§ flandrepo
13 regels · van kracht sinds 14 aug 2026
1De hierna volgende misdrijven worden bestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot vijf jaar en met een geldboete van 26 euro tot 400.000 euro of met een van deze straffen alleen :
21° het uitvoeren van de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1 en artikel 4.2.15, hetzij zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning, verkavelingsvergunning, omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, hetzij in strijd met de betreffende vergunning, of het verder uitvoeren van de handelingen, vermeld in artikel 4.2.1 en artikel 4.2.15, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de betreffende vergunning, hetzij in geval van schorsing van de betreffende vergunning;
32° het uitvoeren van de handelingen in strijd met een ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in titel II, hoofdstuk II, of met de stedenbouwkundige en verkavelingsverordeningen, vermeld in artikel 2.3.1 tot en met 2.3.3, tenzij de uitgevoerde handelingen vergund zijn of tenzij het gaat om de handelingen, vermeld in artikel 6.2.2, 6° ;
43° het verder uitvoeren van handelingen in strijd met een niet-vervallen en niet-opgeheven bevel tot staken dat regelmatig is gegeven conform deze titel vóór de datum van de inwerkingtreding van artikel 63 van het decreet van 26 april 2024 tot wijziging van diverse decreten, wat betreft de implementatie van het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023;
54° het na 1 mei 2000 plegen van een schending, op welke wijze ook, van de plannen van aanleg en verordeningen die tot stand zijn gekomen volgens de bepalingen van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, en die van kracht blijven zolang en in de mate dat ze niet vervangen worden door nieuwe voorschriften, uitgevaardigd krachtens deze codex, tenzij de uitgevoerde werken, handelingen of wijzigingen vergund zijn of tenzij het gaat om de handelingen, vermeld in artikel 6.2.2, 6° ;
65° het uitvoeren van handelingen die een schending zijn op de bouw- en verkavelingsvergunningen die zijn verleend krachtens het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996;
76° het uitvoeren van handelingen in een conform artikel 5.6.8 aangeduid watergevoelig openruimtegebied die:
8a) of niet zijn toegelaten in artikel 5.6.8, § 3, tenzij deze handelingen vergund of vergund geacht zijn en, voor zover het gebied niet opgeheven wordt met toepassing van artikel 5.6.8, § 7;
9b) of die de voorwaarden die door de Vlaamse Regering worden verbonden aan de schrapping vermeld in artikel 5.6.8, § 7, derde lid schenden, tenzij deze handelingen vergund of vergund geacht zijn;
106°/1 het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen als vermeld in artikel 6, §1, van het decreet van 3 juli 2026 over afwijkingen op de omgevings-vergunningsplicht, omgevingsmelding en andere toelatingen in geval van een defensiegerelateerde uitzonderingssituatie, als dit gebeurt zonder voorafgaande toelatingsbeslissing als vermeld in artikel 7, §2, eerste lid, van dat decreet, tenzij de handelingen vergund zijn of er een meldingsakte voor is verkregen, of in strijd is met de toelatingsbeslissing, hetzij het verder uitvoeren van die handelingen in het geval dat de toelatingsbeslissing niet wordt bekrachtigd bij decreet, ze geen uitwerking meer heeft als vermeld in artikel 8, eerste lid, van dat decreet, of ze geschorst of vernietigd is, en ook als de maatregelen die in de toelatingsbeslissing zijn opgelegd als vermeld in artikel 7, §2, tweede lid, van dat decreet, niet worden uitgevoerd, hetzij het niet tijdig verwijderen of ongedaan maken van wat is vermeld in artikel 8, tweede lid, van dat decreet, voor zover dit betrekking heeft op de stedenbouwkundige handelingen en hun gevolgen, hetzij het verder in stand houden ervan zonder de vereiste omgevingsvergunning of meldingsakte na afloop van het laatste jaar, vermeld in artikel 8, tweede lid, van dat decreet;
117° het als eigenaar toestaan of aanvaarden dat een van de misdrijven, vermeld in punt 1° tot en met 6°/1, worden gepleegd.
12De minimumstraffen zijn echter een gevangenisstraf van vijftien dagen en een geldboete van 2000 euro, of een van die straffen alleen, als de misdrijven, vermeld in het eerste lid, gepleegd worden door instrumenterende ambtenaren, vastgoedmakelaars en andere personen die in de uitoefening van hun beroep of activiteit onroerende goederen kopen, verkavelen, te koop of te huur zetten, verkopen of verhuren, bouwen of vaste of verplaatsbare inrichtingen ontwerpen en/of opstellen of personen die bij die verrichtingen als tussenpersonen optreden, bij de uitoefening van hun beroep.
13De misdrijven, vermeld in het eerste lid, die bestuurlijk worden vervolgd, worden gesanctioneerd met een alternatieve bestuurlijke geldboete van 50 euro tot 2.000.000 euro.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd