§ flandrepo

Tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse andere decreten, wat betreft de milieueffectrapportage #2128

Gemerged Vlaamse Regering voegde 61 artikels samen in decreet-1995-04-05decreet-1997-10-21bodemdecreet-van-27-oktober-2006 · 15 april 2024 56 checks vragen aandacht
69 artikels gewijzigd
+35 −33 decreet-1995-04-05/art. 4.1.1 zoals gemerged
1§ 1. Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, wordt verstaan onder:
21° milieu-effectrapportage: de procedure die al dan niet leidt tot het opstellen en goedkeuren van een milieueffectrapport over een voorgenomen actie en in voorkomend geval tot het gebruik ervan als hulpmiddel bij de besluitvorming omtrent deze actie, hierna m.e.r. te noemen;
32° veiligheidsrapportage: de procedure die al dan niet leidt tot het opstellen en goedkeuren van een ruimtelijk veiligheidsrapport of een omgevingsveiligheidsrapport over een voorgenomen actie en in voorkomend geval tot het gebruik ervan als hulpmiddel bij de besluitvorming omtrent deze actie, hierna v.r. te noemen;
1In deze titel wordt verstaan onder:
43° actie: een plan, programma en/of project;21° actie: een plan, een programma of een project;
32° betrokken publiek: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon en ook elke vereniging, organisatie of groep met rechtspersoonlijkheid die gevolgen ondervindt of mogelijk ondervindt van of belanghebbende is bij de besluitvor-ming over de voorgenomen actie, waarbij niet-gouvernementele organisaties die zich voor milieubescherming inzetten, geacht worden belanghebbende te zijn;
43° bevoegde overheid: de overheid die bevoegd is om een plan of programma vast te stellen of om over de vergunningsaanvraag van een project te beslis-sen;
54° grens- of gewestgrensoverschrijdende milieueffecten: de milieueffecten van een voorgenomen actie die zich volledig of gedeeltelijk situeert op het grond-gebied van het Vlaamse Gewest, die worden teweeggebracht in een andere verdragspartij bij het verdrag inzake milieueffectrapportage in grensover-schrijdend verband ondertekend te Espoo op 25 februari 1991, in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een ander gewest;
65° initiatiefnemer:
7a) voor de verplichtingen voor de ruimtelijke uitvoeringsplannen waarbij het ruimtelijk uitvoeringsplan het kader vormt voor een of meer projecten van een of meer privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtsperso-nen: de overheid die het initiatief neemt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken conform artikel 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Co-dex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, tenzij die privaat- of publiek-rechtelijke natuurlijke of rechtspersonen een schriftelijk verzoek tot overname van die verplichtingen indienen bij de overheid die het initiatief neemt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken conform artikel 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 en die overheid het verzoek inwilligt;
8b) voor de verplichtingen voor andere ruimtelijke uitvoeringsplannen dan de ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in punt a): de overheid die het ini-tiatief neemt om een ruimtelijk uitvoeringsplan op te maken conform ar-tikel 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;
9c) voor de verplichtingen voor andere plannen en programma’s dan de plannen en programma’s, vermeld in punt a) en b): de instantie die het initiatief neemt om een plan of programma op te stellen of te wijzigen;
10d) voor de verplichtingen voor projecten: de aanvrager van een vergunning voor een project;
116° milieubeoordeling: het proces dat bestaat uit de volgende stappen:
12a) een milieueffectrapport voorbereiden en opstellen;
13b) raadplegingen van adviesinstanties en het betrokken publiek uitvoeren;
14c) het onderzoek door de bevoegde overheid van de informatie die in het milieueffectrapport is gepresenteerd, en, in voorkomend geval, van alle aanvullende informatie die de initiatiefnemer verstrekt, en van alle rele-vante informatie die via de raadplegingen, vermeld in punt b), is ontvangen;
15d) voor projecten: de gemotiveerde conclusie van de bevoegde overheid over de aanzienlijke effecten van de actie op het milieu. In die conclusie wordt rekening gehouden met de resultaten van het onderzoek, vermeld in punt c), de beslissing over de goedkeuring of afkeuring van het pro-ject-MER en, in voorkomend geval, haar eigen aanvullende onderzoek;
16e) voor plannen en programma’s: de verklaring die samenvat op welke wijze milieuoverwegingen in het plan of programma zijn geïntegreerd en op welke wijze in de besluitvorming met het opgestelde milieueffectrapport en de resultaten van de raadplegingen, vermeld in punt b), rekening is gehouden, en die de redenen samenvat waarom is gekozen voor het plan of programma zoals het is aangenomen, in het licht van andere redelijke alternatieven die zijn behandeld;
17f) de integratie van de gemotiveerde conclusie van de bevoegde overheid in de beslissing over de vergunningsaanvraag voor het project;
18g) de informatieverstrekking over de beslissing over de actie;
197° milieueffectrapport, afgekort MER: een geheel van milieu-informatie, ongeacht de drager, waarin van een voorgenomen actie en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven, de te verwachten aanzienlijke gevolgen voor mens en milieu in hun onderlinge samenhang op een systemati-sche en wetenschappelijk verantwoorde wijze worden geanalyseerd en geëvalueerd. In het milieueffectrapport wordt aangegeven op welke wijze de aanzienlijke milieueffecten vermeden, beperkt, verholpen of gecompenseerd kunnen worden;
208° plan-MER: een milieueffectrapport over een plan of programma;
219° project-MER: een milieueffectrapport over een project;
2210° milieueffectrapportage, afgekort m.e.r.: het uitvoeren van een milieubeoor-deling of het nagaan aan de hand van een screening of een milieubeoordeling vereist is;
2311° niet-technische samenvatting: een samenvatting van het milieueffectrapport die voldoende begrijpelijk is en het publiek en de instantie die bij de besluitvorming zijn betrokken, voldoende inzichten verschaft om zich een oordeel te kunnen vormen over de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van een voorge-nomen actie;
54° plan of programma: plan of programma, met inbegrip van die welke door de Europese Unie worden medegefinancierd, alsook de wijzigingen ervan, dat :2412° plan of programma: een plan of een programma, met inbegrip van een plan of een programma dat de Europese Unie meefinanciert, en de wijzigingen ervan, dat voldoet aan al de volgende voorwaarden:
6a) door een instantie op regionaal, provinciaal of gemeentelijk niveau wordt opgesteld en/of vastgesteld of dat door een instantie wordt opgesteld om middels een wetgevingsprocedure door het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering te worden vastgesteld;25a) het is door een instantie op regionaal, provinciaal of gemeentelijk niveau opgesteld en/of vastgesteld of het is door een instantie opgesteld om door een wetgevingsprocedure door het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering te worden vastgesteld;
7en
8b) op grond van decretale of van bestuursrechtelijke bepalingen is voorgeschreven.26b) het is op grond van wettelijke of van bestuursrechtelijke bepalingen voorgeschreven;
95° project:2713° project:
10a) een voorgenomen vergunningsplichtige activiteit of een vergunningsplichtige activiteit die moet worden hervergund bij het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende vergunning en die bestaat uit:
11- de uitvoering van bouwwerken, de totstandbrenging en in voorkomend geval de exploitatie van andere installaties, werkzaamheden of andere ingrepen in het milieu, inclusief de grondwaterwinningen en de ingrepen voor de ontginning van natuurlijke rijkdommen; of
12- de exploitatie van een inrichting; dit is het hele door een exploitant beheerde gebied waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in een of meer installaties, met inbegrip van gemeenschappelijke of bijbehorende infrastructuur of activiteiten; of
13b) een voorgenomen activiteit met negatieve gevolgen voor het milieu die wordt meegefinancierd door het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap in het kader van de internationale samenwerking;
146° rapport: een milieueffectrapport over een plan of programma, een milieueffectrapport over een project, een ruimtelijk veiligheidsrapport of een omgevingsveiligheidsrapport;
157° milieueffectrapport over een plan of programma: een openbaar document waarin, van een voorgenomen plan of programma en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven, de te verwachten gevolgen voor mens en milieu in hun onderlinge samenhang op een systematische en wetenschappelijk verantwoorde wijze worden geanalyseerd en geëvalueerd, en aangegeven wordt op welke wijze de aanzienlijke milieueffecten vermeden, beperkt, verholpen of gecompenseerd kunnen worden, hierna plan-MER te noemen;
168° milieueffectrapport over een project: een openbaar document waarin, van een voorgenomen project en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven, de te verwachten gevolgen voor mens en milieu in hun onderlinge samenhang op een systematische en wetenschappelijk verantwoorde wijze worden geanalyseerd en geëvalueerd, en aangegeven wordt op welke wijze de aanzienlijke milieueffecten vermeden, beperkt, verholpen of gecompenseerd kunnen worden, hierna project-MER te noemen;
179° ruimtelijk veiligheidsrapport: een openbaar document waarin, van een voorontwerp van ruimtelijke uitvoeringsplan en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven, een wetenschappelijke beoordeling wordt gegeven van de geplande ontwikkelingen met betrekking tot nieuwe of bestaande inrichtingen en hun omgeving, wanneer de plaats van vestiging ervan of de ontwikkelingen zelf het risico op een zwaar ongeval kunnen vergroten of de gevolgen ervan ernstiger kunnen maken, hierna RVR te noemen;
1810° omgevingsveiligheidsrapport: een openbaar document waarin - naast een beschrijving van het veiligheidsbeheersysteem van een inrichting - van een project en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven, de scenario's voor zware ongevallen in hun onderlinge samenhang op een systematische en wetenschappelijk verantwoorde wijze worden geïdentificeerd, geanalyseerd en geëvalueerd, en wordt aangetoond welke maatregelen kunnen en zullen worden getroffen om die zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen ervan voor mens en milieu te beperken, hierna OVR te noemen;
1910°/1 veiligheidsnota : een openbaar document waarin aangetoond wordt dat de verandering van een vergunde inrichting geen bijkomend aanzienlijk risico van zware ongevallen voor mens en milieu meebrengt ten opzichte van de bestaande toestand zoals die beschreven is in een voor die inrichting goedgekeurd omgevingsveiligheidsrapport, en waarbij met betrekking tot die verandering wordt aangetoond welke maatregelen getroffen werden of getroffen kunnen worden om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen ervan voor mens en milieu te beperken;
2011° niet-technische samenvatting: een samenvatting van een rapport die begrijpelijk is voor het publiek en toelaat om een voldoende zicht te krijgen op de milieueffecten of de mogelijke zware ongevallen en de mogelijke of te nemen maatregelen;
2112° administratie: de door de Vlaamse regering aangewezen diensten die bevoegd zijn voor het leefmilieu;
2213° initiatiefnemer:
23a) voor wat de verplichtingen inzake de ruimtelijke uitvoeringsplannen betreft waarbij het ruimtelijk uitvoeringsplan het kader vormt voor één of meerdere projecten van één of meerdere privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen: de overheid die het initiatief neemt tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig de artikelen 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, tenzij deze privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtsperso(o)n(en) een schriftelijk verzoek tot overname van deze verplichtingen indient of indienen bij de overheid die het initiatief neemt tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig de artikelen 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en deze overheid het verzoek inwilligt. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen met betrekking tot het aanvraagdossier, de procedure en de modaliteiten van het verzoek tot overname verplichtingen inzake ruimtelijke uitvoeringsplannen; voor wat de verplichtingen betreft inzake de ruimtelijke uitvoeringsplannen andere dan deze die hierboven vermeld worden: de overheid die het initiatief neemt tot opmaak van een ruimtelijk uitvoeringsplan overeenkomstig de artikelen 2.2.7, 2.2.12 en 2.2.18 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
24b) voor wat de verplichtingen inzake de overige plannen en programma's betreft : de instantie die het initiatief neemt om een plan of programma op te stellen of te wijzigen;
25c) voor wat de verplichtingen inzake projecten betreft : de aanvrager of houder van een vergunning voor een project;
2614° het samenwerkingsakkoord: het samenwerkingsakkoord van 21 juni 1999 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, goedgekeurd bij het decreet van 17 juli 2000;
2715° betekening: het verzenden bij ter post aangetekende brief of per elektronische post;
2816° ontvangstbewijs: de schriftelijke of elektronische bevestiging van ontvangst van een zending;
2917° dag: kalenderdag;
28a) de uitvoering van bouwwerken of de totstandbrenging van andere instal-laties of werken;
29b) andere ingrepen in natuurlijk milieu of landschap, inclusief de ingrepen voor de ontginning van bodemschatten;
3018° publiek: een of meer natuurlijke of rechtspersonen en hun verenigingen, organisaties of groepen.3014° publiek: een of meer natuurlijke of rechtspersonen en hun verenigingen, organisaties of groepen;
3119° Verdrag : het Verdrag inzake milieu-effectrapportage in grensoverschrijdend verband ondertekend in Espoo op 25 februari 1991.
3220° afschrift: de op schriftelijke of elektronische wijze ter beschikking gestelde informatie.
33§ 2. De definities in het samenwerkingsakkoord gelden voor alle bepalingen van deze titel die betrekking hebben op de veiligheidsrapportage.
3115° scoping: een geheel van milieu-informatie, ongeacht de drager, waarin de reikwijdte, het detailleringsniveau en de inhoudelijke aanpak van het milieuef-fectrapport worden vastgesteld;
3216° scopingadvies: een advies over de reikwijdte, het detailleringsniveau en de inhoudelijke aanpak van de informatie die de initiatiefnemer in het milieuef-fectrapport moet opnemen;
3317° screening: een geheel van milieu-informatie, ongeacht de drager, waarin van een voorgenomen actie wordt aangegeven of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn;
3418° vergunning: de beslissing van de bevoegde overheid waardoor de initiatiefne-mer het recht verkrijgt om het project uit te voeren;
3519° Vlaams expertisecentrum milieueffectrapportage, afgekort Vlaams expertisecentrum m.e.r: de instantie binnen het Departement Omgeving die belast is met taken van milieueffectrapportage.
+0 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.7.2 opgeheven
+1 −5 decreet-1995-04-05/art. 4.1.2 zoals gemerged
1§ 1. De termijnen gaan in:
21° in geval van betekening, op de derde werkdag na de dag van de verzending;
32° in geval van afgifte tegen ontvangstbewijs, op de dag na de datum van het ontvangstbewijs.
4Betekeningen en mededelingen van eenzelfde beslissing of document aan meer dan één persoon, gebeuren op dezelfde dag.
5§ 2. De termijnen verstrijken om middernacht van de laatste dag.
1Behoudens andersluidende bepalingen in de sectorale regelgeving voor plannen, programma’s en projecten, mag voor de adviesaanvragen, vermeld in deze titel, aan de vereiste van een advies worden voorbijgegaan als er geen advies wordt uitgebracht binnen de termijn die de Vlaamse Regering bepaalt.
+1 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.1.3 zoals gemerged
1De procedures, vermeld in deze titel, en ook de milieubeoordeling en de terbeschikkingstelling van de relevante milieu-informatie kunnen volledig of gedeeltelijk digitaal verlopen conform de regels die de Vlaamse Regering bepaalt.
+2 −6 decreet-1995-04-05/art. 4.1.4 zoals gemerged
1§ 1. De milieueffect- en veiligheidsrapportage beoogt, in de besluitvorming over acties die aanzienlijke milieueffecten kunnen veroorzaken en/of die een zwaar ongeval teweeg kunnen brengen, aan het milieubelang en de veiligheid en de gezondheid van de mens een plaats toe te kennen die evenwaardig is aan de sociale, economische en andere maatschappelijke belangen.
2§ 2. Ter realisatie van de doelstelling, bedoeld in § 1, heeft de milieueffect- en veiligheidsrapportage als essentiële kenmerken:
31° de systematische en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de te verwachten, of in het geval van zware ongevallen mogelijke, gevolgen voor mens en milieu, van een voorgenomen actie en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven voor de actie of onderdelen ervan, en de beschrijving en evaluatie van de mogelijke maatregelen om de gevolgen van de voorgenomen actie op een samenhangende wijze te vermijden, te beperken, te verhelpen of te compenseren;
42° de kwaliteitsbeoordeling van de verzamelde informatie;
53° de actieve openbaarheid van de rapportage en de besluitvorming over de voorgenomen actie.
6§ 3. De administratie beschikt over voldoende expertise om de rapporten te onderzoeken. Als dat nodig is, heeft ze toegang tot voldoende expertise om de rapporten te onderzoeken.
1Voor een plan of een programma dat conform artikel 4.3.2 onder de werkings-sfeer van deze titel valt, kan de Vlaamse Regering bepalen op welke wijze de bepalingen over de screening of de milieubeoordeling in de besluitvorming over het plan of programma geïntegreerd worden.
2Als bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering geen wijze van integratie is bepaald, dan gelden voor een plan of programma dat overeenkomstig artikel 4.3.2 onder de werkingssfeer van deze titel valt, de bepalingen zoals voorzien in deze titel.
+2 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.1.5 zoals gemerged
1Voor een project dat conform artikel 4.3.3 onder de werkingssfeer van deze titel valt, kan de Vlaamse Regering bepalen op welke wijze de bepalingen over de screening of de milieubeoordeling in de besluitvorming over dit project geïnte-greerd worden.
2Als bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering geen wijze van integratie is bepaald, dan gelden voor een project dat overeenkomstig artikel 4.3.3 onder de werkingssfeer van deze titel valt, de bepalingen zoals voorzien in deze titel.
+2 −5 decreet-1995-04-05/art. 4.1.6 zoals gemerged
1§ 1. Als meerdere rapportages moeten worden uitgevoerd, hetzij krachtens deze titel, hetzij krachtens deze titel en andere gewestelijke en/of federale regelgeving, neemt de administratie op eigen initiatief of op verzoek van de initiatiefnemer(s) een beslissing over de mogelijkheid tot afstemming of integratie van de verschillende rapporten en voorzover mogelijk van de verschillende rapportages. Er wordt in ieder geval naar gestreefd dat de verschillende rapportages zoveel mogelijk gelijktijdig worden uitgevoerd.
2De administratie neemt een beslissing over de wenselijkheid van de afstemming of integratie uiterlijk bij haar beslissing over de inhoud van het rapport, bedoeld in artikel 4.2.8, § 6, of in voorkomend geval bij haar advies als vermeld in artikel 4.3.4, § 4, tweede lid, en artikel 4.5.2, § 4.
3De administratie en de initiatiefnemer(s) plegen hierover vooraf overleg.
4§ 2. De Vlaamse regering kan nadere regelen vaststellen betreffende de modaliteiten van de afstemming en integratie van de rapportages en rapporten in de gevallen bedoeld in dit artikel.
5Deze afstemming of integratie kan betrekking hebben op rapportages in verschillende beleidsdomeinen.
1Als een overheid met bevoegdheid in het Vlaamse Gewest vaststelt dat een voorgenomen actie in een andere verdragspartij bij het verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband ondertekend te Espoo op 25 februari 1991, een andere lidstaat van de Europese Unie of een ander gewest of de federale overheid mogelijk aanzienlijke milieueffecten kan hebben op haar grondgebied of als het Vlaamse Gewest daarvan door de bevoegde autoriteiten van een andere verdragspartij bij het voormelde verdrag, een andere lidstaat van de Europese Unie of een ander gewest of de federale overheid op de hoogte wordt gebracht, neemt die overheid contact op met de bevoegde autoriteiten van de betrokken staat of het betrokken gewest of de federale overheid om mee te delen of ze wil deelnemen aan de milieubeoordeling van de voorgenomen actie in de betrokken staat of het betrokken gewest of de federale overheid.
2De Vlaamse Regering stelt de wijze vast waarop de adviesinstanties, die de Vlaamse Regering aanwijst, en het betrokken publiek in het Vlaamse Gewest binnen een redelijke termijn worden geïnformeerd over de voorgenomen actie, de gelegenheid krijgen om zich over de mogelijke aanzienlijke milieueffecten van de voorgenomen actie uit te spreken en op de hoogte worden gebracht van de informatie over de beslissing over de voorgenomen actie die de bevoegde autoriteiten van de betrokken staten of betrokken gewesten of de federale overheid bezorgen.
+6 −2 decreet-1995-04-05/art. 4.2.1 zoals gemerged
1Dit hoofdstuk is van toepassing op ieder plan of programma dat het kader vormt voor de toekenning van een vergunning voor een project.
2Dit hoofdstuk is eveneens van toepassing op ieder plan of programma, waarvoor, gelet op het mogelijke effect op gebieden, een passende beoordeling vereist is uit hoofde van artikel 36ter, § 3, eerste lid, van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu.
1Om in een hoog niveau van milieubescherming te voorzien, beoogt de milieubeoordeling, in de besluitvorming over acties die aanzienlijke milieueffecten kunnen veroorzaken, aan het milieubelang en de gezondheid van de mens een plaats toe te kennen die evenwaardig is aan de sociale, economische en andere maatschappelijke belangen.
2Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren, heeft de milieubeoordeling de volgende essentiële kenmerken:
31° de systematische en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de mogelijke aanzienlijke gevolgen voor mens en milieu, van een voorgenomen actie en van de redelijkerwijze in beschouwing te nemen alternatieven voor de actie of onderdelen ervan, en de beschrijving en evaluatie van de mogelijke maatregelen om de gevolgen van de voorgenomen actie op een samenhangende wijze te vermijden, te beperken, te verhelpen of, als dat mogelijk is, te compenseren;
42° de kwaliteitsbeoordeling van de verzamelde informatie;
53° de raadpleging van het betrokken publiek en de informatieverstrekking over de doorwerking van de milieubeoordeling in de besluitvorming over de voorgenomen actie.
6Het Vlaams expertisecentrum m.e.r. en de bevoegde overheid beschikken over of hebben toegang tot voldoende expertise om het milieueffectrapport te onderzoeken en de kwaliteit ervan te beoordelen.
+1 −4 decreet-1995-04-05/art. 4.2.2 zoals gemerged
1Volgend plan of programma valt niet onder het toepassingsgebied van dit decreet :
21° plan of programma dat uitsluitend bestemd is voor nationale defensie;
32° financieel of begrotingsplan en -programma;
43° plan of programma dat wordt medegefinancierd in het kader van de huidige programmeringsperiode 2000-2006 betreffende EG-Verordening nr. 1260/1999 van de Raad van 21 juni 1999 houdende algemene bepalingen inzake de Structuurfondsen en de programmeringsperiode 2000-2006 en 2000-2007 van EG-Verordening nr. 1257/1999 van de Raad van 17 mei 1999 inzake steun voor plattelandsontwikkeling uit het Europees Orientatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL).
1Voor plannen en programma's die deel uitmaken van een hiërarchie van plannen en programma's, wordt, om overlapping van milieubeoordelingen te voorkomen, rekening gehouden met de uitvoering van de milieubeoordeling op verschillende niveaus van de hiërarchie
+1 −18 decreet-1995-04-05/art. 4.2.3 zoals gemerged
1§ 1. Het plan of programma, dat overeenkomstig artikel 4.2.1, onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk valt, wordt, alvorens het kan worden goedgekeurd, aan een milieueffectrapportage onderworpen in de gevallen bepaald in dit hoofdstuk.
2§ 2. Voor een plan of programma, dat overeenkomstig artikel 4.2.1, eerste lid, onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk valt, en dat niet het gebruik bepaalt van een klein gebied op lokaal niveau, noch een kleine wijziging inhoudt, moet een plan-MER worden opgemaakt, wanneer :
31° het plan of programma betrekking heeft op landbouw, bosbouw, visserij, energie, industrie, vervoer, afvalstoffenbeheer, waterbeheer, telecommunicatie, toerisme, ruimtelijke ordening of grondgebruik, en het kader vormt voor de toekenning van een vergunning voor een project opgesomd in bijlagen I, II en III van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2004 houdende vaststelling van categorieën van projecten onderworpen aan milieueffectrapportage;
42° voor een ander plan of programma dan deze vermeld onder 1°, de initiatiefnemer aan de hand van de criteria die worden omschreven in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, niet aantoont dat dit plan of programma geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende de beoordeling van de aanwezigheid van aanzienlijke milieueffecten.
5§ 3. Voor een plan of programma, dat overeenkomstig artikel 4.2.1, onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk valt, en dat het gebruik bepaalt van een klein gebied op lokaal niveau of een kleine wijziging inhoudt, moet geen plan-MER worden opgemaakt voor zover de initiatiefnemer aan de hand van de criteria die worden omschreven in bijlage I, die bij dit decreet is gevoegd, aantoont dat het plan of programma geen aanzienlijke milieueffecten kan hebben. De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende de beoordeling van de aanwezigheid van aanzienlijke milieueffecten.
6§ 3bis. De administratie kan na een gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer van een voorgenomen plan of programma dat overeenkomstig § 2 of § 3 aan milieueffectrapportage moet worden onderworpen, dat voorgenomen plan of programma ontheffen van de verplichtingen inzake milieueffectrapportage overeenkomstig artikel 4.2.5 tot en met 4.2.10.
7Dat kan als de administratie oordeelt dat :
8a) het voorgenomen plan of programma een uitwerking, wijziging, herziening of voortzetting inhoudt van een plan of programma, waarvoor reeds eerder een plan-MER werd goedgekeurd, en een nieuw plan-MER redelijkerwijze geen nieuwe of extra gegevens betreffende aanzienlijke milieueffecten kan bevatten; of
9b) indien in het kader van andere rapportages of beoordelingen reeds een systematische en wetenschappelijk verantwoorde analyse en evaluatie van de te verwachten gevolgen voor mens en milieu gemaakt werd, die voldoet aan de essentiële kenmerken van een plan-MER zoals vermeld in artikel 4.1.4, § 2.
10§ 3ter Het gemotiveerd verzoek, vermeld in § 3bis, bevat ten minste :
111° een beschrijving en verduidelijking van het voorgenomen plan of programma, in voorkomend geval met een afbakening van het gebied erbij waarop het plan of programma betrekking heeft;
122° in voorkomend geval de gegevens die de administratie nodig heeft om de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten op de hoogte te kunnen brengen;
133° de verantwoording voor het verzoek en alle relevante gegevens ter staving ervan.
14De Vlaamse Regering kan nadere regels vaststellen betreffende de informatie die in het gemotiveerd verzoek opgenomen moet worden.
15§ 3quater. De administratie neemt binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het verzoek, vermeld in § 3ter een beslissing. In voorkomend geval bevat de beslissing tevens de voorwaarden die eraan zijn verbonden. Indien de beslissing niet kan worden genomen binnen de hiervoor bedoelde termijn van dertig dagen brengt de administratie de initiatiefnemer hiervan schriftelijk of per elektronische post op de hoogte binnen deze termijn. In die kennisgeving geeft de administratie aan wanneer de beslissing uiterlijk zal worden genomen.
16De beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt onverwijld door de administratie aan de initiatiefnemer betekend. Vanaf de betekening van de beslissing wordt ze bekendgemaakt en wordt ze samen met het gemotiveerd verzoek als vermeld in § 3ter ter inzage gelegd bij de administratie. Als het voorgenomen plan of voorgenomen programma aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie, en/of in verdragspartijen bij het Verdrag, en/of in andere gewesten, of als de bevoegde autoriteiten van deze lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten daarom verzoeken, dan wordt de beslissing vermeld in het eerste lid onverwijld door de administratie door betekening ter kennis gebracht van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten.
17§ 4. Voor een plan of programma dat uitsluitend bestemd is voor noodsituaties moet geen plan-MER worden opgemaakt.
18§ 5. De toepassing van § 2 en § 3 mag er echter niet toe leiden dat plannen en programma's met mogelijke aanzienlijke milieueffecten niet onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk vallen.
1Bij de milieubeoordeling wordt, om overlapping van milieubeoordelingen te voorkomen, rekening gehouden met het stadium van het ruimere besluitvor-mingsproces waarin de voorgenomen actie zich voordoet en met de mate waarin bepaalde aspecten beter op andere niveaus van het besluitvormingsproces kunnen worden beoordeeld.
+3 −13 decreet-1995-04-05/art. 4.2.4 zoals gemerged
1§ 1. Voor een plan of programma, dat overeenkomstig artikel 4.2.1, onder het toepassingsgebied van dit hoofdstuk valt, kan in een decreet of besluit van de Vlaamse Regering, dat desgevallend voor de opmaak van dat plan of programma van toepassing is, worden bepaald op welke wijze het onderzoek tot milieueffectrapportage of het plan-MER in de opmaakprocedure van dit plan of programma geïntegreerd wordt. Hierbij moet rekening worden gehouden met de volgende verplichtingen :
21° de plan-MER-plicht wordt vastgesteld en het plan-MER wordt opgemaakt overeenkomstig de vereisten betreffende het toepassingsgebied en de inhoudsafbakening van hoofdstuk II van titel IV van dit decreet;
32° het ontwerp van plan-MER wordt samen met het ontwerpplan of -programma met het oog op de raadpleging ervan beschikbaar gesteld van het publiek en de te raadplegen instanties;
43° ingeval het plan of programma aanzienlijke effecten kan hebben voor mens of milieu in andere lidstaten van de Europese Unie, en/of in verdragspartijen bij Verdrag, en/of in andere gewesten, of als bevoegde autoriteiten van deze lidstaten, verdragspartijen en/of gewesten daarom verzoeken, wordt het onderzoek tot milieueffectrapportage of het ontwerp van plan-MER samen met het ontwerpplan of ontwerpprogramma voor raadpleging ter beschikking gesteld van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, verdragpartijen en/of gewesten;
54° bij de vaststelling van het ontwerp van plan of programma wordt met de resultaten van het plan-MER rekening gehouden;
65° bij de bekendmaking van het plan of programma wordt de volgende informatie ter beschikking gesteld van het publiek en de geraadpleegde instanties :
7a) het plan of programma zoals het is vastgesteld;
8b) een verklaring die samenvat :
91) hoe de milieuoverwegingen in het plan of programma werden geïntegreerd;
102) hoe rekening werd gehouden met het definitieve plan-MER en de gegeven adviezen en het resultaat van de grensoverschrijdende raadpleging;
113) de redenen waarom is gekozen voor het plan of programma zoals het is aangenomen, en dit in het licht van de andere redelijke alternatieven die zijn behandeld;
12c) de monitoringmaatregelen waartoe wordt besloten overeenkomstig artikel 4.6.3bis van dit decreet.
13§ 2. Indien bij decreet of besluit van de Vlaamse Regering geen wijze van integratie is bepaald, dan gelden voor een plan of programma, als vermeld in § 1, de bepalingen zoals voorzien in dit hoofdstuk.
1In voorkomend geval wordt in milieubeoordelingen rekening gehouden met de volgende elementen:
21° relevante informatie over de milieueffecten uit milieueffectrapporten die het resultaat zijn van milieubeoordelingen die krachtens deze titel zijn uitgevoerd in eerdere stadia van het ruimere besluitvormingsproces;
32° de beschikbare resultaten en relevante informatie over de milieueffecten die zijn verkregen door andere relevante beoordelingen die uitgevoerd zijn op grond van wetgeving, als en in de mate waarin die informatie de bevoegde overheid in staat stelt om zich op geïnformeerde wijze over de aanzienlijke milieueffecten van de voorgenomen actie uit te spreken.
+1 −2 decreet-1995-04-05/art. 4.2.5 zoals gemerged
1Bij het onderzoek tot milieueffectrapportage, vermeld in artikel 4.2.3, § 2, 2°, en artikel 4.2.3, § 3, raadpleegt de initiatiefnemer tijdig de instanties die door de Vlaamse Regering worden aangeduid, en dit op de wijze bepaald door de Vlaamse Regering.
2Deze instanties brengen hun advies uit op de wijze en binnen de termijn bepaald door de Vlaamse Regering.
1Hoofdstuk 4, afdeling 2, worden niet verplicht toegepast als de te verwachten aanzienlijke milieueffecten van een voorgenomen actie al zijn onderzocht in een milieueffectrapport dat voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 4, afdeling 2, en de bevoegde overheid in staat is om zich op geïnformeerde wijze over de aanzienlijke milieueffecten van de voorgenomen actie uit te spreken.
+2 −15 decreet-1995-04-05/art. 4.2.6 zoals gemerged
+4 −8 decreet-1995-04-05/art. 4.3.1 zoals gemerged
+7 −12 decreet-1995-04-05/art. 4.3.2 zoals gemerged
+17 −38 decreet-1995-04-05/art. 4.3.3 zoals gemerged
+2 −33 decreet-1995-04-05/art. 4.3.4 zoals gemerged
+4 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.3.5 zoals gemerged
+19 −6 decreet-1995-04-05/art. 4.3.6 zoals gemerged
+2 −2 decreet-1995-04-05/art. 4.4.1 zoals gemerged
+12 −4 decreet-1995-04-05/art. 4.4.2 zoals gemerged
+15 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.4.3 zoals gemerged
+18 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.4.4 zoals gemerged
+19 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.4.5 zoals gemerged
+9 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.4.6 zoals gemerged
+24 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.4.7 zoals gemerged
+9 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.4.8 zoals gemerged
+14 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.4.9 zoals gemerged
+6 −16 decreet-1995-04-05/art. 4.5.1 zoals gemerged
+1 −34 decreet-1995-04-05/art. 4.5.2 zoals gemerged
+9 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.5.3 zoals gemerged
+4 −0 decreet-1995-04-05/art. 4.5.4 zoals gemerged
+4 −4 decreet-1995-04-05/art. 4.5.5 zoals gemerged
+4 −4 decreet-1997-10-21/art. 36ter zoals gemerged
+6 −8 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 47bis zoals gemerged
+2 −2 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 47ter zoals gemerged
+1 −1 bodemdecreet-van-27-oktober-2006/art. 50 zoals gemerged
+7 −3 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 1.1.2 zoals gemerged
+5 −5 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.4 zoals gemerged
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.5 zoals gemerged
+2 −2 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.10 zoals gemerged
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.12 zoals gemerged
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.15 zoals gemerged
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.18 zoals gemerged
+9 −9 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 2.2.21 zoals gemerged
+1 −1 vlaamse-codex-ruimtelijke-ordening/art. 4.4.7 zoals gemerged
+3 −2 decreet-2014-04-25-1024468/art. 2 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2014-04-25-1024468/art. 4 zoals gemerged
+4 −4 decreet-2014-04-25-1024468/art. 8 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2014-04-25-1024468/art. 9 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2014-04-25-1024468/art. 10 zoals gemerged
+4 −0 decreet-2014-04-25-1024468/art. 11 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2014-04-25-1024468/art. 15 zoals gemerged
+3 −3 decreet-2014-04-25-1024468/art. 15/1 zoals gemerged
+4 −4 decreet-2014-04-25-1024468/art. 18 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2014-04-25-1024468/art. 19 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2014-04-25-1024468/art. 20 zoals gemerged
+6 −2 decreet-2014-04-25-1024468/art. 21 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2014-04-25-1024468/art. 24 zoals gemerged
+3 −3 decreet-2014-04-25-1024468/art. 25 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2014-04-25-1024468/art. 26 zoals gemerged

Andere wetten (niet gespiegeld)

art. 2het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wijzigt · tweede lid
art. 15/1het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wijzigt
art. 20het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wijzigt · eerste lid
art. 21het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wijzigt
art. 23het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wijzigt · derde lid
art. 28het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning vervangt, wijzigt · eerste lid
art. 40het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wijzigt
art. 390het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning wijzigt · §1/1
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd