§ flandrepo

Decreet over beloningstransparantie en maatregelen voor een gelijke beloning

Staatsblad 17 juni 2026 NUMAC 2026004488
2 artikels gewijzigd
+1 −0 decreet-2008-07-10-1017082/art. 36
1§1. Als een persoon of een van de rechtspersonen, verenigingen of organisaties, vermeld in artikel 41, in een burgerrechtelijke procedure voor een bevoegd gerecht of in een procedure voor de geschillenkamer van het Vlaams Mensenrechteninstituut, vermeld in het decreet van 28 oktober 2022 tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut, de schending inroept van dit decreet en feiten aanvoert die het bestaan van een discriminatie kunnen doen vermoeden, valt de bewijslast dat er geen discriminatie is, ten laste van de verweerder.1§1. Als een persoon of een van de rechtspersonen, verenigingen of organisaties, vermeld in artikel 41, in een burgerrechtelijke procedure voor een bevoegd gerecht of in een procedure voor de geschillenkamer van het Vlaams Mensenrechteninstituut, vermeld in het decreet van 28 oktober 2022 tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut, de schending inroept van dit decreet en feiten aanvoert die het bestaan van een discriminatie kunnen doen vermoeden, valt de bewijslast dat er geen discriminatie is, ten laste van de verweerder.
2Als de vermeende discriminatie betrekking heeft op beloningsdiscriminatie in het kader van de arbeidsbetrekkingen en de werkgever de beloningstransparantieverplichtingen conform hoofdstuk 2 van het decreet van 12 juni 2026 over beloningstransparantie en maatregelen voor een gelijke beloning niet heeft vervuld, valt de bewijslast dat er geen discriminatie is, ten laste van de werkgever, tenzij de werkgever aantoont dat de inbreuk op die beloningstransparantieverplichtingen onmiskenbaar onopzettelijk en van geringe aard was.
2§2. Onder feiten die het bestaan van een directe discriminatie op grond van een beschermd kenmerk kunnen doen vermoeden, wordt onder meer, doch niet uitsluitend, begrepen :3§2. Onder feiten die het bestaan van een directe discriminatie op grond van een beschermd kenmerk kunnen doen vermoeden, wordt onder meer, doch niet uitsluitend, begrepen :
31° de gegevens waaruit een bepaald patroon van ongunstige behandeling blijkt ten aanzien van personen die drager zijn van een of meer welbepaalde beschermde kenmerken, onder meer via verschillende, los van elkaar staande meldingen, die bij het Vlaams Mensenrechteninstituut of bij een van de rechtspersonen, verenigingen of organisaties, vermeld in artikel 41 van dit decreet, werden gedaan;41° de gegevens waaruit een bepaald patroon van ongunstige behandeling blijkt ten aanzien van personen die drager zijn van een of meer welbepaalde beschermde kenmerken, onder meer via verschillende, los van elkaar staande meldingen, die bij het Vlaams Mensenrechteninstituut of bij een van de rechtspersonen, verenigingen of organisaties, vermeld in artikel 41 van dit decreet, werden gedaan;
+5 −1 decreet-2022-10-28/art. 22
1Het VMRI is bevoegd om alle personen te horen en alle nodige informatie en documentatie in te winnen als dat redelijkerwijze nodig is om zijn bevoegdheden uit te oefenen.1§1. Het VMRI is bevoegd om alle personen te horen en alle nodige informatie en documentatie in te winnen als dat redelijkerwijze nodig is om zijn bevoegdheden uit te oefenen.
2Wanneer het VMRI een verzoek tot informatie of documentatie richt tot overheden of openbare instellingen van of die afhangen van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, kan het een dwingende termijn opleggen om dit verzoek te beantwoorden.2Wanneer het VMRI een verzoek tot informatie of documentatie richt tot overheden of openbare instellingen van of die afhangen van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap, kan het een dwingende termijn opleggen om dit verzoek te beantwoorden.
3Het VMRI kan ter plaatse bij deze overheden en openbare instellingen gaan, met uitzondering van de bewoonde lokalen, om de nodige vaststellingen te doen en de overlegging te vragen van alle informatie en documentatie.3Het VMRI kan ter plaatse bij deze overheden en openbare instellingen gaan, met uitzondering van de bewoonde lokalen, om de nodige vaststellingen te doen en de overlegging te vragen van alle informatie en documentatie.
4De personen die worden gevraagd om informatie of documenten over te leggen zijn ten aanzien van het VMRI ontheven van hun plicht tot geheimhouding in verband met feiten waarvan zij kennis hebben en gegevens waarover zij beschik- ken door hun staat of beroep, met uitzondering van die welke door het medisch geheim beschermd zijn of waarvan ze kennis hebben genomen in hun hoedanigheid van noodzakelijke vertrouwenspersoon.4De personen die worden gevraagd om informatie of documenten over te leggen zijn ten aanzien van het VMRI ontheven van hun plicht tot geheimhouding in verband met feiten waarvan zij kennis hebben en gegevens waarover zij beschik- ken door hun staat of beroep, met uitzondering van die welke door het medisch geheim beschermd zijn of waarvan ze kennis hebben genomen in hun hoedanigheid van noodzakelijke vertrouwenspersoon.
5§2. Het VMRI kan op verzoek van het personeelslid, vermeld in het tweede lid, aan dat personeelslid de volgende informatie schriftelijk overmaken:
61° informatie over het individuele beloningsniveau van dat personeelslid;
72° de naar geslacht uitgesplitste gemiddelde beloningsniveaus voor categorieën van personeelsleden die dezelfde of gelijkwaardige arbeid verrichten.
8Het VMRI kan de informatie, vermeld in het eerste lid, overmaken aan het personeel, vermeld in artikel 4 van het decreet van 12 juni 2026 over beloningstransparantie en maatregelen voor een gelijke beloning.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd