§ flandrepo
18 regels · van kracht sinds 1 sep 2026

Artikel 20

§1. Het schoolbestuur en de gemeenschapsinstelling bepalen gezamenlijk de leefregels die van toepassing zijn en ontwikkelen een kader dat bepaalt op welke wijze in de GI-school wordt omgegaan met schending van de leefregels, welke maatregelen kunnen worden genomen bij een schending van de leefregels en wie die maatregelen neemt.

De leefregels, vermeld in het eerste lid, houden verband met de werking van de GI-school of het functioneren van de leerling in de GI-school.

§2. Bij het opleggen van een ordemaatregel naar aanleiding van een schending van een leefregel zijn de volgende principes van toepassing:

  1. 1°een ordemaatregel is proportioneel en staat in verhouding tot het gestelde gedrag;
  2. 2°de betrokken personen en de gemeenschapsinstelling worden ingelicht over de ordemaatregel;
  3. 3°een ordemaatregel kan niet raken aan het recht op studiebekrachtiging.

§3. Als tuchtmaatregel wegens het schenden van de leefregels, kan een tijdelijke uitsluiting worden opgelegd, wat inhoudt dat een leerling gedurende meerdere aansluitende lesdagen de lessen of de gelijkgestelde activiteiten niet mag volgen van de directeur of zijn afgevaardigde. Bij het opleggen van een tuchtmaatregel in de vorm van een tijdelijke uitsluiting wordt een procedure gevolgd die de rechten van verdediging waarborgt en waarbij de volgende principes van toepassing zijn:

  1. 1°de betrokken personen worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de intentie om een tuchtmaatregel uit te spreken;
  2. 2°de betrokken personen en de leerling, eventueel bijgestaan door een vertrouwenspersoon, worden gehoord;
  3. 3°er wordt tijdens de procedure met de gemeenschapsinstelling overlegd om tot een gedeelde besluitvorming te komen;
  4. 4°voordat de tuchtmaatregel van kracht wordt, worden de betrokken personen schriftelijk op de hoogte gebracht van elke beslissing;
  5. 5°de tuchtmaatregel is in verhouding tot de ernst van de feiten;
  6. 6°de betrokken personen hebben inzage in het tuchtdossier van de leerling.

Een leerling kan maximaal voor vijftien opeenvolgende lesdagen uitgeslo-ten worden. Een nieuwe tijdelijke uitsluiting kan pas na een nieuw feit. De gegevens en documenten die betrekking hebben op de tuchtprocedure, worden opgenomen in het tuchtdossier.

§4. In afwachting van een eventuele tijdelijke uitsluiting kan een leerling preventief worden geschorst als bewarende maatregel om de leefregels te handhaven en om te kunnen nagaan of een tijdelijke uitsluiting als vermeld in paragraaf 3, nodig is. Bij preventieve schorsing wordt de leerling het recht ontnomen om gedurende een periode van maximaal tien opeenvolgende lesdagen de lesactiviteiten of de gelijkgestelde activiteiten te volgen.

Een preventieve schorsing kan eenmalig met maximaal tien lesdagen worden verlengd als de tuchtprocedure, vermeld in paragraaf 3, door externe factoren niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De schorsing kan onmiddellijk uitwerking hebben en wordt aan de betrokken personen en de gemeenschapsinstelling schriftelijk meegedeeld.

Voor een preventieve schorsing wordt opgelegd of verlengd, wordt er met de gemeenschapsinstelling overlegd om tot een gedeelde besluitvorming te komen.

§5. Als aan een leerling een ordemaatregel als vermeld in paragraaf 2, een tuchtmaatregel als vermeld in paragraaf 3 of een preventieve schorsing als vermeld in paragraaf 4 wordt opgelegd, waardoor die leerling de lesactiviteiten of de gelijkgestelde activiteiten niet kan volgen, maken de gemeenschapsin-stelling en de GI-school afspraken over wie belast wordt met de opvang van de leerling.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd