Bij de begroting 2021 #513
Gemerged Vlaamse Regering voegde 32 artikels samen in decreet-2004-05-07-1013346decreet-2003-01-24circusdecreet-van-1-maart-2019 · 23 oktober 2020 Alle checks geslaagd
42 artikels gewijzigd
| 1 | De erkende of gesubsidieerde organisaties, binnen de onder artikel 9 genoemde sectoren, kunnen de aanvullende personeelssubsidies ontvangen voor tewerkstelling van personeelsleden binnen de eigen organisatie. | 1 | De erkende of gesubsidieerde organisaties, binnen de onder artikel 9 genoemde sectoren, kunnen de aanvullende personeelssubsidies ontvangen voor tewerkstelling van personeelsleden binnen de eigen organisatie. |
| 2 | De gemeentebesturen kunnen aanvullende personeelssubsidies ontvangen voor de ondersteuning van tewerkstelling in verenigingen zonder winstoogmerk. | 2 | De gemeentebesturen kunnen aanvullende personeelssubsidies ontvangen voor de ondersteuning van tewerkstelling in verenigingen zonder winstoogmerk. |
| 3 | De bepaling in het eerste lid is niet van toepassing voor de sector, vermeld in artikel 9, 3°. De middelen die voor de aanvullende subsidie voor tewerkstelling beschikbaar zijn binnen de sector van het sociaal-cultureel volwassenenwerk, worden met ingang van 2021 toegevoegd aan de totale subsidie-enveloppe voor de werking van sociaal-culturele volwassenenorganisaties zoals bepaald in artikel 65, eerste lid, van het decreet van 7 juli 2017 houdende de subsidiëring en erkenning van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. De middelen die vrijkomen na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met geregulariseerde DAC-werknemers binnen de sector van het lokaal cultuurbeleid worden vanaf 2018 besteed aan projectsubsidies, zoals bepaald in artikel 45 van het decreet van 7 juli 2017 houdende de subsidiëring en erkenning van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. De middelen die voor de aanvullende subsidie voor tewerkstelling beschikbaar zijn binnen de sector van het lokaal cultuurbeleid, worden met ingang van 2021 volledig besteed aan projectsubsidies, zoals bepaald in artikel 45 van het decreet van 7 juli 2017 houdende de subsidiëring en erkenning van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. | 3 | De bepaling in het eerste lid is niet van toepassing voor de sector, vermeld in artikel 9, 3°. De middelen die voor de aanvullende subsidie voor tewerkstelling beschikbaar zijn binnen de sector van het sociaal-cultureel volwassenenwerk en de middelen die vrijkomen na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met geregulariseerde DAC-werknemers binnen de sector van het lokaal cultuurbeleid worden met ingang van 2021 toegevoegd aan de middelen voor de uitvoering van het decreet van 7 juli 2017 houdende de subsidiëring en erkenning van het sociaal-cultureel volwassenenwerk. |
| 4 | Bij ontslag van een geregulariseerde DAC-werknemer van een niet-erkende organisatie in het sociaal-cultureel volwassenenwerk of het lokaal cultuurbeleid worden de volgende vergoedingen gesubsidieerd indien de organisatie de DAC-werknemer uiterlijk voor 1 juni 2019 in opzeg plaatst: | 4 | Bij ontslag van een geregulariseerde DAC-werknemer van een niet-erkende organisatie in het sociaal-cultureel volwassenenwerk of het lokaal cultuurbeleid worden de volgende vergoedingen gesubsidieerd indien de organisatie de DAC-werknemer uiterlijk voor 1 juni 2019 in opzeg plaatst: |
| 5 | 1° de volledige opzegperiode; | 5 | 1° de volledige opzegperiode; |
| 5 | 2° de eigendom of mede-eigendom te verwerven van cultuurgoederen die in aanmerking komen voor opname in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap; | 5 | 2° de eigendom of mede-eigendom te verwerven van cultuurgoederen die in aanmerking komen voor opname in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap; |
| 6 | 3° overeenkomsten inzake publiek-private samenwerking met het oog op de verwerving van cultuurgoederen als vermeld in punt 1° en 2° af te sluiten en uit te voeren; | 6 | 3° overeenkomsten inzake publiek-private samenwerking met het oog op de verwerving van cultuurgoederen als vermeld in punt 1° en 2° af te sluiten en uit te voeren; |
| 7 | 4° de kosten voor conservatie, behoud en restauratie van topstukken als vermeld in artikel 10, te subsidiëren. | 7 | 4° de kosten voor conservatie, behoud en restauratie van topstukken als vermeld in artikel 10, te subsidiëren; |
| 8 | 5° het subsidiëren van en investeren in de verbetering van de bewaaromstandigheden van in de lijst van het roerend cultureel erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap opgenomen topstukken. | ||
| 8 | § 3. De middelen van het Fonds zijn : | 9 | § 3. De middelen van het Fonds zijn : |
| 9 | 1° dotaties ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap; | 10 | 1° dotaties ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap; |
| 3 | 2° het saldo van maximaal 20 % van de subsidie wordt uitbetaald nadat de administratie heeft vastgesteld dat de voorwaarden waaronder de subsidie toegekend werd, nageleefd zijn en dat de subsidie is aangewend voor de doeleinden waarvoor ze is verleend. Dat blijkt uit het financieel en inhoudelijk verslag. | 3 | 2° het saldo van maximaal 20 % van de subsidie wordt uitbetaald nadat de administratie heeft vastgesteld dat de voorwaarden waaronder de subsidie toegekend werd, nageleefd zijn en dat de subsidie is aangewend voor de doeleinden waarvoor ze is verleend. Dat blijkt uit het financieel en inhoudelijk verslag. |
| 4 | De organisatie stuurt voor elk jaar waarin de projectsubsidie wordt toegekend een financieel en inhoudelijk verslag naar de administratie. | 4 | De organisatie stuurt voor elk jaar waarin de projectsubsidie wordt toegekend een financieel en inhoudelijk verslag naar de administratie. |
| 5 | Alleen kosten die gemaakt zijn in de looptijd van het project komen in aanmerking. Als de nettokosten, dat zijn de aangetoonde kosten, verminderd met de inkomsten die voortvloeien uit de realisatie van het project of product, minder bedragen dan de ontvangen subsidie, wordt het verschil teruggevorderd. | ||
| 5 | Alleen kosten die gemaakt zijn in de looptijd van het project komen in aanmerking. | ||
| 6 | De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen met betrekking tot de vorm, de termijnen en de wijze van indienen van het financieel en inhoudelijk verslag. | 6 | De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen met betrekking tot de vorm, de termijnen en de wijze van indienen van het financieel en inhoudelijk verslag. |
| 7 | § 2. De werkingssubsidies, toegekend op basis van artikel 11, 12, 13 en 16, worden elk werkjaar als volgt uitbetaald: | 7 | § 2. De werkingssubsidies, toegekend op basis van artikel 11, 12, 13 en 16, worden elk werkjaar als volgt uitbetaald: |
| 8 | 6°/1 langere en zwaardere sleep: een sleep van voertuigen waarvan de samenstelling niet beantwoordt aan de voorschriften voor maximale massa en maximale lengte, bepaald in het technisch reglement; | 8 | 6°/1 langere en zwaardere sleep: een sleep van voertuigen waarvan de samenstelling niet beantwoordt aan de voorschriften voor maximale massa en maximale lengte, bepaald in het technisch reglement; |
| 9 | 7° Vlaams Infrastructuurfonds : het fonds, opgericht bij artikel 57, § 1, van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992; | 9 | 7° Vlaams Infrastructuurfonds : het fonds, opgericht bij artikel 57, § 1, van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992; |
| 10 | 8° wegeninspecteur : ambtenaar die aangewezen is ter uitvoering van artikel 16; | 10 | 8° wegeninspecteur : personeelslid dat aangewezen is ter uitvoering van artikel 16; |
| 11 | 9° wegeninspecteur-controleur : ambtenaar die aangewezen is ter uitvoering van artikel 17. | 11 | 9° wegeninspecteur-controleur : ambtenaar die aangewezen is ter uitvoering van artikel 17. |
| 5 | In het derde lid wordt verstaan onder positieve referentieperiode : de periode van drie jaar die volgt op de datum waarop een definitieve administratieve geldboete of een definitieve strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan. | 5 | In het derde lid wordt verstaan onder positieve referentieperiode : de periode van drie jaar die volgt op de datum waarop een definitieve administratieve geldboete of een definitieve strafrechtelijke sanctie is opgelegd wegens een inbreuk op dit decreet of de uitvoeringsbesluiten ervan. |
| 6 | Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de wegeninspecteur-controleur of de Vlaamse Regering een administratieve geldboete onder de betreffende minimumbedragen opleggen. | 6 | Als er verzachtende omstandigheden zijn, kan de wegeninspecteur-controleur of de Vlaamse Regering een administratieve geldboete onder de betreffende minimumbedragen opleggen. |
| 7 | § 3. De wegeninspecteurs brengen de wegeninspecteur-controleur op de hoogte van de door hen vastgestelde inbreuken en, in voorkomend geval, van de onmiddellijke inningen of consignaties, vermeld in paragraaf 6. | 7 | § 3. Als de administratieve geldboete niet onmiddellijk werd geïnd, brengen de wegeninspecteurs binnen de vijfendertig dagen na de vaststelling van de inbreuk, de procureur des Konings en de wegeninspecteur-controleur op de hoogte van de door hen vastgestelde inbreuken en, in voorkomend geval, van de consignaties, vermeld in paragraaf 6. |
| 8 | Als de administratieve geldboete niet onmiddellijk werd geïnd of als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, deelt de wegeninspecteur-controleur aan de procureur des Konings zijn voornemen mee om een administratieve geldboete op te leggen binnen dertig dagen na de ontvangst van het proces-verbaal. | ||
| 9 | De procureur des Konings beschikt over een vervaltermijn van zestig dagen om zijn voornemen om al dan niet strafvervolging in te stellen mee te delen aan de wegeninspecteur-controleur. De termijn gaat in de derde werkdag na verzending van de kennisgeving bedoeld in het vorige lid. | 8 | De procureur des Konings beschikt vervolgens over een vervaltermijn van zestig dagen om zijn voornemen om al dan niet strafvervolging in te stellen mee te delen aan de wegeninspecteur-controleur. De termijn gaat in de derde werkdag na verzending van de kennisgeving bedoeld in het vorige lid. |
| 10 | Als de procureur des Konings tijdig beslist om strafvervolging in te stellen, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen. | 9 | Als de procureur des Konings tijdig beslist om strafvervolging in te stellen, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen. |
| 11 | Als de procureur des Konings beslist om geen strafvervolging in te stellen, kan een administratieve geldboete worden opgelegd. | 10 | Als de procureur des Konings beslist om geen strafvervolging in te stellen, kan een administratieve geldboete worden opgelegd. |
| 1 | § 1. Als de strafvordering niet vervallen is en het opleggen van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel 17 mogelijk is, brengt de wegeninspecteur-controleur, binnen negentig dagen na de ontvangst van de beslissing van de procureur des Konings om geen strafvervolging in te stellen of na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 17, § 3, derde lid, zijn beslissing om een administratieve geldboete op te leggen ter kennis van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de vorm van deze beslissing. De kennisgeving van de beslissing doet de strafvordering vervallen. | 1 | § 1. Als de strafvordering niet vervallen is en het opleggen van een administratieve geldboete overeenkomstig artikel 17 mogelijk is, brengt de wegeninspecteur-controleur, binnen negentig dagen na de ontvangst van de beslissing van de procureur des Konings om geen strafvervolging in te stellen of na het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 17, § 3, tweede lid, zijn beslissing om een administratieve geldboete op te leggen ter kennis van de overtreder en, in voorkomend geval, van de onderneming. De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud en de vorm van deze beslissing. De kennisgeving van de beslissing doet de strafvordering vervallen. |
| 2 | Als de wegeninspecteur-controleur zijn beslissing niet tijdig meedeelt aan de overtreder, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen. | 2 | Als de wegeninspecteur-controleur zijn beslissing niet tijdig meedeelt aan de overtreder, vervalt de mogelijkheid om een administratieve geldboete op te leggen. |
| 3 | Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, betaald worden. Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds. | 3 | Als de administratieve geldboete niet in consignatie werd gegeven, moet ze voor het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, betaald worden. Als de administratieve geldboete in consignatie werd gegeven, wordt ze na het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, vrijgegeven ten bate van het Vlaams Infrastructuurfonds. |
| 8 | § 4. Het fonds wordt aangewend ter financiering van uitgaven voor werking, subsidies en investeringen ten bate van verkeersveiligheid met inbegrip van de regeling van de regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen teneinde de organisatie van deze controle over het hele grondgebied te verzekeren. | 8 | § 4. Het fonds wordt aangewend ter financiering van uitgaven voor werking, subsidies en investeringen ten bate van verkeersveiligheid met inbegrip van de regeling van de regularisatie van de exploitatievoorwaarden van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen teneinde de organisatie van deze controle over het hele grondgebied te verzekeren. |
| 9 | § 5. De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het fonds. | 9 | § 5. De rekenplichtige die de ontvangsten gedaan heeft, beschikt rechtstreeks over de kredieten van het fonds. |
| 10 | § 6. Om de verkeersveiligheid te bevorderen, kan de Vlaamse Regering, binnen de perken van de begrotingskredieten, een subsidie verlenen aan de gemeenten voor projecten die de aanleg of de verbetering van de infrastructuur aan schoolomgevingen tot doel hebben, andere dan deze bedoeld in artikel 26/10 en artikel 26/12 van het decreet van 20 maart 2009 betreffende het mobiliteitsbeleid. | 10 | § 6. Om de verkeersveiligheid te bevorderen, kan de Vlaamse Regering, binnen de perken van de begrotingskredieten, een subsidie verlenen aan de gemeenten voor projecten die de aanleg of de verbetering van de infrastructuur aan schoolomgevingen langs gemeente- of gewestwegen of van schoolroutes langs gemeentewegen tot doel hebben, andere dan deze bedoeld in artikel 29 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de basisbereikbaarheid. |
| 11 | Enkel de uitvoering van de in de projectdossiers beschreven maatregelen en acties komen in aanmerking voor een subsidie. De voorbereidende werkzaamheden, zoals de opmaak van het projectdossier en eventuele bijkomende studies, onderzoeken of analyses komen niet in aanmerking voor een subsidie. | 11 | Enkel de uitvoering van de in de projectdossiers beschreven maatregelen en acties komen in aanmerking voor een subsidie. De voorbereidende werkzaamheden, zoals de opmaak van het projectdossier en eventuele bijkomende studies, onderzoeken of analyses komen niet in aanmerking voor een subsidie. |
| 12 | Binnen de perken van de kredieten van het verkeersveiligheidsfonds wordt hiervoor een budgettaire enveloppe per jaar voorzien. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden op basis waarvan de projecten, vermeld in het eerste lid, subsidiabel zijn en bepaalt de procedure voor de aanvraag, beoordeling, toekenning en uitbetaling van de subsidie. | 12 | Binnen de perken van de kredieten van het verkeersveiligheidsfonds wordt hiervoor een budgettaire enveloppe per jaar voorzien. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden op basis waarvan de projecten, vermeld in het eerste lid, subsidiabel zijn en bepaalt de procedure voor de aanvraag, beoordeling, toekenning en uitbetaling van de subsidie. |
| 13 | § 5. De volgende openbare werkgevers kunnen de uitvoering van hun publieke pensioenstelsels ook toevertrouwen aan het Vlaams Pensioenfonds: | 13 | § 5. De volgende openbare werkgevers kunnen de uitvoering van hun publieke pensioenstelsels ook toevertrouwen aan het Vlaams Pensioenfonds: |
| 14 | 1° de rechtspersonen die ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest en die niet behoren tot de openbare werkgevers, vermeld in paragraaf 4, tweede lid; | 14 | 1° de rechtspersonen die ressorteren onder de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest en die niet behoren tot de openbare werkgevers, vermeld in paragraaf 4, tweede lid; |
| 15 | 2° de lokale besturen. | 15 | 2° de lokale besturen; |
| 16 | 3° de Vlaamse Gemeenschapscommissie. | ||
| 16 | De openbare werkgevers, vermeld in het eerste lid van deze paragraaf, kunnen de uitvoering van hun publieke pensioenstelsel toevertrouwen aan het Vlaams Pensioenfonds op voorwaarde dat hun publieke pensioenstelsel: | 17 | De openbare werkgevers, vermeld in het eerste lid van deze paragraaf, kunnen de uitvoering van hun publieke pensioenstelsel toevertrouwen aan het Vlaams Pensioenfonds op voorwaarde dat hun publieke pensioenstelsel: |
| 17 | 1° voldoet aan de kenmerken, vermeld in artikel 12, eerste lid; | 18 | 1° voldoet aan de kenmerken, vermeld in artikel 12, eerste lid; |
| 1 | § 1. Er wordt een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 opgericht, genaamd Fonds voor de Wooninspectie. | 1 | § 1. Er wordt een begrotingsfonds als vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 opgericht, genaamd Fonds voor de Wooninspectie. |
| 2 | De ontvangsten die gerealiseerd worden op grond van de artikelen 20bis tot en met 20quater, artikel 29bis en 102bis van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode worden toegewezen aan het Fonds voor de Wooninspectie. | 2 | De ontvangsten die gerealiseerd worden op grond van de artikel 3.43 tot en met 3.50, artikel 3.55, boek 4, deel 3, en boek 6, deel 12, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 worden toegewezen aan het Fonds voor de Wooninspectie. |
| 3 | Aan het Fonds voor de Wooninspectie wordt eveneens toegewezen 18% van het saldo van de dienst met afzonderlijk beheer Herstelfonds beschikbaar als over te dragen saldo bij afsluiting van de jaarrekening 2015. Dit saldo wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering. | 3 | Aan het Fonds voor de Wooninspectie wordt eveneens toegewezen 18% van het saldo van de dienst met afzonderlijk beheer Herstelfonds beschikbaar als over te dragen saldo bij afsluiting van de jaarrekening 2015. Dit saldo wordt vastgesteld door de Vlaamse Regering. |
| 4 | De in het tweede lid bedoelde ontvangsten mogen enkel worden aangewend voor het verrichten van uitgaven die betrekking hebben op de handhaving en het toezicht op de naleving van het in dat lid vermelde decreet. | 4 | De in het tweede lid bedoelde ontvangsten mogen enkel worden aangewend voor het verrichten van uitgaven die betrekking hebben op de handhaving en het toezicht op de naleving van het in dat lid vermelde decreet. |
| 5 | § 2. Alle schulden, vorderingen en tegoeden van het Herstelfonds die betrekking hebben op de artikelen 20bis tot en met 20quater, artikel 29bis en 102bis van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode worden overgenomen door het Fonds voor de Wooninspectie. | 5 | § 2. Alle schulden, vorderingen en tegoeden van het Herstelfonds die betrekking hebben op de artikel 3.43 tot en met 3.50, boek 4, deel 3, en boek 6, deel 12, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 worden overgenomen door het Fonds voor de Wooninspectie. |
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering kan sociale huisvestingsmaatschappijen erkennen om op te treden als kredietbemiddelaar van het Vlaams Woningfonds bij het verstrekken van de bijzondere sociale leningen, vermeld in artikel 5.65. | ||
| 2 | Om erkend te kunnen worden en te blijven moet de sociale huisvestingsmaatschappij financieel gezond zijn en beschikken over personeel dat voldoet aan de vereisten van beroepskennis, geschiktheid en professionele betrouwbaarheid. De Vlaamse Regering kan aanvullende voorwaarden opleggen om erkend te worden. | ||
| 3 | De Vlaamse Regering kan de erkenning van de sociale huisvestingsmaatschappij, vermeld in het eerste lid, opheffen. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering stelt de procedure vast voor de erkenning en de opheffing van de erkenning. | ||
| 5 | De sociale huisvestingsmaatschappijen die overeenkomstig het eerste lid als kredietbemiddelaar erkend zijn, worden toegelaten om op te treden als krediet- bemiddelaar inzake hypothecair krediet als vermeld in artikel VII.177, eerste lid, 1°, en tweede lid, van het Wetboek van Economisch Recht en zijn vrijgesteld van de registratieplicht waarin artikel VII.180 van het Wetboek van Economisch Recht voorziet. | ||
| 6 | § 2. Binnen de perken van de kredieten die daarvoor op de begroting van het Vlaamse Gewest ingeschreven worden, kan de Vlaamse Regering, onder de voor- waarden die ze bepaalt, subsidies verlenen voor de werking van de sociale huisvestingsmaatschappijen die erkend zijn als kredietbemiddelaar. De subsidiëring ten laste van de uitgavenbegroting van het Vlaamse Gewest mag nooit meer bedragen dan 100% van de totale kosten. |
| 1 | § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse regering, onder de in dit decreet vastgestelde regels, subsidies verlenen voor milieu-en natuurverenigingen en projecten inzake het leefmilieu en het natuurbehoud. | 1 | § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering, onder de in dit decreet vastgestelde regels, subsidies verlenen voor milieu-, natuur- en ruimteverenigingen en voor projecten die de leefmilieukwaliteit, de biodiversiteit of de ruimtelijke kwaliteit bevorderen, of die bijdragen tot klimaatadaptatie of -mitigatie. |
| 2 | § 2. ... | 2 | § 2. ... |
| 3 | § 3. Om met het oog op subsidiëring erkend te worden en erkend te blijven, moeten de milieu- en natuurverenigingen de volgende voorwaarden vervullen: | 3 | § 3. Om met het oog op subsidiëring erkend te worden en erkend te blijven, moeten de milieu- en natuurverenigingen de volgende voorwaarden vervullen: |
| 4 | 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk of stichting en met als hoofddoelstelling het bevorderen van het leefmilieuof het natuurbehoud; | 4 | 1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk of stichting en met als hoofddoelstelling het bevorderen van de leefmilieu- kwaliteit, de biodiversiteit of de ruimtelijke kwaliteit; |
| 5 | 2° een boekhouding voeren die derwijze is opgevat dat de financiële controle in verband met de aanwending van de subsidies mogelijk is. De Vlaamse regering kan terzake een boekhoudkundig plan en bijzondere regels betreffende de boekhouding opleggen; | 5 | 2° een boekhouding voeren die derwijze is opgevat dat de financiële controle in verband met de aanwending van de subsidies mogelijk is. De Vlaamse regering kan terzake een boekhoudkundig plan en bijzondere regels betreffende de boekhouding opleggen; |
| 6 | 3° ...; | 6 | 3° ...; |
| 1 | De erkende milieu- en natuurverenigingen kunnen met toepassing van de aanvullende regels, vermeld in artikel 16, een subsidie ontvangen die bestemd is voor de werking. | ||
| 2 | De activiteiten waarvoor de erkende milieu-en natuurverenigingen in toepassing van andere reglementeringen subsidies ontvangen vanwege de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest komen niet in aanmerking voor het berekenen van de subsidie. | 1 | De erkende milieu-, natuur- en ruimteverenigingen kunnen met toepassing van de aanvullende regels, vermeld in artikel 16, een subsidie ontvangen die bestemd is voor de werking. De activiteiten waarvoor de erkende milieu-, natuur- en ruimteverenigingen in toepassing van andere reglementeringen subsidies ontvangen vanwege de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest komen niet in aanmerking voor het berekenen van de subsidie. |