Houdende diverse bepalingen inzake landbouw en omgeving (opschrift gewijzigd door de commissie: ... tot wijziging van het decreet van 22 december 2006 houdende inrichting van een gemeenschappelijke identificatie van landbouwers, exploitaties en landbouwgrond in het kader van het meststoffenbeleid en van het landbouwbeleid en het Mestdecreet van 22 december 2006) #1966
Gemerged Vlaamse Regering voegde 10 artikels samen in decreet-2006-12-22mestdecreet · 22 januari 2024 1 checks vragen aandacht
10 artikels gewijzigd
| 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: | 1 | In dit decreet wordt verstaan onder: |
| 2 | 1° verordening (EU) nr. 1307/2013: verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad; | 2 | 1° verordening (EU) 2021/2115: verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013; |
| 3 | 2° ...; | 3 | 2° ...; |
| 4 | 3° ...; | 4 | 3° ...; |
| 5 | 4° verordening (EU) nr. 1305/2013: verordening (EU) nr. 1305/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad; | ||
| 5 | 4° ...; | ||
| 6 | 5° verordening (EU) nr. 1306/2013: verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad; | 6 | 5° verordening (EU) 2021/2116: verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013; |
| 7 | 6° ...; | 7 | 6° ...; |
| 8 | 7° landbouwer: de landbouwer, vermeld in artikel 4, lid 1, a), van verordening (EU) nr. 1307/2013, die bestaat uit een of meer exploitanten en die zijn bedrijf op autonome wijze beheert, als vermeld in artikel 4, § 3, van dit decreet; | ||
| 8 | 7° landbouwer: de landbouwer, vermeld in artikel 3, 1), van verordening (EU) 2021/2115; | ||
| 9 | 8° exploitant: een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een groepering van natuurlijke personen of rechtspersonen, die een exploitatie exploiteert of voor wiens rekening een exploitatie wordt geëxploiteerd; | 9 | 8° exploitant: een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een groepering van natuurlijke personen of rechtspersonen, die een exploitatie exploiteert of voor wiens rekening een exploitatie wordt geëxploiteerd; |
| 10 | 9° exploitatie: de uitbating van een geheel van activiteiten en bijbehorende infrastructuur door een welbepaalde exploitant en op een welbepaalde locatie, met inbegrip van de door de exploitant in gebruik zijnde landbouwgronden; | 10 | 9° exploitatie: de uitbating van een geheel van activiteiten en bijbehorende infrastructuur door een welbepaalde exploitant en op een welbepaalde locatie, met inbegrip van de door de exploitant in gebruik zijnde landbouwgronden; |
| 11 | 10° activiteiten: de landbouwactiviteiten, vermeld in artikel 4, lid 1, c), van verordening (EU) nr. 1307/2013, inzonderheid het houden van dieren vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006, het gebruiken van landbouwgronden en het telen van planten op andere groeimediums dan landbouwgrond; | 11 | 10° activiteiten: de landbouwactiviteiten, vermeld in artikel 4, lid 2, van verordening (EU) 2021/2115, het houden van dieren als vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006, het gebruiken van landbouwgronden en het telen van planten op andere groeimediums dan landbouwgrond; |
| 12 | 11° locatie: een geografisch afgebakende plaats waar activiteiten plaatsvinden of waar bijbehorende infrastructuur staat; | 12 | 11° locatie: een geografisch afgebakende plaats waar activiteiten plaatsvinden of waar bijbehorende infrastructuur staat; |
| 13 | 12° landbouwgrond: grond behorend tot landbouwareaal als vermeld in artikel 4, lid 1, e), van verordening (EU) nr. 1307/2013; | ||
| 13 | 12° landbouwgrond: de grond die behoort tot landbouwareaal; | ||
| 14 | 12°/1 landbouwareaal: areaal van bouwland, blijvend grasland en blijvende | ||
| 15 | teelten, ook als boslandbouwsystemen zich op dat areaal bevinden; 12°/2 bouwland: | ||
| 16 | a) land dat niet voldoet aan de definitie van blijvende teelten of blijvend grasland en dat voor de teelt van gewassen wordt gebruikt of dat daarvoor beschikbaar is, maar braak ligt; | ||
| 17 | b) land dat is braakgelegd overeenkomstig artikel 31 of 70 van verordening (EU) 2021/2115 of de GLMC-norm 8, vermeld in bijlage III bij verordening (EU) 2021/2115; | ||
