Decreet houdende diverse bepalingen inzake omgeving, leefmilieu en natuur, ruimtelijke ordening en landbouw 2026005973 6 weken geleden 14 versies
| 1 | Voor de toepassing van deze codex wordt verstaan onder : |
| 2 | 1° afschrift : een fotokopie of een digitale kopie; |
| 3 | 2° ... |
| 4 | 3° beveiligde zending : één van de hiernavolgende betekeningswijzen : |
| 5 | a) een aangetekend schrijven, |
| 6 | b) een afgifte tegen ontvangstbewijs, |
| 7 | c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld; |
| 8 | 4° departement: het Departement Omgeving; |
| 9 | 4°/0 dienst bevoegd voor veiligheidsrapportage: de administratie, vermeld in artikel 4/1.1.1, eerste lid, 2°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid |
| 10 | 4°/1 effectbeoordeling : de effectonderzoeken en effectrapportages die noodzakelijk zijn om een ruimtelijk uitvoeringsplan te onderbouwen, of als ondersteuning voor de te nemen beslissingen; |
| 11 | 4°/2 erkennings-, rangschikkings- en beschermingsbesluiten inzake onroerend erfgoed : de erkennings-, rangschikkings- en beschermingsbesluiten, genomen met toepassing van de wet van 7 augustus 1931 op het behoud van monumenten en landschappen, het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten, het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium, het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg en het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013; |
| 12 | 5° functie : het feitelijk gebruik van een onroerend goed of een gedeelte daarvan; |
| 13 | 6° grondruilplan : het grondruilplan, vermeld in artikel 2.1.65 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting; |
| 14 | 7° handelingen : werkzaamheden, wijzigingen of activiteiten met ruimtelijke implicaties; |
| 15 | 8° herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil : de herverkaveling uit kracht van wet met planologische ruil, vermeld in artikel 2.1.61 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting; |
| 16 | 8°/1 kwaliteitsbeoordeling: |
| 17 | a) in geval van een milieueffectrapportage: de beoordeling van het milieueffectrapport door het Vlaams expertisecentrum m.e.r., waarin wordt beoordeeld of het milieueffectrapport voldoet aan de essentiële kenmerken, vermeld in artikel 4.2.1, tweede lid, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, door over de inhoudsafbakening van het milieueffect-rapport te adviseren en het milieueffectrapport daaraan te toet-sen; |
| 18 | b) in geval van een veiligheidsrapportage: de beoordeling van de vei-ligheidsrapportage door de dienst, bevoegd voor veiligheidsrappor-tage, waarin wordt beoordeeld of de veiligheidsrapportage voldoet aan de essentiële kenmerken, vermeld in artikel 4/1.1.3, tweede lid, van het voormelde decreet, door: |
| 19 | 1) vast te stellen dat geen ruimtelijk veiligheidsrapport vereist is; |
| 20 | 2) de inhoudsafbakening van het ruimtelijk veiligheidsrapport te bepalen en het ruimtelijk veiligheidsrapport daaraan te toetsen; |
| 21 | 8°/2 landcommissie: een landcommissie als vermeld in artikel 2.2.1 van het decreet van 28 maart 2014 betreffende de landinrichting; |
| 22 | 9° plan van aanleg : een gewestplan, een algemeen plan van aanleg of een bijzonder plan van aanleg; |
| 23 | 9°/1 projectbesluit : een besluit als vermeld in artikel 2, 10°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten; |
| 24 | 9°/2 rooilijn: de scheiding tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, vermeld in het decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de gewestelijke rooilijnen en het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen; |
| 25 | 9°/3 rooilijnplan: een plan houdende de vaststelling van de rooilijn als vermeld in het decreet van 8 mei 2009 houdende vaststelling en realisatie van de gewestelijke rooilijnen en het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen; |
| 26 | 10° ruimtelijk kwetsbare gebieden : |
| 27 | a) de volgende gebieden, aangewezen op plannen van aanleg : |
| 28 | 1) agrarische gebieden met ecologisch belang, |
| 29 | 2) agrarische gebieden met ecologische waarde, |
| 30 | 3) bosgebieden, |
| 31 | 4) brongebieden, |
| 32 | 5) groengebieden, |
| 33 | 6) natuurgebieden, |
| 34 | 7) natuurgebieden met wetenschappelijke waarde, |
| 35 | 8) natuurontwikkelingsgebieden, |
| 36 | 9) natuurreservaten, |
| 37 | 10) overstromingsgebieden, |
| 38 | 11) parkgebieden, |
| 39 | 12) valleigebieden, |
| 40 | b) de volgende gebieden, aangewezen op ruimtelijke uitvoeringsplannen: |
| 41 | 1) gebieden sorterend onder de categorie van gebiedsaanduiding bos; |
| 42 | 2) gebieden sorterend onder de subcategorie van gebiedsaanduiding parkgebied; |
| 43 | 3) gebieden sorterend onder de categorie van gebiedsaanduiding reservaat en natuur; |
| 44 | 4) agrarische gebieden met ecologisch belang |
| 45 | c) het Vlaams Ecologisch Netwerk, bestaande uit de gebiedscategorieën Grote Eenheden Natuur en Grote Eenheden Natuur in Ontwikkeling, vermeld in het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, |
| 46 | d) de beschermde duingebieden en de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, aangeduid krachtens artikel 52, § 1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud; |
| 47 | 11° stedenbouwkundige ambtenaar : de gewestelijke, de provinciale of de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar die bevoegd is voor het geografische gebied waarop zijn taken vermeld in deze codex betrekking hebben; |
| 48 | 12° ...; |
| 49 | 13° stedenbouwkundig voorschrift: een reglementaire bepaling, opgenomen in: |
| 50 | a) een ruimtelijk uitvoeringsplan; |
| 51 | b) een plan van aanleg; |
| 52 | c) een stedenbouwkundige verordening, of een bouwverordening vastgelegd op grond van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; |
| 53 | d) het herkenbare onderdeel van een projectbesluit dat geldt als ruimtelijk uitvoeringsplan; |
| 54 | 14° strategische adviesraad : de strategische adviesraad, opgericht bij het decreet van 10 maart 2006 houdende de oprichting van de strategische adviesraad Ruimtelijke Ordening - Onroerend Erfgoed; |
| 55 | 15° (sub)categorie van gebiedsaanduiding : een generieke gebiedsbestemming, vermeld in artikel 2.2.6, § 2; |
| 56 | 16° Vlaamse Belastingdienst : de gewestelijke administratie, bevoegd voor de inning en invordering van de Vlaamse belastingen; |
| 57 | 16°/1 Vlaams expertisecentrum m.e.r.: het Vlaams expertisecentrum m.e.r., vermeld in artikel 4.1.1, 19°, van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid; |
| 58 | 17° Vlaamse Grondenbank : afdeling van de Vlaamse Landmaatschappij, opgericht volgens het decreet van 16 juni 2006 betreffende de oprichting van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen. |
| 59 | 18° voorkeursbesluit : een besluit als vermeld in artikel 2, 19°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende complexe projecten; |
| 60 | 19° woonreservegebied: een gebied dat ressorteert onder: |
| 61 | a) de gebiedsbestemming woonuitbreidingsgebied, vermeld in artikel 5.1.1 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en de gewestplannen; |
| 62 | b) het bijzonder bestemmingsvoorschrift reservegebied voor woonwijken van een gewestplan; |
| 63 | c) het bijzonder bestemmingsvoorschrift woonreservegebied van een ge- westplan; |
| 64 | d) het bijzonder bestemmingsvoorschrift woonaansnijdingsgebied van een gewestplan. |