Tot wijziging van diverse decreten naar aanleiding van de samenvoeging van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie, het beleidsdomein Werk en Sociale Economie en het beleidsdomein Landbouw en Visserij en de samenvoeging van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie en het Departement Werk en Sociale Economie #850
Gemerged Vlaamse Regering voegde 45 artikels samen in decreet-1997-02-25decreet-2001-12-21decreet-houdende-sociaalrechtelijk-toezicht · 13 mei 2026 Alle checks geslaagd
53 artikels gewijzigd
| 1 | § 1. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget bedoeld in artikel 76 onder meer administratief, meester-, vak- en dienstpersoneel, opvoedend hulppersoneel en per-soneel voor specifieke opdrachten aanwerven. | 1 | § 1. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget bedoeld in artikel 76 onder meer administratief, meester-, vak- en dienstpersoneel, opvoedend hulppersoneel en per-soneel voor specifieke opdrachten aanwerven. |
| 2 | Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. | 2 | Deze personeelsleden vallen onder de toepassing van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. |
| 3 | § 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76 of artikel 87quinquies, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werken Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. | 3 | § 2. Het schoolbestuur kan ten laste van het werkingsbudget, vermeld in artikel 76 of artikel 87quinquies, ten laste van de Vlaamse ondersteuningspremie uitgekeerd door de VDAB, ten laste van een premie of premies in het kader van maatwerk bij individuele inschakeling uitgekeerd door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, ten laste van subsidies die het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, vermeld in artikel 7 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken of ten laste van subsidies die de Stichting Leerpunt toekent om de kwaliteit van onderwijs te versterken, personeel aanwerven. In het gemeenschapsonderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs, met uitzondering van het statutaire meesters-, vak- en dienstpersoneel. In het gesubsidieerd onderwijs kan een schoolbestuur voormeld principe aanwenden voor de personeelscategorieën van toepassing in het basisonderwijs vermeld in artikel 4, § 1, a), van het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs. |
| 4 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. | 4 | De betrekking die met deze middelen wordt ingericht kan niet worden vacant verklaard en het schoolbestuur kan in geen geval een personeelslid vast benoemen, affecteren of muteren in deze betrekking. |
| 5 | Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. | 5 | Het personeelslid dat door een schoolbestuur in het gemeenschapsonderwijs wordt aangeworven, wordt altijd als tijdelijk personeelslid aangesteld. Het decreet van 27 maart 1991 rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs is op hem van toepassing. |
| 26 | Als in de loop van de termijn een mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan. In voorkomend geval wordt het mandaat van al de zittende leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen van rechtswege verlengd tot wanneer de Vlaamse Regering bij het verstrijken van de termijn de leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen heeft aangesteld. | 26 | Als in de loop van de termijn een mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan. In voorkomend geval wordt het mandaat van al de zittende leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen van rechtswege verlengd tot wanneer de Vlaamse Regering bij het verstrijken van de termijn de leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen heeft aangesteld. |
| 27 | De uittredende leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen zijn herbenoembaar. | 27 | De uittredende leden van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen zijn herbenoembaar. |
| 28 | De secretaris-generaal van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, en de secretaris-generaal van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie wonen de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen bij met raadgevende stem. | 28 | De secretaris-generaal van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, en de secretaris-generaal van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wonen de vergaderingen van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen bij met raadgevende stem. |
| 29 | § 4. Onder voorbehoud van eventuele andere onverenigbaarheden is het mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen onverenigbaar met : | 29 | § 4. Onder voorbehoud van eventuele andere onverenigbaarheden is het mandaat van lid van het beslissingscomité bij het Fonds voor Innoveren en Ondernemen onverenigbaar met : |
| 30 | 1° een mandaat in het europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement; | 30 | 1° een mandaat in het europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement; |
| 59 | 58° het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen; | 59 | 58° het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen; |
| 60 | 59° ... | 60 | 59° ... |
| 61 | 60° de opleidingscheques voor werknemers, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werken Sociale Economie; | 61 | 60° de opleidingscheques voor werknemers, vermeld in artikel 2 van het decreet van 22 maart 2019 betreffende de opleidingscheques voor werknemers, de invoering van een registratieverplichting voor sportmakelaars en tot wijziging van diverse andere bepalingen inzake het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie; |
| 62 | 61° het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen; | 62 | 61° het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen; |
| 63 | 62° het decreet van 25 maart 2022 tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs; | 63 | 62° het decreet van 25 maart 2022 tot regeling van bepaalde aspecten van duale opleidingen in het volwassenenonderwijs; |
| 20 | 8° openbare en meewerkende instellingen: de instellingen die belast zijn met en erkend zijn om mee te werken aan de toepassing van de regelgeving bedoeld in artikel 2; | 20 | 8° openbare en meewerkende instellingen: de instellingen die belast zijn met en erkend zijn om mee te werken aan de toepassing van de regelgeving bedoeld in artikel 2; |
| 21 | 9° werkplaatsen: alle plaatsen waar werkzaamheden verricht worden die aan het toezicht van de sociaalrechtelijke inspec-teurs onderworpen zijn of waar personen tewerkgesteld zijn die onderworpen zijn aan de bepalingen van de regelgeving waarop de sociaalrechtelijke inspecteurs toezicht uitoefenen. Zij omvatten onder meer de ondernemingen, gedeelten van ondernemingen, inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, gebouwen, lokalen, plaatsen gelegen binnen het gebied van de ondernemingen, werven en werken buiten de ondernemingen. Daaronder wordt eveneens verstaan de plaatsen waar documenten worden bijgehouden met betrekking tot de gereglementeerde activiteiten; | 21 | 9° werkplaatsen: alle plaatsen waar werkzaamheden verricht worden die aan het toezicht van de sociaalrechtelijke inspec-teurs onderworpen zijn of waar personen tewerkgesteld zijn die onderworpen zijn aan de bepalingen van de regelgeving waarop de sociaalrechtelijke inspecteurs toezicht uitoefenen. Zij omvatten onder meer de ondernemingen, gedeelten van ondernemingen, inrichtingen, gedeelten van inrichtingen, gebouwen, lokalen, plaatsen gelegen binnen het gebied van de ondernemingen, werven en werken buiten de ondernemingen. Daaronder wordt eveneens verstaan de plaatsen waar documenten worden bijgehouden met betrekking tot de gereglementeerde activiteiten; |
| 22 | 10° sociaalrechtelijke inspecteurs : de beëdigde ambtenaren van de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie; | 22 | 10° sociaalrechtelijke inspecteurs : de beëdigde ambtenaren van de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie; |
| 23 | 11° Internationaal Verdrag nr. 81: het Internationaal Verdrag nr. 81 betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel, aangenomen te Genève op 11 juli 1947, goedgekeurd bij de wet van 29 maart 1957; | 23 | 11° Internationaal Verdrag nr. 81: het Internationaal Verdrag nr. 81 betreffende de arbeidsinspectie in de industrie en de handel, aangenomen te Genève op 11 juli 1947, goedgekeurd bij de wet van 29 maart 1957; |
| 24 | 12° informatiedragers : eender welke informatiedragers in welke vorm ook, zoals boeken, registers, documenten, numerieke of digitale informatiedragers, schijven, banden, met inbegrip van die welke bereikt kunnen worden door een informaticasysteem of door een ander apparaat. | 24 | 12° informatiedragers : eender welke informatiedragers in welke vorm ook, zoals boeken, registers, documenten, numerieke of digitale informatiedragers, schijven, banden, met inbegrip van die welke bereikt kunnen worden door een informaticasysteem of door een ander apparaat. |
| 5 | § 4. De sociaal rechtelijke inspecteurs kunnen met de inspecties van de andere gewesten en gemeenschappen, van de federale overheid en van de andere lid-Staten van de Internationale Arbeidsorganisatie, waar het Internationaal Verdrag nr. 81 gelding heeft, alle informatie uitwisselen die nuttig is voor de uitoefening van het toezicht waarmee ze belast zijn. | 5 | § 4. De sociaal rechtelijke inspecteurs kunnen met de inspecties van de andere gewesten en gemeenschappen, van de federale overheid en van de andere lid-Staten van de Internationale Arbeidsorganisatie, waar het Internationaal Verdrag nr. 81 gelding heeft, alle informatie uitwisselen die nuttig is voor de uitoefening van het toezicht waarmee ze belast zijn. |
| 6 | Van de informatie die van de arbeidsinspectie van de andere gewesten en gemeenschappen, van de federale overheid en van de andere lidstaten wordt verkregen, wordt op dezelfde wijze gebruik gemaakt als van de gelijkaardige inlichtingen die de sociaalrechtelijke inspecteurs rechtstreeks inzamelen. De informatie ten behoeve van de arbeidsinspecties van die lid-Staten wordt eveneens op dezelfde wijze ingezameld door de sociaalrechtelijke inspecteurs als de gelijkaardige in-formatie die zij inzamelen voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee zij zelf belast zijn. | 6 | Van de informatie die van de arbeidsinspectie van de andere gewesten en gemeenschappen, van de federale overheid en van de andere lidstaten wordt verkregen, wordt op dezelfde wijze gebruik gemaakt als van de gelijkaardige inlichtingen die de sociaalrechtelijke inspecteurs rechtstreeks inzamelen. De informatie ten behoeve van de arbeidsinspecties van die lid-Staten wordt eveneens op dezelfde wijze ingezameld door de sociaalrechtelijke inspecteurs als de gelijkaardige in-formatie die zij inzamelen voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee zij zelf belast zijn. |
| 7 | De afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie waaronder de sociaalrechtelijke inspecteurs ressorteren kan eveneens, ter uitvoering van een akkoord dat met de bevoegde autoriteiten van een ander gewest of andere gemeenschap of lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie wordt gesloten, op het grondgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap de aanwezigheid toestaan van ambtenaren van de arbeidsinspectie van dat gewest of die gemeenschap of die lidstaat om alle informatie te verzamelen die van nut kan zijn voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee deze laatsten belast zijn. | 7 | De afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie waaronder de sociaalrechtelijke inspecteurs ressorteren kan eveneens, ter uitvoering van een akkoord dat met de bevoegde autoriteiten van een ander gewest of andere gemeenschap of lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie wordt gesloten, op het grondgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap de aanwezigheid toestaan van ambtenaren van de arbeidsinspectie van dat gewest of die gemeenschap of die lidstaat om alle informatie te verzamelen die van nut kan zijn voor de uitoefening van de controle en het toezicht waarmee deze laatsten belast zijn. |
| 8 | De informatie die door een sociaalrechtelijke inspecteur binnen het territoriale bevoegdheidsgebied van een andere gemeenschap of een ander gewest of in het buitenland werd ingezameld in het kader van een akkoord dat met een ander gewest, een andere gemeenschap, de federale overheid of met een lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie is gesloten, kan in dezelfde omstandigheden worden gebruikt als de informatie die op het territoriale bevoegdheidsgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, door de sociaalrechtelijke inspecteurs wordt ingezameld. | 8 | De informatie die door een sociaalrechtelijke inspecteur binnen het territoriale bevoegdheidsgebied van een andere gemeenschap of een ander gewest of in het buitenland werd ingezameld in het kader van een akkoord dat met een ander gewest, een andere gemeenschap, de federale overheid of met een lid-Staat van de Internationale Arbeidsorganisatie is gesloten, kan in dezelfde omstandigheden worden gebruikt als de informatie die op het territoriale bevoegdheidsgebied van, al naargelang het geval, het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, door de sociaalrechtelijke inspecteurs wordt ingezameld. |
| 1 | Overeenkomstig artikel 19 van het Internationaal Verdrag nr. 81 stelt de Vlaamse regering door middel van een besluit de wijze en de periodiciteit vast van de rapportering door de plaatselijke inspectiebureaus. Onverminderd de regels van het geheim van het gerechtelijk onderzoek, publiceert de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werken Sociale Economie voor 30 juni van elk jaar, een algemeen jaarverslag met betrekking tot haar werkzaamheden. Deze publicatie gebeurt hetzij op papier hetzij via elektronische wijze (internet). Het jaarverslag zal minstens over de volgende onderwerpen handelen: | 1 | Overeenkomstig artikel 19 van het Internationaal Verdrag nr. 81 stelt de Vlaamse regering door middel van een besluit de wijze en de periodiciteit vast van de rapportering door de plaatselijke inspectiebureaus. Onverminderd de regels van het geheim van het gerechtelijk onderzoek, publiceert de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie voor 30 juni van elk jaar, een algemeen jaarverslag met betrekking tot haar werkzaamheden. Deze publicatie gebeurt hetzij op papier hetzij via elektronische wijze (internet). Het jaarverslag zal minstens over de volgende onderwerpen handelen: |
| 2 | a) wetten en reglementen die van toepassing zijn op en relevant zijn voor de werking van de sociaalrechtelijke inspectie; | 2 | a) wetten en reglementen die van toepassing zijn op en relevant zijn voor de werking van de sociaalrechtelijke inspectie; |
| 3 | b) de bezetting van de sociaalrechtelijk inspectie; | 3 | b) de bezetting van de sociaalrechtelijk inspectie; |
| 1 | Met behoud van de toepassing van de geldende decretale en reglementaire bepalingen over het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van het toezicht op de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering, vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 6, en de uitvoeringsbesluiten van dit decreet, uitgeoefend door het Departement Werken Sociale Economie. | 1 | Met behoud van de toepassing van de geldende decretale en reglementaire bepalingen over het toezicht in het onderwijs, met inbegrip van het toezicht op de leertijd door de onderwijsinspectie en de bevoegde onderwijsadministratie, wordt het toezicht op de uitvoering, vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 6, en de uitvoeringsbesluiten van dit decreet, uitgeoefend door het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. |
| 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten en verdere regels van het toezicht en de kwaliteit. | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de verdere modaliteiten en verdere regels van het toezicht en de kwaliteit. |
| 2 | De in het eerste lid vermelde organisaties kunnen met elkaar akkoorden sluiten, alsmede aanbevelingen doen aan sectoren en ondernemingen betreffende de aangelegenheden bedoeld in artikel 11, § 1. | 2 | De in het eerste lid vermelde organisaties kunnen met elkaar akkoorden sluiten, alsmede aanbevelingen doen aan sectoren en ondernemingen betreffende de aangelegenheden bedoeld in artikel 11, § 1. |
| 3 | Het staat de in het eerste lid vermelde organisaties vrij om de in het tweede lid bedoelde akkoorden al dan niet ter bekrachtiging aan de Vlaamse regering voor te leggen. | 3 | Het staat de in het eerste lid vermelde organisaties vrij om de in het tweede lid bedoelde akkoorden al dan niet ter bekrachtiging aan de Vlaamse regering voor te leggen. |
| 4 | § 2. Naast de opdracht, vermeld in § 1, functioneert de Raad tevens als de strategische adviesraad voor de beleidsdomeinen Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, Werk en Sociale Economie, voor het gedeelte Economie van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie, en voor het beleidsveld Energie van het beleidsdomein Omgeving. | 4 | § 2. Naast de opdracht, vermeld in § 1, functioneert de Raad tevens als de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, voor het gedeelte Werk, Economie en Sociale Economie van het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie, en voor het beleidsveld Energie van het beleidsdomein Omgeving. |
| 5 | De opdracht van de Raad als strategische adviesraad voor het beleidsveld Energie heeft betrekking op de sociaal-economische dimensie. | 5 | De opdracht van de Raad als strategische adviesraad voor het beleidsveld Energie heeft betrekking op de sociaal-economische dimensie. |
| 6 | § 3. Bij het uitbrengen van zijn studies, standpunten, adviezen en andere documenten vermeldt de Raad telkens de hoedanigheid waarin hij optreedt, te weten hetzij, enerzijds, de hoedanigheid van orgaan van sociaal-economisch overleg als bedoeld in de eerste paragraaf, hetzij, anderzijds, de hoedanigheid van strategische adviesraad als bedoeld in de tweede paragraaf, evenals het artikel van dit decreet waarop zijn optreden is gesteund. | 6 | § 3. Bij het uitbrengen van zijn studies, standpunten, adviezen en andere documenten vermeldt de Raad telkens de hoedanigheid waarin hij optreedt, te weten hetzij, enerzijds, de hoedanigheid van orgaan van sociaal-economisch overleg als bedoeld in de eerste paragraaf, hetzij, anderzijds, de hoedanigheid van strategische adviesraad als bedoeld in de tweede paragraaf, evenals het artikel van dit decreet waarop zijn optreden is gesteund. |
| 1 | § 1. Voor de beleidsvelden "ondersteuning Vlaamse Regering" en "gelijke kansen en integratie en inburgering" van het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, voor het beleidsdomein Werken Sociale Economie, voor het gedeelte Economie van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatieen voor het beleidsveld Energie, geldt de Raad als strategische adviesraad zoals vermeld in artikel III.93 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | 1 | § 1. Voor de beleidsvelden "ondersteuning Vlaamse Regering" en "gelijke kansen en integratie en inburgering" van het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, voor het gedeelte Werk, Economie en Sociale Economie van het beleidsdomein Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie, Landbouw en Sociale Economie en voor het beleidsveld Energie, geldt de Raad als strategische adviesraad zoals vermeld in artikel III.93 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
| 2 | § 2. In de hoedanigheid, vermeld in § l, vervult de Raad voor de genoemde beleidsdomeinen de volgende opdrachten : | 2 | § 2. In de hoedanigheid, vermeld in § l, vervult de Raad voor de genoemde beleidsdomeinen de volgende opdrachten : |
| 3 | 1° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het beleid; | 3 | 1° uit eigen beweging of op verzoek advies uitbrengen over de hoofdlijnen van het beleid; |
| 4 | 3° minister: De Vlaamse minister bevoegd voor het economisch beleid en de natuurlijke rijkdommen; | 4 | 3° minister: De Vlaamse minister bevoegd voor het economisch beleid en de natuurlijke rijkdommen; |
| 5 | 4° corresponderende provincie: de provincie waarbinnen een Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij werkzaam is waarvan de rechtspersoonlijkheid, conform het bepaalde in artikel 10, zal worden verder gezet in deze van een erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij opgericht en erkend conform het bepaalde in dit decreet; | 5 | 4° corresponderende provincie: de provincie waarbinnen een Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij werkzaam is waarvan de rechtspersoonlijkheid, conform het bepaalde in artikel 10, zal worden verder gezet in deze van een erkende Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij opgericht en erkend conform het bepaalde in dit decreet; |
| 6 | 5° departement: het departement van het ministerie van Economie, Werkgelegenheid en Toerisme binnen het beleidsdomein Economie, Werkgelegenheid en Toerisme, bedoeld in artikel III.1 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | ||
| 6 | 5° departement: het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | ||
| 1 | Het kwaliteitstoezicht op duale opleidingen verloopt conform het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. | 1 | Het kwaliteitstoezicht op duale opleidingen verloopt conform het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. |
| 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt voor duale opleidingen het kwaliteitstoezicht samen uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werken Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op de duale opleiding en de onderwijsinstellingscomponent daarin. Het Departement Werken Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als externe deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werken Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht op de werkplekcomponent binnen de opleiding. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht. De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen. Tussen de onderwijsinspectie en het Departement Werken Sociale Economie wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten. | 2 | Met behoud van de toepassing van het eerste lid wordt voor duale opleidingen het kwaliteitstoezicht samen uitgevoerd door de onderwijsinspectie en het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie. De onderwijsinspectie neemt de coördinerende rol op voor het geheel van het kwaliteitstoezicht op de duale opleiding en de onderwijsinstellingscomponent daarin. Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de doorlichting als externe deskundige, vermeld in artikel 37 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs. Het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie coördineert het kwaliteitstoezicht op de werkplekcomponent binnen de opleiding. De onderwijsinspectie wordt uitgenodigd voor dat toezicht. De Vlaamse Regering kan de verdere modaliteiten van het toezicht bepalen. Tussen de onderwijsinspectie en het Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie wordt een samenwerkingsovereenkomst over de operationalisering van het toezicht gesloten. |
| 3 | In het tweede lid wordt verstaan onder Departement Werken Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie. | 3 | In het tweede lid wordt verstaan onder Departement Werk, Economie, We-tenschap, Innovatie en Sociale Economie: het departement, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrek-king tot de organisatie van de Vlaamse administratie. |
Art. 21. In artikel 128bis/1, eerste lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, vervangen bij het decreet van 7 juli 2017 en gewijzigd bij de decreten van 8 juli 2022, 19 april 2024 en 6 juni 2025, worden de woorden
“Departement Werk en Sociale Economie” vervangen door de zinsnede “Departement Werk, Economie, Wetenschap, Innovatie en Sociale Economie”.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (tekst niet eenduidig gevonden in het genoemde deel). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.