Decreet tot wijziging van de regelgeving over het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
46 artikels gewijzigd
| 1 | § 1. Het Fonds voor verwerking en analyse van gezondheidsindicatoren ten behoeve van derden, de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en de aanhangsels bij het protocolakkoord van 20 maart 2003 van 11 december 2006 en 2 maart 2009, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, voor de uitvoering van Europese overeenkomsten en voor de uitvoering van het Protocolakkoord van 28 september 2012 tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet inzake preventie, met aanhangsel van 18 juni 2012, voor de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers, voor de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid en voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid; voor de uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, meer bepaald voor de afhandeling van de kosten verbonden aan het goedkeuringsprotocol alternatieve beheersmaatregelen, voor de uitvoering van het decreet betreffende het preventieve gezondheidsbeleid van 21 november 2003, meer bepaald het principe `vervuiler betaalt' als vermeld in artikel 54, § 3, van het decreet, en voor de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid, wordt opgericht, hierna het Fonds te noemen. | 1 | § 1. Het Fonds voor verwerking en analyse van gezondheidsindicatoren ten behoeve van derden, de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en de aanhangsels bij het protocolakkoord van 20 maart 2003 van 11 december 2006 en 2 maart 2009, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad, voor de uitvoering van Europese overeenkomsten en voor de uitvoering van het Protocolakkoord van 28 september 2012 tussen de federale overheid en de overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet inzake preventie, met aanhangsel van 18 juni 2012, voor de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers, voor de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid en voor de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid; voor de uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, meer bepaald voor de afhandeling van de kosten verbonden aan het goedkeuringsprotocol alternatieve beheersmaatregelen, voor de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, conform artikel 54/1 van het voormelde decreet, en voor de uitvoering van de overeenkomst (01/01/2020 - 31/12/2021) tussen het Comité van de verzekering voor geneeskundige verzorging, ingesteld bij de Dienst voor geneeskundige verzorging van het RIZIV en het Agentschap Zorg en Gezondheid, wordt opgericht, hierna het Fonds te noemen. |
| 2 | Het Fonds is een begrotingsfonds zoals vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019. | 2 | Het Fonds is een begrotingsfonds zoals vermeld in artikel 15, §2, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019. |
| 3 | § 2. Het Fonds wordt gespijsd met de middelen die in uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald voor contractonderzoek dat door de administratie Gezondheidszorg wordt uitgevoerd, door de verkoop van publicaties en door de inkomsten in uitvoering van het protocolakkoord bedoeld in § 1. | 3 | § 2. Het Fonds wordt gespijsd met de middelen die in uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald voor contractonderzoek dat door de administratie Gezondheidszorg wordt uitgevoerd, door de verkoop van publicaties en door de inkomsten in uitvoering van het protocolakkoord bedoeld in § 1. |
| 5 | § 2/2. Het Fonds wordt gespijsd met uitbetalingen in het kader van de cofinanciering van de federale overheid voor de uitgevoerde testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen, in het kader van een Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, zoals bepaald in het protocolakkoord van 28 september 2009. | 5 | § 2/2. Het Fonds wordt gespijsd met uitbetalingen in het kader van de cofinanciering van de federale overheid voor de uitgevoerde testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen, in het kader van een Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, zoals bepaald in het protocolakkoord van 28 september 2009. |
| 6 | § 2/3. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | 6 | § 2/3. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. |
| 7 | § 2/4. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, worden betaald voor de aankoop van vaccins door het Agentschap Zorg en Gezondheid voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen. | 7 | § 2/4. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap, vermeld in § 1, worden betaald voor de aankoop van vaccins door het Departement Zorg voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen. |
| 8 | § 2/5. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | 8 | § 2/5. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. |
| 9 | § 2/6. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | 9 | § 2/6. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. |
| 10 | §2/7. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald als dekking van de kosten die verbonden zijn aan de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject met betrekking tot de goedkeuring van alternatieve beheersmaatregelen betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen. | 10 | §2/7. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die ter uitvoering van een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en derden worden betaald als dekking van de kosten die verbonden zijn aan de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject voor de goedkeuring van alternatieve beheersmaatregelen voor de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen, vermeld in het Legionellabesluit van 9 februari 2007. |
| 11 | § 2/7. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | 11 | § 2/7/1. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. |
| 12 | §2/8. Het Fonds wordt gespijsd met al de volgende elementen: | ||
| 12 | § 2/8. Het Fonds wordt, conform artikel 54, § 3, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid, gespijsd met een partim van bestaande milieugerelateerde heffingen of belastingen die door burgers worden betaald na het akkoord van de Vlaamse Regering of met middelen van bedrijven die medeverantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van fysische of chemische factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid en dit in uitvoering van een overeenkomst die een bedrijf in kwestie daarover met de Vlaamse Gemeenschap heeft gesloten. | 13 | 1° vrijwillige financiële bijdragen van bedrijven die medeverantwoordelijk zijn voor de aanwezigheid van fysische of chemische factoren die schadelijk zijn voor de gezondheid als vermeld in artikel 54/1, §2, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid; |
| 14 | 2° vrijwillige bijdragen in het kader van het ‘vervuiler betaalt’-principe, vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 1°, van het voormelde decreet; | ||
| 15 | 3° vrijwillige bijdragen in het kader van een gedeelde beleidsmatige verantwoordelijkheid die duidelijk is vastgesteld als vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet; | ||
| 16 | 4° vrijwillige bijdragen in het kader van een gemeenschappelijke wetenschappelijke interesse als vermeld in artikel 54/1, §3, eerste lid, 3°, van het voormelde decreet; | ||
| 17 | 5° terugvorderingen van salarissen, vergoedingen en toelagen als vermeld in paragraaf 3/8, van de personeelsleden die zijn toegekend binnen het Departement Zorg en die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om de initiatieven, vermeld in artikel 54/1, §1, van het voormelde decreet, te realiseren. | ||
| 18 | De bijdragen, vermeld in het eerste lid, 1° tot en met 4°, worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap en degene die de bijdrage aan het fonds levert. | ||
| 13 | § 2/8. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | 19 | § 2/8/1. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. |
| 14 | § 2/9. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | 20 | § 2/9. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. |
| 15 | § 2/10. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. | 21 | § 2/10. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald. |
| 17 | §2/12. Het Fonds wordt gespijsd met middelen van het Minafonds die het Minafonds heeft ontvangen conform artikel 3 van de Saneringsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering enerzijds en 3M Belgium van 6 juli 2022. | 23 | §2/12. Het Fonds wordt gespijsd met middelen van het Minafonds die het Minafonds heeft ontvangen conform artikel 3 van de Saneringsovereenkomst tussen de Vlaamse Regering enerzijds en 3M Belgium van 6 juli 2022. |
| 18 | § 3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van de administratie Gezondheidszorg aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting, voorzover deze uitgaven verband houden met onderzoek dat door derden wordt betaald, betrekking hebben op het centraal beheer van het informatiesysteem, op de kosten gegenereerd door de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en het aanhangsel bij het protocolakkoord van 20 maart 2003, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad of op het preventief gezondheidsbeleid. | 24 | § 3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van de administratie Gezondheidszorg aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting, voorzover deze uitgaven verband houden met onderzoek dat door derden wordt betaald, betrekking hebben op het centraal beheer van het informatiesysteem, op de kosten gegenereerd door de uitvoering van het protocolakkoord van 20 maart 2003 gesloten tussen de Federale Overheid en de Overheden bedoeld in artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet betreffende de harmonisering van het vaccinatiebeleid en het aanhangsel bij het protocolakkoord van 20 maart 2003, over de harmonisering van het vaccinatiebeleid inzake het netwerk voor de distributie van vaccins en inzake het akkoord gesloten tussen de Gemeenschappen en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad of op het preventief gezondheidsbeleid. |
| 19 | § 3/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van de administratie Zorg en Gezondheid aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting voor zover deze uitgaven verband houden met de uitvoering van Europese overeenkomsten. | 25 | § 3/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven van het Departement Zorg aangerekend, zowel voor personeel, als voor werking of uitrusting voor zover deze uitgaven verband houden met de uitvoering van Europese overeenkomsten. |
| 20 | § 3/2. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 28 september 2009, door de Vlaamse overheid, in het kader van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, de aankoop betaald van de testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen door een daartoe aangeduid laboratorium, het versturen van de uitnodigingen en de testkits en het verwerken van de uitslagen. | 26 | § 3/2. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 28 september 2009, door de Vlaamse overheid, in het kader van het Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker, de aankoop betaald van de testen ter opsporing van occult bloed in de stoelgang, evenals de lezing van de testen door een daartoe aangeduid laboratorium, het versturen van de uitnodigingen en de testkits en het verwerken van de uitslagen. |
| 21 | § 3/3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | 27 | § 3/3. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 augustus 2015-31 juli 2016) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. |
| 22 | § 3/4. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 5 februari 2016, vermeld in § 1, door de Vlaamse Gemeenschap, de aankoop betaald van vaccins die via het Agentschap Zorg en Gezondheid besteld worden voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen. | 28 | § 3/4. Ten laste van dit Fonds wordt, conform het protocolakkoord van 5 februari 2016, vermeld in § 1, door de Vlaamse Gemeenschap, de aankoop betaald van vaccins die via het Departement Zorg besteld worden voor de vaccinatie van nieuwe asielzoekers die België binnenkomen. |
| 23 | § 3/5. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | 29 | § 3/5. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. |
| 24 | § 3/6. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | 30 | § 3/6. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. |
| 25 | §3/7. Ten laste van dit Fonds worden de expertisekosten die gedragen worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die verband houden met de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject in het kader van alternatieve beheersmaatregelen voor legionella, in uitvoering van artikel 19 tot en met 21 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 betreffende de preventie van de veteranenziekte op publiek toegankelijke plaatsen. | 31 | §3/7. Ten laste van dit Fonds worden de expertisekosten die gedragen worden door het Departement Zorg, aangerekend als ze verband houden met de erkenning, realisatie en voortgangsbewaking van een proefproject in het kader van alternatieve beheersmaatregelen voor legionella, ter uitvoering van artikel 19 tot en met 21 van het Legionellabesluit van 9 februari 2007. |
| 26 | § 3/7. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | 32 | § 3/7/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 1 oktober 2018 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2019) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. |
| 27 | § 3/8. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de oprichting van een netwerk voor de bewaking van de in de mens gemeten blootstelling of voor de bewaking van de effecten van fysische en chemische factoren op de bevolking, om maatregelen te kunnen nemen voor de bescherming van de volksgezondheid. | ||
| 33 | §3/8. Ten laste van dit Fonds worden conform artikel 54/1, §1, van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid de uitgaven aangerekend die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het voormelde decreet. Die uitgaven omvatten ook de betaling van salarissen, vergoedingen en toelagen van de personeelsleden binnen het Departement Zorg die voor bepaalde duur projectmatig worden ingezet om die initiatieven te realiseren. | ||
| 34 | De overeenkomst, vermeld in paragraaf 2/8, tweede lid, omschrijft welke initiatieven en maatregelen die verband houden met de uitvoering van artikel 51, 53, 53/1 en 54 van het decreet van 21 november 2003 betreffende het preventieve gezondheidsbeleid met de bijdragen uit de overeenkomst gefinancierd kunnen worden. De inkomsten, vermeld in paragraaf 2/8, worden steeds aangewend voor uitgaven, vermeld in het eerste lid, die overeenstemmen met hetgeen voorzien is in de overeenkomst op basis waarvan de inkomsten verkregen zijn. | ||
| 28 | § 3/8. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | 35 | § 3/8/1. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 januari 2018 - 31 december 2020) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. |
| 29 | § 3/9. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | 36 | § 3/9. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2020) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. |
| 30 | § 3/10. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. | 37 | § 3/10. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 19 september 2019 bij de overeenkomst van (1 januari 2018 - 31 december 2021) van 1 oktober 2018 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid. |
| 19 | 16° gehuwden: | 19 | 16° gehuwden: |
| 20 | a) gehuwden; | 20 | a) gehuwden; |
| 21 | b) wettelijk samenwonenden overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek; | 21 | b) wettelijk samenwonenden overeenkomstig artikel 1476 van het Burgerlijk Wetboek, met uitzondering van degene die wettelijk samenwoont met een ascendent; |
| 22 | c) twee personen die hun woonplaats hebben op hetzelfde adres en een of meer gemeenschappelijke kinderen hebben; | 22 | c) twee personen die hun woonplaats hebben op hetzelfde adres en een of meer gemeenschappelijke kinderen hebben; |
| 23 | d) twee personen die hun woonplaats hebben op hetzelfde adres, waarbij de ene persoon kinderen van de andere persoon fiscaal ten laste neemt; | 23 | d) twee personen die hun woonplaats hebben op hetzelfde adres, waarbij de ene persoon kinderen van de andere persoon fiscaal ten laste neemt; |
| 20 | Het agentschap Opgroeien regie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen, vermeld in het eerste en tweede lid. | 20 | Het agentschap Opgroeien regie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerkingen, vermeld in het eerste en tweede lid. |
| 21 | § 5. De geschillencommissie verwerkt de in de tweede paragraaf vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de behandeling van de beroepen die bij haar worden ingesteld overeenkomstig artikel 104 van dit decreet. | 21 | § 5. De geschillencommissie verwerkt de in de tweede paragraaf vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de behandeling van de beroepen die bij haar worden ingesteld overeenkomstig artikel 104 van dit decreet. |
| 22 | Kind en Gezin is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens door de geschillencommissie. | 22 | Het agentschap Opgroeien regie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens door de geschillencommissie. |
| 23 | § 6. De organisatoren kinderopvang verwerken de in de tweede paragraaf, 1° en 5°, vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de toekenning van de kinderopvangtoeslag, vermeld in artikel 51 en 52. | 23 | § 6. De organisatoren kinderopvang verwerken de in de tweede paragraaf, 1° en 5°, vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de toekenning van de kinderopvangtoeslag, vermeld in artikel 51 en 52. |
| 24 | § 7. Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming verwerkt de in de tweede paragraaf, 1° en 7°, vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de vaststelling van het recht op toelagen in het kader van het gezinsbeleid, de berekening en de toekenning van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. | 24 | § 7. Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming verwerkt de in de tweede paragraaf, 1° en 7°, vermelde categorieën persoonsgegevens met het oog op de vaststelling van het recht op toelagen in het kader van het gezinsbeleid, de berekening en de toekenning van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid. |
| 5 | 2° 93,86 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis niet meer dan 31.897,53 euro bedragen; | 5 | 2° 93,86 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis niet meer dan 31.897,53 euro bedragen; |
| 6 | 3° 73,86 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis tussen 31.897,53 euro en 60.000 euro liggen. | 6 | 3° 73,86 euro per kind voor gezinnen met meer dan twee rechtgevende kinderen, waarvan de gezinsinkomsten op jaarbasis tussen 31.897,53 euro en 60.000 euro liggen. |
| 7 | Als ten gevolge van een gelijkmatig verdeelde huisvesting de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders , wordt het bedrag van de toeslag gehalveerd toegekend in elk rechtgevend gezin. | 7 | Als ten gevolge van een gelijkmatig verdeelde huisvesting de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders of de pleegouders, wordt het bedrag van de toeslag gehalveerd toegekend in elk rechtgevend gezin. |
| 8 | Als de huisvesting van het rechtgevende kind niet gelijk is verdeeld tussen beide ouders wordt het kind voor de toepassing van het tweede lid alleen meegeteld in het gezin waar het kind meer dan de helft van de tijd verblijft. | 8 | Als de huisvesting van het rechtgevende kind niet gelijk is verdeeld tussen beide ouders of beide pleegouders wordt het kind voor de toepassing van het tweede lid alleen meegeteld in het gezin waar het kind meer dan de helft van de tijd verblijft. |
| 9 | Als de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind niet is bepaald of bekrachtigd door de bevoegde rechtbank, wordt ervan uitgegaan dat de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders . | 9 | Als de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind niet is bepaald, bekrachtigd of vastgesteld door de bevoegde rechtbank, wordt ervan uitgegaan dat de huisvesting van het rechtgevende kind gelijk is verdeeld tussen de ouders of de pleegouders. |
| 10 | Voor de huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind wordt uitgegaan van de woonplaats van het kind. | 10 | Voor de huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind wordt uitgegaan van de woonplaats van het kind. |
| 11 | In afwijking van het zesde lid blijft de vastgestelde huisvesting overeenkomstig het vijfde lid die geldt op het moment dat het kind meerderjarig wordt, gelden. | 11 | In afwijking van het zesde lid blijft de vastgestelde huisvesting overeenkomstig het vijfde lid die geldt op het moment dat het kind meerderjarig wordt, gelden. |
| 12 | In afwijking van het zesde en zevende lid kan de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind worden bepaald op grond van een overeenkomst, waarin de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind uitdrukkelijk wordt bepaald, en die is geregistreerd conform artikel 1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten. | 12 | In afwijking van het zesde en zevende lid kan de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het meerderjarige rechtgevend kind worden bepaald op grond van een overeenkomst, waarin de al dan niet gelijkmatig verdeelde huisvesting van het rechtgevende kind uitdrukkelijk wordt bepaald, en die is geregistreerd conform artikel 1 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, of op grond van een vaststelling door de bevoegde rechtbank. |
| 13 | Als het rechtgevende kind is geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een pleeggezin, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het pleeggezin volledig meegeteld. | 13 | Als het rechtgevende kind is geplaatst door bemiddeling of ten laste van een openbare overheid in een pleeggezin, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het pleeggezin volledig meegeteld. |
| 14 | Als het rechtgevende kind materiële ondersteuning krijgt als vermeld in artikel 68, § 2/1, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het gezin waar het verbleef voorafgaand aan de plaatsing, volledig meegeteld. In toepassing van artikel 68, § 3, wordt het kind daarentegen niet meegeteld in het gezin waar het verbleef voorafgaand aan de plaatsing. | 14 | Als het rechtgevende kind materiële ondersteuning krijgt als vermeld in artikel 68, § 2/1, wordt het kind voor de berekening van de toeslag en de gezinsgrootte, vermeld in het tweede lid, in het gezin van de begunstigden, volledig meegeteld. |
| 15 | De Vlaamse Regering bepaalt met welke inkomsten van welke personen rekening wordt gehouden om de gezinsinkomsten, vermeld in het eerste lid, vast te stellen. Ze bepaalt de periode waarin de sociale toeslag wordt toegekend, en ze kan de gezinsgrootte nader bepalen. De Vlaamse Regering stelt ook een alarmbelprocedure vast voor de onmiddellijke aanpassing van het recht op sociale toeslag. | 15 | De Vlaamse Regering bepaalt met welke inkomsten van welke personen rekening wordt gehouden om de gezinsinkomsten, vermeld in het eerste lid, vast te stellen. Ze bepaalt de periode waarin de sociale toeslag wordt toegekend, en ze kan de gezinsgrootte nader bepalen. De Vlaamse Regering stelt ook een alarmbelprocedure vast voor de onmiddellijke aanpassing van het recht op sociale toeslag. |
| 1 | Een jaarlijkse selectieve participatietoeslag leerling, waarvan het bedrag is bepaald in hoofdstuk 4 van deze titel, wordt toegekend aan de leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet: | 1 | Een jaarlijkse selectieve participatietoeslag leerling, waarvan het bedrag is bepaald in hoofdstuk 4 van deze titel, wordt toegekend aan de leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet: |
| 2 | 1° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; | 2 | 1° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling; |
| 3 | 2° de pedagogische voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2 van deze titel; | 3 | 2° de pedagogische voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2 van deze titel; |
| 4 | 3° de financiële voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 3 van deze titel. | 4 | 3° de financiële voorwaarden, vermeld in hoofdstuk 3 van deze titel. |
| 1 | Een kinderopvangtoeslag wordt toegekend aan het kind: | 1 | Een kinderopvangtoeslag wordt toegekend aan het kind: |
| 2 | 1° dat de Belgische nationaliteit heeft, of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, dat toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; | 2 | 1° dat de Belgische nationaliteit heeft, of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, dat toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling; |
| 3 | 2° tot het naar de kleuterschool gaat; | 3 | 2° tot het naar de kleuterschool gaat; |
| 4 | 3° dat overeenkomstig het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters wordt opgevangen op een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde opvangplaats, waarbij de organisator niet werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters. | 4 | 3° dat overeenkomstig het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby's en peuters wordt opgevangen op een door de Vlaamse Gemeenschap vergunde opvangplaats, waarbij de organisator niet werkt met het systeem inkomenstarief, vermeld in artikel 27 tot en met 36/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 houdende de subsidies en de eraan gekoppelde voorwaarden voor de realisatie van specifieke dienstverlening door gezinsopvang en groepsopvang van baby's en peuters. |
| 1 | Een kleutertoeslag wordt toegekend aan de leerling die aan al de volgende voorwaarden voldoet: | ||
| 2 | 1° de leerling heeft de Belgische nationaliteit, of de leerling van wie het bewijs niet geleverd wordt dat hij de Belgische nationaliteit bezit, toegelaten of gemachtigd is om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen overeenkomstig de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling; | ||
| 3 | 2° de leerling is ingeschreven in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor gewoon of buitengewoon kleuteronderwijs, als de leerling gerechtigd is dat onderwijs te volgen overeenkomstig het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997. | ||
| 4 | De Vlaamse Regering kan algemene vrijstellingen van het eerste lid, 1°, bepalen. | ||
| 5 | De Vlaamse Regering bepaalt de verdere voorwaarden waaronder de kleutertoeslagen worden toegekend, inclusief het uitbetalingstijdstip, en bepaalt de nadere regels met betrekking tot deze toeslagen. |
| 1 | § 1. Een kleutertoeslag van 130 euro wordt toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór het jaar waarin de toeslag verschuldigd is, op voorwaarde dat de inschrijving, vermeld in artikel 54, behouden blijft voor de leerling, en op voorwaarde dat het bewijs van voldoende aanwezigheid in een betrokken schooljaar geleverd wordt, zoals nader bepaald in artikel 27, § 2, 1°, 2°, en § 3, § 4, § 5 en § 6. | 1 | § 1. Een kleutertoeslag van 130 euro wordt toegekend aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december van het kalenderjaar vóór het jaar waarin de toeslag verschuldigd is, op voorwaarde dat de inschrijving, vermeld in artikel 54, behouden blijft voor de leerling, en op voorwaarde dat het bewijs van voldoende aanwezigheid in een betrokken schooljaar geleverd wordt, zoals nader bepaald in artikel 27, § 2, 1°, 2°, en § 3, § 4, § 5 en § 6. |
| 2 | De inschrijving, vermeld in het eerste lid, wordt gecontroleerd op de dag dat de leerling vier jaar wordt. Als de leerling op dat moment niet ingeschreven is in het kleuteronderwijs, wordt de leerling geacht aan de voorwaarden te voldoen als de leerling uiterlijk 21 kalenderdagen na de uitschrijving die op dat ogenblik geldt, opnieuw ingeschreven is in het kleuteronderwijs. | ||
| 2 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december 2018, een kleutertoeslag van 130 euro toegekend, op voorwaarde dat hij in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor kleuteronderwijs is ingeschreven. | 3 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt aan een rechthebbende leerling als vermeld in artikel 53, die drie jaar is op 31 december 2018, een kleutertoeslag van 130 euro toegekend, op voorwaarde dat hij in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde onderwijsinstelling voor kleuteronderwijs is ingeschreven. |
| 1 | Een kind geeft recht op een ondersteuningstoeslag als het aan al de volgende voorwaarden voldoet: | 1 | Een kind geeft recht op een ondersteuningstoeslag als het aan al de volgende voorwaarden voldoet: |
| 2 | 1° het kind heeft de Belgische nationaliteit of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen conform de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; | 2 | 1° het kind heeft de Belgische nationaliteit of het kind van wie het bewijs niet geleverd wordt dat het de Belgische nationaliteit bezit, is toegelaten of gemachtigd om in het Rijk te verblijven of er zich te vestigen conform de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. Voor de toepassing van dit decreet vormt een attest van immatriculatie geen toelating of machtiging in de zin van deze bepaling; |
| 3 | 2° het kind heeft zijn woonplaats in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; | 3 | 2° het kind heeft zijn woonplaats in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; |
| 4 | 3° het kind heeft een zorgbehoefte die voortvloeit uit een aandoening die gevolgen heeft voor hemzelf op het vlak van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of op het vlak van activiteit en participatie, of die gevolgen heeft voor zijn familiale omgeving. | 4 | 3° het kind heeft een zorgbehoefte die voortvloeit uit een aandoening die gevolgen heeft voor hemzelf op het vlak van lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid of op het vlak van activiteit en participatie, of die gevolgen heeft voor zijn familiale omgeving. |
| 1 | In afwijking van dit hoofdstuk kan de bevoegde rechtbank begunstigden aanwijzen. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de aanwijzing van de begunstigden van een derde van de gezinsbijslagen, vermeld in artikel 68, §2/1, eerste lid. |
| 1 | Als een pleegzorger als begunstigde is aanwezen als vermeld in artikel 59, § 2, maar die pleegzorg geen perspectiefbiedende pleegzorg betreft als vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van de pleegzorg, wordt de pleegzorgtoeslag uitbetaald aan de persoon die voorafgaandelijk aan de plaatsing van het rechtgevende kind in de pleegzorg de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, ontving. | 1 | Als een pleegzorger als begunstigde is aanwezen als vermeld in artikel 59, § 2, maar die pleegzorg geen perspectiefbiedende pleegzorg betreft als vermeld in artikel 2, 6°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van de pleegzorg, wordt de pleegzorgtoeslag uitbetaald aan de persoon die voorafgaandelijk aan de plaatsing van het rechtgevende kind in de pleegzorg de gezinsbijslagen, vermeld in deel 1 van boek 2, ontving. |
| 2 | Een afwijking van het voorgaande lid is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank een uitspraak heeft gedaan over de bestemming van de pleegzorgtoeslag aan een andere persoon dan deze aangeduid in het eerste lid, in het belang van het kind. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. | 2 | Een afwijking van het voorgaande lid is mogelijk nadat de bevoegde rechtbank een uitspraak heeft gedaan of de plaatsende overheid een andersluidende beslissing heeft genomen over de bestemming van de pleegzorgtoeslag aan een andere persoon dan deze aangeduid in het eerste lid, in het belang van het kind. De meest gerede partij bezorgt de gerechtelijke uitspraak aan de uitbetalingsactor. |
| 1 | De toelagen in het kader van het gezinsbeleid worden uitbetaald op een bankrekening. | 1 | De toelagen in het kader van het gezinsbeleid worden uitbetaald op een bankrekening. |
| 2 | Als een betaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid om technische of sociale redenen niet mogelijk is per overschrijving bepaalt de Vlaamse Regering met welk betaalmiddel de toelagen worden uitbetaald en volgens welke regelst. | 2 | De Vlaamse Regering kan bepalen onder welke voorwaarden de toelagen in het kader van het gezinsbeleid uitbetaald kunnen worden aan een andere rechtspersoon in naam en voor rekening van de begunstigden. |
| 1 | De onverschuldigd betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid brengen van rechtswege interest op vanaf de betaling als de onverschuldigde betaling het gevolg is van bedrog of bedrieglijke handelingen van een begunstigde. Een kapitalisatie van interesten is nooit mogelijk, ook niet in de situatie, vermeld in artikel 1154 van het Burgerlijk Wetboek. | 1 | De onverschuldigd betaalde toelagen in het kader van het gezinsbeleid brengen van rechtswege interest op vanaf de betaling als de onverschuldigde betaling het gevolg is van bedrog of bedrieglijke handelingen van een begunstigde. Een kapitalisatie van interesten is nooit mogelijk, ook niet in de situatie, vermeld in artikel 5.207 van het Burgerlijk Wetboek. |
| 1 | De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 1: | 1 | De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 1: |
| 2 | 1° wetens en willens een regularisatiemaatregel die, in voorkomend geval, is bevestigd bij gerechtelijke uitspraak, niet uitvoeren; | 2 | 1° een regularisatiemaatregel die, in voorkomend geval, is bevestigd bij gerechtelijke uitspraak, niet uitvoeren; |
| 3 | 2° wetens en willens nalaten om te verklaren dat hij niet langer recht heeft op de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, zelfs als dat maar gedeeltelijk is, om ten onrechte de toelage in het kader van het gezinsbeleid te behouden. | 3 | 2° nalaten te verklaren dat die geen of niet langer recht heeft op de toelagen in het kader van het gezinsbeleid, geheel of gedeeltelijk, of daarvoor de inlichtingen te verstrekken. |
| 1 | § 1. De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 2: | 1 | § 1. De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 2: |
| 2 | 1° onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; | 2 | 1° wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; |
| 3 | 2° nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; | 3 | 2° wetens en willens nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; |
| 4 | 3° ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid waarop hij geen of maar gedeeltelijk recht heeft, verkrijgen of behouden door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen of door na te laten of te weigeren om de noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken. | 4 | 3° ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid waarop hij geen of maar gedeeltelijk recht heeft, verkrijgen of behouden door wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen of door na te laten of te weigeren om de noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken. |
| 5 | § 2. De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 2 als ze zijn begaan om ten onrechte toelagen gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden: | 5 | § 2. De volgende handelingen zijn inbreuken van niveau 2 als ze zijn begaan om ten onrechte toelagen gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden: |
| 6 | 1° valsheid in geschrifte plegen, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten in een akte; | 6 | 1° valsheid in geschrifte plegen, hetzij door valse handtekeningen, hetzij door namaking of vervalsing van geschriften of handtekeningen, hetzij door overeenkomsten, beschikkingen, verbintenissen of schuldbevrijdingen valselijk op te maken of achteraf in een akte in te voegen, hetzij door toevoeging of vervalsing van bedingen, verklaringen of feiten in een akte; |
| 1 | De persoon die met opzet een van de volgende handelingen stelt, is strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met een geldboete van 100 euro tot 40.000 euro, of met een van die straffen: | 1 | De persoon die wetens en willens een van de volgende handelingen stelt, is strafbaar met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie jaar en met een geldboete van 100 euro tot 40.000 euro, of met een van die straffen: |
| 2 | 1° onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; | 2 | 1° onjuiste of onvolledige verklaringen afleggen om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; |
| 3 | 2° nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; | 3 | 2° nalaten of weigeren om noodzakelijke verklaringen af te leggen of inlichtingen te verstrekken die hij gehouden is te verstrekken, om ten onrechte toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verkrijgen, te laten verkrijgen, te behouden of te laten behouden; |
| 3 | 2° 48,88 euro voor een rechtgevend kind van minstens twaalf jaar; | 3 | 2° 48,88 euro voor een rechtgevend kind van minstens twaalf jaar; |
| 4 | 3° 62,15 euro voor een rechtgevend kind van minstens achttien jaar. | 4 | 3° 62,15 euro voor een rechtgevend kind van minstens achttien jaar. |
| 5 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 geeft een oudste rechtgevend kind, waarvoor een bijslagtrekkende of begunstigden, aan wie kinderbijslag wordt betaald voor een rechtgevend kind dat recht geeft op kinderbijslag van 92,09 euro, de gezinsbijslagen ontvangen, recht op de maandelijkse leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 44, § 1, van de Algemene kinderbijslagwet, namelijk: | 5 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 geeft een oudste rechtgevend kind, waarvoor een bijslagtrekkende of begunstigden, aan wie kinderbijslag wordt toegekend voor een rechtgevend kind dat recht geeft op kinderbijslag van 92,09 euro, de gezinsbijslagen ontvangen, recht op de maandelijkse leeftijdsbijslag, vermeld in artikel 44, § 1, van de Algemene kinderbijslagwet, namelijk: |
| 6 | 1° 16,04 euro voor een rechtgevend kind van minstens zes jaar; | 6 | 1° 16,04 euro voor een rechtgevend kind van minstens zes jaar; |
| 7 | 2° 24,43 euro voor een rechtgevend kind van minstens twaalf jaar; | 7 | 2° 24,43 euro voor een rechtgevend kind van minstens twaalf jaar; |
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering kan in het kader van haar beleid met betrekking tot preventieve gezondheidszorg, op basis van oproepen voor partnerorganisaties, beheersovereenkomsten sluiten met voorzieningen. | 1 | § 1. De Vlaamse Regering kan in het kader van haar beleid met betrekking tot preventieve gezondheidszorg, op basis van oproepen voor partnerorganisaties, beheersovereenkomsten sluiten met voorzieningen. |
| 2 | De beheersovereenkomst geldt voor minimaal drie en voor maximaal vijf jaar en omvat minstens het beleidsplan voor de looptijd van de beheersovereenkomst. Het beleidsplan bevat minstens de volgende gegevens : de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst en de evaluatiecriteria met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren. | 2 | De beheersovereenkomst geldt voor minimaal drie en voor maximaal vijf jaar en omvat minstens het beleidsplan voor de looptijd van de beheersovereenkomst. Het beleidsplan bevat minstens de volgende gegevens : de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst en de evaluatiecriteria met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de nadere regels met betrekking tot de oproep en het sluiten van een beheersovereenkomst. | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de nadere regels met betrekking tot de oproep, het sluiten en het verlengen van een beheersovereenkomst. |
| 4 | § 2. De Vlaamse Regering kan voorzieningen waarmee geen beheersovereenkomst als partnerorganisatie is gesloten, erkennen als partnerorganisatie. | 4 | § 2. De Vlaamse Regering kan voorzieningen waarmee geen beheersovereenkomst als partnerorganisatie is gesloten, erkennen als partnerorganisatie. |
| 5 | De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning en de regels voor het verlenen, schorsen en intrekken van de erkenning. | 5 | De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning en de regels voor het verlenen, schorsen en intrekken van de erkenning. |
| 1 | § 1. De Vlaamse Regering kan in het kader van haar beleid met betrekking tot preventieve gezondheidszorg, op basis van oproepen voor organisaties met terreinwerking, beheersovereenkomsten sluiten met voorzieningen. | 1 | § 1. De Vlaamse Regering kan in het kader van haar beleid met betrekking tot preventieve gezondheidszorg, op basis van oproepen voor organisaties met terreinwerking, beheersovereenkomsten sluiten met voorzieningen. |
| 2 | De beheersovereenkomst geldt voor minimaal drie en voor maximaal vijf jaar en omvat minstens het beleidsplan voor de looptijd van de beheersovereenkomst. Het beleidsplan bevat minstens de volgende gegevens : de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst en de evaluatiecriteria met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren. | 2 | De beheersovereenkomst geldt voor minimaal drie en voor maximaal vijf jaar en omvat minstens het beleidsplan voor de looptijd van de beheersovereenkomst. Het beleidsplan bevat minstens de volgende gegevens : de resultaatgebieden voor de uitvoering van de beheersovereenkomst en de evaluatiecriteria met betrekking tot de resultaatgebieden om onder meer de uitvoering van de beheersovereenkomst te kunnen evalueren. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de nadere regels met betrekking tot de oproep en het sluiten van een beheersovereenkomst. | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de nadere regels met betrekking tot de oproep, het sluiten en het verlengen van een beheersovereenkomst. |
| 4 | § 2. De Vlaamse Regering kan voorzieningen waarmee geen beheersovereenkomst als organisatie met terreinwerking is gesloten, erkennen als organisatie met terreinwerking. | 4 | § 2. De Vlaamse Regering kan voorzieningen waarmee geen beheersovereenkomst als organisatie met terreinwerking is gesloten, erkennen als organisatie met terreinwerking. |
| 5 | De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning en de regels voor het verlenen, schorsen en intrekken van de erkenning. | 5 | De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning en de regels voor het verlenen, schorsen en intrekken van de erkenning. |
| 1 | § 1. Bij het agentschap wordt een interdisciplinaire Expertencommissie gespecialiseerde zorg opgericht. | 1 | § 1. Bij het agentschap wordt een interdisciplinaire Expertencommissie gespecialiseerde zorg opgericht. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, de organisatie en de werkingsregels van de Expertencommissie. De samenstelling van de Expertencommissie kan variëren conform de voorwaarden en de procedures vastgelegd door de Vlaamse Regering. De samenstelling kan onder meer afhankelijk zijn van de betreffende taak van de Expertencommissie. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, de organisatie en de werkingsregels van de Expertencommissie. De samenstelling van de Expertencommissie kan variëren conform de voorwaarden en de procedures vastgelegd door de Vlaamse Regering. De samenstelling kan onder meer afhankelijk zijn van de betreffende taak van de Expertencommissie. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt het statuut en de vergoeding van de leden van de Expertencommissie en legt de onverenigbaarheden vast, waaronder het verbod voor de leden van de Expertencommissie om in dienst te zijn van een zorgvoorziening, of om mandaten te vervullen binnen een zorgvoorziening. | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt het statuut en de vergoeding van de leden van de Expertencommissie en legt de onverenigbaarheden vast. |
| 4 | Het agentschap is belast met de administratieve ondersteuning en aansturing van de Expertencommissie. | 4 | Het agentschap is belast met de administratieve ondersteuning en aansturing van de Expertencommissie. |
| 5 | § 2. De Expertencommissie beschikt over de gegevens van de gebruikers, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. | 5 | § 2. De Expertencommissie beschikt over de gegevens van de gebruikers, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar taken. |
| 1 | De Expertencommissie wordt onder meer belast met de volgende taken: | 1 | De Expertencommissie kan onder meer belast worden met de volgende taken: |
| 2 | 1° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen aan gebruikers conform de verordening (EG) nr. 883/2004; | 2 | 1° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen aan gebruikers conform de verordening (EG) nr. 883/2004; |
| 3 | 2° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland overeenkomstig de richtlijn 2011/24/EU; | 3 | 2° een advies verlenen met het oog op de door de zorgkas te verlenen voorafgaande toestemmingen voor geplande zorg in een andere lidstaat van de Europese Unie dan België, in IJsland, in Liechtenstein, in Noorwegen en in Zwitserland overeenkomstig de richtlijn 2011/24/EU; |
| 13 | 3° als de aangeslotene in staat van faillissement verklaard is; | 13 | 3° als de aangeslotene in staat van faillissement verklaard is; |
| 14 | 4° als de aangeslotene door een gerechtsdeurwaarder insolvabel verklaard is; | 14 | 4° als de aangeslotene door een gerechtsdeurwaarder insolvabel verklaard is; |
| 15 | 5° als aan de aangeslotene het beschermingsstatuut van tijdelijk ont-heemde is toegekend, vermeld in artikel 57/29 van de wet van 15 decem-ber 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijfde vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. | 15 | 5° als aan de aangeslotene het beschermingsstatuut van tijdelijk ontheemde is toegekend, vermeld in artikel 57/29 van de wet van 15 decem-ber 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. |
| 16 | In de gevallen, vermeld in het eerste lid, 2° en 3°, betaalt de zorgkas de jaarlijkse premies die voor het jaar 2027 of later zijn betaald door of namens de persoon, vermeld in het eerste lid, 2° of 3°, terug aan die persoon. | ||
| 14 | Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het tweede en derde lid, bedraagt maximaal 5000 euro. | 14 | Het bedrag van de administratieve geldboete, vermeld in het tweede en derde lid, bedraagt maximaal 5000 euro. |
| 15 | Artikel 68, § 2 tot en met § 5, is van overeenkomstige toepassing. | 15 | Artikel 68, § 2 tot en met § 5, is van overeenkomstige toepassing. |
| 16 | De administratieve geldboete kan enkel worden opgelegd, voor zover het Openbaar Ministerie oordeelt dat er geen strafvervolging moet worden ingesteld of geen toepassing maakt van de artikelen 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering. | ||
| 17 | Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde administratie een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde wetboek voor te stellen. | ||
| 18 | § 5. De zorg waarvan is vastgesteld dat ze in strijd is met de regels, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kan niet nogmaals ter uitbetaling worden ingediend bij de zorgkas. | 16 | § 5. De zorg waarvan is vastgesteld dat ze in strijd is met de regels, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, kan niet nogmaals ter uitbetaling worden ingediend bij de zorgkas. |
| 1 | § 1. De zorgkas kent het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood toe aan de persoon met een verminderde zelfredzaamheid die ten minste 65 jaar oud is. | 1 | § 1. De zorgkas kent het zorgbudget voor ouderen met een zorgnood toe aan de persoon met een verminderde zelfredzaamheid die ten minste de leeftijd bereikt heeft waarop hij geen aanvraag van een inkomensvervangende tegemoetkoming of integratietegemoetkoming conform artikel 2, §1 en §2, van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, meer kan indienen. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze de vermindering van de zelfredzaamheid wordt vastgesteld, en hoe die vaststelling wordt vergoed. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt door wie, volgens welke criteria en op welke wijze de vermindering van de zelfredzaamheid wordt vastgesteld, en hoe die vaststelling wordt vergoed. |
| 3 | § 2. De tegemoetkoming kan niet worden gecumuleerd met een van de volgende tegemoetkomingen: | 3 | § 2. De tegemoetkoming kan niet worden gecumuleerd met een van de volgende tegemoetkomingen: |
| 1 | In het kader van de uitvoering van de sociale akkoorden die betrekking hebben op de gezondheidssector en als die sociale akkoorden betrekking hebben op de woonzorgcentra, de centra voor dagverzorging, de centra voor kortverblijf, de psychiatrische verzorgingstehuizen, de initiatieven van beschut wonen, de revalidatievoorzieningen, de revalidatieziekenhuizen en de multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging, bepaalt de Vlaamse Regering de maatregelen waarvan de Vlaamse Gemeenschap de financiële weerslag ten laste neemt en legt de Vlaamse Regering de voorwaarden en de procedure vast met het oog op de vaststelling van de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetkoming. | ||
| 2 | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de beroepsmogelijkheden bij de arbeidsrechtbank tegen beslissingen die genomen zijn ter uitvoering van dit artikel. |
| 1 | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra. | 1 | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in woonzorgcentra. |
| 2 | De zorgkas betaalt de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, uit aan de woonzorgcentra in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming. | 2 | De zorgkas betaalt de tegemoetkoming, vermeld in het eerste lid, uit aan de woonzorgcentra in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming. |
| 3 | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden hebben onder meer betrekking op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. | 3 | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden hebben onder meer betrekking op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. |
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het evaluatie-instrument, vermeld in het eerste lid, wordt herzien en gecontroleerd. | 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het evaluatie-instrument, vermeld in het eerste lid, wordt herzien en gecontroleerd. |
| 5 | Voor de controles, vermeld in het tweede lid, wordt een beroep gedaan op de Zorgkassencommissie. De controles worden aangestuurd door het agentschap, dat over de gegevens beschikt die voor de aansturing noodzakelijk zijn. | 5 | Voor de controles, vermeld in het tweede lid, wordt een beroep gedaan op de Zorgkassencommissie. De controles worden aangestuurd door het agentschap, dat over de gegevens beschikt die voor de aansturing noodzakelijk zijn. |
| 6 | In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van deze paragraaf, hebben de gegevens over de zorgbehoefte die de Zorgkassencommissie heeft verzameld, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. | 6 | In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van deze paragraaf, hebben de gegevens over de zorgbehoefte die de Zorgkassencommissie heeft verzameld, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. |
| 7 | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, aan de woonzorgcentra. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. | 7 | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, aan de woonzorgcentra. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. |
| 8 | §4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de beroepsmogelijkheden bij de arbeidsrechtbank tegen beslissingen die genomen zijn ter uitvoering van dit artikel. |
| 1 | § 1. Als de Zorgkassencommissie bij de uitoefening van de controles, vermeld in artikel 145, een andere inschatting maakt van de afhankelijkheid van de gebruiker, wordt de tegemoetkoming, vermeld in artikel 145, § 1, tweede lid, aangepast in functie van het resultaat van die controle. | 1 | § 1. Als de Zorgkassencommissie bij de uitoefening van de controles, vermeld in artikel 145, een andere inschatting maakt van de afhankelijkheid van de gebruiker, past het woonzorgcentrum de afhankelijkheid van de gebruiker aan in functie van het resultaat van die controle. |
| 2 | § 2. De Vlaamse Regering kan een procedure uitwerken waarbij de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 145, § 1, tweede lid, in hoofde van het woonzorgcentrum worden verminderd als wordt vastgesteld dat het evaluatie-instrument, vermeld in artikel 145, § 2, op significante wijze verkeerd wordt toegepast. | 2 | § 2. De Vlaamse Regering kan een procedure uitwerken waarbij de tegemoetkomingen, vermeld in artikel 145, § 1, tweede lid, in hoofde van het woonzorgcentrum worden verminderd als wordt vastgesteld dat het evaluatie-instrument, vermeld in artikel 145, § 2, op problematische of significante wijze verkeerd wordt toegepast. |
| 3 | De Vlaamse Regering bepaalt voor de toepassing van het eerste lid: | 3 | De Vlaamse Regering bepaalt voor de toepassing van het eerste lid: |
| 4 | 1° op basis van welke elementen kan worden beslist tot een vermindering; | 4 | 1° op basis van welke elementen kan worden beslist tot een vermindering; |
| 5 | 2° wat wordt verstaan onder een op significante wijze verkeerde toepassing van het evaluatie-instrument als vermeld in het eerste lid; | 5 | 2° wat wordt verstaan onder een op problematische of significante wijze verkeerde toepassing van het evaluatie-instrument als vermeld in het eerste lid; |
| 6 | 3° de vermindering van de tegemoetkomingen; | 6 | 3° de vermindering van de tegemoetkomingen; |
| 7 | 4° de termijn van de vermindering, vermeld in punt 3°, en hoe die wordt bepaald; | 7 | 4° de termijn van de vermindering, vermeld in punt 3°, en hoe die wordt bepaald; |
| 18 | De administratieve geldboete, verhoogd met de invorderingskosten, kan bij dwangbevel worden ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling. | 18 | De administratieve geldboete, verhoogd met de invorderingskosten, kan bij dwangbevel worden ingevorderd. Het dwangbevel wordt geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst. Het dwangbevel wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot met bevel tot betaling. |
| 19 | De bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op het dwangbevel. | 19 | De bepalingen van deel V van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op het dwangbevel. |
| 20 | De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit conform artikel 2244 tot en met 2250 van het Burgerlijk Wetboek. | 20 | De vordering tot voldoening van de administratieve geldboete verjaart na verloop van vijf jaar, vanaf de dag waarop ze is ontstaan. De verjaring wordt gestuit conform artikel 2244 tot en met 2250 van het oud Burgerlijk Wetboek. |
| 21 | § 4. Het woonzorgcentrum kan tegen de beslissing van het agentschap tot aanpassing van een tegemoetkoming conform paragraaf 1, tegen de beslissing van het agentschap tot vermindering van tegemoetkomingen conform paragraaf 2 en tegen de beslissing van het agentschap tot oplegging van een administratieve boete conform paragraaf 3, beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. | 21 | § 4. Het woonzorgcentrum kan tegen de beslissing tot vermindering van tegemoetkomingen conform paragraaf 2 en tegen de beslissing van het agentschap tot oplegging van een administratieve boete conform paragraaf 3, beroep aantekenen bij de arbeidsrechtbank. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van drie maanden vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing. |
| 22 | Het agentschap kan een beroep doen op het betrokken team van de Zorgkassencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. | 22 | Het agentschap kan een beroep doen op het betrokken team van de Zorgkassencommissie in het kader van het verweer voor de arbeidsrechtbank. |
| 1 | De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van het pakket aan zorg dat gedekt wordt door de tegemoetkoming, vermeld in artikel 148. |
| 1 | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning. | 1 | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in centra voor dagverzorging met een bijkomende erkenning. |
| 2 | De tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de centra voor dagverzorging, vermeld in het eerste lid, in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming. | 2 | De tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de centra voor dagverzorging, vermeld in het eerste lid, in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming. |
| 3 | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. | 3 | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. |
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het door haar bepaalde evaluatie-instrument wordt herzien en gecontroleerd. | 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het door haar bepaalde evaluatie-instrument wordt herzien en gecontroleerd. |
| 5 | Voor de controles, vermeld in het tweede lid, wordt een beroep gedaan op de Zorgkassencommissie. De controles worden aangestuurd door het agentschap, dat over de gegevens beschikt die voor de aansturing noodzakelijk zijn. | 5 | Voor de controles, vermeld in het tweede lid, wordt een beroep gedaan op de Zorgkassencommissie. De controles worden aangestuurd door het agentschap, dat over de gegevens beschikt die voor de aansturing noodzakelijk zijn. |
| 6 | In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van deze paragraaf, hebben de gegevens over de zorgbehoefte die de Zorgkassencommissie verzameld heeft, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. | 6 | In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van deze paragraaf, hebben de gegevens over de zorgbehoefte die de Zorgkassencommissie verzameld heeft, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. |
| 7 | Artikel 146 is van overeenkomstige toepassing op de centra voor dagverzorging, vermeld in dit artikel. | 7 | Artikel 146 is van overeenkomstige toepassing op de centra voor dagverzorging, vermeld in dit artikel. |
| 8 | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen aan de centra voor dagverzorging, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. | 8 | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen aan de centra voor dagverzorging, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. |
| 9 | §4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de beroepsmogelijkheden bij de arbeidsrechtbank tegen beslissingen die genomen zijn ter uitvoering van dit artikel. |
| 1 | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in centra voor kortverblijf met en zonder bijkomende erkenning als oriënterend kortverblijf. | 1 | §1. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van de tegemoetkoming voor zorg in centra voor kortverblijf met en zonder bijkomende erkenning als oriënterend kortverblijf. |
| 2 | De tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de centra voor kortverblijf, vermeld in het eerste lid, in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming. | 2 | De tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de centra voor kortverblijf, vermeld in het eerste lid, in de vorm van een dagelijkse tegemoetkoming. |
| 3 | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. | 3 | §2. De Vlaamse Regering legt de voorwaarden vast waaronder de tegemoetkoming wordt verleend. Die voorwaarden kunnen onder meer betrekking hebben op de fysieke en op de psychische afhankelijkheid van de gebruiker, bepaald aan de hand van een evaluatie-instrument dat de Vlaamse Regering bepaalt. |
| 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het door haar bepaald evaluatie-instrument wordt herzien en gecontroleerd. | 4 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de toepassing van het door haar bepaald evaluatie-instrument wordt herzien en gecontroleerd. |
| 5 | Voor de controles, vermeld in het tweede lid, wordt een beroep gedaan op de Zorgkassencommissie. De controles worden aangestuurd door het agentschap, dat over de gegevens beschikt die voor de aansturing noodzakelijk zijn. | 5 | Voor de controles, vermeld in het tweede lid, wordt een beroep gedaan op de Zorgkassencommissie. De controles worden aangestuurd door het agentschap, dat over de gegevens beschikt die voor de aansturing noodzakelijk zijn. |
| 6 | In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van deze paragraaf, hebben de gegevens over de zorgbehoefte die de Zorgkassencommissie verzameld heeft, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. | 6 | In het kader van de controles die worden verricht met het oog op de toepassing van deze paragraaf, hebben de gegevens over de zorgbehoefte die de Zorgkassencommissie verzameld heeft, bewijswaarde tot bewijs van het tegendeel. |
| 7 | Artikel 146 is van overeenkomstige toepassing op de centra voor kortverblijf, vermeld in dit artikel. | 7 | Artikel 146 is van overeenkomstige toepassing op de centra voor kortverblijf, vermeld in dit artikel. |
| 8 | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen aan de centra voor kortverblijf, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. | 8 | §3. De zorgkassen worden belast met de uitbetaling van de tegemoetkomingen aan de centra voor kortverblijf, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de uitbetaling van de tegemoetkomingen door de zorgkassen. |
| 9 | §4. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de beroepsmogelijkheden bij de arbeidsrechtbank tegen beslissingen die genomen zijn ter uitvoering van dit artikel. |
| 1 | Gebruikers die op basis van een valse verklaring die ze hebben afgelegd of op basis van een vals document dat ze hebben opgemaakt ten onrechte rechtstreeks een tegemoetkoming voor reiskosten hebben gekregen, betalen de waarde ervan terug. Die verplichting geldt ook als de tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller. | 1 | Gebruikers die op basis van een valse verklaring die ze hebben afgelegd of op basis van een vals document dat ze hebben opgemaakt ten onrechte rechtstreeks een tegemoetkoming voor reiskosten hebben gekregen, betalen de waarde ervan terug. Die verplichting geldt ook als de tegemoetkoming wordt uitbetaald aan de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller. |
| 2 | Vervoerders, revalidatievoorzieningen of indicatiestellers die een tegemoetkoming voor reiskosten hebben gekregen op basis van een vals document die ze hebben opgemaakt of op basis van een valse verklaring die de gebruiker heeft afgelegd, betalen de waarde ervan terug. | 2 | Vervoerders, revalidatievoorzieningen of indicatiestellers die een tegemoetkoming voor reiskosten hebben gekregen op basis van een vals document die ze hebben opgemaakt of op basis van een valse verklaring die de gebruiker heeft afgelegd, betalen de waarde ervan terug. |
| 3 | Naast de terugbetaling, vermeld in het eerste en het tweede lid, en op voorwaarde dat het Openbaar Ministerie oordeelt dat er geen strafvervolging moet worden ingesteld of ze geen toepassing maakt van de mogelijkheden, vermeld in artikel 216bis en 216ter van het Wetboek van Strafvordering, kan de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst bijkomend de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller, vermeld in het eerste en het tweede lid, een administratieve geldboete opleggen, die niet meer kan bedragen dan 100% van het terug te betalen bedrag. Die administratieve geldboete kan ook volledig of gedeeltelijk met uitstel van de uitvoering ervan worden opgelegd. Het uitstel kan toegestaan worden gedurende een termijn van twee jaar vanaf de datum van de beslissing als bij het uitspreken van een administratieve geldboete is vastgesteld dat aan de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller in kwestie geen administratieve geldboete is opgelegd in het voorgaande jaar. Als de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller gedurende de voormelde termijn van twee jaar een nieuwe inbreuk pleegt, worden de uitgestelde en de nieuwe sanctie samengevoegd. In geval van herhaling van dezelfde inbreuk binnen een tijdspanne van drie jaar na de beslissing, kan het bedrag van de boete worden verdubbeld. | 3 | Naast de terugbetaling, vermeld in het eerste en het tweede lid, kan de ambtenaar die de Vlaamse Regering daarvoor aanwijst bijkomend de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller, vermeld in het eerste en het tweede lid, een administratieve geldboete opleggen, die niet meer kan bedragen dan 100% van het terug te betalen bedrag. Die administratieve geldboete kan ook volledig of gedeeltelijk met uitstel van de uitvoering ervan worden opgelegd. Het uitstel kan toegestaan worden gedurende een termijn van twee jaar vanaf de datum van de beslissing als bij het uitspreken van een administratieve geldboete is vastgesteld dat aan de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller in kwestie geen administratieve geldboete is opgelegd in het voorgaande jaar. Als de gebruiker, de vervoerder, de revalidatievoorziening of de indicatiesteller gedurende de voormelde termijn van twee jaar een nieuwe inbreuk pleegt, worden de uitgestelde en de nieuwe sanctie samengevoegd. In geval van herhaling van dezelfde inbreuk binnen een tijdspanne van drie jaar na de beslissing, kan het bedrag van de boete worden verdubbeld. |
| 4 | Artikel 68, § 2 tot en met § 5, is van overeenkomstige toepassing. | 4 | Artikel 68, § 2 tot en met § 5, is van overeenkomstige toepassing. |
| 5 | Het bedrag van de administratieve geldboete bedraagt maximaal 500 euro. Het Openbaar Ministerie bezorgt aan de bevoegde administratie een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van Strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde wetboek voor te stellen. | ||
| 5 | Het bedrag van de administratieve geldboete bedraagt maximaal 500 euro. |
| 16 | 14° thuiszorgvoorziening: een woonzorgvoorziening die thuiszorg aanbiedt, zijnde een dienst voor gezinszorg, een dienst voor oppashulp, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor gastopvang, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf of een centrum voor herstelverblijf; | 16 | 14° thuiszorgvoorziening: een woonzorgvoorziening die thuiszorg aanbiedt, zijnde een dienst voor gezinszorg, een dienst voor oppashulp, een dienst voor thuisverpleging, een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds, een dienst voor gastopvang, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf of een centrum voor herstelverblijf; |
| 17 | 15° vereniging: een vereniging voor mantelzorgers en gebruikers; | 17 | 15° vereniging: een vereniging voor mantelzorgers en gebruikers; |
| 18 | 16° verenigingswerker: de natuurlijke persoon die activiteiten uitvoert als vermeld in artikel 3 van de wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie; | ||
| 18 | 16° ...; | ||
| 19 | 17° vrijwilliger: de natuurlijke persoon die zijn activiteiten uitvoert, op vrijwillige basis onbezoldigd en in een georganiseerd verband; | 19 | 17° vrijwilliger: de natuurlijke persoon die zijn activiteiten uitvoert, op vrijwillige basis onbezoldigd en in een georganiseerd verband; |
| 20 | 18° woonzorg: alle activiteiten in dit decreet die de woonzorgvoorzieningen of verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers aanbieden; | 20 | 18° woonzorg: alle activiteiten in dit decreet die de woonzorgvoorzieningen of verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers aanbieden; |
| 1 | § 1. De initiatiefnemers die een voorafgaande vergunning of erkenning aanvragen voor een in dit decreet bedoelde woonzorgvoorziening of vereniging worden onderverdeeld in de volgende categorieën: | ||
| 2 | 1° categorie I bestaat uit volgende initiatiefnemers: | ||
| 3 | a) vennootschappen naar Belgisch of buitenlands recht, vzw's, stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel, met een jaargemiddelde van minstens 100 werknemers, bepaald overeenkomstig artikel 15, § 5, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Vennootschappen; | ||
| 4 | b) vennootschappen die behoren tot een consortium of een met andere rechtspersonen gemengd consortium; | ||
| 5 | c) vennootschappen die een verbonden of een geassocieerde vennootschap zijn als vermeld in artikel 11 en 12 van het Wetboek van Vennootschappen; | ||
| 6 | d) vzw's, stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel, die tot een consortium behoren; | ||
| 7 | e) vzw's of stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel, waarover een controlebevoegdheid wordt uitgeoefend of die zelf een controlebevoegdheid uitoefenen; | ||
| 8 | 2° categorie II bestaat uit alle initiatiefnemers die niet tot categorie I behoren. | ||
| 9 | In deze paragraaf wordt verstaan onder: | ||
| 10 | 1° consortium: | ||
| 11 | a) als het enkel vennootschappen naar Belgisch of buitenlands recht betreft: een consortium als vermeld in artikel 10 van het Wetboek van Vennootschappen; | ||
| 12 | b) als het enkel vzw's, stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel betreft: vzw's, stichtingen of verenigingen naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mogen uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel die onder centrale leiding staan. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen dat al dan niet onweerlegbaar vermoed wordt; | ||
| 13 | 2° gemengd consortium: vzw's, stichtingen of vennootschappen of varianten naar buitenlands recht die onder centrale leiding staan. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen dat al dan niet onweerlegbaar vermoed wordt; | ||
| 14 | 3° controlebevoegdheid: de bevoegdheid in rechte of in feite om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van bestuurders of op de oriëntatie | ||
| 15 | van het beleid. De Vlaamse Regering bepaalt in welke gevallen deze bevoegdheid in rechte of in feite al dan niet op onweerlegbare wijze vermoed wordt. | ||
| 16 | § 2. De Vlaamse Regering kan de onderverdeling van woonzorgvoorzieningen en verenigingen in categorieën uit de eerste paragraaf concretiseren, wijzigen of aanvullen na een geformaliseerd overleg met het permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie zoals bepaald in artikel 7, § 3. |
| 1 | § 1. Iedere initiatiefnemer: | 1 | § 1. Iedere initiatiefnemer: |
| 2 | 1° maakt bij aanvraag van een voorafgaande vergunning of, indien geen voorafgaande vergunning moet worden aangevraagd, bij de aanvraag van een eerste erkenning voor de woonzorgvoorziening of vereniging, een administratief basisdossier over; | ||
| 2 | 1° ...; | ||
| 3 | 2° legt bij de aanvraag van een erkenning die de eerste keer wordt ingediend een financieel plan voor over minstens drie jaar; | 3 | 2° legt bij de aanvraag van een erkenning die de eerste keer wordt ingediend een financieel plan voor over minstens drie jaar. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de verdere uitwerking en concretisering van het financiële plan;; |
| 4 | 3° houdt een boekhouding en maakt een jaarrekening op conform de toepasbare wettelijke bepalingen. De Vlaamse Regering kan het houden van een boekhouding en opmaken van een jaarrekening conform het Wetboek van Economisch Recht of de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen opleggen aan woonzorgvoorzieningen of verenigingen die daartoe niet verplicht zijn. De Vlaamse Regering kan bijkomende specifieke rapporteringsverplichtingen opleggen; | 4 | 3° houdt een boekhouding en maakt een jaarrekening op conform de toepasbare wettelijke bepalingen. De Vlaamse Regering kan het houden van een boekhouding en opmaken van een jaarrekening conform het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de Europese politieke partijen en stichtingen opleggen aan woonzorgvoorzieningen of verenigingen die daartoe niet verplicht zijn. De Vlaamse Regering kan bijkomende specifieke rapporteringsverplichtingen opleggen; |
| 5 | 4° meldt belangrijke strategische beslissingen die een impact hebben op de structuur, de werking en het bestuur van de initiatiefnemer, de woonzorgvoorziening of vereniging. | 5 | 4° meldt belangrijke strategische beslissingen die een impact hebben op de structuur, de werking en het bestuur van de initiatiefnemer, de woonzorgvoorziening of vereniging. |
| 6 | Daarbij wordt uitgelegd op welke wijze erover gewaakt is dat de continuïteit van de zorg en ondersteuning verzekerd is. De Vlaamse Regering kan de procedure voor die aanmelding bepalen. Onder strategische beslissingen wordt limitatief verstaan: | 6 | Daarbij wordt uitgelegd op welke wijze erover gewaakt is dat de continuïteit van de zorg en ondersteuning verzekerd is. De Vlaamse Regering kan de procedure voor die aanmelding bepalen. Onder strategische beslissingen wordt limitatief verstaan: |
| 13 | 5° stelt een code voor goed bestuur op, keurt die goed en leeft die na; | 13 | 5° stelt een code voor goed bestuur op, keurt die goed en leeft die na; |
| 14 | 6° leeft bestaande verplichtingen en regelgeving na. | 14 | 6° leeft bestaande verplichtingen en regelgeving na. |
| 15 | In afwijking van het eerste lid, 1°, wordt het administratieve basisdossier op zijn vroegst bezorgd tegen een datum die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan per soort van woonzorgvoorziening en voor de verenigingen een aparte datum bepalen. | ||
| 16 | Het administratief basisdossier, vermeld in het eerste lid, 1°, bevat volgende elementen: | ||
| 17 | 1° de voorgenomen activiteiten; | ||
| 18 | 2° de organisatiestructuur; | ||
| 19 | 3° de feitelijke leiding; | ||
| 20 | 4° de verwantschappen en nauwe banden met andere personen; | ||
| 21 | 5° een code voor goed bestuur voor de initiatiefnemer. | ||
| 22 | Het administratief basisdossier, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt actueel gehouden en is steeds raadpleegbaar door de Vlaamse Regering op aanvraag. Het administratief basisdossier is openbaar raadpleegbaar op de website van de woonzorgvoorziening of vereniging, wat betreft de onderdelen 1°, 2° en 3°. Daarnaast wordt op de website van de initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging een gebruikersvriendelijke samenvatting weergegeven van de code voor goed bestuur. | ||
| 23 | De code voor goed bestuur, vermeld in het eerste lid, 5°, is afgestemd op de aard, grootte en eigenheid van de initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging en bevat minstens volgende elementen: | 15 | De code voor goed bestuur, vermeld in het eerste lid, 5°, is afgestemd op de aard, grootte en eigenheid van de initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging en bevat minstens volgende elementen: |
| 24 | 1° missie en visie; | 16 | 1° missie en visie; |
| 26 | 3° maatregelen rond transparantie van de structuur, de kwaliteit en het prijsbeleid; | 18 | 3° maatregelen rond transparantie van de structuur, de kwaliteit en het prijsbeleid; |
| 27 | 4° het betrekken van stakeholders. | 19 | 4° het betrekken van stakeholders. |
| 28 | § 2. Iedere initiatiefnemer die behoort tot de categorie I, vermeld in artikel 6, § 1, 1°, moet naast de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1: | ||
| 29 | 1° een of meer commissarissen belasten met de controle van de financiële toestand, de controle van de jaarrekening en de regelmatigheid in het licht van de wet en van de statuten en de controle van de verrichtingen die in de jaarrekening moeten worden vastgesteld; | ||
| 30 | 2° een solide en passende regeling voor de bedrijfsorganisatie maken en die weergeven in de code voor goed bestuur, onderdeel van het administratief basisdossier weerbaarheid vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° ; | ||
| 31 | 3° de nodige maatregelen treffen voor risicobeheer op het vlak van compliance, risicobeheer en interne controle. | ||
| 20 | § 2. ... | ||
| 32 | § 3. Er wordt een permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie opgericht dat zorgt voor een overleg over de in dit artikel beschreven verplichtingen inzake bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie en de concrete toepassing ervan. Het Agentschap bevoegd voor de erkenningen en financiering van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen in dit decreet, de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, en de representatieve vertegenwoordigers van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen maken deel uit van dit permanent overlegorgaan. De Vlaamse Regering regelt de samenstelling en de werking van dit permanent overlegorgaan. | 21 | § 3. Er wordt een permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie opgericht dat zorgt voor een overleg over de in dit artikel beschreven verplichtingen inzake bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie en de concrete toepassing ervan. Het Agentschap bevoegd voor de erkenningen en financiering van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen in dit decreet, de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, en de representatieve vertegenwoordigers van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen maken deel uit van dit permanent overlegorgaan. De Vlaamse Regering regelt de samenstelling en de werking van dit permanent overlegorgaan. |
| 1 | De bepalingen in artikel 6 en 7 gelden onder voorbehoud van andere wettelijke en reglementaire verplichtingen, opgelegd aan de betrokken initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging, die met dezelfde finaliteit en draagwijdte de bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie waarborgen. | 1 | De bepalingen in artikel 7 gelden onder voorbehoud van andere wettelijke en reglementaire verplichtingen, opgelegd aan de betrokken initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging, die met dezelfde finaliteit en draagwijdte de bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie waarborgen. |
| 2 | De Vlaamse Regering kan de modaliteiten van artikel 6 en 7 verder uitwerken. Bij de uitwerking van de modaliteiten van artikel 6 en 7 maakt de Vlaamse Regering maximaal gebruik van reeds beschikbare gegevens en rapportageverplichtingen die rusten op de betrokken woonzorgvoorzieningen en verenigingen. | 2 | De Vlaamse Regering kan de modaliteiten van artikel 7 verder uitwerken. Bij de uitwerking van de modaliteiten van artikel 7 maakt de Vlaamse Regering maximaal gebruik van reeds beschikbare gegevens en rapportageverplichtingen die rusten op de betrokken woonzorgvoorzieningen en verenigingen. |
| 2 | 1° persoonsverzorging; | 2 | 1° persoonsverzorging; |
| 3 | 2° huishoudelijke hulp; | 3 | 2° huishoudelijke hulp; |
| 4 | 3° schoonmaakhulp, al dan niet op basis van een samenwerkingsverband met een andere dienst voor gezinszorg of een lokale diensteneconomieonderneming als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie; | 4 | 3° schoonmaakhulp, al dan niet op basis van een samenwerkingsverband met een andere dienst voor gezinszorg of een werkgever die werknemers met een arbeidsbeperking als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling, tewerkstelt; |
| 5 | 4° algemene psychosociale en (ped)agogische ondersteuning, samenhangend met de geboden gezinszorg, vermeld in punten 1° tot en met 3° ; | 5 | 4° algemene psychosociale en (ped)agogische ondersteuning, samenhangend met de geboden gezinszorg, vermeld in punten 1° tot en met 3° ; |
| 6 | 5° in functie van de geboden gezinszorg, vermeld in punten 1° tot en met 4° : de ondersteuning en versterking van gebruikers en hun informele zorg- en ondersteuningsnetwerk bij het opnemen van de eigen zorgregie, het op aangeven van en in samenspraak met de gebruiker bepalen en opvolgen van zorg-, ondersteunings- en ontwikkelingsdoelen in het zorg- en ondersteuningsplan, en op verzoek van de gebruiker het coördineren van de integrale en geïntegreerde zorg en ondersteuning. | 6 | 5° in functie van de geboden gezinszorg, vermeld in punten 1° tot en met 4° : de ondersteuning en versterking van gebruikers en hun informele zorg- en ondersteuningsnetwerk bij het opnemen van de eigen zorgregie, het op aangeven van en in samenspraak met de gebruiker bepalen en opvolgen van zorg-, ondersteunings- en ontwikkelingsdoelen in het zorg- en ondersteuningsplan, en op verzoek van de gebruiker het coördineren van de integrale en geïntegreerde zorg en ondersteuning. |
| 7 | In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder schoonmaakhulp: het aanbieden van activiteiten die tot doel hebben de woning van de gebruiker te reinigen en er de hygiëne te bevorderen. | 7 | In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder schoonmaakhulp: het aanbieden van activiteiten die tot doel hebben de woning van de gebruiker te reinigen en er de hygiëne te bevorderen. |
| 8 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid kan een dienst voor gezinszorg: | 8 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid kan een dienst voor gezinszorg: |
| 9 | 1° karweihulp en oppashulp aanbieden, al dan niet op basis van een samenwerkingsverband met andere thuiszorgvoorzieningen of een lokale diensteneconomieonderneming als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 22 november 2013 betreffende de lokale diensteneconomie; | 9 | 1° karweihulp en oppashulp aanbieden, al dan niet op basis van een samenwerkingsverband met andere thuiszorgvoorzieningen of een werkgever die werknemers met een arbeidsbeperking als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 14 januari 2022 over maatwerk bij individuele inschakeling, tewerkstelt; |
| 10 | 2° het zelfzorgvermogen van de gebruiker evalueren en objectiveren krachtens artikel 82 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming in functie van de toekenning van zorgbudgetten. | 10 | 2° het zelfzorgvermogen van de gebruiker evalueren en objectiveren krachtens artikel 82 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming in functie van de toekenning van zorgbudgetten. |
| 11 | In het derde lid, 1°, wordt verstaan onder karweihulp: kleinere technische handelingen die toelaten dat de nodige zorg en ondersteuning kan verleend worden binnen een aangepaste en veilige woonomgeving, gericht op het verbeteren van het welzijn van de gebruiker en passend in de realisatie van de beoogde zorg- en ondersteuningsdoelen. | 11 | In het derde lid, 1°, wordt verstaan onder karweihulp: kleinere technische handelingen die toelaten dat de nodige zorg en ondersteuning kan verleend worden binnen een aangepaste en veilige woonomgeving, gericht op het verbeteren van het welzijn van de gebruiker en passend in de realisatie van de beoogde zorg- en ondersteuningsdoelen. |
| 1 | Een dienst voor oppashulp is een woonzorgvoorziening die als doelstelling heeft gebruikers met een zorg- en ondersteuningsnood en hun mantelzorgers te ondersteunen door aan huis of buitenshuis oppashulp met vrijwilligers en verenigingswerkers te bieden. | 1 | Een dienst voor oppashulp is een woonzorgvoorziening die als doelstelling heeft gebruikers met een zorg- en ondersteuningsnood en hun mantelzorgers te ondersteunen door aan huis of buitenshuis oppashulp met vrijwilligers te bieden. |
| 1 | De dienst voor oppashulp heeft de volgende opdrachten: | 1 | De dienst voor oppashulp heeft de volgende opdrachten: |
| 2 | 1° de vraag naar en het aanbod van oppashulp coördineren; | 2 | 1° de vraag naar en het aanbod van oppashulp coördineren; |
| 3 | 2° de werking van vrijwilligers en verenigingswerkers in functie van de oppas coördineren. | 3 | 2° de werking van vrijwilligers in functie van de oppas coördineren. |
| 4 | De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere opdrachten een dienst voor oppashulp verricht om zijn doelstelling te realiseren, naast de opdrachten, vermeld in het eerste lid. | 4 | De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere opdrachten een dienst voor oppashulp verricht om zijn doelstelling te realiseren, naast de opdrachten, vermeld in het eerste lid. |
| 17 | d) artikel 17 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap begeleiding verlenen bij het opstellen, indienen en aanpassen van een ondersteuningsplan; | 17 | d) artikel 17 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap begeleiding verlenen bij het opstellen, indienen en aanpassen van een ondersteuningsplan; |
| 18 | 4° optreden als belangenbehartiger in individuele situaties, deze situaties opvolgen, samenbrengen en belemmerende factoren en signalen vertalen naar beleidsaanbevelingen die overgemaakt worden aan de bevoegde instanties en overheden. | 18 | 4° optreden als belangenbehartiger in individuele situaties, deze situaties opvolgen, samenbrengen en belemmerende factoren en signalen vertalen naar beleidsaanbevelingen die overgemaakt worden aan de bevoegde instanties en overheden. |
| 19 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid, kan een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds krachtens de artikelen 13, 14 en 35 van het decreet van 25 april 2014 houdende de werk- en zorgtrajecten werkzorgbegeleiding uitvoeren en de rol van casemanager zorg opnemen. | 19 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid, kan een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds krachtens artikel 12 en 28 van het decreet van 8 juli 2022 over de werk- en zorgtrajecten werkzorgbegeleiding uitvoeren en de rol van casemanager zorg opnemen. |
| 20 | In het eerste lid, 1°, e), wordt verstaan onder proactieve acties: de acties waarbij de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds zelf het initiatief neemt om ervoor te zorgen dat elke burger die er aanspraak op kan maken rechten en zorg en ondersteuning ontvangt. | 20 | In het eerste lid, 1°, e), wordt verstaan onder proactieve acties: de acties waarbij de dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds zelf het initiatief neemt om ervoor te zorgen dat elke burger die er aanspraak op kan maken rechten en zorg en ondersteuning ontvangt. |
| 21 | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere opdrachten een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds verricht om zijn doelstelling te realiseren, naast de opdrachten, vermeld in paragraaf 1. | 21 | § 2. De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere opdrachten een dienst maatschappelijk werk van het ziekenfonds verricht om zijn doelstelling te realiseren, naast de opdrachten, vermeld in paragraaf 1. |
| 10 | 8° de initiatiefnemer of zijn vertegenwoordiger, die geen strafrechtelijke veroordeling mag hebben opgelopen voor feiten die verband houden met het aanbieden of organiseren van woonzorg; | 10 | 8° de initiatiefnemer of zijn vertegenwoordiger, die geen strafrechtelijke veroordeling mag hebben opgelopen voor feiten die verband houden met het aanbieden of organiseren van woonzorg; |
| 11 | 9° de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, met behoud van de toepassing van de federale basisnormen voor de brandveiligheid van gebouwen. | 11 | 9° de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, met behoud van de toepassing van de federale basisnormen voor de brandveiligheid van gebouwen. |
| 12 | De aanvullende erkenningsvoorwaarden voor de personeelsleden, vermeld in het tweede lid, 2°, en voor de bestuurders, vermeld in het tweede lid, 3°, houden minstens in dat die personeelsleden en bestuurders een uittreksel uit het strafregister kunnen voorleggen dat bepaalt dat ze geen strafrechtelijke veroordelingen hebben opgelopen voor misdrijven die de Vlaamse Regering bepaalt. | ||
| 13 | De inachtneming van de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten, vermeld in het tweede lid, 9°, wordt vastgelegd in een attest over de brandveiligheid. Dat attest wordt afgegeven door de burgemeester van de gemeente waarin de woonzorgvoorziening gevestigd is, met medewerking van de territoriaal bevoegde hulpverleningszone. De Vlaamse Regering kan voorzien in meerdere attesten die verschillen volgens de mate waarin de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten in acht genomen zijn. De Vlaamse Regering bepaalt het model en de geldigheidsduur van het attest of van elk van de attesten. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de afgifte en de verlenging van het attest of de attesten. De Vlaamse Regering kan voorzien in de mogelijkheid van beroep tegen een beslissing van de burgemeester tot weigering van een attest dat de uitbating van een woonzorgvoorziening mogelijk maakt, of tegen het uitblijven van een beslissing van de burgemeester over de afgifte of de verlenging van een attest. | 12 | De inachtneming van de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten, vermeld in het tweede lid, 9°, wordt vastgelegd in een attest over de brandveiligheid. Dat attest wordt afgegeven door de burgemeester van de gemeente waarin de woonzorgvoorziening gevestigd is, met medewerking van de territoriaal bevoegde hulpverleningszone. De Vlaamse Regering kan voorzien in meerdere attesten die verschillen volgens de mate waarin de voorwaarden voor de specifieke brandveiligheidsaspecten in acht genomen zijn. De Vlaamse Regering bepaalt het model en de geldigheidsduur van het attest of van elk van de attesten. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de afgifte en de verlenging van het attest of de attesten. De Vlaamse Regering kan voorzien in de mogelijkheid van beroep tegen een beslissing van de burgemeester tot weigering van een attest dat de uitbating van een woonzorgvoorziening mogelijk maakt, of tegen het uitblijven van een beslissing van de burgemeester over de afgifte of de verlenging van een attest. |
| 14 | De Vlaamse Regering kan, op verzoek van een woonzorgvoorziening of vereniging, een afwijking toestaan op de naleving van sommige erkenningsvoorwaarden die zijn vastgelegd ter uitvoering van het tweede lid, met uitzondering van de werkingsprincipes, vermeld in artikel 4, op voorwaarde dat de veiligheid van de gebruikers en het personeel, en de kwaliteit van de verstrekte woonzorg voldoende gewaarborgd zijn. De Vlaamse Regering bepaalt de regels om die afwijking toe te staan. | 13 | De Vlaamse Regering kan, op verzoek van een woonzorgvoorziening of vereniging, een afwijking toestaan op de naleving van sommige erkenningsvoorwaarden die zijn vastgelegd ter uitvoering van het tweede lid, met uitzondering van de werkingsprincipes, vermeld in artikel 4, op voorwaarde dat de veiligheid van de gebruikers en het personeel, en de kwaliteit van de verstrekte woonzorg voldoende gewaarborgd zijn. De Vlaamse Regering bepaalt de regels om die afwijking toe te staan. |
| 1 | §1. Met behoud van de toepassing van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, controleren de woonzorgvoorzieningen en verenigingen het goed en zedelijk gedrag bij de aanstelling van de volgende personen: | ||
| 2 | 1° personen die in loondienst van de woonzorgvoorziening of vereniging werken; | ||
| 3 | 2° zelfstandigen die met een ondernemingscontract verbonden zijn aan de woonzorgvoorziening of vereniging en die in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen | ||
| 4 | hebben met gebruikers; | ||
| 5 | 3° bestuurders; | ||
| 6 | 4° vrijwilligers die in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen hebben met gebruikers; | ||
| 7 | 5° stagiairs die in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen hebben met gebruikers; | ||
| 8 | 6° andere personen dan de personen, vermeld in punt 1° tot en met 5°, die via een overeenkomst met een andere rechtspersoon in het kader van de werking van de woonzorgvoorziening of vereniging op structurele basis rechtstreeks contact zullen hebben met gebruikers. | ||
| 9 | De controle, vermeld in het eerste lid, garandeert minstens dat de personen, vermeld in het eerste lid, geen veroordelingen hebben opgelopen die onverzoenbaar zijn met hun functie. De woonzorgvoorziening of vereniging controleert daarbij minstens of de personen, vermeld in het eerste lid, niet veroordeeld zijn in België of in het buitenland door een in kracht van gewijsde gegane rechtelijke beslissing wegens een misdrijf als vermeld in boek 2, titel VIII, hoofdstuk I, I/1, II, IV en VI, en titel IX, hoofdstuk I en II, van het Strafwetboek, of een vergelijkbaar misdrijf in het buitenland en houdt hierbij rekening met de elementen, vermeld in het vierde lid. | ||
| 10 | Voor de controle, vermeld in het eerste lid, legt de persoon, vermeld in het eerste lid, voor de aanstelling een uittreksel uit het strafregister voor als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering, dat op dat ogenblik maximaal één maand oud is. Een document dat gelijkwaardig is aan het voormelde uittreksel uit het strafregister en dat is verleend door een andere staat wordt ook in aanmerking genomen. Als ingevolge de toepassing van het decreet van 3 juni 2022 houdende de verplichting voor bepaalde organisaties om een uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, te controleren voor bepaalde nieuwe medewerkers, het uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering moet worden voorgelegd aan de woonzorgvoorziening of vereniging, kan de controle, vermeld in het eerste lid, gebeuren op het uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 596, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. | ||
| 11 | Bij de controle, vermeld in het eerste lid, van het voorgelegde uittreksel uit het strafregister, vermeld in het derde lid, wordt rekening gehouden met de volgende elementen om te oordelen of de veroordeling, vermeld in het tweede lid, onverzoenbaar is met de functie: | ||
| 12 | 1° contextuele gegevens; | ||
| 13 | 2° het tijdsverloop sinds een mogelijke veroordeling; | ||
| 14 | 3° andere elementen dan de elementen, vermeld in punt 1° en 2°, die de woon-zorgvoorziening of vereniging die de personen, vermeld in het eerste lid, aanstelt, relevant acht. | ||
| 15 | De controle, vermeld in het eerste lid, kan uitzonderlijk opnieuw worden uitgevoerd voor de personen, vermeld in het eerste lid, als daar een gegronde indicatie voor is. In dat geval verzoekt de woonzorgvoorziening of vereniging de personen, vermeld in het eerste lid, op gemotiveerde wijze om een nieuw uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering. Paragraaf 2 is in dat geval niet van toepassing. | ||
| 16 | §2. In afwijking van paragraaf 1 voert de aanstellende organisatie geen controle uit en leggen de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, geen uittreksel uit het strafregister als vermeld in artikel 595 van het Wetboek van Strafvordering, voor als een van de volgende voorwaarden is vervuld: | ||
| 17 | 1° de persoon, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft ten aanzien van de woonzorgvoorziening of vereniging in de loop van het voorbije jaar al een dergelijk uittreksel uit het strafregister voorgelegd in het kader van een vorige aanstelling en de betrokkene is toen effectief aangesteld; | ||
| 18 | 2° de persoon, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, wordt aangesteld door middel van een overeenkomst met een rechtspersoon, en die rechtspersoon bevestigt dat de controle al bij de aanstelling is doorgevoerd. |
| 7 | 6° een vereniging van publiek recht onderworpen aan deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; | 7 | 6° een vereniging van publiek recht onderworpen aan deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur; |
| 8 | 7° een ziekenfonds; | 8 | 7° een ziekenfonds; |
| 9 | 8° een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en sociaal oogmerk volgens het Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999 of een coöperatie-ve vennootschap met erkenning als sociale onderneming volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 of een equivalent daarvan. | 9 | 8° een coöperatieve vennootschap met erkenning als sociale onderneming als vermeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, of een equivalent daarvan. |
| 10 | De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere initiatiefnemers erkende verenigingen en thuiszorgvoorzieningen als bepaald in het eerste lid kunnen oprichten en uitbaten. | 10 | De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere initiatiefnemers erkende verenigingen en thuiszorgvoorzieningen als bepaald in het eerste lid kunnen oprichten en uitbaten. |
| 12 | 4° het behandelen van de klachten van de mantelzorgers; | 12 | 4° het behandelen van de klachten van de mantelzorgers; |
| 13 | 5° de normen voor de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, vermeld in artikel 38, tweede lid, 9°. | 13 | 5° de normen voor de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, vermeld in artikel 38, tweede lid, 9°. |
| 14 | In het attest, vermeld in artikel 38, vierde lid, worden de volgende elementen vastgelegd: | 14 | In het attest, vermeld in artikel 38, derde lid, worden de volgende elementen vastgelegd: |
| 15 | 1° de entiteiten die door het woonzorgcentrum ingezet kunnen worden om personen buiten zijn erkende capaciteit op te nemen; | 15 | 1° de entiteiten die door het woonzorgcentrum ingezet kunnen worden om personen buiten zijn erkende capaciteit op te nemen; |
| 16 | 2° de inachtneming van de normen, vermeld in artikel 38, tweede lid, 9°. | 16 | 2° de inachtneming van de normen, vermeld in artikel 38, tweede lid, 9°. |
| 1 | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder de algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG. | 1 | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder de algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG. |
| 2 | § 2. Woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties als vermeld in artikel 60 en projecten als vermeld in artikel 61, verzamelen op een gestructureerde, systematische wijze gegevens over de gebruikers, hun mantelzorgers, de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders van de woonzorgvoorziening of vereniging, de aard van de zorg- en ondersteuningsnood, de geboden woonzorg, de kwaliteit en het effect ervan, met als doel: | 2 | § 2. Woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties als vermeld in artikel 60 en projecten als vermeld in artikel 61, verzamelen op een gestructureerde, systematische wijze gegevens over de gebruikers, hun mantelzorgers, de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid,, de aard van de zorg- en ondersteuningsnood, de geboden woonzorg, de kwaliteit en het effect ervan, met als doel: |
| 3 | 1° over de noodzakelijke informatie te beschikken die nodig is voor de zorg en ondersteuning aan de gebruiker, zodat de zorg en ondersteuning verleend door de woonzorgvoorziening zelf of in samenwerking met andere zorg- en welzijnsactoren passend wordt afgestemd op de evoluerende zorg- en ondersteuningsnood van de gebruiker en het zorg- en ondersteuningstraject per gebruiker kan worden opgevolgd en bijgestuurd, waar nodig; | 3 | 1° over de noodzakelijke informatie te beschikken die nodig is voor de zorg en ondersteuning aan de gebruiker, zodat de zorg en ondersteuning verleend door de woonzorgvoorziening zelf of in samenwerking met andere zorg- en welzijnsactoren passend wordt afgestemd op de evoluerende zorg- en ondersteuningsnood van de gebruiker en het zorg- en ondersteuningstraject per gebruiker kan worden opgevolgd en bijgestuurd, waar nodig; |
| 4 | 2° aan de Vlaamse overheid gegevens te bezorgen om haar in staat te stellen de woonzorg passend te financieren en haar woonzorgbeleid af te stemmen op de evoluerende maatschappelijke behoeften en de kwaliteit van de geboden woonzorg te monitoren conform het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. Die gegevens zijn, waar mogelijk, geanonimiseerd; | 4 | 2° aan de Vlaamse overheid gegevens te bezorgen om haar in staat te stellen de woonzorg passend te financieren en haar woonzorgbeleid af te stemmen op de evoluerende maatschappelijke behoeften en de kwaliteit van de geboden woonzorg te monitoren conform het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. Die gegevens zijn, waar mogelijk, geanonimiseerd; |
| 5 | 3° over de noodzakelijke informatie over de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders te beschikken die noodzakelijk is om een kwaliteitsvol zorg- en ondersteuningsaanbod te kunnen garanderen en waar nodig bijzondere maatregelen te kunnen treffen. | 5 | 3° over de noodzakelijke informatie over de bekwaamheid en integriteit van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, te beschikken die noodzakelijk is om een kwaliteitsvol zorg- en ondersteuningsaanbod te kunnen garanderen en waar nodig bijzondere maatregelen te kunnen treffen. |
| 6 | § 3. De persoonsgegevens die verzameld worden in het kader van dit decreet, worden verwerkt conform de regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, 1), e), en artikel 10 van de algemene verordening gegevensbescherming en, wat gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 9, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming betreft, op artikel 9, tweede lid, 2), h), van de algemene verordening gegevensbescherming. | 6 | § 3. De persoonsgegevens die verzameld worden in het kader van dit decreet, worden verwerkt conform de regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens. De verwerking van persoonsgegevens is gebaseerd op artikel 6, eerste lid, 1), e), en artikel 10 van de algemene verordening gegevensbescherming en, wat gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 9, eerste lid, van de algemene verordening gegevensbescherming betreft, op artikel 9, tweede lid, 2), h), van de algemene verordening gegevensbescherming. |
| 7 | De gegevens over gezondheid, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt conform artikel 9, derde lid, van de algemene verordening gegevensbescherming, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden. | 7 | De gegevens over gezondheid, vermeld in het eerste lid, worden verwerkt conform artikel 9, derde lid, van de algemene verordening gegevensbescherming, door of onder de verantwoordelijkheid van een beroepsbeoefenaar die aan het beroepsgeheim is gebonden, of door een andere persoon die tot geheimhouding is gehouden. |
| 8 | De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers en mantelzorgers. | 8 | De verwerking van persoonsgegevens vindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers en mantelzorgers. |
| 9 | § 4. In het kader van de uitvoering van hun bevoegdheden en taken, waaronder deze vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 14°, artikel 18, eerste lid, 2°, artikel 34, paragraaf 1, eerste lid, 9°, en artikel 38, derde lid, verzamelen en verwerken woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties als vermeld in artikel 60 en projecten als vermeld in artikel 61, minstens volgende gegevens: | 9 | § 4. In het kader van de uitvoering van hun bevoegdheden en taken, waaronder deze vermeld in artikel 4, § 1, eerste lid, 14°, artikel 18, eerste lid, 2°, en artikel 34, §1, eerste lid, 9°, verzamelen en verwerken woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties als vermeld in artikel 60 en projecten als vermeld in artikel 61, minstens volgende gegevens: |
| 10 | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, zijn vertegenwoordiger en zijn mantelzorgers, in voorkomend geval externe zorgverstrekkers; | 10 | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, zijn vertegenwoordiger en zijn mantelzorgers, in voorkomend geval externe zorgverstrekkers; |
| 11 | 2° de gezondheidsgegevens over de gebruiker die relevant zijn voor zorg en ondersteuning; | 11 | 2° de gezondheidsgegevens over de gebruiker die relevant zijn voor zorg en ondersteuning; |
| 12 | 3° de gegevens met betrekking tot de te verlenen zorg en ondersteuning; | 12 | 3° de gegevens met betrekking tot de te verlenen zorg en ondersteuning; |
| 13 | 4° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders; | 13 | 4° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid; |
| 14 | 5° de gegevens met betrekking tot de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders, met name: | 14 | 5° de gegevens met betrekking tot de bekwaamheid en integriteit van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, met name: |
| 15 | a) de genoten opleiding; | 15 | a) de genoten opleiding; |
| 16 | b) een uittreksel uit het strafregister. | 16 | b) een uittreksel uit het strafregister. |
| 17 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming, de lijst van gegevens, vermeld in het eerste lid, inclusief de gezondheidsgegevens, vermeld in artikel 4, 15), van voormelde verordening, nader preciseren. | 17 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming, de lijst van gegevens, vermeld in het eerste lid, inclusief de gezondheidsgegevens, vermeld in artikel 4, 15), van voormelde verordening, nader preciseren. |
| 18 | De persoonsgegevens van de gebruiker, vermeld in het eerste lid, worden minimaal tot twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker bewaard en mogen maximaal tot vijf jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker worden bewaard. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. | 18 | De persoonsgegevens van de gebruiker, vermeld in het eerste lid, worden minimaal tot twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker bewaard en mogen maximaal tot vijf jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker worden bewaard. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. |
| 19 | De persoonsgegevens van de personeelsleden, de vrijwilligers, de verenigingswerkers en de bestuurders worden bewaard tot tien jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract, het bestuursmandaat of het verenigings- of vrijwilligerswerk. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard | 19 | De persoonsgegevens van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, worden bewaard tot tien jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract, het bestuursmandaat, het vrijwilligerswerk, de stage of de overeenkomst met een andere rechtspersoon. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. |
| 20 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming: | 20 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming: |
| 21 | 1° de regels voor en de wijze van verwerking van de gegevens; | 21 | 1° de regels voor en de wijze van verwerking van de gegevens; |
| 23 | 3° ...; | 23 | 3° ...; |
| 24 | 4° de vorm waarin en de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld. | 24 | 4° de vorm waarin en de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld. |
| 25 | §5. Om woonzorgvoorzieningen en verenigingen te vergunnen, te erkennen en te subsidiëren binnen de programmatie en voor het toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de handhaving ervan, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders verwerkt door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | 25 | §5. Om woonzorgvoorzieningen en verenigingen te vergunnen, te erkennen en te subsidiëren binnen de programmatie en voor het toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de handhaving ervan, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid verwerkt door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
| 26 | In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de gebruiker: | 26 | In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de gebruiker: |
| 27 | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, inclusief het Rijksregisternummer of bis-nummer; | 27 | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, inclusief het Rijksregisternummer of bis-nummer; |
| 34 | 8° de plaats waar de zorg en ondersteuning wordt verleend door de woonzorgvoorziening. | 34 | 8° de plaats waar de zorg en ondersteuning wordt verleend door de woonzorgvoorziening. |
| 35 | In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders: | 35 | In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders: |
| 36 | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer; | 36 | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer; |
| 37 | 2° de geboortedatum; | 37 | 2° de geboortedatum; |
| 38 | 3° het geslacht; | 38 | 3° het geslacht; |
| 39 | 4° de gemeente waar de hoofdverblijfplaats gelegen is; | 39 | 4° de gemeente waar de hoofdverblijfplaats gelegen is; |
| 40 | 5° de datum van overlijden; | 40 | 5° de datum van overlijden; |
| 41 | 6° de gegevens over de tewerkstelling van de personeelsleden; | 41 | 6° de gegevens over de tewerkstelling van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, 1°, 2° en 6°; |
| 42 | 7° de gegevens over de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders, namelijk: | ||
| 43 | a) de genoten opleiding; | ||
| 44 | b) de gegevens van het uittreksel uit het strafregister die noodzakelijk zijn om na te gaan of de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders geen eigenschappen hebben die onverzoenbaar zijn met hun functie. | ||
| 42 | 7° de gegevens over de gevolgde opleiding van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, 1° tot en met 3° en 6°. | ||
| 45 | De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, nader preciseren. | 43 | De Vlaamse Regering kan de persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, nader preciseren. |
| 46 | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de gebruiker door een woonzorgvoorziening of vereniging. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. | 44 | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de gebruiker door een woonzorgvoorziening of vereniging. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. |
| 47 | De persoonsgegevens van de personeelsleden, vermeld in het derde lid, worden minimaal twee jaar en maximaal vijftig jaar bewaard . De persoonsgegevens van de vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, vermeld in het derde lid, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na het einde van de activiteit als vrijwilliger, verenigingswerker of bestuurder en ten hoogste voor een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. | 45 | De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, 1°, 2° en 6°, worden minimaal twee jaar en maximaal vijf jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract of de overeenkomst met een andere rechtspersoon bewaard en niet langer dan een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens, vermeld in het derde lid, van de personen, vermeld in artikel 38/2, §1, eerste lid, 3°, 4° en 5°, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na het einde van de activiteit als vrijwilliger, stagiair of bestuurder en niet langer dan een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. |
| 48 | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, kunnen worden overgemaakt aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de opdrachten en taken van dat agentschap bepaald in of ter uitvoering van het voornoemde decreet van 18 mei 2018. | 46 | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, kunnen worden overgemaakt aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de opdrachten en taken van dat agentschap bepaald in of ter uitvoering van het voornoemde decreet van 18 mei 2018. |
| 49 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, al de volgende elementen: | 47 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, al de volgende elementen: |
| 65 | Het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, ontvangt alleen statistische gegevens van het aantal aangesloten leden per landsbond van de gebruikers, vermeld in het eerste lid. | 63 | Het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, ontvangt alleen statistische gegevens van het aantal aangesloten leden per landsbond van de gebruikers, vermeld in het eerste lid. |
| 66 | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is om ze te koppelen aan de landsbond van aansluiting, en maximaal gedurende zes maanden. | 64 | De persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is om ze te koppelen aan de landsbond van aansluiting, en maximaal gedurende zes maanden. |
| 67 | § 6. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming zijn: | 65 | § 6. De verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming zijn: |
| 68 | 1° het Departement Zorg, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de passende financiering van de woonzorgvoorzieningen, de monitoring en handhaving met betrekking tot de geboden woonzorg en de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders en voor het uitoefenen van toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de kwaliteit van de geboden woonzorg; | 66 | 1° het Departement Zorg, voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de passende financiering van de woonzorgvoorzieningen, de monitoring en handhaving met betrekking tot de geboden woonzorg en voor het uitoefenen van toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de kwaliteit van de geboden woonzorg; |
| 69 | 2° ...; | 67 | 2° ...; |
| 70 | 3° de woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun opdrachten en hun zorgrelatie met de gebruiker; | 68 | 3° de woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in het kader van hun opdrachten en hun zorgrelatie met de gebruiker; |
| 1 | De Vlaamse Regering kan, onder de voorwaarden en volgens de procedure die ze bepaalt projecten tijdelijk erkennen en subsidiëren binnen de beschikbare begrotingskredieten. | 1 | De Vlaamse Regering kan, onder de voorwaarden en volgens de procedure die ze bepaalt projecten tijdelijk erkennen of subsidiëren binnen de beschikbare begrotingskredieten. |
| 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder project: een bijzonder initiatief met betrekking tot de woonzorg dat gekenmerkt wordt door een tijdelijk en vernieuwend karakter. | 2 | In het eerste lid wordt verstaan onder project: een bijzonder initiatief met betrekking tot de woonzorg dat gekenmerkt wordt door een tijdelijk en vernieuwend karakter. |
| 1 | In afwijking van artikel 7, §1, eerste lid, 1°, bezorgt iedere woonzorg-voorziening of vereniging die op de datum van de inwerkingtreding van artikel 7 erkend is, een administratief basisdossier tegen een datum die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan per soort van woonzorgvoorziening en voor de verenigingen een aparte datum bepalen. | ||
| 2 | In afwijking van artikel 7, §1, eerste lid, 1°, bezorgen de woonzorgvoorzie-ningen die op de datum van de inwerkingtreding van artikel 7 al beschikken over een voorafgaande vergunning, een administratief basisdossier bij de aanvraag van de eerste erkenning voor de vergunde voorziening en op zijn vroegst tegen een datum die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan per soort van vergunde woonzorgvoorziening een aparte datum bepalen. |