| 1 | § 1. Er wordt een begrotingsfonds Dienstverlening AKOV opgericht, hierna genoemd 'het fonds'. |
| 2 | In afwijking van het eerste lid draagt het begrotingsfonds met ingang van 1 juli 2015 de naam "Begrotingsfonds Dienstverlening AHOVOKS". |
| 3 | § 2. Het fonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019. |
| 4 | § 3. Het fonds wordt gespijsd door alle ontvangsten die voortvloeien uit : |
| 5 | 1° de inschrijvingsgelden van het toelatingsexamen Arts en Tandarts vermeld in artikel II.187, § 2, van de Codex Hoger Onderwijs; |
| 6 | 2° de inschrijvingsgelden van de examencommissie Secundair Onderwijs zoals vermeld in de Codex Secundair Onderwijs, hoofdstuk 3, Examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het secundair onderwijs, bestaande uit de artikelen 256/1 tot en met 256/10; |
| 7 | 3° de financiële bijdragen m.b.t. de erkenning van de gelijkwaardigheid en de niveaugelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen zoals vermeld in artikel 57ter van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, in artikel 115/3 van de codex Secundair Onderwijs, in artikelen 74ter en 84ter van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, in artikel 41ter van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs en in artikel II.256 van de Codex Hoger Onderwijs; |
| 8 | 4° ...; |
| 9 | 5° de vergoedingen voor het afleveren van duplicaten van diploma's, certificaten en getuigschriften door de Examencommissie Secundair Onderwijs en NARIC Vlaanderen; |
| 10 | 6° terugstortingen van uitgaven en diverse ontvangsten gedaan in het kader van de dienstverlening van AHOVOKS; |
| 11 | 7° de inschrijvingsgelden van het toelatingsexamen Dierenarts, vermeld in artikel II.187/1, §5, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013. |
| 12 | § 4. Het fonds wordt aangewend voor de organisatie van : |
| 13 | 1° het toelatingsexamen Arts en Tandarts; |
| 14 | 2° de examencommissie Secundair Onderwijs; |
| 15 | 3° de erkenning van de volledige gelijkwaardigheid van buitenlandse studiebewijzen en de niveaugelijkwaardigheid door het NARIC Vlaanderen; |
| 16 | 4° de Centrale Examencommissie, zoals vermeld in paragraaf 3. |