Tot wijziging van de regelgeving over de organisatie van de eerstelijnszorg voor de persoon met een zorg- en ondersteuningsnood, de zorgraden en de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het digitale zorg- en ondersteuningsplan, de financiering van eerstelijnszorgaanbieders en voor beleidsdoeleinden #1924
Gemerged Vlaamse Regering voegde 12 artikels samen in decreet-2018-05-18woonzorgdecreet-van-15-februari-2019decreet-2019-04-05 · 18 december 2023 Alle checks geslaagd
31 artikels gewijzigd
| 13 | 8° decreet houdende de persoonsvolgende financiering: het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap; | 13 | 8° decreet houdende de persoonsvolgende financiering: het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap; |
| 14 | 8°/1 decreet van 6 juli 2018: het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging; | 14 | 8°/1 decreet van 6 juli 2018: het decreet van 6 juli 2018 betreffende de overname van de sectoren psychiatrische verzorgingstehuizen, initiatieven van beschut wonen, revalidatieovereenkomsten, revalidatieziekenhuizen en multidisciplinaire begeleidingsequipes voor palliatieve verzorging; |
| 15 | 8°/2 Departement Zorg: het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie; | ||
| 16 | 9° erkende zorgkas: een zorgkas, opgericht door een instantie als vermeld in artikel 18, die erkend is krachtens artikel 19; | 15 | 9° erkende zorgkas: een zorgkas, opgericht door een instantie als vermeld in artikel 18, die erkend is krachtens artikel 19; |
| 17 | 10° Expertencommissie: de Expertencommissie gespecialiseerde zorg, vermeld in artikel 39; | 16 | 10° Expertencommissie: de Expertencommissie gespecialiseerde zorg, vermeld in artikel 39; |
| 28 | 19° mantelzorger: de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven; | 27 | 19° mantelzorger: de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven; |
| 29 | 20° mobiliteitshulpmiddelen: de hulpmiddelen die bedoeld zijn om de bewegingsfunctie te ondersteunen, namelijk rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en de aanpassingen ervan. Een rolstoel, loophulpmiddel of orthopedische driewielfiets zijn speciaal ontworpen toestellen om personen te helpen zich binnenshuis en buitenshuis te verplaatsen; | 28 | 20° mobiliteitshulpmiddelen: de hulpmiddelen die bedoeld zijn om de bewegingsfunctie te ondersteunen, namelijk rolstoelen, loophulpmiddelen, orthopedische driewielfietsen, stasystemen, zitkussens ter preventie van doorzitwonden, modulair aanpasbare systemen ter ondersteuning van de zithouding en onderstellen en de aanpassingen ervan. Een rolstoel, loophulpmiddel of orthopedische driewielfiets zijn speciaal ontworpen toestellen om personen te helpen zich binnenshuis en buitenshuis te verplaatsen; |
| 30 | 20°/1 multidisciplinair overleg: een overleg waarbij zorgaanbieders van verschillende disciplines aanwezig zijn, naast een overlegorganisator, en waarbij de zorg en ondersteuning in de thuissituatie voor een gebruiker wordt afgestemd, het zorgproces wordt gestroomlijnd en het zorgteam rond die gebruiker wordt afgebakend; | 29 | 20°/1 multidisciplinair overleg: een overleg waarbij zorgaanbieders van verschillende disciplines aanwezig zijn, naast een overlegorganisator, en waarbij de zorg en ondersteuning in de thuissituatie voor een gebruiker wordt afgestemd, het zorgproces wordt gestroomlijnd en het zorg- en ondersteuningsteam rond die gebruiker wordt afgebakend; |
| 31 | 20°/2 multidisciplinaire begeleidingsequipe voor palliatieve verzorging: een multidisciplinaire begeleidingsequipe als vermeld in artikel 2, 11°, van het decreet van 6 juli 2018; | 30 | 20°/2 multidisciplinaire begeleidingsequipe voor palliatieve verzorging: een multidisciplinaire begeleidingsequipe als vermeld in artikel 2, 11°, van het decreet van 6 juli 2018; |
| 32 | 21° niet-medische hulp- en dienstverlening: de hulp en bijstand die derden verlenen aan een persoon met een verminderde zelfredzaamheid in residentieel, semiresidentieel of ambulant verband; | 31 | 21° niet-medische hulp- en dienstverlening: de hulp en bijstand die derden verlenen aan een persoon met een verminderde zelfredzaamheid in residentieel, semiresidentieel of ambulant verband; |
| 33 | 21°/1 overlegorganisator: een zorgaanbieder die, op verzoek van een gebruiker, de mantelzorger van de gebruiker of een zorgaanbieder van het zorgteam, het multidisciplinair overleg voorbereidt, vastlegt en zorgt voor de vastlegging van de gemaakte afspraken in een zorgen ondersteuningsplan, vanuit een neutrale en onafhankelijke positie ten aanzien van het zorgteam; | 32 | 21°/1 overlegorganisator: een zorgaanbieder die, op verzoek van een gebruiker, de mantelzorger van de gebruiker of een zorgaanbieder van het zorg- en ondersteuningsteam, het multidisciplinair overleg voorbereidt, vastlegt en zorgt voor de vastlegging van de gemaakte afspraken in een zorgen ondersteuningsplan, vanuit een neutrale en onafhankelijke positie ten aanzien van het zorgteam; |
| 34 | 22° Patiëntenrichtlijn: richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg; | 33 | 22° Patiëntenrichtlijn: richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg; |
| 35 | 23° persoonsvolgend budget: het geheel van tegemoetkomingen, vermeld in artikel 58, dat bestaat uit een zorgbudget dat cash wordt uitbetaald, een zorgticket dat via een trekkingsrecht wordt toegekend, een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen, een tegemoetkoming voor de organisatie van en de deelname aan multidisciplinair overleg of een tegemoetkoming voor reiskosten; | 34 | 23° persoonsvolgend budget: het geheel van tegemoetkomingen, vermeld in artikel 58, dat bestaat uit een zorgbudget dat cash wordt uitbetaald, een zorgticket dat via een trekkingsrecht wordt toegekend, een tegemoetkoming voor mobiliteitshulpmiddelen, een tegemoetkoming voor de organisatie van en de deelname aan multidisciplinair overleg of een tegemoetkoming voor reiskosten; |
| 66 | 47° zorgkas: een erkende zorgkas of de Vlaamse Zorgkas; | 65 | 47° zorgkas: een erkende zorgkas of de Vlaamse Zorgkas; |
| 67 | 48° Zorgkassencommissie: de Zorgkassencommissie, vermeld in artikel 33; | 66 | 48° Zorgkassencommissie: de Zorgkassencommissie, vermeld in artikel 33; |
| 68 | 48°/1 zorgteam: een zorgteam als vermeld in artikel 2, 19°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders; | 67 | 48°/1 zorg- en ondersteuningsteam: een zorg- en ondersteuningsteam als vermeld in artikel 2, 19°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders; |
| 69 | 49° zorgticket: de tussenkomst in de kost van zorg, waarvan de omvang wordt bepaald op basis van de zorgbehoefte van de gebruiker, onder meer vastgesteld aan de hand van BelRAI en uitbetaald door de zorgkas onder de vorm van een trekkingsrecht; | 68 | 49° zorgticket: de tussenkomst in de kost van zorg, waarvan de omvang wordt bepaald op basis van de zorgbehoefte van de gebruiker, onder meer vastgesteld aan de hand van BelRAI en uitbetaald door de zorgkas onder de vorm van een trekkingsrecht; |
| 70 | 50° zorgverlener: elke natuurlijke persoon die op een beroepsmatige wijze zorg verleent in het kader van dit decreet; | 69 | 50° zorgverlener: elke natuurlijke persoon die op een beroepsmatige wijze zorg verleent in het kader van dit decreet; |
| 2 | 1° entiteit: een koepelterm voor zowel een woongelegenheid in een woonzorgcentrum, een verblijfseenheid in een centrum voor kortverblijf of een centrum voor herstelverblijf of een centrum voor dagverzorging, als een assistentiewoning in een groep van assistentiewoningen; | 2 | 1° entiteit: een koepelterm voor zowel een woongelegenheid in een woonzorgcentrum, een verblijfseenheid in een centrum voor kortverblijf of een centrum voor herstelverblijf of een centrum voor dagverzorging, als een assistentiewoning in een groep van assistentiewoningen; |
| 3 | 2° gebruiker: iedere natuurlijke persoon die vanuit een verminderd zelfzorgvermogen een beroep doet of kan doen op woonzorg; | 3 | 2° gebruiker: iedere natuurlijke persoon die vanuit een verminderd zelfzorgvermogen een beroep doet of kan doen op woonzorg; |
| 4 | 3° geïntegreerde zorg en ondersteuning: het op operationeel en organisatorisch niveau samenwerken van alle betrokken zorg- en welzijnsactoren en initiatieven van vrijwillige en informele zorg in het streven naar een samenhangende en continue zorg en ondersteuning aan de gebruiker en zijn mantelzorgers, waarbij de zorg- en ondersteuningsvraag en de context van de gebruiker het uitgangspunt vormen en dat gedurende de hele levensloop; | 4 | 3° geïntegreerde zorg en ondersteuning: het op operationeel en organisatorisch niveau samenwerken van alle betrokken zorg- en welzijnsactoren en initiatieven van vrijwillige en informele zorg in het streven naar een samenhangende en continue zorg en ondersteuning aan de gebruiker en zijn mantelzorgers, waarbij de zorg- en ondersteuningsnood en de context van de gebruiker het uitgangspunt vormen en dat gedurende de hele levensloop; |
| 5 | 4° initiatiefnemer: de rechtspersoon die een woonzorgvoorziening of een vereniging uitbaat of zal uitbaten; | 5 | 4° initiatiefnemer: de rechtspersoon die een woonzorgvoorziening of een vereniging uitbaat of zal uitbaten; |
| 6 | 5° integrale zorg en ondersteuning: de zorg en ondersteuning die een persoon met een zorg- en ondersteuningsvraag als geheel benadert, rekening houdend met aspecten van medische, psychosociale, levensbeschouwelijke en culturele aard en ook met factoren uit het dagelijks leven; | 6 | 5° integrale zorg en ondersteuning: de zorg en ondersteuning die een persoon met een zorg- en ondersteuningsnood als geheel benadert, rekening houdend met aspecten van medische, psychosociale, levensbeschouwelijke en culturele aard en ook met factoren uit het dagelijks leven; |
| 7 | 5°/1 koepelorganisatie: een vennootschap naar Belgisch of buitenlands recht, een vzw, een stichting of een vereniging naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mag uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel waarin erkende woonzorgvoorzieningen of verenigingen vertegenwoordigd zijn, en die de belangen van die woonzorgvoorzieningen of verenigingen behartigt; | 7 | 5°/1 koepelorganisatie: een vennootschap naar Belgisch of buitenlands recht, een vzw, een stichting of een vereniging naar buitenlands recht met rechtspersoonlijkheid die rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel mag uitkeren of bezorgen behalve voor het in de statuten bepaalde belangeloze doel waarin erkende woonzorgvoorzieningen of verenigingen vertegenwoordigd zijn, en die de belangen van die woonzorgvoorzieningen of verenigingen behartigt; |
| 8 | 6° mantelzorger: de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven; | 8 | 6° mantelzorger: de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met verminderd zelfzorgvermogen, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven; |
| 22 | 20° zelfzorgvermogen: het vermogen om als natuurlijke persoon beslissingen en acties in het dagelijkse leven uit te voeren om te voldoen aan zijn basisbehoeften, en de bijbehorende activiteiten. Die activiteiten kunnen onder meer betrekking hebben op de uitvoering van huishoudelijke activiteiten, het leggen van sociale contacten en de mogelijkheid om zich te ontplooien en zich te oriënteren in tijd en ruimte; | 22 | 20° zelfzorgvermogen: het vermogen om als natuurlijke persoon beslissingen en acties in het dagelijkse leven uit te voeren om te voldoen aan zijn basisbehoeften, en de bijbehorende activiteiten. Die activiteiten kunnen onder meer betrekking hebben op de uitvoering van huishoudelijke activiteiten, het leggen van sociale contacten en de mogelijkheid om zich te ontplooien en zich te oriënteren in tijd en ruimte; |
| 23 | 21° zorg en ondersteuning: één activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid, die uitgevoerd worden in het kader van dit decreet. Met zorg en ondersteuning wordt gelijkgesteld: hulp- en dienstverlening; | 23 | 21° zorg en ondersteuning: één activiteit of het geheel van activiteiten in het kader van het gezondheids- of welzijnsbeleid, die uitgevoerd worden in het kader van dit decreet. Met zorg en ondersteuning wordt gelijkgesteld: hulp- en dienstverlening; |
| 24 | 22° zorg- en ondersteuningsplan: een werkinstrument waarin, na vraagverheldering of indicatiestelling, op aangeven van en in samenspraak met de gebruiker de zorg- en ondersteuningsdoelstellingen en de afspraken over de geplande zorg en ondersteuning voor een persoon met een zorg- en ondersteuningsvraag zijn opgenomen, en dat toegankelijk is voor de persoon zelf en de betrokken informele en professionele zorg- en welzijnsactoren; | ||
| 24 | 22° zorg- en ondersteuningsplan: een zorg- en ondersteuningsplan als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders; | ||
| 25 | 23° zorg- en ondersteuningsvraag: de nood aan zorg en ondersteuning die door de gebruiker of zijn omgeving subjectief aangevoeld of objectief vastgesteld wordt. | 25 | 23° zorg- en ondersteuningsnood: de nood aan zorg en ondersteuning die door de gebruiker of zijn omgeving subjectief aangevoeld of objectief vastgesteld wordt. |
| 26 | § 2. Met de gebruiker, vermeld in paragraaf 1, 2°, wordt ook zijn vertegenwoordiger bedoeld. | 26 | § 2. Met de gebruiker, vermeld in paragraaf 1, 2°, wordt ook zijn vertegenwoordiger bedoeld. |
| 27 | In deze paragraaf wordt verstaan onder vertegenwoordiger: de natuurlijke persoon die in plaats van de gebruiker optreedt bij alle handelingen die de gebruiker moet stellen in het kader van dit decreet, voor zover en zolang deze niet in staat is om zijn rechten zelf uit te oefenen. | 27 | In deze paragraaf wordt verstaan onder vertegenwoordiger: de natuurlijke persoon die in plaats van de gebruiker optreedt bij alle handelingen die de gebruiker moet stellen in het kader van dit decreet, voor zover en zolang deze niet in staat is om zijn rechten zelf uit te oefenen. |
| 19 | 1° vroegtijdige zorgplanning: een continu en dynamisch proces van reflectie en dialoog tussen de gebruiker, zijn naasten en de zorgverlener(s), waarbij toekomstige zorg- en ondersteuningsdoelen besproken en gepland kunnen worden die de besluitvorming bevorderen op het ogenblik dat de gebruiker niet meer in staat is zijn wil te uiten; | 19 | 1° vroegtijdige zorgplanning: een continu en dynamisch proces van reflectie en dialoog tussen de gebruiker, zijn naasten en de zorgverlener(s), waarbij toekomstige zorg- en ondersteuningsdoelen besproken en gepland kunnen worden die de besluitvorming bevorderen op het ogenblik dat de gebruiker niet meer in staat is zijn wil te uiten; |
| 20 | 2° palliatieve zorg: een benadering die de kwaliteit van het leven verbetert van gebruikers en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, lijden te voorkomen en verlichten, door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en existentiële aard; | 20 | 2° palliatieve zorg: een benadering die de kwaliteit van het leven verbetert van gebruikers en hun naasten die te maken hebben met een levensbedreigende aandoening, lijden te voorkomen en verlichten, door middel van vroegtijdige signalering en zorgvuldige beoordeling en behandeling van pijn en andere problemen van lichamelijke, psychosociale en existentiële aard; |
| 21 | 3° levenseindezorg: de zorg en ondersteuning die beantwoordt aan de wensen van de persoon met een zorg- en ondersteuningsvraag, meer bepaald die wensen en zorg- en ondersteuningsvragen die gericht zijn op de laatste levensfase. | 21 | 3° levenseindezorg: de zorg en ondersteuning die beantwoordt aan de wensen van de persoon met een zorg- en ondersteuningsnood, meer bepaald die wensen en zorg- en ondersteuningsnoden die gericht zijn op de laatste levensfase. |
| 22 | In het eerste lid, 15°, wordt verstaan onder zorgrelatie: de relationele band die in het kader van woonzorg ontstaat tussen de gebruiker en de persoon die zorg en ondersteuning verleent. | 22 | In het eerste lid, 15°, wordt verstaan onder zorgrelatie: de relationele band die in het kader van woonzorg ontstaat tussen de gebruiker en de persoon die zorg en ondersteuning verleent. |
| 23 | § 2. Woonzorgvoorzieningen en verenigingen nemen al de volgende organisatorische werkingsprincipes in acht: | 23 | § 2. Woonzorgvoorzieningen en verenigingen nemen al de volgende organisatorische werkingsprincipes in acht: |
| 24 | 1° ze werken mee aan en faciliteren buurtgerichte zorg; | 24 | 1° ze werken mee aan en faciliteren buurtgerichte zorg; |
| 25 | 2° ze besteden bijzondere aandacht aan preventie en vroegdetectie; | 25 | 2° ze besteden bijzondere aandacht aan preventie en vroegdetectie; |
| 26 | 3° ze stellen het zorg- en ondersteuningsaanbod algemeen beschikbaar voor de doelgroep van de woonzorgvoorziening, met een bijzondere aandacht voor de zorg- en ondersteuningsvragen van kwetsbare groepen; | 26 | 3° ze stellen het zorg- en ondersteuningsaanbod algemeen beschikbaar voor de doelgroep van de woonzorgvoorziening, met een bijzondere aandacht voor de zorg- en ondersteuningsnoden van kwetsbare groepen; |
| 27 | 4° ze zetten de in de woonzorgvoorziening aanwezige expertise en ervaring in op een bepaald domein bij middel van objectieve en transparante informatie- of adviesverstrekking, buiten de context van de eigen woonzorgvoorziening; | 27 | 4° ze zetten de in de woonzorgvoorziening aanwezige expertise en ervaring in op een bepaald domein bij middel van objectieve en transparante informatie- of adviesverstrekking, buiten de context van de eigen woonzorgvoorziening; |
| 28 | 5° ze voeren een beleid rond ethisch verantwoorde zorg; | 28 | 5° ze voeren een beleid rond ethisch verantwoorde zorg; |
| 33 | 10° ze voeren een beleid rond vorming, training en intervisie om de deskundigheid van het personeel en het management te bevorderen; | 33 | 10° ze voeren een beleid rond vorming, training en intervisie om de deskundigheid van het personeel en het management te bevorderen; |
| 34 | 11° ze bieden de minst ingrijpende zorg; | 34 | 11° ze bieden de minst ingrijpende zorg; |
| 35 | 12° ze nemen sociale inclusie en destigmatisering van personen met een zorg- en ondersteuningsvraag als uitgangspunt, zowel op individueel als op publiek vlak; | 35 | 12° ze nemen sociale inclusie en destigmatisering van personen met een zorg- en ondersteuningsnood als uitgangspunt, zowel op individueel als op publiek vlak; |
| 36 | 13° ze garanderen kwaliteit van bestuur en management; | 36 | 13° ze garanderen kwaliteit van bestuur en management; |
| 37 | 14° ze waarborgen financiële en bestuurlijke weerbaarheid en transparantie; | 37 | 14° ze waarborgen financiële en bestuurlijke weerbaarheid en transparantie; |
| 39 | 16° ze zetten in op innovatie en digitalisering van zorg- en ondersteuningsprocessen en gegevensdeling; | 39 | 16° ze zetten in op innovatie en digitalisering van zorg- en ondersteuningsprocessen en gegevensdeling; |
| 40 | 17° ze zetten middelen efficiënt en effectief in. | 40 | 17° ze zetten middelen efficiënt en effectief in. |
| 41 | In het eerste lid, 1°, wordt verstaan onder buurtgerichte zorg: de zorg die erop gericht is de sociale cohesie te versterken, vragen naar zorg en ondersteuning uit de buurt op te vangen, gebruikers indien nodig toe te leiden naar gepaste zorg en ondersteuning of die zelf op te nemen, maar ook de buurt actief te betrekken bij de werking van de voorziening door een actieve samenwerking op lokaal vlak, afgestemd met het lokaal sociaal beleidsplan, onder regie van het lokaal bestuur zoals bepaald in het decreet van 9 februari 2018 houdende het lokaal sociaal beleid. | 41 | In het eerste lid, 1°, wordt verstaan onder buurtgerichte zorg: de zorg die erop gericht is de sociale cohesie te versterken, noden aan zorg en ondersteuning uit de buurt op te vangen, gebruikers indien nodig toe te leiden naar gepaste zorg en ondersteuning of die zelf op te nemen, maar ook de buurt actief te betrekken bij de werking van de voorziening door een actieve samenwerking op lokaal vlak, afgestemd met het lokaal sociaal beleidsplan, onder regie van het lokaal bestuur zoals bepaald in het decreet van 9 februari 2018 houdende het lokaal sociaal beleid. |
| 42 | In het eerste lid, 2°, wordt verstaan onder vroegdetectie: het geheel van activiteiten die tot doel hebben signalen te herkennen die kunnen wijzen op een beginnend of een bestaand gezondheids- of welzijnsrisico of probleem bij een gebruiker binnen een bepaalde woon- en zorgcontext. | 42 | In het eerste lid, 2°, wordt verstaan onder vroegdetectie: het geheel van activiteiten die tot doel hebben signalen te herkennen die kunnen wijzen op een beginnend of een bestaand gezondheids- of welzijnsrisico of probleem bij een gebruiker binnen een bepaalde woon- en zorgcontext. |
| 1 | Een dienst voor gezinszorg is een woonzorgvoorziening die als doelstelling heeft aan gebruikers met een zorg- en ondersteuningsvraag aan huis of buitenshuis individueel of collectief gezinszorg te bieden die er specifiek op gericht is de gebruiker en zijn mantelzorger te ondersteunen en te handhaven in zijn natuurlijk thuismilieu. | 1 | Een dienst voor gezinszorg is een woonzorgvoorziening die als doelstelling heeft aan gebruikers met een zorg- en ondersteuningsnood aan huis of buitenshuis individueel of collectief gezinszorg te bieden die er specifiek op gericht is de gebruiker en zijn mantelzorger te ondersteunen en te handhaven in zijn natuurlijk thuismilieu. |
| 1 | Een dienst voor oppashulp is een woonzorgvoorziening die als doelstelling heeft gebruikers met een zorg- en ondersteuningsvraag en hun mantelzorgers te ondersteunen in de thuiszorgsituatie door oppashulp met vrijwilligers en verenigingswerkers te bieden. | 1 | Een dienst voor oppashulp is een woonzorgvoorziening die als doelstelling heeft gebruikers met een zorg- en ondersteuningsnood en hun mantelzorgers te ondersteunen in de thuiszorgsituatie door oppashulp met vrijwilligers en verenigingswerkers te bieden. |
| 4 | 3° het verplichte gebruik van steriel materiaal; | 4 | 3° het verplichte gebruik van steriel materiaal; |
| 5 | 4° de verplichte aanwezigheid van het nodige materiaal dat voor de verzorging aan huis wenselijk is. | 5 | 4° de verplichte aanwezigheid van het nodige materiaal dat voor de verzorging aan huis wenselijk is. |
| 6 | Het gebruikersdossier, vermeld in het eerste lid, 2°, is het document dat per gebruiker, op basis van een evaluatie van het zelfzorgvermogen en een omschrijving van de zorg- en ondersteuningsvraag, weergeeft welke passende zorg en ondersteuning de dienst voor thuisverpleging wil aanbieden of nodig acht en dat kan worden bijgestuurd naargelang de evoluerende zorg- en ondersteuningsvraag. Dat dossier maakt de bij voorkeur digitale uitwisseling van gegevens tussen de verpleegkundigen van de dienst enerzijds, en tussen verpleegkundigen van de dienst thuisverpleging en de woonzorgvoorzieningen anderzijds mogelijk met als doel de zorg en ondersteuning aan de gebruiker continu en optimaal te laten verlopen. | 6 | Het gebruikersdossier, vermeld in het eerste lid, 2°, is het document dat per gebruiker, op basis van een evaluatie van het zelfzorgvermogen en een omschrijving van de zorg- en ondersteuningsnood, weergeeft welke passende zorg en ondersteuning de dienst voor thuisverpleging wil aanbieden of nodig acht en dat kan worden bijgestuurd naargelang de evoluerende zorg- en ondersteuningsnood. Dat dossier maakt de bij voorkeur digitale uitwisseling van gegevens tussen de verpleegkundigen van de dienst enerzijds, en tussen verpleegkundigen van de dienst thuisverpleging en de woonzorgvoorzieningen anderzijds mogelijk met als doel de zorg en ondersteuning aan de gebruiker continu en optimaal te laten verlopen. |
| 1 | Een centrum voor dagverzorging is een woonzorgvoorziening waar in een aangepaste infrastructuur gedurende de dag zorg en ondersteuning wordt aangeboden aan personen met een zorg- en ondersteuningsvraag, met het oog op respijtzorg. | 1 | Een centrum voor dagverzorging is een woonzorgvoorziening waar in een aangepaste infrastructuur gedurende de dag zorg en ondersteuning wordt aangeboden aan personen met een zorg- en ondersteuningsnood, met het oog op respijtzorg. |
| 1 | Een centrum voor kortverblijf is een woonzorgvoorziening waar in een aangepaste infrastructuur gedurende een beperkte periode zorg en ondersteuning aangeboden wordt aan personen met een zorg- en ondersteuningsvraag met het oog op respijtzorg. | 1 | Een centrum voor kortverblijf is een woonzorgvoorziening waar in een aangepaste infrastructuur gedurende een beperkte periode zorg en ondersteuning aangeboden wordt aan personen met een zorg- en ondersteuningsnood met het oog op respijtzorg. |
| 11 | 8° de continuïteit van de zorg en ondersteuning van thuis naar het centrum voor kortverblijf en van het centrum voor kortverblijf naar thuis of een thuisvervangende omgeving waarborgen. | 11 | 8° de continuïteit van de zorg en ondersteuning van thuis naar het centrum voor kortverblijf en van het centrum voor kortverblijf naar thuis of een thuisvervangende omgeving waarborgen. |
| 12 | Naast de opdrachten, vermeld in het eerste lid, verricht het centrum voor kortverblijf minstens één van de volgende opdrachten, waardoor de volgende drie types van centra voor kortverblijf onderscheiden worden: | 12 | Naast de opdrachten, vermeld in het eerste lid, verricht het centrum voor kortverblijf minstens één van de volgende opdrachten, waardoor de volgende drie types van centra voor kortverblijf onderscheiden worden: |
| 13 | 1° een centrum voor kortverblijf type 1, waarin respijtzorg voor ouderen met een zorg- en ondersteuningsvraag aangeboden wordt; | 13 | 1° een centrum voor kortverblijf type 1, waarin respijtzorg voor ouderen met een zorg- en ondersteuningsnood aangeboden wordt; |
| 14 | 2° een centrum voor kortverblijf type 2, waarin respijtzorg voor andere specifieke doelgroepen vanaf 18 jaar aangeboden wordt; | 14 | 2° een centrum voor kortverblijf type 2, waarin respijtzorg voor andere specifieke doelgroepen vanaf 18 jaar aangeboden wordt; |
| 15 | 3° een centrum voor kortverblijf type 3, waarin respijtzorg voor ernstig zieke kinderen en jongeren tot en met 21 jaar aangeboden wordt. | 15 | 3° een centrum voor kortverblijf type 3, waarin respijtzorg voor ernstig zieke kinderen en jongeren tot en met 21 jaar aangeboden wordt. |
| 1 | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder de algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG. | 1 | § 1. In dit artikel wordt verstaan onder de algemene verordening gegevensbescherming: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG. |
| 2 | § 2. Woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties als vermeld in artikel 60 en projecten als vermeld in artikel 61, verzamelen op een gestructureerde, systematische wijze gegevens over de gebruikers, hun mantelzorgers, de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders van de woonzorgvoorziening of vereniging, de aard van de zorg- en ondersteuningsvraag, de geboden woonzorg, de kwaliteit en het effect ervan, met als doel: | 2 | § 2. Woonzorgvoorzieningen, verenigingen, partnerorganisaties als vermeld in artikel 60 en projecten als vermeld in artikel 61, verzamelen op een gestructureerde, systematische wijze gegevens over de gebruikers, hun mantelzorgers, de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en de bestuurders van de woonzorgvoorziening of vereniging, de aard van de zorg- en ondersteuningsnood, de geboden woonzorg, de kwaliteit en het effect ervan, met als doel: |
| 3 | 1° over de noodzakelijke informatie te beschikken die nodig is voor de zorg en ondersteuning aan de gebruiker, zodat de zorg en ondersteuning verleend door de woonzorgvoorziening zelf of in samenwerking met andere zorg- en welzijnsactoren passend wordt afgestemd op de evoluerende zorg- en ondersteuningsvraag van de gebruiker en het zorg- en ondersteuningstraject per gebruiker kan worden opgevolgd en bijgestuurd, waar nodig; | 3 | 1° over de noodzakelijke informatie te beschikken die nodig is voor de zorg en ondersteuning aan de gebruiker, zodat de zorg en ondersteuning verleend door de woonzorgvoorziening zelf of in samenwerking met andere zorg- en welzijnsactoren passend wordt afgestemd op de evoluerende zorg- en ondersteuningsnood van de gebruiker en het zorg- en ondersteuningstraject per gebruiker kan worden opgevolgd en bijgestuurd, waar nodig; |
| 4 | 2° aan de Vlaamse overheid gegevens te bezorgen om haar in staat te stellen de woonzorg passend te financieren en haar woonzorgbeleid af te stemmen op de evoluerende maatschappelijke behoeften en de kwaliteit van de geboden woonzorg te monitoren conform het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. Die gegevens zijn, waar mogelijk, geanonimiseerd; | 4 | 2° aan de Vlaamse overheid gegevens te bezorgen om haar in staat te stellen de woonzorg passend te financieren en haar woonzorgbeleid af te stemmen op de evoluerende maatschappelijke behoeften en de kwaliteit van de geboden woonzorg te monitoren conform het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen. Die gegevens zijn, waar mogelijk, geanonimiseerd; |
| 5 | 3° over de noodzakelijke informatie over de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders te beschikken die noodzakelijk is om een kwaliteitsvol zorg- en ondersteuningsaanbod te kunnen garanderen en waar nodig bijzondere maatregelen te kunnen treffen. | 5 | 3° over de noodzakelijke informatie over de bekwaamheid en integriteit van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders te beschikken die noodzakelijk is om een kwaliteitsvol zorg- en ondersteuningsaanbod te kunnen garanderen en waar nodig bijzondere maatregelen te kunnen treffen. |
| 17 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming, de lijst van gegevens, vermeld in het eerste lid, inclusief de gezondheidsgegevens, vermeld in artikel 4, 15), van voormelde verordening, nader preciseren. | 17 | De Vlaamse Regering kan, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming, de lijst van gegevens, vermeld in het eerste lid, inclusief de gezondheidsgegevens, vermeld in artikel 4, 15), van voormelde verordening, nader preciseren. |
| 18 | De persoonsgegevens van de gebruiker, vermeld in het eerste lid, worden minimaal tot twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker bewaard en mogen maximaal tot vijf jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker worden bewaard. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. | 18 | De persoonsgegevens van de gebruiker, vermeld in het eerste lid, worden minimaal tot twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker bewaard en mogen maximaal tot vijf jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de betrokken gebruiker worden bewaard. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. |
| 19 | De persoonsgegevens van de personeelsleden, de vrijwilligers, de verenigingswerkers en de bestuurders worden bewaard tot tien jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract, het bestuursmandaat of het verenigings- of vrijwilligerswerk. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. | 19 | De persoonsgegevens van de personeelsleden, de vrijwilligers, de verenigingswerkers en de bestuurders worden bewaard tot tien jaar na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst, het ondernemingscontract, het bestuursmandaat of het verenigings- of vrijwilligerswerk. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard |
| 20 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming: | 20 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, vermeld in artikel 4, 21), van de algemene verordening gegevensbescherming: |
| 21 | 1° de regels voor en de wijze van verwerking van de gegevens; | 21 | 1° de regels voor en de wijze van verwerking van de gegevens; |
| 22 | 2° ... | 22 | 2° ...; |
| 23 | 3° ... | 23 | 3° ...; |
| 24 | 4° de vorm waarin en de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld. | 24 | 4° de vorm waarin en de wijze waarop gegevens worden uitgewisseld. |
| 25 | §5. Om woonzorgvoorzieningen en verenigingen te vergunnen, te erkennen en te subsidiëren binnen de programmatie en voor het toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de handhaving ervan, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders verwerkt door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | 25 | §5. Om woonzorgvoorzieningen en verenigingen te vergunnen, te erkennen en te subsidiëren binnen de programmatie en voor het toezicht op de erkenningsvoorwaarden en de handhaving ervan, worden persoonsgegevens van de gebruiker, inclusief gegevens over gezondheid als vermeld in artikel 4, 15), van de algemene verordening gegevensbescherming, en de persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders verwerkt door het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
| 26 | In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de gebruiker: | 26 | In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de gebruiker: |
| 27 | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, inclusief het Rijksregisternummer of bis-nummer; | 27 | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de betrokken gebruiker, inclusief het Rijksregisternummer of bis-nummer; |
| 34 | 8° de plaats waar de zorg en ondersteuning wordt verleend door de woonzorgvoorziening. | 34 | 8° de plaats waar de zorg en ondersteuning wordt verleend door de woonzorgvoorziening. |
| 35 | In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders: | 35 | In het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, verwerkt het voormelde Departement Zorg de volgende persoonsgegevens van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders: |
| 36 | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, inclusief het Rijks- registernummer of het bis-nummer; | 36 | 1° de persoonsgegevens met het oog op de identificatie van de personeelsleden, vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, inclusief het Rijksregisternummer of het bis-nummer; |
| 37 | 2° de geboortedatum; | 37 | 2° de geboortedatum; |
| 38 | 3° het geslacht; | 38 | 3° het geslacht; |
| 46 | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de gebruiker door een woonzorgvoorziening of vereniging. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. | 46 | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard tot maximaal twee jaar na het beëindigen van de zorg en ondersteuning aan de gebruiker door een woonzorgvoorziening of vereniging. Die persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. |
| 47 | De persoonsgegevens van de personeelsleden, vermeld in het derde lid, worden minimaal twee jaar en maximaal vijftig jaar bewaard. De persoonsgegevens van de vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, vermeld in het derde lid, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na het einde van de activiteit als vrijwilliger, verenigingswerker of bestuurder en ten hoogste voor een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. | 47 | De persoonsgegevens van de personeelsleden, vermeld in het derde lid, worden minimaal twee jaar en maximaal vijftig jaar bewaard. De persoonsgegevens van de vrijwilligers, verenigingswerkers en bestuurders, vermeld in het derde lid, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na het einde van de activiteit als vrijwilliger, verenigingswerker of bestuurder en ten hoogste voor een termijn van vijftig jaar. De persoonsgegevens kunnen op elektronische wijze worden bewaard. |
| 48 | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, kunnen worden overgemaakt aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de opdrachten en taken van dat agentschap bepaald in of ter uit- voering van het voornoemde decreet van 18 mei 2018. | 48 | De persoonsgegevens, vermeld in het tweede en derde lid, kunnen worden overgemaakt aan het Agentschap voor Vlaamse Sociale Bescherming, vermeld in artikel 9 van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming, voor zover die gegevens noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de opdrachten en taken van dat agentschap bepaald in of ter uitvoering van het voornoemde decreet van 18 mei 2018. |
| 49 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, al de volgende elementen: | 49 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, vermeld in artikel 10/1 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer, al de volgende elementen: |
| 50 | 1° de regels voor de wijze van verwerking van de gegevens; | 50 | 1° de regels voor de wijze van verwerking van de gegevens; |
| 1 | De geestelijke gezondheidsnetwerken hebben de volgende opdrachten: | ||
| 2 | 1° de toeleiding naar individugerichte zorg en populatiegerichte acties organiseren, maximaal rekening houdend met de eigen regie van de gebruiker, vermeld in artikel 4, 2°, b). Dat houdt in dat het geestelijke gezondheidsnetwerk een of meer aanspreekpunten aanwijst of organiseert waar de gebruiker en zijn context terechtkunnen voor objectieve en transparante informatie in verband met passende zorg en de toegang daarnaartoe, en waar personen met geestelijke gezondheidsbehoeften terechtkunnen voor objectieve en transparante informatie over populatiegerichte acties en de toegang daarnaartoe; | ||
| 3 | 2° de functies en de programma's faciliteren en optimaliseren; | ||
| 4 | 3° een zorgstrategisch plan opmaken. Het zorgstrategisch plan van een geestelijke gezondheidsnetwerk stemt het geestelijke gezondheidsaanbod, uitgevoerd door de netwerkpartners van het geestelijke gezondheidsnetwerk, af op de psychische en andere zorgnoden en de geestelijke gezondheidsbehoeften van de deelpopulatie waarop het geestelijke gezondheidsnetwerk zich richt. De individugerichte zorg wordt georganiseerd op de zorgniveaus, vermeld in artikel 9, en de populatiegerichte acties. Dat zorgstrategische plan is geïntegreerd in een breder geheel van planning, bepaald door de Vlaamse Regering; | ||
| 5 | 4° de integrale en continue zorg en ondersteuning faciliteren en optimaliseren door: | ||
| 6 | a) transparante afspraken op te stellen over de verwijzing van de individuele gebruiker en zijn context op elk mogelijk moment van het zorgtraject van de gebruiker, maximaal rekening houdend met de eigen regie van de gebruiker, vermeld in artikel 4, 2°, b); | ||
| 7 | b) het inzetten van de zorgcoördinator en het gebruik van casemanagement op het niveau van de individuele gebruiker met ernstige en langdurige psychische zorgnoden en zijn context te stimuleren. | ||
| 8 | In het eerste lid, 4°, b), wordt het volgende verstaan onder: | ||
| 9 | 1° zorgcoördinator: het aanspreekpunt van een zorg- en ondersteuningsteam dat als lid van het zorg- en ondersteuningsteam de taak op zich neemt om het overzicht te behouden en ervoor te zorgen dat het geestelijke gezondheidsaanbod, vastgelegd op basis van de psychische zorgnoden van de gebruiker, afgestemd, opgevolgd en geëvalueerd wordt; | ||
| 10 | 2° casemanagement: de grondige analyse en evaluatie van de zorg- en ondersteuningsnood of het zorg- en ondersteuningsproces, opgebouwd en uitgevoerd door het zorg- en ondersteuningsteam, om tot een duidelijke probleemstelling te komen, en de oplossingsgerichte procesbegeleiding en zorgafstemming die daaraan verbonden worden. | ||
| 11 | De Vlaamse Regering kan de opdrachten, vermeld in het eerste lid, verder uitwerken en bijkomende opdrachten bepalen. | ||
| 12 | De Vlaamse Regering kan, binnen de beschikbare begrotingskredieten, subsidies verlenen aan de overeenkomstig artikel 10 erkende geestelijke gezondheidsnetwerken voor de uitvoering van haar opdrachten. In voorkomend geval bepaalt ze de subsidievoorwaarden, het subsidiebedrag, de procedure voor de toekenning en de wijze waarop het gebruik van de subsidie moet worden verantwoord. |
| 2 | De sociale kaart is het overzicht van de actieve zorgaanbieders en bevat hun identificatiegegevens, contactgegevens en werkingsgegevens. | 2 | De sociale kaart is het overzicht van de actieve zorgaanbieders en bevat hun identificatiegegevens, contactgegevens en werkingsgegevens. |
| 3 | Onder zorgaanbieder wordt in dit decreet verstaan: | 3 | Onder zorgaanbieder wordt in dit decreet verstaan: |
| 4 | 1° een persoon, dienst of organisatie die als zorg- of welzijnsactor professioneel zorg of ondersteuning verleent aan personen met een zorg- en ondersteuningsvraag, inclusief de personen, diensten of organisaties met een gespecialiseerd zorg- en ondersteuningsaanbod. Gezondheidverstrekkers die niet door de overheid erkend zijn of aanbieder zijn van niet door de ziekteverzekering terugbetaalde (alternatieve) geneeswijzen worden niet opgenomen in de sociale kaart, met uitzondering van diegenen die een positieve opportuniteitsbeoordeling krijgen van de dienst, vermeld in artikel 3; | 4 | 1° een persoon, dienst of organisatie die als zorg- of welzijnsactor professioneel zorg of ondersteuning verleent aan personen met een zorg- en ondersteuningsnood, inclusief de personen, diensten of organisaties met een gespecialiseerd zorg- en ondersteuningsaanbod. Gezondheidverstrekkers die niet door de overheid erkend zijn of aanbieder zijn van niet door de ziekteverzekering terugbetaalde (alternatieve) geneeswijzen worden niet opgenomen in de sociale kaart, met uitzondering van diegenen die een positieve opportuniteitsbeoordeling krijgen van de dienst, vermeld in artikel 3; |
| 5 | 2° een andere persoon, dienst of organisatie die zorg of ondersteuning biedt, waarvan de dienst, vermeld in artikel 3, van oordeel is dat hij moet opgenomen worden in de sociale kaart. | 5 | 2° een andere persoon, dienst of organisatie die zorg of ondersteuning biedt, waarvan de dienst, vermeld in artikel 3, van oordeel is dat hij moet opgenomen worden in de sociale kaart. |
| 6 | De Vlaamse Regering kan aanvullende voorwaarden bepalen waaraan een zorgaanbieder moet voldoen om te kunnen worden opgenomen in de sociale kaart. | 6 | De Vlaamse Regering kan aanvullende voorwaarden bepalen waaraan een zorgaanbieder moet voldoen om te kunnen worden opgenomen in de sociale kaart. |