Decreet tot wijziging van het decreet van 24 februari 2017 tot gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties
14 artikels gewijzigd
| 1 | Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties . | 1 | Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2005/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en de gedeeltelijke omzetting van richtlijn (EU) 2018/958 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 betreffende een evenredigheidsbeoordeling voorafgaand aan een nieuwe reglementering van beroepen. |
| 23 | 19° een leven lang leren: alle vormen van algemeen onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het hele leven plaatsvinden en die tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden, eventueel ook op het gebied van de beroepsethiek; | 23 | 19° een leven lang leren: alle vormen van algemeen onderwijs, beroepsonderwijs en beroepsopleidingen, niet-formeel onderwijs en informeel leren die gedurende het hele leven plaatsvinden en die tot meer kennis, vaardigheden en competenties leiden, eventueel ook op het gebied van de beroepsethiek; |
| 24 | 20° Europees systeem voor de overdracht van studiepunten of ECTS-studiepunten: het in het Europese hogeronderwijsstelsel gangbare studiepuntenoverdrachtsysteem; | 24 | 20° Europees systeem voor de overdracht van studiepunten of ECTS-studiepunten: het in het Europese hogeronderwijsstelsel gangbare studiepuntenoverdrachtsysteem; |
| 25 | 21° IMI: het informatiesysteem van de interne markt, vermeld in Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt en tot intrekking van beschikking 2008/49/EG van de Commissie. | 25 | 21° IMI: het informatiesysteem van de interne markt, vermeld in Verordening (EU) nr. 1024/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt en tot intrekking van beschikking 2008/49/EG van de Commissie; |
| 26 | 22° beschermde beroepstitel: een vorm van reglementering van een beroep waarbij het voeren van een titel in het kader van een beroepsactiviteit of een geheel van beroepsactiviteiten op grond van wettelijke, verordenende of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect afhankelijk wordt gesteld van het bezit van een specifieke beroepskwalificatie en waarbij het onterecht voeren van die titel aanleiding geeft tot sancties; | ||
| 27 | 23° voorbehouden activiteiten: een vorm van reglementering van een beroep waarbij de toegang tot een beroepsactiviteit of een geheel van beroepsactiviteiten op grond van wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen direct of indirect voorbehouden is aan de beoefenaars van een gereglementeerd beroep die een specifieke beroepskwalificatie bezitten, ook als de activiteit wordt gedeeld met andere gereglementeerde beroepen; | ||
| 28 | 24° bepalingen voor de reglementering van een beroep: elke wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling die de toegang tot of de uitoefening, dan wel een van de wijzen van uitoefening, van een gereglementeerd beroep beperkt, met inbegrip van het voeren van beroepstitels en de beroepsactiviteiten die een dergelijke titel toelaten, en die binnen het toepassingsgebied valt van dit decreet en van de regelgeving onder het toepassingsgebied van de richtlijn; | ||
| 29 | 25° Vlaamse instantie: de Vlaamse overheid, vermeld in artikel I.3, 1°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018, of elke andere instantie die bevoegd is om krachtens de wetgeving of de reglementering bepalingen voor de reglementering van een beroep aan te nemen in het Vlaamse Gewest. | ||
| 26 | § 2. Met een gereglementeerd beroep wordt gelijkgesteld een beroep dat door de leden van een van de verenigingen of organisaties, vermeld in bijlage 1, die bij dit decreet is gevoegd, wordt uitgeoefend. | 30 | § 2. Met een gereglementeerd beroep wordt gelijkgesteld een beroep dat door de leden van een van de verenigingen of organisaties, vermeld in bijlage 1, die bij dit decreet is gevoegd, wordt uitgeoefend. |
| 27 | De verenigingen of organisaties, vermeld in het eerste lid, hebben tot doel een hoog niveau in het beroepsgebied in kwestie te bevorderen en te handhaven. Ze genieten een specifieke erkenning door een lidstaat, geven aan hun leden een opleidingstitel af, onderwerpen hun leden aan beroepsregels die ze uitvaardigen, en geven hun het recht op een titel, afkorting of status die met de opleidingstitel overeenstemt. | 31 | De verenigingen of organisaties, vermeld in het eerste lid, hebben tot doel een hoog niveau in het beroepsgebied in kwestie te bevorderen en te handhaven. Ze genieten een specifieke erkenning door een lidstaat, geven aan hun leden een opleidingstitel af, onderwerpen hun leden aan beroepsregels die ze uitvaardigen, en geven hun het recht op een titel, afkorting of status die met de opleidingstitel overeenstemt. |
| 11 | § 4. De dienst wordt verricht onder de beroepstitel van de lidstaat van vestiging, als voor de beroepswerkzaamheid in kwestie in die lidstaat een dergelijke titel bestaat. De titel wordt vermeld in de officiële taal of in een van de officiële talen van de lidstaat van vestiging om verwarring met de in het Vlaamse Gewest gehanteerde beroepstitel te vermijden. | 11 | § 4. De dienst wordt verricht onder de beroepstitel van de lidstaat van vestiging, als voor de beroepswerkzaamheid in kwestie in die lidstaat een dergelijke titel bestaat. De titel wordt vermeld in de officiële taal of in een van de officiële talen van de lidstaat van vestiging om verwarring met de in het Vlaamse Gewest gehanteerde beroepstitel te vermijden. |
| 12 | Als de betrokken beroepstitel in de lidstaat van vestiging niet bestaat, vermeldt de dienstverrichter zijn opleidingstitel in de officiële taal of in een van de officiële talen van die lidstaat. | 12 | Als de betrokken beroepstitel in de lidstaat van vestiging niet bestaat, vermeldt de dienstverrichter zijn opleidingstitel in de officiële taal of in een van de officiële talen van die lidstaat. |
| 13 | § 5. In geval van gereglementeerde beroepen met implicaties voor de volksgezondheid of de openbare veiligheid kan de bevoegde Vlaamse autoriteit vóór de eerste dienstverrichting de beroepskwalificaties van de dienstverrichter controleren. | 13 | § 5. In geval van gereglementeerde beroepen met implicaties voor de volksgezondheid of de openbare veiligheid waarop de automatische erkenning op basis van artikel 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33 en 34 niet van toepassing is, kan de bevoegde Vlaamse autoriteit vóór de eerste dienstverrichting de beroepskwalificaties van de dienstverrichter controleren. |
| 14 | Een controle vooraf als vermeld in het eerste lid, is alleen mogelijk als de controle bedoeld is om ernstige schade voor de gezondheid of de veiligheid van de afnemer van de dienstverrichting ingevolge een ontoereikende beroepskwalificatie van de dienstverrichter te voorkomen en als de controle niet meer omvat dan voor dat doel noodzakelijk is. | 14 | Een controle vooraf als vermeld in het eerste lid, is alleen mogelijk als de controle bedoeld is om ernstige schade voor de gezondheid of de veiligheid van de afnemer van de dienstverrichting ingevolge een ontoereikende beroepskwalificatie van de dienstverrichter te voorkomen en als de controle niet meer omvat dan voor dat doel noodzakelijk is. |
| 15 | Binnen een termijn van ten hoogste een maand na de ontvangst van de verklaring en de begeleidende documenten, vermeld in paragraaf 1 en 2, brengt de bevoegde Vlaamse autoriteit de dienstverrichter op de hoogte van zijn beslissing om: | 15 | Binnen een termijn van ten hoogste een maand na de ontvangst van de verklaring en de begeleidende documenten, vermeld in paragraaf 1 en 2, brengt de bevoegde Vlaamse autoriteit de dienstverrichter op de hoogte van zijn beslissing om: |
