Artikel 23
§ 1. De projectsubsidies, vermeld in artikel 14, 15, 20 en 21, worden per jaar als volgt beschikbaar gesteld:
- 1°een voorschot van 80 % van de subsidie wordt uitbetaald na de ondertekening van het besluit waarin de subsidie wordt toegekend;
- 2°het saldo van maximaal 20 % van de subsidie wordt uitbetaald nadat de administratie heeft vastgesteld dat de voorwaarden waaronder de subsidie toegekend werd, nageleefd zijn en dat de subsidie is aangewend voor de doeleinden waarvoor ze is verleend. Dat blijkt uit het financieel en inhoudelijk verslag.
De organisatie stuurt voor elk jaar waarin de projectsubsidie wordt toegekend een financieel en inhoudelijk verslag naar de administratie.
Alleen kosten die gemaakt zijn in de looptijd van het project komen in aanmerking.
De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen met betrekking tot de vorm, de termijnen en de wijze van indienen van het financieel en inhoudelijk verslag.
§ 2. De werkingssubsidies, toegekend op basis van artikel 11, 12, 13 en 16, worden elk werkjaar als volgt uitbetaald:
- 1°een voorschot van 45 % van de toegekende jaarlijkse subsidie-enveloppe wordt betaald vanaf 1 februari;
- 2°een voorschot van 45 % van de toegekende jaarlijkse subsidie-enveloppe wordt betaald vanaf 1 juli;
- 3°een saldo van maximaal 10 % wordt betaald in het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkjaar en na nazicht van het jaarlijks in te dienen financiële verslag en werkingsverslag. Samen met het financiële verslag wordt bij de administratie een verslag ingediend van een bedrijfsrevisor die lid is van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren of van een externe accountant die geen andere opdrachten vervult voor de organisatie.
De Vlaamse Regering bepaalt de datum van indiening van de verslagen, vermeld in het eerste lid, 3°.
De subsidie bestaat uit de subsidiëring van een kern van personeelsleden en de jaarlijkse toekenning van een basistoelage voor de werking en de subsidiëring op grond van werkelijk gepresteerde activiteiten.
§ 3. De Vlaamse Regering kan jaarlijks de werkingssubsidies, vermeld in artikel 11, 12, 13 en 16, binnen de perken van het krediet dat goedgekeurd is door het Vlaams Parlement, aanpassen aan het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen.
Voor het gedeelte werkingskosten van de subsidie-enveloppe, vermeld in het eerste lid, wordt het prijsindexcijfer beperkt tot 75 %, tenzij de Vlaamse Regering een ander percentage bepaalt.