Artikel 38
De Vlaamse Regering erkent woonzorgvoorzieningen en verenigingen.
De woonzorgvoorzieningen en verenigingen moeten voldoen aan artikel 4, 7, 8 en 59 en hoofdstuk 2 om erkend te kunnen worden en erkend te blijven. De Vlaamse Regering kan aanvullende erkenningsvoorwaarden vastleggen met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 4, 7, 8 en 59 en hoofdstuk 2. Die voorwaarden hebben onder meer betrekking op:
- 1°de zorg en ondersteuning;
- 2°de personeelsleden;
- 3°de bestuurders;
- 4°de werking;
- 5°de infrastructuur;
- 6°de wederzijdse rechten en plichten van woonzorgvoorziening en gebruikers;
- 7°het behandelen van de klachten van de gebruikers;
- 8°de initiatiefnemer of zijn vertegenwoordiger, die geen strafrechtelijke veroordeling mag hebben opgelopen voor feiten die verband houden met het aanbieden of organiseren van woonzorg;
- 9°de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, met behoud van de toepassing van de federale basisnormen voor de brandveiligheid van gebouwen.
De aanvullende erkenningsvoorwaarden voor de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 2°, en voor de bestuurders, vermeld in het tweede lid, 3°, houden minstens in dat die personeelsleden en bestuurders een uittreksel uit het strafregister kunnen voorleggen dat bepaalt dat ze geen strafrechtelijke veroordelingen hebben opgelopen voor misdrijven die de Vlaamse Regering bepaalt.
De inachtneming van de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten, vermeld in het tweede lid, 9°, wordt vastgelegd in een attest over de brandveiligheid. Dat attest wordt afgegeven door de burgemeester van de gemeente waarin de woonzorgvoorziening gevestigd is, met medewerking van de territoriaal bevoegde hulpverleningszone. De Vlaamse Regering kan voorzien in meerdere attesten die verschillen volgens de mate waarin de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten in acht genomen zijn. De Vlaamse Regering bepaalt het model en de geldigheidsduur van het attest of van elk van de attesten. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de afgifte en de verlenging van het attest of de attesten. De Vlaamse Regering kan voorzien in de mogelijkheid van beroep tegen een beslissing van de burgemeester tot weigering van een attest dat de uitbating van een woonzorgvoorziening mogelijk maakt, of tegen het uitblijven van een beslissing van de burgemeester over de afgifte of de verlenging van een attest.
De Vlaamse Regering kan, op verzoek van een woonzorgvoorziening of vereniging, een afwijking toestaan op de naleving van sommige erkenningsvoorwaarden die zijn vastgelegd ter uitvoering van het tweede lid, met uitzondering van de werkingsprincipes, vermeld in artikel 4, op voorwaarde dat de veiligheid van de gebruikers en het personeel, en de kwaliteit van de verstrekte woonzorg voldoende gewaarborgd zijn. De Vlaamse Regering bepaalt de regels om die afwijking toe te staan.
De Vlaamse Regering bepaalt de erkenningsprocedure die de mogelijkheid bevat om een bezwaar in te dienen. Ze kan woonzorgvoorzieningen en verenigingen alleen erkennen als ze passen in de programmatie, vermeld in artikel 51, die van toepassing is.