Artikel 13
§1. Als het schoolbestuur met toepassing van artikel 6, §3, eerste lid, 3°, zelf belast is met de uitreiking van de studiebekrachtiging, kunnen de betrokken personen in beroep gaan tegen eindbeslissingen over de leerlingenevaluatie die ze betwisten. De beroepsprocedure is vastgelegd in het schoolreglement, vermeld in artikel 19, met behoud van de toepassing van de bepalingen van dat artikel.
§2. De betrokken personen stellen het beroep in bij het schoolbestuur door middel van een gedateerd en ondertekend verzoekschrift dat ten minste het voorwerp van beroep met een feitelijke omschrijving en motivering van de ingeroepen bezwaren vermeldt. Bij die omschrijving kunnen overtuigingsstuk-ken gevoegd worden.
§3. Het beroep wordt behandeld door een beroepscommissie en leidt tot:
- 1°ofwel de gemotiveerde afwijzing van het beroep op grond van onontvanke-lijkheid als:
- a)de termijn voor de indiening van het beroep, opgenomen in het afde-lingsreglement, is overschreden;
- b)het beroep niet voldoet aan de vormvereisten, opgenomen in het schoolreglement;
- 2°ofwel de bevestiging van het oorspronkelijke evaluatieresultaat of de vervanging door een ander evaluatieresultaat, nadat de beroepscommissie al dan niet aan de leerling bijkomende proeven of opdrachten heeft opge-legd. Het schoolbestuur aanvaardt de verantwoordelijkheid voor de beslis-sing van de beroepscommissie.
Het resultaat van het beroep wordt schriftelijk aan de betrokken personen meegedeeld, uiterlijk op 15 september of uiterlijk op 15 maart als de opleiding op 31 januari eindigt.
§4. Het schoolbestuur stelt een beroepscommissie samen. De beroepscommis-sie bestaat uit leden van de klassenraad van de leerling en leden die niet tot de klassenraad van de leerling behoren. Minstens de helft van de leden van de beroepscommissie behoren niet tot de klassenraad van de leerling. De samenstelling mag per te behandelen dossier verschillen, maar mag binnen het te behandelen dossier niet wijzigen. De voorzitter wordt door het schoolbestuur aangewezen. De voorzitter van de beroepscommissie mag geen lid van de klassenraad zijn.
Het schoolbestuur bepaalt de werking van de beroepscommissie met inachtneming van volgende bepalingen:
- 1°elk lid van een beroepscommissie is stemgerechtigd. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
- 2°elk lid van een beroepscommissie is aan discretieplicht onderworpen;
- 3°de beroepscommissie hoort de betrokken personen en de leerling in kwestie;
- 4°de beroepscommissie beslist autonoom over de stappen die worden gezet om tot een beslissing te komen;
- 5°de beroepscommissie oordeelt of de genomen beslissing in overeenstem-ming is met de decretale en reglementaire onderwijsbepalingen en met het schoolreglement.