| 1 | Bij het openvallen van het ambt van directeur start het Vlaams Parlement zo spoedig mogelijk de selectieprocedure met het oog op de benoeming van een nieuwe directeur. |
| 2 | Wanneer het mandaat van de directeur verstrijkt, en er is nog geen opvolger benoemd, of de opvolger heeft zijn ambt nog niet effectief opgenomen, blijft de directeur zijn ambt uitoefenen tot de opvolger zijn ambt effectief opneemt, in voorkomend geval in afwijking van artikel 9, § 2, tweede lid. |
| 3 | In de gevallen bedoeld in artikel 9quater, of in geval van overlijden van de directeur, kan het Vlaams Parlement één van de personeelsleden van het Vredesinstituut dat beantwoordt aan de voorwaarden, bepaald in artikel 9, § 3, 1°, 2°, 3° en 4°, tot directeur ad interim aanwijzen. Die regeling geldt ook ingeval de directeur wegens ziekte gedurende ten minste twee opeenvolgende maanden afwezig is, of wanneer vaststaat dat hij wegens ziekte gedurende ten minste twee opeenvolgende maanden afwezig zal zijn. De aanwijzing van een directeur ad interim gebeurt op voordracht van de raad van bestuur, na vergelijking van de titels en de verdiensten van de kandidaten. |
| 4 | De directeur ad interim geniet voor de duur van zijn aanstelling een toelage die gelijk is aan het verschil tussen het salaris van de directeur en zijn salaris als personeelslid van het Vredesinstituut. Die tijdelijke toelage komt niet in aanmerking voor de berekening van het vakantiegeld en de eindejaarstoelage. (ing. decr. 15 juli 2005, art.31, I : 19 september 2005) ] |