§ flandrepo

Bij de begroting 2025 #121

Gemerged Vlaamse Regering voegde 46 artikels samen in decreet-2002-07-05decreet-2007-06-15decreet-2009-02-20 · 8 november 2024 35 checks vragen aandacht
55 artikels gewijzigd
+1 −0 decreet-2002-07-05/art. 11 zoals gemerged
11§ 1. Het berekende gemeentelijk aandeel, na de toepassing van de waarborgregeling, bedoeld in artikel 10 van dit decreet, wordt verminderd als de aanslagvoeten voor de aanvullende personenbelasting of de opcentiemen op de onroerende voorheffing van die gemeente, in het jaar dat aan de berekening voorafgaat, lager zijn dan de respectieve drempelwaarden van 5 % en 441 opcentiemen. Die vermindering bedraagt respectievelijk 0,5 % voor elk tiende van een procent en vijfentwintig vierhonderdeenenveertigste procent voor elke opcentiem onder de drempelwaarde.
22Als de gemeente gedifferentieerde tarieven voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 41 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, wordt het eerste lid van toepassing als het gewogen gemiddelde van alle tarieven lager ligt dan de drempelwaarde van 441 opcentiemen. Voor de berekening van het gewogen gemiddelde wordt aan de verschillende tarieven een wegingsfactor toegekend die overeenstemt met het aandeel van het belastbaar kadastraal inkomen waarop elk tarief van toepassing is, in verhouding tot het totale belastbare kadastrale inkomen van de gemeente.
3+In het geval van een samenvoeging van gemeenten wordt het eerste lid van toe-passing als het gewogen gemiddelde van de aanslagvoeten voor de aanvullende personenbelasting of van de opcentiemen op de onroerende voorheffing van de samen te voegen gemeenten, in het jaar dat aan de berekening voorafgaat, lager ligt dan de drempelwaarden van 5 procent of 441 opcentiemen. Voor de bereke-ning van het gewogen gemiddelde wordt aan de verschillende aanslagvoeten voor de aanvullende personenbelasting een wegingsfactor toegekend die overeenstemt met de opbrengst aan personenbelasting waarop elke aanslagvoet van toepassing is, in verhouding tot de totale opbrengst aan personenbelasting voor de samen te voegen gemeenten. Voor de berekening van het gewogen gemiddelde van de op-centiemen op de onroerende voorheffing wordt aan de verschillende tarieven een wegingsfactor toegekend die overeenstemt met het aandeel van het belastbaar kadastraal inkomen waarop elk tarief van toepassing is, in verhouding tot het to-tale belastbare kadastrale inkomen van de samen te voegen gemeenten.
34§ 2. De som van de bedragen die in mindering wordt gebracht van de gemeenten bedoeld in § 1, wordt evenredig verdeeld onder de overige gemeenten, behalve onder de gemeenten van wie de aandelen overeenkomstig de bepalingen in artikel 10, verhoogd werden tot de gewaarborgde ontvangst.
45§ 3. De vermindering van de aandelen op basis van de fiscale aanslagvoeten wordt gradueel ingevoerd vanaf het jaar 2004. Voor 2004 wordt slechts een derde van de berekende vermindering afgehouden van het gemeentelijk aandeel. Voor 2005 is dat twee derden, voor 2006 en volgende jaren 100 %.
+1 −0 decreet-2007-06-15/art. 196sexies zoals gemerged
99De centra voor volwassenenonderwijs kunnen na een voorafgaand akkoord in het bevoegde lokale comité de toegekende leraarsuren ten laste van het begrotingsjaar 2023 omzetten in werkingsmiddelen voor contractuele aanwervingen ten belope van de lesopdracht tijdens de maanden juli en augustus. Voor de omzetting geldt één leraarsuur voor 63,64 euro. Uiterlijk twee maanden na de melding aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen van de om te zetten leraarsuren voor de aanwerving van contractuele personeelsleden worden 80% van deze omgezette werkingsmiddelen als voorschot aan de centra uitbetaald. Het resterende saldo van 20% wordt uitbetaald uiterlijk in de loop van de maand december van het kalenderjaar 2023. Het centrum moet alle aangewende middelen bewijzen met facturen of betalingen die werden gedaan in het kader van deze contractuele aanstellingen. Niet-aangewende middelen worden na het einde van het kalenderjaar 2023 teruggestort. Daarvoor deelt het centrum het niet-aangewende bedrag mee aan de bevoegde administratie.
1010Ten laste van het begrotingsjaar 2024 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 604.847,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 132,96 aanvullende vte, 2.192,09 aanvullende punten en een bedrag van 1.627.652,82 euro aan werkings- middelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.
11+Ten laste van het begrotingsjaar 2025 worden 32.955,75 aanvullende leraarsuren, 481,99 aanvullende punten en een bedrag van 604.847,18 euro aan werkingsmid-delen toegekend aan de centra voor volwassenenonderwijs, en worden 90,66 aanvullende voltijdsequivalenten, 1494,70 aanvullende punten en een bedrag van 1.109.830,06 euro aan werkingsmiddelen toegekend aan de centra voor basiseducatie.
1112§ 2. Deze middelen worden verdeeld op basis van het aantal unieke cursisten Nederlands tweede taal en alfabetisering Nederlands tweede taal in een inburgeringstraject.
1213§ 3. De middelen kunnen enkel aangewend worden voor de organisatie van de bijkomende opleidingen van het studiegebied Nederlands tweede taal van het secundair volwassenenonderwijs en de bijkomende opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal van de basiseducatie die de verhoogde instroom van vluchtelingen in een inburgeringstraject met zich meebrengt.
+9 −2 decreet-2009-02-20/art. 4 zoals gemerged
1−§1. Naast de werkingsuitkering ontvangt de Hogere Zeevaartschool vanaf het begrotingsjaar 2009 een bedrag van 169.183 euro voor investeringsmiddelen en een bedrag van 18.839 euro voor eigenaarsonderhoud.
1+§1. Naast de werkingsuitkering ontvangt de Hogere Zeevaartschool een bedrag van 194.000 euro voor investeringsmiddelen (prijsniveau 2024).
2−§ 2. Vanaf het begrotingsjaar 2011 wordt het bedrag van de investeringsmiddelen geïndexeerd volgens de evolutie van de gezondheidsindex.
2+§2. Vanaf het begrotingsjaar 2025 wordt het bedrag van de investeringsmiddelen, vermeld in paragraaf 1, geïndexeerd aan de hand van de indexeringsformule, vermeld in artikel III.46, §5, van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013.
33§ 3. De investeringsmiddelen dragen uitsluitend bij tot de dekking van de uitgaven voor de aankoop van gebouwen, voor gehele of gedeeltelijke nieuwbouw of verbouwing, voor de voorafgaande afbraakwerken, voor de omgevingswerken, voor de eerste uitrusting, voor de aankoop van gronden, voor de aankoop van didactische en wetenschappelijke apparatuur die bestemd is voor het onderwijs, en voor de onroerende investeringen voor de sociale voorzieningen, en tot dekking van de kapitaal- en intrestlasten die voortvloeien uit leningen voor de investeringsuitgaven.
44§ 4. Als aanvulling op de bedragen, vermeld in paragraaf 1, ontvangt de Hogere Zeevaartschool in begrotingsjaar 2018 een eenmalige bijkomende investeringsdotatie van 10.000.000 euro.
55§ 5. Als aanvulling op de bedragen, vermeld in paragraaf 1, ontvangt de Hogere Zeevaartschool in het begrotingsjaar 2021 eenmalige bijkomende investeringsmiddelen ten bedrage van 100.000 euro.
6+§6. Als aanvulling op het bedrag, vermeld in paragraaf 1, kan de Vlaamse Rege-ring in begrotingsjaar 2025 een eenmalige bijkomende investeringstoelage van 20.000.000 euro toekennen aan de Hogere Zeevaartschool in het kader van het renovatie- en nieuwbouwproject. De daaraan gekoppelde betaalkredieten worden over vijf jaar gespreid: 10 procent wordt uitbetaald in 2025, 20 procent in 2026, 30 procent in 2027, 20 procent in 2028 en 20 procent in 2029.
7+De Hogere Zeevaartschool dient voor de toekenning een inhoudelijk dossier in bij de Vlaamse Regering dat minstens bestaat uit de volgende elementen:
8+1° een actuele en realistische bouwprijs met inbegrip van ecologische technieken;
9+2° een degelijke projectmatige opvolging van het bouwproces;
10+3° een regelmatige rapportering aan de regeringscommissaris;
11+4° een engagementsverklaring van externe partijen.
12+De Vlaamse Regering is gemachtigd om het betalingsritme te koppelen aan eventueel bijkomende voorwaarden omtrent cofinanciering.
+1 −1 decreet-2021-07-09-1035976/art. 60 zoals gemerged
1−§ 1. AGION wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor een totaal van maximaal 750.000euro subsidie per jaar in het kader van een uiterst dringende capaciteitsproblematiek om een tijdelijke subsidie te geven aan de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs voor de huur en plaatsing van tijdelijke modulaire units.
1+§ 1. AGION wordt ertoe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor een totaal van maximaal 2.000.000 euro subsidie per jaar in het kader van een uiterst dringende capaciteitsproblematiek om een tijdelijke subsidie te geven aan de inrichtende machten van het gesubsidieerd onderwijs voor de huur en plaatsing van tijdelijke modulaire units.
22Dit bedrag wordt gekoppeld aan de consumptieprijsindex van december 2020, basis 2013, en wordt jaarlijks op 1 januari berekend.
33§ 2. De maximumtermijn van de subsidie bedraagt 3 jaar vanaf de aanvang van de huurovereenkomst. Op grond van de beoordeling van de gemotiveerde vraag van de inrichtende macht voorafgaand aan het verstrijken van de 3 jaar, kan AGION een eenmalige verlenging toestaan voor een termijn van nog eens maximaal 3 jaar.
+12 −0 decreet-2023-06-16/art. 37 zoals gemerged
1+§1. Een onderwijsinternaat dat overeenkomstig artikel 27 omkadering voor verblijf op bijkomende verblijfsdagen toegekend heeft gekregen, ontvangt, naast het werkingsbudget, vermeld in artikel 36, een werkingsbudget voor de werking op bijkomende verblijfsdagen.
2+§2. Vanaf het begrotingsjaar 2025, dat de werkingsmiddelen omvat voor het schooljaar 2024-2025, wordt het werkingsbudget voor de werking op bijko-mende verblijfsdagen berekend door het bedrag van 7,22 euro per ingevulde bijkomende verblijfsdag te vermenigvuldigen met coëfficiënt A1. De coëffici-ent A1 wordt als volgt berekend: A1 = (Cx-1/Cx-2), waarbij:
3+1° Cx-1: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
4+2° Cx-2: de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-2.
5+§3. ...
6+§4. Per internaat wordt het totale werkingsbudget voor de werking op bijkomende verblijfsdagen berekend door het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen, overeenkomstig artikel 27, te vermenigvuldigen met het bedrag berekend volgens de bepalingen in paragraaf 2.
7+Het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen van onderwijsinternaten met telperiode de maand september van het lopende schooljaar wordt vermenigvuldigd met 12.
8+Het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen van onderwijsinternaten met telperiode de maanden september tot en met januari van het voorgaande schooljaar wordt vermenigvuldigd met 2,4.
9+§5. Het werkingsbudget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 4, wordt voor het gesubsidieerd onderwijs jaarlijks toegekend aan de besturen.
10+Het werkingsbudget dat verkregen is na toepassing van paragraaf 4, wordt voor onderwijsinternaten van het Gemeenschapsonderwijs jaarlijks aan de raden van bestuur van de scholengroepen toegekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 36, 2°, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het Gemeenschapsonderwijs.
11+§6. Het werkingsbudget wordt elk schooljaar in minstens twee schijven uitbetaald, waarbij vóór 1 februari de som van de uitbetaalde schijven minstens 50% van de werkingsbudgetten van het schooljaar in kwestie vertegenwoordigt, en het saldo vóór 1 juli betaald wordt.
12+§7. Als het decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar waarin het werkingsbudget voor het schooljaar in kwestie is opgenomen, aanleiding geeft tot meer budget voor de besturen, wordt het bijkomende budget uitbetaald binnen twee maanden na de bekrachtiging door de Regering van het decreet in kwestie.
+2 −0 decreet-2023-06-16/art. 168 zoals gemerged
1+Voor het begrotingsjaar 2024, dat de werkingsmiddelen omvat voor het schooljaar 2023-2024, bedraagt het bedrag per ingevulde bijkomende verblijfsdag 7,22 euro. Voor de toepassing van artikel 37, §4, wordt voor het schooljaar 2023-2024, voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codifi-catie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ontstaan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het on-derwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidiëring, het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen bekomen door de optelsom van het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen tijdens de maanden januari 2023 tot en met mei 2023 te vermenigvuldigen met 2,4.
2+Voor de toepassing van artikel 37, §4, wordt voor het schooljaar 2024-2025, voor de internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgeno-men waren in de financiering of subsidiëring, en de onderwijsinternaten die ont-staan zijn op 1 september 2023 uit een fusie van internaten die op 31 augustus 2023 overeenkomstig artikel III.4 van de codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016 opgenomen waren in de financiering of subsidi-ering, het aantal ingevulde bijkomende verblijfsdagen opgeteld tijdens de maan-den februari 2023 tot en met januari 2024.
+1 −0 codex-wonen/art. 1.3 zoals gemerged
414126° kavels: de in een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden van een niet vervallen verkaveling afgebakende percelen;
424227° landmeter-expert: de landmeter-expert, ingeschreven op het tableau van de beoefenaars van het beroep als bedoeld in de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert en op wie het koninklijk besluit van 15 december 2005 tot vaststelling van de voorschriften inzake de plichtenleer van de landmeter-expert van toepassing is;
43+27°/1 mobiele woonunit: woonvorm die gekenmerkt wordt door flexibiliteit en verplaatsbaarheid, bestemd voor tijdelijke bewoning;
434428° NBN EN 14604: Belgische norm inzake rookmelders, waarvan de registratie door het Belgisch Instituut voor Normalisatie werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 februari 2006, en de later bekendgemaakte wijzigingen ervan. Het is de omzetting van de Europese geharmoniseerde norm CE EN 14604;
444529° niet-residentiële ruimte: elk onroerend goed of deel ervan dat niet bestemd is voor de huisvesting van een gezin of een alleenstaande en dat geen gemeenschapsvoorziening is noch een specifieke voorziening zoals bedoeld in artikel 5.40;
+1 −0 codex-wonen/art. 5.22 zoals gemerged
11Om het recht op wonen te bevorderen, kan de Vlaamse Regering, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, subsidie verlenen voor een aantal verrichtingen die betrekking hebben op sociale huurwoningen en die passen in de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur.
22De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begroting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, een subsidie verlenen voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur die nodig is voor de realisatie van een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 1.3, §1, eerste lid, 70°, a). De Vlaamse Regering bepaalt het minimum aandeel sociale huurwoningen dat binnen het voornoemde gemengd sociaal woonproject moet worden gerealiseerd om in aanmerking te komen voor een subsidie voor de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur.
3+De Vlaamse Regering kan, afhankelijk van de kredieten die daartoe op de begro-ting van het Vlaamse Gewest worden ingeschreven, een subsidie verlenen voor stockage, transport en installatie van mobiele woonunits die dienen voor de tijde-lijke huisvesting van huurders van sociale huurwoningen en voor de daarvoor noodzakelijke infrastructuurwerken.
34Rekening houdend met de bepalingen van dit hoofdstuk stelt de Vlaamse Regering de bijzondere voorwaarden vast waaronder ze subsidie verleent.
+3 −2 codex-wonen/art. 5.23 zoals gemerged
11De Vlaamse Regering kan subsidie verlenen om initiatiefnemers in staat te stellen:
221° gronden bouwrijp te maken, in voorkomend geval door sloping van de aanwezige constructies;
3−2° infrastructuurwerken uit te voeren of aan te passen, namelijk de wegenuitrusting, de omgevingswerken, de openbare verlichting, het openbare watervoorzieningsnet en de inrichtingen voor afvoer en zuivering van afvalwater die voor de woningen in kwestie noodzakelijk zijn;
3+2° infrastructuurwerken uit te voeren of aan te passen, namelijk de wegenuitrusting, de omgevingswerken, de openbare verlichting, het openbare watervoorzieningsnet en de inrichtingen voor afvoer en zuivering van afvalwater die voor de woningen of de mobiele woonunits in kwestie noodzakelijk zijn;
4−3° gemeenschapsvoorzieningen op te richten.
4+3° gemeenschapsvoorzieningen op te richten;
5+4° mobiele woonunits als vermeld in artikel 5.22, derde lid, te stocke-ren, te transporteren, te installeren en het perceel waarop de mobiele woonunits geplaatst worden, aan te leggen.
+1 −1 codex-wonen/art. 5.24 zoals gemerged
1−De infrastructuurwerken, vermeld in artikel 5.23, 2°, kunnen alleen gesubsidieerd worden als ze samen met de grond waarin of waarop ze worden uitgevoerd, binnen de termijn die door de Vlaams Regering wordt bepaald, overgedragen worden aan de gemeente om in het gemeentelijk openbaar domein te worden opgenomen, of aan een door de gemeente aangewezen rioolbeheerder die instaat voor het beheer en onderhoud van de rioleringen in de gemeente. De initiatiefnemer voegt de overeenkomst of het akkoord tussen de gemeente en rioolbeheerder bij de subsidieaanvraag. De gemeente en initiatiefnemer verklaren zich uiterlijk bij de indiening van de subsidieaanvraag principieel bereid tot die overdracht.
1+De infrastructuurwerken, vermeld in artikel 5.23, 2°, met uitzondering van de infrastructuurwerken die betrekking hebben op tijdelijke voorzieningen voor mobiele woonunits kunnen alleen gesubsidieerd worden als ze samen met de grond waarin of waarop ze worden uitgevoerd, binnen de termijn die door de Vlaams Regering wordt bepaald, overgedragen worden aan de gemeente om in het gemeentelijk openbaar domein te worden opgenomen, of aan een door de gemeente aangewezen rioolbeheerder die instaat voor het beheer en onderhoud van de rioleringen in de gemeente. De initiatiefnemer voegt de overeenkomst of het akkoord tussen de gemeente en rioolbeheerder bij de subsidieaanvraag. De gemeente en initiatiefnemer verklaren zich uiterlijk bij de indiening van de subsidieaanvraag principieel bereid tot die overdracht.
22De initiatiefnemer kan de gemeenschapsvoorzieningen die niet uitsluitend bedoeld zijn voor de bewoners van de woningen van het sociaal woonproject, aan de gemeente overdragen om in het gemeentelijke openbare domein te worden opgenomen.
33De initiatiefnemer mag voor de overdracht aan de gemeente, bedoeld in dit artikel, een vergoeding vragen die niet meer mag bedragen dan het niet-gesubsidieerde deel van de kostprijs van de werkzaamheden, verrichtingen en voorzieningen.
decreet-2003-07-18/art. 4.1.1 wijzigt
Art. 14. In artikel 4.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, gewijzigd bij de decreten van 21 oktober 2022, 22 december 2023 en 26 april 2024, wordt punt 15° vervangen door wat volgt: “15° toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving: de gewestelijke toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving vermeld in artikel 12, 1°, en artikel 12, 9° tot en met 9°/3, van het besluit van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en de provinciale en lokale toezichthouder bevoegd voor milieuhandhaving, zoals bedoeld in artikel 13 van hetzelfde besluit;”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 4.2.2.1.2 wijzigt
Art. 15. In artikel 4.2.2.1.2 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de zinsnede “artikel 4.2.2.2.1 §1 en §3” wordt vervangen door de zinsnede “4.2.2.2.1, eerste lid, 1° en 3°”; 2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt: “Vanaf heffingsjaar 2024 worden de heffingsplichtigen, vermeld in het eerste lid, bij wijze van overgangsmaatregel vrijgesteld van heffing voor het door Brabant Water N.V. gefactureerd waterverbruik dat vóór 1 januari 2024 verbruikt werd.”.

We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.

decreet-2003-07-18/art. 4.2.2.1.5 wijzigt · §2, derde lid
+6 −8 decreet-2011-12-23-1021295/art. 46 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2006-05-19/art. 36 zoals gemerged
+30 −0 vlaamse-codex-dierenwelzijn-van-17-mei-2024/art. 63 zoals gemerged
+3 −0 vlaamse-codex-dierenwelzijn-van-17-mei-2024/art. 14 zoals gemerged
decreet-2003-07-18/art. 4.2.2.1.1 wijzigt · §2, tweede lid
+3 −3 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.1.5.0.1 zoals gemerged
+2 −2 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.7.1.0.5 zoals gemerged
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.9.4.2.11 zoals gemerged
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.9.4.2.4 zoals gemerged
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.8.4.3.1 zoals gemerged
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.8.4.4.1 zoals gemerged
+1 −1 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.13.4.0.1 zoals gemerged
+8 −8 vlaamse-codex-fiscaliteit-van-13-december-2013/art. 2.4.4.0.2 zoals gemerged
+1 −1 decreet-2023-12-22/art. 76 zoals gemerged
decreet-2023-12-22/art. 4 wijzigt · §1
decreet-2023-12-22/art. 27 wijzigt · §1, punt 2°
decreet-2023-12-22/art. 28 wijzigt · §1, punt 2°
+1 −0 decreet-2023-12-22/art. 39 berekend
+0 −11 decreet-2023-12-22/art. 49 opgeheven
+0 −5 decreet-2023-12-22/art. 50 opgeheven
+0 −1 decreet-2023-12-22/art. 53 opgeheven
+0 −2 decreet-2023-12-22/art. 56 opgeheven
+0 −1 decreet-2023-12-22/art. 62 berekend
+0 −1 decreet-2023-12-22/art. 74 opgeheven

Andere wetten (niet gespiegeld)

art. 85 wijzigt
art. 86 wijzigt
art. 2.7.1.0.6 wijzigt · §1, tweede lid
art. 2.7.3.2.5 wijzigt · tweede lid
art. 3.13.1.3.1 wijzigt · §6, vijfde lid
art. 2.9.5.0.5 wijzigt · §1
art. 5.0.0.0.20 voegt in
art. 2.9.4.2.12 wijzigt · §1, eerste lid
art. 2.9.4.2.10 wijzigt · §1
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd