§ flandrepo
10 regels · van kracht sinds 25 jun 2026

Artikel 11

De bevoegde autoriteit verstrekt aan alle buitenlandse autoriteiten automatisch alle inlichtingen waarover ze ten aanzien van de ingezetenen van die andere lidstaat beschikt over de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving:

  1. 1°inkomsten uit een arbeid;
  2. 2°tantièmes en presentiegelden;
  3. 3°inkomsten uit levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere rechtsinstrumenten van de Unie inzake inlichtingenuitwisseling, noch onder soortgelijke voorschriften;
  4. 4°pensioenen;
  5. 5°eigendom en inkomsten van onroerende goederen;
  6. 6°royalty’s;
  7. 7°inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming, met uitzondering van inkomsten uit dividenden die zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 4, 5 of 6 van richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten.

Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2024, streeft de bevoegde autoriteit ernaar het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van ingezetenen op te nemen in de verstrekking van de inlichtingen, vermeld in het eerste lid.

De inlichtingen worden ten minste eenmaal per jaar verstrekt, binnen zes maanden na het verstrijken van het kalenderjaar in de loop waarvan de inlichtingen beschikbaar zijn geworden.

Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd