§ flandrepo
24 regels · van kracht sinds 20 jul 2024

Artikel 17

§1. Als wordt vastgesteld dat de adoptiedienst de bepalingen van dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan niet naleeft of als een ernstig vermoeden bestaat dat de adoptiebegeleiding niet gebeurt in het belang van het kind, wordt de adoptiedienst schriftelijk aangemaand door het agentschap. De voormelde aanmaning vermeldt de termijn waarin de adoptiedienst moet voldoen aan de niet nageleefde bepalingen en kan specifieke voorwaarden bevatten om te voldoen aan de niet nageleefde bepalingen.

Bij dringende noodzakelijkheid of als een herstel van de inbreuk niet meer mogelijk is, kan de aanmaning, vermeld in het eerste lid, achterwege gelaten worden en kan onmiddellijk worden overgegaan tot de schorsing of opheffing van de vergunning.

§2. In de volgende gevallen kan het agentschap de vergunning van de adoptiedienst schorsen, opheffen of bestuurlijke maatregelen nemen:

  1. 1°de adoptiedienst leeft de bepalingen van dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan niet na of er bestaat een ernstig vermoeden dat de adoptiebegeleiding niet gebeurt in het belang van het kind of bij dringende noodzakelijkheid of als een herstel van de inbreuk niet meer mogelijk is;
  2. 2°de adoptiedienst laat na om het vereiste gevolg te verlenen aan de aanmaning, vermeld in paragraaf 1;
  3. 3°de adoptiedienst verhindert het toezicht dat door of krachtens dit decreet wordt geregeld.

De schorsing van de vergunning heeft van rechtswege de opschorting van de uitoefening van de adoptiebegeleiding tot gevolg vanaf de dag die vermeld is in de schorsingsbeslissing tot het moment dat het agentschap vaststelt dat de adoptiedienst opnieuw voldoet aan de vergunningsvoorwaarden en uiterlijk tot de datum die vermeld is in de schorsingsbeslissing. Als op de einddatum van de schorsing de aanleiding van de maatregel niet is weggewerkt, kan het agentschap de schorsing verlengen, de vergunning opheffen of een andere bestuurlijke maatregel opleggen.

Gedurende de schorsing kan het Vlaams Centrum voor Adoptie maatregelen nemen om de lopende adoptiedossiers af te handelen en de taken, vermeld in artikel 15 tot en met 15/2 van dit decreet, tijdelijk gedeeltelijk toewijzen aan Steunpunt Adoptie en de dienst voor binnenlandse adoptie, vermeld in artikel 13 van het decreet Binnenlandse Adoptie van 3 juli 2015. De adoptiedienst bezorgt daarvoor op verzoek van het Vlaams Centrum voor Adoptie alle lopende adoptiedossiers en lopende contracten met kandidaat-adoptanten en alle nuttige informatie die betrekking heeft op de actuele samenwerking met de herkomstlanden.

De opheffing van de vergunning heeft van rechtswege de stopzetting van alle activiteiten van de adoptiedienst tot gevolg en de overdracht aan het Vlaams Centrum voor Adoptie van de volgende dossiers en documenten:

  1. 1°alle lopende adoptiedossiers;
  2. 2°de lopende contracten met de kandidaat-adoptanten;
  3. 3°de informatie en documenten die betrekking hebben op de actuele samenwerking met de herkomstlanden;
  4. 4°de gearchiveerde informatie over de afgesloten adoptiedossiers en de documenten over de afgesloten samenwerking met de herkomstlanden.

De bestuurlijke maatregelen zijn tijdelijke maatregelen waarbij de uitoefening van de adoptiebegeleiding niet volledig wordt opgeschort, tenzij het agentschap gelijktijdig met de bestuurlijke maatregel een schorsing oplegt. Als op de einddatum van de bestuurlijke maatregel de aanleiding van de maatregel niet is weggewerkt, kan het agentschap de maatregel verlengen of een andere bestuurlijke maatregel opleggen of de vergunning opheffen.

§3. De bestuurlijke maatregelen, vermeld in paragraaf 2, kunnen bestaan uit:

  1. 1°een specifieke ondersteuning of begeleiding door een externe partner opleggen op het vlak van organisatie en werking van de adoptiedienst om de vastgestelde inbreuken te remediëren. De voormelde externe partner wordt aangesteld door het Vlaams Centrum voor Adoptie;
  2. 2°een specifieke opleiding opleggen om de competenties en inhoudelijke expertise die is vereist om adopties te kunnen realiseren in het belang van de betrokken kinderen, te versterken bij de teamleden van de adoptiedienst;
  3. 3°een verbod opleggen om nieuwe contracten te sluiten met kandidaat-adoptanten;
  4. 4°een verbod opleggen om in een bepaald herkomstland activiteiten te ontwikkelen of uit te voeren.

§4. In de beslissing om een maatregel als vermeld in paragraaf 2, eerste lid, te nemen, worden de volgende elementen transparant omschreven:

  1. 1°de inhoud van de bestuurlijke maatregel;
  2. 2°de voorwaarden die in voorkomend geval vervuld moeten zijn, en de termijn waarin ze vervuld moeten zijn.

Het agentschap kan in voorkomend geval de kosten voor bepaalde bestuurlijke maatregelen volledig of gedeeltelijk ten laste van de adoptiedienst leggen.

§5. De Vlaamse Regering kan nadere regels opleggen voor de aanmaning en schorsing of opheffing van de vergunning.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd