Artikel 2
In dit decreet wordt verstaan onder:
- 1°verordening (EU) 2021/2115: verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013;
- 2°...;
- 3°...;
- 4°...;
- 5°verordening (EU) 2021/2116: verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013;
- 6°...;
- 7°landbouwer: de landbouwer, vermeld in artikel 3, 1), van verordening (EU) 2021/2115;
- 8°exploitant: een natuurlijke persoon, een rechtspersoon of een groepering van natuurlijke personen of rechtspersonen, die een exploitatie exploiteert of voor wiens rekening een exploitatie wordt geëxploiteerd;
- 9°exploitatie: de uitbating van een geheel van activiteiten en bijbehorende infrastructuur door een welbepaalde exploitant en op een welbepaalde locatie, met inbegrip van de door de exploitant in gebruik zijnde landbouwgronden;
- 10°activiteiten: de landbouwactiviteiten, vermeld in artikel 4, lid 2, van verordening (EU) 2021/2115, het houden van dieren als vermeld in artikel 27, §1, van het Mestdecreet van 22 december 2006, het gebruiken van landbouwgronden en het telen van planten op andere groeimediums dan landbouwgrond;
- 11°locatie: een geografisch afgebakende plaats waar activiteiten plaatsvinden of waar bijbehorende infrastructuur staat;
- 12°landbouwgrond: de grond die behoort tot landbouwareaal;
- 12°/1landbouwareaal: areaal van bouwland, blijvend grasland en blijvende
teelten, ook als boslandbouwsystemen zich op dat areaal bevinden; 12°/2 bouwland:
- a)land dat niet voldoet aan de definitie van blijvende teelten of blijvend grasland en dat voor de teelt van gewassen wordt gebruikt of dat daarvoor beschikbaar is, maar braak ligt;
- b)land dat is braakgelegd overeenkomstig artikel 31 of 70 van verordening (EU) 2021/2115 of de GLMC-norm 8, vermeld in bijlage III bij verordening (EU) 2021/2115;
- 12°/3blijvend grasland: land dat wordt gebruikt voor een natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen en dat minimaal vijf jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf is opgenomen;
- 12°/4blijvende teelten: de teelten van gewassen die geen blijvend grasland zijn en die niet in de vruchtwisseling zijn opgenomen. Blijvende teelten nemen het land gedurende ten minste vijf jaar in beslag. Blijvende teelten zijn teelten die geregeld een oogst kunnen opleveren, met inbegrip van producten van kwekerijen en hakhout met korte omlooptijd;
- 13°bedrijf: het bedrijf, vermeld in artikel 3, 2), van verordening (EU) 2021/2115, dat bestaat uit een of meer exploitaties;
- 14°GBCS: het Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem, vermeld in titel IV, hoofdstuk II, van verordening (EU) 2021/2116;
- 14°/1sectorale landbouwwetgeving van de Europese Unie: alle toepasselijke handelingen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op basis van artikel 43 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie zijn vastgesteld, en als dat van toepassing is, alle gedelegeerde of uitvoeringshandelingen die zijn vastgesteld op basis van die handelingen;
- 15°VLM: het publiekrechtelijk vormgegeven verzelfstandigd agentschap Vlaamse Landmaatschappij, vermeld in artikel 2 van het decreet van 21 december 1988 houdende oprichting van de Vlaamse Landmaatschappij;
- 16°afwijking: afwijking van de registratie- en identificatieverplichting, vermeld in hoofdstuk VI, VII en VIII, van het koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen, en van artikel 3, van het koninklijk besluit van 28 februari 1999 houdende bijzondere maatregelen van epidemiologisch toezicht op en preventie van aangifteplichtige runderziekten;
- 17°veebeslag: een geheel van dieren gehouden in een geografisch omschreven entiteit, zoals bepaald in het koninklijk besluit van 10 april 2000 houdende bepalingen betreffende de diergeneeskundige bedrijfsbegeleiding, en die een duidelijk omschreven eenheid vormt op basis van epidemiologische banden, vastgesteld door de officiële dierenarts;
- 18°sanitair verantwoordelijke: de persoon, eigenaar of houder van een dier die er, permanent of tijdelijk, een onmiddellijk beheer of toezicht op uitoefent, tijdens het vervoer of op een verzamelplaats of in het slachthuis inbegrepen;
- 19°productiemiddelen: het toebehoren, bestaande uit roerende en onroerende goederen, dat gebruikt wordt in het productieproces, waaronder stallen, loodsen, gebouwen, melkinstallaties, opslagplaatsen, voeders, mest(stoffen), gewasbeschermingsmiddelen, machines, dieren, arbeid, gronden.
De Vlaamse Regering kan de definities, vermeld in punt 12°/2, 12°/3 en 12°/4, aanpassen.