| 11 | 2° de houder van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22, 2°, dient een aanvraag tot erkenning van zijn beroepskwalificaties in, terwijl de in het Vlaamse Gewest benodigde beroepskwalificatie een beroepskwalificatie is als vermeld in artikel 22, 4° of 5°. | 11 | 2° de houder van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22, 2°, dient een aanvraag tot erkenning van zijn beroepskwalificaties in, terwijl de in het Vlaamse Gewest benodigde beroepskwalificatie een beroepskwalificatie is als vermeld in artikel 22, 4° of 5°. |
| 12 | Als de houder van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22, 1°, een verzoek tot erkenning van zijn beroepskwalificaties indient, terwijl de in het Vlaamse Gewest benodigde beroepskwalificatie een beroepskwalificatie is als vermeld in artikel 22, 4°, kan de bevoegde Vlaamse autoriteit zowel een aanpassingsstage als een proeve van bekwaamheid voorschrijven. | 12 | Als de houder van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22, 1°, een verzoek tot erkenning van zijn beroepskwalificaties indient, terwijl de in het Vlaamse Gewest benodigde beroepskwalificatie een beroepskwalificatie is als vermeld in artikel 22, 4°, kan de bevoegde Vlaamse autoriteit zowel een aanpassingsstage als een proeve van bekwaamheid voorschrijven. |
| 13 | § 4. In dit artikel wordt verstaan onder vakgebieden die wezenlijk verschillen: de vakgebieden waarvan de kennis en de vaardigheden en competenties van essentieel belang zijn voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de aanvrager ontvangen opleiding qua duur of inhoud wezenlijk afwijkt van de opleiding die in het Vlaamse Gewest vereist is. | 13 | § 4. In dit artikel wordt verstaan onder vakgebieden die wezenlijk verschillen: de vakgebieden waarvan de kennis en de vaardigheden en competenties van essentieel belang zijn voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de aanvrager ontvangen opleiding qua inhoud wezenlijk afwijkt van de opleiding die in het Vlaamse Gewest vereist is. |
| 14 | § 5. Paragraaf 1 wordt toegepast met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. | 14 | § 5. Paragraaf 1 wordt toegepast met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel. |
| 15 | In het eerste lid wordt verstaan onder evenredigheidsbeginsel: als de bevoegde Vlaamse autoriteit overweegt van de aanvrager een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid te verlangen, gaat ze na of de kennis, vaardigheden en competenties die de aanvrager heeft verworven in het kader van zijn beroepservaring of in het kader van een leven lang leren en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd, in een lidstaat of derde land het wezenlijk verschil, vermeld in paragraaf 4, geheel of gedeeltelijk kunnen overbruggen. | 15 | In het eerste lid wordt verstaan onder evenredigheidsbeginsel: als de bevoegde Vlaamse autoriteit overweegt van de aanvrager een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid te verlangen, gaat ze na of de kennis, vaardigheden en competenties die de aanvrager heeft verworven in het kader van zijn beroepservaring of in het kader van een leven lang leren en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd, in een lidstaat of derde land het wezenlijk verschil, vermeld in paragraaf 4, geheel of gedeeltelijk kunnen overbruggen. |
| 1 | Dit hoofdstuk is van toepassing op de bepalingen voor de reglementering van een beroep. | ||
| 2 | Als specifieke vereisten over de reglementering van een bepaald beroep zijn vastgelegd in een afzonderlijke handeling van de Europese Unie die de lidstaten geen keuze laat ten aanzien van de precieze wijze waarop die vereisten moeten worden omgezet, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk niet van toepassing. |
| 1 | Vóór een Vlaamse instantie nieuwe bepalingen voor de reglementering van een beroep invoert of bestaande bepalingen voor de reglementering van een beroep wijzigt, zorgt ze ervoor dat die bepalingen direct noch indirect discriminerend zijn op grond van nationaliteit of woonplaats. |
| 1 | Een Vlaamse instantie die nieuwe bepalingen voor de reglementering van een beroep aanneemt of bestaande bepalingen voor de reglementering van een beroep wijzigt, zorgt ervoor dat die invoering of wijziging gerechtvaardigd is op grond van doelstellingen van algemeen belang. De Vlaamse instantie doet dat door te onderzoeken of de voormelde bepalingen objectief gerechtvaardigd zijn op grond van een van de volgende redenen: | ||
| 2 | 1° de openbare orde; | ||
| 3 | 2° de openbare veiligheid of volksgezondheid; | ||
| 4 | 3° dwingende redenen van algemeen belang, zoals: | ||
| 5 | a) de handhaving van het financiële evenwicht van het socialezekerheidsstelsel; | ||
| 6 | b) de bescherming van consumenten, afnemers van diensten en werknemers; | ||
| 7 | c) de waarborging van een goede rechtsbedeling; | ||
| 8 | d) de waarborging van de eerlijkheid van handelstransacties; | ||
| 9 | e) de bestrijding van fraude en het voorkomen van belastingontduiking en -ontwijking, de waarborging van de doeltreffendheid van het fiscale toezicht; | ||
| 10 | f) de veiligheid van het vervoer; | ||
| 11 | g) de bescherming van het milieu en het stedelijk milieu; | ||
| 12 | h) diergezondheid; | ||
| 13 | i) intellectuele eigendom; | ||
| 14 | j) de bescherming en instandhouding van het nationaal historisch en artistiek erfgoed; | ||
| 15 | k) doelstellingen van het sociaal beleid; | ||
| 16 | l) doelstellingen van het cultuurbeleid. | ||
| 17 | Redenen van louter economische aard of zuiver administratieve redenen vormen geen dwingende redenen van algemeen belang die een beperking van de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen rechtvaardigen. |
| 1 | Vóór een Vlaamse instantie nieuwe bepalingen voor de reglementering van een beroep invoert of bestaande bepalingen voor de reglementering van een beroep wijzigt, voert ze een evenredigheidsbeoordeling uit conform artikel 40/5. | ||
| 2 | De omvang van de evenredigheidsbeoordeling, vermeld in het eerste lid, is evenredig met de aard, de inhoud en de effecten van de nieuwe bepalingen. | ||
| 3 | Bij de bepalingen voor de reglementering van een beroep wordt een toelichting gevoegd die voldoende gedetailleerd is om op basis daarvan de naleving van het evenredigheidsbeginsel te beoordelen. De redenen waarom de voormelde bepalingen gerechtvaardigd en evenredig worden geacht, worden daarbij met kwalitatieve en, als dat mogelijk en relevant is, kwantitatieve elementen onderbouwd. | ||
| 4 | De evenredigheidsbeoordeling, vermeld in het eerste lid, wordt op objectieve en onafhankelijke wijze uitgevoerd. In de toelichting wordt aangegeven op welke wijze de objectiviteit en onafhankelijkheid van de beoordeling wordt bewaakt. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen over de wijze waarop de evenredigheidsbeoordeling wordt uitgevoerd. |
| 1 | § 1. In de evenredigheidsbeoordeling zorgt de Vlaamse instantie ervoor dat de bepalingen voor de reglementering van een beroep die ze invoert en de wijzigingen die ze ten aanzien van bestaande bepalingen aanbrengt, geschikt zijn om de verwezenlijking van de nagestreefde doelstelling te waarborgen en om erop toe te zien dat ze niet verder gaan dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. Daarbij houdt de Vlaamse instantie rekening met al de volgende elementen: | ||
| 2 | 1° de aard van de risico's die verbonden zijn aan de nagestreefde doelstellingen van algemeen belang, meer bepaald de risico's voor afnemers van diensten, met inbegrip van consumenten, voor beroepsbeoefenaars of voor derden; | ||
| 3 | 2° de vraag of bestaande voorschriften van specifieke of meer algemene aard, zoals de voorschriften die zijn neergelegd in de regelgeving over productveiligheid of het consumentenrecht, ontoereikend zijn om de nagestreefde doelstelling te bereiken; | ||
| 4 | 3° de geschiktheid van de bepalingen om het nagestreefde doel te bereiken en de vraag of zij daadwerkelijk op coherente en stelselmatige wijze aan die doelstelling beantwoorden en dus gericht zijn op de risico's die op soortgelijke wijze als bij vergelijkbare activiteiten zijn vastgesteld; | ||
| 5 | 4° de effecten op het vrije verkeer van personen en diensten in de Europese Unie, op de keuzemogelijkheden voor de consument en op de kwaliteit van de dienstverlening; | ||
| 6 | 5° de mogelijkheid om gebruik te maken van minder beperkende maatregelen om de doelstelling van algemeen belang te bereiken, meer bepaald als de bepalingen alleen worden gerechtvaardigd door de bescherming van consumenten en als de vastgestelde risico's uitsluitend verband houden met de verhouding tussen de beroepsbeoefenaar en de consument en er geen negatieve gevolgen zijn voor derden, of de doelstelling kan worden bereikt met minder beperkende middelen dan het voorbehouden van activiteiten; | ||
| 7 | 6° het effect van de nieuwe of de gewijzigde bepalingen, in combinatie met andere bepalingen die de toegang tot of de uitoefening van het beroep beperken, meer bepaald de vraag hoe de nieuwe of de gewijzigde bepalingen, in combinatie met andere vereisten, ertoe bijdragen dezelfde doelstelling van algemeen belang te bereiken en of ze daarvoor noodzakelijk zijn. | ||
| 8 | § 2. Naast de elementen, vermeld in paragraaf 1, besteedt de Vlaamse instantie in de evenredigheidsbeoordeling ook aandacht aan de volgende elementen, als die relevant zijn voor de aard en de inhoud van de bepalingen die worden ingevoerd of gewijzigd: | ||
| 9 | 1° het verband tussen de omvang van de activiteiten die onder een beroep vallen of daaraan zijn voorbehouden, en de vereiste beroepskwalificatie; | ||
| 10 | 2° het verband tussen de complexiteit van de taken in kwestie en de noodzaak dat degenen die ze uitvoeren over specifieke beroepskwalificaties beschikken, meer bepaald wat betreft het niveau, de aard en de duur van de vereiste opleiding of ervaring; | ||
| 11 | 3° de mogelijkheid om de beroepskwalificatie via alternatieve trajecten te verkrijgen; | ||
| 12 | 4° de vraag of en waarom de activiteiten die aan bepaalde beroepen voorbehouden zijn, al dan niet met andere beroepen kunnen worden gedeeld; | ||
| 13 | 5° de mate van zelfstandigheid bij de uitoefening van een gereglementeerd beroep en de gevolgen van organisatorische en toezichtregelingen om de nagestreefde doelstelling te verwezenlijken, in het bijzonder als de activiteiten die met een gereglementeerd beroep verband houden, uitgeoefend worden onder toezicht en verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die naar behoren gekwalificeerd is; | ||
| 14 | 6° de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die de asymmetrie van informatie tussen beroepsbeoefenaars en consumenten daadwerkelijk kunnen verkleinen of vergroten. | ||
| 15 | § 3. Voor de toepassing van paragraaf 1, 6°, beoordeelt de Vlaamse instantie het positieve of negatieve effect van de nieuwe of gewijzigde bepaling als die wordt gecombineerd met een of meer vereisten, in het bijzonder de volgende vereisten: | ||
| 16 | 1° voorbehouden activiteiten, beschermde beroepstitel of iedere andere vorm van vereiste die opgenomen is in een bepaling voor de reglementering van een beroep; | ||
| 17 | 2° verplichtingen om een opleiding voor permanente beroepsontwikkeling te volgen; | ||
| 18 | 3° regels over de organisatie van het beroep, beroepsethiek en toezicht; | ||
| 19 | 4° verplicht lidmaatschap van een beroepsorganisatie of -orgaan en ook registratie- of vergunningsregelingen, meer bepaald als die vereisten het bezit van een specifieke beroepskwalificatie impliceren; | ||
| 20 | 5° kwantitatieve beperkingen, meer bepaald vereisten op grond waarvan het aantal vergunningen voor de uitoefening van een beroep wordt beperkt dan wel een minimum- of maximumaantal werknemers, leidinggevenden of vertegenwoordigers die in het bezit zijn van specifieke beroepskwalificaties; | ||
| 21 | 6° specifieke vereisten over een rechtsvorm of vereisten die verband houden met de deelneming in of het bestuur van een onderneming, als die vereisten rechtstreeks gekoppeld zijn aan de uitoefening van het gereglementeerde beroep; | ||
| 22 | 7° territoriale beperkingen, ook als het beroep in delen van het grondgebied van een lidstaat anders is gereglementeerd dan in andere delen; | ||
| 23 | 8° vereisten op grond waarvan het wordt beperkt om een gereglementeerd beroep collectief of in partnerschap uit te oefenen, en ook incompatibiliteitsregels; | ||
| 24 | 9° vereisten over de verzekering of andere individuele of collectieve vormen van bescherming voor beroepsaansprakelijkheid; | ||
| 25 | 10° vereisten over de talenkennis, als die nodig zijn om het beroep uit te oefenen; | ||
| 26 | 11° vereisten over vaste minimum- of maximumtarieven; | ||
| 27 | 12° vereisten over reclame. | ||
| 28 | § 4. Vóór een Vlaamse instantie nieuwe bepalingen voor de reglementering van een beroep invoert of bestaande bepalingen voor de reglementering van een beroep wijzigt, waarborgt ze dat specifieke vereisten voor de tijdelijke of incidentele verrichting van diensten als vermeld in hoofdstuk 2, conform het evenredigheidsbeginsel zijn. Het gaat onder meer om de volgende vereisten: | ||
| 29 | 1° automatische tijdelijke registratie bij of pro-formalidmaatschap van een beroepsorganisatie of -orgaan, zoals bedoeld in artikel 17; | ||
| 30 | 2° een verklaring die van tevoren afgelegd moet worden op basis van artikel 18, § 1, documenten die vereist zijn op basis van artikel 18, § 2, of iedere andere equivalente vereiste; | ||
| 31 | 3° de betaling van een vergoeding voor administratieve procedures die verband houdt met of van kosten daarvoor die verband houden met de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen en die voor rekening komt of komen van de dienstverrichter. | ||
| 32 | Het eerste lid is niet van toepassing op maatregelen die zijn ontworpen om de conformiteit te waarborgen met de toepasselijke arbeidsvoorwaarden en omstandigheden die conform het recht van de Europese Unie worden toegepast. | ||
| 33 | § 5. Als de bepalingen voor de reglementering van een beroep betrekking hebben op de reglementering van beroepen in de gezondheidszorg en gevolgen hebben voor de veiligheid van de patiënt, houdt de Vlaamse instantie in haar evenredigheidsbeoordeling rekening met de doelstelling om te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid. |
| 1 | Vóór een Vlaamse instantie nieuwe bepalingen voor de reglementering van een beroep invoert of bestaande bepalingen voor de reglementering van een beroep wijzigt, stelt ze informatie beschikbaar aan burgers, afnemers van diensten en andere relevante belanghebbenden, met inbegrip van degenen die geen beoefenaars van het beroep in kwestie zijn. | ||
| 2 | De Vlaamse instantie overlegt op gepaste wijze met alle partijen in kwestie en geeft hun de gelegenheid hun standpunten bekend te maken. | ||
| 3 | Als het nodig en gepast is, worden openbare raadplegingen gehouden. |
| 1 | De Vlaamse instantie controleert na de invoering van nieuwe of gewijzigde bepalingen voor de reglementering van een beroep of die bepalingen conform het evenredigheidsbeginsel zijn. Ze houdt daarbij rekening met de ontwikkelingen die zich hebben voorgedaan nadat de bepalingen in kwestie in werking zijn getreden. |
| 1 | De redenen op grond waarvan de bepalingen die conform dit decreet worden beoordeeld, gerechtvaardigd en evenredig worden geacht, worden door de Vlaamse instantie opgenomen in de databank met gereglementeerde beroepen, vermeld in artikel 59, lid 1, van de richtlijn. |
| 1 | Met het oog op een doeltreffende toepassing van dit decreet neemt de Vlaamse Regering maatregelen om de uitwisseling van informatie met de andere lidstaten over de aangelegenheden die onder dit hoofdstuk vallen en over de specifieke wijze waarop een beroep wordt gereglementeerd of over de gevolgen van die reglementering, aan te moedigen. |
| 1 | De Vlaamse Regering deelt aan de Europese Commissie mee welke diensten de informatie, vermeld in artikel 40/9, ontvangen en bezorgen. |