Tot wijziging van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse andere decreten, wat betreft de milieueffectrapportage #2128
Gemerged Vlaamse Regering voegde 61 artikels samen in decreet-1995-04-05decreet-1997-10-21bodemdecreet-van-27-oktober-2006 · 15 april 2024 56 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
verzendcode: LEE
ingediend op 26 april 2024 (2023-2024)
Verslag
namens de Commissie voor Leefmilieu,
Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie
uitgebracht door Inez De Coninck
over het ontwerp van decreet
tot wijziging van het decreet van 5 april 1995
houdende algemene bepalingen
inzake milieubeleid en diverse andere decreten,
wat betreft de milieueffectrapportage
Samenstelling van de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie:
Voorzitter: Gwenny De Vroe.
Vaste leden:
Inez De Coninck, Andries Gryffroy, Freya Perdaens, Jeroen Tiebout, Wilfried Vandaele;
Bart Claes, Leo Pieters, Sam Van Rooy;
Stijn De Roo, Tinne Rombouts;
Steven Coenegrachts, Gwenny De Vroe;
Staf Aerts, Mieke Schauvliege;
Bruno Tobback.
Plaatsvervangers:
Annick De Ridder, Marius Meremans, Joris Nachtergaele, Axel Ronse, Nadia Sminate;
Carmen Ryheul, Stefaan Sintobin, Wim Verheyden;
Robrecht Bothuyne, Brecht Warnez;
Bart Tommelein, Bart Van Hulle;
Johan Danen, Chris Steenwegen;
Hannes Anaf.
Toegevoegde leden:
Jos D'Haese.
INHOUD
1. Toelichting .......................................................................................... 4
1.1. Inleiding ..................................................................................... 4
1.2. Ontwerp van decreet .................................................................... 4
1.3. Conclusie .................................................................................... 5
2. Bespreking .......................................................................................... 5
2.1. Tussenkomst van Mieke Schauvliege .............................................. 5
2.2. Tussenkomst van Leo Pieters ......................................................... 7
2.3. Tussenkomst van Inez De Coninck ................................................. 8
2.4. Tussenkomst van Gwenny De Vroe ................................................. 8
2.5. Antwoorden van minister Zuhal Demir ............................................ 9
2.6. Afsluitende opmerkingen ............................................................... 9
3. Stemming ......................................................................................... 10
Gebruikte afkortingen ................................................................................ 11
Op dinsdag 23 april 2024 besprak de Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordening en Energie het ontwerp van decreet tot wijziging van het decreet
van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en diverse
andere decreten, wat betreft de milieueffectrapportage (Parl.St. Vl.Parl. 2023-24,
nr. 2128/1).
1. Toelichting
1.1. Inleiding
Minister Zuhal Demir geeft aan dat ze, in uitvoering van het regeerakkoord, al even
werk wilde maken van de modernisering van de milieueffectrapportage in Vlaanderen. Er wordt vereenvoudigd en geoptimaliseerd waar dat kan. De kwaliteit van de
milieueffectrapportage wordt geborgd, met een positieve herwaardering van het instrument milieueffectrapportage als doel. Een m.e.r. kan immers in belangrijke mate
een hefboom zijn om tot betere en duurzamere plannen en projecten te komen.
Met het Vlaams expertisecentrum m.e.r. wil de minister de toegang tot expertise
in Vlaanderen kracht bijzetten en meer benutten in het werkveld. Via opleidingen
en contactmomenten is het de bedoeling dat initiatiefnemers en bevoegde overheden weten wat er bij de opmaak van een m.e.r. precies verwacht wordt en aan
welke kwaliteitsstandaarden moet worden voldaan.
Minister Zuhal Demir wil met de modernisering ook inzetten op digitalisering, met
ondersteunende tools die een belangrijke hefboom zullen zijn in de praktijk. Het
ontwerp van decreet is dan ook een belangrijke stap om die modernisering mogelijk te maken.
1.2. Ontwerp van decreet
De minister is voorstander van eenvoudige en duidelijke regelgeving die haar doel
bereikt. Als besluitvormingsprocedures snel kunnen gaan zonder afbreuk te doen
aan kwaliteit, moet dat ook kunnen. Regels en procedures moeten niet zo ingewikkeld en complex zijn dat ze hun doel voorbijschieten. De minister benadrukt dat
het ontwerp van decreet rekening houdt met wat de Europese richtlijnen opleggen,
weliswaar zonder aan ‘gold plating’ te doen.
Het ontwerp van decreet zorgt voor een vereenvoudiging. Administratieve en procedurele overlast wordt tot een minimum beperkt, m.e.r.-procedures worden soepeler en eenvoudiger, er is geen dubbele inspraak of adviesvragen en er zijn geen
verplichtingen waar dat niet moet. Het ontwerp van decreet voorziet meer transparantie van procedures, mogelijkheden om m.e.r. toe te passen en de nodige
motivering. De minister wil m.e.r. voor plannen en projecten beter maken, namelijk meer gericht op de nodige en essentiële informatie voor de onderbouwing en
besluitvorming van plannen en projecten. Ze benadrukt dat een vereenvoudiging
geen kwaliteit of verbetering in de weg staat. Met het ontwerp van decreet wordt
integendeel net werk gemaakt van een betere kwaliteit en toepassing van het instrument m.e.r.
Verder wordt ook de screening teruggebracht tot de essentie en het doel. De minister stipt aan dat een screening niet dient om een uitgebreid milieuonderzoek uit
te voeren. Het moet ook sneller duidelijk zijn of een m.e.r. al dan niet nodig is. De
ontheffingsmogelijkheid wordt daarom ook afgeschaft.
Voorts wijzigt het ontwerp van decreet de generieke bepalingen voor m.e.r. in
Vlaanderen in die zin dat er een betere afstemming en integratie komt met het
besluitvormingsproces in kwestie. Een m.e.r. kan daardoor meer op maat worden
toegepast en de nodige inzichten bieden voor de versie van het uiteindelijke plan
of project dat voor beslissing voorligt. De formele motiveringsplicht is dan ook duidelijker opgenomen in het decreet. De milieu-impact zal beter in kaart worden
gebracht. Er is nood aan een m.e.r. met een goede focus, gericht op concrete
essentiële knelpunten op het vlak van leefmilieu en omgeving …