Artikel 38/2
§1. Met behoud van de toepassing van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, controleren de woonzorgvoorzieningen en verenigingen het goed en zedelijk gedrag bij de aanstelling van de volgende personen:
- 1°personen die in loondienst van de woonzorgvoorziening of vereniging werken;
- 2°zelfstandigen die met een ondernemingscontract verbonden zijn aan de woonzorgvoorziening of vereniging en die in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen
hebben met gebruikers;
- 3°bestuurders;
- 4°vrijwilligers die in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen hebben met gebruikers;
- 5°stagiairs die in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen hebben met gebruikers;
- 6°andere personen dan de personen, vermeld in punt 1° tot en met 5°, die via een overeenkomst met een andere rechtspersoon in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen hebben met gebruikers.
De controle, vermeld in het eerste lid, garandeert minstens dat de personen, vermeld in het eerste lid, geen veroordelingen hebben opgelopen die onverzoenbaar zijn met hun functie. De woonzorgvoorziening of vereniging controleert daarbij minstens of de personen, vermeld in het eerste lid, niet veroordeeld zijn in België of in het buitenland door een in kracht van gewijsde gegane rechtelijke beslissing wegens een misdrijf als vermeld in boek 2, titel VIII, hoofdstuk I, I/1, II, IV en VI, en titel IX, hoofdstuk I en II, van het Strafwetboek, of een vergelijkbaar misdrijf in het buitenland en houdt hierbij rekening met de elementen, vermeld in het vierde lid.
Voor de controle, vermeld in het eerste lid, legt de persoon, vermeld in het eerste lid, voor de aanstelling een uittreksel uit het strafregister voor als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering, dat op dat ogenblik maximaal één maand oud is. Een document dat gelijkwaardig is aan het voormelde uittreksel uit het strafregister en dat is verleend door een andere staat wordt ook in aanmerking genomen. Als ingevolge de toepassing van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, het uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet worden voorgelegd aan de woonzorgvoorziening of vereniging, kan de controle, vermeld in het eerste lid, gebeuren op het uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Bij de controle, vermeld in het eerste lid, van het voorgelegde uittreksel uit het strafregister, vermeld in het derde lid, wordt rekening gehouden met de volgende elementen om te oordelen of de veroordeling, vermeld in het tweede lid, onverzoenbaar is met de functie:
- 1°contextuele gegevens;
- 2°het tijdsverloop sinds een mogelijke veroordeling;
- 3°andere elementen dan de elementen, vermeld in punt 1° en 2°, die de woon-zorgvoorziening of vereniging die de personen, vermeld in het eerste lid, aanstelt, relevant acht.
De controle, vermeld in het eerste lid, kan uitzonderlijk opnieuw worden uitgevoerd voor de personen, vermeld in het eerste lid, als daar een gegronde indicatie voor is. In dat geval verzoekt de woonzorgvoorziening of vereniging de personen, vermeld in het eerste lid, op gemotiveerde wijze om een nieuw uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering. Paragraaf 2 is in dat geval niet van toepassing.
§2. In afwijking van paragraaf 1 voert de aanstellende organisatie geen controle uit en leggen de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, geen uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering, voor als een van de volgende voorwaarden is vervuld:
- 1°de persoon, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft ten aanzien van de woonzorgvoorziening of vereniging in de loop van het voorbije jaar al een dergelijk uittreksel uit het strafregister voorgelegd in het kader van een vorige aanstelling en de betrokkene is toen effectief aangesteld;
- 2°de persoon, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt aangesteld door middel van een overeenkomst met een rechtspersoon, en die rechtspersoon bevestigt dat de controle al bij de aanstelling is doorgevoerd.