Over het platform voor overlijdensadministratie #300
Gemerged Vlaamse Regering voegde 9 artikels samen in decreet-2004-01-16decreet-2022-12-02 · 29 april 2025 Alle checks geslaagd
9 artikels gewijzigd
| 1 | Iedere gemeente moet over ten minste één begraafplaats beschikken. Meerdere gemeenten kunnen zich evenwel verenigen om over een gemeenschappelijke begraafplaats te beschikken. Het geheel van begraafplaatsen op het grondgebied van een gemeente moet alle vormen van lijkbezorging kunnen aanbieden die bepaald zijn in dit decreet, met uitzondering van de wijze van lijkbezorging, vermeld in artikel 24, §1, 3°. | 1 | Iedere gemeente moet over ten minste één begraafplaats beschikken. Meerdere gemeenten kunnen zich evenwel verenigen om over een gemeenschappelijke begraafplaats te beschikken. Het geheel van begraafplaatsen op het grondgebied van een gemeente moet alle vormen van lijkbezorging kunnen aanbieden die bepaald zijn in dit decreet, met uitzondering van de wijze van lijkbezorging, vermeld in artikel 24, §1, eerste lid, 3°. |
| 2 | Enkel een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband kan een crematorium oprichten en beheren. | 2 | Enkel een gemeente of een intergemeentelijk samenwerkingsverband kan een crematorium oprichten en beheren. |
| 3 | Met behoud van het eerste lid, kan: | 3 | Met behoud van het eerste lid, kan: |
| 1 | § 1. De manieren van lijkbezorging zijn: begraven, verstrooien of bewaren van de as na crematie, of op de wijze en volgens de nadere regels bepaald door de Vlaamse regering. | 1 | § 1. De manieren van lijkbezorging zijn: begraven, verstrooien of bewaren van de as na crematie, of op de wijze en volgens de nadere regels bepaald door de Vlaamse regering. |
| 2 | Elkeen die de leeftijd van zestien jaar bereikt heeft kan tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Die laatste wilsbeschikking kan handelen over de wijze van lijkbezorging, de asbestemming, de bijbegraving, bijzetting van de urne van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie een feitelijk gezin gevormd werd of de gezamenlijke uitstrooiing van de as van beide overledenen het ritueel van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid, het schenken van het stoffelijk overschot aan de wetenschap evenals over de gemeente waar men begraven wil worden of de gemeente waar de as begraven, bijgezet of uitgestrooid moet worden, evenals over de vermelding van het bestaan van een uitvaartcontract. | 2 | Elkeen die de leeftijd van zestien jaar bereikt heeft kan tijdens zijn leven vrijwillig een schriftelijke kennisgeving van zijn laatste wilsbeschikking overmaken aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn gemeente. Die laatste wilsbeschikking kan handelen over de wijze van lijkbezorging, de asbestemming, de bijbegraving, bijzetting van de urne van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie een feitelijk gezin gevormd werd of de gezamenlijke uitstrooiing van de as van beide overledenen het ritueel van de levensbeschouwing voor de uitvaartplechtigheid, het schenken van het stoffelijk overschot aan de wetenschap evenals over de gemeente waar men begraven wil worden of de gemeente waar de as begraven, bijgezet of uitgestrooid moet worden, evenals over de vermelding van het bestaan van een uitvaartcontract. |
| 3 | Degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde kan de laatste wilsbeschikking voorafgaand aan de indiening van de toestemming tot begraven of crematie opvragen bij de burgerlijke stand van de gemeente van de hoofdverblijfplaats van de overledene of van de gemeente waar het overlijden plaatsvond. | ||
| 3 | De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | 4 | De gegevens, vermeld in het tweede lid, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
| 4 | Deze laatste wilsbeschikking wordt gelijkgesteld met de aanvraag van de toestemming tot crematie, vermeld in artikel 15bis, §2, eerste lid, of met de akte, vermeld in artikel 15bis, §2, tweede lid. | 5 | Deze laatste wilsbeschikking wordt gelijkgesteld met de aanvraag van de toestemming tot crematie, vermeld in artikel 15bis, §2, eerste lid, of met de akte, vermeld in artikel 15bis, §2, tweede lid. |
| 5 | Indien het overlijden in een andere gemeente van het Vlaamse Gewest dan die van de hoofdverblijfplaats heeft plaatsgehad of wanneer de overledene de wens heeft uitgedrukt in een andere gemeente dan de gemeente van de hoofdverblijfplaats of van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad, te worden begraven, bijgezet of uitgestrooid , moet de gemeente van de hoofdverblijfplaats zonder verwijl op aanvraag van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad of van de gemeente waar de overledene wenst begraven, bijgezet of uitgestrooid te worden, informatie betreffende de in het tweede lid bedoelde laatste wilsbeschikking bezorgen. | 6 | Als het overlijden in een andere gemeente van het Vlaamse Gewest dan de gemeente van de hoofdverblijfplaats heeft plaatsgehad of als de overledene in een andere gemeente dan de gemeente van de hoofdverblijfplaats of van de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad, begraven, bijgezet of uitgestrooid wilde worden, kan de gemeente waarin het overlijden heeft plaatsgehad of de gemeente waar de overledene begraven, bijgezet of uitgestrooid wilde worden, informatie raadplegen in de laatste wilsbeschikking, vermeld in het tweede lid. |
| 6 | § 2. Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidgrens nog niet hebben bereikt, worden op verzoek van de ouders begraven of gecremeerd. De Vlaamse regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het begraven en cremeren van levenloos geboren kinderen. | 7 | § 2. Levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidgrens nog niet hebben bereikt, worden op verzoek van de ouders begraven of gecremeerd. Degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of zijn gemachtigde geeft het identificatienummer van het Rijksregister van de personen die een verzoek tot het opstellen van een akte van een levenloos geboren kind conform artikel 58, §2, van het oud Burgerlijk Wetboek, kunnen indienen of van de ouders van een overleden kind tot één jaar door aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. De Vlaamse regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot het begraven en cremeren van levenloos geboren kinderen. |
| 1 | § 1. Als het overlijden plaatsvindt in het Vlaamse Gewest , wordt voor de begraving van het stoffelijk overschot een kosteloze toestemming verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand, of door zijn gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest. | 1 | § 1. Als het overlijden in het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad, wordt voor de begraving van het stoffelijk overschot toestemming verleend aan degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde, door de ambtenaar van de burgerlijke stand, of door zijn gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest. De verlening van de voormelde toestemming is kosteloos, met uitzondering van de retributie, vermeld in artikel 21 van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie. |
| 2 | Als voor de begraving van een stoffelijk overschot van een persoon die overleden is in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, van het Franse taalgebied, of van het Duitse taalgebied een machtiging vereist is, wordt met de toestemming tot begraving gelijkgesteld de machtiging die daartoe wordt verleend door de overheid die in dat taalgebied bevoegd is voor het verlenen van een toestemming tot begraving. | 2 | Als voor de begraving van een stoffelijk overschot van een persoon die overleden is in een gemeente van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, van het Franse taalgebied, of van het Duitse taalgebied een machtiging vereist is, wordt met de toestemming tot begraving gelijkgesteld de machtiging die daartoe wordt verleend door de overheid die in dat taalgebied bevoegd is voor het verlenen van een toestemming tot begraving. |
| 3 | Als het overlijden plaatsvindt in het buitenland, wordt de toestemming, vermeld in het eerste lid, verleend door de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar zich ofwel de begraafplaats ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene bevindt. | 3 | Als het overlijden plaatsvindt in het buitenland, wordt de toestemming, vermeld in het eerste lid, verleend door de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar zich ofwel de begraafplaats ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene bevindt. |
| 4 | § 2. Iedere aanvraag tot toestemming wordt ondertekend door degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of door zijn gemachtigde. | ||
| 4 | § 2. Iedere aanvraag van een toestemming tot begraving wordt ingediend door degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of door diens gemachtigde. Degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde gebruikt het identificatienummer van het Rijksregister om de toestemming tot begraven aan te vragen. Degene die bevoegd is om in de lijkbezorging te voorzien of diens gemachtigde bezorgt de aanvraag tot toestemming aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, of diens gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld. | ||
| 5 | De ambtenaar van de burgerlijke stand moet de toestemming weigeren als de overledene in een akte, die voldoet aan de voorwaarden inzake bekwaamheid en gesteld is in de vorm van de akten van uiterste wil, zijn voorkeur voor een andere wijze van lijkbezorging te kennen heeft gegeven, of als hij kennis heeft gekregen van het verzoek, vermeld in paragraaf 3. | 5 | De ambtenaar van de burgerlijke stand moet de toestemming weigeren als de overledene in een akte, die voldoet aan de voorwaarden inzake bekwaamheid en gesteld is in de vorm van de akten van uiterste wil, zijn voorkeur voor een andere wijze van lijkbezorging te kennen heeft gegeven, of als hij kennis heeft gekregen van het verzoek, vermeld in paragraaf 3. |
| 6 | Die toestemming mag niet verleend worden voor een termijn van 24 uur verstreken is, die ingaat met de ontvangst van de aanvraag tot toestemming, behalve in de gevallen die door de politieverordeningen zijn bepaald. | 6 | Die toestemming mag niet verleend worden voor een termijn van 24 uur verstreken is, die ingaat met de ontvangst van de aanvraag tot toestemming, behalve in de gevallen die door de politieverordeningen zijn bepaald. |
| 7 | Als er tekenen of aanwijzingen zijn van een gewelddadige dood of andere omstandigheden die dat laten vermoeden, kan de toestemming tot begraving slechts worden verleend nadat de procureur des Konings heeft laten weten dat hij er zich niet tegen verzet. | 7 | Als er tekenen of aanwijzingen zijn van een gewelddadige dood of andere omstandigheden die dat laten vermoeden, kan de toestemming tot begraving slechts worden verleend nadat de procureur des Konings heeft laten weten dat hij er zich niet tegen verzet. De procureur des Konings kan het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer zoals gekend door de procureur des Konings aan de ambtenaar van de burgerlijke stand bezorgen. De ambtenaar van de burgerlijke stand bezorgt, in voorkomend geval, het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer aan het Departement Zorg, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg. |
| 8 | § 3. Iedere persoon die bij het verlenen of de weigering van de toestemming belang heeft, kan daartoe bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg een verzoek indienen. | 8 | § 3. Iedere persoon die bij het verlenen of de weigering van de toestemming belang heeft, kan daartoe bij de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg een verzoek indienen. |
| 9 | De bevoegde voorzitter is die van de plaats waar de aanvraag om toestemming werd ingediend. Van het verzoek wordt kennis gegeven aan de partijen, die bij het verlenen of de weigering van de toestemming belang hebben, en aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, bij wie de aanvraag tot toestemming werd ingediend. | 9 | De bevoegde voorzitter is die van de plaats waar de aanvraag om toestemming werd ingediend. Van het verzoek wordt kennis gegeven aan de partijen, die bij het verlenen of de weigering van de toestemming belang hebben, en aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, bij wie de aanvraag tot toestemming werd ingediend. |
| 2 | 1° het woord "begraving" gelezen wordt als het woord "crematie"; | 2 | 1° het woord "begraving" gelezen wordt als het woord "crematie"; |
| 3 | 2° de woorden "ofwel de begraafplaats ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene" gelezen worden als de woorden "ofwel de begraafplaats ofwel het crematorium ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene"; | 3 | 2° de woorden "ofwel de begraafplaats ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene" gelezen worden als de woorden "ofwel de begraafplaats ofwel het crematorium ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene"; |
| 4 | 3° bij de aanvraag tot toestemming tot crematie een attest moet worden gevoegd waarin de behandelende arts of de arts die het overlijden heeft vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak. | ||
| 5 | Als de aanvraag tot toestemming tot crematie het lijk van een in een gemeente van het Vlaamse Gewest overleden persoon betreft, en de voormelde arts heeft bevestigd dat het om een natuurlijk overlijden gaat, dan moet bovendien het verslag worden bijgevoegd van een beëdigd arts uit de eigen gemeente of een andere gemeente van het Vlaamse Gewest die door de ambtenaar van de burgerlijke stand of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur is aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan. In dat verslag wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak. | 4 | 3° voor het verlenen van toestemming tot crematie een attest moet aanwezig zijn waarin de behandelende arts of de arts die het overlijden heeft vastgesteld, vermeldt of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak. Als de aanvraag tot toestemming tot crematie het lijk van een in een gemeente van het Vlaamse Gewest overleden persoon betreft, en de voormelde