Tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur #735
Gesloten 




Open Vld, N-VA, cd&v wou 10 artikels wijzigen in decreet-2017-12-22-1029017 · 20 april 2021 Alle checks geslaagd
Document (Motie tot raadpleging)
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: BIN
ingediend op 4 juni 2021 (2020-2021)
Motie
van Lise Vandecasteele, Jos D'Haese, Tom De Meester en Kim De Witte
houdende raadpleging
van de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid
en Gezin en de Vlaamse Ouderenraad
over het voorstel van decreet
tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2,
van het decreet van 22 december 2017
over het lokaal bestuur
Documenten in het dossier:
: Voorstel van decreet
– Nr. 2: Advies van de Raad van State
TOELICHTING
Het voorstel van decreet tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2, van het
decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur beoogt een aantal structurele wijzigingen aan te brengen in de regelgeving over het lokaal welzijnsbeleid.
Het is erop gericht om het voor welzijnsverenigingen met alleen OCMW's of gemeenten als deelgenoot mogelijk te maken zelf een vzw of een vennootschap op
te richten of er deelgenoot van te worden.
“Dit voorstel van decreet gaat verder en maakt het voor de welzijnsvereniging,
met uitsluitend OCMW’s of gemeenten als deelgenoot, mogelijk om performanter
te worden en haar concurrentiepositie in de markt te verbeteren.
Het verleent een rechtsgrond aan de welzijnsvereniging om een vereniging of een
vennootschap, op te richten of om op eigen initiatief toe te treden tot zo een vereniging of een vennootschap en dit met de mogelijkheid tot overdracht en terbeschikkingstelling van personeel en overdracht van erkenningen, subsidies en
infrastructuur.”
Het eerste advies van de Raad van State van 4 januari 2021 bevat vier algemene
opmerkingen waarmee rekening moet worden gehouden. Het tweede advies van
de Raad van State van 1 juni 2021 stelt dat het ingediende voorstel van decreet
grotendeels identiek is aan het voorgaande voorstel van decreet met dezelfde titel.
Het advies stelt dan ook dat het eerste advies van 4 januari 2021 onverkort geldig
blijft.
Van de vier algemene opmerkingen maakt de vierde opmerking duidelijk dat dit
voorstel van decreet niet alleen gevolgen heeft voor de welzijnsverenigingen, maar
voor het hele landschap van de zorgsector. Er staat: “Nu het volgens de toelichting
bij het voorstel uitdrukkelijk de bedoeling lijkt dat de door een welzijnsvereniging
opgerichte vereniging of vennootschap “met de private sector in concurrentie kan
treden”, lijken de voormelde verschillen in behandeling bovendien te kunnen leiden
tot marktverstoring en oneerlijke concurrentie.” De Vlaamse zorg- en welzijnssector werd nog niet om advies gevraagd via de instellingen waarvan de raadpleging
door het parlement bij decreet of wet geregeld is.
Ten tweede is het voorstel van decreet niet opgenomen in de lopende procedure
voor een decreet over de lokale democratie (Parl.St. Vl.Parl. 2020-21, nr. 790/1),
dat ook wijzigingen van het decreet Lokaal Bestuur bevat, inclusief zaken met betrekking tot verzelfstandiging en samenwerking. Het maakt evenmin deel uit van
de door de Vlaamse Regering beloofde grondige evaluatie van alles wat te maken
heeft met samenwerking en verzelfstandiging. De UGent en de UHasselt voeren
momenteel in opdracht van het Agentschap Binnenlands Bestuur een onderzoek
naar de mogelijke vereenvoudiging van de verzelfstandigings- en samenwerkingsvormen. Er worden vandaag structurele wijzigingen voorgesteld op het vlak van
samenwerking en verzelfstandiging, zonder de conclusies van het bestelde onderzoek af te wachten. Het is dan ook opportuun om wel advies te vragen aan de
zorg- en welzijnssector via de daarvoor aangewezen instellingen.
Ten derde kunnen de voorgestelde structurele wijzigingen een grote invloed hebben op de ouderenzorg. Het voorstel van decreet laat toe dat publieke welzijnsverenigingen toetreden tot een vzw of vennootschap, of zelf een vereniging of
vennootschap oprichten. Via die structuren wordt het mogelijk voor de welzijnsvereniging om personeel over te dragen of ter beschikking te stellen, en ze kunnen
er subsidies, erkenningen en infrastructuur in onderbrengen.
Dat alles heeft als gevolg dat het aantal commerciële spelers in de publieke ouderenzorg kan toenemen en het aantal zuiver publieke spelers kan afnemen. Dat
heeft ook een invloed op de betrokken hulpvragers in de zorg- en welzijnssector.
Het getuigt van behoorlijk bestuur om over die grondige structurele wijziging die
derhalve doorgevoerd wordt in het landschap van de Vlaamse zorg- en welzijnssector, advies te vragen via de daarvoor aangewezen instellingen.
De indieners van deze motie vragen dan ook dat het advies wordt ingewonnen van
de betrokken instellingen waarvan de raadpleging door het parlement bij decreet
of wet is geregeld. Alleen op die manier wordt het mogelijk om een brede analyse
te maken van de gevolgen die het voorstel van decreet in kwestie kan hebben.
Daarom vragen de indieners van deze motie om na het inwinnen van het advies
van de Raad van State en van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking
van persoonsgegevens, ook de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en
Gezin en de Vlaamse Ouderenraad om advies te vragen over het decreet tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2, van het decreet van 22 december 2017
over het lokaal bestuur.
Lise VANDECASTEELE
Jos D'HAESE
Tom DE MEESTER
Kim DE WITTE
Het Vlaams Parlement,
− gelet op:
1° het voorstel van decreet tot wijziging van deel 3, titel 4, hoofdstuk 1 en 2,
van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, dat aan
welzijnsverenigingen een rechtsgrond verleent om een vereniging of een
vennootschap op te richten, of om op eigen initiatief tot een dergelijke vereniging of vennootschap toe te treden;
2° de structurele wijzigingen die het decreet aanbrengt in de werking van het
lokaal welzijnsbeleid;
− overwegende dat:
1° de betrokken Vlaamse zorg- en welzijnssector en zijn gebruikers geraadpleegd zouden moeten worden bij ingrijpende structurele wijzigingen in de
regelgeving over het lokaal welzijnsbeleid, en er een bredere bespreking
van die wijzigingen zou moeten worden georganiseerd;
2° er verschillende …