| 1 | §1. Het basisbedrag van de investeringskredieten van de universiteiten, uitgedrukt in duizend euro wordt voor de jaren 2011, 2012, 2013 en 2014 vastgesteld als volgt : |
| 2 | 1. Katholieke Universiteit Leuven |
| 3 | 2. Vrije Universiteit Brussel |
| 4 | 3. Universiteit Antwerpen |
| 5 | 4. Universiteit Hasselt |
| 6 | 5. HUB-KUBrussel |
| 7 | 6. Universiteit Gent |
| 8 | 9.100 |
| 9 | 2.992 |
| 10 | 2.687 |
| 11 | 585 |
| 12 | 139 |
| 13 | 6.341 |
| 14 | §2. Het basisbedrag wordt geïndexeerd als volgt : het basisbedrag wordt vermenigvuldigd met de gewogen evolutie van het jaarlijks gemiddelde van de index van de Associatie van Belgische Experten (ABEX-index) van de 5 voorlaatste kalenderjaren die voorafgaan aan het begrotingsjaar, uitgedrukt in percenten. |
| 15 | § 3. Vanaf het begrotingsjaar 2015 wordt het basisbedrag van de investeringskredieten voor de universiteiten vastgesteld op 28.640.000 euro. Dit bedrag wordt als volgt verdeeld over de universiteiten : |
| 16 | 1° elke universiteit ontvangt, in euro, een forfaitair bedrag van : |
| 17 | a) Katholieke Universiteit Leuven 4.239.550 |
| 18 | b) Vrije Universiteit Brussel 1.372.700 |
| 19 | c) Universiteit Gent 2.909.900 |
| 20 | d) Universiteit Antwerpen 1.233.050 |
| 21 | e) Universiteit Hasselt 268.800 |
| 22 | 2° het resterende bedrag, zijnde het verschil tussen het basisbedrag en de som van de forfaitaire bedragen wordt verdeeld op basis van het aantal unieke studenten per universiteit. |
| 23 | Voor de berekening van het aantal unieke studenten worden de unieke studenten in aanmerking genomen die in het academiejaar t-3/t-2 onder diplomacontract ingeschreven zijn in de desbetreffende universiteit in een initiële bachelor- of masteropleiding. De studenten ingeschreven in een initiële bachelor- of masteropleiding die met ingang van het academiejaar 2013-2014 geïntegreerd is in een universiteit worden daarbij niet in aanmerking genomen. |
| 24 | Onder unieke studenten wordt begrepen de studenten die zich in een bepaald academiejaar inschrijven aan een universiteit, ongeacht het aantal inschrijvingen van de student aan die universiteit. |
| 25 | De bedragen vermeld in deze paragraaf worden geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen vermeld in paragraaf 2. |
| 26 | §4. Vanaf het begrotingsjaar 2023 wordt het basisbedrag van de investeringskredieten voor de universiteiten vermeerderd met 15.000.000 euro aan vastleggingskredieten. Dit bedrag wordt als volgt verdeeld over de universiteiten: |
| 27 | Katholieke Universiteit Leuven |
| 28 | 5.079.715 euro |
| 29 | Universiteit Gent |
| 30 | 4.336.989 euro |
| 31 | Universiteit Antwerpen |
| 32 | 2.335.359 euro |
| 33 | Vrije Universiteit Brussel |
| 34 | 2.097.957 euro |
| 35 | Universiteit Hasselt |
| 36 | 1.149.980 euro |
| 37 | De gekoppelde betaalkredieten aan deze vastleggingskredieten worden over vijf jaar gespreid: 10 procent wordt uitbetaald in het eerste jaar van vastlegging, zijnde het jaar N, 20 procent in jaar N+1, 30 procent in jaar N+2, 20 procent in jaar N+3 en 20 procent in jaar N+4. |