§ flandrepo

Decreet tot wijziging van de regelgeving over het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Vlaamse Regering #505 Staatsblad 30 december 2025 NUMAC 2025009791
37 artikels gewijzigd
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 3
1916° gehuwden:1916° gehuwden:
20a) gehuwden;20a) gehuwden;
21b) wettelijk samenwonenden overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek;21b) wettelijk samenwonenden overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van degene die wettelijk samenwoont met een ascendent;
22c) twee personen die hun woonplaats hebben op hetzelfde adres en een of meer gemeenschappelijke kinderen hebben;22c) twee personen die hun woonplaats hebben op hetzelfde adres en een of meer gemeenschappelijke kinderen hebben;
23d) twee personen die hun woonplaats hebben op hetzelfde adres, waarbij de ene persoon kinderen van de andere persoon fiscaal ten laste neemt;23d) twee personen die hun woonplaats hebben op hetzelfde adres, waarbij de ene persoon kinderen van de andere persoon fiscaal ten laste neemt;
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 7
20Het agentschap Opgroeien regie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen, vermeld in het eerste en tweede lid.20Het agentschap Opgroeien regie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen, vermeld in het eerste en tweede lid.
21§ 5. De geschillencommissie verwerkt de in de tweede paragraaf vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de behandeling van de beroepen die bij haar worden ingesteld overeenkomstig artikel 104 van dit decreet.21§ 5. De geschillencommissie verwerkt de in de tweede paragraaf vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de behandeling van de beroepen die bij haar worden ingesteld overeenkomstig artikel 104 van dit decreet.
22Kind en Gezin is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens door de geschillencommissie.22Het agentschap Opgroeien regie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens door de geschillencommissie.
23§ 6. De organisatoren kinderopvang verwerken de in de tweede paragraaf, 1° en 5°, vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de toekenning van de kinderopvangtoeslag, vermeld in artikel 51 en 52.23§ 6. De organisatoren kinderopvang verwerken de in de tweede paragraaf, 1° en 5°, vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de toekenning van de kinderopvangtoeslag, vermeld in artikel 51 en 52.
24§ 7. Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming verwerkt de in de tweede paragraaf, 1° en 7°, vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de vaststelling van het recht op toelagen in het kader van het gezinsbeleid, de berekening en de toekenning van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.24§ 7. Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming verwerkt de in de tweede paragraaf, 1° en 7°, vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de vaststelling van het recht op toelagen in het kader van het gezinsbeleid, de berekening en de toekenning van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid.
+5 −5 groeipakketdecreet-van-2018/art. 18
52° 93,86 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis niet meer dan 31.897,53 euro bedragen;52° 93,86 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis niet meer dan 31.897,53 euro bedragen;
63° 73,86 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis tussen 31.897,53 euro en 60.000 euro liggen.63° 73,86 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis tussen 31.897,53 euro en 60.000 euro liggen.
7Als ten gevolge van een gelijkmatig verdeelde huisvesting de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders , wordt het bedrag van de toeslag gehalveerd toegekend in elk rechtgevend gezin.7Als ten gevolge van een gelijkmatig verdeelde huisvesting de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders of de pleegouders, wordt het bedrag van de toeslag gehalveerd toegekend in elk rechtgevend gezin.
8Als de huisvesting van het rechtgevende kind niet gelijk is verdeeld tussen beide ouders wordt het kind voor de toepassing van het tweede lid alleen meegeteld in het gezin waar het kind meer dan de helft van de tijd verblijft.8Als de huisvesting van het rechtgevende kind niet gelijk is verdeeld tussen beide ouders of beide pleegouders wordt het kind voor de toepassing van het tweede lid alleen meegeteld in het gezin waar het kind meer dan de helft van de tijd verblijft.
9Als de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind niet is bepaald of bekrachtigd door de bevoegde rechtbank, wordt ervan uitgegaan dat de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders .9Als de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind niet is bepaald, bekrachtigd of vastgesteld door de bevoegde rechtbank, wordt ervan uitgegaan dat de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders of de pleegouders.
10Voor de huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind wordt uitgegaan van de woonplaats van het kind.10Voor de huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind wordt uitgegaan van de woonplaats van het kind.
11In afwijking van het zesde lid blijft de vastgestelde huisvesting overeenkomstig het vijfde lid die geldt op het moment dat het kind meerderjarig wordt, gelden.11In afwijking van het zesde lid blijft de vastgestelde huisvesting overeenkomstig het vijfde lid die geldt op het moment dat het kind meerderjarig wordt, gelden.
12In afwijking van het zesde en zevende lid kan de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind worden bepaald op grond van een overeenkomst, waarin de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind uitdrukkelijk wordt bepaald, en die is geregistreerd conform artikel 1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.12In afwijking van het zesde en zevende lid kan de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind worden bepaald op grond van een overeenkomst, waarin de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind uitdrukkelijk wordt bepaald, en die is geregistreerd conform artikel 1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, of op grond van een vaststelling door de bevoegde rechtbank.
13Als het rechtgevende kind is geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een pleeggezin, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het pleeggezin volledig meegeteld.13Als het rechtgevende kind is geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een pleeggezin, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het pleeggezin volledig meegeteld.
14Als het rechtgevende kind materiële ondersteuning krijgt als vermeld in artikel 68, § 2/1, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het gezin waar het verbleef voorafgaand aan de plaatsing, volledig meegeteld. In toepassing van artikel 68, § 3, wordt het kind daarentegen niet meegeteld in het gezin waar het verbleef voorafgaand aan de plaatsing.14Als het rechtgevende kind materiële ondersteuning krijgt als vermeld in artikel 68, § 2/1, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het gezin van de begunstigden, volledig meegeteld.
15De Vlaamse Regering bepaalt met welke inkomsten van welke personen rekening wordt gehouden om de gezinsinkomsten, vermeld in het eerste lid, vast te stellen. Ze bepaalt de periode waarin de sociale toeslag wordt toegekend, en ze kan de gezinsgrootte nader bepalen. De Vlaamse Regering stelt ook een alarmbelprocedure vast voor de onmiddellijke aanpassing van het recht op sociale toeslag.15De Vlaamse Regering bepaalt met welke inkomsten van welke personen rekening wordt gehouden om de gezinsinkomsten, vermeld in het eerste lid, vast te stellen. Ze bepaalt de periode waarin de sociale toeslag wordt toegekend, en ze kan de gezinsgrootte nader bepalen. De Vlaamse Regering stelt ook een alarmbelprocedure vast voor de onmiddellijke aanpassing van het recht op sociale toeslag.
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 24
1Een jaarlijkse selectieve participatietoeslag leerling, waarvan het bedrag is bepaald in hoofdstuk 4 van deze titel, wordt toegekend aan de leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet:1Een jaarlijkse selectieve participatietoeslag leerling, waarvan het bedrag is bepaald in hoofdstuk 4 van deze titel, wordt toegekend aan de leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet:
21° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;21° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling;
32° de pedagogische voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2 van deze titel;32° de pedagogische voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2 van deze titel;
43° de financiële voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 3 van deze titel.43° de financiële voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 3 van deze titel.
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 51
1Een kinderopvangtoeslag wordt toegekend aan het kind:1Een kinderopvangtoeslag wordt toegekend aan het kind:
21° dat de Belgische nationaliteit heeft, of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, dat toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;21° dat de Belgische nationaliteit heeft, of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, dat toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling;
32° tot het naar de kleuterschool gaat;32° tot het naar de kleuterschool gaat;
43° dat overeenkomstig het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters wordt opgevangen op een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde opvangplaats, waarbij de organisator niet werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters.43° dat overeenkomstig het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters wordt opgevangen op een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde opvangplaats, waarbij de organisator niet werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters.
+5 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 53
1Een kleutertoeslag wordt toegekend aan de leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet:
21° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling;
32° de leerling is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon kleuteronderwijs, als de leerling gerechtigd is dat onderwijs te volgen overeenkomstig het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997.
4De Vlaamse Regering kan algemene vrijstellingen van het eerste lid, 1°, bepalen.
5De Vlaamse Regering bepaalt de verdere voorwaarden waaronder de kleutertoeslagen worden toegekend, inclusief het uitbetalingstijdstip, en bepaalt de nadere regels met betrekking tot deze toeslagen.
+1 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 55
1§ 1. Een kleutertoeslag van 130 euro wordt toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór het jaar waarin de toeslag verschuldigd is, op voorwaarde dat de inschrijving, vermeld in artikel 54, behouden blijft voor de leerling, en op voorwaarde dat het bewijs van voldoende aanwezigheid in een betrokken schooljaar geleverd wordt, zoals nader bepaald in artikel 27, § 2, 1°, 2°, en § 3, § 4, § 5 en § 6.1§ 1. Een kleutertoeslag van 130 euro wordt toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór het jaar waarin de toeslag verschuldigd is, op voorwaarde dat de inschrijving, vermeld in artikel 54, behouden blijft voor de leerling, en op voorwaarde dat het bewijs van voldoende aanwezigheid in een betrokken schooljaar geleverd wordt, zoals nader bepaald in artikel 27, § 2, 1°, 2°, en § 3, § 4, § 5 en § 6.
2De inschrijving, vermeld in het eerste lid, wordt gecontroleerd op de dag dat de leerling vier jaar wordt. Als de leerling op dat moment niet ingeschreven is in het kleuteronderwijs, wordt de leerling geacht aan de voorwaarden te voldoen als de leerling uiterlijk 21 kalenderdagen na de uitschrijving die op dat ogenblik geldt, opnieuw ingeschreven is in het kleuteronderwijs.
2§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december 2018, een kleutertoeslag van 130 euro toegekend, op voorwaarde dat hij in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor kleuteronderwijs is ingeschreven.3§ 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december 2018, een kleutertoeslag van 130 euro toegekend, op voorwaarde dat hij in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor kleuteronderwijs is ingeschreven.
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 56/1
1Een kind geeft recht op een ondersteuningstoeslag als het aan al de volgende voorwaarden voldoet:1Een kind geeft recht op een ondersteuningstoeslag als het aan al de volgende voorwaarden voldoet:
21° het kind heeft de Belgische nationaliteit of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen conform de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;21° het kind heeft de Belgische nationaliteit of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen conform de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling;
32° het kind heeft zijn woonplaats in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;32° het kind heeft zijn woonplaats in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
43° het kind heeft een zorgbehoefte die voortvloeit uit een aandoening die gevolgen heeft voor hemzelf op het vlak van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of op het vlak van activiteit en participatie, of die gevolgen heeft voor zijn familiale omgeving.43° het kind heeft een zorgbehoefte die voortvloeit uit een aandoening die gevolgen heeft voor hemzelf op het vlak van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of op het vlak van activiteit en participatie, of die gevolgen heeft voor zijn familiale omgeving.
+1 −0 groeipakketdecreet-van-2018/art. 61/1 nieuw
1In afwijking van dit hoofdstuk kan de bevoegde rechtbank begunstigden aanwijzen. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de aanwijzing van de begunstigden van een derde van de gezinsbijslagen, vermeld in artikel 68, §2/1, eerste lid.
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 67
1Als een pleegzorger als begunstigde is aanwezen als vermeld in artikel 59, § 2, maar die pleegzorg geen perspectiefbiedende pleegzorg betreft als vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van de pleegzorg, wordt de pleegzorgtoeslag uitbetaald aan de persoon die voorafgaandelijk aan de plaatsing van het rechtgevende kind in de pleegzorg de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, ontving.1Als een pleegzorger als begunstigde is aanwezen als vermeld in artikel 59, § 2, maar die pleegzorg geen perspectiefbiedende pleegzorg betreft als vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van de pleegzorg, wordt de pleegzorgtoeslag uitbetaald aan de persoon die voorafgaandelijk aan de plaatsing van het rechtgevende kind in de pleegzorg de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, ontving.
2Een afwijking van het voorgaande lid is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank een uitspraak heeft gedaan over de bestemming van de pleegzorgtoeslag aan een andere persoon dan deze aangeduid in het eerste lid, in het belang van het kind. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor.2Een afwijking van het voorgaande lid is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank een uitspraak heeft gedaan of de plaatsende overheid een andersluidende beslissing heeft genomen over de bestemming van de pleegzorgtoeslag aan een andere persoon dan deze aangeduid in het eerste lid, in het belang van het kind. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor.
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 76
1De toelagen in het kader van het gezinsbeleid worden uitbetaald op een bankrekening.1De toelagen in het kader van het gezinsbeleid worden uitbetaald op een bankrekening.
2Als een betaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid om technische of sociale redenen niet mogelijk is per overschrijving bepaalt de Vlaamse Regering met welk betaalmiddel de toelagen worden uitbetaald en volgens welke regelst.2De Vlaamse Regering kan bepalen onder welke voorwaarden de toelagen in het kader van het gezinsbeleid uitbetaald kunnen worden aan een andere rechtspersoon in naam en voor rekening van de begunstigden.
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 101
1De onverschuldigd betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid brengen van rechtswege interest op vanaf de betaling als de onverschuldigde betaling het gevolg is van bedrog of bedrieglijke handelingen van een begunstigde. Een kapitalisatie van interesten is nooit mogelijk, ook niet in de situatie, vermeld in artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek.1De onverschuldigd betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid brengen van rechtswege interest op vanaf de betaling als de onverschuldigde betaling het gevolg is van bedrog of bedrieglijke handelingen van een begunstigde. Een kapitalisatie van interesten is nooit mogelijk, ook niet in de situatie, vermeld in artikel 5.207 van het Burgerlijk Wetboek.
+2 −2 groeipakketdecreet-van-2018/art. 137
1De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 1:1De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 1:
21° wetens en willens een regularisatiemaatregel die, in voorkomend geval, is bevestigd bij gerechtelijke uitspraak, niet uitvoeren;21° een regularisatiemaatregel die, in voorkomend geval, is bevestigd bij gerechtelijke uitspraak, niet uitvoeren;
32° wetens en willens nalaten om te verklaren dat hij niet langer recht heeft op de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, zelfs als dat maar gedeeltelijk is, om ten onrechte de toelage in het kader van het gezinsbeleid te behouden.32° nalaten te verklaren dat die geen of niet langer recht heeft op de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, geheel of gedeeltelijk, of daarvoor de inlichtingen te verstrekken.
+3 −3 groeipakketdecreet-van-2018/art. 138
1§ 1. De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 2:1§ 1. De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 2:
21° onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden;21° wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden;
32° nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden;32° wetens en willens nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden;
43° ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid waarop hij geen of maar gedeeltelijk recht heeft, verkrijgen of behouden door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen of door na te laten of te weigeren om de noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken.43° ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid waarop hij geen of maar gedeeltelijk recht heeft, verkrijgen of behouden door wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen of door na te laten of te weigeren om de noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken.
5§ 2. De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 2 als ze zijn begaan om ten onrechte toelagen gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden:5§ 2. De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 2 als ze zijn begaan om ten onrechte toelagen gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden:
61° valsheid in geschrifte plegen, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten in een akte;61° valsheid in geschrifte plegen, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten in een akte;
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 189
1De persoon die met opzet een van de volgende handelingen stelt, is strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met een geldboete van 100 euro tot 40.000 euro, of met een van die straffen:1De persoon die wetens en willens een van de volgende handelingen stelt, is strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met een geldboete van 100 euro tot 40.000 euro, of met een van die straffen:
21° onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden;21° onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden;
32° nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden;32° nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden;
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 212
32° 48,88 euro voor een rechtgevend kind van minstens twaalf jaar;32° 48,88 euro voor een rechtgevend kind van minstens twaalf jaar;
43° 62,15 euro voor een rechtgevend kind van minstens achttien jaar.43° 62,15 euro voor een rechtgevend kind van minstens achttien jaar.
5§ 2. In afwijking van paragraaf 1 geeft een oudste rechtgevend kind, waarvoor een bijslagtrekkende of begunstigden, aan wie kinderbijslag wordt betaald voor een rechtgevend kind dat recht geeft op kinderbijslag van 92,09 euro, de gezinsbijslagen ontvangen, recht op de maandelijkse leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 44, § 1, van de Algemene kinderbijslagwet, namelijk:5§ 2. In afwijking van paragraaf 1 geeft een oudste rechtgevend kind, waarvoor een bijslagtrekkende of begunstigden, aan wie kinderbijslag wordt toegekend voor een rechtgevend kind dat recht geeft op kinderbijslag van 92,09 euro, de gezinsbijslagen ontvangen, recht op de maandelijkse leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 44, § 1, van de Algemene kinderbijslagwet, namelijk:
61° 16,04 euro voor een rechtgevend kind van minstens zes jaar;61° 16,04 euro voor een rechtgevend kind van minstens zes jaar;
72° 24,43 euro voor een rechtgevend kind van minstens twaalf jaar;72° 24,43 euro voor een rechtgevend kind van minstens twaalf jaar;
+2 −2 decreet-2013-07-12/art. 45/1
117° laagdrempelige vorming aanbieden vanuit het cliëntperspectief en dat perspectief inbrengen in het brede maatschappelijke veld, in overleg- en adviesorganen, en in onderzoeksopdrachten van de Vlaamse overheid met betrekking tot jeugdhulpverlening;117° laagdrempelige vorming aanbieden vanuit het cliëntperspectief en dat perspectief inbrengen in het brede maatschappelijke veld, in overleg- en adviesorganen, en in onderzoeksopdrachten van de Vlaamse overheid met betrekking tot jeugdhulpverlening;
128° mee het initiatief nemen tot de ontwikkeling van een onafhankelijk cliënten-forum en eraan meewerken.128° mee het initiatief nemen tot de ontwikkeling van een onafhankelijk cliënten-forum en eraan meewerken.
13Een vereniging kan alleen als cliëntenorganisatie erkend worden en blijven als minstens een derde van de personen die in de bestuursorganen van de vereniging zitting hebben, ervaring hebben als cliënt in de jeugdhulp, en als de vereniging bovendien steunt op een directe betrokkenheid bij de werking van de vereniging van de categorieën van personen, vermeld in het tweede lid, 1°, a), en/of 1°, b).13Een vereniging kan alleen als cliëntenorganisatie erkend worden en blijven als minstens een derde van de personen die in de algemene vergadering van de vereniging zitting hebben, ervaring hebben als cliënt in de jeugdhulp, en als de vereniging bovendien steunt op een directe betrokkenheid bij de werking van de vereniging van de categorieën van personen, vermeld in het tweede lid, 1°, a), en/of 1°, b).
14De Vlaamse Regering kan aanvullende erkenningsvoorwaarden bepalen.14De Vlaamse Regering kan aanvullende erkenningsvoorwaarden bepalen.
15§ 2. De Vlaamse Regering kan een of meer erkende cliëntenorganisaties subsidiëren op basis van de subsidievoorwaarden die ze heeft vastgesteld.15§ 2. De Vlaamse Regering kan een of meer erkende cliëntenorganisaties subsidiëren op basis van de subsidievoorwaarden die ze heeft vastgesteld.
16De subsidie wordt jaarlijks toegekend op basis van een beleidsplan van drie jaar van de cliëntenorganisatie.16De subsidie wordt jaarlijks toegekend op basis van een beleidsplan van vijf jaar van de cliëntenorganisatie.
+1 −0 decreet-2013-07-12/art. 45/2
53° cliëntenorganisaties en cliëntenvertegenwoordigers te ondersteunen in hun bijdrage aan een participatieve jeugdhulpverlening.53° cliëntenorganisaties en cliëntenvertegenwoordigers te ondersteunen in hun bijdrage aan een participatieve jeugdhulpverlening.
6De Vlaamse Regering kan aanvullende opdrachten aan het cliëntenforum toekennen.6De Vlaamse Regering kan aanvullende opdrachten aan het cliëntenforum toekennen.
7De subsidie wordt jaarlijks toegekend op basis van een beleidsplan van het cliëntenforum van vijf jaar.
7De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan het cliëntenforum moet voldoen om voor subsidiëring in aanmerking te komen.8De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaraan het cliëntenforum moet voldoen om voor subsidiëring in aanmerking te komen.
+1 −1 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 2
1614° thuiszorgvoorziening: een woonzorgvoorziening die thuiszorg aanbiedt, zijnde een dienst voor gezinszorg, een dienst voor oppashulp, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor gastopvang, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf of een centrum voor herstelverblijf;1614° thuiszorgvoorziening: een woonzorgvoorziening die thuiszorg aanbiedt, zijnde een dienst voor gezinszorg, een dienst voor oppashulp, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor gastopvang, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf of een centrum voor herstelverblijf;
1715° vereniging: een vereniging voor mantelzorgers en gebruikers;1715° vereniging: een vereniging voor mantelzorgers en gebruikers;
1816° verenigingswerker: de natuurlijke persoon die activiteiten uitvoert als vermeld in artikel 3 van de wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie;
1816° ...;
1917° vrijwilliger: de natuurlijke persoon die zijn activiteiten uitvoert, op vrijwillige basis onbezoldigd en in een georganiseerd verband;1917° vrijwilliger: de natuurlijke persoon die zijn activiteiten uitvoert, op vrijwillige basis onbezoldigd en in een georganiseerd verband;
2018° woonzorg: alle activiteiten in dit decreet die de woonzorgvoorzieningen of verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers aanbieden;2018° woonzorg: alle activiteiten in dit decreet die de woonzorgvoorzieningen of verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers aanbieden;
+0 −16 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 6 opgeheven
1§ 1. De initiatiefnemers die een voorafgaande vergunning of erkenning aanvragen voor een in dit decreet bedoelde woonzorgvoorziening of vereniging worden onderverdeeld in de volgende categorieën:
21° categorie I bestaat uit volgende initiatiefnemers:
3a) vennootschappen naar Belgisch of buitenlands recht, vzw's, stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel, met een jaargemiddelde van minstens 100 werknemers, bepaald overeenkomstig artikel 15, § 5, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen;
4b) vennootschappen die behoren tot een consortium of een met andere rechtspersonen gemengd consortium;
5c) vennootschappen die een verbonden of een geassocieerde vennootschap zijn als vermeld in artikel 11 en 12 van het Wetboek van Vennootschappen;
6d) vzw's, stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel, die tot een consortium behoren;
7e) vzw's of stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel, waarover een controlebevoegdheid wordt uitgeoefend of die zelf een controlebevoegdheid uitoefenen;
82° categorie II bestaat uit alle initiatiefnemers die niet tot categorie I behoren.
9In deze paragraaf wordt verstaan onder:
101° consortium:
11a) als het enkel vennootschappen naar Belgisch of buitenlands recht betreft: een consortium als vermeld in artikel 10 van het Wetboek van Vennootschappen;
12b) als het enkel vzw's, stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel betreft: vzw's, stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel die onder centrale leiding staan. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen dat al dan niet onweerlegbaar vermoed wordt;
132° gemengd consortium: vzw's, stichtingen of vennootschappen of varianten naar buitenlands recht die onder centrale leiding staan. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen dat al dan niet onweerlegbaar vermoed wordt;
143° controlebevoegdheid: de bevoegdheid in rechte of in feite om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van bestuurders of op de oriëntatie
15van het beleid. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen deze bevoegdheid in rechte of in feite al dan niet op onweerlegbare wijze vermoed wordt.
16§ 2. De Vlaamse Regering kan de onderverdeling van woonzorgvoorzieningen en verenigingen in categorieën uit de eerste paragraaf concretiseren, wijzigen of aanvullen na een geformaliseerd overleg met het permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie zoals bepaald in artikel 7, § 3.
+4 −15 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 7
1§ 1. Iedere initiatiefnemer:1§ 1. Iedere initiatiefnemer:
21° maakt bij aanvraag van een voorafgaande vergunning of, indien geen voorafgaande vergunning moet worden aangevraagd, bij de aanvraag van een eerste erkenning voor de woonzorgvoorziening of vereniging, een administratief basisdossier over;
21° ...;
32° legt bij de aanvraag van een erkenning die de eerste keer wordt ingediend een financieel plan voor over minstens drie jaar;32° legt bij de aanvraag van een erkenning die de eerste keer wordt ingediend een financieel plan voor over minstens drie jaar. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de verdere uitwerking en concretisering van het financiële plan;;
43° houdt een boekhouding en maakt een jaarrekening op conform de toepasbare wettelijke bepalingen. De Vlaamse Regering kan het houden van een boekhouding en opmaken van een jaarrekening conform het Wetboek van Economisch Recht of de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen opleggen aan woonzorgvoorzieningen of verenigingen die daartoe niet verplicht zijn. De Vlaamse Regering kan bijkomende specifieke rapporteringsverplichtingen opleggen;43° houdt een boekhouding en maakt een jaarrekening op conform de toepasbare wettelijke bepalingen. De Vlaamse Regering kan het houden van een boekhouding en opmaken van een jaarrekening conform het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de Europese politieke partijen en stichtingen opleggen aan woonzorgvoorzieningen of verenigingen die daartoe niet verplicht zijn. De Vlaamse Regering kan bijkomende specifieke rapporteringsverplichtingen opleggen;
54° meldt belangrijke strategische beslissingen die een impact hebben op de structuur, de werking en het bestuur van de initiatiefnemer, de woonzorgvoorziening of vereniging.54° meldt belangrijke strategische beslissingen die een impact hebben op de structuur, de werking en het bestuur van de initiatiefnemer, de woonzorgvoorziening of vereniging.
6Daarbij wordt uitgelegd op welke wijze erover gewaakt is dat de continuïteit van de zorg en ondersteuning verzekerd is. De Vlaamse Regering kan de procedure voor die aanmelding bepalen. Onder strategische beslissingen wordt limitatief verstaan:6Daarbij wordt uitgelegd op welke wijze erover gewaakt is dat de continuïteit van de zorg en ondersteuning verzekerd is. De Vlaamse Regering kan de procedure voor die aanmelding bepalen. Onder strategische beslissingen wordt limitatief verstaan:
135° stelt een code voor goed bestuur op, keurt die goed en leeft die na;135° stelt een code voor goed bestuur op, keurt die goed en leeft die na;
146° leeft bestaande verplichtingen en regelgeving na.146° leeft bestaande verplichtingen en regelgeving na.
15In afwijking van het eerste lid, 1°, wordt het administratieve basisdossier op zijn vroegst bezorgd tegen een datum die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan per soort van woonzorgvoorziening en voor de verenigingen een aparte datum bepalen.
16Het administratief basisdossier, vermeld in het eerste lid, 1°, bevat volgende elementen:
171° de voorgenomen activiteiten;
182° de organisatiestructuur;
193° de feitelijke leiding;
204° de verwantschappen en nauwe banden met andere personen;
215° een code voor goed bestuur voor de initiatiefnemer.
22Het administratief basisdossier, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt actueel gehouden en is steeds raadpleegbaar door de Vlaamse Regering op aanvraag. Het administratief basisdossier is openbaar raadpleegbaar op de website van de woonzorgvoorziening of vereniging, wat betreft de onderdelen 1°, 2° en 3°. Daarnaast wordt op de website van de initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging een gebruikersvriendelijke samenvatting weergegeven van de code voor goed bestuur.
23De code voor goed bestuur, vermeld in het eerste lid, 5°, is afgestemd op de aard, grootte en eigenheid van de initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging en bevat minstens volgende elementen:15De code voor goed bestuur, vermeld in het eerste lid, 5°, is afgestemd op de aard, grootte en eigenheid van de initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging en bevat minstens volgende elementen:
241° missie en visie;161° missie en visie;
263° maatregelen rond transparantie van de structuur, de kwaliteit en het prijsbeleid;183° maatregelen rond transparantie van de structuur, de kwaliteit en het prijsbeleid;
274° het betrekken van stakeholders.194° het betrekken van stakeholders.
28§ 2. Iedere initiatiefnemer die behoort tot de categorie I, vermeld in artikel 6, § 1, 1°, moet naast de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1:
291° een of meer commissarissen belasten met de controle van de financiële toestand, de controle van de jaarrekening en de regelmatigheid in het licht van de wet en van de statuten en de controle van de verrichtingen die in de jaarrekening moeten worden vastgesteld;
302° een solide en passende regeling voor de bedrijfsorganisatie maken en die weergeven in de code voor goed bestuur, onderdeel van het administratief basisdossier weerbaarheid vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° ;
313° de nodige maatregelen treffen voor risicobeheer op het vlak van compliance, risicobeheer en interne controle.
20§ 2. ...
32§ 3. Er wordt een permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie opgericht dat zorgt voor een overleg over de in dit artikel beschreven verplichtingen inzake bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie en de concrete toepassing ervan. Het Agentschap bevoegd voor de erkenningen en financiering van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen in dit decreet, de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, en de representatieve vertegenwoordigers van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen maken deel uit van dit permanent overlegorgaan. De Vlaamse Regering regelt de samenstelling en de werking van dit permanent overlegorgaan.21§ 3. Er wordt een permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie opgericht dat zorgt voor een overleg over de in dit artikel beschreven verplichtingen inzake bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie en de concrete toepassing ervan. Het Agentschap bevoegd voor de erkenningen en financiering van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen in dit decreet, de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, en de representatieve vertegenwoordigers van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen maken deel uit van dit permanent overlegorgaan. De Vlaamse Regering regelt de samenstelling en de werking van dit permanent overlegorgaan.
+2 −2 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 8
1De bepalingen in artikel 6 en 7 gelden onder voorbehoud van andere wettelijke en reglementaire verplichtingen, opgelegd aan de betrokken initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging, die met dezelfde finaliteit en draagwijdte de bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie waarborgen.1De bepalingen in artikel 7 gelden onder voorbehoud van andere wettelijke en reglementaire verplichtingen, opgelegd aan de betrokken initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging, die met dezelfde finaliteit en draagwijdte de bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie waarborgen.
2De Vlaamse Regering kan de modaliteiten van artikel 6 en 7 verder uitwerken. Bij de uitwerking van de modaliteiten van artikel 6 en 7 maakt de Vlaamse Regering maximaal gebruik van reeds beschikbare gegevens en rapportageverplichtingen die rusten op de betrokken woonzorgvoorzieningen en verenigingen.2De Vlaamse Regering kan de modaliteiten van artikel 7 verder uitwerken. Bij de uitwerking van de modaliteiten van artikel 7 maakt de Vlaamse Regering maximaal gebruik van reeds beschikbare gegevens en rapportageverplichtingen die rusten op de betrokken woonzorgvoorzieningen en verenigingen.
+2 −2 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 12
21° persoonsverzorging;21° persoonsverzorging;
32° huishoudelijke hulp;32° huishoudelijke hulp;
43° schoonmaakhulp, al dan niet op basis van een samenwerkingsverband met een andere dienst voor gezinszorg of een lokale diensteneconomieonderneming als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;43° schoonmaakhulp, al dan niet op basis van een samenwerkingsverband met een andere dienst voor gezinszorg of een werkgever die werknemers met een arbeidsbeperking als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling, tewerkstelt;
54° algemene psychosociale en (ped)agogische ondersteuning, samenhangend met de geboden gezinszorg, vermeld in punten 1° tot en met 3° ;54° algemene psychosociale en (ped)agogische ondersteuning, samenhangend met de geboden gezinszorg, vermeld in punten 1° tot en met 3° ;
65° in functie van de geboden gezinszorg, vermeld in punten 1° tot en met 4° : de ondersteuning en versterking van gebruikers en hun informele zorg- en ondersteuningsnetwerk bij het opnemen van de eigen zorgregie, het op aangeven van en in samenspraak met de gebruiker bepalen en opvolgen van zorg-, ondersteunings- en ontwikkelingsdoelen in het zorg- en ondersteuningsplan, en op verzoek van de gebruiker het coördineren van de integrale en geïntegreerde zorg en ondersteuning.65° in functie van de geboden gezinszorg, vermeld in punten 1° tot en met 4° : de ondersteuning en versterking van gebruikers en hun informele zorg- en ondersteuningsnetwerk bij het opnemen van de eigen zorgregie, het op aangeven van en in samenspraak met de gebruiker bepalen en opvolgen van zorg-, ondersteunings- en ontwikkelingsdoelen in het zorg- en ondersteuningsplan, en op verzoek van de gebruiker het coördineren van de integrale en geïntegreerde zorg en ondersteuning.
7In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder schoonmaakhulp: het aanbieden van activiteiten die tot doel hebben de woning van de gebruiker te reinigen en er de hygiëne te bevorderen.7In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder schoonmaakhulp: het aanbieden van activiteiten die tot doel hebben de woning van de gebruiker te reinigen en er de hygiëne te bevorderen.
8Met behoud van de toepassing van het eerste lid kan een dienst voor gezinszorg:8Met behoud van de toepassing van het eerste lid kan een dienst voor gezinszorg:
91° karweihulp en oppashulp aanbieden, al dan niet op basis van een samenwerkingsverband met andere thuiszorgvoorzieningen of een lokale diensteneconomieonderneming als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie;91° karweihulp en oppashulp aanbieden, al dan niet op basis van een samenwerkingsverband met andere thuiszorgvoorzieningen of een werkgever die werknemers met een arbeidsbeperking als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling, tewerkstelt;
102° het zelfzorgvermogen van de gebruiker evalueren en objectiveren krachtens artikel 82 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming in functie van de toekenning van zorgbudgetten.102° het zelfzorgvermogen van de gebruiker evalueren en objectiveren krachtens artikel 82 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming in functie van de toekenning van zorgbudgetten.
11In het derde lid, 1°, wordt verstaan onder karweihulp: kleinere technische handelingen die toelaten dat de nodige zorg en ondersteuning kan verleend worden binnen een aangepaste en veilige woonomgeving, gericht op het verbeteren van het welzijn van de gebruiker en passend in de realisatie van de beoogde zorg- en ondersteuningsdoelen.11In het derde lid, 1°, wordt verstaan onder karweihulp: kleinere technische handelingen die toelaten dat de nodige zorg en ondersteuning kan verleend worden binnen een aangepaste en veilige woonomgeving, gericht op het verbeteren van het welzijn van de gebruiker en passend in de realisatie van de beoogde zorg- en ondersteuningsdoelen.
+1 −1 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 15
1Een dienst voor oppashulp is een woonzorgvoorziening die als doelstelling heeft gebruikers met een zorg- en ondersteuningsnood en hun mantelzorgers te ondersteunen door aan huis of buitenshuis oppashulp met vrijwilligers en verenigingswerkers te bieden.1Een dienst voor oppashulp is een woonzorgvoorziening die als doelstelling heeft gebruikers met een zorg- en ondersteuningsnood en hun mantelzorgers te ondersteunen door aan huis of buitenshuis oppashulp met vrijwilligers te bieden.
+1 −1 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 16
1De dienst voor oppashulp heeft de volgende opdrachten:1De dienst voor oppashulp heeft de volgende opdrachten:
21° de vraag naar en het aanbod van oppashulp coördineren;21° de vraag naar en het aanbod van oppashulp coördineren;
32° de werking van vrijwilligers en verenigingswerkers in functie van de oppas coördineren.32° de werking van vrijwilligers in functie van de oppas coördineren.
4De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere opdrachten een dienst voor oppashulp verricht om zijn doelstelling te realiseren, naast de opdrachten, vermeld in het eerste lid.4De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere opdrachten een dienst voor oppashulp verricht om zijn doelstelling te realiseren, naast de opdrachten, vermeld in het eerste lid.
+1 −1 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 20
17d) artikel 17 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap begeleiding verlenen bij het opstellen, indienen en aanpassen van een ondersteuningsplan;17d) artikel 17 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap begeleiding verlenen bij het opstellen, indienen en aanpassen van een ondersteuningsplan;
184° optreden als belangenbehartiger in individuele situaties, deze situaties opvolgen, samenbrengen en belemmerende factoren en signalen vertalen naar beleidsaanbevelingen die overgemaakt worden aan de bevoegde instanties en overheden.184° optreden als belangenbehartiger in individuele situaties, deze situaties opvolgen, samenbrengen en belemmerende factoren en signalen vertalen naar beleidsaanbevelingen die overgemaakt worden aan de bevoegde instanties en overheden.
19Met behoud van de toepassing van het eerste lid, kan een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds krachtens de artikelen 13, 14 en 35 van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten werkzorgbegeleiding uitvoeren en de rol van casemanager zorg opnemen.19Met behoud van de toepassing van het eerste lid, kan een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds krachtens artikel 12 en 28 van het decreet van 8 juli 2022 over de werk- en zorgtrajecten werkzorgbegeleiding uitvoeren en de rol van casemanager zorg opnemen.
20In het eerste lid, 1°, e), wordt verstaan onder proactieve acties: de acties waarbij de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds zelf het initiatief neemt om ervoor te zorgen dat elke burger die er aanspraak op kan maken rechten en zorg en ondersteuning ontvangt.20In het eerste lid, 1°, e), wordt verstaan onder proactieve acties: de acties waarbij de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds zelf het initiatief neemt om ervoor te zorgen dat elke burger die er aanspraak op kan maken rechten en zorg en ondersteuning ontvangt.
21§ 2. De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere opdrachten een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds verricht om zijn doelstelling te realiseren, naast de opdrachten, vermeld in paragraaf 1.21§ 2. De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere opdrachten een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds verricht om zijn doelstelling te realiseren, naast de opdrachten, vermeld in paragraaf 1.
+0 −1 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 38
108° de initiatiefnemer of zijn vertegenwoordiger, die geen strafrechtelijke veroordeling mag hebben opgelopen voor feiten die verband houden met het aanbieden of organiseren van woonzorg;108° de initiatiefnemer of zijn vertegenwoordiger, die geen strafrechtelijke veroordeling mag hebben opgelopen voor feiten die verband houden met het aanbieden of organiseren van woonzorg;
119° de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, met behoud van de toepassing van de federale basisnormen voor de brandveiligheid van gebouwen.119° de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, met behoud van de toepassing van de federale basisnormen voor de brandveiligheid van gebouwen.
12De aanvullende erkenningsvoorwaarden voor de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 2°, en voor de bestuurders, vermeld in het tweede lid, 3°, houden minstens in dat die personeelsleden en bestuurders een uittreksel uit het strafregister kunnen voorleggen dat bepaalt dat ze geen strafrechtelijke veroordelingen hebben opgelopen voor misdrijven die de Vlaamse Regering bepaalt.
13De inachtneming van de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten, vermeld in het tweede lid, 9°, wordt vastgelegd in een attest over de brandveiligheid. Dat attest wordt afgegeven door de burgemeester van de gemeente waarin de woonzorgvoorziening gevestigd is, met medewerking van de territoriaal bevoegde hulpverleningszone. De Vlaamse Regering kan voorzien in meerdere attesten die verschillen volgens de mate waarin de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten in acht genomen zijn. De Vlaamse Regering bepaalt het model en de geldigheidsduur van het attest of van elk van de attesten. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de afgifte en de verlenging van het attest of de attesten. De Vlaamse Regering kan voorzien in de mogelijkheid van beroep tegen een beslissing van de burgemeester tot weigering van een attest dat de uitbating van een woonzorgvoorziening mogelijk maakt, of tegen het uitblijven van een beslissing van de burgemeester over de afgifte of de verlenging van een attest.12De inachtneming van de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten, vermeld in het tweede lid, 9°, wordt vastgelegd in een attest over de brandveiligheid. Dat attest wordt afgegeven door de burgemeester van de gemeente waarin de woonzorgvoorziening gevestigd is, met medewerking van de territoriaal bevoegde hulpverleningszone. De Vlaamse Regering kan voorzien in meerdere attesten die verschillen volgens de mate waarin de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten in acht genomen zijn. De Vlaamse Regering bepaalt het model en de geldigheidsduur van het attest of van elk van de attesten. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de afgifte en de verlenging van het attest of de attesten. De Vlaamse Regering kan voorzien in de mogelijkheid van beroep tegen een beslissing van de burgemeester tot weigering van een attest dat de uitbating van een woonzorgvoorziening mogelijk maakt, of tegen het uitblijven van een beslissing van de burgemeester over de afgifte of de verlenging van een attest.
14De Vlaamse Regering kan, op verzoek van een woonzorgvoorziening of vereniging, een afwijking toestaan op de naleving van sommige erkenningsvoorwaarden die zijn vastgelegd ter uitvoering van het tweede lid, met uitzondering van de werkingsprincipes, vermeld in artikel 4, op voorwaarde dat de veiligheid van de gebruikers en het personeel, en de kwaliteit van de verstrekte woonzorg voldoende gewaarborgd zijn. De Vlaamse Regering bepaalt de regels om die afwijking toe te staan.13De Vlaamse Regering kan, op verzoek van een woonzorgvoorziening of vereniging, een afwijking toestaan op de naleving van sommige erkenningsvoorwaarden die zijn vastgelegd ter uitvoering van het tweede lid, met uitzondering van de werkingsprincipes, vermeld in artikel 4, op voorwaarde dat de veiligheid van de gebruikers en het personeel, en de kwaliteit van de verstrekte woonzorg voldoende gewaarborgd zijn. De Vlaamse Regering bepaalt de regels om die afwijking toe te staan.
+18 −0 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 38/2 nieuw
1§1. Met behoud van de toepassing van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, controleren de woonzorgvoorzieningen en verenigingen het goed en zedelijk gedrag bij de aanstelling van de volgende personen:
21° personen die in loondienst van de woonzorgvoorziening of vereniging werken;
32° zelfstandigen die met een ondernemingscontract verbonden zijn aan de woonzorgvoorziening of vereniging en die in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen
4hebben met gebruikers;
53° bestuurders;
64° vrijwilligers die in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen hebben met gebruikers;
75° stagiairs die in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen hebben met gebruikers;
86° andere personen dan de personen, vermeld in punt 1° tot en met 5°, die via een overeenkomst met een andere rechtspersoon in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen hebben met gebruikers.
9De controle, vermeld in het eerste lid, garandeert minstens dat de personen, vermeld in het eerste lid, geen veroordelingen hebben opgelopen die onverzoenbaar zijn met hun functie. De woonzorgvoorziening of vereniging controleert daarbij minstens of de personen, vermeld in het eerste lid, niet veroordeeld zijn in België of in het buitenland door een in kracht van gewijsde gegane rechtelijke beslissing wegens een misdrijf als vermeld in boek 2, titel VIII, hoofdstuk I, I/1, II, IV en VI, en titel IX, hoofdstuk I en II, van het Strafwetboek, of een vergelijkbaar misdrijf in het buitenland en houdt hierbij rekening met de elementen, vermeld in het vierde lid.
10Voor de controle, vermeld in het eerste lid, legt de persoon, vermeld in het eerste lid, voor de aanstelling een uittreksel uit het strafregister voor als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering, dat op dat ogenblik maximaal één maand oud is. Een document dat gelijkwaardig is aan het voormelde uittreksel uit het strafregister en dat is verleend door een andere staat wordt ook in aanmerking genomen. Als ingevolge de toepassing van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, het uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet worden voorgelegd aan de woonzorgvoorziening of vereniging, kan de controle, vermeld in het eerste lid, gebeuren op het uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
11Bij de controle, vermeld in het eerste lid, van het voorgelegde uittreksel uit het strafregister, vermeld in het derde lid, wordt rekening gehouden met de volgende elementen om te oordelen of de veroordeling, vermeld in het tweede lid, onverzoenbaar is met de functie:
121° contextuele gegevens;
132° het tijdsverloop sinds een mogelijke veroordeling;
143° andere elementen dan de elementen, vermeld in punt 1° en 2°, die de woon-zorgvoorziening of vereniging die de personen, vermeld in het eerste lid, aanstelt, relevant acht.
15De controle, vermeld in het eerste lid, kan uitzonderlijk opnieuw worden uitgevoerd voor de personen, vermeld in het eerste lid, als daar een gegronde indicatie voor is. In dat geval verzoekt de woonzorgvoorziening of vereniging de personen, vermeld in het eerste lid, op gemotiveerde wijze om een nieuw uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering. Paragraaf 2 is in dat geval niet van toepassing.
16§2. In afwijking van paragraaf 1 voert de aanstellende organisatie geen controle uit en leggen de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, geen uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering, voor als een van de volgende voorwaarden is vervuld:
171° de persoon, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft ten aanzien van de woonzorgvoorziening of vereniging in de loop van het voorbije jaar al een dergelijk uittreksel uit het strafregister voorgelegd in het kader van een vorige aanstelling en de betrokkene is toen effectief aangesteld;
182° de persoon, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt aangesteld door middel van een overeenkomst met een rechtspersoon, en die rechtspersoon bevestigt dat de controle al bij de aanstelling is doorgevoerd.
+1 −1 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 42
76° een vereniging van publiek recht onderworpen aan deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;76° een vereniging van publiek recht onderworpen aan deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
87° een ziekenfonds;87° een ziekenfonds;
98° een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en sociaal oogmerk volgens het Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999 of een coöperatie-ve vennootschap met erkenning als sociale onderneming volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 of een equivalent daarvan.98° een coöperatieve vennootschap met erkenning als sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of een equivalent daarvan.
10De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere initiatiefnemers erkende verenigingen en thuiszorgvoorzieningen als bepaald in het eerste lid kunnen oprichten en uitbaten.10De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere initiatiefnemers erkende verenigingen en thuiszorgvoorzieningen als bepaald in het eerste lid kunnen oprichten en uitbaten.
+1 −1 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 47
124° het behandelen van de klachten van de mantelzorgers;124° het behandelen van de klachten van de mantelzorgers;
135° de normen voor de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, vermeld in artikel 38, tweede lid, 9°.135° de normen voor de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, vermeld in artikel 38, tweede lid, 9°.
14In het attest, vermeld in artikel 38, vierde lid, worden de volgende elementen vastgelegd:14In het attest, vermeld in artikel 38, derde lid, worden de volgende elementen vastgelegd:
151° de entiteiten die door het woonzorgcentrum ingezet kunnen worden om personen buiten zijn erkende capaciteit op te nemen;151° de entiteiten die door het woonzorgcentrum ingezet kunnen worden om personen buiten zijn erkende capaciteit op te nemen;
162° de inachtneming van de normen, vermeld in artikel 38, tweede lid, 9°.162° de inachtneming van de normen, vermeld in artikel 38, tweede lid, 9°.
+15 −17 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 59
1§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder de algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.1§ 1. In dit artikel wordt verstaan onder de algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.
2§ 2. Woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties als vermeld in artikel 60 en projecten als vermeld in artikel 61, verzamelen op een gestructureerde, systematische wijze gegevens over de gebruikers, hun mantelzorgers, de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders van de woonzorgvoorziening of vereniging, de aard van de zorg- en ondersteuningsnood, de geboden woonzorg, de kwaliteit en het effect ervan, met als doel:2§ 2. Woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties als vermeld in artikel 60 en projecten als vermeld in artikel 61, verzamelen op een gestructureerde, systematische wijze gegevens over de gebruikers, hun mantelzorgers, de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid,, de aard van de zorg- en ondersteuningsnood, de geboden woonzorg, de kwaliteit en het effect ervan, met als doel:
31° over de noodzakelijke informatie te beschikken die nodig is voor de zorg en ondersteuning aan de gebruiker, zodat de zorg en ondersteuning verleend door de woonzorgvoorziening zelf of in samenwerking met andere zorg- en welzijnsactoren passend wordt afgestemd op de evoluerende zorg- en ondersteuningsnood van de gebruiker en het zorg- en ondersteuningstraject per gebruiker kan worden opgevolgd en bijgestuurd, waar nodig;31° over de noodzakelijke informatie te beschikken die nodig is voor de zorg en ondersteuning aan de gebruiker, zodat de zorg en ondersteuning verleend door de woonzorgvoorziening zelf of in samenwerking met andere zorg- en welzijnsactoren passend wordt afgestemd op de evoluerende zorg- en ondersteuningsnood van de gebruiker en het zorg- en ondersteuningstraject per gebruiker kan worden opgevolgd en bijgestuurd, waar nodig;
42° aan de Vlaamse overheid gegevens te bezorgen om haar in staat te stellen de woonzorg passend te financieren en haar woonzorgbeleid af te stemmen op de evoluerende maatschappelijke behoeften en de kwaliteit van de geboden woonzorg te monitoren conform het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. Die gegevens zijn, waar mogelijk, geanonimiseerd;42° aan de Vlaamse overheid gegevens te bezorgen om haar in staat te stellen de woonzorg passend te financieren en haar woonzorgbeleid af te stemmen op de evoluerende maatschappelijke behoeften en de kwaliteit van de geboden woonzorg te monitoren conform het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. Die gegevens zijn, waar mogelijk, geanonimiseerd;
53° over de noodzakelijke informatie over de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders te beschikken die noodzakelijk is om een kwaliteitsvol zorg- en ondersteuningsaanbod te kunnen garanderen en waar nodig bijzondere maatregelen te kunnen treffen.53° over de noodzakelijke informatie over de bekwaamheid en integriteit van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, te beschikken die noodzakelijk is om een kwaliteitsvol zorg- en ondersteuningsaanbod te kunnen garanderen en waar nodig bijzondere maatregelen te kunnen treffen.
6§ 3. De persoonsgegevens die verzameld worden in het kader van dit decreet, worden verwerkt conform de regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, 1), e), en artikel 10 van de algemene verordening gegevensbescherming en, wat gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 9, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming betreft, op artikel 9, tweede lid, 2), h), van de algemene verordening gegevensbescherming.6§ 3. De persoonsgegevens die verzameld worden in het kader van dit decreet, worden verwerkt conform de regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, 1), e), en artikel 10 van de algemene verordening gegevensbescherming en, wat gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 9, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming betreft, op artikel 9, tweede lid, 2), h), van de algemene verordening gegevensbescherming.
7De gegevens over gezondheid, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt conform artikel 9, derde lid, van de algemene verordening gegevensbescherming, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden.7De gegevens over gezondheid, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt conform artikel 9, derde lid, van de algemene verordening gegevensbescherming, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden.
8De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers en mantelzorgers.8De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers en mantelzorgers.
9§ 4. In het kader van de uitvoering van hun bevoegdheden en taken, waaronder deze vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 14°, artikel 18, eerste lid, 2°, artikel 34, paragraaf 1, eerste lid, 9°, en artikel 38, derde lid, verzamelen en verwerken woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties als vermeld in artikel 60 en projecten als vermeld in artikel 61, minstens volgende gegevens:9§ 4. In het kader van de uitvoering van hun bevoegdheden en taken, waaronder deze vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 14°, artikel 18, eerste lid, 2°, en artikel 34, §1, eerste lid, 9°, verzamelen en verwerken woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties als vermeld in artikel 60 en projecten als vermeld in artikel 61, minstens volgende gegevens:
101° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, zijn vertegenwoordiger en zijn mantelzorgers, in voorkomend geval externe zorgverstrekkers;101° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, zijn vertegenwoordiger en zijn mantelzorgers, in voorkomend geval externe zorgverstrekkers;
112° de gezondheidsgegevens over de gebruiker die relevant zijn voor zorg en ondersteuning;112° de gezondheidsgegevens over de gebruiker die relevant zijn voor zorg en ondersteuning;
123° de gegevens met betrekking tot de te verlenen zorg en ondersteuning;123° de gegevens met betrekking tot de te verlenen zorg en ondersteuning;
134° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders;134° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid;
145° de gegevens met betrekking tot de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders, met name:145° de gegevens met betrekking tot de bekwaamheid en integriteit van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, met name:
15a) de genoten opleiding;15a) de genoten opleiding;
16b) een uittreksel uit het strafregister.16b) een uittreksel uit het strafregister.
17De Vlaamse Regering kan, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming, de lijst van gegevens, vermeld in het eerste lid, inclusief de gezondheidsgegevens, vermeld in artikel 4, 15), van voormelde verordening, nader preciseren.17De Vlaamse Regering kan, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming, de lijst van gegevens, vermeld in het eerste lid, inclusief de gezondheidsgegevens, vermeld in artikel 4, 15), van voormelde verordening, nader preciseren.
18De persoonsgegevens van de gebruiker, vermeld in het eerste lid, worden minimaal tot twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker bewaard en mogen maximaal tot vijf jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker worden bewaard. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.18De persoonsgegevens van de gebruiker, vermeld in het eerste lid, worden minimaal tot twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker bewaard en mogen maximaal tot vijf jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker worden bewaard. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
19De persoonsgegevens van de personeelsleden, de vrijwilligers, de verenigingswerkers en de bestuurders worden bewaard tot tien jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract, het bestuursmandaat of het verenigings- of vrijwilligerswerk. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard19De persoonsgegevens van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, worden bewaard tot tien jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract, het bestuursmandaat, het vrijwilligerswerk, de stage of de overeenkomst met een andere rechtspersoon. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
20De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming:20De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming:
211° de regels voor en de wijze van verwerking van de gegevens;211° de regels voor en de wijze van verwerking van de gegevens;
233° ...;233° ...;
244° de vorm waarin en de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld.244° de vorm waarin en de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld.
25§5. Om woonzorgvoorzieningen en verenigingen te vergunnen, te erkennen en te subsidiëren binnen de programmatie en voor het toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de handhaving ervan, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders verwerkt door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.25§5. Om woonzorgvoorzieningen en verenigingen te vergunnen, te erkennen en te subsidiëren binnen de programmatie en voor het toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de handhaving ervan, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid verwerkt door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
26In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de gebruiker:26In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de gebruiker:
271° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, inclusief het Rijksregisternummer of bis-nummer;271° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, inclusief het Rijksregisternummer of bis-nummer;
348° de plaats waar de zorg en ondersteuning wordt verleend door de woonzorgvoorziening.348° de plaats waar de zorg en ondersteuning wordt verleend door de woonzorgvoorziening.
