Artikel 40/5
§ 1. In de evenredigheidsbeoordeling zorgt de Vlaamse instantie ervoor dat de bepalingen voor de reglementering van een beroep die ze invoert en de wijzigingen die ze ten aanzien van bestaande bepalingen aanbrengt, geschikt zijn om de verwezenlijking van de nagestreefde doelstelling te waarborgen en om erop toe te zien dat ze niet verder gaan dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. Daarbij houdt de Vlaamse instantie rekening met al de volgende elementen:
- 1°de aard van de risico's die verbonden zijn aan de nagestreefde doelstellingen van algemeen belang, meer bepaald de risico's voor afnemers van diensten, met inbegrip van consumenten, voor beroepsbeoefenaars of voor derden;
- 2°de vraag of bestaande voorschriften van specifieke of meer algemene aard, zoals de voorschriften die zijn neergelegd in de regelgeving over productveiligheid of het consumentenrecht, ontoereikend zijn om de nagestreefde doelstelling te bereiken;
- 3°de geschiktheid van de bepalingen om het nagestreefde doel te bereiken en de vraag of zij daadwerkelijk op coherente en stelselmatige wijze aan die doelstelling beantwoorden en dus gericht zijn op de risico's die op soortgelijke wijze als bij vergelijkbare activiteiten zijn vastgesteld;
- 4°de effecten op het vrije verkeer van personen en diensten in de Europese Unie, op de keuzemogelijkheden voor de consument en op de kwaliteit van de dienstverlening;
- 5°de mogelijkheid om gebruik te maken van minder beperkende maatregelen om de doelstelling van algemeen belang te bereiken, meer bepaald als de bepalingen alleen worden gerechtvaardigd door de bescherming van consumenten en als de vastgestelde risico's uitsluitend verband houden met de verhouding tussen de beroepsbeoefenaar en de consument en er geen negatieve gevolgen zijn voor derden, of de doelstelling kan worden bereikt met minder beperkende middelen dan het voorbehouden van activiteiten;
- 6°het effect van de nieuwe of de gewijzigde bepalingen, in combinatie met andere bepalingen die de toegang tot of de uitoefening van het beroep beperken, meer bepaald de vraag hoe de nieuwe of de gewijzigde bepalingen, in combinatie met andere vereisten, ertoe bijdragen dezelfde doelstelling van algemeen belang te bereiken en of ze daarvoor noodzakelijk zijn.
§ 2. Naast de elementen, vermeld in paragraaf 1, besteedt de Vlaamse instantie in de evenredigheidsbeoordeling ook aandacht aan de volgende elementen, als die relevant zijn voor de aard en de inhoud van de bepalingen die worden ingevoerd of gewijzigd:
- 1°het verband tussen de omvang van de activiteiten die onder een beroep vallen of daaraan zijn voorbehouden, en de vereiste beroepskwalificatie;
- 2°het verband tussen de complexiteit van de taken in kwestie en de noodzaak dat degenen die ze uitvoeren over specifieke beroepskwalificaties beschikken, meer bepaald wat betreft het niveau, de aard en de duur van de vereiste opleiding of ervaring;
- 3°de mogelijkheid om de beroepskwalificatie via alternatieve trajecten te verkrijgen;
- 4°de vraag of en waarom de activiteiten die aan bepaalde beroepen voorbehouden zijn, al dan niet met andere beroepen kunnen worden gedeeld;
- 5°de mate van zelfstandigheid bij de uitoefening van een gereglementeerd beroep en de gevolgen van organisatorische en toezichtregelingen om de nagestreefde doelstelling te verwezenlijken, in het bijzonder als de activiteiten die met een gereglementeerd beroep verband houden, uitgeoefend worden onder toezicht en verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die naar behoren gekwalificeerd is;
- 6°de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen die de asymmetrie van informatie tussen beroepsbeoefenaars en consumenten daadwerkelijk kunnen verkleinen of vergroten.
§ 3. Voor de toepassing van paragraaf 1, 6°, beoordeelt de Vlaamse instantie het positieve of negatieve effect van de nieuwe of gewijzigde bepaling als die wordt gecombineerd met een of meer vereisten, in het bijzonder de volgende vereisten:
- 1°voorbehouden activiteiten, beschermde beroepstitel of iedere andere vorm van vereiste die opgenomen is in een bepaling voor de reglementering van een beroep;
- 2°verplichtingen om een opleiding voor permanente beroepsontwikkeling te volgen;
- 3°regels over de organisatie van het beroep, beroepsethiek en toezicht;
- 4°verplicht lidmaatschap van een beroepsorganisatie of -orgaan en ook registratie- of vergunningsregelingen, meer bepaald als die vereisten het bezit van een specifieke beroepskwalificatie impliceren;
- 5°kwantitatieve beperkingen, meer bepaald vereisten op grond waarvan het aantal vergunningen voor de uitoefening van een beroep wordt beperkt dan wel een minimum- of maximumaantal werknemers, leidinggevenden of vertegenwoordigers die in het bezit zijn van specifieke beroepskwalificaties;
- 6°specifieke vereisten over een rechtsvorm of vereisten die verband houden met de deelneming in of het bestuur van een onderneming, als die vereisten rechtstreeks gekoppeld zijn aan de uitoefening van het gereglementeerde beroep;
- 7°territoriale beperkingen, ook als het beroep in delen van het grondgebied van een lidstaat anders is gereglementeerd dan in andere delen;
- 8°vereisten op grond waarvan het wordt beperkt om een gereglementeerd beroep collectief of in partnerschap uit te oefenen, en ook incompatibiliteitsregels;
- 9°vereisten over de verzekering of andere individuele of collectieve vormen van bescherming voor beroepsaansprakelijkheid;
- 10°vereisten over de talenkennis, als die nodig zijn om het beroep uit te oefenen;
- 11°vereisten over vaste minimum- of maximumtarieven;
- 12°vereisten over reclame.
§ 4. Vóór een Vlaamse instantie nieuwe bepalingen voor de reglementering van een beroep invoert of bestaande bepalingen voor de reglementering van een beroep wijzigt, waarborgt ze dat specifieke vereisten voor de tijdelijke of incidentele verrichting van diensten als vermeld in hoofdstuk 2, conform het evenredigheidsbeginsel zijn. Het gaat onder meer om de volgende vereisten:
- 1°automatische tijdelijke registratie bij of pro-formalidmaatschap van een beroepsorganisatie of -orgaan, zoals bedoeld in artikel 17;
- 2°een verklaring die van tevoren afgelegd moet worden op basis van artikel 18, § 1, documenten die vereist zijn op basis van artikel 18, § 2, of iedere andere equivalente vereiste;
- 3°de betaling van een vergoeding voor administratieve procedures die verband houdt met of van kosten daarvoor die verband houden met de toegang tot of de uitoefening van gereglementeerde beroepen en die voor rekening komt of komen van de dienstverrichter.
Het eerste lid is niet van toepassing op maatregelen die zijn ontworpen om de conformiteit te waarborgen met de toepasselijke arbeidsvoorwaarden en omstandigheden die conform het recht van de Europese Unie worden toegepast.
§ 5. Als de bepalingen voor de reglementering van een beroep betrekking hebben op de reglementering van beroepen in de gezondheidszorg en gevolgen hebben voor de veiligheid van de patiënt, houdt de Vlaamse instantie in haar evenredigheidsbeoordeling rekening met de doelstelling om te zorgen voor een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid.