Decreet tot wijziging van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt en het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid 2024003624 2 jaar geleden 1 versie
| 1 | §1. Om de beleidsdoelstellingen rond digitale inclusie, vermeld in artikel 6, §2, eerste lid, 5°, te realiseren, kan de Vlaamse Regering partnerorganisaties voor beleidsuitvoering en -ondersteuning erkennen voor vijf jaar. |
| 2 | §2. Om erkend te worden en de erkenning te behouden, voldoet een partnerorganisatie voor digitale inclusie aan al de volgende voorwaarden: |
| 3 | 1° gevestigd zijn in het Nederlandse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; |
| 4 | 2° expertise hebben in en een geïntegreerde visie hebben op digitale inclusie; |
| 5 | 3° in haar werking de volledige Vlaamse Gemeenschap omvatten en een breed bereik hebben rond digitale inclusie binnen de Vlaamse Gemeenschap; |
| 6 | 4° bereid zijn om nauw samen te werken met de Vlaamse overheid en de eigen activiteiten over digitale inclusie af te stemmen op het beleid van de Vlaamse overheid; |
| 7 | 5° bereid zijn om samen te werken met andere partners van de Vlaamse overheid. |
| 8 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en bepaalt de procedure voor de erkenning van een partnerorganisatie voor digitale inclusie. |
| 9 | Als een partnerorganisatie voor digitale inclusie niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden kan de Vlaamse Regering de erkenning intrekken. |
| 10 | §3. De Vlaamse Regering kan een partnerorganisatie voor digitale inclusie als vermeld in paragraaf 1 die aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in paragraaf 2, voldoet, met een samenwerkingsovereenkomst een of meer van de volgende opdrachten opleggen om het beleid rond digitale inclusie uit te voeren en te ondersteunen: |
| 11 | 1° informatie, kennis en expertise rond digitale inclusie opbouwen die constant actueel is en aangepast wordt aan de veranderende maatschappij; |
| 12 | 2° informatie, kennis en expertise als vermeld in punt 1° verspreiden bij partners van de Vlaamse overheid en de bredere maatschappij. |
| 13 | De Vlaamse Regering kan de opdrachten, vermeld in het eerste lid, nader spe- cificeren en uitbreiden. |
| 14 | Voor de praktische en concrete uitvoering van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, sluit een partnerorganisatie voor een periode van vijf jaar een samenwerkingsovereenkomst als vermeld in het eerste lid met de Vlaamse Regering. De voormelde samenwerkingsovereenkomst omvat afspraken over de te realiseren opdrachten, vermeld in het eerste lid, met inbegrip van de strategische en operationele doelstellingen. Per operationele doelstelling worden een of meer indicatoren bepaald. |
| 15 | De Vlaamse Regering bepaalt de wijze van totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid. |
| 16 | §4. Binnen de beschikbare begrotingskredieten kan de Vlaamse Regering aan een erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie jaarlijks een algemene werkingssubsidie toekennen. |
| 17 | De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt toegekend op basis van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in paragraaf 3. |
| 18 | Het bedrag van de werkingssubsidie, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks gekoppeld aan het prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, §1, het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van ’s lands concurrentievermogen. Een erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie kan een reserve aanleggen overeenkomstig artikel 75 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 en artikel 72 van het Besluit Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 17 mei 2019. |
| 19 | De werkingssubsidie, vermeld in het eerste lid, kan alleen aangewend worden voor niet-economische activiteiten. Uit de boekhouding van een erkende partner- organisatie voor digitale inclusie blijkt duidelijk welke kosten werden gemaakt voor economische activiteiten en welke kosten werden gemaakt voor niet-economische activiteiten. In de boekhouding worden de inkomsten opgesplitst in de ontvangen subsidie, andere ontvangen subsidies en eigen of andere inkomsten. |
| 20 | De Vlaamse Regering kan de nadere regels en modaliteiten bepalen voor de toekenning, de terugvordering en de verantwoording van de subsidie, vermeld in het eerste lid, de indiening van aanvragen en verantwoordingsstukken, de eenmalige gegevensopvraging en voor de onverenigbaarheden en de procedure voor de controle op de aanwending van de voormelde subsidie. |