§ flandrepo

Tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur #735

Gesloten Tom OngenaNadia SminateBrecht WarnezPaul Van MiertKatrien SchryversKris Van Dijck Open Vld, N-VA, cd&v wou 10 artikels wijzigen in decreet-2017-12-22-1029017 · 20 april 2021 Alle checks geslaagd
Amendementen
28 juni 2021 · 5 blz.
735/4 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BIN ingediend op 9 juni 2021 (2020-2021) Amendementen op het voorstel van decreet van Tom Ongena, Nadia Sminate, Brecht Warnez, Paul Van Miert, Katrien Schryvers en Kris Van Dijck tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2: Advies van de Raad van State – Nr. 3: Motie houdende raadpleging Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en Vlaamse Ouderenraad AMENDEMENT Nr. 1 voorgesteld door Tom Ongena, Nadia Sminate, Brecht Warnez, Paul Van Miert, Katrien Schryvers en Kris Van Dijck Artikel 5 Dit artikel vervangen door wat volgt: “Art. 5. In hetzelfde decreet wordt een artikel 495/1 ingevoegd, dat luidt als volgt: “Art. 495/1. §1. De welzijnsvereniging met uitsluitend OCMW’s of gemeenten als deelgenoot kan in het kader van of ter ondersteuning van haar statutaire opdrachten en op voorwaarde van goedkeuring door het OCMW, deelgenoot van de welzijnsvereniging, een vereniging zonder winstoogmerk oprichten samen met een of meer andere verenigingen zonder winstoogmerk of sociale ondernemingen als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Onder dezelfde voorwaarden kan de welzijnsvereniging toetreden tot een vereniging zonder winstoogmerk. Ongeacht de inbreng van de andere leden beschikt de welzijnsvereniging steeds over een meerderheid van de stemmen in de organen van de voormelde vereniging zonder winstoogmerk en de duur van de vereniging is in overeenstemming met de vigerende regelgeving. De statuten van de vereniging zonder winstoogmerk bevatten bepalingen in die zin en vermelden het einde van de duur van de vereniging zonder winstoogmerk. De welzijnsvereniging is in de organen van de vereniging zonder winstoogmerk, vermeld in het eerste lid, vertegenwoordigd door leden van de raad voor maatschappelijk welzijn. Artikel 491 is van toepassing op de vertegenwoordigers van de welzijnsvereniging in de vereniging zonder winstoogmerk op de wijze, vermeld in het eerste lid. Met behoud van de toepassing van andersluidende decretale of wettelijke bepalingen kan de oprichting of toetreding, vermeld in het eerste lid, samengaan met het overdragen of het ter beschikking stellen van infrastructuur. §2. Met behoud van de toepassing van andersluidende decretale of wettelijke bepalingen en voor zover dat bepaald is in de rechtspositieregeling van het personeel van de welzijnsvereniging, kan dat samengaan met het overdragen van het contractuele personeel of het ter beschikking stellen van statutaire personeelsleden. De terbeschikkingstelling van statutaire personeelsleden is tijdelijk en wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen de welzijnsvereniging en de rechtspersoon waaraan het personeel ter beschikking wordt gesteld. De aanstellende overheid beslist, in overeenstemming met de rechtspositieregeling, over de individuele terbeschikkingstelling van het statutaire personeelslid. De statutaire personeelsleden behouden bij hun terbeschikkingstelling de aard van hun dienstverband, hun graad, de voortzetting van hun functionele loopbaan, hun administratieve en geldelijke anciënniteit, hun prestatieregeling en hun salarisschaal. De overdracht van contractuele personeelsleden kan geen reden voor ontslag zijn. De contractuele personeelsleden die worden overgedragen, behouden de rechten en verplichtingen die in hun arbeidsovereenkomst beschreven zijn. Ze behouden daarnaast ook de rechtspositieregeling die vóór de overdracht op hen van toepassing was gedurende minstens één jaar na de overdracht. De Vlaamse Regering kan verdere minimale waarborgen vaststellen. §3. Met behoud van de toepassing van andersluidende decretale of wettelijke bepalingen, worden verenigingen als vermeld in het eerste lid, gelijkgesteld met de welzijnsvereniging voor het verkrijgen van die erkenning, vergunning of subsidiering. De vereniging zonder winstoogmerk, vermeld in dit artikel, kan erkenningen, personeel en infrastructuur uitsluitend overdragen aan de welzijnsvereniging, vermeld in het eerste lid, deelgenoot van een vereniging, vermeld in het eerste lid, of aan het OCMW, deelgenoot van de welzijnsvereniging. De statuten van de vereniging garanderen de mogelijkheid voor die overdrachten. Voor de toepassing van dit artikel geldt dat verenigingen of sociale ondernemingen die hoofdzakelijk ondersteunende diensten verrichten ten behoeve van andere vennootschappen of verenigingen als vermeld in deze titel, of ten behoeve van andere rechtspersonen met een belangeloos doel die erkende activiteiten, vermeld in artikel 39, §1, van het decreet betreffende de woonzorg van 15 februari 2019 uitoefenen, handelen in het kader van de ondersteuning van de statutaire opdrachten van de welzijnsvereniging.”.”. VERANTWOORDING In zijn advies 69.351/3 van 1 juni 2021 merkt de Raad van State, afdeling Wetgeving, het volgende op: “In het voorgestelde artikel 495/1, eerste lid, vierde zin, van het decreet van 22 december 2017 wordt gewag gemaakt van “een vzw” terwijl elders in die bepaling, en in het voorstel, de woorden “vereniging zonder winstoogmerk” worden gebruikt. Met het oog op de eenvormigheid schrijve men in het voorgestelde artikel 495/1, eerste lid, vierde zin, ook “vereniging zonder winstoogmerk”. Het voorgestelde artikel 495/1, vierde lid, van het decreet van 22 december 2017 is op ondoorzichtige wijze gesteld doordat het achtereenvolgens regels bevat die van toepassing zijn op (i) statutair personeel en contractueel personeel, (ii) statutair personeel en (iii) contractueel personeel. Hierdoor ontstaat twijfel over de draagwijdte van de machtiging aan de Vlaamse Regering in de laatste zin van het voorgestelde artikel 495/1, vierde lid, om “verdere minimale waarborgen” vast te stellen: gaat het enkel om bijkomende waarborgen voor contractuele personeelsleden, of ook om waarborgen voor statutaire personeelsleden? Gelet hierop verdient het aanbeveling om in een duidelijkere structuur te …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd