Tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de tijdelijke plaatsing van minderjarige verdachten en veroordeelde delinquenten vanaf 16 jaar in het Vlaams detentiecentrum betreft bij plaatsgebrek in de gemeenschapsinstellingen #537
Open 




cd&v wil 2 artikels wijzigen in woonzorgdecreet-van-15-februari-2019 · 20 oktober 2025 Alle checks geslaagd
2 artikels gewijzigd
2 van 2 wijzigingen berekend door de instructies op de huidige tekst toe te passen. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 1 | §1. Als de jeugdrechtbank een minderjarige verdachte die op het ogenblik van de feiten die aanleiding geven tot plaatsing in een gemeenschapsinstelling, de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, in de fase van de voorbereidende rechtspleging toevertrouwt aan een gemeenschapsinstelling conform artikel 26 of 27 en daarbij expliciet overweegt dat het wegens dringende, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die betrekking hebben op de vereisten van de bescherming van de openbare veiligheid, niet verantwoord zou zijn dat de minderjarige verdachte bij een eventueel plaatsgebrek in de gemeenschapsinstellingen tijdelijk in vrijheid zou worden gesteld, kan de jeugdrechtbank bij wijze van uitzondering bepalen dat die minderjarige verdachte tijdelijk in het Vlaams detentiecentrum wordt geplaatst in afwachting van een beschikbare plaats in een gemeenschapsinstelling. | ||
| 2 | §2. Het verblijf in het Vlaams detentiecentrum is tijdelijk en voor een maximale periode van zeven dagen. Als de verdachte binnen die termijn van zeven dagen wordt aangemeld in een gemeenschapsinstelling, wordt die verdachte onverwijld overgebracht naar die gemeenschapsinstelling. Bij aanhoudend plaatsgebrek in de gemeenschapsinstellingen wordt de periode, van rechtswege, eenmalig met maximaal zeven dagen verlengd. Als er bij het aflopen van de tweede periode van zeven dagen geen plaats is vrijgekomen in een gemeenschapsinstelling, wordt de delictpleger onverwijld in vrijheid gesteld in afwachting van een vrijgekomen plaats in een gemeenschapsinstelling. |
| 1 | §1. Als de jeugdrechtbank een minderjarige delictpleger die op het ogenblik van de feiten die aanleiding geven tot plaatsing in een gemeenschapsinstelling, de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, toevertrouwt aan een gemeenschapsinstelling conform artikel 36 of 37 en daarbij expliciet overweegt dat het wegens dringende, ernstige en uitzonderlijke omstandigheden die betrekking hebben op de vereisten van de bescherming van de openbare veiligheid, niet verantwoord zou zijn dat de minderjarige delictpleger bij een eventueel plaatsgebrek in de gemeenschapsinstellingen tijdelijk in vrijheid zou worden gesteld, kan de jeugdrechtbank bij wijze van uitzondering bepalen dat die minderjarige delictpleger tijdelijk in het Vlaams detentiecentrum wordt geplaatst in afwachting van een beschikbare plaats in een gemeenschapsinstelling. | ||
| 2 | §2. Het verblijf in het Vlaams detentiecentrum is tijdelijk en voor een maximale periode van zeven dagen. Als de delictpleger binnen die termijn van zeven dagen wordt aangemeld in een gemeenschapsinstelling, wordt die delictpleger onverwijld overgebracht naar die gemeenschapsinstelling. Bij aanhoudend plaatsgebrek in de gemeenschapsinstellingen wordt de periode, van rechtswege, eenmalig met Vlaams Parlement537 (2025-2026) – Nr. 1 8 maximaal zeven dagen verlengd. Als er bij het aflopen van de tweede periode van zeven dagen geen plaats is vrijgekomen in een gemeenschapsinstelling, wordt de delictpleger onverwijld in vrijheid gesteld in afwachting van een vrijgekomen plaats in een gemeenschapsinstelling. |