Artikel 42
Verenigingen en thuiszorgvoorzieningen, met uitsluiting van de dienst voor thuisverpleging, het centrum voor kortverblijf, het centrum voor herstelverblijf en het centrum voor dagverzorging, kunnen alleen worden erkend als ze door de volgende initiatiefnemers zijn opgericht en uitgebaat:
- 1°een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mag uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel;
- 2°een gemeentebestuur;
- 3°een Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn;
- 4°de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
- 5°een publiekrechtelijke vereniging;
- 6°een vereniging van publiek recht onderworpen aan deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
- 7°een ziekenfonds;
- 8°een coöperatieve vennootschap met erkenning als sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of een equivalent daarvan.
De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere initiatiefnemers erkende verenigingen en thuiszorgvoorzieningen als bepaald in het eerste lid kunnen oprichten en uitbaten.