§ flandrepo
19 regels · van kracht sinds 10 jun 2021
1§ 1. De bevoegde Vlaamse autoriteit kan in een van de volgende gevallen van de aanvrager eisen dat hij een aanpassingsstage van ten hoogste drie jaar doorloopt of een proeve van bekwaamheid aflegt:
21° de door de aanvrager gevolgde opleiding heeft betrekking op vakken die wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in het Vlaamse Gewest vereiste opleidingstitel;
32° het in het Vlaamse Gewest gereglementeerde beroep omvat een of meer gereglementeerde beroepswerkzaamheden die niet bestaan in het overeenkomstige beroep in de lidstaat van oorsprong van de aanvrager, en er is een opleiding in het Vlaamse Gewest vereist die betrekking heeft op vakken die wezenlijk verschillen van die welke vallen onder het bekwaamheidsattest of de opleidingstitel die de aanvrager voorlegt.
4§ 2. Als de bevoegde Vlaamse autoriteit van de mogelijkheid, vermeld in paragraaf 1, gebruikmaakt, laat ze de aanvrager de keuze tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid.
5Als de bevoegde Vlaamse autoriteit meent dat het voor een bepaald beroep noodzakelijk is van het eerste lid af te wijken en de aanvrager niet de keuze te laten tussen een aanpassingsstage en een proeve van bekwaamheid, brengt ze de lidstaten en de Europese Commissie daarvan vooraf op de hoogte, waarbij ze die afwijking afdoende motiveert.
6Bij gebrek aan een reactie van de Europese Commissie binnen een termijn van drie maanden via een uitvoeringshandeling waarbij ze de bevoegde Vlaamse autoriteit vraagt om van de voorgenomen maatregel af te zien, mag de afwijking worden toegepast.
7§ 3. In afwijking van het beginsel, vermeld in paragraaf 2, op grond waarvan de aanvrager het recht heeft te kiezen, kan de bevoegde Vlaamse autoriteit ofwel een aanpassingsstage, ofwel een proeve van bekwaamheid voorschrijven met betrekking tot beroepen waarvoor de uitoefening een precieze kennis van het in het Vlaamse Gewest toepasselijke recht veronderstelt en waarvan het verstrekken van advies of het verlenen van bijstand op het gebied van dat recht een essentieel en constant element is. Dat geldt ook voor het geval, vermeld in artikel 21, 2°.
8In het geval, vermeld in artikel 21, 1°, mag de bevoegde Vlaamse autoriteit een aanpassingsstage of een proeve van bekwaamheid opleggen als de aanvrager de bedoeling heeft om als zelfstandige dan wel als bedrijfsleider beroepsactiviteiten uit te oefenen waarvoor kennis en toepassing van de in het Vlaamse Gewest vigerende specifieke voorschriften noodzakelijk zijn, als de bevoegde Vlaamse autoriteit ook van aanvragers die hun beroepskwalificaties in het Vlaamse Gewest hebben verkregen, de kennis en toepassing van die voorschriften eist als voorwaarde voor de toegang tot een dergelijke activiteit.
9In afwijking van het beginsel, vermeld in paragraaf 2, op grond waarvan de aanvrager het recht heeft te kiezen, kan de bevoegde Vlaamse autoriteit hetzij een aanpassingsstage hetzij een proeve van bekwaamheid voorschrijven in een van de volgende gevallen:
101° de houder van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22, 1°, dient een aanvraag tot erkenning van zijn beroepskwalificaties in, terwijl de in het Vlaamse Gewest benodigde beroepskwalificatie een beroepskwalificatie is als vermeld in artikel 22, 3° ;
112° de houder van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22, 2°, dient een aanvraag tot erkenning van zijn beroepskwalificaties in, terwijl de in het Vlaamse Gewest benodigde beroepskwalificatie een beroepskwalificatie is als vermeld in artikel 22, 4° of 5°.
12Als de houder van een beroepskwalificatie als vermeld in artikel 22, 1°, een verzoek tot erkenning van zijn beroepskwalificaties indient, terwijl de in het Vlaamse Gewest benodigde beroepskwalificatie een beroepskwalificatie is als vermeld in artikel 22, 4°, kan de bevoegde Vlaamse autoriteit zowel een aanpassingsstage als een proeve van bekwaamheid voorschrijven.
13§ 4. In dit artikel wordt verstaan onder vakgebieden die wezenlijk verschillen: de vakgebieden waarvan de kennis en de vaardigheden en competenties van essentieel belang zijn voor de uitoefening van het beroep en waarvoor de door de aanvrager ontvangen opleiding qua inhoud wezenlijk afwijkt van de opleiding die in het Vlaamse Gewest vereist is.
14§ 5. Paragraaf 1 wordt toegepast met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.
15In het eerste lid wordt verstaan onder evenredigheidsbeginsel: als de bevoegde Vlaamse autoriteit overweegt van de aanvrager een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid te verlangen, gaat ze na of de kennis, vaardigheden en competenties die de aanvrager heeft verworven in het kader van zijn beroepservaring of in het kader van een leven lang leren en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd, in een lidstaat of derde land het wezenlijk verschil, vermeld in paragraaf 4, geheel of gedeeltelijk kunnen overbruggen.
16§ 6. De beslissing van de bevoegde Vlaamse autoriteit tot oplegging van een aanpassingsstage of proeve van bekwaamheid wordt naar behoren gemotiveerd. De aanvrager krijgt al de volgende informatie:
171° het in het Vlaamse Gewest vereiste beroepskwalificatieniveau en het door de aanvrager behaalde beroepskwalificatieniveau volgens de classificatie, vermeld in artikel 22;
182° de wezenlijke verschillen, vermeld in paragraaf 4, en de redenen waarom die verschillen niet kunnen worden gecompenseerd door de kennis, vaardigheden en competenties die zijn verworven door beroepservaring of levenslang leren, en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd.
19§ 7. Als de bevoegde Vlaamse autoriteit beslist de aanvrager een proeve van bekwaamheid op te leggen, organiseert ze die binnen een termijn van zes maanden na de beslissing.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd