Tot wijziging van het decreet van 20 januari 2012 houdende regeling van de interlandelijke adoptie van kinderen, wat betreft de begeleiding bij interlandelijke adoptie en het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg en het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015, wat betreft de invoering van een gezamenlijk voortraject pleegzorg-adoptie #2123
Gemerged Vlaamse Regering voegde 37 artikels samen in decreet-2012-01-20decreet-2012-06-29decreet-binnenlandse-adoptie-van-3-juli-2015 · 11 april 2024 Alle checks geslaagd
37 artikels gewijzigd
| 3 | 2° adoptant : een persoon of personen zoals vermeld in artikel 343, § 1, van het Burgerlijk Wetboek; | 3 | 2° adoptant : een persoon of personen zoals vermeld in artikel 343, § 1, van het Burgerlijk Wetboek; |
| 4 | 3° afstandsouder : een ouder die voor zichzelf heeft uitgemaakt een kind af te staan; | 4 | 3° afstandsouder : een ouder die voor zichzelf heeft uitgemaakt een kind af te staan; |
| 5 | 4° adoptiebemiddeling : elke activiteit van een tussenpersoon die ertoe strekt een adoptie van een kind te realiseren; | ||
| 5 | 4° adoptiebegeleiding: het geheel van activiteiten voor de voorbereiding, begeleiding en zorg in het kader van een adoptietraject; | ||
| 6 | 5° adoptiedienst: een door de Vlaamse Regering erkende instelling die aan adoptiebemiddeling doet en de nazorg verstrekt; | 6 | 5° adoptiedienst: een instelling die door de Vlaamse Regering is vergund, die betrokken is in verschillende fasen van het adoptietraject, en die zorg en begeleiding verstrekt; |
| 7 | 6° buitenlands kanaal : een instantie, instelling of persoon in het herkomstland van het kind die bij interlandelijke adoptie bemiddelt; | ||
| 8 | 7° zelfstandige adoptie : de adoptie waarbij de adoptant geen beroep doet op een adoptiedienst en de adoptie zelfstandig tot stand brengt; | ||
| 7 | 6° ...; | ||
| 8 | 7° ...; | ||
| 9 | 8° Vlaams Centrum voor Adoptie : de afdeling aangewezen binnen het agentschap, die zal optreden als centrale autoriteit en belast is met de nakoming van de door het Haags Verdrag opgelegde verplichtingen en opdrachten, vermeld in dit decreet; | 9 | 8° Vlaams Centrum voor Adoptie : de afdeling aangewezen binnen het agentschap, die zal optreden als centrale autoriteit en belast is met de nakoming van de door het Haags Verdrag opgelegde verplichtingen en opdrachten, vermeld in dit decreet, het oud Burgerlijk Wetboek en het Gerechtelijk Wetboek; |
| 10 | 9° Vlaamse adoptieambtenaar : de ambtenaar, benoemd binnen het Vlaams Centrum voor Adoptie, die de taken vervult die hem door dit decreet toegewezen worden; | 10 | 9° Vlaamse adoptieambtenaar : de ambtenaar, benoemd binnen het Vlaams Centrum voor Adoptie, die de taken vervult die hem door dit decreet toegewezen worden; |
| 11 | 10° Haags Verdrag : het verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, ondertekend in Den Haag op 29 mei 1993; | 11 | 10° Haags Verdrag : het verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, ondertekend in Den Haag op 29 mei 1993; |
| 13 | 12° Steunpunt Adoptie : een door de Vlaamse Regering erkende instelling die de taken, vermeld in artikel 7, § 2, uitvoert; | 13 | 12° Steunpunt Adoptie : een door de Vlaamse Regering erkende instelling die de taken, vermeld in artikel 7, § 2, uitvoert; |
| 14 | 13° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie; | 14 | 13° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie, dat is opgericht bij artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Opgroeien regie; |
| 15 | 14° afstammingscentrum: het afstammingscentrum, vermeld in het decreet van 26 april 2019 houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank. | 15 | 14° afstammingscentrum: het afstammingscentrum, vermeld in het decreet van 26 april 2019 houdende de oprichting van een afstammingscentrum en een DNA-databank; |
| 16 | 15° federale centrale autoriteit: de federale centrale autoriteit, vermeld in | ||
| 17 | artikel 360-1, 2°, van het oud Burgerlijk Wetboek; | ||
| 18 | 16° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). | ||
| 1 | De kandidaat-adoptanten dienen de informatiesessie te volgen bij het Steunpunt Adoptie. Het Vlaams Centrum voor Adoptie stelt in samenspraak met het adviescomité het programma en de werkwijze vast van de informatiesessie volgens de bepalingen van de Vlaamse Regering. | ||
| 1 | §1. Kandidaten voor adoptie die gehouden zijn tot de voorbereiding, vermeld in artikel 346-2, eerste lid, en artikel 361-1, tweede lid, van het oud Burgerlijk Wetboek, en kandidaten voor pleegzorg die een attest als vermeld in artikel 14, §1, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, willen krijgen, doorlopen een gezamenlijk voortraject. | ||
| 2 | Het programma van het voortraject, vermeld in het eerste lid, wordt opgebouwd rond de volgende doelstellingen: | ||
| 3 | 1° informeren; | ||
| 4 | 2° sensibiliseren; | ||
| 5 | 3° voorbereiden; | ||
| 6 | 4° doorverwijzen; | ||
| 7 | 5° adviseren. | ||
| 8 | Het programma, vermeld in het tweede lid, de inhoud, minimumduur en werkwijze van het voortraject, worden verder uitgewerkt door de Vlaamse Regering. | ||
| 9 | §2. Nadat het voortraject, vermeld in paragraaf 1, is afgerond, ontvangt de kandidaat-adoptant het attest, vermeld in artikel 1231-1/2, tweede lid, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek. Het voormelde attest wordt op straffe van verval samen met het verzoekschrift, vermeld in artikel 1231-1/2 van het Gerechtelijk Wetboek, binnen een jaar na uitreiking ervan neergelegd op de griffie van de familierechtbank. |
| 1 | De voorbereiding, vermeld in artikel 346.2, eerste lid, en artikel 361.1, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek wordt gevolgd in het door de Vlaamse Regering erkende Steunpunt Adoptie. | ||
| 2 | Na zijn aanmelding verwijst het Vlaams Centrum voor Adoptie de adoptant, rekening houdende met het principe van instroombeheer, door naar het Steunpunt Adoptie. De voorbereiding wordt gegeven binnen een redelijke termijn nadat de adoptant zich bij het Steunpunt Adoptie aangeboden heeft. Aan het einde van de voorbereiding geeft het Steunpunt Adoptie aan de adoptant een attest waaruit blijkt dat hij de voorbereiding heeft gevolgd. Indien de adoptant niet binnen het jaar het verzoekschrift, vermeld in artikel 1231-27 van het Gerechtelijk Wetboek, ontvankelijk neerlegt op de griffie van de familierechtbank, vervalt het voorbereidingsattest. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering legt de principes voor het instroombeheer vast. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de algemene inhoud en de minimumduur van de voorbereiding. | ||
| 2 | Het Vlaams Centrum voor Adoptie keurt de voorbereidingsprogramma's goed en bepaalt de momenten waarop de voorbereiding wordt gegeven. | ||
| 3 | Het Vlaams Centrum voor Adoptie kan nadere richtlijnen vastleggen met betrekking tot het voorbereidingsprogramma en het volgen ervan door kandidaat-adoptanten. |
| 3 | § 2. Het Steunpunt Adoptie heeft de volgende taken : | 3 | § 2. Het Steunpunt Adoptie heeft de volgende taken : |
| 4 | 1° informatie verstrekken aan de adoptanten over alle aspecten van adoptie; | 4 | 1° informatie verstrekken aan de adoptanten over alle aspecten van adoptie; |
| 5 | 2° optreden als informatiepunt inzake nazorg en expertise rond adoptie bevorderen bij het bestaande hulpverleningsaanbod, alsook een netwerk opzetten met bestaande adoptiesensitieve algemene en gespecialiseerde welzijns- en gezondheidsdiensten, en met de trefgroepen van geadopteerden en adoptanten, met het oog op een efficiënte doorverwijzing; | 5 | 2° optreden als informatiepunt inzake nazorg en expertise rond adoptie bevorderen bij het bestaande hulpverleningsaanbod, alsook een netwerk opzetten met bestaande adoptiesensitieve algemene en gespecialiseerde welzijns- en gezondheidsdiensten, met het oog op een efficiënte doorverwijzing; |
| 6 | 3° fungeren als aanspreek- en oriëntatiepunt voor geadopteerden, adoptanten en afstandsouders; | 6 | 3° fungeren als aanspreek- en oriëntatiepunt voor geadopteerden, adoptanten en afstandsouders; |
| 7 | 4° fungeren als vormings- en expertisecentrum; | 7 | 4° fungeren als vormings- en expertisecentrum; |
| 8 | 5° een documentatie- en informatiecentrum uitbouwen; | 8 | 5° een documentatie- en informatiecentrum uitbouwen; |
| 9 | 6° het organiseren van de voorbereiding, vermeld in artikel 5. | 9 | 6° het organiseren van de voorbereiding, vermeld in artikel 5; |
| 10 | 7° het verstrekken van individuele (na)zorg aan de kandidaat-adoptant, de geadopteerde en de afstandsouder. | ||
| 10 | § 3. Om erkend te worden, moet het Steunpunt Adoptie aan de volgende voorwaarden voldoen : | 11 | § 3. Om erkend te worden, moet het Steunpunt Adoptie aan de volgende voorwaarden voldoen : |
| 11 | 1° uitsluitend doelstellingen zonder winstoogmerk nastreven; | 12 | 1° uitsluitend doelstellingen zonder winstoogmerk nastreven; |
| 1 | Een deel van de kostprijs van de voorbereiding is ten laste van de adoptant. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag dat de adoptant bijdraagt aan de voorbereiding. | ||
| 2 | Het Steunpunt Adoptie ontvangt een jaarlijkse subsidie voor personeels- en werkingskosten. | 1 | Het Steunpunt Adoptie ontvangt een jaarlijkse subsidie voor personeels- en werkingskosten. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de subsidiëring van het Steunpunt Adoptie. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de subsidiëring van het Steunpunt Adoptie. |
| 1 | De adoptant van wie in het kader van een interlandelijke adoptie overeenkomstig artikel 1231.31 van het Gerechtelijk Wetboek de bekwaamheid en de geschiktheid om te adopteren is vastgesteld, kan voor adoptiebemiddeling een beroep doen op een erkende adoptiedienst of kan de adoptie zelfstandig tot stand brengen. De adoptant deelt zijn keuze mee aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. | 1 | De adoptant van wie in het kader van een interlandelijke adoptie conform artikel 1231-1/7 van het Gerechtelijk Wetboek de bekwaamheid en de geschiktheid om te adopteren zijn vastgesteld, doet een beroep op de vergunde adoptiedienst voor de adoptiebegeleiding voor de voortzetting van het adoptietraject. De kandidaat-adoptant sluit hiervoor een overeenkomst met de voormelde adoptiedienst. |
| 2 | De voortzetting van het adoptietraject, vermeld in het eerste lid, gebeurt onder toezicht van het Vlaams Centrum voor Adoptie, conform artikel 20, §2. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering kan nadere regels over de inhoud van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, vastleggen. |
| 1 | § 1. Een adoptiedienst treedt op als tussenpersoon inzake adoptie met als taak te informeren, te bemiddelen en de nazorg te verstrekken. | ||
| 2 | De adoptiedienst stelt een adoptiedossier samen dat alle stukken bevat die met de adoptie verband houden. Dat dossier bevat minstens: | ||
| 1 | §1. De adoptiedienst heeft de volgende taken: | ||
| 2 | 1° de kandidaat-adoptant informeren, voorbereiden en begeleiden bij de dossiersamenstelling en de procedure in het land van herkomst; | ||
| 3 | 2° administratieve en procedurele ondersteuning bieden aan de kandidaat-adoptant en de geadopteerde; | ||
| 4 | 3° zorg en begeleiding verstrekken aan de kandidaat-adoptant en de geadopteerde; | ||
| 5 | 4° advies verlenen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie over de behoeften van het kind en de navolgende matching. | ||
| 6 | De adoptiedienst heeft afzonderlijke taken in het traject van een intrafamiliale adoptie volgens de regels en specificaties die de Vlaamse Regering bepaalt. | ||
| 7 | In het tweede lid wordt verstaan onder intrafamiliale adoptie: adoptie van een kind dat tot in de vierde graad verwant is met de adoptant, met zijn echtgenoot of met de persoon met wie hij samenwoont, zelfs als die persoon overleden is, of van een kind dat tot in de vierde graad biologisch verwant is met een adoptiekind van de adoptant of van de adoptanten, of van een kind dat het dagelijkse leven op duurzame wijze gedeeld heeft met de adoptant of de adoptanten met een relatie, zoals geldt voor ouders, voor de adoptanten stappen met het oog op de adoptie hebben ondernomen. | ||
| 8 | De adoptiedienst werkt samen met het Vlaams Centrum voor Adoptie om het adoptietraject in de herkomstlanden op te volgen en te begeleiden. | ||
| 9 | §2. De taak van informeren en voorbereiden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, omvat: | ||
| 10 | 1° de kandidaat-adoptant informeren over de herkomstlanden waarmee een lopende samenwerking bestaat, in samenspraak met het Vlaams Centrum voor Adoptie; | ||
| 11 | 2° de kandidaat-adoptant, in samenspraak met het Steunpunt Adoptie, aanvullende vorming aanbieden over adoptiespecifieke onderwerpen die de Vlaamse Regering bepaalt; | ||
| 12 | 3° de adoptiemotivatie verfijnen, de draagkracht van de kandidaat-adoptant versterken en de competenties en grenzen van de kandidaat-adoptant in kaart brengen in functie van de kindprofielen in de verschillende herkomstlanden. | ||
| 13 | §3. De begeleidingstaak, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1°, en de administratieve en procedurele begeleiding, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, omvat: 1° de kandidaat-adoptant begeleiden bij de samenstelling van het dossier dat | ||
| 14 | verzonden moet worden naar het herkomstland; | ||
| 3 | 1° het dossier van het kind, dat de gegevens, vermeld in artikel 361-3, 2°, van het Burgerlijk Wetboek, bevat; | 15 | 2° het rapport, vermeld in artikel 361-2/1 van het oud Burgerlijk Wetboek, opmaken op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt; |
| 4 | 2° de documenten die betrekking hebben op de gerechtelijke en administratieve procedure waarbij de adoptie tot stand komt; | ||
| 5 | 3° de documenten in verband met de nazorg; | ||
| 6 | 4° het dossier met informatie over de kandidaat-adoptant. | ||
| 7 | § 2. De taken inzake adoptiebemiddeling zijn : | ||
| 8 | 1° mede op grond van de kindstudie, de juridische en sociaal-psychologische adopteerbaarheid van het kind nagaan; | ||
| 9 | 2° de adoptanten psychosociaal bijstaan en voorbereiden op de komst van het kind; | ||
| 10 | 3° de voortgang van de individuele adoptiedossiers begeleiden; | ||
| 11 | 4° een adoptiesamenwerking aangaan met de buitenlandse kanalen die goedgekeurd zijn door het Vlaams Centrum voor Adoptie; | ||
| 16 | 3° de voortgang van de individuele adoptiedossiers begeleiden en de kandi- daatadoptant en het Vlaams Centrum voor Adoptie op de hoogte houden over de gerechtelijke of administratieve voortgang van het adoptiedossier; | ||
| 12 | 5° de adoptie opvolgen zoals bepaald is in de voorschriften en de wettelijke bepalingen van de staat van herkomst; | 17 | 4° de adoptie opvolgen in overeenstemming met de voorschriften en de wettelijke bepalingen van het herkomstland. |
| 18 | §4. Het verstrekken van zorg en begeleiding, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, omvat: | ||
| 19 | 1° een zorgplan opstellen dat aangepast is aan de behoeften van het adoptiekind; | ||
| 20 | 2° instaan voor de nazorgvereiste en follow-uprapportage die wordt opgelegd door het herkomstland; | ||
| 21 | 3° aan de kandidaat-adoptant psychosociale bijstand en bijstand bij de voorbereiding voor de aankomst van het kind in België bieden; | ||
| 22 | 4° de hechting en gezinsvorming opvolgen en ondersteunen in de periode na de aankomst van het kind in België; | ||
| 23 | 5° in een gestructureerd ondersteuningsaanbod voorzien voor de geadopteerde en het adoptiegezin, dat is aangepast aan de behoeften en maturiteit van de geadopteerde en dat, in samenspraak met Steunpunt Adoptie of andere partners, minstens bestaat uit huisbezoeken, individuele gesprekken, vorming en groepsactiviteiten; | ||
| 24 | 6° in doorverwijzing en opvolging voorzien bij vragen of problemen die een specialistische hulpverlening in de tweede of derde lijn vereisen; | ||
| 25 | 7° een nauwe samenwerking uitbouwen met het afstammingscentrum in het kader van rootszoektochten. | ||
| 26 | §5. De samenwerking met het Vlaams Centrum voor Adoptie in het kader van internationale samenwerkingen, vermeld in paragraaf 1, vierde lid, omvat: | ||
| 27 | 1° aan het Vlaams Centrum voor Adoptie alle mogelijke afwijkingen en onregelmatigheden melden die opduiken tijdens de gerechtelijke of administratieve procedure in het herkomstland of na aankomst in België; | ||
| 13 | 6° de aankomst van het kind in België melden bij het Vlaams Centrum voor Adoptie ; | 28 | 2° aan het Vlaams Centrum voor Adoptie melden dat het kind in België is aangekomen; |
| 14 | 7° voorzien in gestructureerde verkenningssessies voor de adoptanten in de voorbereidingsfase en op vraag van de adoptanten een schriftelijk verslag van deze sessie overmaken aan het Vlaams Centrum voor Adoptie, dat dit toevoegt aan het verslag van het maatschappelijk onderzoek dat aan de jeugdrechter wordt bezorgd; | ||
| 15 | 8° voorstellen voor mogelijke adoptiesamenwerking aanbrengen bij het Vlaams Centrum voor Adoptie; | ||
| 16 | 9° de adoptiewerking periodiek evalueren en hierover rapporteren aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. | ||
| 17 | 10° het rapport, vermeld in artikel 361-2/1 van het Oud Burgerlijk Wetboek, opmaken op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt. | ||
| 18 | § 3. De taak inzake informeren is de kandidaat-adoptanten, gedurende de voorbereidingssessie en in samenspraak met het Steunpunt Adoptie, informeren over de herkomstlanden waarmee een lopende adoptiesamenwerking bestaat. | ||
| 19 | § 4. ... | ||
| 20 | § 5. De adoptiedienst stelt een schriftelijke overeenkomst op met elke adoptant waarvoor hij bemiddelt. In die overeenkomst wordt zo exact mogelijk de procedure, de kostprijs, de duur en de gewaarborgde dienstverlening omschreven. | ||
| 21 | § 6. Van ieder adoptiedossier moet de adoptiedienst, binnen de vier maanden na de totstandkoming van de adoptie, een kopie bezorgen aan de Vlaamse adoptieambtenaar. | ||
| 22 | § 7. De Vlaamse Regering kan de taken, bepaald in § 2 tot § 6, nader bepalen. | ||
| 29 | 3° het verloop van adoptietrajecten in de herkomstlanden praktisch organiseren en evalueren; | ||
| 30 | 4° aan het Vlaams Centrum voor Adoptie in het kader van de planning, vermeld in paragraaf 7, nieuwe samenwerkingen met herkomstlanden voorstellen, die door het Vlaams Centrum voor Adoptie binnen een redelijke termijn onderzocht worden. | ||
| 31 | §6. De adoptiedienst bezorgt alle beschikbare stukken met informatie over de herkomst en identiteit van de geadopteerde aan het Vlaams Centrum voor Adoptie, ook na uitspraak van de adoptie. | ||
| 32 | De adoptiedienst en het Vlaams Centrum voor Adoptie maken afspraken over de termijn waarin een kopie van de stukken, vermeld in het eerste lid, aan het Vlaams Centrum voor Adoptie wordt bezorgd. | ||
| 33 | §7. De adoptiedienst en het Vlaams Centrum voor Adoptie stellen tijdens het eerste kwartaal van ieder kalenderjaar samen een planning op in het kader van de internationale samenwerkingen, vermeld in paragraaf 5, en ook een grondige evaluatie van de lopende samenwerkingen met de herkomstlanden. | ||
| 34 | §8. De adoptiedienst informeert het Vlaams Centrum voor Adoptie zorgvuldig over de uitvoering van de taken, vermeld in paragraaf 1 tot en met 6. | ||
| 35 | §9. De Vlaamse Regering kan de taken van de adoptiedienst, vermeld in paragraaf 1 tot en met 8, verder specificeren en uitwerken. |
| 1 | §1. Er wordt een Adviescomité interlandelijke adoptie opgericht dat de volgende opdrachten heeft: | ||
| 2 | 1° advies verlenen in concrete adoptiedossiers conform artikel 15/2; | ||
| 3 | 2° op eigen initiatief, op verzoek van het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering, de leidend ambtenaar van het agentschap, de Vlaamse adoptieambtenaar of de vergunde adoptiedienst advies verlenen over de globale aanpak en het verloop van interlandelijke adoptietrajecten. | ||
| 4 | §2. Het Adviescomité interlandelijke adoptie bestaat minstens uit: | ||
| 5 | 1° een vertegenwoordiger van de dienst voor maatschappelijk onderzoek, vermeld in artikel 11, §1, van dit decreet; | ||
| 6 | 2° een vertegenwoordiger van de adoptiedienst; | ||
| 7 | 3° een medewerker van het Vlaams Centrum voor Adoptie; 4° twee onafhankelijke experten in interlandelijke adoptie. | ||
| 8 | Voor de adviesverlening, vermeld in paragraaf 1, 2°, bestaat het Adviescomité interlandelijke adoptie naast de leden, vermeld in het eerste lid, ook uit minstens twee onafhankelijke deskundigen op het gebied van adoptie, een vertegenwoordiger van de pleegzorgsector en minstens twee vertegenwoordigers van adoptieouders of geadopteerden. | ||
| 9 | De adviezen die volgen uit de adviesverlening, vermeld in paragraaf 1, 2°, worden gepubliceerd op de website van het agentschap. | ||
| 10 | §3. De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling van het Adviescomité interlandelijke adoptie. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de opdracht, de vergoeding van de leden en de werking van het Adviescomité interlandelijke adoptie. |
| 1 | §1. Als het Vlaams Centrum voor Adoptie of de adoptiedienst vanuit een herkomstland een voorstel tot matching van een kind aan een kandidaat-adoptant verkrijgt als vermeld in artikel 361-4, 3°, c), van het oud Burgerlijk Wetboek, heeft de adoptiedienst de opdracht de psychosociale adopteerbaarheid van het kind op grond van de kindstudie, vermeld in artikel 361-3, 2°, van het oud Burgerlijk Wetboek, na te gaan en daarover advies te verlenen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie, complementair aan de controle, vermeld in artikel 20, §2, 2°, e). Bij de voormelde adviesverlening onderzoekt de adoptiedienst of de kandidaat-adoptant voldoende matcht met de kenmerken en behoeften van het kind. | ||
| 2 | De adoptiedienst en het Vlaams Centrum voor Adoptie kunnen bijkomend advies inroepen van externe experten over de medische of psychosociale adopteerbaarheid of het dossier voorleggen aan het Adviescomité interlandelijke adoptie, vermeld in artikel 15/1. In voorkomend geval worden de voormelde externe experten betrokken bij de beoordeling door het voormelde Adviescomité interlandelijke adoptie. | ||
| 3 | Als het Vlaams Centrum voor adoptie het advies van het Adviescomité interlandelijke adoptie, vermeld in artikel 15/1, niet wil volgen, brengt het Vlaams Centrum voor Adoptie het voormelde Adviescomité interlandelijke adoptie op de hoogte van de redenen daarvoor. | ||
| 4 | §2. Als het Vlaams Centrum voor Adoptie of de adoptiedienst vanuit een herkomstland de vraag krijgt om een kandidaat-adoptant te zoeken voor een kind, al dan niet met special needs, doet het Vlaams Centrum voor Adoptie de controle, ver- meld in artikel 20, §2, 2°, e), en gaat de adoptiedienst, na controle van de psychosociale adopteerbaarheid van het kind, op zoek naar de best mogelijke match in gezinsverband voor het kind. | ||
| 5 | In het eerste lid wordt verstaan onder special needs: de behoeften die vallen onder een van de volgende categorieën: | ||
| 6 | 1° brussen; | ||
| 7 | 2° medische of lichamelijke problemen; | ||
| 8 | 3° extra belastende achtergrond, gedrags- of emotionele problemen; | ||
| 9 | 4° ontwikkelingsproblemen; | ||
| 10 | 5° ouder dan zes jaar zijn. | ||
| 11 | Als de adoptiedienst beslist dat er een geschikte kandidaat-adoptant kan wor den gevonden die voldoende matcht met de kenmerken en behoeften van het kind, wordt een voorstel voor plaatsing voorgelegd aan het Adviescomité interlandelijke adoptie, vermeld in artikel 15/1. | ||
| 12 | Als het Vlaams Centrum voor Adoptie bij de uiteindelijke beslissing over de match het advies van het Adviescomité interlandelijke adoptie niet wil volgen, dan brengt het Vlaams Centrum voor Adoptie het Adviescomité interlandelijke adoptie op de hoogte van de redenen daarvoor. | ||
| 13 | §3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de opdracht en de vergoeding van de externe experten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, en ook de procedure voor de adviesverlening, vermeld in paragraaf 1 en 2, verder specificeren en uitwerken. |
| 1 | §1. De Vlaamse Regering erkent de adoptiediensten op advies van het Vlaams Centrum voor Adoptie volgens de regels bepaald in dit decreet. | 1 | §1. De Vlaamse Regering vergunt één adoptiedienst op advies van het Vlaams Centrum voor Adoptie. |
| 2 | § 2. Om erkend te worden, moet de adoptiedienst aan de volgende voorwaarden voldoen : | ||
| 3 | 1° optreden als een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen, of als een publiekrechtelijke rechtspersoon; | ||
| 4 | 2° adoptiebemiddeling en het verstrekken van de nazorg als voornaamste taak hebben; | ||
| 5 | 3° beschikken over of een beroep kunnen doen op een interdisciplinair team dat is samengesteld zoals bepaald door de Vlaamse Regering; | ||
| 2 | §2. Een adoptiedienst die voldoet aan al de volgende voorwaarden, kan worden vergund conform paragraaf 1: | ||
| 3 | 1° hij is georganiseerd als een vereniging zonder winstoogmerk of als een publiek- rechtelijke rechtspersoon; | ||
| 4 | 2° hij heeft zijn zetel in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; | ||
| 5 | 3° hij heeft adoptiebegeleiding en de verstrekking van zorg als vermeld in artikel 15 en 15/2 van dit decreet, als enige taak en oefent daarnaast geen andere activiteiten inzake bescherming van kinderen en jongeren uit; | ||
| 6 | 4° hij beschikt over een interdisciplinair team met voldoende expertise om de opdrachten, vermeld in artikel 15 en 15/2 van dit decreet, kwaliteitsvol uit te voeren en kan een beroep doen op een arts en een jurist met expertise op het vlak van kinderrechten en familierecht. De expertise blijkt verder uit de aanwezigheid van landenverantwoordelijken die kennis hebben over de taal, wetgeving, cultuur en gebruiken in de herkomstlanden waarmee wordt samengewerkt, en psychologen en maatschappelijk assistenten die instaan voor zorg en begeleiding; | ||
| 6 | 4° geleid worden door een persoon die beschikt over kwalificaties zoals bepaald door de Vlaamse Regering ; | 7 | 5° hij wordt geleid door een persoon die beschikt over kwalificaties die de Vlaamse Regering bepaalt; |
| 7 | 5° beschikken over voldoende infrastructuur om de opgelegde verplichtingen uit te voeren en de continuïteit van de dienst te verzekeren; | 8 | 6° hij beschikt over een aangepaste infrastructuur en werkingsmiddelen om zijn opdrachten kwaliteitsvol uit te voeren en de continuïteit van de dienst te verzekeren; |
| 8 | 6° de persoonlijke levenssfeer van de adoptant eerbiedigen en, zonder enige vorm van discriminatie, zijn ideologische, godsdienstige en filosofische overtuiging respecteren; | ||
| 9 | 7° voorstellen doen tot kanaalonderzoek en deze, na proactieve goedkeuring door het Vlaams Centrum voor Adoptie, binnen een redelijke termijn afronden. | ||
| 9 | 7° hij neemt het belang van het kind en zijn nationale en internationale grondrechten in acht en werkt overeenkomstig de werkingsprincipes voor interlandelijke adoptie, vermeld in paragraaf 5; | ||
| 10 | 8° hij voorziet een geïntegreerd en integraal kwaliteitsbeleid dat erop gericht is op systematische wijze de kwaliteit van de dienstverlening, alsook van de interne werking, te bepalen, te plannen, te evalueren en te verbeteren; | ||
| 11 | 9° hij kan een beroep doen op een functionaris voor de gegevensbescherming als vermeld in artikel 37 van de algemene verordening gegevensbescherming. | ||
| 12 | De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, nader specificeren met inbegrip van de kwalificaties en samenstelling van het interdisciplinair team, vermeld in punt 4°. | ||
| 10 | §3. De erkenning wordt verleend voor een periode van minimaal twee jaar en maximaal vijf jaar en kan voor dezelfde termijnen worden verlengd. De erkende adoptiedienst moet, om erkend te blijven of opnieuw erkend te worden, de volgende verplichtingen naleven : | 13 | §3. De vergunning van een adoptiedienst wordt verleend voor een periode van minimaal twee jaar en maximaal vijf jaar en kan voor dezelfde termijnen worden verlengd. Om vergund te blijven of opnieuw vergund te worden, leeft de vergunde adoptiedienst de volgende verplichtingen na: |
| 11 | 1° elke aanvraag van een adoptant die aan de voorwaarden, vermeld in artikel 14, voldoet, aanvaarden; | ||
| 12 | 2° de taken, vermeld in artikel 15 van dit decreet, kwaliteitsvol uitvoeren; | ||
| 14 | 1° hij voert de taken, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan, uit met het oog op het leveren van kwaliteit van zorg overeenkomstig het decreet van 5 mei 2023 over de kwaliteit van zorg in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; | ||
| 13 | 3° een jaarverslag opmaken en het in de loop van het eerste trimester dat volgt op het einde van elk boekjaar toesturen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. De inhoud van het jaarverslag wordt door de Vlaamse Regering bepaald; | 15 | 2° hij maakt een jaarverslag op en hij stuurt het in de loop van het eerste trimester dat volgt op het einde van elk boekjaar, naar het Vlaams Centrum voor Adoptie. De Vlaamse Regering legt de inhoud van het voormelde jaarverslag vast; |
| 14 | 4° regelmatig participeren in het overleg tussen de verschillende actoren in interlandelijke adoptie. | ||
| 15 | § 4. De Vlaamse Regering stelt de procedure vast voor de aanvraag en de hernieuwing van de erkenning van de adoptiediensten. Tevens voorziet ze in een bezwaarprocedure. | ||
| 16 | § 5. De Vlaamse Regering stelt een programmering van de adoptiediensten op. | ||
| 16 | 3° hij participeert, op verzoek van het Vlaams Centrum voor Adoptie, geregeld in het overleg tussen de verschillende actoren bij adoptie; | ||
| 17 | 4° hij verwerkt de persoonsgegevens van alle betrokkenen van wie persoonsgegevens worden verwerkt, met respect voor de wetgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens, in het bij- zonder de algemene verordening gegevensbescherming; | ||
| 18 | 5° hij zorgt dat de individuele medewerkers binnen de dienst strikt vertrouwelijk omgaan met alle informatie die hij verkrijgt bij de uitoefening van zijn opdrachten en de activiteiten die daarmee verband houden en hij zorgt dat deze informatie enkel kan gedeeld worden voor zover dit in dit decreet of andere wetgeving is voorzien; | ||
| 19 | 6° hij stelt bij stopzetting van de activiteiten of bij opheffing van de vergunning alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de overname van de activiteiten, ter beschikking van het Vlaams Centrum voor Adoptie in de vorm en binnen de termijnen die het Vlaams Centrum voor Adoptie bepaalt; | ||
| 20 | 7° hij voorziet in maximale transparantie en informatiedeling ten aanzien van het Vlaams Centrum voor Adoptie; | ||
| 21 | 8° hij voert een boekhouding volgens het genormaliseerd boekhoudkundig stelsel en organiseert die zo dat de financiële controle op de aanwending van de subsidies mogelijk is; | ||
| 22 | 9° hij bezorgt jaarlijks, in de loop van het eerste trimester dat volgt op het einde van elk boekjaar, een bestuurskundige en financiële rapportering met jaarrekening en balans aan het Vlaams Centrum voor Adoptie. De Vlaamse Regering legt de inhoud van het voormelde verslag vast; | ||
| 23 | 10° hij realiseert een strategie om de kwaliteit van de dienstverlening te bewaken en te evalueren samen met interne en externe stakeholders; | ||
| 24 | 11° hij brengt het Vlaams Centrum voor Adoptie op de hoogte van een stopzetting van de activiteiten minstens zes maanden voor de effectieve stopzetting. | ||
| 25 | §4. Om vergund te worden, vergund te blijven en opnieuw te worden vergund, beschikt de adoptiedienst over een sterk beleidsvoerend vermogen om een kwaliteitsvolle dienstverlening te organiseren waarbij minimaal volgende aspecten gerealiseerd worden: | ||
| 26 | 1° beschikken over een raad van bestuur waarvan de samenstelling bestaat uit: | ||
| 27 | a) leden met juridische expertise, bestuurskundige expertise of financiële expertise en met kennis van de ethische aspecten die zijn verbonden aan de praktijk van interlandelijke adoptie; | ||
| 28 | b) leden die professioneel verbonden zijn aan de adoptiethematiek alsook leden die als ervaringsdeskundige met de thematiek in aanraking komen; | ||
| 29 | 2° een leidinggevende die beschikt over de competenties en ervaring om een professionele dienstverlening te garanderen; | ||
| 30 | 3° een reflectieve, proactieve en reactieve houding van zowel de leden van de raad van bestuur als de leidinggevende van de organisatie met het oog op een voortdurende verbetering van de eigen werking, rekening houdend met de feedback en input van adoptieouders, geadopteerden, het Vlaams Centrum voor Adoptie, medewerkers en relevante expertise van externe organisaties. | ||
| 31 | De Vlaamse Regering kan de aspecten, vermeld in het eerste lid, nader specificeren. | ||
| 32 | §5. De naleving van de voorwaarde, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 7°, blijkt uit een werking met respect voor volgende principes: | ||
| 33 | 1° iedere interlandelijke adoptie wordt verwezenlijkt met respect voor de geldende regionale, nationale en internationale wetgeving, in het bijzonder voor het Haags Verdrag en het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, aangenomen in New York op 20 november 1989; | ||
| 34 | 2° het belang van het kind vormt het uitgangspunt bij iedere interlandelijke adoptie; | ||
| 35 | 3° adoptie wordt beschouwd als deel van een ruimer systeem van jeugdhulp en jeugdbescherming waarbij erover gewaakt wordt dat deze maatregel enkel wordt toegepast in het belang van de zorg voor een kind en subsidiair aan andere opvangmogelijkheden voor het kind in gezinsverband; | ||
| 36 | 4° de beslissing tot samenwerking met een herkomstland valt onder de bevoegdheid van het Vlaams Centrum voor Adoptie dat als centrale adoptieautoriteit in de zin van het Haags Verdrag dient te waken over een zorgvuldig procesverloop, conform de geldende regelgeving ter zake; | ||
| 37 | 5° iedere actor die op professionele wijze is betrokken in het adoptieproces werkt mee aan een loyale uitvoering van het geldende adoptiebeleid in Vlaanderen en zorgt voor een constructieve samenwerking met alle partners in de adoptieketen; | ||
| 38 | 6° iedere adoptie wordt verwezenlijkt vanuit eerbied voor de persoonlijke levenssfeer van de adoptant en de geadopteerde en zonder enige vorm van discrimi natie en met respect voor ieders ideologie en filosofische overtuiging; | ||
| 39 | 7° de realisatie van een interlandelijke adoptie mag niet leiden tot financieel gewin voor de betrokkenen in het adoptieproces en mogelijke tussenpersonen. | ||
| 40 | §6. De Vlaamse Regering stelt de procedure vast voor de aanvraag en de hernieuwing van de vergunning van een adoptiedienst. Als er meer dan één ontvankelijke vergunningsaanvraag is die aan de vergunningsvoorwaarden voldoet, wordt de vergelijkende procedure toegepast, waarbij de aanvragen vergeleken worden op basis van de vergelijkingscriteria die de Vlaamse Regering bepaalt en de vergunning alleen aan de hoogst gerangschikte aanvraag wordt toegekend. De Vlaamse Regering legt een bezwaarprocedure vast. | ||
| 41 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de procedure die gevolgd moet worden bij de vrijwillige stopzetting van de activiteiten en bepaalt de nodige maatregelen om de continuïteit in de dienstverlening te garanderen. |
| 1 | §1. Als wordt vastgesteld dat de adoptiedienst de bepalingen van dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan niet naleeft of als een ernstig vermoeden bestaat dat de adoptiebegeleiding niet gebeurt in het belang van het kind, wordt de adoptiedienst schriftelijk aangemaand door het agentschap. De voormelde aanmaning vermeldt de termijn waarin de adoptiedienst moet voldoen aan de niet nageleefde bepalingen en kan specifieke voorwaarden bevatten om te voldoen aan de niet nageleefde bepalingen. | ||
| 2 | Bij dringende noodzakelijkheid of als een herstel van de inbreuk niet meer mogelijk is, kan de aanmaning, vermeld in het eerste lid, achterwege gelaten worden en kan onmiddellijk worden overgegaan tot de schorsing of opheffing van de vergunning. | ||
| 3 | §2. In de volgende gevallen kan het agentschap de vergunning van de adoptiedienst schorsen, opheffen of bestuurlijke maatregelen nemen: | ||
| 1 | § 1. De erkenning van de adoptiediensten kan door de Vlaamse Regering worden opgeheven of geschorst voor de termijn die ze bepaalt als de bepalingen van dit decreet niet worden nageleefd of als een ernstig vermoeden bestaat dat de adoptiebemiddeling niet gebeurt in het belang van het kind. Bij opheffing of schorsing van de erkenning of wanneer een adoptiedienst zijn activiteit stopzet, treft het Vlaams Centrum voor Adoptie maatregelen in verband met afwerking en overdracht van dossiers. | 4 | 1° de adoptiedienst leeft de bepalingen van dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan niet na of er bestaat een ernstig vermoeden dat de adoptiebegeleiding niet gebeurt in het belang van het kind of bij dringende noodzakelijkheid of als een herstel van de inbreuk niet meer mogelijk is; |
| 5 | 2° de adoptiedienst laat na om het vereiste gevolg te verlenen aan de aanmaning, vermeld in paragraaf 1; | ||
| 6 | 3° de adoptiedienst verhindert het toezicht dat door of krachtens dit decreet wordt geregeld. | ||
| 7 | De schorsing van de vergunning heeft van rechtswege de opschorting van de uitoefening van de adoptiebegeleiding tot gevolg vanaf de dag die vermeld is in de schorsingsbeslissing tot het moment dat het agentschap vaststelt dat de adoptiedienst opnieuw voldoet aan de vergunningsvoorwaarden en uiterlijk tot de datum die vermeld is in de schorsingsbeslissing. Als op de einddatum van de schorsing de aanleiding van de maatregel niet is weggewerkt, kan het agentschap de schorsing verlengen, de vergunning opheffen of een andere bestuurlijke maatregel opleggen. | ||
| 8 | Gedurende de schorsing kan het Vlaams Centrum voor Adoptie maatregelen nemen om de lopende adoptiedossiers af te handelen en de taken, vermeld in artikel 15 tot en met 15/2 van dit decreet, tijdelijk gedeeltelijk toewijzen aan Steunpunt Adoptie en de dienst voor binnenlandse adoptie, vermeld in artikel 13 van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015. De adoptiedienst bezorgt daarvoor op verzoek van het Vlaams Centrum voor Adoptie alle lopende adoptiedossiers en lopende contracten met kandidaat-adoptanten en alle nuttige informatie die betrekking heeft op de actuele samenwerking met de herkomstlanden. | ||
| 9 | De opheffing van de vergunning heeft van rechtswege de stopzetting van alle activiteiten van de adoptiedienst tot gevolg en de overdracht aan het Vlaams Centrum voor Adoptie van de volgende dossiers en documenten: | ||
| 10 | 1° alle lopende adoptiedossiers; | ||
| 11 | 2° de lopende contracten met de kandidaat-adoptanten; | ||
| 12 | 3° de informatie en documenten die betrekking hebben op de actuele samenwerking met de herkomstlanden; | ||
| 13 | 4° de gearchiveerde informatie over de afgesloten adoptiedossiers en de documenten over de afgesloten samenwerking met de herkomstlanden. | ||
| 14 | De bestuurlijke maatregelen zijn tijdelijke maatregelen waarbij de uitoefening van de adoptiebegeleiding niet volledig wordt opgeschort, tenzij het agentschap gelijktijdig met de bestuurlijke maatregel een schorsing oplegt. Als op de einddatum van de bestuurlijke maatregel de aanleiding van de maatregel niet is weggewerkt, kan het agentschap de maatregel verlengen of een andere bestuurlijke maatregel opleggen of de vergunning opheffen. | ||
| 15 | §3. De bestuurlijke maatregelen, vermeld in paragraaf 2, kunnen bestaan uit: | ||
| 16 | 1° een specifieke ondersteuning of begeleiding door een externe partner opleggen op het vlak van organisatie en werking van de adoptiedienst om de vastgestelde inbreuken te remediëren. De voormelde externe partner wordt aangesteld door het Vlaams Centrum voor Adoptie; | ||
| 17 | 2° een specifieke opleiding opleggen om de competenties en inhoudelijke expertise die is vereist om adopties te kunnen realiseren in het belang van de betrokken kinderen, te versterken bij de teamleden van de adoptiedienst; | ||
| 18 | 3° een verbod opleggen om nieuwe contracten te sluiten met kandidaat-adoptanten; | ||
| 19 | 4° een verbod opleggen om in een bepaald herkomstland activiteiten te ontwikkelen of uit te voeren. | ||
| 20 | §4. In de beslissing om een maatregel als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, te nemen, worden de volgende elementen transparant omschreven: | ||
| 21 | 1° de inhoud van de bestuurlijke maatregel; | ||
| 22 | 2° de voorwaarden die in voorkomend geval vervuld moeten zijn, en de termijn waarin ze vervuld moeten zijn. | ||
| 23 | Het agentschap kan in voorkomend geval de kosten voor bepaalde bestuurlijke maatregelen volledig of gedeeltelijk ten laste van de adoptiedienst leggen. | ||
| 2 | § 2. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure inzake opheffing en schorsing van de erkenning. | 24 | §5. De Vlaamse Regering kan nadere regels opleggen voor de aanmaning en schorsing of opheffing van de vergunning. |