35In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders:35In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders:
361° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer;361° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer;
372° de geboortedatum;372° de geboortedatum;
383° het geslacht;383° het geslacht;
394° de gemeente waar de hoofdverblijfplaats gelegen is;394° de gemeente waar de hoofdverblijfplaats gelegen is;
405° de datum van overlijden;405° de datum van overlijden;
416° de gegevens over de tewerkstelling van de personeelsleden;416° de gegevens over de tewerkstelling van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, 1°, 2° en 6°;
427° de gegevens over de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders, namelijk:
43a) de genoten opleiding;
44b) de gegevens van het uittreksel uit het strafregister die noodzakelijk zijn om na te gaan of de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders geen eigenschappen hebben die onverzoenbaar zijn met hun functie.
427° de gegevens over de gevolgde opleiding van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, 1° tot en met 3° en 6°.
45De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, nader preciseren.43De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, nader preciseren.
46De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de gebruiker door een woonzorgvoorziening of vereniging. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.44De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de gebruiker door een woonzorgvoorziening of vereniging. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
47De persoonsgegevens van de personeelsleden, vermeld in het derde lid, worden minimaal twee jaar en maximaal vijftig jaar bewaard . De persoonsgegevens van de vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, vermeld in het derde lid, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na het einde van de activiteit als vrijwilliger, verenigingswerker of bestuurder en ten hoogste voor een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.45De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, 1°, 2° en 6°, worden minimaal twee jaar en maximaal vijf jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract of de overeenkomst met een andere rechtspersoon bewaard en niet langer dan een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, 3°, 4° en 5°, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na het einde van de activiteit als vrijwilliger, stagiair of bestuurder en niet langer dan een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard.
48De persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, kunnen worden overgemaakt aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de opdrachten en taken van dat agentschap bepaald in of ter uitvoering van het voornoemde decreet van 18 mei 2018.46De persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, kunnen worden overgemaakt aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de opdrachten en taken van dat agentschap bepaald in of ter uitvoering van het voornoemde decreet van 18 mei 2018.
49De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, al de volgende elementen:47De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, al de volgende elementen:
65Het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, ontvangt alleen statistische gegevens van het aantal aangesloten leden per landsbond van de gebruikers, vermeld in het eerste lid.63Het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, ontvangt alleen statistische gegevens van het aantal aangesloten leden per landsbond van de gebruikers, vermeld in het eerste lid.
66De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is om ze te koppelen aan de landsbond van aansluiting, en maximaal gedurende zes maanden.64De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is om ze te koppelen aan de landsbond van aansluiting, en maximaal gedurende zes maanden.
67§ 6. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming zijn:65§ 6. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming zijn:
681° het Departement Zorg, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de passende financiering van de woonzorgvoorzieningen, de monitoring en handhaving met betrekking tot de geboden woonzorg en de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders en voor het uitoefenen van toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de kwaliteit van de geboden woonzorg;661° het Departement Zorg, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de passende financiering van de woonzorgvoorzieningen, de monitoring en handhaving met betrekking tot de geboden woonzorg en voor het uitoefenen van toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de kwaliteit van de geboden woonzorg;
692° ...;672° ...;
703° de woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun opdrachten en hun zorgrelatie met de gebruiker;683° de woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun opdrachten en hun zorgrelatie met de gebruiker;
+1 −1 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 61
1De Vlaamse Regering kan, onder de voorwaarden en volgens de procedure die ze bepaalt projecten tijdelijk erkennen en subsidiëren binnen de beschikbare begrotingskredieten.1De Vlaamse Regering kan, onder de voorwaarden en volgens de procedure die ze bepaalt projecten tijdelijk erkennen of subsidiëren binnen de beschikbare begrotingskredieten.
2In het eerste lid wordt verstaan onder project: een bijzonder initiatief met betrekking tot de woonzorg dat gekenmerkt wordt door een tijdelijk en vernieuwend karakter.2In het eerste lid wordt verstaan onder project: een bijzonder initiatief met betrekking tot de woonzorg dat gekenmerkt wordt door een tijdelijk en vernieuwend karakter.
+0 −2 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 94 opgeheven
1In afwijking van artikel 7, §1, eerste lid, 1°, bezorgt iedere woonzorg-voorziening of vereniging die op de datum van de inwerkingtreding van artikel 7 erkend is, een administratief basisdossier tegen een datum die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan per soort van woonzorgvoorziening en voor de verenigingen een aparte datum bepalen.
2In afwijking van artikel 7, §1, eerste lid, 1°, bezorgen de woonzorgvoorzie-ningen die op de datum van de inwerkingtreding van artikel 7 al beschikken over een voorafgaande vergunning, een administratief basisdossier bij de aanvraag van de eerste erkenning voor de vergunde voorziening en op zijn vroegst tegen een datum die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan per soort van vergunde woonzorgvoorziening een aparte datum bepalen.
+2 −1 decreet-2018-01-19/art. 2
1413° zorg: één activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, waaronder hulp, dienstverlening, ondersteuning, Vlaamse sociale bescherming, zorgverzekering en gezinsbijslagen;1413° zorg: één activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheidsbeleid of het welzijns- en gezinsbeleid, waaronder hulp, dienstverlening, ondersteuning, Vlaamse sociale bescherming, zorgverzekering en gezinsbijslagen;
1514° zorggebruiker: de patiënt, namelijk de natuurlijke persoon aan wie gezondheidszorg wordt verstrekt, al dan niet op eigen verzoek, of elke andere natuurlijke persoon aan wie zorg wordt verleend, al dan niet op eigen verzoek;1514° zorggebruiker: de patiënt, namelijk de natuurlijke persoon aan wie gezondheidszorg wordt verstrekt, al dan niet op eigen verzoek, of elke andere natuurlijke persoon aan wie zorg wordt verleend, al dan niet op eigen verzoek;
1615° zorgverlener: de beoefenaar, vermeld in de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen gecoördineerd op 10 mei 2015.1615° zorgverlener: de beoefenaar, vermeld in de wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen gecoördineerd op 10 mei 2015;
1716° bevoegde entiteit: het departement of het agentschap binnen het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin dat is aangewezen om het beleid over de actor in de zorg of de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, uit te voeren.
+1 −1 decreet-2018-01-19/art. 5
12§ 3. De inspecteurs en de deskundigen, vermeld in artikel 7, § 1, 7°, bewaren de persoonsgegevens die zij bij de uitoefening van hun opdracht verwerken, niet langer dan nodig voor de uitoefening van die opdracht.12§ 3. De inspecteurs en de deskundigen, vermeld in artikel 7, § 1, 7°, bewaren de persoonsgegevens die zij bij de uitoefening van hun opdracht verwerken, niet langer dan nodig voor de uitoefening van die opdracht.
13De inspecteurs en de deskundigen, vermeld in artikel 7, § 1, 7°, bewaren het verslag, vermeld in artikel 13, alsook de bijlagen bij dat verslag tot 20 jaar nadat het verslag definitief is geworden of, indien het het voorwerp uitmaakt van een rechtsgeding, tot 20 jaar nadat een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest is uitgesproken.13De inspecteurs en de deskundigen, vermeld in artikel 7, § 1, 7°, bewaren het verslag, vermeld in artikel 13, alsook de bijlagen bij dat verslag tot 20 jaar nadat het verslag definitief is geworden of, indien het het voorwerp uitmaakt van een rechtsgeding, tot 20 jaar nadat een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest is uitgesproken.
14De inspecteurs en de deskundigen, vermeld in artikel 7, § 1, 7°, bewaren andere informatie die zij bij de uitoefening van hun opdracht verwerken tot 3 jaar nadat het verslag definitief is geworden.14De inspecteurs en de deskundigen, vermeld in artikel 7, § 1, 7°, bewaren andere informatie die zij bij de uitoefening van hun opdracht verwerken tot één jaar nadat het verslag definitief is geworden.
15§ 4. Het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens die inspecteurs bij de uitoefening van hun opdracht verwerken.15§ 4. Het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens die inspecteurs bij de uitoefening van hun opdracht verwerken.
+8 −1 decreet-2018-01-19/art. 7
87° het recht om zich te laten bijstaan door deskundigen;87° het recht om zich te laten bijstaan door deskundigen;
98° het recht om zich, in uitzonderlijke omstandigheden of wanneer de eigen veiligheid in het gedrang is, te laten bijstaan door de lokale en federale politie.98° het recht om zich, in uitzonderlijke omstandigheden of wanneer de eigen veiligheid in het gedrang is, te laten bijstaan door de lokale en federale politie.
10§ 2. Voor de uitoefening van hun opdracht in het kader van het financiële toezicht kunnen inspecteurs de rechten, vermeld in paragraaf 1, uitoefenen ten aanzien van actoren in de zorgen zorggebruikers voor wat betreft de aanwending van publieke middelen en de regelgeving daarover.10§ 2. Voor de uitoefening van hun opdracht in het kader van het financiële toezicht kunnen inspecteurs de rechten, vermeld in paragraaf 1, uitoefenen ten aanzien van actoren in de zorg, entiteiten of personen verbonden met actoren in de zorg en zorggebruikers voor wat betreft de aanwending van publieke middelen en de regelgeving daarover.
11In het eerste lid wordt verstaan onder:
121° entiteiten, verbonden met actoren in de zorg:
13a) de vennootschappen, verenigingen en stichtingen waarover de actor in de zorg een controlebevoegdheid uitoefent;
14b) de vennootschappen, verenigingen en stichtingen die een controlebevoegdheid uitoefenen over de actor in de zorg;
15c) de vennootschappen, verenigingen en stichtingen waarmee de actor in de zorg een consortium vormt;
16d) de andere vennootschappen, verenigingen en stichtingen die, bij weten van het bestuursorgaan van de actor in de zorg, onder de controle staan van de vennootschappen, verenigingen en stichtingen, vermeld in punt a), b) en c);
172° personen, verbonden met actoren in de zorg: de natuurlijke en rechtspersonen die verbonden zijn met de actor in de zorg, conform punt 1°.
+14 −5 decreet-2018-01-19/art. 13
1§1. De inspecteurs stellen een verslag op van hun vaststellingen. De Vlaamse Regering bepaalt welke inlichtingen het verslag minstens bevat. 1§1. De inspecteurs stellen een verslag op van hun vaststellingen. De Vlaamse Regering bepaalt welke inlichtingen het verslag minstens bevat. Daarnaast kunnen de inspecteurs van het verslag een samenvattend rapport opstellen.
2§2. Een kopie van het voorlopige verslag en de bijlagen wordt binnen een termijn van dertig dagen bezorgd aan de actor in de zorg, aan de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en aan de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan. De termijn neemt een aanvang de dag nadat de laatste vaststelling in het kader van het toezicht gedaan is. De termijn is eenmalig verlengbaar met dertig dagen, op voorwaarde dat de inspecteurs de actor in de zorg, de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan, daarvan binnen een termijn van dertig dagen schriftelijk op de hoogte brengen. Als de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, eindigt de termijn op de eerstvolgende werkdag.2§2. Een kopie van het voorlopige verslag en de bijlagen wordt binnen een termijn van dertig dagen bezorgd aan de actor in de zorg, aan de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en aan de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan. De termijn neemt een aanvang de dag nadat de laatste vaststelling in het kader van het toezicht gedaan is. De termijn is eenmalig verlengbaar met dertig dagen, op voorwaarde dat de inspecteurs de actor in de zorg, de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan, daarvan binnen een termijn van dertig dagen schriftelijk op de hoogte brengen. Als de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, eindigt de termijn op de eerstvolgende werkdag.
3§3. De actor in de zorg, de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan, hebben elk het recht om binnen een termijn van veertien dagen hun schriftelijke reactie op het voorlopige verslag kenbaar te maken. De termijn neemt een aanvang de dag na de ontvangst van het voorlopige verslag en de bijlagen, vermeld in paragraaf 2. De termijn is eenmalig verlengbaar met veertien dagen, op voorwaarde dat de actor in de zorg, de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, of de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan, de inspecteurs daarvan binnen een termijn van veertien dagen schriftelijk op de hoogte brengen en deze er hun akkoord aan verlenen. Als de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, eindigt de termijn op de eerstvolgende werkdag. De reactie wordt als bijlage bij het verslag gevoegd en maakt dus deel uit van het administratief dossier.3§3. De actor in de zorg, de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan, hebben elk het recht om binnen een termijn van veertien dagen hun schriftelijke reactie op het voorlopige verslag kenbaar te maken. De termijn neemt een aanvang de dag na de ontvangst van het voorlopige verslag en de bijlagen, vermeld in paragraaf 2. De termijn is eenmalig verlengbaar met veertien dagen, op voorwaarde dat de actor in de zorg, de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, of de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan, de inspecteurs daarvan binnen een termijn van veertien dagen schriftelijk op de hoogte brengen en deze er hun akkoord aan verlenen. Als de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, eindigt de termijn op de eerstvolgende werkdag. De reactie wordt als bijlage bij het verslag gevoegd en maakt dus deel uit van het administratief dossier.
4De inspecteurs kunnen het verslag aanpassen op basis van de reacties op het voorlopige verslag en de bijlagen, vermeld in eerste lid. De actor in de zorg, de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan, worden schriftelijk op de hoogte gebracht van eventuele aanpassingen.4De inspecteurs kunnen het verslag aanpassen op basis van de reacties op het voorlopige verslag en de bijlagen, vermeld in eerste lid. De actor in de zorg, de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan, worden schriftelijk op de hoogte gebracht van eventuele aanpassingen.
5§4. Een kopie van het verslag en de bijlagen wordt binnen een termijn van dertig dagen bezorgd aan de actor in de zorg, aan de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en aan de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan. De termijn neemt een aanvang de dag na de ontvangst van de laatste reactie, vermeld in paragraaf 3, of na het verstrijken van de reactietermijn. De termijn is eenmalig verlengbaar met dertig dagen, op voorwaarde dat de inspecteurs de actor in de zorg, de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan, daarvan binnen een termijn van dertig dagen schriftelijk op de hoogte brengen. Als de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, eindigt de termijn op de eerstvolgende werkdag.5§4. Een kopie van het verslag en de bijlagen wordt binnen een termijn van dertig dagen bezorgd aan de bevoegde entiteit of, in voorkomend geval, de bevoegde entiteiten. Een kopie van het verslag en de eventueel gewijzigde bijlagen wordt op hetzelfde moment ook bezorgd aan de actor in de zorg, aan de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en aan de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan. De termijn neemt een aanvang de dag na de ontvangst van de laatste reactie, vermeld in paragraaf 3, of na het verstrijken van de reactietermijn. De termijn is eenmalig verlengbaar met dertig dagen, op voorwaarde dat de inspecteurs de actor in de zorg, de zorggebruiker, als die het voorwerp van het toezicht uitmaakt, en de klachtindiener, als de vaststellingen naar aanleiding van een klacht werden gedaan, daarvan binnen een termijn van dertig dagen schriftelijk op de hoogte brengen. Als de vervaldag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, eindigt de termijn op de eerstvolgende werkdag.
6§5. Het verslag dat conform paragraaf 1 tot en met 4 opgesteld en bezorgd is, heeft bewijswaarde tot het tegendeel is bewezen.6§5. Het verslag dat conform paragraaf 1 tot en met 4 opgesteld en bezorgd is, heeft bewijswaarde tot het tegendeel is bewezen.
7§6. In afwijking van artikel II.34, 2°, artikel II.36, §1, tweede lid, 1°, en artikel II.40, §3, tweede lid, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, gelden voor de aanvragen tot openbaarmaking van het verslag of het rapport waarvan de actor in de zorg het voorwerp van het toezicht is, de hiernavolgende bepalingen.
8De dienst van de Vlaamse overheid waarvan de inspecteurs het verslag, vermeld in het eerste lid, opstellen, de Vlaamse Regering, instellingen, voorzieningen, diensten of ambtenaren, vermeld in artikel 16, §1, eerste lid, maken in zoverre ze als overheidsinstanties, vermeld in artikel II.28, §1, van het voormelde decreet worden beschouwd, de volgende gegevens, die vermeld worden in dat verslag of rapport, openbaar aan personen die een geldige aanvraag tot openbaarheid van dat verslag of rapport indienen conform titel II, hoofdstuk 3, van het voormelde decreet:
91° de naam van de actor in de zorg die het voorwerp van het toezicht is en ten aanzien waarvan vaststellingen in het kader van het toezicht zijn gedaan, en het adres van de actor in de zorg waar de vaststellingen in het kader van het toezicht zijn gedaan;
102° de naam en het adres van de inrichtende macht van de actor in de zorg, vermeld in punt 1°;
113° de vaststellingen die in het kader van het toezicht zijn gedaan en die bestaan uit beschrijvingen van gedragingen van de actor in de zorg en de natuurlijke personen die werken bij de actor in de zorg, of uit beoordelingen van of een waardeoordeel over de manier waarop de actor in de zorg en de natuurlijke personen die werken bij de actor in de zorg, hun werkzaamheden uitoefenen, voor zover het niet gaat over gevoelige gegevens of gegevens die niet behoren tot de professionele context.
12De doelstelling van de openbaarmaking van de gegevens, vermeld in het tweede lid, bestaat erin te verzekeren dat aanvragers toegang hebben tot verslagen en rapporten als vermeld in het eerste lid, tot de persoonsgegevens die nodig zijn om een volledig inzicht te krijgen in de kwaliteit van de verstrekte zorg, in de naleving door de actor van de zorg van de regelgeving in het kader van het gezondheidsbeleid en het welzijns- en gezinsbeleid, vermeld in artikel 3, eerste lid, en in de manier waarop de overheid hierop toezicht uitoefent.
13De Vlaamse Regering, de instellingen, voorzieningen, diensten of ambtenaren, vermeld in artikel 16, §1, eerste lid, verwerken de gegevens, vermeld in het tweede lid, maximaal gedurende de bewaartermijnen, vermeld in artikel 5, §3, tweede lid, verlengd met de termijnen, vermeld in artikel II.43 van het voormelde decreet.
14Het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, is de verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens die de dienst bij de openbaarmaking van het verslag of rapport verwerkt.
15De aanvrager die een verzoek indient tot openbaarmaking van het verslag of rapport als vermeld in het eerste lid, toont geen belang aan voor de openbaarmaking van de informatie van persoonlijke aard.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd