§ flandrepo
20 regels · van kracht sinds 1 jan 2020 nieuwe versie vanaf 1 jan 2028

Artikel 47

§ 1. Een woonzorgcentrum kan buiten zijn erkende capaciteit verleend op basis van artikel 38 en 39, de volgende mantelzorgers van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast opnemen:

  1. 1°een mantelzorger die op het moment van de opname van de gebruiker in het woonzorgcentrum gehuwd of wettelijk samenwonend is met die gebruiker;
  2. 2°een mantelzorger die gedurende zes maanden onmiddellijk voorafgaand aan de opname van de gebruiker in het woonzorgcentrum feitelijk samenwonend was met die gebruiker.

Het woonzorgcentrum vervult ten aanzien van de persoon van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast de opdrachten, vermeld in artikel 34, § 1, 2°, 4°, 5°, 6° en 8°.

Een mantelzorger van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast als vermeld in het eerste lid:

  1. 1°wordt bij voorrang opgenomen binnen de erkende capaciteit van het woonzorgcentrum als zijn zelfzorgvermogen tijdens de opname is aangetast;
  2. 2°kan, op zijn verzoek, gedurende maximaal zes maanden na het overlijden van de gebruiker, vermeld in het eerste lid, buiten de erkende capaciteit opgenomen blijven in het woonzorgcentrum.

§ 2. Voor het verblijf van een mantelzorger van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, bepaalt de Vlaamse Regering de normen voor:

  1. 1°de infrastructuur;
  2. 2°de werking;
  3. 3°de wederzijdse rechten en plichten van woonzorgvoorziening en mantelzorgers, inclusief de dagprijs;
  4. 4°het behandelen van de klachten van de mantelzorgers;
  5. 5°de normen voor de specifieke brandveiligheidsaspecten voor woonzorgvoorzieningen, vermeld in artikel 38, tweede lid, 9°.

In het attest, vermeld in artikel 38, vierde lid, worden de volgende elementen vastgelegd:

  1. 1°de entiteiten die door het woonzorgcentrum ingezet kunnen worden om personen buiten zijn erkende capaciteit op te nemen;
  2. 2°de inachtneming van de normen, vermeld in artikel 38, tweede lid, 9°.

De Vlaamse Regering kan, op verzoek van een woonzorgcentrum, een afwijking toestaan op de naleving van sommige normen die zijn vastgelegd ter uitvoering van het eerste lid, op voorwaarde dat de veiligheid van de mantelzorger van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast en het personeel, en de kwaliteit van de verstrekte woonzorg voldoende gewaarborgd zijn. De Vlaamse Regering bepaalt de regels om die afwijking toe te staan.

§ 3. De Vlaamse Regering kan de categorieën van mantelzorgers, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, uitbreiden.

§ 4. Een woonzorgcentrum kan de toestemming krijgen om buiten zijn erkende capaciteit woongelegenheden aan te bieden aan mantelzorgers van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast, conform paragraaf 1. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor die toestemming.

§ 5. Voor de capaciteitsverhoging, conform paragraaf 1, is geen voorafgaande vergunning als vermeld in artikel 52, § 1, eerste lid, vereist.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd