Decreet tot wijziging van het Antidopingdecreet van 25 mei 2012, wat betreft de aanpassing aan de Code 2021 2021042770 5 jaar geleden 4 versies
| 1 | § 1. In geval van dopingpraktijken als vermeld in artikel 3, zal de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep een of meerdere van de volgende gevolgen van dopingpraktijken opleggen aan de sporter of andere persoon die een dopingpraktijk begaan heeft: |
| 2 | 1° een periode van uitsluiting of een berisping, conform artikel 42 tot en met 42/4; |
| 3 | 2° diskwalificatie, conform paragraaf 2; |
| 4 | 3° een voorlopige schorsing, conform artikel 23/2; |
| 5 | 4° financiële gevolgen, conform paragraaf 3; |
| 6 | 5° verplichte bekendmaking, conform artikel 43. |
| 7 | Ploegen in ploegsporten kunnen ook onderworpen worden aan de gevolgen van dopingpraktijken die conform dit decreet en artikel 11 van de Code aan ploegen kunnen opgelegd worden. |
| 8 | § 2. Een dopingpraktijk die verband houdt met een dopingtest binnen wedstrijdverband in een individuele sport, leidt automatisch tot de diskwalificatie van het resultaat van de sporter, met alle gevolgen die daaruit voortvloeien wat betreft punten, medailles, prijzen en dergelijke. |
| 9 | Bovenop de automatische diskwalificatie, vermeld in het eerste lid, van de resultaten in de wedstrijd waarbij de positieve monsterneming plaatsvond, worden alle andere wedstrijdresultaten van de sporter die behaald zijn vanaf die monsterneming binnen of buiten wedstrijdverband, gediskwalificeerd vanaf het moment van monsterneming van het positieve monster of vanaf het moment dat enige andere dopingpraktijk werd gepleegd, tot aan de start van een voorlopige schorsing of periode van uitsluiting, met alle gevolgen die daaruit voortvloeien wat betreft punten, medailles, prijzen en dergelijke, tenzij de toepassing van de regel onbillijk zou zijn. |
| 10 | Als de sporter aantoont dat hem geen schuld of nalatigheid treft voor de overtreding, worden in afwijking van het tweede lid de individuele resultaten behaald door de sporters in andere wedstrijden niet gediskwalificeerd, tenzij die resultaten van de sporters in andere wedstrijden dan de wedstrijd waarin de dopingpraktijk werd vastgesteld, waarschijnlijk zijn beïnvloed door de dopingpraktijk die de sporter begaan heeft. |
| 11 | § 3. De volgende financiële gevolgen kunnen worden opgelegd: |
| 12 | 1° aan de meerderjarige sporter of meerderjarige andere persoon die geen beschermde persoon is: een administratieve geldboete voor overtredingen die opzettelijk begaan zijn en waarbij de maximale periode van uitsluiting, in voorkomend geval na de toepassing van verzwarende omstandigheden, onvoldoende wordt geacht; |
| 13 | 2° aan de sporter of andere persoon: terugbetaling van een deel van de kosten van de controles, vermeld in artikel 15, en de kosten die verbonden zijn aan de disciplinaire procedure. |
| 14 | Het bedrag van de eventuele opgelegde administratieve geldboete wordt door de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad in hoger beroep soeverein bepaald, rekening houdend met de ernst van de feiten. Het kan evenwel niet meer bedragen dan 25.000 euro. |
| 15 | De disciplinaire raad legt, eventueel bijkomend, aan de meerderjarige sporter of meerderjarige andere persoon, die geen beschermde persoon is, een administratieve geldboete op van 100 tot 1000 euro als hij oordeelt dat het bij hem ingestelde hoger beroep tergend en roekeloos is. |
| 16 | Als de sporter wordt vrijgesproken door de disciplinaire commissie of de disciplinaire raad ingevolge het negatieve resultaat van de analyse van een B-monster, worden de analysekosten van de tweede analyse ten laste van de instantie die de dopingtest heeft bevolen. |
| 17 | § 4. Als een sporter of andere persoon de opgelegde uitsluiting of voorlopige schorsing niet naleeft, wordt het disciplinair orgaan dat de uitsluiting heeft opgelegd op de hoogte gebracht, en zijn de gevolgen, vermeld in artikel 42/5, van toepassing. Paragraaf 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing voor het bepalen van de sanctie. |
| 18 | § 5. De disciplinaire procedure houdt, in voorkomend geval, rekening met de bijzondere kwetsbare positie van de sporter of andere persoon die gepaard kan gaan met zijn jeugdige leeftijd. |
| 19 | § 6. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2, kan een dopingpraktijk tijdens of in verband met een evenement, bij beslissing van het bestuursorgaan van dat evenement, leiden tot de diskwalificatie van alle individuele resultaten die door de sporter zijn behaald tijdens het evenement, met alle gevolgen die daaruit voortvloeien wat betreft punten, medailles, prijzen en dergelijke, tenzij het tweede lid van toepassing is. Factoren die daarbij in rekening kunnen worden gebracht in de overweging om de andere resultaten die behaald zijn in het evenement te diskwalificeren, zijn onder andere de ernst van de dopingpraktijk begaan door de sporter en de omstandigheid dat de sporter negatief heeft getest in andere wedstrijden. |
| 20 | Als vaststaat dat meer dan twee leden van een ploeg in een ploegsport een dopingpraktijk hebben begaan tijdens een evenementenperiode, zal het bestuursorgaan van het evenement een passende sanctie opleggen aan de ploeg, zoals het verlies van punten, diskwalificatie in een competitie of evenement of een andere sanctie, bovenop de gevolgen voor dopingpraktijken die zijn opgelegd aan de individuele sporters die een dopingpraktijk hebben begaan. |
| 21 | Het bestuursorgaan van een evenement mag regels opstellen voor het evenement die gevolgen bepalen voor ploegsporten die verder gaan dan de gevolgen, vermeld in het eerste en tweede lid, voor het evenement in kwestie. |
| 22 | Als meer dan één sporter van een ploeg in een ploegsport kennisgeving heeft ontvangen van een dopingpraktijk conform artikel 23/1/2 die verband houdt met een evenement, zal het bestuursorgaan van het evenement passende gerichte dopingtests uitvoeren op de ploeg in kwestie tijdens de evenementperiode. |