arts heeft bevestigd dat het om een natuurlijk overlijden gaat, dan moet bovendien het verslag worden bijgevoegd van een beëdigd arts uit de eigen gemeente of een andere gemeente van het Vlaamse Gewest die door de ambtenaar van de burgerlijke stand of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur is aangesteld om de doodsoorzaken na te gaan. In dat verslag wordt vermeld of het overlijden te wijten is aan een natuurlijke of gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak. De beëdigd arts geeft via het verslag het identificatienummer van het Rijksregister, de voornaam, de naam, het geslacht, de geboortedatum, de geboorteplaats, de hoofdverblijfplaats en datum en plaats van overlijden door aan de ambtenaar van de burgerlijke stand, of diens gemachtigde beambten, van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld. Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur aangestelde arts vallen ten laste van het gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister is ingeschreven; |
| 6 | Het ereloon en alle daaraan verbonden kosten van de door de ambtenaar van de burgerlijke stand of door diens gemachtigde beambten van het gemeentebestuur aangestelde arts vallen ten laste van het gemeentebestuur van de gemeente van het Vlaamse Gewest waar de overledene in de bevolkingsregisters, het vreemdelingen- of wachtregister is ingeschreven; | ||
| 7 | 4° de ambtenaar van de burgerlijke stand het dossier aan de procureur des Konings van het arrondissement moet zenden wanneer omstandigheden het vermoeden van een gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak van overlijden wettigen of wanneer de arts in een van de voorgeschreven documenten, vermeld in punt 3°, niet heeft kunnen bevestigen dat er geen tekens of aanwijzingen van een gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak van overlijden zijn. In dat geval kan toestemming tot crematie eerst worden verleend nadat de procureur des Konings aan de ambtenaar van de burgerlijke stand heeft laten weten dat hij er zich niet tegen verzet. | 5 | 4° de ambtenaar van de burgerlijke stand het dossier aan de procureur des Konings van het arrondissement moet zenden wanneer omstandigheden het vermoeden van een gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak van overlijden wettigen of wanneer de arts in een van de voorgeschreven documenten, vermeld in punt 3°, niet heeft kunnen bevestigen dat er geen tekens of aanwijzingen van een gewelddadige of verdachte of niet vast te stellen oorzaak van overlijden zijn. In dat geval kan toestemming tot crematie eerst worden verleend nadat de procureur des Konings aan de ambtenaar van de burgerlijke stand heeft laten weten dat hij er zich niet tegen verzet. De procureur des Konings kan het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer zoals gekend door de procureur des Konings en, in voorkomend geval, het verslag waarin de procureur des Konings er zich niet tegen verzet, aan de ambtenaar van de burgerlijke stand bezorgen. De ambtenaar van de burgerlijke stand bezorgt, in voorkomend geval, het nummer van het proces-verbaal of het systeemnummer aan het Departement Zorg, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg. |
| 8 | § 2. Voor crematie na opgraving is de door artikel 4 bedoelde toestemming tot opgraving vereist. | 6 | § 2. Voor crematie na opgraving is de door artikel 4 bedoelde toestemming tot opgraving vereist. |
| 9 | Na het verlenen van de toestemming tot opgraving wordt de aanvraag voor toestemming tot crematie doorgestuurd aan de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar het crematorium of de hoofdverblijfplaats van de aanvrager is gevestigd, van de plaats van overlijden of van de plaats waar het stoffelijke overschot begraven is. | 7 | Na het verlenen van de toestemming tot opgraving wordt de aanvraag voor toestemming tot crematie doorgestuurd aan de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar het crematorium of de hoofdverblijfplaats van de aanvrager is gevestigd, van de plaats van overlijden of van de plaats waar het stoffelijke overschot begraven is. |
| 6 | 5° op een andere plaats dan de begraafplaats, ook op het openbaar domein, binnen een zone die door de gemeente afgebakend is, worden uitgestrooid, begraven of bewaard in een urne die vervaardigd is uit biologisch afbreekbare materialen. Als de gemeente geen eigenaar is van het terrein in kwestie, dan sluit ze daarover een overeenkomst met de houder van zakelijke rechten op het terrein; | 6 | 5° op een andere plaats dan de begraafplaats, ook op het openbaar domein, binnen een zone die door de gemeente afgebakend is, worden uitgestrooid, begraven of bewaard in een urne die vervaardigd is uit biologisch afbreekbare materialen. Als de gemeente geen eigenaar is van het terrein in kwestie, dan sluit ze daarover een overeenkomst met de houder van zakelijke rechten op het terrein; |
| 7 | 6° in een urne ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats. Als er een einde komt aan de bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats, kan de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft, of zijn erfgenamen, in geval van het overlijden van de voormelde nabestaande, worden teruggebracht naar de begraafplaats om er begraven, bijgezet in een columbarium of uitgestrooid te worden. | 7 | 6° in een urne ter beschikking worden gesteld van de nabestaanden om te worden bewaard op een andere plaats dan de begraafplaats. Als er een einde komt aan de bewaring van de as op een andere plaats dan de begraafplaats, kan de as door toedoen van de nabestaande die er de zorg voor heeft, of zijn erfgenamen, in geval van het overlijden van de voormelde nabestaande, worden teruggebracht naar de begraafplaats om er begraven, bijgezet in een columbarium of uitgestrooid te worden. |
| 8 | Het identificatienummer van het Rijksregister, de naam, de voornaam en de hoofdverblijfplaats van de nabestaande die de zorg voor de as heeft, wordt door degene die in de lijkbezorging voorziet of diens gemachtigde doorgegeven aan de ambtenaar van de burgerlijke stand om de verplaatsing van de as, vermeld in het eerste lid, 6°, uit te voeren. | ||
| 8 | §2. Onverminderd artikel 4, tweede lid, kan de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband bij reglement toestaan dat de urne met de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde, wanneer de overledene dit in zijn laatste wilsbeschikking heeft bepaald of bij gebrek daaraan op gezamenlijk schriftelijk verzoek van alle bloed- en aanverwanten van de eerste graad: | 9 | §2. Onverminderd artikel 4, tweede lid, kan de gemeenteraad of het bevoegde orgaan van het intergemeentelijk samenwerkingsverband bij reglement toestaan dat de urne met de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde, wanneer de overledene dit in zijn laatste wilsbeschikking heeft bepaald of bij gebrek daaraan op gezamenlijk schriftelijk verzoek van alle bloed- en aanverwanten van de eerste graad: |
| 9 | 1° samen met de overledene in de doodskist kan worden geplaatst en begraven of samen met de doodskist wordt begraven; | 10 | 1° samen met de overledene in de doodskist kan worden geplaatst en begraven of samen met de doodskist wordt begraven; |
| 12 | 4° samen met de urne van de overledene in het columbarium kan worden geplaatst. | 13 | 4° samen met de urne van de overledene in het columbarium kan worden geplaatst. |
| 13 | Het reglement, vermeld in het eerste lid, kan ook bepalen dat de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, samen met de as van de overledene op de strooiweide wordt uitgestrooid. | 14 | Het reglement, vermeld in het eerste lid, kan ook bepalen dat de as van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie de overledene een feitelijk gezin vormde, samen met de as van de overledene op de strooiweide wordt uitgestrooid. |
| 15 | Het identificatienummer van het Rijksregister, de naam, de voornaam, de geboortedatum en de datum en plaats van overlijden van de eerder overleden echtgenoot of persoon met wie een feitelijk gezin gevormd werd, wordt doorgegeven via de laatste wilsbeschikking of bij afwezigheid daarvan door degene die in de lijkbezorging voorziet of diens gemachtigde aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. | ||
| 14 | Wanneer de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde zich daar in zijn wilsbeschikking tegen verzet heeft, is bijzetting of bijbegraving als bedoeld in het eerste lid of gezamenlijke uitstrooiing als bedoeld in het tweede lid, verboden. | 16 | Wanneer de eerder overleden echtgenoot of persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde zich daar in zijn wilsbeschikking tegen verzet heeft, is bijzetting of bijbegraving als bedoeld in het eerste lid of gezamenlijke uitstrooiing als bedoeld in het tweede lid, verboden. |
| 15 | De samen met de overledene begraven of bijgezette urne volgt de bestemming van de kist of van de urne van de laatst overledene bij opgraving van laatstgenoemde. | 17 | De samen met de overledene begraven of bijgezette urne volgt de bestemming van de kist of van de urne van de laatst overledene bij opgraving van laatstgenoemde. |
| 16 | §3. Als de meerderjarige overledene geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, kunnen de echtgenoot of de persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde, en alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad op gezamenlijk schriftelijk verzoek, gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest of aan zijn gemachtigde beambte, beslissen om de as van het gecremeerde lijk uit te strooien, te begraven en te bewaren op een andere plaats dan de begraafplaats als vermeld in paragraaf 1, 4° tot en met 6°. | 18 | §3. Als de meerderjarige overledene geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, kunnen de echtgenoot of de persoon die met de overledene een feitelijk gezin vormde, en alle bloed- of aanverwanten van de eerste graad op gezamenlijk schriftelijk verzoek, gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest of aan zijn gemachtigde beambte, beslissen om de as van het gecremeerde lijk uit te strooien, te begraven en te bewaren op een andere plaats dan de begraafplaats als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° tot en met 6°. |
| 17 | Als de minderjarige overledene vanaf zestien jaar geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, kan op verzoek, gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest of aan zijn gemachtigde beambte, van de ouders of voogd beslist worden om de as van het gecremeerde lijk uit te strooien, te begraven en te bewaren op een andere plaats dan de begraafplaats als vermeld in paragraaf 1, 4° tot en met 6°. | 19 | Als de minderjarige overledene vanaf zestien jaar geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, kan op verzoek, gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar het overlijden is vastgesteld op basis van een overlijdensattest of aan zijn gemachtigde beambte, van de ouders of voogd beslist worden om de as van het gecremeerde lijk uit te strooien, te begraven en te bewaren op een andere plaats dan de begraafplaats als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° tot en met 6°. |
| 18 | §4. Als de overledene geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, en als er geen echtgenoot of persoon is die met de overledene een feitelijk gezin vormde, of geen bloed- of aanverwanten van de eerste graad, kan de persoon die in de lijkbezorging voorziet, beslissen over de asbestemming, vermeld in paragraaf 1, 1° tot en met 3°en 5°. | 20 | §4. Als de overledene geen schriftelijke kennisgeving van de laatste wilsbeschikking heeft overgemaakt als vermeld in artikel 15, §1, tweede lid, en als er geen echtgenoot of persoon is die met de overledene een feitelijk gezin vormde, of geen bloed- of aanverwanten van de eerste graad, kan de persoon die in de lijkbezorging voorziet, beslissen over de asbestemming, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 3°, en 5°. |
| 19 | §5. Met behoud van de toepassing van paragraaf 3 en 4 kan, op verzoek van de echtgenoot en van de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad, en in voorkomend geval op verzoek van de persoon die in de lijkbezorging voorziet, vermeld in paragraaf 4, een gedeelte van de as van het gecremeerde lijk aan hen worden meegegeven. | 21 | §5. Met behoud van de toepassing van paragraaf 3 en 4 kan, op verzoek van de echtgenoot en van de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad, en in voorkomend geval op verzoek van de persoon die in de lijkbezorging voorziet, vermeld in paragraaf 4, een gedeelte van de as van het gecremeerde lijk aan hen worden meegegeven. |
| 20 | §6. De as van de overledene wordt met respect en eerbied behandeld en kan geen voorwerp uitmaken van een commerciële activiteit, met uitzondering van de activiteiten die verband houden met het uitstrooien of begraven van de as of met het overbrengen ervan naar de plaats waar de as bewaard zal worden. | 22 | §6. De as van de overledene wordt met respect en eerbied behandeld en kan geen voorwerp uitmaken van een commerciële activiteit, met uitzondering van de activiteiten die verband houden met het uitstrooien of begraven van de as of met het overbrengen ervan naar de plaats waar de as bewaard zal worden. |
| 21 | §7. De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 6. | 23 | §7. De persoon die de as in ontvangst neemt, is verantwoordelijk voor de naleving van de bepalingen, vermeld in paragraaf 1 tot en met 6. |
| 22 | §8. De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden bepalen waaraan de bewaringen, begravingen of uitstrooiingen, vermeld in paragraaf 1, 4° tot en met 6°, moeten voldoen. | 24 | §8. De Vlaamse Regering kan de nadere voorwaarden bepalen waaraan de bewaringen, begravingen of uitstrooiingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 4° tot en met 6°, moeten voldoen. |
| 23 | §9. De gegevens, vermeld in paragraaf 3, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. | 25 | §9. De gegevens, vermeld in paragraaf 3, worden bewaard overeenkomstig de regeling die geldt met toepassing van artikel III.87 van het Bestuursdecreet van 7 december 2018. |
| 4 | 3° platformen ontwikkelen en beheren en diensten verlenen om metagegevens van overheidsinstanties geïntegreerd te delen en te raadplegen; | 4 | 3° platformen ontwikkelen en beheren en diensten verlenen om metagegevens van overheidsinstanties geïntegreerd te delen en te raadplegen; |
| 5 | 4° platformen ontwikkelen en beheren en diensten verlenen om metagegevens van burgers geïntegreerd te delen en te raadplegen; | 5 | 4° platformen ontwikkelen en beheren en diensten verlenen om metagegevens van burgers geïntegreerd te delen en te raadplegen; |
| 6 | 5° platformen ontwikkelen en beheren en diensten verlenen die zorg dragen voor de veilige en gewaarborgde afhandeling van de transacties tussen de betrokken burgers, overheidsinstanties of aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform, en die de eventuele verschuldigde vergoeding verwerken die volgt uit de toegang tot of het gebruik van de platformen of diensten, vermeld in deze paragraaf, door de betrokken burgers, overheidsinstanties of aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform; | 6 | 5° platformen ontwikkelen en beheren en diensten verlenen die zorg dragen voor de veilige en gewaarborgde afhandeling van de transacties tussen de betrokken burgers, de overheidsinstanties, de aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform, aanleverende entiteiten als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie, of ontvangende entiteiten als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie en die de eventuele verschuldigde vergoeding verwerken die volgt uit de toegang tot of het gebruik van de platformen of diensten, vermeld in deze paragraaf, door: |
| 7 | a) de betrokken burgers, de overheidsinstanties, of de aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform; | ||
| 8 | b) aanleverende entiteiten als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie; | ||
| 9 | c) ontvangende entiteiten als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie; | ||
| 7 | 5°/1 de eventuele verschuldigde retributies aanrekenen en innen die volgen uit de toegang tot of het gebruik van de platformen of diensten, vermeld in deze paragraaf, door de betrokken burgers, overheidsinstanties of aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform. De Vlaamse Regering kan het bedrag van de retributie en nadere voorwaarden en regels voor de retributie vastleggen; | 10 | 5°/1 de eventuele verschuldigde retributies aanrekenen en innen die volgen uit de toegang tot of het gebruik van de platformen of diensten, vermeld in deze paragraaf, door: |
| 11 | a) de betrokken burgers, de overheidsinstanties, of de aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform; | ||
| 12 | b) aanleverende entiteiten als vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie; | ||
| 13 | c) ontvangende entiteiten als vermeld in artikel 2, 17°, van het decreet van 14 juli 2025 over platform voor overlijdensadministratie. | ||
| 14 | De Vlaamse Regering kan het bedrag van de retributie en nadere voorwaarden en regels voor de retributie vastleggen; | ||
| 8 | 5°/2 de eventuele verschuldigde vergoedingen bepalen, aanrekenen en innen die volgen uit de toegang tot of het gebruik van de platformen of diensten, vermeld in deze paragraaf, door de betrokken burgers, overheidsinstanties of aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform; | 15 | 5°/2 de eventuele verschuldigde vergoedingen bepalen, aanrekenen en innen die volgen uit de toegang tot of het gebruik van de platformen of diensten, vermeld in deze paragraaf, door de betrokken burgers, overheidsinstanties of aanvragers, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 22 december 2023 over het Vastgoedinformatieplatform; |
| 9 | 6° de taken, vermeld in artikel 4 van het KLIP-decreet van 14 maart 2008, uitvoeren; | 16 | 6° de taken, vermeld in artikel 4 van het KLIP-decreet van 14 maart 2008, uitvoeren; |
| 10 | 7° de taken, vermeld in artikel 5 van het GIPOD-decreet van 4 april 2014, uitvoeren; | 17 | 7° de taken, vermeld in artikel 5 van het GIPOD-decreet van 4 april 2014, uitvoeren; |
| 18 | 7°/1 de rol opnemen van vertrouwde derde partij in een datagedreven ecosysteem met het oog op het anonimiseren en pseudonimiseren van persoonsgegevens om de verdere verwerking ervan mogelijk te maken. Het Vlaams Datanutsbedrijf houdt de persoonsgegevens die verwerkt worden in het kader van die opdracht alleen bij zolang dat noodzakelijk is in het kader van de pseudonimisering of de anonimisering; | ||
| 19 | 7°/2 tussenkomen bij de mededeling van persoonsgegevens in een datagedreven ecosysteem. Als dat nodig is, kan het Vlaams Datanutsbedrijf, in overleg met de betrokken actoren, na advies van het adviescomité, vermeld in artikel 10, §1, tijdelijk een kopie maken van de gegevens die het als tussenpersoon verwerkt, met de loutere bedoeling de latere terbeschikkingstelling van die gegevens efficiënter te doen verlopen, op voorwaarde dat het Vlaams Datanutsbedrijf: | ||
| 20 | a) de gegevens niet wijzigt; | ||
| 21 | b) de gegevens bijwerkt conform de regels die bepaald zijn in overleg met de betrokken actoren; | ||
| 22 | c) onmiddellijk de opgeslagen gegevens verwijdert of de toegang ertoe onmogelijk maakt in een van de volgende gevallen: | ||
| 23 | 1° zodra het Vlaams Datanutsbedrijf daadwerkelijk kennis heeft van de volgende gevallen: | ||
| 24 | i) de persoonsgegevens zijn verwijderd van de plaats waar ze zich oorspronkelijk bevonden; | ||
| 25 | ii) de toegang tot die gegevens is onmogelijk gemaakt; | ||
| 26 | 2° zodra een administratieve of gerechtelijke autoriteit heeft bevolen de gegevens te verwijderen of de toegang ertoe onmogelijk te maken. | ||
| 27 | Het Vlaams Datanutsbedrijf evalueert op regelmatige basis de noodzaak om een tijdelijke kopie te maken van de voormelde gegevens, in overleg met de betrokken actoren. | ||
| 11 | 8° bijzondere opdrachten uitvoeren die aansluiten bij de doelstellingen, vermeld in artikel 4, §1, van dit decreet, of bij de beleidsuitvoerende taken, vermeld in punt 1° tot en met 7°, en die bij of krachtens een decreet worden toegewezen aan het Vlaams Datanutsbedrijf. | 28 | 8° bijzondere opdrachten uitvoeren die aansluiten bij de doelstellingen, vermeld in artikel 4, §1, van dit decreet, of bij de beleidsuitvoerende taken, vermeld in punt 1° tot en met 7°, en die bij of krachtens een decreet worden toegewezen aan het Vlaams Datanutsbedrijf. |
| 12 | §2. In geval de Vlaamse instanties instemmen met een specifieke gegevensmededeling en daartoe de toegang tot een toepassing van het Vlaams Datanutsbedrijf hebben gevraagd, gebruiken de Vlaamse instanties het platform, vermeld in paragraaf 1, 2°, om gegevens mee te delen die de Vlaamse instanties beheren, conform artikel 13, §1, 1° en 2°. | 29 | §2. In geval de Vlaamse instanties instemmen met een specifieke gegevensmededeling en daartoe de toegang tot een toepassing van het Vlaams Datanutsbedrijf hebben gevraagd, gebruiken de Vlaamse instanties het platform, vermeld in paragraaf 1, 2°, om gegevens mee te delen die de Vlaamse instanties beheren, conform artikel 13, §1, 1° en 2°. |
| 14 | 9° aanbieders van diensten binnen de vastgoedsector; | 14 | 9° aanbieders van diensten binnen de vastgoedsector; |
| 15 | 10° retailbedrijven; | 15 | 10° retailbedrijven; |
| 16 | 11° het notariaat. | 16 | 11° het notariaat; |
| 17 | 12° lokale overheden; | ||
| 18 | 13° aanbieders van diensten binnen de uitvaartsector; 14° externe overheden; | ||
| 19 | 15° advocaten; | ||
| 20 | 16° verzekeringsinstellingen. | ||
| 15 | 14° woning-, gebouw- of grondkenmerken; | 15 | 14° woning-, gebouw- of grondkenmerken; |
| 16 | 15° geografische gegevens; | 16 | 15° geografische gegevens; |
| 17 | 16° energiegegevens. | 17 | 16° energiegegevens; |
| 18 | 17° gegevens in verband met overlijden als vermeld in artikel 2, 12°, van het decreet van 14 juli 2025 over het platform voor overlijdensadministratie; | ||
| 19 | 18° logs. | ||
| 18 | §2. De persoonsgegevens die door het Vlaams Datanutsbedrijf worden verwerkt, hebben betrekking op de natuurlijke personen die hun datakluis, vermeld in artikel 5, §1, 2°, hebben geactiveerd. | 20 | §2. De persoonsgegevens die door het Vlaams Datanutsbedrijf worden verwerkt, hebben betrekking op de natuurlijke personen die hun datakluis, vermeld in artikel 5, §1, 2°, hebben geactiveerd. |
| 1 | Alle personen die door hun functie betrokken zijn bij de inzameling, raadpleging, mededeling, het gebruik of een andere verwerking van gegevens die krachtens wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen onder een beroepsgeheim vallen, eerbiedigen het vertrouwelijke karakter van die gegevens alsof ze zelf onderworpen zijn aan dat beroepsgeheim. Die personen worden in al de volgende gevallen van die plicht ontheven: | ||
| 2 | 1° ze worden geroepen om in rechte getuigenis af te leggen; | ||
| 3 | 2° ze zijn bij of krachtens de wet of het decreet van die plicht ontslagen; 3° ze zijn verplicht bekend te maken wat ze weten; | ||
| 4 | 4° ze hebben het schriftelijke akkoord gekregen van de derde die door de onthulling zal worden getroffen. | ||
| 5 | Alle personen die door hun functie betrokken zijn bij de inzameling, raadpleging, mededeling, het gebruik of een andere verwerking van gegevens via het Vlaams Datanutsbedrijf, bewaren het vertrouwelijke karakter van de gegevens. Elke schending van de vertrouwelijkheidsverplichting wordt gestraft met een gevangenisstraf van een tot drie jaar en een geldboete van 25 euro tot 625 euro. |