§ flandrepo
13 regels · van kracht sinds 20 jul 2024

Artikel 15/2

§1. Als het Vlaams Centrum voor Adoptie of de adoptiedienst vanuit een herkomstland een voorstel tot matching van een kind aan een kandidaat-adoptant verkrijgt als vermeld in artikel 361-4, 3°, c), van het oud Burgerlijk Wetboek, heeft de adoptiedienst de opdracht de psychosociale adopteerbaarheid van het kind op grond van de kindstudie, vermeld in artikel 361-3, 2°, van het oud Burgerlijk Wetboek, na te gaan en daarover advies te verlenen aan het Vlaams Centrum voor Adoptie, complementair aan de controle, vermeld in artikel 20, §2, 2°, e). Bij de voormelde adviesverlening onderzoekt de adoptiedienst of de kandidaat-adoptant voldoende matcht met de kenmerken en behoeften van het kind.

De adoptiedienst en het Vlaams Centrum voor Adoptie kunnen bijkomend advies inroepen van externe experten over de medische of psychosociale adopteerbaarheid of het dossier voorleggen aan het Adviescomité interlandelijke adoptie, vermeld in artikel 15/1. In voorkomend geval worden de voormelde externe experten betrokken bij de beoordeling door het voormelde Adviescomité interlandelijke adoptie.

Als het Vlaams Centrum voor adoptie het advies van het Adviescomité interlandelijke adoptie, vermeld in artikel 15/1, niet wil volgen, brengt het Vlaams Centrum voor Adoptie het voormelde Adviescomité interlandelijke adoptie op de hoogte van de redenen daarvoor.

§2. Als het Vlaams Centrum voor Adoptie of de adoptiedienst vanuit een herkomstland de vraag krijgt om een kandidaat-adoptant te zoeken voor een kind, al dan niet met special needs, doet het Vlaams Centrum voor Adoptie de controle, ver- meld in artikel 20, §2, 2°, e), en gaat de adoptiedienst, na controle van de psychosociale adopteerbaarheid van het kind, op zoek naar de best mogelijke match in gezinsverband voor het kind.

In het eerste lid wordt verstaan onder special needs: de behoeften die vallen onder een van de volgende categorieën:

  1. 1°brussen;
  2. 2°medische of lichamelijke problemen;
  3. 3°extra belastende achtergrond, gedrags- of emotionele problemen;
  4. 4°ontwikkelingsproblemen;
  5. 5°ouder dan zes jaar zijn.

Als de adoptiedienst beslist dat er een geschikte kandidaat-adoptant kan wor den gevonden die voldoende matcht met de kenmerken en behoeften van het kind, wordt een voorstel voor plaatsing voorgelegd aan het Adviescomité interlandelijke adoptie, vermeld in artikel 15/1.

Als het Vlaams Centrum voor Adoptie bij de uiteindelijke beslissing over de match het advies van het Adviescomité interlandelijke adoptie niet wil volgen, dan brengt het Vlaams Centrum voor Adoptie het Adviescomité interlandelijke adoptie op de hoogte van de redenen daarvoor.

§3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de opdracht en de vergoeding van de externe experten, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, en ook de procedure voor de adviesverlening, vermeld in paragraaf 1 en 2, verder specificeren en uitwerken.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd