Tot wijziging van diverse bepalingen van het Bodemdecreet van 27 oktober 2006 #2168
Gemerged Vlaamse Regering voegde 17 artikels samen in bodemdecreet-van-27-oktober-2006 · 2 mei 2024 Alle checks geslaagd
17 artikels gewijzigd
| 52 | 25° nazorg : maatregelen van bewaking, controle en zo nodig herstel om de mens of het milieu te blijven beschermen tegen de risico's van bodemverontreiniging na bodemsanering; | 52 | 25° nazorg : maatregelen van bewaking, controle en zo nodig herstel om de mens of het milieu te blijven beschermen tegen de risico's van bodemverontreiniging na bodemsanering; |
| 53 | 26° schadegeval : onvoorziene gebeurtenis die aanleiding geeft tot bodemverontreiniging; | 53 | 26° schadegeval : onvoorziene gebeurtenis die aanleiding geeft tot bodemverontreiniging; |
| 54 | 27° rechtsvoorganger : rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden is met een andere rechtspersoon door wettelijke rechtsopvolging, via fusie, splitsing, met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichtingen, inbreng of overdracht van een algemeenheid, inbreng of overdracht van een bedrijfstak, of enige gelijkaardige rechtsfiguur; | 54 | 27° rechtsvoorganger : rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks verbonden is met een andere rechtspersoon door wettelijke rechtsopvolging, via fusie, splitsing, met fusie of splitsing gelijkgestelde verrichtingen, inbreng of overdracht van een algemeenheid, inbreng of overdracht van een bedrijfstak, of enige gelijkaardige rechtsfiguur. De vroegere waterbeheerder van een onbevaarbare waterloop wordt geacht rechtsvoorganger te zijn van de huidige waterbeheerder als laatstgenoemde waterbeheerder is geworden als gevolg van de herindeling van de waterloop op grond van een rangschikkingsbesluit overeenkomstig artikel 4 of 4bis van de wet van 28 december 1967 betreffende de onbevaarbare waterlopen; |
| 55 | 28° gemandateerde : diegene die op grond van een lastgeving of een gerechtelijke beslissing bevoegd is om handelingen te stellen met betrekking tot het onroerend vermogen van de aangewezen persoon; | 55 | 28° gemandateerde : diegene die op grond van een lastgeving of een gerechtelijke beslissing bevoegd is om handelingen te stellen met betrekking tot het onroerend vermogen van de aangewezen persoon; |
| 56 | 29° code van goede praktijk : door de OVAM aanvaarde en voor het publiek toegankelijke geschreven regels met betrekking tot de activiteiten en maatregelen vermeld in dit decreet; | 56 | 29° code van goede praktijk : door de OVAM aanvaarde en voor het publiek toegankelijke geschreven regels met betrekking tot de activiteiten en maatregelen vermeld in dit decreet; |
| 64 | 37° grondbrij: bodemmateriaal dat afkomstig is van het triëren en het wassen van gewassen uit de volle grond; | 64 | 37° grondbrij: bodemmateriaal dat afkomstig is van het triëren en het wassen van gewassen uit de volle grond; |
| 65 | 38° bentonietslib: mengsel van uitgegraven bodem en bentoniet dat afkomstig is van toepassingen bij grond- en putboringen en grondwerken. | 65 | 38° bentonietslib: mengsel van uitgegraven bodem en bentoniet dat afkomstig is van toepassingen bij grond- en putboringen en grondwerken. |
| 66 | 39° algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); | ||
| 67 | 40° beheerder van de waterbodem: | ||
| 68 | a) de rechtspersoon die door of krachtens een wet of een decreet verantwoordelijk is voor het beheer van het oppervlaktewater, zoals gedefinieerd in artikel 1.1.3, §2, van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, waarvan de bodem de waterbodem vormt; | ||
| 69 | b) bij gebrek aan rechtspersoon als vermeld in punt a), of als die rechtspersoon op basis van artikel 133 vrijstelling van de verplichting tot bodemsanering heeft bekomen: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die titularis is van een zakelijk of persoonlijk recht op de waterbodem, met uitzondering van de eigenaar. | ||
| 70 | Als de rechtspersoon, vermeld in punt a), voor een deel van de bodemverontreiniging vrijstelling van de verplichting tot bodemsanering heeft bekomen, wordt de natuurlijke persoon of rechtspersoon die titularis is van een zakelijk of persoonlijk recht op de waterbodem, met uitzondering van de eigenaar, voor dat deel van de bodemverontreiniging als beheerder van de waterbodem beschouwd; | ||
| 71 | c) bij gebrek aan rechtspersoon als vermeld in punt a) en gebruiker als vermeld in punt b), of als die personen vrijstelling van de verplichting tot bodemsanering hebben bekomen: de eigenaar van de waterbodem. | ||
| 72 | Als de rechtspersoon, vermeld in punt a), en de persoon, vermeld in punt b), voor een deel van de bodemverontreiniging vrijstelling van de verplichting tot bodemsanering hebben bekomen, wordt de eigenaar van de waterbodem voor dat deel van de bodemverontreiniging als beheerder van de waterbodem beschouwd. | ||
| 1 | §1. De OVAM maakt informatie uit het grondeninformatieregister en informatie over zorgzaam beheer van bodems via een bodemverontreinigingsverkenner en bodemverontreinigingsfiches toegankelijk. | ||
| 2 | De informatie uit het grondeninformatieregister, vermeld in het eerste lid, heeft onder meer betrekking op de volgende elementen: | ||
| 3 | 1° de ligging van gronden; | ||
| 4 | 2° de bodemkwaliteit van gronden; | ||
| 5 | 3° informatie over de bescherming van mens en milieu tegen de risico’s van bodemverontreiniging; | ||
| 6 | 4° de onderliggende data van de informatie, vermeld in punt 2° en 3°. | ||
| 7 | §2. De bodemverontreinigingsverkenner is een digitale kaart van Vlaanderen die via kleurcodes de informatie, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 2° en 3°, toont waarbij de informatie, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1°, als ruimtelijke referentie zichtbaar is. | ||
| 8 | De bodemverontreinigingsverkenner is vrij toegankelijk voor het publiek. | ||
| 9 | §3. De bodemverontreinigingsfiche geeft per grond een overzicht van de informatie, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 1° tot en met 3°. | ||
| 10 | Een natuurlijke persoon of natuurlijke persoon verbonden aan een rechtspersoon heeft na toegangscontrole via een toegangs- en gebruiksbeheer van de Vlaamse overheid toegang tot de bodemverontreinigingsfiche. De Vlaamse Regering kan nadere regels over de toegangscontrole vaststellen en in dat kader ook beperkingen aan de toegang tot de bodemverontreinigingsfiche voorzien. | ||
| 11 | De onderliggende data van de informatie, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, 4°, wordt via de bodemverontreinigingsfiche ter beschikking gesteld na het doorlopen van de toegangscontrole, vermeld in het tweede lid, en een aansluitingsprocedure. | ||
| 12 | §4. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de wijze waarop de inhoud van de bodemverontreinigingsverkenner en de bodemverontreinigingsfiches wordt weergegeven. |
Art. 4. In artikel 8bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 december 2017 en gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, eerste zin, wordt tussen de woorden “verleent zijn medewerking aan de” en het woord “audits” het woord “technische” ingevoegd;
2° in het eerste lid, derde zin, worden de woorden “het kwaliteitssysteem dat” vervangen door de woorden “de technische aspecten die”;
3° het derde lid wordt opgeheven;
4° aan de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, worden een paragraaf 2 en een paragraaf 3 toegevoegd, die luiden als volgt:
“§2. De erkende bodemsaneringsdeskundige laat periodiek een procesaudit uitvoeren. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over de periodiciteit van de verplichting tot uitvoering van de procesaudit.
De procesaudit heeft tot doel de processen van het kwaliteitssysteem door te lichten dat de bodemsaneringsdeskundige hanteert bij het uitvoeren van zijn taken als bodemsaneringsdeskundige.
§3. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen over de inhoud en de uitvoering van en de rapportage over de technische audit en de procesaudit, het auditverslag, de corrigerende maatregelen en het plan van aanpak.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
Art. 5. Aan artikel 57 van hetzelfde decreet wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
“De bepalingen van artikel 47bis, §1, §2, en §3, eerste tot en met vijfde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. De beslissing dat een project-MER moet worden opgesteld, heeft van rechtswege de niet-ontvankelijkheid van het beperkt bodemsaneringsproject tot gevolg.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 6 | De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°. | 6 | De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°. |
| 7 | § 3. Als de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard niet aan bodemsaneringsnormen kan worden getoetst, zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing als er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. | 7 | § 3. Als de bodemverontreiniging omwille van haar bijzondere aard niet aan bodemsaneringsnormen kan worden getoetst, zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing als er een ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. |
| 8 | §4. Met behoud van de toepassing van artikel 105 zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing voor de verontreiniging van de waterbodem die op de over te dragen grond tot stand gekomen is en voor de bodemverontreiniging op gronden ingevolge de verspreiding van de betreffende waterbodemverontreiniging. | ||
| 5 | 3° financiële zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van de verbintenis, vermeld in 2°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiële zekerheden worden gesteld. | 5 | 3° financiële zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van de verbintenis, vermeld in 2°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiële zekerheden worden gesteld. |
| 6 | De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°. | 6 | De verplichting om de verdere bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°. |
| 7 | §3. Met behoud van de toepassing van artikel 110 zijn bepalingen van dit artikel niet van toepassing voor de verontreiniging van de waterbodem die op de over te dragen grond tot stand gekomen is en voor de bodemverontreiniging op gronden ingevolge de verspreiding van de betreffende waterbodemverontreiniging. | ||
| 11 | 2° financiële zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van zijn verplichtingen overeenkomstig 1°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiële zekerheden worden gesteld. | 11 | 2° financiële zekerheden heeft gesteld tot waarborg van de uitvoering van zijn verplichtingen overeenkomstig 1°. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze financiële zekerheden worden gesteld. |
| 12 | De verplichting om de bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren, moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 1°. | 12 | De verplichting om de bodemsanering en de eventuele nazorg uit te voeren, moet voldaan worden overeenkomstig de voorwaarden van de eenzijdige verbintenis, vermeld in het eerste lid, 1°. |
| 13 | § 5. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in § 3 en § 4, beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. | 13 | § 5. Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissingen van de OVAM, vermeld in § 3 beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. |
| 14 | § 6. Artikel 105, § 3, en artikel 110, § 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de vrijstelling van de saneringsplicht in de procedure van versnelde overdracht. | 14 | § 6. Artikel 105, § 3, en artikel 110, § 3, zijn van overeenkomstige toepassing op de vrijstelling van de saneringsplicht in de procedure van versnelde overdracht. |
Art. 9. In artikel 132 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 28 maart 2014, wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt:
“§1. De verplichting om op eigen kosten de bodemsanering voor de verontreiniging, vermeld in artikel 130, §2, uit te voeren, rust op de beheerder van de waterbodem.
Als in het waterbodemonderzoek wordt vastgesteld op welke grond de verontreiniging van de waterbodem en van de gronden die verontreinigd zijn als gevolg van de verspreiding van de waterbodem of het oppervlaktewater tot stand gekomen is, rust in afwijking van het eerste lid de saneringsplicht voor de verontreiniging op de persoon, vermeld in artikel 22.
Als in het waterbodemonderzoek wordt vastgesteld op welke grond of gronden een deel van de verontreiniging van de waterbodem en van de gronden die verontreinigd zijn ten gevolge van de verspreiding van de verontreiniging van de waterbodem of het oppervlaktewater tot stand gekomen is, rust in afwijking van het eerste en het tweede lid, de saneringsplicht voor de verontreiniging gezamenlijk op de beheerder van de waterbodem en de persoon of personen, vermeld in artikel 22. De (pre)financiering van de gezamenlijke verplichting tot bodemsanering gebeurt door de saneringsplichtige personen volgens een verdeelsleutel die de OVAM op basis van de beschikbare gegevens naar alle redelijkheid vaststelt. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor de vaststelling van de verdeelsleutel.
Alle belanghebbenden kunnen tegen de beslissing van de OVAM over de verdeelsleutel, vermeld in het derde lid, beroep aantekenen bij de Vlaamse Regering, conform artikel 153 tot en met 155.”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 1 | § 1. Het administratief beroep, vermeld in artikel 153, is een vol beroep als het beroep betrekking heeft op een beslissing van de OVAM over de aanduiding van de saneringsplichtige, de vrijstelling van de saneringsplicht of de exoneratie van de verplichting om een site-onderzoek uit te voeren, met uitzondering van die onderdelen van voormelde beslissingen waarbij de OVAM als bodemsaneringsdeskundige uitspraak heeft gedaan. | 1 | § 1. Het administratief beroep, vermeld in artikel 153, is een vol beroep als het beroep betrekking heeft op een beslissing van de OVAM over de aanduiding van de saneringsplichtige of de vrijstelling van de saneringsplicht, met uitzondering van die onderdelen van voormelde beslissingen waarbij de OVAM als bodemsaneringsdeskundige uitspraak heeft gedaan. |
| 2 | In de andere gevallen beperkt het administratief beroep, vermeld in artikel 153, zich tot een marginale toetsing waarbij de Vlaamse Regering uitspraak doet over de manifeste onredelijkheid van de bestreden beslissing van de OVAM of het betreffende onderdeel ervan. | 2 | In de andere gevallen beperkt het administratief beroep, vermeld in artikel 153, zich tot een marginale toetsing waarbij de Vlaamse Regering uitspraak doet over de manifeste onredelijkheid van de bestreden beslissing van de OVAM of het betreffende onderdeel ervan. |
| 3 | § 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de verzendingsdatum van de kennisgeving van het ontvankelijk beroep doet de Vlaamse Regering uitspraak over het beroep. De beslissing wordt binnen tien dagen na de datum ervan bij aangetekende brief ter kennis gebracht van alle personen en overheidsorganen die in kennis werden gesteld van het ontvankelijke beroep. | 3 | § 2. Binnen een termijn van negentig dagen na de verzendingsdatum van de kennisgeving van het ontvankelijk beroep doet de Vlaamse Regering uitspraak over het beroep. De beslissing wordt binnen tien dagen na de datum ervan bij aangetekende brief ter kennis gebracht van alle personen en overheidsorganen die in kennis werden gesteld van het ontvankelijke beroep. |
| 1 | In geval van een vrijstelling van de onderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, kan de OVAM beslissen om ambtshalve een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren of de grond op te nemen in een site met het oog op de uitvoering van een siteonderzoek. | 1 | In geval van een vrijstelling van de onderzoeksplicht, vermeld in artikel 31, § 1, kan de OVAM beslissen om ambtshalve een oriënterend bodemonderzoek uit te voeren of de grond op te nemen in een site met het oog op de uitvoering van een siteonderzoek. |
| 2 | De vrijstelling van de bodemonderzoeksverplichting, vermeld in artikel 31, §1 en §2, die de eigenaar of de verwerver krachtens artikel 31, §3 of §4, heeft verkregen, vervalt van rechtswege voor de betrokken eigenaar of verwerver bij vast- stelling conform artikel 172 dat hij geen gevolg geeft aan het bevel van de OVAM, vermeld in artikel 171. In dat geval heeft de betrokken eigenaar of verwerver van rechtswege de verplichting om het oriënterend bodemonderzoek uit te voeren binnen de door OVAM bepaalde termijn. |
| 1 | De OVAM kan beslissen om ambtshalve een beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in afdelingen III, VI en VII van hoofdstuk VI, uit te voeren, als de exploitant, gebruiker en eigenaar van de gronden waar de bodemverontreiniging tot stand kwam niet gehouden is om een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering uit te voeren krachtens de bepalingen van artikel 12 of 23, artikel 105 of 110, of artikel 133. Als de eigenaar krachtens de voormelde bepalingen voor een deel van de bodemverontreiniging van de saneringsplicht vrijgesteld is, kan de OVAM beslissen om voor dat deel van de bodemverontreiniging ambtshalve een beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in titel III, hoofdstuk VI, afdeling III en VI, uit te voeren. | 1 | De OVAM kan beslissen om ambtshalve een beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in afdelingen III en VI van hoofdstuk VI, uit te voeren, als de exploitant, gebruiker en eigenaar van de gronden waar de bodemverontreiniging tot stand kwam niet gehouden is om een beschrijvend bodemonderzoek of bodemsanering uit te voeren krachtens de bepalingen van artikel 12 of 23, artikel 105 of 110, of artikel 133. Als de eigenaar krachtens de voormelde bepalingen voor een deel van de bodemverontreiniging van de saneringsplicht vrijgesteld is, kan de OVAM beslissen om voor dat deel van de bodemverontreiniging ambtshalve een beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in titel III, hoofdstuk VI, afdeling III en VI, uit te voeren.Vooraleer de beslissing te nemen om de bodemsanering voor de betreffende bodemverontreiniging ambtshalve uit te voeren, kan de OVAM op basis van het verslag van het beschrijvend bodemonderzoek de persoon die de betreffende bodemverontreiniging heeft veroorzaakt of de rechtsopvolgers van die persoon, aanmanen om de bodemsanering of de andere maatregelen, vermeld in afdeling III en VI van hoofdstuk VI, uit te voeren binnen de door haar bepaalde termijn. Alle belanghebbenden kunnen tegen de aanmaning van de OVAM beroep indienen bij de Vlaamse Regering overeenkomstig de bepalingen van artikel 153 tot en met 155. |
| 2 | Als een grond die het voorwerp uitmaakt van een ambtshalve bodemsanering, door de OVAM in de periode tussen de beslissing tot ambtshalve uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering en de aflevering van de eindverklaring voor de ambtshalve bodemsanering in het kader van een voorlopig of definitief vast- gesteld ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg een bestemming krijgt waardoor met toepassing van artikel 10, § 2, of artikel 21, § 1, een aangepast saneringsdoel op de bodemsanering van toepassing wordt, worden de eventuele meerkosten van de ambtshalve uitvoering van de bodemsanering vanwege de toepassing van het aan- gepaste saneringsdoel ge(pre)financierd door de persoon die eigenaar is van die grond op het moment van de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg. | 2 | Als een grond die het voorwerp uitmaakt van een ambtshalve bodemsanering, door de OVAM in de periode tussen de beslissing tot ambtshalve uitvoering van het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering en de aflevering van de eindverklaring voor de ambtshalve bodemsanering in het kader van een voorlopig of definitief vast- gesteld ruimtelijk uitvoeringsplan of bijzonder plan van aanleg een bestemming krijgt waardoor met toepassing van artikel 10, § 2, of artikel 21, § 1, een aangepast saneringsdoel op de bodemsanering van toepassing wordt, worden de eventuele meerkosten van de ambtshalve uitvoering van de bodemsanering vanwege de toepassing van het aan- gepaste saneringsdoel ge(pre)financierd door de persoon die eigenaar is van die grond op het moment van de definitieve vaststelling van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het bijzonder plan van aanleg. |
| 3 | De vrijstelling van de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren die de exploitant, gebruiker, eigenaar of de verwerver krachtens de bepalingen van het Bodemdecreet heeft verkregen, vervalt van rechtswege voor de betrokken exploitant, gebruiker, eigenaar of verwerver bij vaststelling conform artikel 172 dat hij geen gevolg geeft aan het bevel van de OVAM, vermeld in artikel 171. In dat geval heeft de betrokken exploitant, gebruiker, eigenaar of verwerver van rechtswege de verplichting om het beschrijvend bodemonderzoek of de bodemsanering uit te voeren binnen de door de OVAM bepaalde termijn. |
| 1 | De saneringsplichtige, vermeld in artikel 11, 22 en 132, §1, stelt op verzoek van de OVAM, financiële zekerheden tot waarborg van de uitvoering van de verplichting tot beschrijvend bodemonderzoek, bodemsanering en eventuele nazorg opgelegd door of krachtens dit decreet. De OVAM kan de aanpassing van de voormelde financiële zekerheid eisen. De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast over het bedrag en de looptijd van de financiële zekerheden, en de wijze waarop die financiële zekerheden worden gesteld en aangepast. |