| 18 | 12°/3 blijvend grasland: land dat wordt gebruikt voor een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen en dat minimaal vijf jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf is opgenomen; | ||
| 19 | 12°/4 blijvende teelten: de teelten van gewassen die geen blijvend grasland zijn en die niet in de vruchtwisseling zijn opgenomen. Blijvende teelten nemen het land gedurende ten minste vijf jaar in beslag. Blijvende teelten zijn teelten die geregeld een oogst kunnen opleveren, met inbegrip van producten van kwekerijen en hakhout met korte omlooptijd; | ||
| 14 | 13° bedrijf: het bedrijf, vermeld in artikel 4, lid 1, b), van de verordening (EU) nr. 1307/2013 en dat bestaat uit één of meer exploitaties; | 20 | 13° bedrijf: het bedrijf, vermeld in artikel 3, 2), van verordening (EU) 2021/2115, dat bestaat uit een of meer exploitaties; |
| 15 | 14° GBCS: het Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem, vermeld in titel V, hoofdstuk II, van verordening (EU) nr. 1306/2013; | 21 | 14° GBCS: het Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem, vermeld in titel IV, hoofdstuk II, van verordening (EU) 2021/2116; |
| 16 | 14°/1 sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie: de sectorale landbouwwetgeving, vermeld in artikel 2, lid 1, f), van verordening (EU) nr. 1306/2013; | ||
| 22 | 14°/1 sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie: alle toepasselijke handelingen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op basis van artikel 43 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn vastgesteld, en als dat van toepassing is, alle gedelegeerde of uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld op basis van die handelingen; | ||
| 17 | 15° VLM: het publiekrechtelijk vormgegeven verzelfstandigd agentschap Vlaamse Landmaatschappij, vermeld in artikel 2 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij; | 23 | 15° VLM: het publiekrechtelijk vormgegeven verzelfstandigd agentschap Vlaamse Landmaatschappij, vermeld in artikel 2 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij; |
| 18 | 16° afwijking: afwijking van de registratie- en identificatieverplichting, vermeld in hoofdstuk VI, VII en VIII, van het koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen, en van artikel 3, van het koninklijk besluit van 28 februari 1999 houdende bijzondere maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangifteplichtige runderziekten; | 24 | 16° afwijking: afwijking van de registratie- en identificatieverplichting, vermeld in hoofdstuk VI, VII en VIII, van het koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen, en van artikel 3, van het koninklijk besluit van 28 februari 1999 houdende bijzondere maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangifteplichtige runderziekten; |
| 19 | 17° veebeslag: een geheel van dieren gehouden in een geografisch omschreven entiteit, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 10 april 2000 houdende bepalingen betreffende de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding, en die een duidelijk omschreven eenheid vormt op basis van epidemiologische banden, vastgesteld door de officiële dierenarts; | 25 | 17° veebeslag: een geheel van dieren gehouden in een geografisch omschreven entiteit, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 10 april 2000 houdende bepalingen betreffende de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding, en die een duidelijk omschreven eenheid vormt op basis van epidemiologische banden, vastgesteld door de officiële dierenarts; |
| 20 | 18° sanitair verantwoordelijke: de persoon, eigenaar of houder van een dier die er, permanent of tijdelijk, een onmiddellijk beheer of toezicht op uitoefent, tijdens het vervoer of op een verzamelplaats of in het slachthuis inbegrepen. | 26 | 18° sanitair verantwoordelijke: de persoon, eigenaar of houder van een dier die er, permanent of tijdelijk, een onmiddellijk beheer of toezicht op uitoefent, tijdens het vervoer of op een verzamelplaats of in het slachthuis inbegrepen; |
| 27 | 19° productiemiddelen: het toebehoren, bestaande uit roerende en onroerende goederen, dat gebruikt wordt in het productieproces, waaronder stallen, loodsen, gebouwen, melkinstallaties, opslagplaatsen, voeders, mest(stoffen), gewasbeschermingsmiddelen, machines, dieren, arbeid, gronden. | ||
| 28 | De Vlaamse Regering kan de definities, vermeld in punt 12°/2, 12°/3 en 12°/4, aanpassen. |
| 1 | §1. De Vlaamse Regering is bevoegd voor de identificatie en registratie in het GBCS van: | ||
| 2 | 1° de landbouwers in overeenstemming met de identificatie die is voorzien in de Kruispuntbank van Ondernemingen van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie voor de inschrijvingsplichtige subjecten of in overeenstemming met het Rijksregister; | ||
| 3 | 2° de landbouwgronden die de landbouwer per exploitatie in gebruik heeft. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan het gebruik van andere gegevensbronnen dan de gegevensbronnen, vermeld in het eerste lid, 1°, toelaten en bepalen voor specifiek omschreven categorieën van landbouwers en kan bepalen welke andere informatie moet opgenomen worden in het GBCS met het oog op de uitvoering van de sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie en wat beperkt zal zijn tot hetgeen noodzakelijk is voor dat doel. De Vlaamse Regering bepaalt de verwerking conform de regelgeving over de bescherming van persoonsgegevens. | ||
| 5 | Landbouwers die bestaan uit een samenstelling van exploitanten en als een samenstelling van exploitanten geregistreerd zijn en daardoor niet voldoen aan de registratievorm, vermeld in het eerste lid, 1°, worden niet meer als een samenstelling van exploitanten geregistreerd. De identificatie en registratie van de landbouwers gebeurt conform het eerste lid, 1°. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering bepaalt voor de samengestelde exploitanten, vermeld in het derde lid, een overgangsregeling en een overgangstermijn om zich in regel te stellen met de identificatie en registratie, vermeld in het eerste lid, 1°, alsook de gevolgen indien daaraan niet voldaan wordt. | ||
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering is bevoegd voor de identificatie en registratie in het GBCS van de landbouwers, vermeld in artikel 4, en voor de identificatie en registratie van de landbouwgronden die de landbouwer per exploitatie in gebruik heeft. De Vlaamse Regering duidt binnen het beleidsdomein Landbouw en Visserij de bevoegde instantie aan voor die identificatie en registratie in het GBCS van de landbouwers en van de landbouwgronden. | 7 | De Vlaamse Regering wijst binnen het beleidsdomein Landbouw en Visserij de bevoegde entiteit aan voor de identificatie en registratie in het GBCS van de landbouwers en van de landbouwgronden. |
| 2 | §2. Met behoud van de toepassing van artikel 67, lid 2, van verordening 1306/2013 worden in het GBCS alle noodzakelijke gegevens opgenomen over de identificatie van landbouwers, exploitanten, exploitaties en landbouwgronden die vereist zijn voor een correcte uitvoering van het Mestdecreet van 22 december 2006 en van sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie. | 8 | §2. Met behoud van de toepassing van artikel 65, lid 2, van verordening (EU) 2021/2116 worden in het GBCS alle noodzakelijke gegevens opgenomen over de identificatie van landbouwers, exploitanten, exploitaties en landbouwgronden die vereist zijn voor een correcte uitvoering van het Mestdecreet van 22 december 2006 en van sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie. |
| 3 | §3. De Vlaamse Regering bepaalt de noodzakelijke gegevens, vermeld in § 2, en de wijze waarop die gegevens worden aangegeven en beheerd, alsook nadere regels met betrekking tot het vaststellen van het gebruik van landbouwgronden. | 9 | §3. De Vlaamse Regering bepaalt de noodzakelijke gegevens, vermeld in § 2, en de wijze waarop die gegevens worden aangegeven en beheerd, alsook nadere regels met betrekking tot het vaststellen van het gebruik van landbouwgronden. |
| 4 | §4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de identificatie bij het starten, het stopzetten en het overnemen van een exploitatie. | 10 | §4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de identificatie bij het starten, het stopzetten en het overnemen van een bedrijf of exploitatie. |
| 1 | Een eigenaar kan op uitdrukkelijk verzoek, gericht aan de bevoegde entiteit, vermeld in artikel 3, de naam en het adres verkrijgen van de persoon die of het bedrijf dat zijn percelen aangeeft in de verzamelaanvraag, vermeld in artikel 69 van verordening (EU) 2021/2116 en onderdeel van het GBCS als vermeld in artikel 65 van de voormelde verordening. | ||
| 2 | De persoon of het bedrijf waarvan gegevens worden meegedeeld, wordt van die mededeling op de hoogte gebracht. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering kan: | ||
| 4 | 1° de indieningswijze van het verzoek, vermeld in het eerste lid, uitwerken; | ||
| 5 | 2° bepalen op welke wijze het eigenaarschap wordt aangetoond; | ||
| 6 | 3° de procedure voor de beoordeling van het verzoek, vermeld in het eerste lid, verder uitwerken; | ||
| 7 | 4° bepalen op welke wijze de landbouwer van het verzoek, vermeld in het eerste lid, op de hoogte wordt gebracht. |
| 1 | § 1. Eenieder die tot aangifte verplicht is overeenkomstig artikel 23 van het Mestdecreet van 22 december 2006, of eenieder die steun wenst te verkrijgen ter uitvoering van de sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie, wordt op unieke wijze als landbouwer geïdentificeerd in het GBCS. | 1 | § 1. Eenieder die tot aangifte verplicht is overeenkomstig artikel 23 van het Mestdecreet van 22 december 2006, of eenieder die steun wenst te verkrijgen ter uitvoering van de sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie, wordt op unieke wijze als landbouwer geïdentificeerd in het GBCS. |
| 2 | De Vlaamse Regering kan bepalen dat ook andere personen dan degenen, omschreven in het eerste lid, onderworpen worden aan een identificatie- en registratieplicht in het GBCS. | 2 | De Vlaamse Regering kan bepalen dat ook andere personen dan degenen, omschreven in het eerste lid, onderworpen worden aan een identificatie- en registratieplicht in het GBCS. |
| 3 | § 2. Om als landbouwer te worden geïdentificeerd in het GBCS, beheert men, met behoud van de toepassing van artikel 60 van verordening (EU) nr. 1306/2013 zijn bedrijf op autonome wijze zodat elke verwarring op het vlak van beheer, uitvoering van landbouwactiviteiten, productiemiddelen of het gebruik ervan, tussen twee of meer landbouwers uitgesloten is. | 3 | § 2. Om als landbouwer te worden geïdentificeerd in het GBCS, beheert men, met behoud van de toepassing van artikel 62 van verordening (EU) 2021/2116 zijn bedrijf op autonome wijze zodat elke verwarring op het vlak van beheer, uitvoering van landbouwactiviteiten, productiemiddelen of het gebruik ervan, tussen twee of meer landbouwers uitgesloten is. |
| 4 | § 3. Het op autonome wijze beheren van een bedrijf houdt in dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: | 4 | § 3. Het op autonome wijze beheren van een bedrijf houdt in dat aan de volgende voorwaarden is voldaan: |
| 5 | 1° de landbouwer baat noch als natuurlijke persoon noch als rechtspersoon, hetzij afzonderlijk hetzij als lid van een groepering, twee of meer bedrijven uit; | 5 | 1° de landbouwer baat noch als natuurlijke persoon noch als rechtspersoon, hetzij afzonderlijk hetzij als lid van een groepering, twee of meer bedrijven uit; |
| 1 | § 1. Wie niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 4: | 1 | § 1. Wie niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 4: |
| 2 | 1° kan in het GBCS niet geïdentificeerd worden als landbouwer; | ||
| 3 | 2° wordt op het vlak van de identificatie ambtshalve samengevoegd met degenen met wie hij samen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4, voldoet. De samengevoegde groep landbouwers wordt bijgevolg in het GBCS geïdentificeerd als één landbouwer en de bedrijven worden beschouwd als één geheel in het kader van de uitvoering, van dit decreet; | ||
| 2 | 1° wordt op het vlak van de identificatie en registratie niet samengevoegd | ||
| 3 | met andere exploitanten met wie hij in voorkomend geval samen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4, zou voldoen. Identificatie en registratie van een samenstelling van exploitanten zonder conformiteit met de identificatie en de registratie, vermeld in artikel 3, §1, wordt niet doorgevoerd of wordt beëindigd; | ||
| 4 | 3° kan geen betalingen of voordelen toegekend krijgen, behalve in geval van samenvoeging als vermeld in punt 2°. In voorkomend geval worden betalingen teruggevorderd of toegekende voordelen ontnomen die in strijd met het autonome beheer zijn verkregen. | 4 | 2° kan geen betalingen of voordelen toegekend krijgen. In voorkomend geval worden betalingen teruggevorderd of toegekende voordelen ontnomen die in strijd met het autonome beheer zijn verkregen. |
| 5 | Wie kunstmatig de voorwaarden heeft gecreëerd om voordelen te verkrijgen in het kader van het Mestdecreet van 22 december 2006 of van de sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie, kan geen betalingen of voordelen toegekend krijgen waarvoor de voorwaarden kunstmatig zijn gecreëerd. In voorkomend geval worden betalingen teruggevorderd of toegekende voordelen ontnomen. | 5 | Wie kunstmatig de voorwaarden heeft gecreëerd om voordelen te verkrijgen in het kader van het Mestdecreet van 22 december 2006 of van de sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie, kan geen betalingen of voordelen toegekend krijgen waarvoor de voorwaarden kunstmatig zijn gecreëerd. In voorkomend geval worden betalingen teruggevorderd of toegekende voordelen ontnomen. |
| 6 | De Vlaamse Regering kan de gevallen bepalen waarbij het kunstmatig creëren van voorwaarden om voordelen te verkrijgen, wordt vermoed behoudens tegenbewijs, en bepaalt daarbij de wijze waarop het tegenbewijs gegeven wordt. | 6 | De Vlaamse Regering kan de gevallen bepalen waarbij het kunstmatig creëren van voorwaarden om voordelen te verkrijgen, wordt vermoed behoudens tegenbewijs, en bepaalt daarbij de wijze waarop het tegenbewijs gegeven wordt. |
| 7 | § 2. Het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij brengt degenen die ambtshalve samengevoegd worden als vermeld in § 1, van die ambtshalve samenvoeging op de hoogte en deelt tezelfdertijd de datum mee vanaf wanneer de ambtshalve samenvoeging in werking treedt. | ||
| 8 | Wie niet akkoord gaat met de ambtshalve samenvoeging, kan daartegen bezwaar indienen. | ||
| 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels omtrent de mededeling en de bezwaarprocedure. | ||
| 7 | §2. De Vlaamse Regering bepaalt voor de exploitanten die op het vlak van identificatie en registratie zijn samengevoegd om te kunnen voldoen aan de voorwaarden voor het autonome beheer, vermeld in artikel 4, §2 en §3, en de uitvoeringsbesluiten van dat artikel, een overgangsregeling en een overgangstermijn om zich in regel te stellen met de identificatie en registratie, vermeld in artikel 3, §1, eerste lid, 1°, alsook de gevolgen indien daaraan niet voldaan wordt. |
| 1 | Het Departement Landbouw en Visserij is de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), voor alle verwerkingen van persoonsgegevens, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan. | ||
| 2 | De categorie van betrokkenen van wie de persoonsgegevens verwerkt kunnen worden zijn de landbouwers, vermeld in artikel 2, 7°. | ||
| 3 | De volgende persoonsgegevens van de categorie betrokkenen, vermeld in het tweede lid, kunnen worden verwerkt: | ||
| 4 | 1° identificatiegegevens; | ||
| 5 | 2° contactgegevens; | ||
| 6 | 3° beroepsgegevens, in het bijzonder de landbouwgronden die per exploitatie in gebruik zijn. | ||
| 7 | De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, worden verwerkt om te voldoen aan de wettelijke verplichting die op de verwerkingsverantwoordelijke rust, vermeld in artikel 6, lid 1, c), van de voormelde verordening. De wettelijke verplichting bestaat uit de correcte uitvoering van het Mestdecreet van 22 december 2006 en van de sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie. |
| 162 | De Mestbank beoordeelt de ontvangen aanvragen en deelt uiterlijk op 31 maart via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket aan de landbouwer mee of de ingediende aanvraag geldig is. Een aanvraag als vermeld in het derde of vierde lid is ongeldig als aan een of meerdere van de voorwaarden als vermeld in het tweede lid niet voldaan is. De landbouwer kan hiertegen bezwaar indienen uiterlijk op 30 april. Het bezwaar moet per beveiligde zending gericht worden aan het afdelingshoofd van de Mestbank. Het afdelingshoofd van de Mestbank neemt een beslissing binnen 90 dagen vanaf de verzending van de beveiligde zending. De beslissing wordt aan de indiener van het bezwaar ter kennis gebracht via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket. De indiening van een bezwaar schorst de aangevochten beslissing niet. | 162 | De Mestbank beoordeelt de ontvangen aanvragen en deelt uiterlijk op 31 maart via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket aan de landbouwer mee of de ingediende aanvraag geldig is. Een aanvraag als vermeld in het derde of vierde lid is ongeldig als aan een of meerdere van de voorwaarden als vermeld in het tweede lid niet voldaan is. De landbouwer kan hiertegen bezwaar indienen uiterlijk op 30 april. Het bezwaar moet per beveiligde zending gericht worden aan het afdelingshoofd van de Mestbank. Het afdelingshoofd van de Mestbank neemt een beslissing binnen 90 dagen vanaf de verzending van de beveiligde zending. De beslissing wordt aan de indiener van het bezwaar ter kennis gebracht via het door de Mestbank ter beschikking gestelde internetloket. De indiening van een bezwaar schorst de aangevochten beslissing niet. |
| 163 | De Vlaamse Regering kan in gebieden waar bij een tussentijdse evaluatie als vermeld in paragraaf 2, blijkt dat de waterkwaliteit achteruitgaat, de toepassing van deze paragraaf beperken of kan extra voorwaarden aan de toepassing van deze paragraaf verbinden. | 163 | De Vlaamse Regering kan in gebieden waar bij een tussentijdse evaluatie als vermeld in paragraaf 2, blijkt dat de waterkwaliteit achteruitgaat, de toepassing van deze paragraaf beperken of kan extra voorwaarden aan de toepassing van deze paragraaf verbinden. |
| 164 | In het kader van de omvorming van een landbouwer met meerdere exploitanten naar een of meer nieuwe landbouwers met één exploitant, waarbij de exploitant van elke nieuwe landbouwer deel uitmaakt van de landbouwer met meerdere exploitanten, bevindt elke nieuwe landbouwer zich in het jaar X van de omvorming, voor de toepassing van deze paragraaf, in dezelfde rechtstoestand als de rechts- toestand waarin de landbouwer met meerdere exploitanten zich zou bevinden als die niet zou zijn omgevormd. Het bepalen van de betreffende rechtstoestand van de nieuwe landbouwer voor het jaar X+1 en de daaropvolgende jaren gebeurt conform dit artikel. Voor de toepassing van het zevende lid wordt het verschil in oppervlakte berekend tussen de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond van de landbouwer met meerdere exploitanten, uitgedrukt in hectare, in het jaar Y en de tot het bedrijf behorende landbouwgronden van de nieuwe landbouwer, uitgedrukt in hectare, in het jaar X. | ||
| 164 | § 7. Voor de toepassing van de maatregel, vermeld in paragraaf 4, eerste lid, 2°, wordt: | 165 | § 7. Voor de toepassing van de maatregel, vermeld in paragraaf 4, eerste lid, 2°, wordt: |
| 165 | 1° voor elk van de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, de toegelaten bemesting, uitgedrukt in kg werkzame N, die mag opgebracht worden met toepassing van de artikelen 12, 13, 16, 17, 41bis, § 1 tot en met § 8, en 41ter, van dit decreet en de van toepassing zijnde beheerovereenkomsten, bepaald; | 166 | 1° voor elk van de tot het bedrijf behorende percelen landbouwgrond, de toegelaten bemesting, uitgedrukt in kg werkzame N, die mag opgebracht worden met toepassing van de artikelen 12, 13, 16, 17, 41bis, § 1 tot en met § 8, en 41ter, van dit decreet en de van toepassing zijnde beheerovereenkomsten, bepaald; |
| 143 | De Vlaamse Regering kan bepalen dat bij een overdracht, een overname, een opsplitsing of een wijziging van de bedrijfsstructuur van een bedrijf de gevolgen, vermeld in paragraaf 10 en paragraaf 11, aan beide bedrijven of aan één van beide bedrijven opgelegd worden. | 143 | De Vlaamse Regering kan bepalen dat bij een overdracht, een overname, een opsplitsing of een wijziging van de bedrijfsstructuur van een bedrijf de gevolgen, vermeld in paragraaf 10 en paragraaf 11, aan beide bedrijven of aan één van beide bedrijven opgelegd worden. |
| 144 | Voor de toepassing van dit artikel kan de Vlaamse Regering een afwijkende regeling uitwerken voor landbouwers die laattijdig nog bepaalde aanpassingen doorvoeren in de verzamelaanvraag die betrekking heeft op het betreffende kalenderjaar. | 144 | Voor de toepassing van dit artikel kan de Vlaamse Regering een afwijkende regeling uitwerken voor landbouwers die laattijdig nog bepaalde aanpassingen doorvoeren in de verzamelaanvraag die betrekking heeft op het betreffende kalenderjaar. |
| 145 | In het kader van de omvorming van een landbouwer met meerdere exploitanten naar een of meer nieuwe landbouwers met één exploitant, waarbij de exploitant van elke nieuwe landbouwer deel uitmaakt van de landbouwer met meerdere exploitanten, bevindt elke nieuwe landbouwer zich in het jaar X van de omvorming, voor de toepassing van dit artikel, in dezelfde rechtstoestand als de rechtstoestand waarin de landbouwer met meerdere exploitanten zich zou bevinden als die niet zou zijn omgevormd. Het bepalen van de betreffende rechtstoestand van de nieuwe landbouwer voor het jaar X+1 en de daaropvolgende jaren gebeurt conform dit artikel. | ||
| 8 | § 4. De overdracht wordt gemeld aan de Mestbank die akte neemt van deze overdracht en in voorkomend geval van de annulatie van het percentage nutriëntenemissierechten. | 8 | § 4. De overdracht wordt gemeld aan de Mestbank die akte neemt van deze overdracht en in voorkomend geval van de annulatie van het percentage nutriëntenemissierechten. |
| 9 | § 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot dit artikel. | 9 | § 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot dit artikel. |
| 10 | De Vlaamse Regering kan bepalen in welke gevallen een overgang van nutriëntenemissierechten van een landbouwer naar een andere landbouwer niet beschouwd wordt als een overdracht van nutriëntenemissierechten als vermeld in dit artikel. | ||
| 45 | 1° overdracht : de overdracht van het gebruiksrecht op een perceel, met uitzondering van de overdracht van het gebruiksrecht ten gevolge van een seizoenspacht; | 45 | 1° overdracht : de overdracht van het gebruiksrecht op een perceel, met uitzondering van de overdracht van het gebruiksrecht ten gevolge van een seizoenspacht; |
| 46 | 2° deel uitmaken van een landbouwer : het als persoon of als lid van een groepering van personen uitbaten van een exploitatie van de landbouwer. Een rechtspersoon wordt niet beschouwd als een groepering van personen. | 46 | 2° deel uitmaken van een landbouwer : het als persoon of als lid van een groepering van personen uitbaten van een exploitatie van de landbouwer. Een rechtspersoon wordt niet beschouwd als een groepering van personen. |
| 47 | In afwijking van het eerste lid blijft de ontheffing gelden als het gebruiksrecht van het perceel landbouwgrond, in het kader van de omvorming van een landbouwer met meerdere exploitanten naar een of meer nieuwe landbouwers met één exploitant, waarbij de exploitant van elke nieuwe landbouwer deel uitmaakt van de landbouwer met meerdere exploitanten, wordt overgedragen van de landbouwer met meerdere exploitanten naar een van de nieuwe landbouwers met één exploitant. | ||
| 47 | § 5. In plannen conform artikel 48 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu kan in functie van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu, gemoduleerd ontheffing worden verleend van het verbod op bemesting zoals bedoeld in § 1 tot maximum de bemestingsnormen, vermeld in artikel 13. | 48 | § 5. In plannen conform artikel 48 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu kan in functie van het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu, gemoduleerd ontheffing worden verleend van het verbod op bemesting zoals bedoeld in § 1 tot maximum de bemestingsnormen, vermeld in artikel 13. |
| 48 | In deze plannen kunnen de bemestingsnormen ter stimulering van verdergaande stappen inzake het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu mits vergoeding van de inkomstenverliezen, gemoduleerd verstrengd worden. | 49 | In deze plannen kunnen de bemestingsnormen ter stimulering van verdergaande stappen inzake het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu mits vergoeding van de inkomstenverliezen, gemoduleerd verstrengd worden. |