Tot wijziging van het decreet van 21 juni 2013 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen, wat betreft de omzetting van richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen #1529
Gemerged Vlaamse Regering voegde 14 artikels samen in decreet-2013-06-21-1023005 · 22 december 2022 Alle checks geslaagd
14 artikels gewijzigd
| 1 | Dit decreet voorziet in de omzetting van richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG, in de omzetting van richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied en van richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied, in de omzetting van richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies . | 1 | Dit decreet voorziet in de omzetting van richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG, in de omzetting van richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied, in de omzetting van richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied, in de omzetting van richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies en in de omzetting van richt- lijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen. |
| 52 | 23° marktklare constructie: een grensoverschrijdende constructie die is bedacht of aangeboden, implementeerbaar is of beschikbaar is gemaakt voor implementatie zonder dat er wezenlijke aanpassingen nodig zijn; | 52 | 23° marktklare constructie: een grensoverschrijdende constructie die is bedacht of aangeboden, implementeerbaar is of beschikbaar is gemaakt voor implementatie zonder dat er wezenlijke aanpassingen nodig zijn; |
| 53 | 24° constructie op maat: een grensoverschrijdende constructie die geen marktklare constructie is; | 53 | 24° constructie op maat: een grensoverschrijdende constructie die geen marktklare constructie is; |
| 54 | 25° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). | 54 | 25° algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); |
| 55 | 27° gegevensinbreuk: een inbreuk op de beveiliging die leidt tot vernietiging, verlies, wijziging of elk voorval van ongepaste of ongeoorloofde inzage, openbaarmaking of gebruik van inlichtingen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, persoonsgegevens die worden doorgegeven, opgeslagen of anderszins verwerkt, als gevolg van opzettelijke onwettige handelingen, nalatigheid of ongevallen. Een gegevensinbreuk kan betrekking hebben op de vertrouwelijkheid, de beschikbaarheid en de integriteit van gegevens; | ||
| 56 | 28° CCN-netwerk: het op het gemeenschappelijke communicatienetwerk gebaseerde gemeenschappelijke platform dat de Unie heeft ontwikkeld voor het elektronische berichtenverkeer tussen autoriteiten die bevoegd zijn op het gebied van douane en belastingen. | ||
| 55 | Als meer dan één persoon deelneemt op de wijze, vermeld in het eerste lid, 22°, a) tot en met d), aan de leiding van, aan zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van dezelfde persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd. | 57 | Als meer dan één persoon deelneemt op de wijze, vermeld in het eerste lid, 22°, a) tot en met d), aan de leiding van, aan zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van dezelfde persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd. |
| 56 | Als dezelfde personen deelnemen op de wijze, vermeld in het eerste lid, 22°, a) tot en met d), aan de leiding van, aan zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van meer dan één persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd. | 58 | Als dezelfde personen deelnemen op de wijze, vermeld in het eerste lid, 22°, a) tot en met d), aan de leiding van, aan zeggenschap over of in het kapitaal of de winsten van meer dan één persoon, worden alle betrokken personen als verbonden ondernemingen beschouwd. |
| 1 | Met betrekking tot een specifiek geval kan de bevoegde autoriteit een buitenlandse autoriteit verzoeken alle inlichtingen, vermeld in artikel 3, te verstrekken die deze in zijn bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkregen heeft. | 1 | Met betrekking tot een specifiek geval kan de bevoegde autoriteit een buitenlandse autoriteit verzoeken alle inlichtingen, vermeld in artikel 3, te verstrekken die deze in zijn bezit heeft of naar aanleiding van een administratief onderzoek verkregen heeft. |
| 2 | Het verzoek, vermeld in het eerste lid, kan een met redenen omkleed verzoek bevatten om een bepaald administratief onderzoek in te stellen. De bevoegde autoriteit kan de aangezochte autoriteit verzoeken hem de originele stukken te bezorgen. | 2 | Het verzoek, vermeld in het eerste lid, kan een met redenen omkleed verzoek bevatten om een administratief onderzoek in te stellen. De bevoegde autoriteit kan de aangezochte autoriteit verzoeken hem de originele stukken te bezorgen. |
| 1 | De bevoegde autoriteit verstrekt op verzoek van een buitenlandse autoriteit met betrekking tot een specifiek geval alle inlichtingen, vermeld in artikel 3, die hij in zijn bezit heeft of verkregen heeft naar aanleiding van een administratief onderzoek dat werd ingesteld om die inlichtingen te verkrijgen. | 1 | De bevoegde autoriteit verstrekt op verzoek van een buitenlandse autoriteit met betrekking tot een specifiek geval alle inlichtingen, vermeld in artikel 3, die hij in zijn bezit heeft of verkregen heeft naar aanleiding van een administratief onderzoek dat werd ingesteld om die inlichtingen te verkrijgen. |
| 2 | De bevoegde autoriteit laat elk administratief onderzoek verrichten dat noodzakelijk is om de inlichtingen, vermeld in het eerste lid, te kunnen verkrijgen. | 2 | De bevoegde autoriteit laat elk administratief onderzoek verrichten dat noodzakelijk is om de inlichtingen, vermeld in het eerste lid, te kunnen verkrijgen. |
| 3 | Het verzoek, vermeld in het eerste lid, kan een met redenen omkleed verzoek om een bepaald administratief onderzoek bevatten. In voorkomend geval deelt de bevoegde autoriteit de verzoekende autoriteit mee op welke gronden hij een administratief onderzoek niet noodzakelijk acht. | 3 | Het verzoek, vermeld in het eerste lid, kan een met redenen omkleed verzoek om een administratief onderzoek bevatten. Als de bevoegde autoriteit van oordeel is dat er geen administratief onderzoek nodig is, deelt ze de verzoekende autoriteit onmiddellijk de redenen daarvoor mee. |
| 4 | Voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen of het verrichten van het gevraagde administratieve onderzoek, gaat de bevoegde autoriteit te werk volgens dezelfde procedures als handelde hij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische overheidsinstantie. | 4 | Voor het verkrijgen van de gevraagde inlichtingen of het verrichten van het gevraagde administratieve onderzoek, gaat de bevoegde autoriteit te werk volgens dezelfde procedures als handelde hij uit eigen beweging of op verzoek van een andere Belgische overheidsinstantie. |
| 5 | Op specifiek verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de bevoegde autoriteit de originele stukken, tenzij de Vlaamse regelgeving zich hiertegen verzet. | 5 | Op specifiek verzoek van de verzoekende autoriteit verstrekt de bevoegde autoriteit de originele stukken, tenzij de Vlaamse regelgeving zich hiertegen verzet. |
| 1 | §1. De inlichtingen, vermeld in artikel 8, eerste lid, worden door de bevoegde autoriteit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na de datum van ontvangst van het verzoek verstrekt. Indien de bevoegde autoriteit evenwel de inlichtingen al in zijn bezit heeft, verstrekt hij deze binnen twee maanden. | 1 | §1. De bevoegde autoriteit verstrekt de inlichtingen, vermeld in artikel 9, eerste lid, zo spoedig mogelijk, en uiterlijk drie maanden na de datum waarop ze het verzoek heeft ontvangen. |
| 2 | Als de bevoegde autoriteit niet aan het verzoek kan voldoen binnen de termijn, vermeld in het eerste lid, deelt ze de redenen daarvoor onmiddellijk, en in elk geval binnen drie maanden nadat ze het verzoek heeft ontvangen, aan de verzoekende autoriteit mee, met vermelding van de datum waarop ze denkt aan het verzoek te kunnen voldoen. Die termijn mag niet langer zijn dan zes maanden te rekenen vanaf de datum waarop de bevoegde autoriteit het verzoek heeft ontvangen. | ||
| 3 | Als de bevoegde autoriteit de inlichtingen evenwel al in haar bezit heeft, verstrekt ze die binnen twee maanden nadat ze het verzoek heeft ontvangen. | ||
| 2 | In bijzondere gevallen kunnen de bevoegde autoriteit en de verzoekende autoriteit een andere termijn overeenkomen dan de termijn, vermeld in het eerstelid. | 4 | In bijzondere gevallen kan de bevoegde autoriteit met de verzoekende autoriteit of de aangezochte autoriteit een andere termijn overeenkomen dan de termijnen, vermeld in het eerste, tweede en derde lid. |
| 3 | §2. De ontvangst van het verzoek wordt door de bevoegde autoriteit aan de verzoekende autoriteit onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg bevestigd. | 5 | §2. De ontvangst van het verzoek wordt door de bevoegde autoriteit aan de verzoekende autoriteit onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk zeven werkdagen na ontvangst, indien mogelijk langs elektronische weg bevestigd. |
| 4 | §3. De bevoegde autoriteit laat in voorkomend geval, uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit weten welke tekortkomingen het verzoek vertoont en preciseert welke aanvullende achtergrondinformatie hij verlangt. In dit geval gaan de termijnen, vermeld in paragraaf 1, in op de datum waarop de bevoegde autoriteit de aanvullende informatie ontvangt. | 6 | §3. De bevoegde autoriteit laat in voorkomend geval, uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit weten welke tekortkomingen het verzoek vertoont en preciseert welke aanvullende achtergrondinformatie hij verlangt. In dit geval gaan de termijnen, vermeld in paragraaf 1, in op de datum waarop de bevoegde autoriteit de aanvullende informatie ontvangt. |
| 5 | § 4. Indien de bevoegde autoriteit niet binnen de gestelde termijn aan het verzoek kan voldoen, deelt hij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk drie maanden na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee, met vermelding van de datum waarop hij meent aan het verzoek te kunnen voldoen. | ||
| 7 | §4. ... | ||
| 6 | §5. Indien de bevoegde autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt en niet aan het verzoek om inlichtingen kan voldoen of indien hij het verzoek om de redenen, vermeld in artikel 24, afwijst, deelt hij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee. | 8 | §5. Indien de bevoegde autoriteit niet over de gevraagde inlichtingen beschikt en niet aan het verzoek om inlichtingen kan voldoen of indien hij het verzoek om de redenen, vermeld in artikel 24, afwijst, deelt hij de redenen hiervoor onmiddellijk, en in elk geval uiterlijk een maand na ontvangst van het verzoek, aan de verzoekende autoriteit mee. |
| 1 | Wat betreft een verzoek als vermeld in artikel 8, eerste lid, en artikel 9, eerste lid, zijn de verzochte inlichtingen van verwacht belang als op het ogenblik van het verzoek de verzoekende autoriteit van oordeel is dat er overeenkomstig haar nationale wetgeving een redelijke mogelijkheid bestaat dat de verzochte inlichtingen van belang zullen zijn voor de belastingaangelegenheden van een of meer belastingplichtigen, hetzij bij naam, hetzij op een andere wijze geïdentificeerd, en het verzoek gerechtvaardigd is voor de doeleinden van het onderzoek. | ||
| 2 | Om het verwacht belang van de verzochte inlichtingen aan te tonen, verstrekt de bevoegde autoriteit ten minste de volgende inlichtingen aan de aangezochte autoriteit: | ||
| 3 | 1° het fiscale doel waarvoor de informatie wordt opgevraagd; | ||
| 4 | 2° een specificering van de inlichtingen die nodig zijn voor de uitvoering of handhaving van haar nationale wetgeving. | ||
| 5 | Als een verzoek als vermeld in artikel 8, eerste lid, en artikel 9, eerste lid, betrekking heeft op een groep belastingplichtigen die niet individueel kunnen worden geïdentificeerd, verstrekt de bevoegde autoriteit aan de aangezochte autoriteit ten minste de volgende inlichtingen: | ||
| 6 | 1° een gedetailleerde beschrijving van de groep; | ||
| 7 | 2° een toelichting bij de toepasselijke wetgeving en bij de feiten op basis waarvan redelijkerwijze vermoed kan worden dat de belastingplichtigen in de groep de toepasselijke wetgeving niet hebben nageleefd; | ||
| 8 | 3° een toelichting bij de manier waarop de gevraagde inlichtingen zouden bijdragen tot het bepalen van de mate waarin de belastingplichtigen in de groep aan de toepasselijke wetgeving voldoen; | ||
| 9 | 4° in voorkomend geval, feiten en omstandigheden die verband houden met de betrokkenheid van een derde die actief heeft bijgedragen tot de mogelijke niet-naleving van de toepasselijke wetgeving door de belastingplichtigen in de groep. |
| 1 | Met betrekking tot belastbare tijdperken vanaf 1 januari 2014 verstrekt de bevoegde autoriteit alle buitenlandse autoriteiten automatisch de inlichtingen waarover zij ten aanzien van de ingezetenen van die andere lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving: | 1 | De bevoegde autoriteit verstrekt alle buitenlandse autoriteiten automatisch alle inlichtingen waarover ze ten aanzien van de ingezetenen van die andere lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving: |
| 2 | a) bezoldigingen van werknemers; | ||
| 3 | b) bezoldigingen van bedrijfsleiders; | ||
| 2 | 1° inkomen uit een dienstbetrekking; | ||
| 3 | 2° tantièmes en presentiegelden; | ||
| 4 | c) levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere uniale rechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften; | 4 | 3° levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere uniale rechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften; |
| 5 | d) pensioenen; | 5 | 4° pensioenen; |
| 6 | e) eigendom en inkomen van onroerende goederen. | 6 | 5° eigendom en inkomen van onroerende goederen; |
| 7 | 6° royalty’s. | ||
| 8 | Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2024, streeft de bevoegde autoriteit ernaar het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van ingezetenen op te nemen in de verstrekking van de inlichtingen, vermeld in het eerste lid. | ||
| 7 | De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het kalenderjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn geworden. | 9 | De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het kalenderjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn geworden. |
| 9 | § 3. Paragraaf 1 en 2 zijn niet van toepassing als een voorafgaande grensoverschrijdende ruling uitsluitend betrekking heeft op de belastingzaken van een of meer natuurlijke personen. | 9 | § 3. Paragraaf 1 en 2 zijn niet van toepassing als een voorafgaande grensoverschrijdende ruling uitsluitend betrekking heeft op de belastingzaken van een of meer natuurlijke personen. |
| 10 | § 4. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden door de bevoegde autoriteit verstrekt binnen de volgende termijnen: | 10 | § 4. De inlichtingen, vermeld in paragraaf 1 en 2, worden door de bevoegde autoriteit verstrekt binnen de volgende termijnen: |
| 11 | 1° voor de inlichtingen die conform paragraaf 1 zijn uitgewisseld: binnen drie maanden na het einde van het eerste halfjaar van het kalenderjaar waarin de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; | 11 | 1° voor de inlichtingen die conform paragraaf 1 zijn uitgewisseld: onverwijld zodra de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd en uiterlijk binnen drie maanden na het einde van het eerste halfjaar van het kalenderjaar waarin de voorafgaande grensoverschrijdende rulings zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; |
| 12 | 2° voor de inlichtingen die conform paragraaf 2 zijn uitgewisseld: vóór 1 januari 2018. | 12 | 2° voor de inlichtingen die conform paragraaf 2 zijn uitgewisseld: vóór 1 januari 2018. |
| 13 | § 5. De inlichtingen die conform paragraaf 1 en 2 door de bevoegde autoriteit worden verstrekt, omvatten onder meer de volgende gegevens: | 13 | § 5. De inlichtingen die conform paragraaf 1 en 2 door de bevoegde autoriteit worden verstrekt, omvatten onder meer de volgende gegevens: |
| 14 | 1° de identificatiegegevens van de andere persoon dan een natuurlijke persoon en, in voorkomend geval, van de groep personen waartoe die persoon behoort; | 14 | 1° de identificatiegegevens van de andere persoon dan een natuurlijke persoon en, in voorkomend geval, van de groep personen waartoe die persoon behoort; |
| 15 | 2° een samenvatting van de inhoud van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, met onder meer een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of transacties of reeks van transacties, in algemene bewoordingen gesteld, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen die in strijd zouden zijn met de openbare orde; | 15 | 2° een samenvatting van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, met onder meer een omschrijving van de relevante zakelijke activiteiten of transacties of reeks van transacties, alsook alle andere inlichtingen die voor de bevoegde autoriteit nuttig kunnen zijn bij de evaluatie van een mogelijk belastingrisico, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde; |
| 16 | 3° de data waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; | 16 | 3° de data waarop de voorafgaande grensoverschrijdende ruling is afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd; |
| 17 | 4° de aanvangsdatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is; | 17 | 4° de aanvangsdatum van de geldigheidsperiode van de voorafgaande grensoverschrijdende ruling, als die vermeld is; |
| 1 | De bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse autoriteit overeenkomen dat, ter uitwisseling van de inlichtingen, vermeld in artikel 3, de door de bevoegde autoriteit gemachtigde personeelsleden onder de door de buitenlandse autoriteit vastgestelde voorwaarden : | 1 | Met het oog op de uitwisseling van de inlichtingen, vermeld in artikel 3, kan de bevoegde autoriteit een buitenlandse autoriteit verzoeken dat personeelsleden die door de bevoegde autoriteit gemachtigd zijn, overeenkomstig de door de buitenlandse autoriteit vastgestelde procedurele regelingen: |
| 2 | 1° aanwezig kunnen zijn in de kantoren waar de administratieve overheden van de aangezochte autoriteit hun taken vervullen; | 2 | 1° aanwezig zijn in de kantoren waar de administratieve autoriteiten van de aangezochte lidstaat hun taken vervullen; |
| 3 | 2° aanwezig kunnen zijn bij administratieve onderzoeken op het grondgebied van de aangezochte autoriteit. | 3 | 2° aanwezig zijn bij administratieve onderzoeken op het grondgebied van de aangezochte lidstaat; |
| 4 | 3° deelnemen aan de administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd door de aangezochte lidstaat, waar passend met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen |
| 1 | §1. De bevoegde autoriteit kan met een buitenlandse autoriteit overeenkomen dat, ter uitwisseling van de inlichtingen, vermeld in artikel 3, de door de buitenlandse autoriteit gemachtigde personeelsleden onder de door de bevoegde autoriteit vastgestelde voorwaarden : | 1 | §1. Met het oog op de uitwisseling van de inlichtingen, vermeld in artikel 3, kan een buitenlandse autoriteit de bevoegde autoriteit verzoeken dat personeelsleden die door die buitenlandse autoriteit gemachtigd zijn, overeenkomstig de door de bevoegde autoriteit vastgestelde procedurele regelingen: |
| 2 | 1° aanwezig kunnen zijn in de kantoren waar de Vlaamse overheid haar taken vervult; | 2 | 1° aanwezig zijn in de kantoren waar de Vlaamse overheid haar taken vervult; |
| 3 | 2° aanwezig kunnenzijn bij administratieve onderzoeken die worden verricht door de Vlaamse overheid. | 3 | 2° aanwezig zijn bij administratieve onderzoeken die worden verricht door de Vlaamse overheid; |
| 4 | 3° deelnemen aan de administratieve onderzoeken die worden uitgevoerd door de Vlaamse overheid, waar passend met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen. | ||
| 5 | De bevoegde autoriteit reageert op een verzoek als vermeld in het eerste lid, binnen een termijn van zestig dagen nadat ze dat verzoek heeft ontvangen, waarbij ze aan de buitenlandse autoriteit de inwilliging van het verzoek of de gemotiveerde weigering ervan meedeelt. | ||
| 4 | Indien de verzochte inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de personeelsleden van de bevoegde autoriteit toegang hebben, ontvangen de personeelsleden van de verzoekende autoriteit een afschrift van die bescheiden. | 6 | Als de gevraagde inlichtingen vermeld staan in bescheiden waartoe de personeelsleden van de bevoegde autoriteit toegang hebben, ontvangen de personeelsleden van de buitenlandse autoriteit een afschrift daarvan |
| 5 | § 2. Op grondvan de overeenkomst, vermeld in de eerste paragraaf, mogen de bij een administratief onderzoek aanwezige personeelsleden van de verzoekende autoriteit in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest geen personen ondervragen en geen bescheiden onderzoeken. | ||
| 7 | §2. Als personeelsleden van de buitenlandse autoriteit aanwezig zijn tijdens een administratief onderzoek of daaraan met gebruikmaking van elektronische communicatiemiddelen deelnemen, mogen ze personen ondervragen en bescheiden onderzoeken, met inachtneming van de door de bevoegde autoriteit vastgestelde procedurele regelingen. | ||
| 8 | Als de te controleren persoon weigert om zich aan de controlemaatregelen van de personeelsleden van de buitenlandse autoriteit te onderwerpen, wordt dat door de bevoegde autoriteit als een weigering tegenover haar eigen personeelsleden aangemerkt. | ||
| 6 | §3. De door de verzoekende autoriteit gemachtigde personeelsleden die overeenkomstig de eerste paragraaf aanwezig zijn, moeten te allen tijde een schriftelijke opdracht kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijken. | 9 | §3. De door de verzoekende autoriteit gemachtigde personeelsleden die overeenkomstig de eerste paragraaf aanwezig zijn, moeten te allen tijde een schriftelijke opdracht kunnen overleggen waaruit hun identiteit en hun officiële hoedanigheid blijken. |
| 1 | Dit artikel is van toepassing op de gevallen waarin de Vlaamse overheid met een of meer buitenlandse autoriteiten van een of meer lidstaten overeenkomt om gelijktijdig, elk op het eigen grondgebied, bij een of meer personen ten aanzien van wie zij een gezamenlijk of complementair belang hebben, controles te verrichten en de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen. | 1 | Dit artikel is van toepassing op de gevallen waarin de Vlaamse overheid met een of meer buitenlandse autoriteiten van een of meer lidstaten overeenkomt om gelijktijdig, elk op het eigen grondgebied, bij een of meer personen ten aanzien van wie zij een gezamenlijk of complementair belang hebben, controles te verrichten en de aldus verkregen inlichtingen uit te wisselen. |
| 2 | De bevoegde autoriteit bepaalt autonoom welke personen hij voor een gelijktijdige controle wil voorstellen. Hij deelt de buitenlandse autoriteit van de betrokken lidstaten met opgave van redenen mee welke dossiers hij voor een gelijktijdige controle voorstelt. Hij bepaalt eveneens binnen welke termijn de controle moet plaatsvinden. | 2 | De bevoegde autoriteit bepaalt autonoom welke personen hij voor een gelijktijdige controle wil voorstellen. Hij deelt de buitenlandse autoriteit van de betrokken lidstaten met opgave van redenen mee welke dossiers hij voor een gelijktijdige controle voorstelt. Hij bepaalt eveneens binnen welke termijn de controle moet plaatsvinden. |
| 3 | Wanneer aan de bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, beslist hij of hij aan de gelijktijdige controle wenst deel te nemen. Hij doet de buitenlandse autoriteit die de controle voorstelteen bevestiging of een gemotiveerde weigering van deelname toekomen. | 3 | Wanneer aan de bevoegde autoriteit een gelijktijdige controle wordt voorgesteld, beslist hij of hij aan de gelijktijdige controle wenst deel te nemen. Hij doet de buitenlandse autoriteit die de gelijktijdige controle voorstelt, binnen een termijn van zestig dagen na ontvangst van het voorstel, een bevestiging of een gemotiveerde weigering van deelname toekomen. |
| 4 | De bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die wordt belast met de leiding en de coördinatie van de controle. | 4 | De bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die wordt belast met de leiding en de coördinatie van de controle. |
| 1 | §1. De buitenlandse autoriteit van een of meer lidstaten kan de bevoegde autoriteit verzoeken een gezamenlijke audit uit te voeren. | ||
| 2 | De bevoegde autoriteit reageert op het verzoek om een gezamenlijke audit, vermeld in het eerste lid, binnen een termijn van zestig dagen nadat ze het verzoek heeft ontvangen. De bevoegde autoriteit kan dat verzoek van de buitenlandse autoriteit om gemotiveerde redenen verwerpen. | ||
| 3 | §2. Gezamenlijke audits met de Vlaamse overheid worden op vooraf overeengekomen en gecoördineerde wijze, met inbegrip van taalregelingen, uitgevoerd door de bevoegde autoriteit en de buitenlandse autoriteit van een of meer verzoekende lidstaten, en in overeenstemming met de wetgeving en de procedurele voorschriften van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. | ||
| 4 | De bevoegde autoriteit wijst een vertegenwoordiger aan die verantwoordelijk is voor het toezicht op en de coördinatie van de gezamenlijke audit in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. | ||
| 5 | De rechten en plichten van de personeelsleden van lidstaten die deelnemen aan de gezamenlijke audit, worden in geval van hun aanwezigheid bij activiteiten die in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest worden verricht, vastgesteld overeenkomstig de wetgeving van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. | ||
| 6 | §3. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2: | ||
| 7 | 1° kunnen de personeelsleden van andere lidstaten die deelnemen aan de activiteiten van de gezamenlijke audit, personen ondervragen en bescheiden onderzoeken in samenspraak met de personeelsleden van de Vlaamse overheid, met inachtneming van de procedurele regelingen die zijn vastgesteld door de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest; | ||
| 8 | 2° zorgt de Vlaamse overheid ervoor dat bewijsmateriaal dat tijdens de activiteiten van de gezamenlijke audit is verzameld, kan worden beoordeeld, ook op de toelaatbaarheid ervan, onder dezelfde juridische voorwaarden als in het geval van een in het Vlaamse Gewest of Vlaamse Gemeenschap uitgevoerde audit waaraan alleen de personeelsleden van de Vlaamse overheid deelnemen, onder meer in de loop van eventuele klachten-, herzienings- of beroepsprocedures; | ||
| 9 | 3° zorgt de Vlaamse overheid ervoor dat alle personen die aan een gezamenlijke audit worden onderworpen of erdoor worden geraakt, dezelfde rechten en plichten hebben als in het geval van een audit waaraan alleen de personeelsleden van de Vlaamse overheid deelnemen, onder meer in de loop van eventuele klachten-, herzienings- of beroepsprocedures. | ||
| 10 | §4. Als wordt overgegaan tot het verrichten van een gezamenlijke audit als vermeld in paragraaf 1, trachten de bevoegde autoriteit en de buitenlandse autoriteit van een of meer lidstaten het eens te worden over de feiten en omstandigheden die relevant zijn voor de gezamenlijke audit, en streven ze naar overeenstemming over de fiscale positie van de geaudite persoon of personen op basis van de resultaten van de gezamenlijke audit. | ||
| 11 | De bevindingen van de gezamenlijke audit worden neergelegd in een eindverslag. Punten waarover de bevoegde autoriteit en elk van de betrokken buitenlandse autoriteiten het eens zijn, worden in het eindverslag opgenomen en worden in aanmerking genomen in de relevante instrumenten die de bevoegde autoriteit en de buitenlandse autoriteit van een of meer deelnemende lidstaten naar aanleiding van die gezamenlijke audit uitvaardigen. | ||
| 12 | Met inachtneming van het eerste en het tweede lid vinden de handelingen die de bevoegde autoriteit of de personeelsleden van de Vlaamse overheid verrichten naar aanleiding van een gezamenlijke audit, alsmede eventuele verdere procedures in de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest, zoals een besluit van de belastingautoriteiten, een beroepsprocedure of een daarmee verband houdende schikking, plaats overeenkomstig de wetgeving van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest. | ||
| 13 | §5. Alle geaudite personen worden binnen zestig dagen na het uitbrengen van het eindverslag in kennis gesteld van het resultaat van de gezamenlijke audit en krijgen een kopie van dat eindverslag. | ||
| 14 | §6. De bevoegde autoriteit kan de buitenlandse autoriteit van een of meer lidstaten verzoeken een gezamenlijke audit uit te voeren. | ||
| 15 | De bevoegde autoriteit en de personeelsleden van de Vlaamse overheid voegen zich naar de wetgeving en de procedurele voorschriften van de lidstaat waar de activiteiten van een gezamenlijke audit plaatsvinden. De Vlaamse personeelsleden oefenen geen bevoegdheden uit die verder gaan dan de bevoegdheden die hun krachtens de wetgeving van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest zijn verleend. |