§ flandrepo
12 regels · van kracht sinds 8 apr 2020
1§ 1. Gedurende de periode van de civiele noodsituatie die bepaald is met toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid, 1° of 2°, van het decreet van 20 maart 2020, geeft het Vlaamse Gewest een forfaitaire vergoeding aan elke natuurlijke persoon die zijn hoofdverblijfplaats heeft in het Vlaamse Gewest en die zich bevindt in een toestand van vergoede tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of om economische redenen, conform het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering. Die vergoeding dient om de volgende kosten gedurende de eerste maand van die tijdelijke werkloosheid te dekken:
21° de verwarmingskosten;
32° de elektriciteitskosten;
43° de integrale waterfactuur.
5Onder de verwarmingskosten, vermeld in het eerste lid, worden de kosten verstaan voor de verwarming op basis van onder meer aardgas, stookolie of elektriciteit.
6De forfaitaire vergoeding, vermeld in het eerste lid, bedraagt in totaal 202,68 euro. Dat bedrag is als volgt samengesteld:
71° een vergoeding voor verwarmingskosten ten belope van 95,05 euro;
82° een vergoeding voor elektriciteitskosten ten belope van 76,86 euro;
93° een vergoeding voor de integrale waterfactuur ten belope van 30,77 euro.
10§ 2. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, afgekort RVA, bezorgt gedurende de periode, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, aan het Departement Financiën en Begroting een bestand met de gegevens van de natuurlijke personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in het Vlaamse Gewest en die zich bevinden in een toestand van vergoede tijdelijke werkloosheid wegens overmacht of om economische redenen, conform het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering. De RVA bezorgt vervolgens maandelijks een bestand met de gegevens van de nieuwe natuurlijke personen die hun hoofdverblijfplaats hebben in het Vlaamse Gewest en die zich gedurende de periode, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op basis van de voormelde procedures in die toestand bevinden. Die bestanden bevatten alle gegevens die nodig zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden van dit decreet en worden ter beschikking gesteld via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, vermeld in de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Voor de verwezenlijking van de doeleinden van dit decreet zal de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid zo nodig de bestanden verrijken met extra persoonsgegevens uit andere bronnen. Daarnaast bezorgt de RVA, via de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, na verificatie een geüpdatete lijst van de natuurlijke personen die hun hoofdverblijfplaats in het Vlaamse Gewest hebben en die zich in de toestand, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, bevinden.
11§ 3. Het Departement Financiën en Begroting betaalt de vergoedingen, vermeld in paragraaf 1, uit aan elke natuurlijke persoon, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Het doet dat op basis van de gegevens van de RVA, vermeld in paragraaf 2, uiterlijk veertien dagen na de ontvangst van die gegevens.
12Een natuurlijk persoon als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan de vergoeding, vermeld in paragraaf 1, maar één keer ontvangen.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd