopdracht waarvan zij het minimum bepaalt. Bij de vaststelling van deze categorieën zal de Vlaamse Regering zich inzonderheid laten leiden door de situatie op de arbeidsmarkt, door het aantal wegens ontstentenis van betrekking in deze categorie ter beschikking gestelde vastbenoemde personeelsleden en de specifieke kenmerken van sommige ambten, vakken, specialiteiten, opleidingen of modules.19§ 3. De Vlaamse Regering kan voor de categorieën van personeelsleden die ze aanwijst, de vaste benoeming afhankelijk maken van een onderwijsopdracht waarvan zij het minimum bepaalt. Bij de vaststelling van deze categorieën zal de Vlaamse Regering zich inzonderheid laten leiden door de situatie op de arbeidsmarkt, door het aantal wegens ontstentenis van betrekking in deze categorie ter beschikking gestelde vastbenoemde personeelsleden en de specifieke kenmerken van sommige ambten, vakken, specialiteiten, opleidingen of modules.
+14 −9 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 31
1§1. Een personeelslid kan binnen dezelfde scholengroep mits zijn akkoord een nieuwe affectatie krijgen in een vacante betrekking van het ambt waarin het vast benoemd is, voor zover die betrekking, krachtens de reglementering terzake, niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking werd gesteld. Dat akkoord is niet vereist wanneer de nieuwe affectatie geschiedt binnen een pedagogische entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en anderzijds uit één instelling met een tweede en derde graad en eventueel het HBO5 van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen. De criteria en modaliteiten van deze affectatie worden onderhandeld in het bevoegde onderhandelingscomité.1§1. Een personeelslid kan binnen dezelfde scholengroep mits zijn akkoord een nieuwe affectatie krijgen in een vacante betrekking van het ambt waarin het vast benoemd is, voor zover die betrekking, krachtens de reglementering terzake, niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking werd gesteld. Dat akkoord is niet vereist wanneer de nieuwe affectatie geschiedt binnen een pedagogische entiteit die bestaat uit enerzijds één instelling met een eerste graad en anderzijds uit één instelling met een tweede en derde graad en eventueel het HBO5 van het secundair onderwijs, die behoort tot dezelfde inrichtende macht en die in hetzelfde gebouwencomplex is gelegen. De criteria en modaliteiten van deze affectatie worden onderhandeld in het bevoegde onderhandelingscomité.
2Een personeelslid kan, op zijn verzoek, worden gemuteerd in een vacante betrekking, voorzover die betrekking, krachtens de reglementering terzake, niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking werd gesteld.2Een personeelslid kan, op zijn verzoek, worden gemuteerd in een vacante betrekking, voorzover die betrekking, krachtens de reglementering terzake, niet door reaffectatie of wedertewerkstelling moet worden toegewezen aan een personeelslid dat wegens ontstentenis van betrekking ter beschikking werd gesteld.
3De betrekking kan bij wijze van affectatie of mutatie worden toegewezen aan het personeelslid dat in die betrekking werd gereaffecteerd.3De betrekking kan bij wijze van affectatie of mutatie worden toegewezen aan het personeelslid dat in die betrekking werd gereaffecteerd.
4§2. Voor de affectatie of mutatie van een leerkracht levensbeschouwelijk onderricht is de instemming vereist van de bevoegde instantie van de betrokken godsdienst, respectievelijk de bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer.4§2. Voor de affectatie of mutatie van een leerkracht levensbeschouwelijk onderricht is de instemming vereist van de bevoegde instantie van de betrokken godsdienst, respectievelijk de bevoegde instantie van de niet-confessionele zedenleer.
5§3. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.5§3. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.
6In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst, in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer.6In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst, in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer.
7§4. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.7§4. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van onderwijzer, in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, in het ambt van kinderverzorger, in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst of in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van kleuteronderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van kleuteronderwijzer.
8In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst, in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer.8In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in het ambt van kleuteronderwijzer in het ambt van leermeester lichamelijke opvoeding, in het ambt van leermeester godsdienst, in het ambt van leermeester niet-confessionele zedenleer of in één van de ambten van het beleids- en ondersteunend personeel, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in het ambt van onderwijzer, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van onderwijzer.
9§4bis. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt.9§4bis. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt.
10In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt.10In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt.
11§ 5. ...
12§ 6. ...
13§ 7. ...
11§5. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in het wervingsambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het ambt van leraar secundair onderwijs recht op de salarisschaal die verbonden was aan het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in dat ambt.
12In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 2, §1, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het wervingsambt van het ondersteunend personeel waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het wervingsambt van affectatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat wervingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het wervingsambt van affectatie.
13In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de affectatie vastbenoemd was, in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van affectatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat selectie- of bevorderingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van affectatie.
14§6. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in het wervingsambt van leraar secundair volwassenenonderwijs in een centrum voor volwassenenonderwijs, op diens verzoek op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de mutatie opneemt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het ambt van leraar secundair onderwijs recht op de salarisschaal die verbonden was aan het ambt van leraar secundair volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in dat ambt.
15In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een wervingsambt van het ondersteunend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van een personeelscategorie als vermeld in artikel 2, §1, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat wervingsambt. Als het personeelslid de mutatie opneemt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het wervingsambt van het ondersteunend personeel waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het wervingsambt van mutatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat wervingsambt in een centrum voor volwassenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het wervingsambt van affectatie.
16In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur tijdens de schooljaren 2026-2027 tot en met 2030-2031 een personeelslid dat vastbenoemd is in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs, na diens akkoord op 1 september een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist of voldoende geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid de affectatie aanvaardt, heeft het personeelslid voor het volume van de opdracht in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel in een centrum voor volwassenenonderwijs waarvoor het personeelslid op 31 augustus voorafgaand aan de mutatie vastbenoemd was, in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van mutatie recht op de salarisschaal die verbonden was aan dat selectie- of bevorderingsambt in een centrum voor volwassenenonderwijs, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover het personeelslid beschikt, recht geeft op een gelijke of hogere salarisschaal in het selectie- of bevorderingsambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel van mutatie.
17§7. ...
14§8. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat buitengewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, of een internaat met permanente openstelling als vermeld in deel III, hoofdstuk 6, van dezelfde codificatie, of een tehuis als vermeld in artikel III.37 van dezelfde codificatie, mits zijn akkoord, op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.18§8. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat buitengewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, of een internaat met permanente openstelling als vermeld in deel III, hoofdstuk 6, van dezelfde codificatie, of een tehuis als vermeld in artikel III.37 van dezelfde codificatie, mits zijn akkoord, op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.
15In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat buiten- gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, of een internaat met permanente openstelling als vermeld in deel III, hoofdstuk 6, van dezelfde codificatie, of een tehuis als vermeld in artikel III.37 van dezelfde codificatie, op zijn verzoek op 1 september 2023 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.19In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat buiten- gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, of een internaat met permanente openstelling als vermeld in deel III, hoofdstuk 6, van dezelfde codificatie, of een tehuis als vermeld in artikel III.37 van dezelfde codificatie, op zijn verzoek op 1 september 2023 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een internaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.
16Een personeelslid dat niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste hso) wordt geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van administratief medewerker in het basisonderwijs of het secundair onderwijs. Voor het personeelslid blijft de salarisschaal gelden die hem op grond van de reglementering die gold op 31 augustus 2023 werd verleend voor het ambt waarin hij was aangesteld.20Een personeelslid dat niet in het bezit is van een bekwaamheidsbewijs van ten minste hoger secundair onderwijs (ten minste hso) wordt geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van administratief medewerker in het basisonderwijs of het secundair onderwijs. Voor het personeelslid blijft de salarisschaal gelden die hem op grond van de reglementering die gold op 31 augustus 2023 werd verleend voor het ambt waarin hij was aangesteld.
18§9. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 of een tehuis als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, mits zijn akkoord op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een onderwijsinternaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.22§9. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 of een tehuis als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, mits zijn akkoord op 1 september 2023 een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een onderwijsinternaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze affectatie aanvaardt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.
19In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 of een tehuis als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, op zijn verzoek op 1 september 2023 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een onderwijsinternaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.23In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2023 vastbenoemd is in een ambt in een internaat gewoon onderwijs als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 of een tehuis als vermeld in deel III, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2, van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, op zijn verzoek op 1 september 2023 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon of buitengewoon basisonderwijs, in het gewoon of buitengewoon secundair onderwijs of in een onderwijsinternaat, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid deze mutatie opneemt, houdt dit in dat het personeelslid ook de salarisschaal verbonden aan dit ambt aanvaardt.
24§10. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat uiterlijk op 31 augustus 2026 vastbenoemd is in een ambt en werkt in een gemeenschapsinstelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, op diens verzoek op 1 september 2026 een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in de GI-school, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt. Als het personeelslid die mutatie opneemt, aanvaardt het personeelslid de salarisschaal die verbonden is aan dat ambt, tenzij het personeelslid een beroep kan doen op een overgangsmaatregel.
+8 −0 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 40quaterdecies/1 nieuw
1Met behoud van de toepassing van het principe dat een personeelslid wordt aangesteld of geaffecteerd aan de GI-school waar zijn betrekking reglementair wordt opgericht, kan een personeelslid van de GI-school worden ingezet in de GI-school en in alle vestigingsplaatsen van de GI-school.
2Bij de toepassing van het eerste lid worden de volgende principes gehanteerd:
31° de inzetbaarheid van het personeelslid wordt bepaald vanuit diens standplaats;
42° de standplaats van een personeelslid wordt bepaald in onderling overleg tussen het personeelslid en de directeur. De standplaats kan alleen worden gewijzigd na een nieuw overleg;
53° de afstand over de openbare weg tussen de standplaats van het personeelslid en de vestigingsplaats, waar het personeelslid bij een wijziging van de opdracht wordt ingezet, mag nooit meer dan 25 kilometer bedragen, behalve in de volgende gevallen:
6a) het personeelslid stemt ermee in om over een grotere afstand ingezet te worden;
7b) het personeelslid oefent al een opdracht uit in de vestigingsplaats waar de wijziging plaatsvindt.
8De bepalingen over de inzetbaarheid en de standplaats, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden, met behoud van de toepassing van artikel 18 en 31, opgenomen in het geschrift waarin de aanstelling wordt vastgesteld, ook in de functiebeschrijving, vermeld in hoofdstuk VIIIbis van dit decreet.
+29 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 89
1[... (opgeh. decr. 18 mei 1999, art. 93, I: 1 september 1999) ]
1Elke gemeenschapsinstelling stelt een lijst vast van de personeelsleden die op 1 september 2026 overgaan naar de GI-school.
2De lijst, vermeld in het eerste lid, bevat van elk personeelslid de volgende gegevens:
31° de identiteit;
42° de nationaliteit;
53° het rijksregisternummer;
64° de diploma’s en kopieën van de originele diploma’s;
75° het ambt op 1 september 2026 volgens de concordantietabel, vermeld in artikel 90, tweede lid, en artikel 91, tweede lid;
86° het aantal dagen dienstanciënniteit overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 1°, en artikel 91, eerste lid, 1°;
97° de huidige statutaire toestand: contractueel met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde duur, contractueel met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur of vastbenoemd, met het volume uitgedrukt in uren per week;
108° de verwachte statutaire toestand op 1 september 2026: vastbenoemd, tijdelijk aangesteld voor doorlopende duur, tijdelijk aangesteld voor bepaalde duur, met het volume uitgedrukt in uren per week;
119° de omvang van de gewenste aanstelling per 1 september 2026, met het volume uitgedrukt in uren per week;
1210° informatie over opgenomen verlofstelsels en dienstonderbrekingen en lopende verlofstelsels en dienstonderbrekingen tot na 31 augustus 2026 met vermelding van de begin- en einddatum;
1311° de salarisschaal die het personeelslid op grond van het Vlaams personeelsstatuut geniet;
1412° de geldelijke anciënniteit in jaren, maanden en dagen, en ook prestaties bij vroegere werkgevers die opgenomen zijn in de geldelijke anciënniteit;
1513° een uittreksel uit het strafregister;
1614° het aantal genoten ziektedagen met opsplitsing tussen bezoldigde en onbezoldigde ziektedagen;
1715° een bewijs van taalkennis als het personeelslid niet in het bezit is van een diploma met als onderwijstaal Nederlands;
1816° informatie over een lopende fietslease.
19De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden verwerkt met het oog op:
201° de organisatie van het onderwijs in de GI-school;
212° de aanstelling van de personeelsleden in de GI-school;
223° de opdrachtverdeling onder de personeelsleden in de GI-school;
234° de bezoldiging van de personeelsleden in de GI-school.
24De lijst, vermeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op 1 juni 2026 bezorgd aan de scholengroep die bevoegd is of de scholengroepen die bevoegd zijn voor het onderwijs in de GI-school. Die scholengroep is of die scholengroepen zijn verwerkingsverantwoordelijke van de gegevens, vermeld in het tweede lid.
25De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal 110 jaar na de geboorte van de betrokken personeelsleden.
26De scholengroep neemt of de scholengroepen nemen de verwerkingsverantwoordelijkheid op in het kader van diens/hun rol als inrichtende macht van de GI-school. De inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs bezitten als vermeld in artikel 4, §2, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs al de bevoegdheden die rechtstreeks of onrechtstreeks noodzakelijk of nuttig zijn voor de uitoefening van hun opdracht, met inbegrip van het oprichten van of deelnemen in andere rechtspersonen.
27Wijzigingen die na 1 juni 2026 plaatsvinden en die een invloed hebben op de gegevens uit de lijst, vermeld in het eerste lid, worden onmiddellijk bezorgd aan de bevoegde scholengroep of scholengroepen.
28De gemeenschapsinstellingen informeren de betrokken personeelsleden tijdig en voorzien in een procedure om administratieve onjuistheden over de gegevens, vermeld in het tweede lid, recht te zetten. De leden van het bevoegde lokale onderhandelingscomité krijgen inzage in de lijst en de gegevens, vermeld in het eerste en tweede lid.
29In dit artikel wordt verstaan onder gemeenschapsinstelling: een instelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht.
+13 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 90
1[... (opgeh. decr. 14 februari 2003, art. IX. 40, I: 1 september 2003) ]
1Voor de personeelsleden die op 31 augustus 2026 in dienst zijn als statutair personeelslid in een gemeenschapsinstelling en op 1 september 2026 aangesteld worden in de GI-school binnen de omkadering, vermeld in artikel 22 van het decreet 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen, die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, gelden de volgende bepalingen:
21° de diensten die personeelsleden gepresteerd hebben als statutair personeelslid, komen in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit, vermeld in artikel 4, 21 of 21bis en 36. De diensten worden geacht te zijn gepresteerd in het ambt waarmee het personeelslid overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd. In afwijking daarvan komen de volgende periodes niet in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit:
3a) politiek verlof of politiek mandaat;
4b) onbezoldigde ziektedagen;
5c) verlof zonder wedde;
62° het personeelslid wordt ambtshalve vastbenoemd in het ambt waarnaar het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, geconcordeerd wordt en overeenkomstig het volume dat het vastbenoemd is als statutair personeelslid. Het personeelslid wordt, op het ogenblik dat het in een ambt van de GI-school vastbenoemd wordt, voor het volume van de vaste benoeming in het onderwijs, ambtshalve en zonder opzegging ontslagen in de gemeenschapsinstelling;
73° de geldelijke anciënniteit die uiterlijk op 31 augustus 2026 was toegekend aan een statutair personeelslid in een gemeenschapsinstelling wordt beschouwd als geldelijke anciënniteit voor het ambt waarnaar het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, geconcordeerd wordt;
84° het personeelslid wordt bezoldigd volgens de salarisschaal van het ambt en diplomaniveau waarnaar het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, geconcordeerd wordt.
9De Vlaamse Regering legt voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid:
101° een concordantietabel vast met de functies in de gemeenschapsinstellingen en de overeenstemmende ambten in de GI-school;
112° overgangsmaatregelen vast voor de personeelsleden die niet in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt in de GI-school;
123° in afwijking van het eerste lid, 4°, overgangsmaatregelen vast voor de geldende salarisschalen voor een ambt in de GI-school.
13In dit artikel wordt verstaan onder gemeenschapsinstelling: een instelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht.
+19 −1 decreet-rechtspositie-personeelsleden-gemeenschapsonderwijs/art. 90bis
1[(ing. decr. 14 juli 1998, art. 129) ] [... (opgeh. decr. 14 februari 2003, art. IX. 41, I: 1 september 2003) ]
1§1. Op de personeelsleden die op 31 augustus 2026 in dienst zijn als contractueel personeelslid in een gemeenschapsinstelling en op 1 september 2026 aangesteld worden in de GI-school binnen de omkadering, vermeld in artikel 22 van het decreet 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
21° de diensten die gepresteerd zijn als contractueel personeelslid worden beschouwd als dienstanciënniteit als vermeld in artikel 4, 21 of 21bis en 36. De diensten worden geacht te zijn gepresteerd in het ambt waarmee het personeelslid overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd. In afwijking daarvan komen de volgende periodes niet in aanmerking voor de berekening van de dienstanciënniteit:
3a) politiek verlof of politiek mandaat;
4b) onbezoldigde ziektedagen;
5c) verlof zonder wedde;
62° het personeelslid wordt tijdelijk aangesteld in het ambt waarmee het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd. Als het personeelslid in een ambt van de GI-school tijdelijk aangesteld wordt, wordt het voor het volume van zijn tijdelijke aanstelling in het onderwijs, ambtshalve en zonder opzegging ontslagen in de gemeenschapsinstelling;
73° de geldelijke anciënniteit die uiterlijk op 31 augustus 2026 was toegekend als contractueel personeelslid in een gemeenschapsinstelling, wordt beschouwd als geldelijke anciënniteit voor het ambt waarmee het personeelslid overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd;
84° het personeelslid wordt bezoldigd in de salarisschaal van het ambt en diplomaniveau waarmee het overeenkomstig de concordantietabel, vermeld in het tweede lid, 1°, wordt geconcordeerd.
9De Vlaamse Regering legt voor de personeelsleden, vermeld in het eerste lid:
101° een concordantietabel vast met de functies in de gemeenschapsinstellingen en de overeenstemmende ambten in de GI-school;
112° overgangsmaatregelen vast voor de personeelsleden die niet in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt in de GI-school;
123° in afwijking van het eerste lid, 4°, overgangsmaatregelen vast voor de geldende salarisschalen voor een ambt in de GI-school.
13In deze paragraaf wordt verstaan onder gemeenschapsinstelling: een instelling als vermeld in artikel 2, 4°, van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht.
14§2. In afwijking van artikel 21, §3 en §4, en artikel 21bis, §3 en §4, heeft het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, op 1 september 2026 recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur als het personeelslid voldoet aan de volgende voorwaarden:
151° het personeelslid wordt op 1 september 2026 aangesteld in de GI-school binnen de omkadering, vermeld in artikel 22 van het decreet 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht;
162° het personeelslid heeft op 1 september 2026 een dienstanciënniteit verworven van 290 dagen;
173° het personeelslid stelt zich, om een beroep te doen op het recht op een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, op straffe van verlies van dat recht voor het volgende schooljaar, voor 15 augustus 2026 kandidaat bij de raad van bestuur. Het personeelslid stelt zich kandidaat met een aangetekende brief of op een manier die het college van directeurs, na onderhandeling in het bevoegde lokale comité, heeft vastgelegd en die, wat tegenstelbaarheid betreft, minimaal dezelfde garanties biedt als een aangetekende brief. De raad van bestuur deelt de mogelijkheden van mededeling van kandidaatstelling mee aan alle personeelsleden en maakt die openbaar. Als de kandidatuur van het personeelslid aan alle voorwaarden voldoet, vermeld in dit artikel, geldt die vanaf dat ogenblik als een kandidatuur voor dat ambt die over de schooljaren doorloopt.
18Om de dienstanciënniteit, vermeld in het eerste lid, 2°, te berekenen, wordt, in afwijking van artikel 4, §1, a), het aantal gepresteerde dagen niet met 1,2 vermenigvuldigd.
19§3. In afwijking van artikel 36, eerste lid, 1°, wordt voor het personeelslid, vermeld in paragraaf 1, voor een vaste benoeming op 1 januari 2027 de dienstanciënniteit in het ambt vastgesteld op 1 september 2026.
+7 −9 decreet-1997-02-25/art. 3
94° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;94° bis/2 Agion : Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
104° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten;104° ter Agodi : Agentschap voor Onderwijsdiensten;
114° quater anderstalige nieuwkomer :
12a) een leerling die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is en die op de dag van de voorziene instap in de school gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet :
131) hij is een nieuwkomer, dit wil zeggen dat hij maximaal één jaar ononderbroken in België verblijft;
142) hij heeft niet het Nederlands als thuistaal of moedertaal;
114° quater anderstalige nieuwkomer: een regelmatige leerling die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
12a) de leerling is zeven jaar of ouder voor 1 januari van het lopende schooljaar;
13b) de leerling beantwoordt aan het leerlingenkenmerk, vermeld in artikel 78, §1, 1°, c);
14c) de leerling was niet in een door de Vlaamse overheid gefinancierde of gesubsidieerde school ingeschreven op de eerste schooldag van februari van het voorgaande schooljaar of het daaraan voorafgaande schooljaar;
153) hij beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;15d) de leerling beheerst onvoldoende de onderwijstaal om met goed gevolg de lessen te kunnen volgen;
164) hij is maximaal negen maanden ingeschreven, vakantiemaanden juli en augustus niet inbegrepen, in een school met het Nederlands als onderwijstaal;
17b) een leerling die officieel verblijft in een open asielcentrum, zijnde een collectieve opvangstructuur zoals bedoeld in artikel 2, 10°, van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde categorieën van vreemdelingen en die uiterlijk op 31 december van het lopende schooljaar vijf jaar of ouder is.
18Dat de leerling voldoet aan de voorwaarden, vermeld in punt a), 1) en 2), wordt bewezen aan de hand van een verklaring op eer van de ouders. Met die verklaring op eer wordt voor het beantwoorden aan de voorwaarde vermeld in punt 1) echter geen rekening gehouden, als in het inschrijvings- of leerlingendossier documenten aanwezig zijn die deze verklaring tegenspreken. Dat de leerling voldoet aan de voorwaarde vermeld in punt b) wordt bewezen aan de hand van een attest, uitgereikt door het open asielcentrum waar hij officieel verblijft. De verklaringen die aantonen dat anderstalige nieuwkomers voldoen aan de voorwaarden, worden ten minste vijf jaar in de school bewaard en moeten eventueel ter verificatie worden voorgelegd.
195° het Gemeenschapsonderwijs: een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;165° het Gemeenschapsonderwijs: een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, opgericht bij het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
206° basisschool: school waar kleuteronderwijs en lager onderwijs georganiseerd wordt;176° basisschool: school waar kleuteronderwijs en lager onderwijs georganiseerd wordt;
6224° huisonderwijs :5924° huisonderwijs :
63- het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school;60- het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school;
64- onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van de toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan;61- onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra die ressorteren onder de bijzondere jeugdbijstand;
6524°/1 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum als vermeld in artikel 15;6224°/1 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum als vermeld in artikel 15;
6624° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen;6324° bis kadastraal perceel : een deel van het Belgisch grondgebied dat door een kadastraal perceelnummer wordt geïdentificeerd zoals gedefinieerd in het koninklijk besluit van 20 september 2002 tot vaststelling van de vergeldingen en de nadere regels voor de afgifte van kadastrale uittreksels en inlichtingen;
12952° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;12652° bis/1/2 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;
13052° bis/2 taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: een afdeling in een school voor het gewoon basisonderwijs waar leerlingen les krijgen in Vlaamse Gebarentaal en in het Nederlands;12752° bis/2 taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal: een afdeling in een school voor het gewoon basisonderwijs waar leerlingen les krijgen in Vlaamse Gebarentaal en in het Nederlands;
12852° bis/3 taalheldklas: klas als vermeld in artikel 139vicies semel;
13152° ter trekkende bevolking: binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;12952° ter trekkende bevolking: binnenschippers, kermis- en circusexploitanten en -artiesten en woonwagenbewoners, bedoeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 28 april 1998 inzake het Vlaamse beleid ten aanzien van etnisch-culturele minderheden;
13253° type: indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft;13053° type: indeling van het buitengewoon onderwijs op basis van de bijzondere opvoedings- en onderwijsbehoeften die een bepaalde groep leerlingen gemeenschappelijk heeft;
+1 −1 decreet-1997-02-25/art. 26quater/1
1De artikelen 26bis tot en met 26quater zijn niet van toepassing op het huisonderwijs als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan.
1De artikelen 26bis tot en met 26quater zijn niet van toepassing op het huisonderwijs , vermeld in artikel 3, 24°, tweede streepje.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 2
19§5. De codificatie is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde onderwijsinternaten en semi-internaten. (1)19§5. De codificatie is niet van toepassing op de door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde en gesubsidieerde onderwijsinternaten en semi-internaten. (1)
20§6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 14, § 1 en § 3, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 134/2, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253, artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, artikel 253/54 tot en met 253/63 en 256/11.20§6. Op duale structuuronderdelen en aanloopstructuuronderdelen, ingericht door een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, zijn de volgende artikelen van toepassing: artikel 4 tot en met 10, artikel 12, artikel 14, § 1 en § 3, artikel 15, uitgezonderd paragraaf 1, 16°, artikel 35 tot en met 38, artikel 41 tot en met 43, artikel 47, 48, artikel 70, artikel 100 tot en met 103, artikel 106 tot en met 108, artikel 110/1 tot en met 110/18, artikel 111 tot en met 117/1, artikel 122 tot en met 123/19, artikel 134/2, artikel 136 tot en met 136/6, artikel 150, artikel 157/1, artikel 169 tot en met 173, artikel 252, 252/1, 253, artikel 253/1 tot en met 253/6, artikel 253/21 tot en met 253/37, artikel 253/54 tot en met 253/63 en 256/11.
21§7. De codificatie is niet van toepassing op de GI-school, tenzij het uitdrukkelijk anders is bepaald.
+2 −4 codex-secundair-onderwijs/art. 3
4814°/2 ...;4814°/2 ...;
4914°/3 Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR);4914°/3 Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen: de Nederlandstalige vertaling van het door de Raad van Europa gepubliceerde Common European Framework of Reference for Languages (CEFR);
5014°/4 GI-school: de school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht;
5015° hoofdvestigingsplaats : vestigingsplaats waar de administratieve zetel van de school wordt ondergebracht;5115° hoofdvestigingsplaats : vestigingsplaats waar de administratieve zetel van de school wordt ondergebracht;
5115°/1 huisonderwijs :5215°/1 huisonderwijs :
52- het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school of centrum;53- het onderwijs dat verstrekt wordt aan leerplichtigen van wie de ouders beslist hebben om hen niet in te schrijven in een door de Vlaamse Gemeenschap, de Franse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde school of centrum;
53- onder huisonderwijs wordt eveneens verstaan het onderwijs dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in het kader van één van volgende regelingen :54- onder huisonderwijs wordt ook het onderwijs verstaan dat aan een leerplichtige wordt verstrekt in de onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra die ressorteren onder de bijzondere jeugdbijstand;
541° het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan;
552° het koninklijk besluit van 1 maart 2002 tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
563° het koninklijk besluit van 12 november 2009 tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd;
5715°/2 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 294, §2, 1°, van deze codex;5515°/2 IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum, een verslag dat toegang geeft tot een individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 294, §2, 1°, van deze codex;
5816° inhaallessen : de lessen die facultatief kunnen georganiseerd worden met het oog op een bijkomende gedifferentieerde benadering van de leerling;5616° inhaallessen : de lessen die facultatief kunnen georganiseerd worden met het oog op een bijkomende gedifferentieerde benadering van de leerling;
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 35
1In het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd voltijds secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd.1In het door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd voltijds secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair onderwijs kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd.
2Na overleg binnen de schoolraad bepalen de schoolbesturen de lijst van bijdragen die aan de betrokken personen kunnen worden gevraagd, evenals de afwijkingen die op deze bijdrageregeling worden toegekend. De bijdrageregeling wordt door middel van het school- of centrumreglement aan de betrokken personen meegedeeld. Zowel de bijdrageregeling als de schoolfacturen vermelden dat gespreide betaling mogelijk is evenals een contactpersoon tot wie de betrokken personen die dergelijke gespreide betaling wensen, zich kunnen richten.2Na overleg binnen de schoolraad bepalen de schoolbesturen de lijst van bijdragen die aan de betrokken personen kunnen worden gevraagd, evenals de afwijkingen die op deze bijdrageregeling worden toegekend. De bijdrageregeling wordt door middel van het school- of centrumreglement aan de betrokken personen meegedeeld. Zowel de bijdrageregeling als de schoolfacturen vermelden dat gespreide betaling mogelijk is evenals een contactpersoon tot wie de betrokken personen die dergelijke gespreide betaling wensen, zich kunnen richten.
3Voor een leerling die een onderwijstraject volgt in de GI-school, wordt de bijdrageregeling opgeschort in de school waar de leerling conform artikel 253 of 295 als regelmatige leerling blijft ingeschreven. Die opschorting geldt gedurende de volledige periode dat de leerling een onderwijstraject volgt in de GI-school.
+4 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 98
2Betrokken personen die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer bekomen op aanvraag een vrijstelling.2Betrokken personen die op basis van hun religieuze of morele overtuiging bezwaren hebben tegen het volgen van één van de aangeboden cursussen godsdienst of niet-confessionele zedenleer bekomen op aanvraag een vrijstelling.
3De Vlaamse Regering legt het model van de ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast en bepaalt op welke wijze de lesuren waarvoor men is vrijgesteld moeten ingevuld worden. De lesuren waarvoor men is vrijgesteld mogen niet worden ingevuld met activiteiten die betrekking hebben op andere onderdelen van het leerprogramma.3De Vlaamse Regering legt het model van de ondertekende verklaring en de procedure tot het bekomen van de vrijstelling vast en bepaalt op welke wijze de lesuren waarvoor men is vrijgesteld moeten ingevuld worden. De lesuren waarvoor men is vrijgesteld mogen niet worden ingevuld met activiteiten die betrekking hebben op andere onderdelen van het leerprogramma.
4§ 2. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de keuze voor het onderricht in één der erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer, evenals de eventuele aanvraag tot vrijstelling in samenspraak met de leerling. (97)4§ 2. Is de leerling 12 jaar of ouder, dan gebeurt de keuze voor het onderricht in één der erkende godsdiensten of de niet-confessionele zedenleer, evenals de eventuele aanvraag tot vrijstelling in samenspraak met de leerling.
5§3. De betrokken personen van leerplichtige leerlingen die ingeschreven zijn in het officieel voltijds secundair onderwijs en die les volgen in de GI-school, kunnen er in samenspraak met de leerling, conform artikel 10 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, voor kiezen dat de leerplichtige leerling via interactief afstandsonderwijs de cursus over een van de erkende godsdiensten of de cursus niet-confessionele zedenleer die werd gekozen bij de inschrijving in het officieel voltijds secundair onderwijs of bij wijziging voor het volgende schooljaar, vermeld in paragraaf 1, te blijven volgen in de school voor het voltijds secundair onderwijs waar de leerling ingeschreven is.
6§4. De betrokken personen van leerplichtige leerlingen die niet ingeschreven zijn in het voltijds secundair onderwijs en die les volgen in de GI-school, kunnen er in samenspraak met de leerling voor kiezen dat de leerling een cursus over een van de erkende godsdiensten of de cursus niet-confessionele zedenleer volgt in een school van het officieel voltijds secundair onderwijs via interactief afstandsonderwijs, zonder dat de leerling ingeschreven wordt in die school.
7De GI-school neemt contact op met een school van het officieel voltijds secundair onderwijs die de gekozen cursus in een van de erkende godsdiensten of niet-confessionele zedenleer al inricht. De school voor het officieel secundair onderwijs kan de deelname aan gekozen cursus van de erkende godsdiensten of niet-confessionele zedenleer niet weigeren. Er worden hierover afspraken gemaakt in de scholengroep die overeenkomstig artikel 23, §1, 1°, h), en artikel 33, §1, 14°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs bevoegd is om in te staan voor het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 98/1 nieuw
1De betrokken personen van leerlingen die ingeschreven zijn in het vrij voltijds secundair onderwijs, maar die les volgen in de GI-school, kunnen er, conform artikel 10 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, voor kiezen dat de leerling via interactief afstandsonderwijs de lessen godsdienst, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing die in die vrije school worden ingericht, volgt. De keuze wordt gemaakt in samenspraak met de leerling.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 110/1
13§6. Elke inschrijving vóór 1 september voor het daaropvolgende schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een bepaalde school voor buitengewoon secundair onderwijs maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in hetzelfde schooljaar in een andere school voor buitengewoon onderwijs van rechtswege ongedaan.13§6. Elke inschrijving vóór 1 september voor het daaropvolgende schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een bepaalde school voor buitengewoon secundair onderwijs maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in hetzelfde schooljaar in een andere school voor buitengewoon onderwijs van rechtswege ongedaan.
14Elke inschrijving in de loop van het betrokken schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een school voor buitengewoon onderwijs, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor buitengewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve lesbijwoning, behalve in geval van gewettigde afwezigheid.14Elke inschrijving in de loop van het betrokken schooljaar voor een bepaalde administratieve groep in een school voor buitengewoon onderwijs, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor buitengewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve lesbijwoning, behalve in geval van gewettigde afwezigheid.
15Elke lesbijwoning voor een bepaalde administratieve groep in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, maakt de inschrijving in een school voor buitengewoon secundair onderwijs die daaraan voorafgaat, ongedaan vanaf de effectieve start van de lesbijwoning in de GI-school.
+1 −1 codex-secundair-onderwijs/art. 110/33
1De artikelen 110/28 tot en met 110/32 zijn niet van toepassing op het huisonderwijs dat wordt verstrekt in het kader van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 juni 1990 waarbij de voorwaarden worden vastgesteld waaronder in bepaalde gemeenschapsinstellingen voor observatie en opvoeding en in onthaal- en oriëntatiecentra en in de observatiecentra, ressorterend onder de bijzondere jeugdbijstand aan de leerplicht kan worden voldaan, het koninklijk besluit van 1 maart 2002 tot oprichting van een Centrum voor voorlopige plaatsing van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het koninklijk besluit van 12 november 2009 tot oprichting van een gesloten federaal centrum voor minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd.
1De artikelen 110/28 tot en met 110/32 zijn niet van toepassing op het huisonderwijs vermeld in artikel 3, 15°/1, tweede streepje.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 122/2/0 nieuw
1De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op het interactieve afstandsonderwijs voor leerlingen in de GI-school die via interactief afstandsonderwijs onderricht krijgen in een van de godsdiensten, niet-confessionele zedenleer of cultuurbeschouwing conform artikel 98, §3 en §4, en artikel 98/1.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 123/20
5Alle met de bepalingen van dit artikel strijdige bedingen zijn nietig.5Alle met de bepalingen van dit artikel strijdige bedingen zijn nietig.
6De Vlaamse Regering kan de praktische organisatie van en de minimale kwaliteitskenmerken voor leerlingenstages nader bepalen.6De Vlaamse Regering kan de praktische organisatie van en de minimale kwaliteitskenmerken voor leerlingenstages nader bepalen.
7De bepalingen van dit artikel zijn ook van toepassing op leerlingen die onderwijs volgen in de GI-school.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 136/1
16De samenwerkingsovereenkomst ligt steeds in de scholen ter inzage met het oog op administratieve controle en externe kwaliteitscontrole.16De samenwerkingsovereenkomst ligt steeds in de scholen ter inzage met het oog op administratieve controle en externe kwaliteitscontrole.
17In afwijking van het eerste lid, 7°, kan een leerling uit het buitengewoon secundair onderwijs eenmalig, gedurende maximum twee schooljaren de lessen voltijds bijwonen in het gewoon secundair onderwijs, met het oog op een overstap naar het gewoon voltijds onderwijs. Een leerling die twee schooljaren in het gewoon voltijds onderwijs doorbrengt, heeft, in afwijking van artikel 253/6, §2, en artikel 253/37, §2, een onverkort recht op inschrijving in de school voor gewoon onderwijs. Als de betrokken personen en de leerling beslissen om de overstap te maken naar het gewoon onderwijs, overleggen de school voor gewoon onderwijs, de school voor buitengewoon onderwijs, het CLB en de betrokken personen, met betrokkenheid van de leerling, met het leersteuncentrum over de overname van de ondersteuning.17In afwijking van het eerste lid, 7°, kan een leerling uit het buitengewoon secundair onderwijs eenmalig, gedurende maximum twee schooljaren de lessen voltijds bijwonen in het gewoon secundair onderwijs, met het oog op een overstap naar het gewoon voltijds onderwijs. Een leerling die twee schooljaren in het gewoon voltijds onderwijs doorbrengt, heeft, in afwijking van artikel 253/6, §2, en artikel 253/37, §2, een onverkort recht op inschrijving in de school voor gewoon onderwijs. Als de betrokken personen en de leerling beslissen om de overstap te maken naar het gewoon onderwijs, overleggen de school voor gewoon onderwijs, de school voor buitengewoon onderwijs, het CLB en de betrokken personen, met betrokkenheid van de leerling, met het leersteuncentrum over de overname van de ondersteuning.
18Leerlingen die les volgen in een structuuronderdeel in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, kunnen ook gedeeltelijk de les bijwonen in een school voor gewoon secundair onderwijs. Daarbij wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, §3, vierde en vijfde lid, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.
+10 −6 codex-secundair-onderwijs/art. 253
1Een leerling blijft in de volgende gevallen beschouwd als regelmatige leerling in zijn oorspronkelijke school :
2- ...;
3- een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs die op de datum van de telling van het aantal leerlingen onderwijs volgen in een school van type 5 of een dienst neuropsychiatrie voor kinderen die van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een subsidie-enveloppe ontvangt.1Een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs wordt nog altijd beschouwd als een regelmatige leerling in die oorspronkelijke school als die leerling op de teldatum onderwijs volgt in:
4Hij is daarenboven regelmatige leerling :
21° een school van type 5;
32° een dienst neuropsychiatrie voor kinderen die van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een subsidie-enveloppe ontvangt;
43° de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 1°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.
5De leerling, vermeld in het eerste lid, is bovendien een regelmatige leerling:
61° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, die verbonden is aan een zieken-
5- in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een ziekenhuis of aan een residentiële setting, voor periodes van minimum vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin hij per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt;7huis of aan een residentiële setting, voor periodes van ten minste vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin die leerling per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt;
6- in de de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een preventorium.82° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, die verbonden is aan een preventorium;
93° in de GI-school.
10Als een leerling is ingeschreven in een school en tegelijkertijd ook leerling is in de GI-school, vermeld in het eerste lid, 3°, behoudt de klassenraad van de school zijn volle bevoegdheid en maakt daarover afspraken met de GI-school.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 253/5
2Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt dat op 1 februari start, in een bepaalde school maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan.2Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt dat op 1 februari start, in een bepaalde school maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan.
3Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde administratieve groep of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning.3Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde administratieve groep of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning.
4Elke lesbijwoning voor een bepaalde administratieve groep in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, maakt de inschrijving in een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs die daaraan voorafgaat, ongedaan vanaf de effectieve start van de lesbijwoning in de GI-school.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 253/36
2Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als 7de leerjaar van het technisch of kunstsecundair onderwijs dat op 1 februari start, in een bepaalde school, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan.2Elke inschrijving vóór 1 februari voor een administratieve groep, ingericht als 7de leerjaar van het technisch of kunstsecundair onderwijs dat op 1 februari start, in een bepaalde school, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor diezelfde administratieve groep in een andere school voor gewoon onderwijs van rechtswege ongedaan.
3Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning.3Elke inschrijving in de loop van het schooljaar in kwestie voor een bepaalde administratieve groep, maakt de daaraan voorafgaande inschrijving voor dezelfde of een andere administratieve groep voor datzelfde schooljaar in een andere school voor gewoon onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve, tenzij gewettigde afwezigheid, lesbijwoning.
4Elke lesbijwoning voor een bepaalde administratieve groep in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, van het decreet van17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, maakt de inschrijving in een school voor voltijds gewoon secundair onderwijs die daaraan voorafgaat, ongedaan vanaf de effectieve start van de lesbijwoning in de GI-school.
+1 −0 codex-secundair-onderwijs/art. 260/1
188° deze regeling is in hoofde van een leerling gedurende hetzelfde schooljaar niet combineerbaar met hetgeen in artikel 136/1 is opgenomen.188° deze regeling is in hoofde van een leerling gedurende hetzelfde schooljaar niet combineerbaar met hetgeen in artikel 136/1 is opgenomen.
19Leerlingen met een IAC-verslag of OV4-verslag die ingeschreven zijn in het gewoon secundair onderwijs, kunnen op schooljaarbasis gemiddeld gedurende maximaal de helft van de wekelijkse uren van het structuuronderdeel waarvoor de leerling is ingeschreven, lessen of activiteiten volgen in een school voor buitengewoon secundair onderwijs, die de opleidingsvorm aanbiedt volgens het IAC-verslag of OV4-verslag. Daarbij moet voldaan worden aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, en 8°, vastgelegd in het eerste lid. De inzet van omkadering vanuit het leersteunmodel is in de school voor buitengewoon secundair onderwijs niet mogelijk.19Leerlingen met een IAC-verslag of OV4-verslag die ingeschreven zijn in het gewoon secundair onderwijs, kunnen op schooljaarbasis gemiddeld gedurende maximaal de helft van de wekelijkse uren van het structuuronderdeel waarvoor de leerling is ingeschreven, lessen of activiteiten volgen in een school voor buitengewoon secundair onderwijs, die de opleidingsvorm aanbiedt volgens het IAC-verslag of OV4-verslag. Daarbij moet voldaan worden aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 6°, en 8°, vastgelegd in het eerste lid. De inzet van omkadering vanuit het leersteunmodel is in de school voor buitengewoon secundair onderwijs niet mogelijk.
20Leerlingen met een IAC-verslag of een OV4-verslag die les volgen in een structuuronderdeel in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, kunnen ook gedeeltelijk de les bijwonen in een school voor buitengewoon secundair onderwijs. Daarbij wordt voldaan aan de voorwaarden, vermeld in artikel 6, §3, vierde en vijfde lid, van het voormelde decreet.
+9 −6 codex-secundair-onderwijs/art. 295
1Een leerling blijft in de volgende gevallen beschouwd als regelmatige leerling in zijn oorspronkelijke school :
2- ...;
3- een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs die op de datum van de telling van het aantal leerlingen onderwijs volgen in een school van type 5 of een dienst neuropsychiatrie voor kinderen die van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een subsidie-enveloppe ontvangt.1Een leerling van het voltijds gewoon secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs of het buitengewoon secundair onderwijs wordt nog altijd beschouwd als een regelmatige leerling in zijn oorspronkelijke school als die leerling op de teldatum onderwijs volgt in:
4Hij is daarenboven regelmatige leerling :
21° een school van type 5;
32° een dienst neuropsychiatrie voor kinderen die van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming een subsidie-enveloppe ontvangt;
43° de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 1°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.
5De leerling, vermeld in het eerste lid, is bovendien een regelmatige leerling:
5- in de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een ziekenhuis of aan een residentiële setting, voor periodes van minimum vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin hij per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt;61° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, die verbonden is aan een ziekenhuis of aan een residentiële setting, voor periodes van ten minste vijf al dan niet opeenvolgende dagen waarin die leerling per dag gemiddeld ten minste één lestijd onderwijs krijgt;
6- in de de school van opleidingsvorm 4, type 5, verbonden aan een preventorium.72° in de school van opleidingsvorm 4, type 5, die verbonden is aan een preventorium;
83° in de GI-school.
9Als een leerling is ingeschreven in een school en tegelijkertijd ook leerling is in de GI-school als vermeld in het eerste lid, 3°, behoudt de klassenraad van de school zijn volle bevoegdheid en maakt daarover afspraken met de GI-school.
+7 −6 decreet-2018-04-27/art. 2
128° gewogen leerlingenaantal: het aantal leerlingen van een centrum berekend conform afdeling 6 van dit decreet;128° gewogen leerlingenaantal: het aantal leerlingen van een centrum berekend conform afdeling 6 van dit decreet;
139° gezondheid: een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden bij de mens zoals bepaald in het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid;139° gezondheid: een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal welbevinden bij de mens zoals bepaald in het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid;
149°/1 GI-school: de school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht;
1410° inspectie: de onderwijsinspectie vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;1510° inspectie: de onderwijsinspectie vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
1511° kernactiviteit: een aangeduide hulpactiviteit van het centrum als instrument om de opdrachten uit te voeren:1611° kernactiviteit: een aangeduide hulpactiviteit van het centrum als instrument om de opdrachten uit te voeren:
2412° leerplicht: de leerplicht vermeld in artikel 1 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht;2512° leerplicht: de leerplicht vermeld in artikel 1 van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht;
2513° lokaal comité: het lokale overleg- of onderhandelingsorgaan dat bevoegd is voor de arbeidsvoorwaarden en de personeelsaangelegenheden;2613° lokaal comité: het lokale overleg- of onderhandelingsorgaan dat bevoegd is voor de arbeidsvoorwaarden en de personeelsaangelegenheden;
2614° leerling: een leerling in het basis- of secundair onderwijsen het stelsel leren en werken;2714° leerling: een leerling in het basis- of secundair onderwijs, de GI-school en het stelsel leren en werken;
2715° leerlingenbegeleiding: een geheel van preventieve en begeleidende maatregelen. Leerlingenbegeleiding situeert zich op vier domeinen: de onderwijsloopbaan, leren en studeren, psychisch en sociaal functioneren en preventieve gezondheidszorg. De maatregelen vertrekken steeds vanuit een geïntegreerde en holistische benadering voor de vier begeleidingsdomeinen en dit vanuit een continuüm van zorg;2815° leerlingenbegeleiding: een geheel van preventieve en begeleidende maatregelen. Leerlingenbegeleiding situeert zich op vier domeinen: de onderwijsloopbaan, leren en studeren, psychisch en sociaal functioneren en preventieve gezondheidszorg. De maatregelen vertrekken steeds vanuit een geïntegreerde en holistische benadering voor de vier begeleidingsdomeinen en dit vanuit een continuüm van zorg;
2816° ouders: de personen die het ouderlijke gezag uitoefenen of in rechten of in feiten de minderjarige onder hun bewaring hebben zoals vermeld in artikel 3, 41°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997en artikel 3, 32°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;2916° ouders: de personen die het ouderlijke gezag uitoefenen of in rechten of in feiten de minderjarige onder hun bewaring hebben zoals vermeld in artikel 3, 41°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 2, 1°/2, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht en artikel 3, 32°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
2917° regelmatige leerling: een regelmatige leerling zoals vermeld in artikel 20 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 252, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;3017° regelmatige leerling: een regelmatige leerling zoals vermeld in artikel 20 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 252, § 1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
3018° school: een pedagogisch geheel in het basis- of secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken onder leiding van één directeur als vermeld in artikel 3, 49°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of artikel 3, 38°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 ;3118° school: een pedagogisch geheel in het basis- of secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken onder leiding van één directeur als vermeld in artikel 3, 49°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of artikel 3, 38°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of de GI-school;
3119° schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus;3219° schooljaar: de periode van 1 september tot en met 31 augustus;
3220° systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;3320° systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg;
3321° uitbreiding van zorg: fase in het zorgcontinuüm zoals gedefinieerd in punt 53° bis van artikel 3 van het decreet basisonderwijs en in punt 44° /1 van artikel 3 van de Codex Secundair Onderwijs ;3421° uitbreiding van zorg: fase in het zorgcontinuüm zoals gedefinieerd in punt 53° bis van artikel 3 van het decreet basisonderwijs en in punt 44° /1 van artikel 3 van de Codex Secundair Onderwijs en in artikel 2, 21°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht;
3422° verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm zoals vermeld in artikel 3, 55° bis, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of artikel 3, 45° /1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 ;3522° verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm zoals vermeld in artikel 3, 55° bis, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of artikel 3, 45° /1, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 of in artikel 2, 22°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht;
3523° zorgcontinuüm: de opeenvolging van fasen van zorg in de organisatie van de onderwijsomgeving, vermeld in artikel 3, 59°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 3, 47° /2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 .3623° zorgcontinuüm: de opeenvolging van fasen van zorg in de organisatie van de onderwijsomgeving, vermeld in artikel 3, 59°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 3, 47° /2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en in artikel 2, 23°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.
+2 −0 decreet-2018-04-27/art. 6
1§ 1. Centra begeleiden alle leerlingen, die ingeschreven zijn in een school die de Vlaamse Gemeenschap erkent, financiert of subsidieert.1§ 1. Centra begeleiden alle leerlingen, die ingeschreven zijn in een school die de Vlaamse Gemeenschap erkent, financiert of subsidieert.
2§ 2. Als een leerling van school verandert, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor die leerling tot de leerling is ingeschreven in een andere school. Als een leerling tijdens een bepaalde periode niet ingeschreven is in een school, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor die leerling tot het einde van de periode van niet-inschrijving.2§ 2. Als een leerling van school verandert, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor die leerling tot de leerling is ingeschreven in een andere school. Als een leerling tijdens een bepaalde periode niet ingeschreven is in een school, behoudt het centrum zijn bevoegdheid en verantwoordelijkheid voor die leerling tot het einde van de periode van niet-inschrijving.
3Als een leerling een onderwijstraject volgt in de GI-school, wordt het centrum dat samenwerkingsafspraken heeft met de GI-school, bevoegd en verantwoordelijk voor die leerling.
4Als een leerling een onderwijstraject volgt in de GI-school en gelijktijdig ingeschreven is in een andere school die samenwerkingsafspraken heeft met een ander centrum, blijft het centrum dat samenwerkingsafspraken heeft met de GI-school, bevoegd en verantwoordelijk voor die leerling tot het einde van de periode van het onderwijstraject van die leerling in de GI-school. Beide centra werken samen voor de leerlingenbegeleiding van de leerling.
3§ 3. In het kader van de controle op de leerplicht begeleiden de centra in afwijking van paragraaf 1 ook leerplichtigen die, behalve in geval van huisonderwijs, niet zijn ingeschreven in een school als vermeld in paragraaf 1, of die zijn ingeschreven maar die de school niet regelmatig bezoeken. Die begeleiding heeft tot doel leerplichtigen opnieuw in te schakelen in het onderwijsproces zodat ze opnieuw voldoen aan de bepalingen over de leerplicht.5§ 3. In het kader van de controle op de leerplicht begeleiden de centra in afwijking van paragraaf 1 ook leerplichtigen die, behalve in geval van huisonderwijs, niet zijn ingeschreven in een school als vermeld in paragraaf 1, of die zijn ingeschreven maar die de school niet regelmatig bezoeken. Die begeleiding heeft tot doel leerplichtigen opnieuw in te schakelen in het onderwijsproces zodat ze opnieuw voldoen aan de bepalingen over de leerplicht.
4§ 4. Leerplichtigen die huisonderwijs volgen, kunnen zich, al dan niet samen met hun ouders, aanmelden bij een centrum voor de kernactiviteiten onthaal en vraagverheldering.6§ 4. Leerplichtigen die huisonderwijs volgen, kunnen zich, al dan niet samen met hun ouders, aanmelden bij een centrum voor de kernactiviteiten onthaal en vraagverheldering.
+1 −0 decreet-2018-04-27/art. 32/3 nieuw
1De leerlingen van de GI-school worden niet meegerekend bij de berekening van het werkingsbudget van de CLB’s volgens de bepalingen van dit decreet.
+1 −0 decreet-2018-04-27/art. 43/1 nieuw
1De leerlingen van de GI-school worden niet meegerekend voor de berekening van de omkaderingsgewichten van de CLB’s volgens de bepalingen van dit decreet.
+1 −1 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VII.2
1De Commissie bestaat uit een kamer voor het basisonderwijs en een kamer voor het secundair onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs, voorgezeten door één onafhankelijke persoon die aangesteld wordt door de Vlaamse Regering en bijgestaan door één ambtenaar van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, die fungeert als secretaris.1De Commissie bestaat uit een kamer voor het basisonderwijs en een kamer voor het secundair onderwijs, de GI-school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs, voorgezeten door één onafhankelijke persoon die aangesteld wordt door de Vlaamse Regering en bijgestaan door één ambtenaar van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, die fungeert als secretaris.
2Iedere kamer omvat :2Iedere kamer omvat :
31° een lid dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 205 van het Gerechtelijk Wetboek;31° een lid dat voldoet aan de voorwaarden gesteld in artikel 205 van het Gerechtelijk Wetboek;
+2 −2 gecodificeerd-decreet-2016-10-28/art. VII.5
1De Commissie beslist over de gegrondheid van klachten van belanghebbenden inzake :1De Commissie beslist over de gegrondheid van klachten van belanghebbenden inzake :
21° de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen inzake de kosteloosheid van het onderwijs, de beginselen vermeld in artikel 27 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 35 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs, en artikel 8, 3°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, de bijdrageregeling, bedoeld in artikel 27bis en 27ter, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en de regeling met betrekking tot persoonlijke bijdrage, bedoeld in artikel 38 tot en met 41 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;21° de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen over de kosteloosheid van het onderwijs, de beginselen vermeld in artikel 27 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikel 35 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, artikel 32 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht en artikel 8, 3°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding, de bijdrageregeling, vermeld in artikel 27bis en 27ter, §1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en de regeling met betrekking tot persoonlijke bijdrage, vermeld in artikel 38 tot en met 41 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;
32° de bepalingen van artikel 51 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van artikel 7 tot en met artikel 10 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs , van artikel 14bis van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, van artikel II.48 tot en met II.52 van deze codificatie, van artikelen 120 tot en met 125 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en van artikelen 48 tot en met 52 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;32° de bepalingen van artikel 51 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, van artikel 7 tot en met artikel 10 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, van artikel 30 en 31 van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht, van artikel 14bis van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, van artikel II.48 tot en met II.52 van deze codificatie, van artikel 120 tot en met 125 van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en van artikel 48 tot en met 52 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;
43° de niet-naleving van de bepalingen omtrent de bevoegdheden en de besluitvormingsprocedures bedoeld in artikel 18 tot en met 22 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad.43° de niet-naleving van de bepalingen omtrent de bevoegdheden en de besluitvormingsprocedures bedoeld in artikel 18 tot en met 22 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad.
5Wanneer zij oordeelt dat een klacht gegrond is, kan zij beslissen om :5Wanneer zij oordeelt dat een klacht gegrond is, kan zij beslissen om :
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 32
1Een selectieve participatietoeslag secundair onderwijs kan worden toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, die is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor secundair onderwijs of aan een rechthebbende leerling die de leertijd zoals bedoeld in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap volgt in een door de Vlaamse Regering erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen .1Een selectieve participatietoeslag secundair onderwijs kan worden toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, die is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor secundair onderwijs of aan een rechthebbende leerling die de leertijd zoals bedoeld in het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap volgt in een door de Vlaamse Regering erkend centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen of aan een rechthebbende leerling die een structuuronderdeel van het gewoon secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs volgt in de GI-school, vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 17 mei 2024 over het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen die ter uitvoering van het jeugddelinquentierecht zijn opgericht.
+3 −3 groeipakketdecreet-van-2018/art. 34
1§ 1. Aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, wordt geen selectieve participatietoeslag secundair onderwijs toegekend in een van de volgende gevallen:1§ 1. Aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24, wordt geen selectieve participatietoeslag secundair onderwijs toegekend in een van de volgende gevallen:
21° in het schooljaar in kwestie is hij niet ingeschreven in een onderwijsinstelling of centrum als vermeld in artikel 32;21° in het schooljaar in kwestie is hij niet ingeschreven in een onderwijsinstelling, een centrum of de GI-school als vermeld in artikel 32;
32° hij is ongewettigd afwezig geweest;32° hij is ongewettigd afwezig geweest;
43° tijdens het schooljaar uiterlijk 21 kalenderdagen na de datum van uitschrijving uit een instelling voor secundair onderwijs of uit de leertijd in een centrum zoals bedoeld in artikel 32 is hij niet opnieuw ingeschreven in een instelling voor secundair onderwijs of in de leertijd in een centrumzoals bedoeld in artikel 32.43° tijdens het schooljaar uiterlijk 21 kalenderdagen na de datum van uitschrijving uit een instelling voor secundair onderwijs of uit de leertijd in een centrum of aan het einde van een onderwijstraject in de GI-school zoals bedoeld in artikel 32 is hij niet opnieuw ingeschreven in een instelling voor secundair onderwijs of in de leertijd in een centrum, of is hij niet gestart in een onderwijstraject in de GI-school zoals bedoeld in artikel 32.
5In afwijking van het eerste lid, 3°, behoudt de rechthebbende leerling in het secundair onderwijs die op 30 juni van het schooljaar in kwestie niet langer ingeschreven is in een instelling voor secundair onderwijs of een centrum zoals bedoeld in artikel 32, zijn toelage, op voorwaarde dat hij in de loop van dat schooljaar zijn kwalificatie behaalde.5In afwijking van het eerste lid, 3°, behoudt de rechthebbende leerling in het secundair onderwijs en in de GI-school als vermeld in artikel 32 die op 30 juni van het schooljaar in kwestie niet langer ingeschreven is in een instelling voor secundair onderwijs of de GI-school als vermeld in artikel 32, of een centrum zoals bedoeld in artikel 32, zijn toelage, op voorwaarde dat hij in de loop van dat schooljaar zijn kwalificatie behaalde.
6§1/1. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, wordt aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24 die ingeschreven is in het zevende leerjaar, vermeld in artikel 133/7, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, van wie de aan het begin van het schooljaar bepaalde duurtijd eindigt op de laatste schooldag van het eerste semester van het schooljaar in kwestie, wordt geen selectieve participatietoeslag secundair onderwijs toegekend in een van de volgende gevallen:6§1/1. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, wordt aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 24 die ingeschreven is in het zevende leerjaar, vermeld in artikel 133/7, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, van wie de aan het begin van het schooljaar bepaalde duurtijd eindigt op de laatste schooldag van het eerste semester van het schooljaar in kwestie, wordt geen selectieve participatietoeslag secundair onderwijs toegekend in een van de volgende gevallen:
71° hij is op de laatste schooldag van het eerste semester van het schooljaar in kwestie niet ingeschreven in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 32;71° hij is op de laatste schooldag van het eerste semester van het schooljaar in kwestie niet ingeschreven in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 32;
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 36
1§ 1. Om het recht op en het bedrag van een selectieve participatietoeslag in het secundair onderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan het agentschap Opgroeien regie:1§ 1. Om het recht op en het bedrag van een selectieve participatietoeslag in het secundair onderwijs vast te stellen, meldt het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming aan het agentschap Opgroeien regie:
21° welke leerlingen in welk structuuronderdeel zijn ingeschreven in een onderwijsinstelling of een centrum als vermeld in artikel 32;21° welke leerlingen in welk structuuronderdeel zijn ingeschreven in een onderwijsinstelling, een centrum of de GI-school als vermeld in artikel 32;
32° de datum van inschrijving;32° de datum van inschrijving;
43° de datum van eventuele uitschrijving;43° de datum van eventuele uitschrijving;
+26 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 2
1Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:
21° Agentschap Justitie en Handhaving: het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Agentschap Justitie en Handhaving, opgericht bij artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 september 2021 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap “Agentschap Justitie en Handhaving”;
31°/1 algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG;
41°/2 betrokken personen: de personen die het ouderlijk gezag over de minderjarige leerling uitoefenen, de personen die in rechte of in feite de minderjarige leerling onder hun bewaring hebben, of de meerderjarige leerling zelf;
52° CLB: een centrum voor leerlingenbegeleiding als vermeld in het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonder-wijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding;
63° Codex Secundair Onderwijs: de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010;
74° decreet Jeugddelinquentierecht: het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht;
85° decreet Volwassenenonderwijs: het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs;
96° examencommissie: de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap van het secundair onderwijs, vermeld in artikel 256/1 van de Codex Se-cundair Onderwijs;
107° GC-verslag: een verslag gemeenschappelijk curriculum als vermeld in artikel 3, 14°/0/1, van de Codex Secundair Onderwijs;
118° gemeenschapsinstelling: een instelling als vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van het decreet Jeugddelinquentierecht;
129° gemeenschapsonderwijs: het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs;
1310° GI-school: de school die het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen organiseert en aan de hand van een uniek nummer wordt geïdentificeerd;
1411° IAC-verslag: een verslag individueel aangepast curriculum als vermeld in artikel 3, 15°/2, van de Codex Secundair Onderwijs;
1512° leerling: een jongere die geplaatst is in een gemeenschapsinstelling en een onderwijstraject volgt in de GI-school;
1613° leerlingenbegeleiding: geheel van preventieve en begeleidende maatrege-len als vermeld in artikel 3, 17°/1/1, van de Codex Secundair Onderwijs;
1714° onderwijsinspectie: de inspectie, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
1815° ORE: omkaderingsrekeneenheid of omkaderingsrekeneenheden;
1916° OV4-verslag: het verslag, vermeld in artikel 294, §2, 2°, van de Codex Secundair Onderwijs;
2017° school voor secundair onderwijs: een autonome entiteit die voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs organiseert als vermeld in artikel 3, 38°, van de Codex Secundair Onderwijs of een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs als vermeld in artikel 3, 10°, van de Codex Secundair Onderwijs of een centrum voor vorming van zelfstandi-gen en kleine en middelgrote ondernemingen als vermeld in artikel 3, 17°/3, van de Codex Secundair Onderwijs, wat duale en aanloopstructuur-onderdelen betreft;
2118° schoolbestuur: de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de GI-school;
2219° structuuronderdeel: de onderverdeling in het gewoon secundair onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs, vermeld in artikel 3, 42°, van de Codex Secundair Onderwijs, of in het secundair volwassenenonderwijs, vermeld in artikel 2, 40°, van het decreet Volwassenenonderwijs;
2320° systematisch contact: een periodiek contact als vermeld in artikel 2, 20°, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingen-begeleiding;
2421° uitbreiding van zorg: een fase in het zorgcontinuüm als vermeld in artikel 3, 44°/1, van de Codex Secundair Onderwijs;
2522° verhoogde zorg: een fase in het zorgcontinuüm als vermeld in artikel 3, 45°/1, van de Codex Secundair Onderwijs;
2623° zorgcontinuüm: de opeenvolging van fasen van zorg in de organisatie van de onderwijsomgeving, vermeld in artikel 3, 47°/2, van de Codex Secundair Onderwijs.
+1 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 3
1Er wordt één GI-school opgericht door een scholengroep die overeenkomstig artikel 23, §1, 1°, h), en artikel 33, §1, 14°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs aangewezen is om in te staan voor het onderwijs in de gemeenschapsinstellingen.
+1 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 4
1De GI-school heeft als opdracht om een onderwijstraject aan te bieden aan de jongeren die in een gemeenschapsinstelling verblijven. Dat onderwijstraject kan vorm krijgen in een aanbod op maat dat bedoeld is om de jongere aansluiting te laten vinden bij het onderwijs en in de vorm van het volgen van een structuuronderdeel.
+18 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 5
1De GI-school wordt erkend en gefinancierd als aan onderstaande voorwaar-den wordt voldaan:
21° georganiseerd zijn onder de verantwoordelijkheid van een scholengroep van het gemeenschapsonderwijs;
32° gevestigd zijn in gebouwen en lokalen die aan de voorwaarden op het gebied van hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid voldoen;
43° de controle door de onderwijsinspectie mogelijk maken;
54° beschikken over voldoende didactisch materiaal en over een aangepaste schooluitrusting;
65° de bepalingen naleven over de onderwijstaal en de taalkennis van het personeel;
76° voor elk structuuronderdeel dat wordt aangeboden, beantwoorden aan de toepasselijke erkende onderwijskwalificaties, eindtermen, ontwikkelingsdoelen, specifieke eindtermen, erkende beroepskwalificaties, curriculumdossiers, opleidingsprofielen, standaardtrajecten, leerplannen of individueel aangepaste curricula;
87° de reglementering over de vakantieregeling die de Vlaamse Regering heeft bepaald, in acht nemen;
98° samenwerkingsafspraken maken met een CLB en een beleid voor leerlingenbegeleiding voeren;
109° in haar werking de internationaalrechtelijke en grondwettelijke beginselen op het gebied van de rechten van de mens, en van het kind in het bijzon-der, eerbiedigen;
1110° een open karakter hebben met respect voor de ideologische, filosofische of godsdienstige opvattingen van de betrokken personen en de leerling;
1211° een schoolreglement hebben en, als de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, zelf een structuuronderdeel aanbiedt voor een leerling, schoolboeken gebruiken die in overeenstemming zijn met het open karakter, vermeld in punt 10°;
1312° begeleid worden door de begeleidingsdienst van het gemeenschapsonder-wijs, opgericht conform deel II, titel III, hoofdstuk II, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
1413° beantwoorden aan de decretale en reglementaire bepalingen over de organisatie van het onderwijs die van toepassing zijn op de GI-school;
1514° een kwaliteitsbeleid voeren als vermeld in artikel 4, §2, vijfde lid, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, met het oog op het tegemoetkomen aan het referentiekader kwaliteit van onderwijs in de gemeenschapsinstellingen.
16De GI-school krijgt vanaf de oprichting, vermeld in artikel 3, een voorlopige erkenning voor twee schooljaren. In de loop van het laatste schooljaar van de voorlopige erkenning gaat de onderwijsinspectie na of de GI-school voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. Op basis van het advies van de onderwijsinspectie dat uit dat onderzoek volgt, beslist de Vlaamse Regering uiterlijk op 31 maart van het laatste schooljaar van de voorlopige erkenning om de GI-school vanaf het daaropvolgende schooljaar:
171° ofwel te erkennen en te financieren;
182° ofwel niet te erkennen en niet te financieren.
+29 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 6
1§1. Per leerling wordt op basis van de onderwijsbehoeften een onderwijstraject uitgewerkt. De klassenraad van de GI-school neemt het initiatief bij het uittekenen van het onderwijstraject voor elke leerling. De klassenraad doet dat in samenspraak met de leerling en de betrokken personen en met het CLB van de school waarin de leerling is ingeschreven of waarin de leerling het laatst ingeschreven was en, in voorkomend geval, de school voor secundair onderwijs waarin de leerling is ingeschreven.
2Het uittekenen van het onderwijstraject start met de beginsituatieanalyse van de leerling. Tijdens die analyse gaat de klassenraad van de GI-school samen met de betrokkenen, vermeld in het eerste lid, en in overleg met de gemeenschapsinstelling op zoek naar het onderwijstraject dat het best aangewezen is voor iedere individuele leerling. Dat betekent dat de leerling:
31° ofwel een aanbod op maat volgt dat die leerling voorbereidt op het volgen van een structuuronderdeel;
42° ofwel een structuuronderdeel volgt.
5§2. Het aanbod op maat, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, is qua duur, methodiek en invulling afgestemd op de behoeften van de leerling. Het aanbod wordt op regelmatige tijdstippen door de klassenraad met alle betrokkenen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, geëvalueerd en zo nodig bijgestuurd. Tijdens het aanbod op maat kunnen er ook al inhouden worden aangereikt die relevant zijn in het kader van het structuuronderdeel dat de leerling wil volgen en die in voorkomend geval kunnen leiden tot vrijstellingen.
6§3. Het volgen van een structuuronderdeel als vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, kan op een van de volgende manieren:
71° de leerling volgt als regelmatige leerling een structuuronderdeel naar keuze in een school voor secundair onderwijs;
82° de leerling is door de betrokken personen ingeschreven bij de examen-commissie;
93° als de pistes, vermeld in punt 1° en 2°, niet mogelijk zijn en op voorwaarde dat de betrokken personen daarmee akkoord gaan, volgt de leerling als regelmatige leerling een structuuronderdeel dat de GI-school zelf organiseert. Met toepassing van artikel 8 gaat het om een structuuronderdeel van het gewoon secundair onderwijs of buitengewoon secundair onderwijs, of van het secundair volwassenenonderwijs, met uitzondering van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2, en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4. Als de leerling als regelmatige leerling een structuuronderdeel volgt in de GI-school, maakt dat de daaraan voorafgaande inschrijving in een administratieve groep in een school voor secundair onderwijs ongedaan vanaf de start van de effectieve lesbijwoning in het structuuronderdeel in de GI-school.
10Voor leerlingen die een structuuronderdeel volgen, worden waar dat nodig is, redelijke aanpassingen gedaan, waaronder het inzetten van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen als vermeld in respectievelijk artikel 3, 10°/2, 12°/1, 12°/2 en 36°/1, van de Codex Secundair Onderwijs.
11Voor leerlingen die met toepassing van het eerste lid, 3°, een structuuron-derdeel volgen, kan de klassenraad van de GI-school een leerling een individuele vrijstelling verlenen voor het volgen van bepaalde onderdelen van de vorming van het structuuronderdeel in elk van de volgende gevallen:
121° de leerling is al geslaagd voor diezelfde onderdelen in het secundair onderwijs of via de examencommissie;
132° de leerling kan bepaalde onderdelen van de vorming van het structuuron-derdeel niet volgen. In die situatie worden de doelen zo mogelijk vervan-gen door gelijkwaardige doelen.
14Voor leerlingen die met toepassing van het eerste lid, 3°, een structuuronderdeel volgen in de GI-school, kan tijdens het verblijf in de GI-school de overgang naar een andere school voorbereid worden door middel van gedeeltelijke lesbijwoning in een school voor secundair onderwijs. In dat geval wordt een deel van de vorming van het leerjaar van de GI-school voor de leerling verstrekt door leraars van een school voor secundair onderwijs op een vestigingsplaats van die school. Als van die mogelijkheid tot samenwerking wordt gebruikgemaakt, zijn de volgende voorwaarden van toepassing:
151° de regeling wordt in het schoolreglement van de GI-school opgenomen;
162° het schoolreglement van de GI-school blijft onverkort van toepassing;
173° er wordt vooraf over de regeling onderhandeld in de lokale comités van de GI-school en de betrokken school;
184° de leraars van de andere school die aan de leerling vorming geven:
19a) maken stemgerechtigd deel uit van de bevoegde klassenraden als het om scholen gaat die tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
20b) maken raadgevend deel uit van de bevoegde klassenraden als het om scholen gaat die niet tot hetzelfde schoolbestuur behoren;
215° uitsluitend de GI-school is bevoegd en verantwoordelijk voor de evaluatie en kwaliteitszorg, en uitsluitend het schoolbestuur is bevoegd en verantwoordelijk voor de studiebekrachtiging;
226° de samenwerking tussen de GI-school en de school wordt vastgelegd in een overeenkomst waarin in elk geval de volgende elementen worden opgenomen:
23a) de gegevens van de GI-school en van de samenwerkende school;
24b) de invulling van de samenwerking;
25c) de looptijd van de samenwerking;
26d) de afspraken over de evaluatie en de kwaliteitszorg.
27Voor de toepassing van het vierde lid, 4°, wordt onder eenzelfde schoolbe-stuur verstaan, de rechtspersoon die zowel verantwoordelijk is voor de GI-school als voor de school voor secundair onderwijs waarin de gedeeltelijke lesbijwoning plaatsvindt.
28§4. De GI-school kan in overleg met de gemeenschapsinstellingen vrij de onderwijstijd organiseren, waarbij er rekening wordt gehouden met de behoeften van de leerling. De Vlaamse Regering kan verdere invulling geven aan de aanwending van de onderwijstijd.
29Een leerling in de GI-school is aanwezig of wordt geacht gewettigd afwezig te zijn.
+9 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 7
1§1. De klassenraad is belast met de uitwerking van het onderwijstraject van de leerlingen, en met de ondersteuning en opvolging van het onderwijstraject. De klassenraad bestaat uit alle personeelsleden die betrokken zijn bij het onderwijstraject van een individuele leerling en de directeur of zijn afgevaar-digde. De directeur of zijn afgevaardigde is de voorzitter van de klassenraad.
2§2. Als een leerling, met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 1°, een structuuronderdeel volgt in een school voor secundair onderwijs, dan behoudt de klassenraad van de school voor secundair onderwijs zijn volle bevoegdheid. De klassenraad van de GI-school werkt samen met de klassenraad van de school voor secundair onderwijs.
3De samenwerking, vermeld in het eerste lid, houdt minstens afspraken in over:
41° de rol van de klassenraad van de GI-school in het ondersteunen en opvolgen van het onderwijstraject van de leerling;
52° de deelname van de klassenraad van de GI-school aan de klassenraad van de school voor secundair onderwijs.
6§3. Als een leerling, met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 2°, bij de examencommissie is ingeschreven, ondersteunt de klassenraad van de GI-school de leerling bij de voorbereiding op de examens bij de examencommis-sie.
7§4. Als de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, zelf een structuuronderdeel voor een leerling aanbiedt, dan is de klassenraad, namens het schoolbestuur, het enige orgaan van de GI-school dat bevoegd is voor de toelating, evaluatie en deliberatie van leerlingen, met uitzondering van de reglementaire toelatingsvoorwaarden. Leden van de klassenraad nemen niet deel aan beslissingen over een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad.
8Alle leden die op de datum van de klassenraadsvergadering in functie zijn, zijn stemgerechtigd. Stemgerechtigde leden zijn verplicht om op klassenraads-vergaderingen aanwezig te zijn, behalve als ze gewettigd of door bewezen overmacht afwezig zijn, of als ze niet langer personeelslid van de GI-school zijn. De ongewettigde afwezigheid van een stemgerechtigd lid tast de rechtsgeldigheid van de genomen beslissing niet aan.
9Elk lid van een klassenraad heeft één stem. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de klassenraad doorslaggevend.
+1 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 8
1Het schoolbestuur mag op basis van de behoeften van de leerlingen op ieder tijdstip van het schooljaar een structuuronderdeel oprichten in de GI-school.
+5 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 9
1Als de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 1°, werkt aan een structuuronderdeel dat aangeboden wordt in een school voor secundair onderwijs, gebruikt de GI-school het leerplan, de ontwikkelingsdoelen of het opleidingsprofiel of het standaardtraject of het individueel aangepast curriculum van het structuuronderdeel van de school voor secundair onderwijs waar de leerling ingeschreven is.
2Als in de GI-school met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, een structuuronderdeel wordt aangeboden:
31° gebruikt de GI-school voor het voltijds gewoon secundair onderwijs en opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs de leerplan-nen die conform artikel 147/3 van de Codex Secundair Onderwijs door het gemeenschapsonderwijs zijn opgesteld en door de Vlaamse Regering zijn goedgekeurd;
42° zijn voor opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs de ontwikkelingsdoelen van toepassing conform artikel 262 van de Codex Secundair Onderwijs. Voor opleidingsvorm 3 zijn verder ook de opleidingsprofielen van toepassing conform artikel 335, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs, en de standaardtrajecten conform artikel 357/62 van de Codex Secundair Onderwijs. Voor leerlingen met een IAC-verslag zijn de bepalingen van artikel 122/1/0 van de Codex Secundair Onderwijs van toepassing. Voor leerlingen met een OV4-verslag zijn de bepalingen van artikel 122/1/1 van de Codex Secundair Onderwijs van toepassing;
53° gebruikt de GI-school voor het volwassenenonderwijs de opleidingsprofielen, vermeld in artikel 24 van het decreet Volwassenenonderwijs, en de leerplannen die conform artikel 14 van het decreet Volwassenenonderwijs door het gemeenschapsonderwijs zijn opgesteld en zijn goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
+8 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 11
1Voor de structuuronderdelen van het secundair onderwijs die met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, in de GI-school worden aangeboden, is artikel 115, §1, van de Codex Secundair Onderwijs van toepassing voor:
21° de toelatings- en overgangsvoorwaarden;
32° de bekrachtiging van de studie;
43° de studiebewijzen, alsook de vorm en de vermeldingen erop.
5Voor de structuuronderdelen van het secundair volwassenenonderwijs die met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, in de GI-school worden aangeboden, is:
61° artikel 32 en 35 van het decreet Volwassenenonderwijs van toepassing voor de toelating;
72° artikel 38 van het decreet Volwassenenonderwijs van toepassing voor de evaluatie;
83° artikel 40 en 41 van het decreet Volwassenenonderwijs van toepassing voor de studiebekrachtiging.
+15 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 12
1§1. Voor leerlingen die met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 1°, ingeschreven zijn in een andere school, worden er tussen de GI-school en de andere school afspraken gemaakt over de evaluatie.
2§2. Het schoolbestuur is bevoegd voor de uitwerking van het evaluatiesysteem voor de leerlingen voor wie ze zelf een structuuronderdeel aanbiedt met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°.
3In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering:
41° de organisatie van specifieke examens of andere evaluatieopdrachten opleggen;
52° bepalen onder welke voorwaarden een beslissing over het al dan niet geslaagd zijn kan worden uitgesteld;
63° het slagen voor een structuuronderdeel laten afhangen van het behalen van externe certificering. Onder externe certificering wordt verstaan, het toekennen aan leerlingen, voor zover ze geslaagd zijn voor bepaalde programmaonderdelen, van studiebewijzen die buiten de onderwijsregel-geving vallen en gerelateerd zijn aan beroepsuitoefeningsvoorwaarden.
7Bij een evaluatiebeslissing van de klassenraad geldt steeds een vermoeden van deskundigheid.
8De betrokken personen ontvangen het evaluatieresultaat op de wijze en op de datum die bepaald zijn in het schoolreglement. Het schoolbestuur wijkt af van die termijn voor individuele gevallen als de beslissing tot stand komt na uitstel of na beroep. Als de evaluatiebeslissing inhoudt dat aan de leerling niet de beoogde studiebekrachtiging wordt toegekend, dan:
91° geeft de GI-school aan de betrokken personen een schriftelijke motivering;
102° verwijst de GI-school de betrokken personen schriftelijk naar de beroepsprocedure en beroepstermijn, maar pas nadat ze vooraf overleg als vermeld in punt 3° heeft gepleegd;
113° overlegt de GI-school met de betrokken personen op hun verzoek.
12Het overleg, vermeld in het vierde lid, 3°, vindt plaats tussen de directeur of zijn afgevaardigde en de betrokken personen binnen een redelijke termijn na ontvangst van het evaluatieresultaat. Die termijn wordt in het schoolreglement bepaald. Het overleg kan ertoe leiden dat de directeur of zijn afgevaar-digde beslist om de klassenraad opnieuw te laten samenkomen. Nadat de klassenraad al dan niet aan de leerling bijkomende proeven of opdrachten heeft opgelegd, beslist diezelfde klassenraad om het oorspronkelijke evaluatieresultaat te bevestigen of door een ander evaluatieresultaat te vervangen. De beslissing van de directeur om de klassenraad niet te laten samenkomen of de beslissing van de klassenraad wordt meegedeeld aan de betrokken personen.
13Het schoolbestuur kent de van rechtswege geldende studiebewijzen toe ter uitvoering van de evaluatiebeslissingen van klassenraden of de beslissingen van beroepscommissie, vermeld in artikel 13.
14De GI-school reikt een attest uit ter vervanging van een verloren studiebewijs aan de houder van het studiebewijs. Het attest vermeldt de datum van de uitreiking van het studiebewijs.
15Personen die met toepassing van de wetgeving over de namen en de voornamen een wijziging van hun naam of voornaam hebben verkregen, kunnen bij de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap of bij de GI-school, als ze bij die school een studiebewijs hebben behaald, een verzoek indienen om het studiebewijs te laten vervangen door een studiebewijs met hun nieuwe naam. Bij de aanvraag wordt het oorspronkelijk behaalde studiebewijs ingeleverd en worden stukken gevoegd die de naamswijziging aantonen.
+15 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 13
1§1. Als het schoolbestuur met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, zelf belast is met de uitreiking van de studiebekrachtiging, kunnen de betrokken personen in beroep gaan tegen eindbeslissingen over de leerlingenevaluatie die ze betwisten. De beroepsprocedure is vastgelegd in het schoolreglement, vermeld in artikel 19, met behoud van de toepassing van de bepalingen van dat artikel.
2§2. De betrokken personen stellen het beroep in bij het schoolbestuur door middel van een gedateerd en ondertekend verzoekschrift dat ten minste het voorwerp van beroep met een feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren vermeldt. Bij die omschrijving kunnen overtuigingsstuk-ken gevoegd worden.
3§3. Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie en leidt tot:
41° ofwel de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvanke-lijkheid als:
5a) de termijn voor de indiening van het beroep, opgenomen in het afde-lingsreglement, is overschreden;
6b) het beroep niet voldoet aan de vormvereisten, opgenomen in het schoolreglement;
72° ofwel de bevestiging van het oorspronkelijke evaluatieresultaat of de vervanging door een ander evaluatieresultaat, nadat de beroepscommissie al dan niet aan de leerling bijkomende proeven of opdrachten heeft opge-legd. Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslis-sing van de beroepscommissie.
8Het resultaat van het beroep wordt schriftelijk aan de betrokken personen meegedeeld, uiterlijk op 15 september of uiterlijk op 15 maart als de opleiding op 31 januari eindigt.
9§4. Het schoolbestuur stelt een beroepscommissie samen. De beroepscommis-sie bestaat uit leden van de klassenraad van de leerling en leden die niet tot de klassenraad van de leerling behoren. Minstens de helft van de leden van de beroepscommissie behoren niet tot de klassenraad van de leerling. De samenstelling mag per te behandelen dossier verschillen, maar mag binnen het te behandelen dossier niet wijzigen. De voorzitter wordt door het schoolbestuur aangewezen. De voorzitter van de beroepscommissie mag geen lid van de klassenraad zijn.
10Het schoolbestuur bepaalt de werking van de beroepscommissie met inachtneming van volgende bepalingen:
111° elk lid van een beroepscommissie is stemgerechtigd. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
122° elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
133° de beroepscommissie hoort de betrokken personen en de leerling in kwestie;
144° de beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een beslissing te komen;
155° de beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing in overeenstem-ming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.
+10 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 14
1Kwaliteitsvolle leerlingenbegeleiding bevordert de totale ontwikkeling van alle leerlingen, verhoogt hun welbevinden, voorkomt vroegtijdig schoolverlaten en creëert meer gelijke onderwijskansen. Op die manier draagt leerlingenbegelei-ding bij tot het functioneren van de leerling in de schoolse én maatschappelijke context.
2Het begeleidingsdomein onderwijsloopbaan heeft tot doel de leerling te ondersteunen om voldoende zelfkennis te ontwikkelen, om inzicht te verwerven in de structuur van het onderwijs en de mogelijkheden die het biedt, in de opleiding en in de arbeidsmarkt, en om adequate keuzes te leren maken op school en daarbuiten.
3Het begeleidingsdomein leren en studeren heeft tot doel het leren van de leerling te optimaliseren en het leerproces te bevorderen door leer- en studeervaardigheden te ondersteunen en te ontwikkelen.
4Het begeleidingsdomein psychisch en sociaal functioneren heeft tot doel het welbevinden van de leerling te bewaken, te beschermen en te bevorderen, zodat de leerling op een spontane en vitale manier tot leren kan komen en zich kan ontwikkelen tot een veerkrachtige volwassene.
5Het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid, groei en ontwikkeling van de leerling te bevorderen en te beschermen, het groei- en ontwikkelingsproces te volgen, en tijdig risicofacto-ren, signalen, symptomen van gezondheids- en ontwikkelproblemen te detecteren.
6Voor het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg omvat dat voor de GI-school minimaal het actief meewerken aan:
71° de organisatie van de systematische contactmomenten door het CLB. De Vlaamse Regering bepaalt de frequentie en de inhoud van de systemati-sche contacten;
82° de organisatie van de vaccinaties om het ontstaan en de verspreiding van sommige besmettelijke ziektes tegen te gaan, door het CLB in samenwerking met de betrokken gemeenschapsinstelling;
93° de uitvoering van de profylactische maatregelen die het CLB neemt in overleg met de gemeenschapsinstelling om de verspreiding van besmette-lijke ziekten tegen te gaan. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de nadere regels.
10De onderwijsinspectie controleert de deelname aan systematische contac-ten en de medewerking aan profylactische maatregelen als vermeld in artikel 6, §4, van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
+8 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 15
1De GI-school ontwikkelt een beleid voor leerlingenbegeleiding dat is afgestemd op het pedagogisch project, de behoeften van de leerlingenpopulatie en de context waarin de GI-school zich bevindt. Het beleid voor leerlingenbegeleiding omvat de begeleiding van de leerlingen, de ondersteuning van het handelen van het onderwijzend personeel en de coördinatie van alle leerlingbegeleidingsinitiatieven op niveau van de GI-school. De GI-school voert dat beleid uit, evalueert het en stuurt het zo nodig bij. Ter versterking van dat beleid voert de GI-school een professionaliseringsbeleid. De GI-school wijst binnen haar personeelskader een of meer personeelsleden aan die geheel of gedeeltelijk met leerlingenbegeleiding worden belast.
2Bij de opmaak en evaluatie van het beleid voor leerlingenbegeleiding betrekt de GI-school relevante actoren. Voor bijkomende inhoudelijke expertise doet de GI-school een beroep op het CLB. Voor schoolondersteu-ning zoekt de school externe ondersteuning bij de pedagogische begeleidings-dienst, vermeld in deel II, titel III, hoofdstuk II, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, of bij een andere externe dienst.
3Een beleid voor leerlingenbegeleiding beantwoordt aan de volgende principes:
41° het belang van elke leerling staat centraal;
52° het komt participatief tot stand en is gedragen door het hele schoolteam;
63° het is doelgericht, systematisch, planmatig en transparant;
74° het wordt discreet uitgevoerd;
85° er wordt verduidelijkt wie welke taak opneemt in de leerlingenbegeleiding.
+4 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 16
1In het kader van de leerlingenbegeleiding heeft de GI-school een basisaanbod voor alle leerlingen en biedt het zorg aan leerlingen voor wie dat basisaanbod niet voldoende is.
2In de fase van de verhoogde zorg kan de GI-school consultatieve leer-lingenbegeleiding vragen aan het CLB of wordt dat door het CLB aangeboden waar het dat nodig acht. Consultatieve leerlingenbegeleiding is de kernactivi-teit van een CLB als vermeld in artikel 3, 10°/2/1, van de Codex Secundair Onderwijs.
3In de fase uitbreiding van zorg wisselen de GI-school en het CLB met elkaar de beschikbare relevante informatie uit om de afspraken over de bijkomende inzet van middelen, hulp of expertise te realiseren.
4De Vlaamse Regering kan voor de opdrachten, vermeld in het eerste tot en met het derde lid, nadere regels vastleggen.
+1 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 17
1De GI-school werkt samen met één CLB. De samenwerking en afspraken over de samenwerking tussen de GI-school en dat CLB worden geregeld overeenkomstig artikel 14 van het decreet van 27 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
+7 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 17/1 nieuw
1§1. Het CLB dat samenwerkingsafspraken heeft met de GI-school heeft recht op een werkingsbudget dat wordt berekend op basis van de volgende formule: de maximumcapaciteit van de gemeenschapsinstellingen op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar die door de Vlaamse Regering wordt bepaald conform artikel 40, §1, van het decreet Jeugddelinquentierecht, vermenigvuldigd met 198,5 euro. Dat bedrag is de geldwaarde.
2Vanaf het schooljaar 2027-2028 wordt de geldwaarde, vermeld in het eerste lid, vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A1. De coëfficiënt A1 wordt als volgt berekend: A1 = (Cx-1/Cx-2), waarbij:
31° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
42° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.
5Het werkingsbudget, dat verkregen is met toepassing van het eerste en het tweede lid, wordt elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 procent van de werkingsbudgetten van het schooljaar in kwestie vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli uitbetaald wordt.
6Als het decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar waarin het werkingsbudget voor het schooljaar in kwestie is opgenomen, aanleiding geeft tot een hoger budget voor het CLB dat samenwerkingsafspraken heeft met de GI-school, wordt het bijkomende budget uitbetaald binnen twee maanden na de bekrachtiging door de Vlaamse Regering van dat decreet.
7§2. Het CLB dat samenwerkingsafspraken heeft met de GI-school kan werkingsbudget, dat verkregen is conform paragraaf 1, overdragen naar andere CLB’s. De overdracht valt binnen de gewone bestedingsvrijheid voor het werkingsbudget. Het betrokken CLB kan werkingsbudget verkregen volgens de bepalingen van paragraaf 1 overdragen in functie van ondersteuning bij de uitvoering van de taken van het CLB dat samenwerkt met de GI-school.
+5 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 18
1Het schoolbestuur voert een beleid over de participatie van de leerlingen en betrokken personen. Dat beleid over participatie voldoet ten minste aan de volgende voorwaarden:
21° er is een participatieorgaan, dat regelmatig samenkomt;
32° er is een procedure opgenomen in het schoolreglement die de organisatie van de participatie bepaalt;
43° de participatie focust op de werking van de GI-school;
54° de participatie is collectief.
+19 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 19
1Het schoolbestuur maakt een schoolreglement op waarin de rechten en plichten van elke leerling worden vastgelegd.
2Het schoolbestuur informeert de leerling en de betrokken personen over het schoolreglement bij de start van het onderwijstraject. Een wijziging van het schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvol-gende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.
3In het schoolreglement worden minimaal de volgende onderdelen opgenomen:
41° de leefregels;
52° de procedure voor het opleggen van een preventieve schorsing, een ordemaatregel, en een tuchtmaatregel in de vorm van een tijdelijke uit-sluiting als vermeld in artikel 20;
63° het beleid over participatie;
73°/1 de vermelding dat bij schoolverandering leerlingengegevens worden overgedragen naar de nieuwe school tenzij, als de regelgeving de overdracht niet verplicht, de betrokken personen zich er expliciet tegen verzetten nadat ze op hun verzoek inzage in de gegevens hebben verkregen;
83°/2 de mededeling dat de GI-school bij schoolverandering verplicht is de school waar de leerling wordt ingeschreven op de hoogte te brengen van het bestaan en de inhoud van een IAC-verslag, een OV4-verslag of een GC-verslag;
93°/3 de voorwaarden waaronder de betrokken leerling, de betrokken personen en de vertrouwenspersoon, vermeld in artikel 24 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht, inzage kunnen krijgen in de leerlingengegevens waaronder de evaluatiegegevens, een toelichting erbij kunnen krijgen of een kopie ervan kunnen verkrijgen;
104° de basisprincipes van het schoolbeleid voor de situaties waarin de GI-school zelf een structuuronderdeel voor een leerling aanbiedt met toe-passing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°. Die basisprincipes hebben betrek-king op:
11a) vrijstellingen van onderdelen van het curriculum;
12b) de organisatie van de leerlingenevaluatie, meer bepaald:
131) de vermelding dat de GI-school op regelmatige basis of tijdig zal communiceren over de basisprincipes van de leerlingenevaluatie, de studievorderingen, het tijdstip en de vorm van evaluatieop-drachten en de examens;
142) de vermelding dat de GI-school elke genomen beslissing van de klassenraad waarbij aan de leerling niet de beoogde studiebe-krachtiging wordt toegekend, schriftelijk motiveert, en de vermel-ding dat, op verzoek van de betrokken personen, binnen een aan-geduide termijn een overleg zal plaatsvinden;
153) de mogelijkheid voor de betrokken personen om in beroep te gaan tegen een beslissing van de klassenraad waarbij aan de leerling niet de beoogde studiebekrachtiging wordt toegekend. Met betrek-king tot het beroep worden ook de volgende gegevens verstrekt: de procedure met de overeenkomstige redelijke en haalbare ter-mijnen, de vormvereisten, de principes van de werking met inbe-grip van de stemprocedure, en de samenstelling van een beroeps-commissie;
165° voor leerlingen die met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 1°, een structuuronderdeel volgen in een school voor secundair onderwijs, de basisprincipes over de manier waarop de GI-school afspraken wil maken met de school voor secundair onderwijs over de begeleiding en evaluatie;
176° de samenwerking met andere onderwijsinstellingen, vormingsinstellingen of organisaties, voor zover dat van toepassing is;
187° de basisprincipes van het beleid van de GI-school met betrekking tot reclame en sponsoring.
19Bij de totstandkoming van het schoolreglement en bij wijzigingen ervan overlegt het schoolbestuur met de gemeenschapsinstelling.
+18 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 20
1§1. Het schoolbestuur en de gemeenschapsinstelling bepalen gezamenlijk de leefregels die van toepassing zijn en ontwikkelen een kader dat bepaalt op welke wijze in de GI-school wordt omgegaan met schending van de leefregels, welke maatregelen kunnen worden genomen bij een schending van de leefregels en wie die maatregelen neemt.
2De leefregels, vermeld in het eerste lid, houden verband met de werking van de GI-school of het functioneren van de leerling in de GI-school.
3§2. Bij het opleggen van een ordemaatregel naar aanleiding van een schending van een leefregel zijn de volgende principes van toepassing:
41° een ordemaatregel is proportioneel en staat in verhouding tot het gestelde gedrag;
52° de betrokken personen en de gemeenschapsinstelling worden ingelicht over de ordemaatregel;
63° een ordemaatregel kan niet raken aan het recht op studiebekrachtiging.
7§3. Als tuchtmaatregel wegens het schenden van de leefregels, kan een tijdelijke uitsluiting worden opgelegd, wat inhoudt dat een leerling gedurende meerdere aansluitende lesdagen de lessen of de gelijkgestelde activiteiten niet mag volgen van de directeur of zijn afgevaardigde. Bij het opleggen van een tuchtmaatregel in de vorm van een tijdelijke uitsluiting wordt een procedure gevolgd die de rechten van verdediging waarborgt en waarbij de volgende principes van toepassing zijn:
81° de betrokken personen worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de intentie om een tuchtmaatregel uit te spreken;
92° de betrokken personen en de leerling, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon, worden gehoord;
103° er wordt tijdens de procedure met de gemeenschapsinstelling overlegd om tot een gedeelde besluitvorming te komen;
114° voordat de tuchtmaatregel van kracht wordt, worden de betrokken personen schriftelijk op de hoogte gebracht van elke beslissing;
125° de tuchtmaatregel is in verhouding tot de ernst van de feiten;
136° de betrokken personen hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling.
14Een leerling kan maximaal voor vijftien opeenvolgende lesdagen uitgeslo-ten worden. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan pas na een nieuw feit. De gegevens en documenten die betrekking hebben op de tuchtprocedure, worden opgenomen in het tuchtdossier.
15§4. In afwachting van een eventuele tijdelijke uitsluiting kan een leerling preventief worden geschorst als bewarende maatregel om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tijdelijke uitsluiting als vermeld in paragraaf 3, nodig is. Bij preventieve schorsing wordt de leerling het recht ontnomen om gedurende een periode van maximaal tien opeenvolgende lesdagen de lesactiviteiten of de gelijkgestelde activiteiten te volgen.
16Een preventieve schorsing kan eenmalig met maximaal tien lesdagen worden verlengd als de tuchtprocedure, vermeld in paragraaf 3, door externe factoren niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en wordt aan de betrokken personen en de gemeenschapsinstelling schriftelijk meegedeeld.
17Voor een preventieve schorsing wordt opgelegd of verlengd, wordt er met de gemeenschapsinstelling overlegd om tot een gedeelde besluitvorming te komen.
18§5. Als aan een leerling een ordemaatregel als vermeld in paragraaf 2, een tuchtmaatregel als vermeld in paragraaf 3 of een preventieve schorsing als vermeld in paragraaf 4 wordt opgelegd, waardoor die leerling de lesactiviteiten of de gelijkgestelde activiteiten niet kan volgen, maken de gemeenschapsin-stelling en de GI-school afspraken over wie belast wordt met de opvang van de leerling.
+8 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 20/1 nieuw
1§1. Artikel 28/1 tot en met 28/6 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht zijn van toepassing op de GI-school. Voor de toepassing van die artikelen en in aanvulling op het toepassingsgebied vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht wordt onder jeugd-hulpvoorziening ook de GI-school begrepen.
2De GI-school en de gemeenschapsinstellingen staan gezamenlijk in voor de naleving van de bepalingen van artikel 28/1 tot en met 28/6 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht.
3§2. Het dossier, vermeld in artikel 28/6, §1, van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht, wordt opgenomen in een gezamenlijke dossieromgeving tussen de GI-school en een gemeenschapsinstelling.
4Voor de beveiliging van de dossieromgeving en voor de transparantie van de verwerkingen ten aanzien van de leerling en de betrokken personen worden passende maatregelen genomen, waaronder een behoorlijk gebruikers- en toegangsbeheer, conform de beveiliging van de verwerking, vermeld in artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming.
5De Vlaamse Regering kan de basisvereisten voor de dossieromgeving, vermeld in het eerste en tweede lid, bepalen.
6§3. Het Agentschap Justitie en Handhaving en het schoolbestuur van de GI-school treden elk individueel op als verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de verwerking van de persoonsgegevens in het dossier, vermeld in paragraaf 2.
7Het Agentschap Justitie en Handhaving is de verwerkingsverantwoordelijke voor de gezamenlijke dossieromgeving, vermeld in paragraaf 2.
8Het dossier, vermeld in paragraaf 2, wordt bewaard tot de jongere waar het dossier betrekking op heeft de leeftijd van 35 jaar heeft bereikt.
+2 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 21
1Elke leerplichtige jongere die geplaatst wordt in een gemeenschapsinstelling, volgt een onderwijstraject in de GI-school, waarmee voldaan is aan de leerplicht. Elke meerderjarige die geplaatst is in een gemeenschapsinstelling, kan ervoor kiezen om een onderwijstraject te volgen in de GI-school.
2Voor een minderjarige jongere die geplaatst wordt in de gemeenschapsinstelling en die een vrijstelling van de leerplicht als vermeld in artikel 123/5 van de Codex Secundair Onderwijs heeft of die niet meer aan de leerplicht onderworpen is op basis van artikel 1, §3, van de wet van 29 juni 1983 betreffende de leerplicht kunnen de betrokken personen in samenspraak met de jongere ervoor kiezen dat die jongere een onderwijstraject in de GI-school volgt.
+1 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 22
1Per schooljaar heeft het schoolbestuur voor de GI-school recht op omkadering die wordt berekend op basis van de volgende formule: de maximumcapaciteit van de gemeenschapsinstellingen op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar, die door de Vlaamse Regering wordt bepaald conform artikel 40, §1, van het decreet Jeugddelinquentierecht, vermenigvuldigd met 3383 ORE.
+3 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 23
1De Vlaamse Regering bepaalt:
21° de personeelscategorieën voor de GI-school en deelt die in wervings-, selectie- en bevorderingsambten in;
32° het aantal ORE dat aan elk ambt wordt toegekend. Het aantal ORE van een ambt wordt vastgelegd op basis van een bekwaamheidsbewijs of een salarisschaal.
+2 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 24
1Het schoolbestuur kan de ORE alleen aanwenden voor de werking van de GI-school.
2Het schoolbestuur beslist, na onderhandeling in het bevoegde lokaal comité, over de aanwending van de toegekende ORE en houdt daarbij rekening met de regelgeving over de verdeling van de betrekkingen en reaffectatie en wedertewerkstelling.
+8 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 26
1Per schooljaar heeft het schoolbestuur voor de GI-school recht op een werkingsbudget dat wordt berekend op basis van de volgende formule: de maximumcapaciteit van de gemeenschapsinstellingen op de eerste schooldag van oktober van het lopende schooljaar die door de Vlaamse Regering wordt bepaald conform artikel 40, §1, van het decreet Jeugddelinquentierecht, vermenigvuldigd met 1183,41 euro. Dat bedrag is de geldwaarde.
2Vanaf het schooljaar 2027-2028 wordt de geldwaarde, vermeld in het eerste lid, jaarlijks vermenigvuldigd met de coëfficiënt A1.
3De coëfficiënt A1 wordt als volgt berekend: A1 = (Cx-1/Cx-2), waarbij:
41° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
52° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.
6Het werkingsbudget dat verkregen is met toepassing van het eerste en het tweede lid, wordt voor het gemeenschapsonderwijs aan de raad van bestuur van de scholengroep toegekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 36, 2°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs.
7Het werkingsbudget dat verkregen is met toepassing van het eerste en het tweede lid, wordt elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50 procent van de werkingsbudgetten van het schooljaar in kwestie vertegenwoordigt en het saldo vóór 1 juli uitbetaald wordt.
8Als het decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar waarin het werkingsbudget voor het schooljaar in kwestie is opgenomen, aanleiding geeft tot een hoger budget voor het schoolbestuur, wordt het bijkomende budget uitbetaald binnen twee maanden na de bekrachtiging door de Vlaamse Regering van het decreet in kwestie.
+2 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 27
1Het schoolbestuur kan het werkingsbudget alleen aanwenden voor de werking van de GI-school.
2De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de besteding van het werkingsbudget gecontroleerd wordt. Die controle mag geen betrekking hebben op de opportuniteit.
+2 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 29
1De gemeenschapsinstellingen stellen gebouwen of lokalen ter beschikking aan de GI-school voor de uitvoering van de toegewezen opdrachten van de GI-school, geregeld bij dit decreet. De gemeenschapsinstellingen garanderen dat die gebouwen of lokalen voldoen aan de voorwaarden op het gebied van hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid, vermeld in artikel 5, eerste lid, 2°.
2De gemeenschapsinstellingen, het Facilitair Bedrijf en het schoolbestuur bepalen gezamenlijk eventuele andere modaliteiten met betrekking tot de terbeschikkingstelling.
+25 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 29/1 nieuw
1Met het oog op de uitvoering van de opdrachten die toegewezen zijn aan de GI-school kunnen volgende gegevens van de leerling door de GI-school worden verwerkt:
21° de identificatiegegevens: voor- en achternaam, geslacht, geboortejaar, het identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bis, vermeld in artikel 8, §1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, de unieke identificator in de administratieve gegevens van de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap;
32° de volgende IT-gegevens: de inloggegevens, de unieke identificatoren voor informaticatoepassingen en digitale toepassingen en de mailadressen, in zoverre deze gegevens relevant zijn voor het voor het onderwijstraject van de leerling met uitsluiting van gegevens die betrekking hebben op louter persoonlijke accounts van de leerling en in zoverre de verwerking van paswoorden, beperkt is tot wat noodzakelijk om de toegang tot een leermiddel te verzekeren;
43° de gegevens over beroep, beroepsbekwaamheid, onderwijsloopbaan, onder onderwijsloopbaan worden de volgende gegevens begrepen;
5a) de voorafgaande onderwijsloopbaan;
6b) de zorgbehoeften;
7c) de leerstoornissen;
8d) de tuchtmaatregelen;
9e) de diploma’s, certificaten en attesten;
10f) de inschrijvingsgegevens;
11g) de evaluatiegegevens;
124° de nationaliteit en het verblijfsstatuut;
135° de gegevens over vrijetijdsbesteding, interesses en de sociale context, voor zover relevant voor de onderwijsactiviteiten of leerlingenbegeleiding;
146° de gegevens over de gezinssamenstelling;
157° de gegevens over de hoofdverblijfplaats en het domicilieadres;
168° de gegevens over de gezondheid en handicap;
179° de gegevens over risicosituaties en -gedragingen;
1810° het levensbeschouwelijke vak.
19Van de betrokken personen van leerlingen kunnen de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, 1°, 4°, 6° en 7°, verwerkt worden. Bijkomend worden de contactgegevens, zijnde het e-mailadres en telefoon/gsm-nummer van de betrokken personen, verwerkt.
20De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, zijn verwerkingen die noodzakelijk zijn om te voldoen aan een wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust, vermeld in artikel 6, lid 1, c), van de algemene verordening gegevensbescherming en voor het algemeen belang, vermeld in artikel 6, lid 1, e), van de algemene verordening gegevensbescherming.
21Uit de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, kan ook de verwerking van gegevens over gezondheid, ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen als de bijzondere categorieën van persoonsgegevens, vermeld in artikel 9, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming volgen. De verwerkingen, vermeld in het eerste lid, zijn noodzakelijk om redenen van zwaarwegend algemeen belang als vermeld in artikel 9, lid 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. De reden van algemeen belang en zwaarwegend algemeen belang betreft het verstrekken van onderwijs en het voorzien in leerlingenbegeleiding. De GI-school verwerkt de gegevens, vermeld in het eerste lid, om kwaliteitsvolle onderwijstrajecten, kwaliteitszorg, beleidsondersteuning en rapportering, en leerlingenbegeleiding aan de leerling aan te bieden.
22Met het oog op beleidsondersteuning en rapportering, verwerkt de GI-school persoonsgegevens als vermeld in het eerste lid. Die rapportering bevat geen informatie waaruit de identiteit van een betrokkene rechtstreeks of onrechtstreeks kan worden afgeleid.
23De verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in het eerste lid, is het schoolbestuur.
24Met behoud van de toepassing van specifieke bewaartermijnen die voortvloeien uit de regelgeving van onderwijs en andere sectoren, en als dit noodzakelijk is voor de doelstellingen, vermeld in het vierde lid, kunnen de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na het einde van het onderwijstraject in de GI-school.
25Als een rechtsmiddel wordt ingesteld tegen een beslissing of handeling van de school, worden de lopende bewaartermijnen voor bestanden die persoonsgegevens bevatten, die noodzakelijk zijn voor het verweer tegen het rechtsmiddel, geschorst tot er een definitieve, in kracht van gewijsde gegane en uitvoerbare beslissing over het rechtsmiddel is genomen.
+18 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 29/2 nieuw
1§1. De GI-school registreert elke leerling binnen zeven dagen na de eerste lesbijwoning in de administratieve toepassingen voor om leerlingengegevens tussen scholen en de diensten van de Vlaamse Gemeenschap die bevoegd zijn voor de leerplichtcontrole en de financiële ondersteuning van instellingen, uit te wisselen, met vermelding van de volgende informatie:
21° de datum en het tijdstip van de start van het onderwijstraject;
32° de administratieve groep, vermeld in artikel 3, 1°, van de Codex Secundair Onderwijs, waarin de leerling zijn onderwijstraject volgt.
4Om de leerlingen uniek te kunnen identificeren bij de registratie in de administratieve toepassingen om leerlingengegevens tussen scholen en de diensten van de Vlaamse Gemeenschap die bevoegd zijn voor de leerplichtcontrole en de financiële ondersteuning van instellingen uit te wisselen, registreert de GI-school de volgende gegevens van de leerling als die beschikbaar zijn:
51° de identificatiegegevens: het identificatienummer van het Rijksregister of het identificatienummer bis, vermeld in artikel 8, §1, 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, voor- en achternaam, geslacht en geboortedatum;
62° de nationaliteit.
7§2. Om de bevoegdheden en de taken van de GI-school en van de diensten van de Vlaamse Gemeenschap die bevoegd zijn voor de leerplichtcontrole en de financiële ondersteuning van instellingen te kunnen uitvoeren, bezorgen scholen aan de diensten van de Vlaamse Gemeenschap die bevoegd zijn voor de leerplichtcontrole en de financiële ondersteuning van instellingen gedurende het schooljaar de volgende persoonsgegevens van leerlingen via de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het de diensten van de Vlaamse Gemeenschap die bevoegd zijn voor de leerplichtcontrole en de financiële ondersteuning van instellingen:
81° de volgende gegevens over de woonplaats:
9a) het domicilieadres;
10b) de hoofdverblijfplaats;
112° de volgende onderwijsloopbaangegevens:
12a) de voorafgaande onderwijsloopbaan;
13b) de tuchtmaatregelen;
14c) de diploma’s, certificaten en attesten;
153° het levensbeschouwelijke vak.
16Van de ouders kunnen de gegevens vermeld in het eerste lid, 1°, uitgewisseld worden.
17§3. De diensten van de Vlaamse Gemeenschap die bevoegd zijn voor de leerplichtcontrole en de financiële ondersteuning van instellingen zijn de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens, vermeld in paragraaf 1 en 2.
18De bestuursdocumenten worden overeenkomstig artikel III.87, §1/1, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 bewaard als ze persoonsgegevens bevatten.
+9 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 29/3 nieuw
1De huidige of de laatst gekende basisschool of lagere school, vermeld in artikel 3, 6° en 27°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, of de school voor secundair onderwijs deelt de leerlingengegevens die de basisschool, de lagere school of school voor secundair onderwijs bewaard heeft, met de GI-school onder de volgende voorwaarden:
21° de gegevens hebben alleen betrekking op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan, meer bepaald de essentiële gegevens die de studieresultaten en de studievoortgang van de leerling bevorderen, monitoren, evalueren en attesteren;
32° de gegevens worden alleen gedeeld in het belang van de persoon op wie de onderwijsloopbaan betrekking heeft;
43° tenzij de regelgeving de informatiedeling verplicht, worden de gegevens niet gedeeld als de betrokken personen zich daar expliciet tegen verzetten;
54° de huidige of laatst gekende school brengt de GI-school op de hoogte van het bestaan en de inhoud van een IAC-verslag, een OV4-verslag of een GC-verslag;
65° gegevens over de schending van de leefregels en over afzondering en fixatie kunnen nooit worden overgedragen.
7In het belang van de optimale begeleiding van de betrokken leerling en de organisatie van de GI-school kunnen de betrokken personen zich niet verzetten tegen de overdrachten van een IAC-verslag, een OV4-verslag of een GC-verslag als vermeld in het eerste lid, 4°.
8Het schoolbestuur deelt de leerlingengegevens onder de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, mee aan de school voor secundair onderwijs waarin de leerling ingeschreven is of ingeschreven wordt tijdens of na het onderwijstraject in de GI-school.
9De Vlaamse Regering kan de regels bepalen voor de verwerkingsactiviteiten en procedures, waaronder de maatregelen om te zorgen voor een behoorlijke, veilige en transparante verwerking.
+8 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 29/4 nieuw
1De GI-school en een gemeenschapsinstelling en hun personeelsleden, kunnen onder elkaar persoonsgegevens uitwisselen met het oog op de uitvoering van de opdrachten die aan hen toegewezen zijn, geregeld bij dit decreet of geregeld bij het decreet Jeugddelinquentierecht. De uitwisseling van persoonsgegevens kan niet leiden tot de verwerking van bijkomende categorieën van persoonsgegevens.
2Met behoud van de toepassing van de verplichtingen en beperkingen die voortvloeien uit de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens of uit de regelgeving van de sectoren, gaat de gegevensuitwisseling altijd gepaard met een informatieverplichting voor de gemeenschapsinstelling of de GI-school die gegevens doorgeeft.
3In het belang van de leerling kan van de informatieverplichting, vermeld in het tweede lid, worden afgeweken als de informatie door omstandigheden niet onmiddellijk kan worden verleend, op voorwaarde dat:
41° de afwijking genotuleerd wordt;
52° de afwijking gemotiveerd wordt;
63° er in de motivering wordt verwezen naar het belang van de minderjarige, waarbij duidelijk wordt omschreven over welk belang van de minderjarige het gaat;
74° er in de motivering wordt aangetoond dat het mogelijke werd gedaan om aan de informatieverplichting te voldoen.
8Als er tegenstrijdige belangen tussen de betrokkenen zijn, oordeelt de gemeenschapsinstelling of de GI-school, naar gelang het geval, of de gegevensuitwisseling in het belang is van de persoon over wie de gegevens worden uitgewisseld.
+3 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 29/5 nieuw
1De betrokken leerling, de betrokken personen en de vertrouwenspersoon, vermeld in artikel 24 van het decreet van 7 mei 2004 betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp en binnen het kader van het decreet betreffende het jeugddelinquentierecht, hebben recht op inzage in de schoolloopbaangegevens van de school, waaronder de evaluatiegegevens, die de GI-school verzamelt, en hebben recht op toelichting bij die gegevens.
2Als na de toelichting blijkt dat de leerling, de betrokken personen of de vertrouwenspersoon, vermeld in het eerste lid, een kopie willen van de schoolloopbaangegevens van de leerling, hebben ze kopierecht.
3Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming wordt, in de gevallen waarin volledige inzage afbreuk zou doen aan de rechten van derden, inzage in de gegevens verleend in de vorm van een gesprek, een gedeeltelijke inzage of een rapportage.
+2 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 30
1In de GI-school wordt geen politieke propaganda gevoerd en er worden geen politieke activiteiten georganiseerd.
2Onder politieke activiteiten worden alle activiteiten verstaan die worden georganiseerd door politieke partijen of politieke mandatarissen van politieke partijen.
+7 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 31
1Als het schoolbestuur sponsoring of mededelingen in de GI-school toestaat die rechtstreeks of onrechtstreeks ten doel hebben de verkoop van producten of diensten te bevorderen, waakt het schoolbestuur erover dat:
21° door het schoolbestuur verstrekte leermiddelen vrij blijven van die mededelingen;
32° activiteiten vrij blijven van die mededelingen, met uitzondering van mededelingen die er louter op attenderen dat de activiteit of een gedeelte van de activiteit georganiseerd werd door middel van een gift, een schenking of een prestatie om niet, of voor een reële prijs verricht werd door een bij name genoemde natuurlijke persoon, rechtspersoon of feitelijke vereniging;
43° die sponsoring en mededelingen kennelijk niet onverenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school;
54° die sponsoring en mededelingen de objectiviteit, geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van de school niet in het gedrang brengen.
6In het kader van de toepassing van het eerste lid, 3°, zijn sponsoring en bedoelde mededelingen die betrekking hebben op betalende bijlessen, niet verenigbaar met de pedagogische en onderwijskundige taken en doelstellingen van de school.
7In dit artikel wordt verstaan onder bijlessen: lessen die niet door de school georganiseerd worden en die de realisatie van onderwijsinhouden van het structuuronderdeel van de leerling beogen. Therapeutische tussenkomsten worden niet beschouwd als bijles.
+1 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 32
1In de GI-school kan geen direct of indirect inschrijvingsgeld worden gevraagd. De GI-school vraagt ook geen bijdragen aan de betrokken personen.
+11 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 33
1§1. Als de onderwijsinspectie of de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap niet-naleving vaststellen, kan de Vlaamse Regering na aanmaning een sanctie opleggen voor:
21° de niet-naleving van de procedure voor het schorsen en uitsluiten van leerlingen;
32° elke onnauwkeurige verklaring, afgelegd met de bedoeling om de berekening van de omkadering of het werkingsbudget te beïnvloeden;
43° elke inbreuk op de aanwending van de omkadering of het werkingsbudget;
54° elke onnauwkeurige verklaring over de bezoldiging van het personeel;
65° elke inbreuk op de bepalingen over zorgvuldig bestuur.
7§2. De sanctie, vermeld in paragraaf 1, kan bestaan uit:
81° een tijdelijke inhouding op het werkingsbudget;
92° een gedeeltelijke terugbetaling van het werkingsbudget.
10De inhouding of terugvordering kan niet meer bedragen dan tien procent van het werkingsbudget van de GI-school.
11De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels voor de vaststelling van de overtredingen en voor de toepassing van de sancties. Ze waarborgt daarmee de rechten van de verdediging en stelt een beroepsmogelijkheid vast.
+1 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 35
1Het kwaliteitstoezicht op de GI-school verloopt conform de bepalingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs.
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 36 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 37 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 38 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 39 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 40 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 41 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 42 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 43 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 44 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 45 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 46 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 47 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 48 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 49 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 50 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 51 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 52 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 53 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 54 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 55 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 56 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 57 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 58 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 59 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 61 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 62 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 63 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 64 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 65 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 66 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 67 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 68 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 69 opgeheven
+0 −0 decreet-2024-05-17-1039931/art. 70 opgeheven
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd