§ flandrepo

Decreet houdende diverse bepalingen over het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Vlaamse Regering #1822 Staatsblad 10 januari 2024 NUMAC 2023048654
39 artikels gewijzigd
+1 −1 groeipakketdecreet-van-2018/art. 181
1−Het bezwaar wordt ten gronde behandeld volgens de regels die zijn vastgelegd in of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers of na het verstrijken van de termijn waarin dat advies moest worden uitgebracht.
1+Het bezwaar wordt ten gronde behandeld volgens de regels die zijn vastgelegd in of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers of na het verstrijken van de termijn waarin dat advies moest worden uitgebracht.
+1 −1 decreet-2004-05-07-1013104/art. 7
11Binnen het kader van de missie en de taken van het agentschap kan de Vlaamse regering specifieke taken aan het agentschap, al dan niet in samenwerking met andere organisaties, toewijzen.
2−Het agentschap kan privaatrechtelijke verenigingen met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is hun leden een vermogensvoordeel te bezorgen, of vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en met een sociaal oogmerk erkennen die uitsluitend wooninfrastructuur aan personen met een handicap, die een duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning hebben, ter beschikking stellen.
2+Het agentschap kan privaatrechtelijke verenigingen met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is hun leden een vermogensvoordeel te bezorgen, of vennootschappen met rechtspersoonlijkheid en met een sociaal oogmerk volgens het Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999 of coöperatieve vennootschappen met erkenning als sociale onderneming volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 of een equivalent daarvan erkennen die uitsluitend wooninfrastructuur aan personen met een handicap, die een duidelijk vast te stellen behoefte aan zorg en ondersteuning hebben, ter beschikking stellen.
33De wooninfrastructuur staat in het kadaster geregistreerd als woning en wordt ter beschikking gesteld met een schriftelijke overeenkomst. De Vlaamse Regering kan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, concretiseren, bepaalt de wijze waarop de behoefte aan zorg en ondersteuning wordt vastgesteld en kan tevens regels vaststellen voor de toewijzing van de huurwoningen.
+2 −0 decreet-2004-05-07-1013104/art. 8
131312° het opleggen van administratieve sancties aan voorzieningen, vergunninghouders en andere organisaties die door het agentschap rechtstreeks of onrechtstreeks gesubsidieerd worden;
141413° het ten laste nemen van de kosten van materiële ondersteuning van personen met een handicap.
15+De Vlaamse Regering kan een commissie oprichten die tot taak heeft om vast te stellen of de persoon die ondersteuning vraagt of voor wie ondersteuning wordt gevraagd, een persoon met een handicap is als vermeld in artikel 2, 2°. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere samenstelling, de opdrachten en de werkwijze van de commissie en bepaalt de presentiegelden en vergoedingen die kunnen worden toegekend aan de voorzitter en de leden van de commissie.
16+De Vlaamse Regering kan de taak, vermeld in het tweede lid, opdragen aan de commissie die kan worden opgericht conform artikel 16, vierde lid, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap.
+2 −2 decreet-2004-05-07-1013104/art. 19/1
22§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden waaronder het agentschap een vergunning kan toekennen en houdt hierbij rekening met de kwaliteitseisen, vermeld in of ter uitvoering van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen.
33§ 3. De Vlaamse Regering kan bovendien specifieke voorwaarden opleggen betreffende onder meer de output en het aanbod.
4−§ 4. De Vlaamse Regering regelt de procedure voor de aanvraag, de toekenning, de wijziging, de schorsing en de opheffing van de vergunning, inclusief de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. De Vlaamse Regering houdt hierbij rekening met de bepalingen opgenomen in of ter uitvoering van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en (Kandidaat-)pleegzorgers.
4+§ 4. De Vlaamse Regering regelt de procedure voor de aanvraag, de toekenning, de wijziging, de schorsing en de opheffing van de vergunning, inclusief de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen. De Vlaamse Regering houdt hierbij rekening met de bepalingen opgenomen in of ter uitvoering van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en (Kandidaat-)pleegzorgers.
5−Het bezwaarschrift wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende oprichting van de Strategische Ad-viesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
5+Het bezwaarschrift wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
+4 −2 decreet-2018-05-18/art. 45
22De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende regels voor de leeftijd en de termijn van betaling, de wijze van vaststelling en de hoogte van de premies. De Vlaamse Regering bepaalt de indexering van de premies.
33De Vlaamse Regering kan categorieën van personen, op wie alleen bepaalde pijlers van dit decreet van toepassing zijn, geheel of gedeeltelijk vrijstellen van de verplichte premiebetaling.
4−De Vlaamse Regering kan sociale correcties toepassen voor de leden met recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering als vermeld in artikel 37, § 19, van de Ziekteverzekeringswet.
4+De Vlaamse Regering kan sociale correcties toepassen voor de leden met recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering als vermeld in artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
5+[... (vernietigd bij arrest Grondwettelijk Hof 2023/112 van 20 juli 2023)]
56De Vlaamse Regering kan, bij substantiële verhoging van de premies, deze ook moduleren, rekening houdend met de financiële draagkracht van de gebruiker.
67§ 2. De zorgkassen innen de premies, bestemd voor het agentschap. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de inning van de premies. Ze bepaalt hoe de geïnde bedragen worden doorgestort aan het agentschap of worden verrekend met de subsidie, vermeld in artikel 26.
11122° als de aangeslotene het voorwerp is van een collectieve schuldenregeling;
12133° als de aangeslotene in staat van faillissement verklaard is;
13−4° als de aangeslotene door een gerechtsdeurwaarder insolvabel verklaard is.
14+4° als de aangeslotene door een gerechtsdeurwaarder insolvabel verklaard is;
15+5° als aan de aangeslotene het beschermingsstatuut van tijdelijk ont-heemde is toegekend, vermeld in artikel 57/29 van de wet van 15 decem-ber 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
+2 −1 decreet-2018-05-18/art. 49
39392° de zorgkassen, voor de verwerking van indicatiestellingen , voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van hun opdrachten, vermeld in artikel 22, en voor de doorgifte van persoonsgegevens conform artikel 46/1;
40403° het agentschap en de zorgkassen, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van het digitaal platform Vlaamse Sociale Bescherming en de gemeenschappelijke applicaties Vlaamse sociale bescherming, vermeld in artikel 28;
41−4° de zorgvoorzieningen, de deelnemers aan het multidisciplinair overleg en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van hun zorgrelatie met de gebruiker.
41+4° de zorgvoorzieningen, de deelnemers aan het multidisciplinair overleg en de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen, voor de verwerking van persoonsgegevens van gebruikers in het kader van hun zorgrelatie met de gebruiker;
42+5° het Departement Zorg, vermeld in artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, voor het beheer van de databank met BelRAI-indicatiestellingen, vermeld in artikel 70/2 van dit decreet.
4243§ 5. De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, gedurende welke termijn de verwerkte persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, maximaal zullen worden bewaard.
4344§ 6. De verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de gegevens over de gezondheid, vindt plaats met respect voor de rechten van de betrokken gebruikers.
+5 −0 decreet-2018-05-18/art. 70/2 nieuw
1+De indicatiestellingen, waarbij de zorgbehoefte van de gebruiker wordt geëvalueerd aan de hand van BelRAI, en die worden afgenomen overeenkom-stig of krachtens dit decreet of het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019, worden opgeslagen in een databank onder het beheer van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
2+De indicatiestellingen, vermeld in het eerste lid, worden digitaal bezorgd of toegevoegd aan de databank, vermeld in het eerste lid. De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop en de vorm waarin de gegevens over de indicatiestellingen worden bezorgd of toegevoegd aan de databank, vermeld in het eerste lid. Die gegevens kunnen worden bezorgd door de individuele zorgverlener die de indicatiestelling uitvoert, of, onder de voorwaarden die de Vlaamse Regering bepaalt, op het niveau van de organisatie of de zorgvoorzie-ning waar de persoon die de indicatiestelling heeft afgenomen, in dienst is.
3+De voorwaarden in het tweede lid omvatten ten minste de verplichting voor de betrokken organisaties en voorzieningen om voor elke indicatiestelling na te gaan door wie en op welk tijdstip de indicatiestelling is toegepast.
4+Aan de actoren die belast zijn met taken en bevoegdheden, geregeld bij of krachtens dit decreet of geregeld bij of krachtens het Woonzorgdecreet van 15 februari 2009, en aan de gebruiker of mantelzorger die daarvoor gemachtigd wordt door de gebruiker, kan toegang worden verleend tot de databank, vermeld in het eerste lid, onder de voorwaarden, vermeld in de regelgeving ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. De toegang tot de databank is voor elke actor beperkt tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor de uit te voeren opdrachten en tot de periode waarin de voormelde opdrachten worden uitgevoerd.
5+De Vlaamse Regering kan bijkomende voorwaarden en procedures bepalen voor de toegang van de actoren, vermeld in het vierde lid, tot de databank, vermeld in het eerste lid.
+1 −0 decreet-2018-05-18/art. 82
11De ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid worden vastgesteld door de daarvoor door de Vlaamse Regering, onder de door haar vastgestelde voorwaarden, gemachtigde organisaties, zorgvoorzieningen of zorgverleners. De ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid worden vastgesteld aan de hand van een meetinstrument dat de Vlaamse Regering vaststelt.
22De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de vaststelling van de ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid wordt uitgevoerd, herzien en gecontroleerd. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de kwaliteit, de correctheid, de objectiviteit, de gelijke behandeling en de uniformiteit van de vaststelling van de ernst en de duur van de verminderde zelfredzaamheid worden bewaakt.
3+De gerechtelijke deskundigen, vermeld in artikel 962 van het Gerechtelijk Wetboek, voeren de deskundige opdracht uit aan de hand van het meetinstru-ment, vermeld in het eerste lid.
+3 −2 decreet-2018-05-18/art. 105
11§ 1. De financiering van mobiliteitshulpmiddelen in het kader van de Vlaamse sociale bescherming, bestaat uit de toekenning aan de gebruiker door de zorgkas van een tegemoetkoming die wordt vastgesteld conform artikel 108 en die via trekkingsrechten wordt uitbetaald.
2−§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de inning van de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1, door de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen bij de zorgkassen.
2+§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure voor de inning van de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1, door de verstrekkers van mobiliteitshulpmiddelen of door de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen werkt bij de zorgkassen.
3−De facturatie van de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1, gebeurt door de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen als zelfstandige of door de onderneming in opdracht waarvan de betreffende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen werkt. In voorkomend geval machtigt de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen de onderneming met het oog op de facturatie van de tegemoetkomingen.
3+De facturatie van de tegemoetkomingen, vermeld in paragraaf 1, gebeurt door de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen als zelfstandige of door de onderneming in opdracht waarvan de betreffende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen werkt.
4+Als de onderneming in opdracht waarvan de verstrekker van mobiliteits-hulpmiddelen werkt, factureert, zijn de handhavingsmaatregelen en proce-dures, vermeld in artikel 76, 76/1, 76/2, 116 en 124, die van toepassing zijn op de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, ook van toepassing op de onderneming in opdracht waarvan die verstrekker van mobiliteitshulp-middelen werkt. De schorsing of intrekking van de machtiging van de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 116 en 124, wordt in voorkomend geval begrepen als de schorsing of intrekking van de mogelijkheid voor de onderneming om aanvragen van tegemoetkomingen voor mobiliteitshulpmiddelen in te dienen.
+1 −1 decreet-2018-05-18/art. 111
11De erkenning van een organisatie, zorgvoorziening of zorgverlener als indicatiesteller kan worden geschorst of ingetrokken als die organisatie, zorgvoorziening of zorgverlener de indicatiestellingen, vermeld in artikel 108, § 2, systematisch verkeerd toepast of niet uitvoert binnen een daarvoor voorziene termijn.
22De Vlaamse Regering bepaalt wat moet worden verstaan onder een systematisch verkeerde toepassing van indicatiestellingen en onder het systematisch niet uitvoeren van indicatiestellingen binnen een daarvoor voorziene termijn als vermeld in het eerste lid, en door wie de schorsing of de intrekking van de erkenning wordt opgelegd. De Vlaamse Regering legt de periode van de schorsing van de erkenning vast.
3−De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden en procedures voor de oplegging van de schorsing of de intrekking van de erkenning, inclusief de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
3+De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden en procedures voor de oplegging van de schorsing of de intrekking van de erkenning, inclusief de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
44Na uitputting van de bezwaarprocedure, vermeld in het derde lid, kan tegen de beslissing beroep worden aangetekend bij de Raad van State. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van zestig dagen vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing.
+1 −1 decreet-2018-05-18/art. 116
11Als er systematische afwijkingen of fraude worden vastgesteld in het kader van de aanrekening van de bedragen, vermeld in artikel 114, kan de machtiging van de betreffende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, verleend conform artikel 122, worden geschorst of ingetrokken.
22De Vlaamse Regering bepaalt wat wordt verstaan onder systematische afwijkingen als vermeld in het eerste lid, en door wie de schorsing of de intrekking van de machtiging wordt opgelegd. De Vlaamse Regering legt de periode van de schorsing van de machtiging vast.
3−De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden en procedures voor de oplegging van de schorsing of de intrekking van de machtiging, die minstens de mogelijkheid bevatten om een bezwaar in te dienen bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
3+De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden en procedures voor de oplegging van de schorsing of de intrekking van de machtiging, die minstens de mogelijkheid bevatten om een bezwaar in te dienen bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
44Na uitputting van de bezwaarprocedure, vermeld in het derde lid, kan tegen de beslissing beroep worden aangetekend bij de Raad van State. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van zestig dagen vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing.
+1 −1 decreet-2018-05-18/art. 124
11Als er tekortkomingen worden vastgesteld in het kader van de naleving van de voorwaarde, vermeld in artikel 108, § 2/1, van de voorwaarden, vermeld in artikel 122, derde lid, of van de procedures en de voorwaarden, vermeld in artikel 123, of als wordt vastgesteld dat de verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen systematisch een verkeerde evaluatie maakt van de mobiliteitshulpmiddelen waarvoor gebruikers in aanmerking komen, kan de machtiging van de betreffende verstrekker van mobiliteitshulpmiddelen, vermeld in artikel 122, worden geschorst of ingetrokken.
22De Vlaamse Regering bepaalt door wie de machtiging wordt geschorst of ingetrokken. De Vlaamse Regering bepaalt wat wordt verstaan onder een systematisch verkeerde evaluatie van de mobiliteitshulpmiddelen waarvoor gebruikers in aanmerking komen als vermeld in het eerste lid, en legt de periode van de schorsing van de machtiging vast.
3−De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden en procedures voor de oplegging van de schorsing of de intrekking van de machtiging, inclusief de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
3+De Vlaamse Regering bepaalt de bijkomende voorwaarden en procedures voor de oplegging van de schorsing of de intrekking van de machtiging, inclusief de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
44Na uitputting van de bezwaarprocedure, vermeld in het derde lid, kan tegen de beslissing beroep worden aangetekend bij de Raad van State. Die vordering wordt, op straffe van niet-ontvankelijkheid, ingediend binnen een termijn van zestig dagen vanaf de datum van de ontvangst van de bestreden beslissing.
+32 −0 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 7
1+§ 1. Iedere initiatiefnemer:
2+1° maakt bij aanvraag van een voorafgaande vergunning of, indien geen voorafgaande vergunning moet worden aangevraagd, bij de aanvraag van een eerste erkenning voor de woonzorgvoorziening of vereniging, een administratief basisdossier over;
3+2° legt bij de aanvraag van een erkenning die de eerste keer wordt ingediend een financieel plan voor over minstens drie jaar;
4+3° houdt een boekhouding en maakt een jaarrekening op conform de toepasbare wettelijke bepalingen. De Vlaamse Regering kan het houden van een boekhouding en opmaken van een jaarrekening conform het Wetboek van Economisch Recht of de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen opleggen aan woonzorgvoorzieningen of verenigingen die daartoe niet verplicht zijn. De Vlaamse Regering kan bijkomende specifieke rapporteringsverplichtingen opleggen;
5+4° meldt belangrijke strategische beslissingen die een impact hebben op de structuur, de werking en het bestuur van de initiatiefnemer, de woonzorgvoorziening of vereniging.
6+Daarbij wordt uitgelegd op welke wijze erover gewaakt is dat de continuïteit van de zorg en ondersteuning verzekerd is. De Vlaamse Regering kan de procedure voor die aanmelding bepalen. Onder strategische beslissingen wordt limitatief verstaan:
7+a) beslissingen om kapitaal vertegenwoordigende effecten te verwerven van een andere onderneming, voor een bedrag van minstens 5% van het eigen vermogen van de initiatiefnemer;
8+b) fusies van woonzorgvoorzieningen, verenigingen of initiatiefnemers evenals splitsingen en gelijkgestelde verrichtingen;
9+c) overdrachten van algemeenheid of bedrijfstak;
10+d) de overdracht van of het vestigen van zakelijke rechten op de gebouwen waarin de woonzorgvoorziening of vereniging is gevestigd;
11+e) een verandering van een meerderheid van de stemrechten in de algemene vergadering en het bestuursorgaan van de woonzorgvoorziening en vereniging;
12+f) de wisseling van de persoon die verantwoordelijk is voor de dagelijkse leiding van een woonzorgvoorziening of vereniging;
13+5° stelt een code voor goed bestuur op, keurt die goed en leeft die na;
14+6° leeft bestaande verplichtingen en regelgeving na.
15+In afwijking van het eerste lid, 1°, wordt het administratieve basisdossier op zijn vroegst bezorgd tegen een datum die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan per soort van woonzorgvoorziening en voor de verenigingen een aparte datum bepalen.
16+Het administratief basisdossier, vermeld in het eerste lid, 1°, bevat volgende elementen:
17+1° de voorgenomen activiteiten;
18+2° de organisatiestructuur;
19+3° de feitelijke leiding;
20+4° de verwantschappen en nauwe banden met andere personen;
21+5° een code voor goed bestuur voor de initiatiefnemer.
22+Het administratief basisdossier, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt actueel gehouden en is steeds raadpleegbaar door de Vlaamse Regering op aanvraag. Het administratief basisdossier is openbaar raadpleegbaar op de website van de woonzorgvoorziening of vereniging, wat betreft de onderdelen 1°, 2° en 3°. Daarnaast wordt op de website van de initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging een gebruikersvriendelijke samenvatting weergegeven van de code voor goed bestuur.
23+De code voor goed bestuur, vermeld in het eerste lid, 5°, is afgestemd op de aard, grootte en eigenheid van de initiatiefnemer, woonzorgvoorziening of vereniging en bevat minstens volgende elementen:
24+1° missie en visie;
25+2° duidelijke bepalingen rond bevoegdheden, taakafbakening, rechten en plichten, voorwaarden, samenstelling van de algemene vergadering, raad van bestuur, adviserende comités, directie en andere organen;
26+3° maatregelen rond transparantie van de structuur, de kwaliteit en het prijsbeleid;
27+4° het betrekken van stakeholders.
28+§ 2. Iedere initiatiefnemer die behoort tot de categorie I, vermeld in artikel 6, § 1, 1°, moet naast de verplichtingen, vermeld in paragraaf 1:
29+1° een of meer commissarissen belasten met de controle van de financiële toestand, de controle van de jaarrekening en de regelmatigheid in het licht van de wet en van de statuten en de controle van de verrichtingen die in de jaarrekening moeten worden vastgesteld;
30+2° een solide en passende regeling voor de bedrijfsorganisatie maken en die weergeven in de code voor goed bestuur, onderdeel van het administratief basisdossier weerbaarheid vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° ;
31+3° de nodige maatregelen treffen voor risicobeheer op het vlak van compliance, risicobeheer en interne controle.
32+§ 3. Er wordt een permanent overlegorgaan weerbaarheid en transparantie opgericht dat zorgt voor een overleg over de in dit artikel beschreven verplichtingen inzake bestuurlijke en financiële weerbaarheid en transparantie en de concrete toepassing ervan. Het Agentschap bevoegd voor de erkenningen en financiering van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen in dit decreet, de Zorginspectie van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en de representatieve vertegenwoordigers van de woonzorgvoorzieningen en verenigingen maken deel uit van dit permanent overlegorgaan. De Vlaamse Regering regelt de samenstelling en de werking van dit permanent overlegorgaan.
+8 −0 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 38/1 nieuw
1+In dit artikel wordt verstaan onder indicatiestelling: de indicatiestelling, vermeld in artikel 2, eerste lid, 17°, van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming.
2+De Vlaamse Regering kan een woonzorgvoorziening opleggen om, voor de bepaling van de zorg- en ondersteuningsdoelstellingen van de gebruiker, de zorgbehoefte van de gebruiker te evalueren aan de hand van BelRAI, ingevolge de toepassing van een indicatiestelling, zonder dat de indicatiestelling het verlenen van dringende zorg in de weg mag staan.
3+In het tweede lid wordt verstaan onder:
4+1° BelRAI: BelRAI als vermeld in artikel 2, eerste lid, 5°, van het decreet van 18 mei 2018 houdende de Vlaamse sociale bescherming;
5+2° dringende zorg: de zorg in een situatie die niet vooraf kan worden ingeschat en waarbij onmiddellijke of dringende zorg en ondersteuning vereist zijn.
6+De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden bepalen waaronder zorg als dringend wordt beschouwd als vermeld in het derde lid, 2°.
7+De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedures om perso-nen te erkennen die een indicatiestelling kunnen afnemen, en legt de procedures voor de toepassing van de indicatiestellingen vast.
8+De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de bewaking van de kwaliteit, de correctheid, de objectiviteit, de gelijke behandeling en de uniformiteit van de opmaak, het opslaan en de uitwisseling van indicatiestellingen.
+1 −1 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 42
776° een vereniging van publiek recht onderworpen aan deel 3, titel 4, hoofdstuk 2, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur;
887° een ziekenfonds;
9−8° een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en sociaal oogmerk.
9+8° een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en sociaal oogmerk volgens het Wetboek van vennootschappen van 7 mei 1999 of een coöperatie-ve vennootschap met erkenning als sociale onderneming volgens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 of een equivalent daarvan.
1010De Vlaamse Regering kan bepalen welke andere initiatiefnemers erkende verenigingen en thuiszorgvoorzieningen als bepaald in het eerste lid kunnen oprichten en uitbaten.
+3 −3 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 72
1−Met behoud van de toepassing van artikel 64, 65, 66 en 67, naargelang van het geval, kan een administratieve geldboete van 2.500 tot 25.000 euros worden opgelegd aan:
1+Met behoud van de toepassing van artikel 64, 65, 66 en 67, naargelang van het geval, kan een administratieve geldboete van 2.500 tot 25.000 euro worden opgelegd aan:
221° degene die zonder erkenning al dan niet onder de erkende benaming een of meer entiteiten in een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf, een groep van assistentiewoningen of een woonzorgcentrum uitbaat. Die geldboete wordt opgelegd per niet-erkende uitgebate entiteit;
332° de dienst voor gezinszorg die zonder bijkomende erkenning, al dan niet onder de erkende benaming, een centrum voor dagopvang uitbaat. Die geldboete wordt opgelegd per niet-erkende uitbating;
554° degene die een mantelzorger van wie het zelfzorgvermogen niet is aangetast opneemt buiten zijn erkende capaciteit als vermeld in artikel 47, § 1, eerste lid, zonder toestemming of die niet voldoet aan de normen, vermeld in artikel 47, § 1, tweede lid, en § 2;
665° degene die met overtreding van artikel 52 een lokaal dienstencentrum, een dienst voor gezinszorg met een bijkomende erkenning voor een centrum voor dagopvang, een centrum voor dagverzorging, een centrum voor kortverblijf, een centrum voor herstelverblijf of een woonzorgcentrum uitbaat, een bestaand gebouw als zodanig inricht of in gebruik neemt, of de opnamecapaciteit ervan verhoogt zonder daarvoor een voorafgaande vergunning te hebben verkregen;
7−6° de uitbater van een erkende woonzorgvoorziening die door de Vlaamse overheid is aangemaand om binnen een bepaalde termijn aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in de aanmaning, te voldoen en die binnen die termijn aan die voorwaarden niet voldoet.
7+6° de uitbater van een erkende woonzorgvoorziening die niet aan de erkenningsvoorwaarden voldoet.
88In afwijking van het eerste lid kan een administratieve geldboete van 5000 tot 50.000 euro worden opgelegd aan:
991° degene die opzettelijk weigert de gegevens te bezorgen die hij moet bezorgen op grond van dit decreet of die bewust onjuiste of onvolledige inlichtingen bezorgt;
12124° de dienst voor gezinszorg die na intrekking van de bijkomende erkenning voor een centrum voor dagopvang een centrum voor dagopvang uitbaat. Die geldboete wordt opgelegd per niet-erkende uitbating.
1313De administratieve geldboete kan worden opgelegd binnen zes maanden, te rekenen vanaf de dag van de vaststelling van de inbreuk nadat de betrokkene is gehoord. Als een administratieve geldboete wordt opgelegd, vermeldt de beslissing het bedrag, de wijze waarop en de termijn waarin die moet worden betaald. De kennisgeving van de beslissing aan de betrokkene vermeldt de wijze waarop en de termijn waarin beroep ingesteld kan worden tegen de beslissing.
14−De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de administratieve geldboete. De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die de geldboete kunnen opleggen.
14+De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor het opleggen en het betalen van de administratieve geldboete. De Vlaamse Regering wijst de ambtenaren aan die de geldboete kunnen opleggen. De Vlaamse Regering kan criteria bepalen om het bedrag van de admini-stratieve geldboete te bepalen, rekening houdend met de minimum- en maximumbedragen, vermeld in het eerste en tweede lid.
1515De betrokkene kan op straffe van verval van het recht tot het instellen van een beroep binnen zestig dagen vanaf de kennisgeving van de beslissing waarbij hem een administratieve geldboete wordt opgelegd, tegen die beslissing bij de Raad van State beroep aantekenen met een verzoekschrift. Dat beroep schorst de uitvoering van de beslissing. De Raad van State oordeelt met volle rechtsmacht.
1616De ambtenaren, vermeld in het vierde lid of, in geval van beroep, de Raad van State kunnen bij verzachtende omstandigheden het bedrag van de opgelegde administratieve geldboete verminderen, zelfs tot onder het toepasselijke minimumbedrag.
+2 −0 woonzorgdecreet-van-15-februari-2019/art. 94
1+In afwijking van artikel 7, §1, eerste lid, 1°, bezorgt iedere woonzorg-voorziening of vereniging die op de datum van de inwerkingtreding van artikel 7 erkend is, een administratief basisdossier tegen een datum die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan per soort van woonzorgvoorziening en voor de verenigingen een aparte datum bepalen.
2+In afwijking van artikel 7, §1, eerste lid, 1°, bezorgen de woonzorgvoorzie-ningen die op de datum van de inwerkingtreding van artikel 7 al beschikken over een voorafgaande vergunning, een administratief basisdossier bij de aanvraag van de eerste erkenning voor de vergunde voorziening en op zijn vroegst tegen een datum die de Vlaamse Regering bepaalt. De Vlaamse Regering kan per soort van vergunde woonzorgvoorziening een aparte datum bepalen.
+1 −1 decreet-1999-05-18/art. 23
1−Hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin is van toepassing op de procedure inzake de erkenning, de schorsing van erkenning en de intrekking van erkenning van de centra voor geestelijke gezondheidszorg.
1+Hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers is van toepassing op de procedure inzake de erkenning, de schorsing van erkenning en de intrekking van erkenning van de centra voor geestelijke gezondheidszorg.
+3 −0 decreet-1999-05-18/art. 33/1 nieuw
1+In het kader van de uitvoering van de sociale akkoorden over de gezondheids-sector die aan al de volgende voorwaarden voldoen, kan de Vlaamse Regering de maatregelen bepalen waarvan de Vlaamse Gemeenschap de financiële weerslag ten laste neemt, en kan de Vlaamse Regering de voorwaarden en de procedure vastleggen om de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetkoming vast te stellen:
2+1° de sociale akkoorden hebben betrekking op de centra voor geestelijke gezondheidszorg waarmee de Vlaamse Regering conform artikel 24 een overeenkomst heeft gesloten;
3+2° de sociale akkoorden worden nog niet gefinancierd via de subsidie-enveloppe, vermeld in artikel 24 en 26.
+9 −0 decreet-1999-05-18/art. 33/2 nieuw
1+De Vlaamse Regering kan initiatieven nemen om de aantrekkelijkheid te bevorderen van de tewerkstelling in de erkende centra voor geestelijke gezondheidszorg waarmee de Vlaamse Regering een overeenkomst heeft gesloten conform artikel 24, en waarvan de Vlaamse Gemeenschap de financiële weerslag ten laste neemt. De voormelde initiatieven kunnen betrekking hebben op al de volgende aspecten:
2+1° de werkomstandigheden;
3+2° de vergoedingsvoorwaarden;
4+3° arbeidsduurvermindering;
5+4° vermindering van werklast;
6+5° opleiding;
7+6° kwalificatie en vorming;
8+7° betrokkenheid in het besluitvormingsproces.
9+De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden en de procedure om de financiële weerslag, het bedrag en de betaling van de financiële tegemoetko-ming, vermeld in het eerste lid, vast te stellen.
+6 −0 decreet-2009-04-03/art. 8/1 nieuw
1+De organisaties voor autonoom vrijwilligerswerk garanderen een klachtenrecht voor de gebruiker door een procedure voor klachtenregistratie en klachtenbehandeling op te zetten die voldoet aan de verplichtingen die voortvloeien uit de regelgeving over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens en het basiskader voor de klachtenprocedure dat de Vlaamse Regering vaststelt.
2+De klachtenprocedure, vermeld in het eerste lid, beschrijft al de volgende aspecten:
3+1° de wijze waarop de hulpvrager zijn klacht kan bekendmaken;
4+2° de wijze waarop de ontvankelijkheid van de klacht wordt beoordeeld;
5+3° de wijze waarop de klacht wordt behandeld;
6+4° de wijze waarop de hulpvrager wordt geïnformeerd over het resultaat van zijn klacht.
+3 −2 decreet-2009-05-08-1018103/art. 2
11In dit decreet wordt verstaan onder :
2−1° algemeen welzijnswerk : de psychosociale hulp- en dienstverlening die ter beschikking staat van alle personen van wie de welzijnskansen bedreigd of verminderd worden ten gevolge van gebeurtenissen in de persoonlijke levenssfeer, problemen ten gevolge van gebeurtenissen in een context van criminaliteit of problemen van meervoudige kwetsbaarheid ten gevolge van een proces van sociale uitsluiting. Het algemeen welzijnswerk wordt gerealiseerd door centra voor teleonthaal en centra voor algemeen welzijnswerk of in het kader van projecten;
2+1° algemeen welzijnswerk : de psychosociale hulp- en dienstverlening die ter beschikking staat van alle personen van wie de welzijnskansen bedreigd of verminderd worden ten gevolge van gebeurtenissen in de persoonlijke levenssfeer, problemen ten gevolge van gebeurtenissen in een context van criminaliteit of problemen van meervoudige kwetsbaarheid ten gevolge van een proces van sociale uitsluiting. Het algemeen welzijnswerk wordt gerealiseerd door het centrum voor teleonthaal en centra voor algemeen welzijnswerk of in het kader van projecten;
332° centrum : een centrum voor algemeen welzijnswerk of een centrum voor teleonthaal;
443° project : een bijzonder initiatief met een tijdelijk, vernieuwend en experimenteel karakter dat zich richt tot een specifieke doelgroep of op een bijzondere probleemsituatie met betrekking tot het algemeen welzijnswerk;
10109° programmatie : het instrument om een evenwichtig gespreid aanbod van hulp- en dienstverlening te bepalen op basis van objectieve gegevens, onder meer over de bevolking en maatschappelijke probleemdomeinen;
111110° subsidie-enveloppe : de financiële enveloppe die een erkend centrum jaarlijks krijgt om op een kwalitatieve manier een omschreven takenpakket uit te voeren en een bepaald volume tewerkstelling te realiseren;
12−11° kleinstedelijke zorgregio : een geografisch omschreven gebied op het niveau van de kleine stad, als bepaald in de bijlage bij het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio's en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen.
12+11° eerstelijnszone: het werkgebied van de zorgraad, vermeld in ar-tikel 13 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders;.
13+12° referentieregio: een gebiedsafbakening van verschillende ge-meenten samen als vermeld in artikel 5 van het decreet van 3 febru-ari 2023 over de regiovorming en tot wijziging van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
+1 −1 decreet-2009-05-08-1018103/art. 5
1−Elk centrum voor teleonthaal heeft tot taak :
1+Het centrum voor teleonthaal heeft tot taak :
221° op permanente basis hulpverlening, crisisopvang, informatie en advies te verstrekken via de telefoon of een ander elektronisch communicatiemiddel, met bijzondere aandacht voor zelfdodingspreventie;
332° zo nodig gericht door te verwijzen naar andere personen of diensten;
+1 −1 decreet-2009-05-08-1018103/art. 6
1−Een centrum voor algemeen welzijnswerk heeft de opdracht om vanuit een eenheid van beheer en beleid een gediversifieerde en verantwoorde hulp- en dienstverlening te organiseren die gericht is op het detecteren, voorkomen, verminderen, signaleren en oplossen van alle factoren die de welzijnskansen van personen, gezinnen of bevolkingsgroepen bedreigen of verminderen.
1+Een centrum voor algemeen welzijnswerk heeft de opdracht om vanuit een eenheid van beheer en beleid een gediversifieerde en verantwoorde hulp- en dienstverlening te organiseren die gericht is op het detecteren, voorkomen, verminderen, signaleren en oplossen van factoren die de welzijnskansen van personen, gezinnen of bevolkingsgroepen bedreigen of verminderen.
+3 −3 decreet-2009-05-08-1018103/art. 17
11§ 1. De Vlaamse Regering erkent de centra en subsidieert ze binnen de perken van de begrotingskredieten. De bepalingen van hoofdstuk II gelden als erkennings- en subsidievoorwaarden met behoud van de toepassing van de bepalingen in § 2 en § 3.
22§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop de centra opgericht moeten zijn om erkend te kunnen worden, evenals het werkgebied, de programmatie en de beleidsplanning van de centra met behoud van de toepassing van het tweede tot en met vijfde lid.
3−Het werkgebied van een centrum voor algemeen welzijnswerk wordt gevormd door het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of, in het Nederlandse taalgebied, door ten minste drie aaneensluitende kleinstedelijke zorgregio's die samen minimum 300 000 inwoners tellen en die tot eenzelfde provincie behoren. Per werkgebied kan maximum één centrum voor algemeen welzijnswerk worden erkend. Een erkend centrum voor algemeen welzijnswerk beschikt over een personeelsbestand van minimum vijftig erkende voltijdse equivalenten.
3+Het werkgebied van een centrum voor algemeen welzijnswerk wordt gevormd door het grondgebied van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of, in het Nederlandse taalgebied, door ten minste drie aaneensluitende eerstelijnszones die samen minimum 300 000 inwoners tellen. Per referentieregio en per werkgebied kan maximum één centrum voor algemeen welzijnswerk worden erkend. Een erkend centrum voor algemeen welzijnswerk beschikt over een personeelsbestand van minimum vijftig erkende voltijdse equivalenten.
44Er kunnen maximaal elf centra voor algemeen welzijnswerk worden erkend. De som van de werkgebieden van de erkende centra voor algemeen welzijnswerk moet het volledige grondgebied van het Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad dekken.
55Elk centrum voor algemeen welzijnswerk beschikt over verschillende vestigingsplaatsen om een vlotte toegankelijkheid voor het publiek te realiseren.
6−Er kan maximum één centrum voor teleonthaal per provincie worden erkend.
6+Er kan maximum één centrum voor teleonthaal worden erkend.
77De Vlaamse Regering kan aanvullende erkenningsvoorwaarden vastleggen met inachtneming van de bepalingen van hoofdstuk II. Ze bepaalt de erkenningsprocedure.
8−§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de vaststelling en de toekenning van de subsidie-enveloppen van de centra, waarbij ze een onderscheid maakt tussen de centra voor teleonthaal en de centra voor algemeen welzijnswerk.
8+§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de regels om de subsidie-enveloppen van de centra vast te stellen en toe te kennen. Ze houdt daarbij rekening met de Vlaamse intersectorale akkoorden voor de social/non-profitsectoren en maakt een onderscheid tussen het centrum voor teleonthaal en de centra voor algemeen welzijnswerk.
99Bij het bepalen van de subsidie-enveloppe legt de Vlaamse Regering de volgende aspecten vast :
10101° de te vervullen taken;
+1 −1 decreet-2012-06-29/art. 14
1414De dienst voor pleegzorg kan te allen tijde, indien hij oordeelt dat het pleeggezin niet langer voldoende draagkracht heeft om een pleegkind of een pleeggast op te vangen, een attest intrekken met een schriftelijke gemotiveerde beslissing. De dienst voor pleegzorg bezorgt een afschrift van deze beslissing aan het pleeggezin.
1515§ 5. Bij een weigering of een intrekking van een attest kan een kandidaat-pleeggezin of een pleeggezin een herscreening vragen bij een andere dienst voor pleegzorg die wordt aangeduid volgens een jaarlijks wisselend rotatiesysteem dat door de diensten voor pleegzorg wordt bepaald. Deze andere dienst kan het attest alsnog toekennen of opnieuw toekennen volgens de voorwaarden bepaald in § 2.
16−De Vlaamse Regering bepaalt de regels om een bezwaarschrift in te dienen tegen de weigering van een attest naar aanleiding van een herscreening als bedoeld in het eerste lid. Het bezwaarschrift wordt behandeld door de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin als bedoeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Weizijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin .
16+De Vlaamse Regering bepaalt de regels om een bezwaarschrift in te dienen tegen de weigering van een attest naar aanleiding van een herscreening als bedoeld in het eerste lid. Het bezwaarschrift wordt behandeld door de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin als bedoeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
+2 −2 decreet-2013-06-21/art. 2
221° centrum voor algemeen welzijnswerk : een centrum dat door de Vlaamse overheid erkend is met toepassing van de regelgeving betreffende het algemeen welzijnswerk, met uitzondering van een centrum voor teleonthaal;
332° vertrouwenscentrum kindermishandeling : een centrum dat door de Vlaamse overheid erkend is met toepassing van de regelgeving betreffende de erkenning en de subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling;
4−3° Meldpunt : een meldpunt "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling" als vermeld in artikel 3, eerste lid;
4+3° Hulplijn: een hulplijn ‘Geweld, Misbruik en Kindermishandeling’ als vermeld in artikel 3;
554° kindermishandeling : elke vorm van lichamelijk, psychisch of seksueel geweld waarvan een natuurlijke persoon die jonger is dan achttien jaar, het slachtoffer is, actief door het schadelijke optreden of passief door een ernstige nalatigheid van zijn ouders of van iedere andere persoon ten opzichte van wie de eerstgenoemde natuurlijke persoon in een relatie van afhankelijkheid staat;
665° geweld : elke vorm van fysiek, seksueel, psychisch of economisch geweld waarvan een natuurlijke persoon het slachtoffer is, met uitsluiting van kindermishandeling;
776° misbruik : elke vorm van grensoverschrijdend gedrag waardoor de fysieke of psychische integriteit van een natuurlijke persoon wordt aangetast, met uitsluiting van geweld en kindermishandeling;
8−7° aanmelding : elke contactname met het Meldpunt door een persoon die direct of indirect betrokken is bij een situatie van geweld, misbruik of kindermishandeling;
8+7° aanmelding : elke contactname met de Hulplijn door een persoon die direct of indirect betrokken is bij een situatie van geweld, misbruik of kindermishandeling;
998° aanmelder : een persoon als vermeld in punt 7°.
+1 −3 decreet-2013-06-21/art. 3
1−In elke provincie van het Nederlandse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad organiseren centra voor algemeen welzijnswerk en het vertrouwenscentrum kindermishandeling, waarvan het werkgebied in die provincie of in dat tweetalige gebied ligt, samen een meldpunt "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling". Het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de centra voor algemeen welzijnswerk die mee zorgen voor de organisatie van het Meldpunt, sluiten daarvoor een samenwerkingsovereenkomst.
1+Voor elke provincie van het Nederlandse taalgebied en voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad organiseert het centrum voor algemeen welzijnswerk een hulplijn ‘Geweld, Misbruik en Kindermishandeling’ in samenwerking met het territoriaal bevoegde vertrouwenscentrum kindermishandeling. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling en het centrum voor algemeen welzijnswerk die zorgen voor de organisatie van de Hulplijn, sluiten daarvoor een samenwerkingsovereenkomst.
2−In afwijking van het eerste lid kan de Vlaamse Regering bepalen dat in een of meer provincies of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad twee Meldpunten kunnen worden georganiseerd.
3−De werking van de Meldpunten is aanvullend ten aanzien van de reguliere werking van de centra voor algemeen welzijnswerk en van de vertrouwenscentra kindermishandeling die verloopt volgens de regelgeving, vermeld in artikel 2, 1° of 2°.
+2 −2 decreet-2013-06-21/art. 4
1−Een Meldpunt vervult de volgende opdrachten :
1+De Hulplijn vervult de volgende opdrachten :
2−1° kennisnemen van alle aanmeldingen die via de telefoon of via een ander communicatiemiddel dat de Vlaamse Regering kan bepalen, aan het Meldpunt worden gericht met betrekking tot geweld, misbruik of kindermishandeling, of een vermoeden ervan;
2+1° kennisnemen van alle aanmeldingen die via de telefoon of via een ander communicatiemiddel dat de Vlaamse Regering kan bepalen, aan de Hulplijn worden gericht met betrekking tot geweld, misbruik of kindermishandeling, of een vermoeden ervan;
332° passend gevolg geven aan een aanmelding als vermeld in punt 1°, onder de vorm van vraagverheldering die kan leiden tot directe hulp aan de aanmelder;
443° als dat nodig is, de gegevens die zijn verstrekt tijdens een aanmelding als vermeld in punt 1°, ter kennis brengen van het vertrouwenscentrum kindermishandeling of van een centrum voor algemeen welzijnswerk, of van een andere voorziening die een meer passende hulpverlening kan verstrekken.
+5 −5 decreet-2013-06-21/art. 5
11De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 3, eerste lid, regelt minstens :
2−1° de organisatie, de vestigingsplaats en de werking van het Meldpunt;
2+1° de organisatie, de vestigingsplaats en de werking van de Hulplijn;
3−2° het aantal medewerkers dat het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de centra voor algemeen welzijnswerk elk inzetten voor de werking van het Meldpunt en de taken die elke medewerker zal vervullen;
3+2° het aantal medewerkers dat het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de centra voor algemeen welzijnswerk elk inzetten voor de werking van de Hulplijn en de taken die elke medewerker zal vervullen;
4−3° de verantwoordelijkheid voor de werking van het Meldpunt;
4+3° de verantwoordelijkheid voor de werking van de Hulplijn;
5−4° de verwerking van persoonsgegevens door de medewerkers van het Meldpunt, met behoud van de toepassing van artikel 6;
5+4° de verwerking van persoonsgegevens door de medewerkers van de Hulplijn, met behoud van de toepassing van artikel 6;
665° een klachtenprocedure;
7−6° de wijze waarop de kwaliteit van de dienstverlening van het Meldpunt wordt bewaakt, alsook de wijze waarop de veiligheid van de personen die betrokken zijn of vermoedelijk betrokken zijn bij een aangemelde situatie van geweld, misbruik of kindermishandeling, optimaal wordt ingeschat en passende maatregelen worden genomen;
7+6° de wijze waarop de kwaliteit van de dienstverlening van de Hulplijn wordt bewaakt, alsook de wijze waarop de veiligheid van de personen die betrokken zijn of vermoedelijk betrokken zijn bij een aangemelde situatie van geweld, misbruik of kindermishandeling, optimaal wordt ingeschat en passende maatregelen worden genomen;
887° het maken of voortzetten van samenwerkingsafspraken met voorzieningen die hulpverlening aanbieden, met de politie en met het parket.
99De Vlaamse Regering kan de inhoud van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, nader regelen of aanvullen.
+4 −4 decreet-2013-06-21/art. 6
1−Met het oog op de afhandeling van aanmeldingen conform artikel 4, eerste lid, verwerkt het Meldpunt persoonsgegevens, inclusief gegevens als vermeld in artikel 9, lid 1, van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). Het Meldpunt bezorgt persoonsgegevens, inclusief gegevens als vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming, aan de actoren, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°. Op die verwerking en mededeling van persoonsgegevens zijn de bepalingen van de regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens van toepassing.
1+Met het oog op de afhandeling van aanmeldingen conform artikel 4, eerste lid, verwerkt de Hulplijn persoonsgegevens, inclusief gegevens als vermeld in artikel 9, lid 1, van de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming). De Hulplijn bezorgt persoonsgegevens, inclusief gegevens als vermeld in artikel 9, lid 1, van de algemene verordening gegevensbescherming, aan de actoren, vermeld in artikel 4, eerste lid, 3°. Op die verwerking en mededeling van persoonsgegevens zijn de bepalingen van de regelgeving over de bescherming bij de verwerking van persoonsgegevens van toepassing.
22De Vlaamse Regering bepaalt welke gegevens worden verwerkt en de wijze waarop ze worden verwerkt. Met behoud van de toepassing van artikel 9, eerste lid, hebben die gegevens voor elke aanmelding betrekking op de aanmelder, de aard van de problematiek waarop een aanmelding betrekking heeft, de persoon of de personen die betrokken zijn of vermoedelijk betrokken zijn bij die problematiek en het gevolg dat aan de aanmelding is gegeven.
33De mededeling van persoonsgegevens met toepassing van het eerste lid is onderworpen aan de volgende voorwaarden :
441° de meegedeelde gegevens zijn noodzakelijk voor de verdere passende afhandeling van de aanmelding;
552° de gegevens worden alleen meegedeeld in het belang van de persoon op wie de aanmelding betrekking heeft.
6−De medewerkers die bij het Meldpunt worden ingezet conform artikel 5, eerste lid, 2°, wisselen onder elkaar de persoonsgegevens uit die nuttig zijn voor de uitoefening van de opdrachten, vermeld in artikel 4, eerste lid.
6+De medewerkers die bij de Hulplijn worden ingezet conform artikel 5, eerste lid, 2°, wisselen onder elkaar de persoonsgegevens uit die nuttig zijn voor de uitoefening van de opdrachten, vermeld in artikel 4, eerste lid.
7−Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming, gelden de rechten en verplichtingen, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de algemene verordening gegevensbescherming, niet voor de betrokkenen wiens gegevens door het Meldpunt in het kader van dit decreet worden verwerkt en gedeeld. Als de betrokkene een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, informeert de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk, over elke weigering of beperking van de rechten. De informatie over de weigering of beperking hoeft niet te worden verstrekt als de verstrekking daarvan de decretale en reglementaire opdrachten van het Meldpunt zou ondermijnen. De functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen. De functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke en juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd en houdt deze informatie ter beschikking van de Vlaams Toezichtcommissie.
7+Met toepassing van artikel 23, lid 1, i), van de algemene verordening gegevensbescherming, gelden de rechten en verplichtingen, vermeld in artikel 12 tot en met 22 van de algemene verordening gegevensbescherming, niet voor de betrokkenen wiens gegevens door de Hulplijn in het kader van dit decreet worden verwerkt en gedeeld. Als de betrokkene een verzoek indient op basis van artikel 12 tot en met 22 van de voormelde verordening, informeert de bevoegde functionaris voor gegevensbescherming de betrokkene schriftelijk, zo snel mogelijk, over elke weigering of beperking van de rechten. De informatie over de weigering of beperking hoeft niet te worden verstrekt als de verstrekking daarvan de decretale en reglementaire opdrachten van de Hulplijn zou ondermijnen. De functionaris voor gegevensbescherming informeert de betrokkene ook over de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens overeenkomstig artikel 10/5 van het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer en om een beroep in rechte in te stellen. De functionaris voor gegevensbescherming noteert de feitelijke en juridische gronden waarop de beslissing is gebaseerd en houdt deze informatie ter beschikking van de Vlaams Toezichtcommissie.
8−Het Meldpunt bewaart de persoonsgegevens van een aanmelder en van personen die betrokken of vermoedelijk betrokken zijn bij geweld, misbruik of kindermishandeling, op wie een aanmelding betrekking heeft, tot maximaal vijf jaar na de aanmelding of, als voormelde personen betrokken zijn bij meerdere aanmeldingen, tot maximaal vijf jaar na de laatste aanmelding. Persoonsgegevens van personen die jonger zijn dan achttien jaar, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na de datum waarop die personen achttien jaar zijn geworden.
8+De Hulplijn bewaart de persoonsgegevens van een aanmelder en van personen die betrokken of vermoedelijk betrokken zijn bij geweld, misbruik of kindermishandeling, op wie een aanmelding betrekking heeft, tot maximaal vijf jaar na de aanmelding of, als voormelde personen betrokken zijn bij meerdere aanmeldingen, tot maximaal vijf jaar na de laatste aanmelding. Persoonsgegevens van personen die jonger zijn dan achttien jaar, worden bewaard tot maximaal vijf jaar na de datum waarop die personen achttien jaar zijn geworden.
+1 −1 decreet-2013-06-21/art. 7
1−Met het oog op de beleidsvoering worden door het Meldpunt aan de Vlaamse overheid geanonimiseerde registratiegegevens aangeleverd.
1+Met het oog op de beleidsvoering worden door de Hulplijn aan de Vlaamse overheid geanonimiseerde registratiegegevens aangeleverd.
22De Vlaamse Regering bepaalt welke registratiegegevens worden aangeleverd, alsook de wijze waarop en de periodiciteit waarmee die gegevens worden aangeleverd.
+1 −1 decreet-2013-06-21/art. 8
1−Met behoud van de toepassing van artikel 4, eerste lid, 3°, en artikel 6, eerste en vierde lid, zijn de medewerkers van het Meldpunt gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht als vermeld in artikel 4, eerste lid, kennis krijgen en die daarmee verband houden.
1+Met behoud van de toepassing van artikel 4, eerste lid, 3°, en artikel 6, eerste en vierde lid, zijn de medewerkers van de Hulplijn gebonden door de geheimhoudingsplicht met betrekking tot de gegevens waarvan ze bij de uitoefening van hun opdracht als vermeld in artikel 4, eerste lid, kennis krijgen en die daarmee verband houden.
+2 −2 decreet-2013-06-21/art. 9
1−Elk contact met het Meldpunt is gratis voor de persoon die contact opneemt met het Meldpunt. Die persoon heeft de mogelijkheid om bij dat contact anoniem te blijven.
1+Elk contact met de Hulplijn is gratis voor de persoon die contact opneemt met de Hulplijn. Die persoon heeft de mogelijkheid om bij dat contact anoniem te blijven.
2−Binnen de beschikbare begrotingskredieten subsidieert de Vlaamse Regering de uitgaven voor de werking van het Meldpunt, inclusief de uitgaven voor het gebruik van een communicatiemiddel als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, door een persoon die contact opneemt met het Meldpunt. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidieregels.
2+Binnen de beschikbare begrotingskredieten subsidieert de Vlaamse Regering de uitgaven voor de werking van hde Hulplijn, inclusief de uitgaven voor het gebruik van een communicatiemiddel als vermeld in artikel 4, eerste lid, 1°, door een persoon die contact opneemt met de Hulplijn. De Vlaamse Regering bepaalt de subsidieregels.
+1 −1 decreet-2014-04-25-1024475/art. 15
11Binnen de beschikbare begrotingskredieten en met toepassing van de bepalingen van artikel 8 en artikel 10 tot en met 14 kan het agentschap aan personen met een handicap een budget toekennen om niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning te bekostigen.
2−De Vlaamse Regering bepaalt de verdeling van het totale beschikbare budget tussen zorg en ondersteuning voor minderjarigen en zorg en ondersteuning voor meerderjarigen, en tussen de provincies. De middelen voor de financiering van de zorg en ondersteuning van personen die hun woonplaats hebben in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, worden toegevoegd aan de middelen voor de zorg en ondersteuning van personen die hun woonplaats hebben in de provincie Vlaams-Brabant.
2+De Vlaamse Regering bepaalt de verdeling van het totale beschikbare budget tussen zorg en ondersteuning voor minderjarigen en zorg en ondersteuning voor meerderjarigen.
+1 −1 decreet-2014-04-25-1024475/art. 16
22De Vlaamse Regering stelt de nadere regels vast voor de erkenning van een situatie als noodsituatie.
33De Vlaamse Regering bepaalt de minimale inhoudelijke en procesmatige criteria voor de prioritering van de dossiers en houdt hierbij rekening met de resultaten van een analyse van de niet-ingevulde nood aan zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 3, derde lid.
4−De Vlaamse Regering kan in elke provincie een regionale prioriteitencommissie oprichten die tot taak heeft om een zorgvraag, overeenkomstig de richtlijnen die door het agentschap zijn vastgesteld, te erkennen als prioritair te bemiddelen. De Vlaamse Regering bepaalt de maximale termijn, de nadere samenstelling, opdrachten van de regionale prioriteitencommissie en de beroepsprocedure en kan in dat kader nadere taken toekennen aan het agentschap.
4+De Vlaamse Regering kan een commissie oprichten die tot taak heeft om de vragen naar een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning te prioriteren conform de inhoudelijke en procesmatige criteria, vermeld in het derde lid. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere samenstel-ling, de opdrachten en de werkwijze van de commissie en bepaalt de presentiegelden en vergoedingen die kunnen worden toegekend aan de voorzitter en de leden van de commissie.
+2 −0 decreet-2019-04-05/art. 10
1+De Vlaamse Regering erkent geestelijke gezondheidsnetwerken.
2+De Vlaamse Regering bepaalt de erkenningsvoorwaarden, de duur van de erkenning en de regels voor de toekenning, weigering, eventuele verlenging, schorsing en intrekking van de erkenning, inclusief de mogelijkheid om een bezwaar in te dienen bij de Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
+2 −0 decreet-2019-04-26-1031719/art. 22/1 nieuw
1+De Vlaamse Regering kan binnen de perken van de begrotingskredieten een subsidie verlenen aan organisaties die aan burgers evidencebased gezond-heidsinformatie verschaffen.
2+De Vlaamse Regering bepaalt in voorkomend geval de nadere regels voor de subsidie, met inbegrip van het subsidiebedrag, de subsidieperiode, de subsidievoorwaarden, de toekenningsprocedure en de wijze waarop toezicht wordt gehouden op de besteding van de subsidie.
+1 −1 decreet-2019-04-26-1031719/art. 28
11Voor de zorgraden, de regionale zorgplatformen, de partnerorganisaties en de organisaties met terreinwerking regelt de Vlaamse Regering de procedure voor de erkenning en voor de schorsing en de intrekking van de erkenning.
2−De Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, geeft advies over bezwaar- of verweermiddelen die in het kader van de procedures die voortvloeien uit dit decreet, ingediend worden bij een voornemen tot weigering, schorsing of intrekking van erkenning.
2+De Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en (Kandidaat-)pleegzorgers, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers, geeft advies over bezwaar- of verweermiddelen die in het kader van de procedures die voortvloeien uit dit decreet, ingediend worden bij een voornemen tot weigering, schorsing of intrekking van erkenning.
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd