Decreet tot wijziging van de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, het Energiedecreet van 8 mei 2009, het decreet van 13 juli 2012 houdende bepalingen tot begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2012 en het decreet van 17 december 2021 tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat betreft toewijzingen aan het Energiefonds, wijzigingen betreffende flexibiliteit en energiedelen, de uitbouw van het energiedataplatform en de herziening van de administratieve geldboetes aangaande installatie-eisen
51 artikels gewijzigd
| 276 | 276 | 112° richtlijn 2010/31/EU: richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen, zoals gewijzigd door richtlijn (EU) 2018/844 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018; | |
| 277 | 277 | 113° richtlijn 2009/28/EG: de richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van richtlijn 2001/77/EG en richtlijn 2003/30/EG; | |
| 278 | + | 113°/0 sector die een aanzienlijk risico loopt op delokalisatie: een sector met risico op sectoraal niveau dat activiteiten worden verplaatst naar locaties buiten de Europese Unie, en waarvoor de vermenigvuldiging van hun handelsintensiteit en hun elektriciteitsintensiteit op Unie- niveau ten minste 2% bedraagt en waarvan de handelsintensiteit en de elektriciteitsintensiteit op Unieniveau voor elke indicator ten minste 5% bedraagt; | |
| 279 | + | 113°/0/1 sector die risico loopt op delokalisatie: een sector met risico op sectoraal niveau dat activiteiten worden verplaatst naar locaties buiten de Europese Unie, en waarvoor de vermenigvuldiging van hun handelsintensiteit en hun elektriciteitsintensiteit op Unieniveau ten minste 0,6% bedraagt en waarvan de handelsintensiteit en de elektriciteitsintensiteit op Unieniveau respectievelijk ten minste 4% en 5% bedragen; | |
| 278 | 280 | 113°/1 ... | |
| 279 | 281 | 113°/1 SPF: de seizoensprestatiefactor van een warmtepomp; | |
| 62 | 62 | 29° distributienet : elektriciteitsdistributienet of aardgasdistributienet; | |
| 63 | 63 | 30° distributienetbeheerder : elektriciteitsdistributienetbeheerder of aardgasdistributienetbeheerder; | |
| 64 | − | 30°/0 dynamisch prijscontract: een contract waarin de prijsvariatie op de spotmarkten van elektriciteit, waaronder de day-ahead- en de intradaymarkten, vermeld in artikel 2 van de verordening (EU) 2017/2195 van de Commissie van 23 november 2017 tot vaststelling van richtsnoeren voor elektriciteitsbalancering, wordt weerspiegeld in intervallen die ten minste overeenkomen met de marktvereffeningsperiode; | |
| 64 | + | 30°/0 dynamisch prijscontract: een contract waarin de prijsvariatie op de spotmarkten van elektriciteit, waaronder de day-ahead- en de intradaymarkten, wordt weerspiegeld in intervallen die ten minste overeenkomen met de marktvereffeningsperiode; | |
| 65 | 65 | 30°/1 eigen site : het kadastrale perceel of de aansluitende kadastrale percelen van dezelfde natuurlijke persoon of rechtspersoon als eigenaar, erfpachter, opstalhouder of concessiehouder; | |
| 66 | 66 | 30/2° eilandwerking : de situatie waarin, met uitzondering van mobiele installaties,een productie-installatie in normale werking niet gekoppeld is aan : | |
| 67 | 67 | a) het elektriciteitsdistributienet of daaraan gekoppelde gesloten distributienetten; | |
| 68 | 68 | b) het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of daaraan gekoppelde gesloten distributienetten; | |
| 69 | − | c) het transmissienet; | |
| 69 | + | c) het transmissienet of daaraan gekoppelde gesloten distributienetten of gesloten industriële netten als vermeld in artikel 2, 41°, van de federale Elektriciteitswet; | |
| 70 | + | 30°/3 eindgebruiker van thermische energie: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die verwarming, koeling of warm water voor zijn eigen eindgebruik aankoopt, of een natuurlijke persoon of rechtspersoon die bewoner is van een afzonderlijk gebouw of van een eenheid in een appartementsgebouw of multifunctioneel gebouw dat beschikt over een warmte- of koudenet of een centrale bron voor verwarming, koeling of warm water, en die hiervan verwarming, koeling of warm water gebruikt, maar die geen rechtstreekse of individuele overeenkomst met de leverancier of warmte- of koudeleverancier heeft; | |
| 70 | 71 | 31° eindverbruiksector : ondernemingen en particulieren die energie afnemen of produceren om geheel of overwegend in de eigen energiebehoefte te voorzien; | |
| 71 | 72 | 31°/1 elektriciteitsbedrijf: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die ten minste een van de volgende functies vervult: productie, transmissie, distributie, aggregatie, vraagrespons, energieopslag, levering of aankoop van elektriciteit, en die verantwoordelijk is voor de commerciële, technische of onderhoudswerkzaamheden die met die functies verband houden, maar die geen loutere afnemer is; | |
| 214 | 215 | 92° niet-commerciële instellingen : scholen, universiteiten, verzorgingsinstellingen en andere gemeenschapsdiensten, verenigingen van mede-eigenaars, kerkfabrieken, verenigingen zonder winstoogmerk en feitelijke verenigingen die een filantropisch, wetenschappelijk, technisch of pedagogisch doel nastreven op het gebied van energie, milieubescherming of bestrijding van sociale uitsluiting; | |
| 215 | 216 | 92°/1 niet-frequentiegerelateerde ondersteunende dienst: een dienst die wordt gebruikt door een transmissie- of distributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit voor spanningsregeling in stationaire toestand, snelle blindstroominjecties, inertie voor plaatselijke netstabiliteit, kortsluitstroom of inzetbaarheid in eilandbedrijf; | |
| 216 | − | 92°/1/0 niet-gereserveerde technische flexibiliteit: onmiddellijke, als alle commerciële middelen en gereserveerde technische flexibiliteit zijn uitgeput, flexibiliteit op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, waarbij de deelname verplicht is in het kader van de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden, al dan niet met een gereguleerde compensatie als vermeld in artikel 4.1.17/5, § 2, eerste lid; | |
| 217 | + | 92°/1/0 niet-gereserveerde technische flexibiliteit: onmiddellijke, als alle commerciële middelen, tenzij de aankoop ervan economisch niet efficiënt is, zijn uitgeput, flexibiliteit op verzoek van de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, waarbij de deelname verplicht is in het kader van de exploitatie van het elektriciteitsdistributienet of plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden, al dan niet met een gereguleerde compensatie als vermeld in artikel 4.1.17/5, § 2, eerste lid; | |
| 217 | 218 | 92°/1/0/1 niet-residentieel gebouw: een gebouw met een niet-residentiële hoofdbestemming, met uitzondering van: | |
| 218 | 219 | a) alleenstaande gebouwen met een totale bruikbare vloeroppervlakte van minder dan 50 m2; | |
| 230 | 231 | 92°/2/1 nieuwe warmtekracht-installatie: een nieuw opgerichte installatie die volledig zelfstandig en onafhankelijk in één proces thermische warmte en elektrische of mechanische energie opwekt, en waarbij de noodzakelijke onderdelen van de installatie nog niet eerder gebruikt zijn in een warmtekracht-installatie; | |
| 231 | 232 | 92°/3 noodgroep: generatoren die uitsluitend tot bedoeling hebben om kritische belasting te voeden bij netuitval, en die verder enkel netgekoppeld worden om te testen of om een aanzienlijk of systematisch onevenwicht in de Belgische regelzone op te vangen zoals onder de tertiaire reserve omschreven in het koninklijk besluit van 19 december 2002 houdende een technisch reglement voor het beheer van het transmissienet van elektriciteit en de toegang ertoe; | |
| 232 | − | 92°/4 ombudsdienst voor energie : de ombudsdienst, vermeld in artikel 27 van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; | |
| 233 | + | 92°/4 ombudsdienst voor energie : de ombudsdienst, vermeld in artikel 27 van de federale Elektriciteitswet; | |
| 233 | 234 | 92°/5 onafhankelijke dienstverlener van flexibiliteit: een dienstverlener van flexibiliteit die niet is aangesloten bij de leverancier van de afnemer of die een afzonderlijke evenwichtsverantwoordelijke heeft die geen evenwichtsverantwoordelijke van de afnemer is; | |
| 234 | 235 | 93° ondernemingen : elke natuurlijke persoon die koopman is of een zelfstandig beroep uitoefent, de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, de Europese economische samenwerkingsverbanden en de economische samenwerkingsverbanden die beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest of die zich ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te vestigen; | |
| 269 | 270 | 110°/1 relationele gegevens: gegevens die betrekking hebben op de verhouding tussen de netgebruiker en een marktpartij of tussen marktpartijen onderling; | |
| 270 | 271 | 111° rendabele investeringen : investeringen met een interne rentevoet na belastingen die hoger is dan een minimum, dat vastgelegd is door de Vlaamse Regering; | |
| 272 | + | 111°/0 residentieel gebouw: elk gebouw dat bestemd is voor individuele of collectieve bewoning; | |
| 271 | 273 | 111°/1 residentiële afnemer: elke natuurlijke persoon aangesloten op een elektriciteitsdistributienet op laagspanning, die elektriciteit afneemt om te voorzien in zijn behoeften of die van de personen die samen met hem in de woning in kwestie gedomicilieerd zijn, behoudens in het geval dat het leveringscontract voor de levering van elektriciteit op het afnamepunt in kwestie werd gesloten door een onderneming, zoals bedoeld in artikel I.4, 1°, van het Wetboek van Economisch Recht; | |
| 272 | 274 | 112° richtlijn 2010/31/EU: richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen, zoals gewijzigd door richtlijn (EU) 2018/844 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018; | |
| 307 | 309 | 123° toegangsregister : register met alle toegangspunten van een bepaald net, dat opgesteld en beheerd wordt door de betrokken netbeheerder, beheerder van het transmissienet of beheerder van het vervoernet, en waarin onder meer voor ieder toegangspunt de titularis van het toegangspunt en de toegangshouder worden vermeld; | |
| 308 | 310 | 124° toegangsregister voor het warmte- of koudenet: register met alle toegangspunten voor thermische energie van een bepaald warmte- of koudenet, dat opgesteld en beheerd wordt door de betrokken warmte- of koudenetbeheerder, waarin onder meer voor ieder toegangspunt voor thermische energie de titularis van het toegangspunt voor thermische energie en de toegangshouder voor thermische energie worden vermeld; | |
| 309 | − | 125° transmissienet : het transmissienet, vermeld in artikel 2, 7°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt; | |
| 311 | + | 125° transmissienet : het transmissienet, vermeld in artikel 2, 7°, van de federale Elektriciteitswet; | |
| 310 | 312 | 126° tussenpersoon : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die elektriciteit of aardgas koopt met het oog op de doorverkoop aan een andere tussenpersoon of leverancier; | |
| 313 | + | 126°/0 tussenpersoon bij de levering van thermische energie: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die thermische energie koopt met het oog op de doorverkoop aan een eindgebruiker van thermische energie; | |
| 311 | 314 | 126/1° uitbating volgens de regels van de kunst : een uitbating overeenkomstig het « goede-huisvader »-beginsel en waarbij bovendien het potentieel aan energie-opwekking of energie-besparing ten aanzien van het vermogen van de installatie niet significant wordt onderbenut voor langdurige periodes door de expliciete of impliciete wil van de exploitant en/of eigenaar, en waarbij louter contractuele en/of commerciële overwegingen niet kunnen gelden als verschoning voor een langdurige onderbenutting van het potentieel van deze installatie. Kortdurende onderbenutting met het oog op een betere afstemming van elektriciteitsproductie en marktvraag of met het oog op een ondersteuning van het netbeheer beantwoordt wel aan het « goede-huisvader »-beginsel; | |
| 312 | 315 | 126°/1/1 VEKA: het agentschap, vermeld in titel II van het Energiebesluit van 19 november 2010; | |
| 328 | 331 | 132° VREG : autonome dienst met rechtspersoonlijkheid, die overeenkomstig artikel 3.1.1 wordt opgericht; | |
| 329 | 332 | 133° wanbetaling : de niet-betaling of onvolledige betaling van minstens één elektriciteits- of aardgasfactuur; | |
| 330 | − | 133°/1 warmte- of koudeleverancier: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die aan afnemers thermische energie via een warmte- of koudenet verkoopt; | |
| 333 | + | 133°/1 warmte- of koudeleverancier: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die thermische energie verkoopt via een warmte- of koudenet aan afnemers van thermische energie of aan tussenpersonen bij de levering van thermische energie; | |
| 331 | 334 | 133°/2 warmte- of koudenet: geheel van onderling verbonden leidingen en de daarmee verbonden hulpmiddelen die noodzakelijk zijn voor stadsverwarming of -koeling, met uitsluiting van netwerken op een industriële site; | |
| 332 | 335 | 133°/3 warmte- of koudenetbeheerder: de beheerder van een warmte- of koudenet; | |
| 12 | 12 | j) het toezicht op de kwaliteit van de dienstverlening van de warmte- of koudeleveranciers, inclusief hun systemen van vooruitbetaling en de klachten van huishoudelijke afnemers van thermische energie; | |
| 13 | 13 | k) het toezicht op de zekerheid en betrouwbaarheid van de warmte- of koudenetten, alsook op de kwaliteit van de dienstverlening van de warmte- of koudenetbeheerders, onder meer bij de uitvoering van herstellingen en onderhoud en op het vlak van de tijd die de warmte- of koudenetbeheerders nodig hebben om aansluitingen en herstellingen uit te voeren; | |
| 14 | − | l) het toezicht op de uitvoering van regels voor de taken en verantwoordelijkheden van de koude- of warmtenetbeheerders, de warmte- of koudeleveranciers, de warmte- of koudeafnemers en andere marktpartijen inzake stadsverwarming of -koeling, die actief zijn in het Vlaamse Gewest; | |
| 14 | + | l) het toezicht op de uitvoering van regels voor de taken en verantwoordelijkheden van de koude- of warmtenetbeheerders, de warmte- of koudeleveranciers, de tussenpersonen bij de levering van thermische energie, de afnemers van thermische energie, de eindgebruikers van thermische energie en andere marktpartijen inzake stadsverwarming of -koeling, die actief zijn in het Vlaamse Gewest; | |
| 15 | 15 | m) het toezicht op de vrije toegang voor de warmte- of koudeafnemer tot zijn verbruiksgegevens; | |
| 16 | 16 | n) ervoor zorgen dat de distributienetbeheerders en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, de elektriciteitsbedrijven en andere marktdeelnemers die actief zijn in het Vlaamse Gewest, de volgende elementen naleven: | |
| 48 | 48 | 2) van het aantal certificaten dat gedurende de laatste inleveringsperiode werd ingeleverd voor de certificatenverplichtingen, vermeld in respectievelijk artikel 7.1.10 en artikel 7.1.11; | |
| 49 | 49 | f) het jaarlijks voor 15 mei publiceren van een rapport over de door elke leverancier gemaakte en doorgerekende kosten om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 7.1.10 en 7.1.11, waarbij de VREG per elektriciteitsleverancier de gewogen gemiddelde kost per certificaat, berekend volgens punt d) voor de vorige inleveringsperiode, vergelijkt met de doorgerekende kost per certificaat voor die inleveringsperiode, zoals door de elektriciteitsleverancier gerapporteerd in het kader van de V-test voor het gemiddelde huishoudelijke klantenprofiel; | |
| 50 | − | g) het informeren van de marktactoren en de warmte- of koudeafnemers over de werking van de warmte- of koudenetten; | |
| 50 | + | g) het informeren van de marktactoren en de tussenpersonen bij de levering van thermische energie, de afnemers van thermische energie, de eindgebruikers van thermische energie over de werking van de warmte- of koudenetten; | |
| 51 | − | h) het informeren van de warmte- of koudeafnemers over de prijzen en voorwaarden die de warmte- of koudeleveranciers hanteren, met inbegrip van het eventueel aanbieden of laten aanbieden van een objectieve vergelijking van die prijzen en voorwaarden; | |
| 51 | + | h) het informeren van de tussenpersonen bij de levering van thermische energie, de afnemers van thermische energie, de eindgebruikers van thermische energie over de prijzen en voorwaarden die de warmte- of koudeleveranciers hanteren, met inbegrip van het eventueel aanbieden of laten aanbieden van een objectieve vergelijking van die prijzen en voorwaarden; | |
| 52 | 52 | i) het opstellen en publiceren van statistieken en gegevens over de werking van de warmte- of koudenetten; | |
| 53 | 53 | j) het jaarlijks voor 15 mei publiceren van een in samenwerking met de federale energieregulator, en eventueel de andere gewestelijke energieregulatoren, opgestelde studie rond de verschillende componenten van de energiekost die minstens een benchmark met de buurlanden bevat. | |
| 4 | 4 | 2° het vaststellen en goedkeuren van een jaarrapport over de uitvoering van het ondernemingsplan; | |
| 5 | 5 | 3° het beslissen over de deelname van de VREG aan de oprichting van of de deelname in andere publiek- of privaatrechtelijke rechtspersonen, het bestuur of de leiding en de financiering van die rechtspersonen; | |
| 6 | − | 4° het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten en het tot stand brengen van duurzame samenwerkingsverbanden met andere regulatoren en instanties die werkzaam zijn binnen de Vlaamse, Waalse, Brusselse Hoofdstedelijke, Belgische en Europese elektriciteits- en aardgasmarkt; | |
| 6 | + | 4° het sluiten van de overeenkomsten, vermeld in artikel 3.1.4, §2, 8°; | |
| 7 | 7 | 5° het vaststellen en bepalen van de tariefmethodologie overeenkomstig de bepaling zoals opgenomen in afdeling XII van het Energiedecreet; | |
| 8 | 8 | 6° het vaststellen en bepalen van de tariefstructuur; | |
| 5 | 5 | 4° de subsidies waarvoor de VREG als begunstigde in aanmerking komt; | |
| 6 | 6 | 5° terugvorderingen van ten onrechte gedane uitgaven; | |
| 7 | − | 6° vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de voorwaarden in de beheersovereenkomst. | |
| 7 | + | 6° vergoedingen voor prestaties aan derden, volgens de modaliteiten die zijn opgenomen in het ondernemingsplan. | |
| 8 | 8 | § 2. Tenzij het in een decreet anders is bepaald, worden de ontvangsten, vermeld in § 1, beschouwd als ontvangsten die bestemd zijn voor de gezamenlijke uitgaven. | |
| 9 | 9 | § 3. De werkingskosten van de VREG worden gedekt door het Energiefonds, ten belope van de kredieten in de begroting bepaald door de raad van bestuur na rapportering aan het Vlaams Parlement zoals bepaald in paragraaf 5. | |
| 1 | 1 | De distributienetbeheerder is de aanvrager van een aansluiting op zijn net een vergoeding verschuldigd per dag overschrijding van de aansluitingstermijn die voorgeschreven is door de technische reglementen of die in onderling overleg werd afgesproken, behalve als hij kan bewijzen dat hij de laattijdigheid van de aansluiting niet heeft kunnen beletten. | |
| 2 | + | De dagvergoeding bedraagt: | |
| 3 | + | 1° 25 euro in geval van een laattijdige eenvoudige aansluiting of een laattijdige tijdelijke aansluiting van een wooneenheid; | |
| 2 | − | De dagvergoeding bedraagt 25 euro voor een huishoudelijke netgebruiker in geval van een laattijdige eenvoudige aansluiting of een laattijdige tijdelijke aansluiting, 50 euro voor een niet-huishoudelijke netgebruiker in geval van een laattijdige eenvoudige aansluiting of een laattijdige tijdelijke aansluiting, en 100 euro voor een laattijdige aansluiting met detailstudie. | |
| 4 | + | 2° 50 euro in geval van elke andere laattijdige eenvoudige aansluiting of elke andere laattijdige tijdelijke aansluiting dan de laattijdige eenvoudige aansluiting of laattijdige tijdelijke aansluiting, vermeld in punt 1°; | |
| 5 | + | 3° 100 euro in geval van een laattijdige aansluiting met detailstudie. | |
| 3 | 6 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de voorwaarden en de procedure tot indiening van de aanvraag van de vergoeding. |
| 1 | 1 | § 1. De netbeheerder is de netgebruiker, aangesloten op het distributienet, een vergoeding verschuldigd in geval van een niet-geplande stroomonderbreking met technische oorzaak van minstens vier uur. | |
| 2 | − | De vergoeding bedraagt 35 euro voor de huishoudelijke netgebruiker , vermeerderd met 20 euro voor elke bijkomende periode van vier uur. Deze bedragen worden verdubbeld als de onderbreking plaatsvindt in de periode vermeld in artikel 6.1.2, § 1, derde lid. | |
| 2 | + | De vergoeding bedraagt 35 euro voor de netgebruiker gesitueerd in een wooneenheid, vermeerderd met 20 euro voor elke bijkomende periode van vier uur. Deze bedragen worden verdubbeld als de onderbreking plaatsvindt in de periode vermeld in artikel 6.1.2, § 1, derde lid. | |
| 3 | − | Voor de niet-huishoudelijke netgebruiker bedraagt de vergoeding 20% van het bedrag overeenkomstig de distributiekosten voor de maand die voorafgaat aan de maand waarin de onderbreking zich heeft voorgedaan, met een minimum van 35 euro. Dat bedrag wordt vermeerderd met de helft van het bedrag, met een minimum van 20 euro, voor elke bijkomende periode van vier uur. | |
| 3 | + | In alle andere gevallen dan het geval, vermeld in het tweede lid, bedraagt de vergoeding 20% van het bedrag overeenkomstig de distributiekosten voor de maand die voorafgaat aan de maand waarin de onderbreking zich heeft voorgedaan, met een minimum van 35 euro. Dat bedrag wordt vermeerderd met de helft van het bedrag, met een minimum van 20 euro, voor elke bijkomende periode van vier uur. | |
| 4 | 4 | § 2. De vergoedingsplicht, vermeld in paragraaf 1, geldt niet in geval van een onderbreking als gevolg van een noodsituatie of overmacht, zoals omschreven in de technische reglementen. | |
| 5 | 5 | § 3. De netgebruiker dient de aanvraag voor de vergoeding in bij de distributienetbeheerder, op straffe van onontvankelijkheid binnen dertig kalenderdagen die volgen op de langdurige onderbreking. Binnen zestig kalenderdagen die volgen op de indiening van de aanvraag, wordt de vergoeding door de distributienetbeheerder betaald als de aanvraag gegrond is. | |
| 1 | + | De distributienetbeheerder is aan de netgebruiker die, conform artikel 4.1.22/2, eerste lid, 7°, om de plaatsing van een digitale meter heeft verzocht, een vergoeding verschuldigd van 100 euro bij overschrijding van de termijn, vastgesteld door de Vlaamse Regering, conform artikel 4.1.22/2, vierde lid, voor het aanleveren van de offerte of het plaatsen van de digitale meter. |
| 1 | 1 | § 1. In afwijking van artikel 4.1.17/4 kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit onder buitengewone omstandigheden de netgebruikers en de gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit verplichten om deel te nemen aan flexibiliteit. Deze situatie wordt gereserveerde technische flexibiliteit genoemd. | |
| 2 | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, op welke categorieën van netgebruikers en gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit, het eerste lid van toepassing is. | |
| 3 | − | Onder buitengewone omstandigheden als vermeld in het eerste lid, wordt verstaan dat een redelijke en kosteneffectieve netinvestering niet mogelijk is in combinatie met een van de volgende situaties: | |
| 3 | + | Onder buitengewone omstandigheden als vermeld in het eerste lid, worden omstandigheden verstaan die geen onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden als vermeld in paragraaf 2 zijn en waarbij een redelijke en kosteneffectieve netinvestering niet mogelijk is in combinatie met een van de volgende situaties: | |
| 4 | 4 | 1° de aankoop van flexibiliteit is economisch niet efficiënt; | |
| 5 | 5 | 2° de aankoop van flexibiliteit leidt tot ernstige marktverstoringen; | |
| 7 | 7 | De toepassing van gereserveerde technische flexibiliteit door de distributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit moet blijken uit de toepassing van de transparante, niet-discriminerende en eenduidige methodologie en de regels over buitengewone omstandigheden, vermeld in het eerste lid. Die regels worden opgenomen in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit. | |
| 8 | 8 | De elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit informeert de netgebruikers en de gebruikers die aangesloten zijn op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit als gereserveerde technische flexibiliteit wordt toegepast tijdig over de mogelijke impact op hun toegang tot het net. De VREG vermeldt in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit de procedure om de betrokkenen te informeren. | |
| 9 | − | § 2. In geval van onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden en als alle commerciële middelen en gereserveerde technische flexibiliteit uitgeput zijn, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet de modulatie van productie-installaties verplichten via telecontrole. Deze situatie wordt niet-gereserveerde technische flexibiliteit genoemd. | |
| 9 | + | § 2. In geval van onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden en als alle commerciële middelen uitgeput zijn, tenzij de aankoop ervan economisch niet efficiënt is, kan de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet de modulatie van productie-installaties en elektriciteitsopslagfaciliteiten verplichten. Deze situatie wordt niet-gereserveerde technische flexibiliteit genoemd. | |
| 10 | 10 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, op welke productie-installaties en elektriciteitsopslagfaciliteiten het eerste lid van toepassing is. | |
| 11 | − | De nadere regels over de onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden , vermeld in het eerste lid, worden opgenomen in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit. | |
| 11 | + | De nadere regels over de onvoorziene uitzonderlijke netuitbatingsomstandigheden en de economische efficiëntie en de uitputting van de commerciële middelen, vermeld in het eerste lid, worden opgenomen in het technisch reglement distributie elektriciteit en het technisch reglement plaatselijk vervoer van elektriciteit. | |
| 12 | 12 | § 3. In geval van gereserveerde technische flexibiliteit ontvangen de netgebruiker en de gebruiker die op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit aangesloten zijn, ten behoeve van de netbeheerder een kostenreflectieve en transparante compensatie. | |
| 13 | 13 | De Vlaamse Regering bepaalt, na advies van de VREG, de berekeningswijzen voor de compensatie, vermeld in het eerste lid. | |
| 8 | 8 | Een netbeheerder kan de toegang tot zijn net voor een toegangshouder bovendien weigeren of beëindigen indien de aanvrager van de toegang tot het net niet voldoet of de toegangshouder niet meer voldoet aan de voorwaarden voor de toegang tot zijn net, vastgelegd in of krachtens de technische reglementen, vermeld in artikel 4.2.1. | |
| 9 | 9 | § 3. Bij een weigering, beëindiging of opschorting van de toegang tot zijn net stuurt de netbeheerder aan de aanvrager van de toegang tot zijn net of aan de toegangshouder een schriftelijke en gemotiveerde verklaring. | |
| 10 | − | De netbeheerder kan de toegang tot zijn net alleen opschorten of beëindigen na voorafgaande toestemming door de VREG, tenzij in één van de volgende vier gevallen : | |
| 10 | + | De netbeheerder kan de toegang tot zijn net alleen opschorten of beëindigen na voorafgaande toestemming door de VREG, tenzij in één van de volgende gevallen : | |
| 11 | 11 | 1° bij overmacht of een noodsituatie, zoals omschreven in het van toepassing zijnde technisch reglement; | |
| 12 | − | 2° in geval de toegangshouder geen evenwichtsverantwoordelijke of bevrachter meer heeft; | |
| 12 | + | 2° ...; | |
| 13 | 13 | 3° de netbeheerder oordeelt dat er een ernstig risico bestaat voor de veiligheid van personen of materieel; | |
| 14 | 14 | 4° voor een individueel toegangspunt, het aansluitingsvermogen op aanzienlijke wijze overschreden wordt. | |
| 1 | − | De netbeheerders kunnen, onder toezicht van de VREG, voor de unieke identificatie van netgebruikers het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opvragen en gebruiken. | |
| 1 | + | Met behoud van de toepassing van andersluidende bepalingen van dit decreet kunnen de netbeheerders om de taken en verplichtingen uit te voeren die hun bij of krachtens dit decreet worden opgelegd voor de unieke identificatie van netgebruikers het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het BIS-nummer bij het Rijksregister en de leveranciers opvragen en gebruiken. | |
| 2 | + | Om de taken en verplichtingen, vermeld in het eerste lid, uit te voeren, hebben de netbeheerders via het kadaster en de bewaarder der hypotheken, elk voor hun ambtsgebied, ook toegang tot de gegevens over de eigendom en het gebruik van de gebouwen en terreinen die beschikken over een toegangspunt. | |
| 3 | + | Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste en tweede lid, is de netbeheerder de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. Met behoud van de toepassing van andersluidende bepalingen die vastgesteld zijn bij of krachtens dit decreet, geldt voor de verwerking van de voormelde | |
| 4 | + | persoonsgegevens een bewaartermijn die duurt tot vijf jaar na de dag waarop het dossier is afgesloten, en in elk geval een bewaartermijn van maximaal tien jaar. |
| 9 | 9 | 5° de beheersmatige en juridische onafhankelijkheid van de aanvrager ten opzichte van de netbeheerders. | |
| 10 | 10 | Bij gebrek aan een beslissing door de VREG binnen twee maanden na de ontvangst van een volledig aanvraagdossier, waarvan het model wordt vastgesteld door de VREG, wordt de leveringsvergunning geacht verleend te zijn. | |
| 11 | + | Het faillissement of de gerechtelijke reorganisatie van de houder van een leveringsvergunning leidt van rechtswege tot de opheffing van de leveringsvergunning. | |
| 11 | 12 | § 3. Iedere leverancier die elektriciteit of aardgas levert aan afnemers in het Vlaamse Gewest voldoet aan de handels- en balanceringsvereisten, vastgelegd in de technische reglementen. | |
| 1 | 1 | In het geval de VREG de leveringsvergunning van een leverancier, vermeld in artikel 4.3.1, opheft, of indien een leverancier de toegang tot het net wordt ontzegd, of in geval van het faillissement van een leverancier of vanaf de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht, ten aanzien van die leverancier, treedt de netbeheerder, wat betreft de afnemers van die leverancier die op zijn net zijn aangesloten, op als noodleverancier. De periode voor de noodlevering bedraagt maximaal zestig dagen voor niet-huishoudelijke afnemers en maximaal twaalf maanden voor huishoudelijke afnemers. De Vlaamse Regering kan die maximale periodes beperken en kan ook nadere voorwaarden bepalen waaronder de netbeheerders de taak van noodleverancier uitvoeren. | |
| 2 | + | Het Openbaar Ministerie brengt de VREG op de hoogte van elke dagvaarding die het uitbrengt tot faillietverklaring of in het kader van boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht, met betrekking tot een elektriciteits- of aardgasleverancier die in het Vlaamse Gewest actief is. | |
| 3 | + | De griffier van de ondernemingsrechtbank brengt de VREG zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vierentwintig uur op de hoogte van: | |
| 4 | + | 1° elke aangifte tot faillietverklaring en elke indiening van een verzoekschrift tot aanvraag van de opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie door een leverancier als vermeld in het tweede lid; | |
| 5 | + | 2° elke dagvaarding tot faillietverklaring met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, die is uitgebracht door een andere partij dan het Openbaar Ministerie; | |
| 6 | + | 3° elke beslissing tot faillietverklaring die de rechtbank neemt met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid; | |
| 7 | + | 4° elke beslissing die de voorzitter van de rechtbank neemt met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, in het kader van artikel XX.30 en XX.32 van het Wetboek van Economisch Recht; | |
| 8 | + | 5° elke beslissing die de rechtbank neemt op verslag van de gedelegeerd rechter of op verzoek of dagvaarding van het Openbaar Ministerie of van elke belanghebbende met betrekking tot een leverancier als vermeld in het tweede lid, in het kader van artikel XX.31 en boek XX, titel V, van het Wetboek van Economisch Recht. | |
| 9 | + | Het tweede en derde lid laten de verplichtingen van de leverancier, vermeld in het tweede lid, over de informatieverstrekking aan het publiek onverlet. |
| 1 | + | Met behoud van de toepassing van andersluidende bepalingen van dit decreet kunnen de leveranciers voor de uitvoering van enerzijds de taken en verplichtingen die hun bij of krachtens dit decreet worden opgelegd en anderzijds de contracten met hun klanten, voor de unieke identificatie van hun klanten het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het BIS-nummer bij het Rijksregister en bij die klant opvragen en gebruiken. | |
| 2 | + | Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de doeleinden, vermeld in het eerste lid, is de leverancier de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. Met behoud van de toepassing van andersluidende bepalingen die vastgesteld zijn bij of krachtens dit decreet, worden voormelde persoonsgegevens bewaard zolang dit noodzakelijk is voor de doeleinden, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | 1 | Het beheer van een warmte- of koudenet omvat onder meer de volgende taken: | |
| 2 | 2 | 1° het beheer en onderhoud en het ontwikkelen onder economische voorwaarden van een veilig, betrouwbaar en efficiënt warmte- of koudenet, met inachtneming van het milieu en de energie-efficiëntie van het warmte- of koudenet, en het instaan voor de nodige ondersteunende diensten ervoor; | |
| 3 | − | 2° het aanhouden van voldoende capaciteit om de warmte- of koudebehoefte te dekken van de warmte- of koudeafnemers die aangesloten zijn op zijn warmte- of koudenet; | |
| 3 | + | 2° het aanhouden van voldoende capaciteit om de warmte- of koudebehoefte te dekken van de afnemers van thermische energie of tussenpersonen bij de levering van thermische energie die aangesloten zijn op zijn warmte- of koudenet; | |
| 4 | 4 | 3° de herstelling, het preventieve onderhoud, de vernieuwing en de verbetering van zijn warmte- of koudenet en de bijbehorende installaties; | |
| 5 | 5 | 4° het herstellen van onderbrekingen en storingen bij de toevoer van warmte of koude via zijn net; | |
| 9 | 9 | 8° het beheren van het toegangsregister van zijn warmte- of koudenet; | |
| 10 | 10 | 9° het ter beschikking stellen, de plaatsing, de activering, de desactivering, het onderhoud en het herstellen van meters en tellers op de toegangspunten op zijn warmte- of koudenet; | |
| 11 | − | 10° het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn warmte- of koudenet, de bepaling van de injectie en de afname van de warmte- of koudeproducenten en van de warmte- of koudeafnemers die aangesloten zijn op zijn warmte- of koudenet, en de verwerking en de bewaring van die gegevens; | |
| 11 | + | 10° het aflezen van de meters en tellers op de toegangspunten op zijn warmte- of koudenet, de bepaling van de injectie en de afname van de warmte- of koudeproducenten en van de afnemers van thermische energie of tussenpersonen bij de levering van thermische energie die aangesloten zijn op zijn warmte- of koudenet, en de verwerking en de bewaring van die gegevens; | |
| 12 | − | 11° het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de warmteproducenten, de warmte- of koudeleveranciers, de warmte- of koudeafnemers en de VREG; | |
| 12 | + | 11° het verstrekken van de nodige meetgegevens en andere gegevens aan de warmteproducenten, de warmte- of koudeleveranciers, de afnemers van thermische energie of tussenpersonen bij de levering van thermische energie en de VREG; | |
| 13 | 13 | 12° het actief detecteren en vaststellen van alle vormen van energiefraude, en het nemen van maatregelen om energiefraude te vermijden. | |
| 14 | 14 | De Vlaamse Regering kan nadere regels uitvaardigen voor de taken, vermeld in het eerste lid. Die regels kunnen de taken van de warmte- of koudenetbeheerders verder preciseren en concretiseren. | |
| 1 | − | De Vlaamse Regering kan de warmte- of koudenetbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan warmte- of koudeafnemers en aanvragers van een aansluiting op hun warmte- of koudenet. | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering kan de warmte- of koudenetbeheerders openbaredienstverplichtingen opleggen met betrekking tot hun dienstverlening aan afnemers van thermische energie of tussenpersonen bij de levering van thermische energie en aanvragers van een aansluiting op hun warmte- of koudenet. | |
| 2 | 2 | Die openbaredienstverplichtingen kunnen onder meer betrekking hebben op: | |
| 3 | 3 | 1° de informatieverlening en het eventuele voorafgaande overleg bij een onderbreking van de toevoer van thermische energie voor de aanleg, het onderhoud en de herstelling van het net; | |
| 4 | 4 | 2° de karakteristieken van de geleverde thermische energie; | |
| 5 | 5 | 3° de termijnen waarin aanvragen voor nieuwe aansluitingen en aanpassingen van aansluitingen behandeld en uitgevoerd worden; | |
| 6 | − | 4° de termijnen waarin klachten en vragen van warmte- of koudeafnemers behandeld worden; | |
| 6 | + | 4° de termijnen waarin klachten en vragen van afnemers van thermische energie of tussenpersonen bij de levering van thermische energie behandeld worden; | |
| 7 | − | 5° de facturatie aan warmte- of koudeafnemers; | |
| 7 | + | 5° de facturatie aan afnemers van thermische energie of tussenpersonen bij de levering van thermische energie; | |
| 8 | − | 6° de informatieverlening aan warmte- of koudeafnemers en aanvragers van een aansluiting op het warmte- of koudenet; | |
| 8 | + | 6° de informatieverlening aan afnemers van thermische energie of tussenpersonen bij de levering van thermische energie en aanvragers van een aansluiting op het warmte- of koudenet; | |
| 9 | − | 7° de behandeling van klachten van warmte- of koudeafnemers en aanvragers van een aansluiting op het warmte- of koudenet. | |
| 9 | + | 7° de behandeling van klachten van afnemers van thermische energie of tussenpersonen bij de levering van thermische energie en aanvragers van een aansluiting op het warmte- of koudenet. |
| 1 | 1 | De Vlaamse Regering kan de netbeheerders extra openbaredienstverplichtingen opleggen, naast de openbaredienstverplichtingen van dit decreet, met betrekking tot: | |
| 2 | 2 | 1° hun investeringen in het warmte- of koudenet; | |
| 3 | − | 2° de procedure die de warmte- of koudenetbeheerders moeten volgen bij wanbetaling door de warmte- of koudeafnemer; | |
| 3 | + | 2° de procedure die de warmte- of koudenetbeheerders moeten volgen bij wanbetaling door de afnemer van thermische energie of tussenpersoon bij de levering van thermische energie; | |
| 4 | 4 | 3° het nemen van maatregelen van sociale aard. | |
| 5 | 5 | De gemeenten en de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn verlenen hun medewerking aan de warmte- of koudenetbeheerders bij de uitvoering van de openbaredienstverplichtingen die hun opgelegd zijn volgens dit decreet of de uitvoeringsbepalingen ervan. De Vlaamse Regering bepaalt de vorm waarin die medewerking zal bestaan. |
| 2 | 2 | § 2. Het technisch reglement, vermeld in paragraaf 1, kan voor het beheer van, de toegang tot en de aansluiting op het net onder meer de volgende bepalingen bevatten: | |
| 3 | 3 | 1° de technische en operationele regels die verbonden zijn aan de taken die behoren tot het beheer van het warmte- of koudenet, vermeld in artikel 4/1.1.1; | |
| 4 | − | 2° de verplichtingen die opgelegd zijn aan warmte- of koudeproducenten, warmte- of koudeleveranciers, warmte- of koudeafnemers, aanvragers van toegang tot het warmte- of koudenet en aanvragers van een aansluiting op het warmte- of koudenet, om de warmte- of koudenetbeheerder in staat te stellen zijn warmte- of koudenet zo kwaliteitsvol mogelijk te beheren, inclusief de vereisten die opgelegd zijn aan iedere warmte- of koudeleverancier in het Vlaamse Gewest; | |
| 4 | + | 2° de verplichtingen die opgelegd zijn aan warmte- of koudeproducenten, warmte- of koudeleveranciers, tussenpersonen bij de levering van thermische energie, afnemers van thermische energie, eindgebruikers van thermische energie, aanvragers van toegang tot het warmte- of koudenet en aanvragers van een aansluiting op het warmte- of koudenet, om de warmte- of koudenetbeheerder in staat te stellen zijn warmte- of koudenet zo kwaliteitsvol mogelijk te beheren, inclusief de vereisten die opgelegd zijn aan iedere warmte- of koudeleverancier in het Vlaamse Gewest; | |
| 5 | − | 3° de regels voor de uitwisseling van gegevens tussen de warmte- of koudebeheerders, de warmte- of koudeproducenten, de warmte- of koudeleveranciers, en de warmte- of koudeafnemers; | |
| 5 | + | 3° de regels voor de uitwisseling van gegevens tussen de warmte- of koudebeheerders, de warmte- of koudeproducenten, de warmte- of koudeleveranciers, en de tussenpersonen bij de levering van thermische energie, afnemers van thermische energie, eindgebruikers van thermische energie; | |
| 6 | − | 4° de regels die opgelegd zijn aan warmte- of koudeleveranciersen warmte- of koudenetbeheerders bij klantenwissels, verhuizing, bewoning naar een nieuwe of verzegelde woning, verzegeling, afsluiting, de beëindiging van een leveringscontract, de opname en rechtzetting van meterstanden en de allocatie en reconciliatie, inclusief de financiële verrekeningen; | |
| 6 | + | 4° de regels die opgelegd zijn aan warmte- of koudeleveranciers, tussenpersonen bij de levering van thermische energie en warmte- of koudenetbeheerders bij klantenwissels, verhuizing, bewoning naar een nieuwe of verzegelde woning, verzegeling, afsluiting, de beëindiging van een leveringscontract, de opname en rechtzetting van meterstanden en de allocatie en reconciliatie, inclusief de financiële verrekeningen; | |
| 7 | − | 5° de eventuele technische uitvoeringsregels bij openbaredienstverplichtingen die opgelegd zijn aan warmte- of koudeleveranciersof warmte- of koudenetbeheerders op grond van dit decreet; | |
| 7 | + | 5° de eventuele technische uitvoeringsregels bij openbaredienstverplichtingen die opgelegd zijn aan warmte- of koudeleveranciers, tussenpersonen bij de levering van thermische energie of warmte- of koudenetbeheerders op grond van dit decreet; | |
| 8 | − | 6° de informatieverplichtingen of de voorafgaande goedkeuring door de VREG van de operationele regels, de algemene voorwaarden, de typeovereenkomsten, de formulieren en de procedures die gebruikt worden door de warmte- of koudenetbeheerder ten aanzien van warmte- of koudeleveranciers en warmte- of koudeafnemers; | |
| 8 | + | 6° de informatieverplichtingen of de voorafgaande goedkeuring door de VREG van de operationele regels, de algemene voorwaarden, de typeovereenkomsten, de formulieren en de procedures die gebruikt worden door de warmte- of koudenetbeheerder ten aanzien van warmte- of koudeleveranciers , tussenpersonen bij de levering van thermische energie, afnemers van thermische energie en eindgebruikers van thermische energie; | |
| 9 | 9 | 7° de prioriteit die in voorkomend geval moet worden gegeven aan kwalitatieve warmte-krachtinstallaties en aan productie-installaties van groene warmte; | |
| 10 | 10 | 8° de verplichting voor de warmte- of koudenetbeheerders om informatie te verstrekken aan de VREG over de beoordeling die ze uitvoeren van het potentieel voor energie-efficiëntie van hun netinfrastructuur, in het bijzonder wat betreft vervoer van thermische energie, beheer van de belasting van het net en interoperabiliteit, en de aansluiting op installaties voor energieopwekking, inclusief de toegangsmogelijkheden voor micro-energiegeneratoren. | |
| 1 | − | De leverancier van thermische energie via een warmte- of koudenet voert onder meer de volgende taken uit: | |
| 1 | + | De warmte- of koudeleverancier of, als dat van toepassing is, de tussenpersoon bij de levering van thermische energie voert onder meer de volgende taken uit: | |
| 2 | 2 | 1° de levering van thermische energie; | |
| 3 | 3 | 2° de facturatie voor de levering van thermische energie en voor het gebruik van het warmte- of koudenet; | |
| 6 | 6 | 4° de behandeling van de klachten van zijn klanten; | |
| 7 | 7 | 5° het nemen van maatregelen van sociale aard, zoals beschermingsmaatregelen bij wanbetaling en opzegging van het leveringscontract. | |
| 8 | − | De Vlaamse Regering kan nadere regels uitvaardigen voor de taken, vermeld in het eerste lid. In die regels kunnen de taken van de leveranciers van thermische energie verder worden gepreciseerd en geconcretiseerd. | |
| 8 | + | De Vlaamse Regering kan nadere regels uitvaardigen voor de taken, vermeld in het eerste lid. In die regels kunnen de taken van de warmte- of koudeleveranciers en de tussenpersonen bij de levering van thermische energie verder worden gepreciseerd en geconcretiseerd. | |
| 1 | − | De Vlaamse Regering kan iedere leverancier die thermische energie levert aan warmte- of koudeafnemers in het Vlaamse Gewest via een warmte- of koudenet, openbaredienstverplichtingen opleggen voor: | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering kan iedere warmte- of koudeleverancier of iedere tussenpersoon bij de levering van thermische energie in het Vlaamse Gewest, openbaredienstverplichtingen opleggen voor: | |
| 2 | 2 | 1° de facturatie van het verbruik van thermische energie; | |
| 3 | 3 | 2° informatieverlening; | |
| 1 | 1 | § 1. Wat betreft installaties met startdatum voor 1 januari 2013 en gelegen in het Vlaamse Gewest, wordt een groenestroomcertificaat toegekend aan de eigenaar van de productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, voor iedere 1 000 kWh elektriciteit die in de installatie wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen. | |
| 2 | 2 | Een productie-installatie met startdatum voor 1 januari 2013 krijgt enkel groenestroomcertificaten gedurende de periode van tien jaar. Indien de installatie in aanmerking komt voor de minimumsteun, vermeld in artikel 7.1.6, en die periode langer is dan tien jaar, krijgt de installatie groenestroomcertificaten gedurende de periode dat de installatie in aanmerking komt voor de minimumsteun. | |
| 3 | − | In afwijking van het tweede lid kan de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, aan het VEKA een verlenging van de steunperiode, vermeld in het tweede lid, aanvragen voor de periode die nodig is om het aantal groenestroomcertificaten te ontvangen dat overeenkomt met het aantal groenestroomcertificaten, toe te kennen volgens het aantal vollasturen dat voor de betreffende projectcategorie en overeenstemmend met het initieel geïnstalleerde nominaal vermogen uit hernieuwbare energiebronnen werd gehanteerd, voor zover: | |
| 3 | + | In afwijking van het tweede lid kan de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, aan het VEKA een verlenging van de steunperiode, vermeld in het tweede lid, aanvragen uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de periode, vermeld in het tweede lid voor de periode die nodig is om het aantal groenestroomcertificaten te ontvangen dat overeenkomt met het aantal groenestroomcertificaten, toe te kennen volgens het aantal vollasturen dat voor de betreffende projectcategorie en overeenstemmend met het initieel geïnstalleerde nominaal vermogen uit hernieuwbare energiebronnen werd gehanteerd, voor zover: | |
| 4 | 4 | 1° de installatie werd geïnstalleerd en uitgebaat volgens de regels van de kunst; | |
| 5 | 5 | 2° de opwekking van groene stroom niet gebeurt op basis van zonne-energie; | |
| 9 | 9 | b) 100.000 euro bedraagt; en | |
| 10 | 10 | c) uitsluitend essentiële componenten betreft met het oog op groenestroomproductie. | |
| 11 | − | Het aantal groenestroomcertificaten dat gedurende de periode, vermeld in het vierde lid, voor elke 1 000 kWh elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in installaties met startdatum voor 1 januari 2013 wordt toegekend, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de voor die installatie van toepassing zijnde bandingfactor. De bandingfactor is in dit geval maximaal gelijk aan 1. De periode, vermeld in het vierde lid, kan eenmalig met vijf jaar worden verlengd voor zover nog altijd aan de voorwaarden, vermeld in het vierde lid wordt voldaan. Voor die nieuwe periode wordt een nieuwe bandingfactor berekend die maximaal gelijk is aan Btot voor het lopende kalenderjaar. | |
| 11 | + | Het aantal groenestroomcertificaten dat gedurende de periode, vermeld in het vierde lid, voor elke 1 000 kWh elektriciteit die wordt opgewekt uit hernieuwbare energiebronnen in installaties met startdatum voor 1 januari 2013 wordt toegekend, is gelijk aan 1, vermenigvuldigd met de voor die installatie van toepassing zijnde bandingfactor. De bandingfactor is in dit geval maximaal gelijk aan 1. De periode, vermeld in het vierde lid, kan eenmalig met vijf jaar worden verlengd voor zover nog altijd aan de voorwaarden, vermeld in het vierde lid wordt voldaan. Voor die nieuwe periode wordt een nieuwe bandingfactor berekend die maximaal gelijk is aan Btot voor het lopende kalenderjaar. De eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen kan aan het VEKA een verlenging van de steunperiode, vermeld in het vierde lid, aanvragen voor de eerste vijfjarige periode uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de periode, vermeld in het tweede lid, indien geen verlenging op basis van het derde lid werd verkregen of uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de termijn van verlenging, vermeld in het derde lid, indien wel een verlenging op basis van het derde lid werd verkregen, of als de aanvraag tot verlenging op basis van het derde lid door het VEKA werd geweigerd uiterlijk zes maanden vanaf die weigering. De eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen kan aan het VEKA een tweede vijfjarige periode, vermeld in dit lid, aanvragen uiterlijk zes maanden na het verstrijken van de eerste vijfjarige periode vermeld in het vierde lid. | |
| 12 | 12 | Het VEKA oordeelt of een aanvraag, vermeld in het derde, vierde of vijfde lid, van de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen gegrond is. De eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen levert daarvoor de vereiste bewijsstukken aan het VEKA. De eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen stelt op eenvoudig verzoek alle benodigde aanvullende informatie aan het VEKA ter beschikking. Wanneer de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen een aanvraag tot verlenging, als vermeld in het vierde lid, indient zonder dat eerder een aanvraag tot verlenging, vermeld in het derde lid, werd ingediend, dan verliest deze installatie alle rechten tot verlenging van de steunperiode die ze kan verkrijgen op grond van het derde lid. | |
| 13 | + | §1/1. Om de verlengingsaanvragen, vermeld in paragraaf 1, te behandelen en verwerken, betaalt de aanvrager vóór het indienen van de aanvraag een re tributie aan het Energiefonds, vermeld in artikel 3.2.1. De retributie bedraagt 4000 euro. | |
| 13 | 14 | § 2. Wat installaties betreft die elektriciteit opwekken uit hernieuwbare energiebronnen met startdatum vanaf 1 januari 2013 en gelegen in het Vlaamse Gewest, worden groenestroomcertificaten toegekend aan de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen. | |
| 14 | 15 | In afwijking van het eerste lid worden, als het fotovoltaïsch zonne-energiesysteem in aanmerking komt om te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 11.1.3, geen groenestroomcertificaten toegekend voor de opwekking van de hoeveelheid elektriciteit uit zonne-energie die nodig is om aan die voorwaarde te voldoen. Voor de hoeveelheid elektriciteit die door het fotovoltaïsche zonne-energiesysteem wordt geproduceerd bovenop de hoeveelheid die nodig is om aan die verplichting, vermeld in artikel 11.1.3, te voldoen, worden wel groenestroomcertificaten toegekend. | |
| 1 | 1 | § 1. De netbeheerders kennen voor zover de producent zelf daarom verzoekt een minimumsteun toe voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen die is opgewekt in installaties die aangesloten zijn op hun net en op gesloten distributienetten, gekoppeld aan hun net. Als bewijs van zijn productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen draagt de producent het overeenstemmende aantal groenestroomcertificaten over aan de betrokken netbeheerder. | |
| 2 | − | Een groenestroomcertificaat kan maar eenmaal aan een netbeheerder worden overgedragen. Er kan geen steun worden verleend voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen waarvoor het betreffende groenestroomcertificaat niet kan worden aanvaard in het kader van artikel 7.1.10. | |
| 2 | + | Een groenestroomcertificaat kan maar eenmaal aan een netbeheerder worden overgedragen. Er kan geen steun worden verleend voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen waarvoor het betreffende groenestroomcertificaat niet kan worden aanvaard in het kader van artikel 7.1.10. Er kan geen steun meer worden verleend als het groenestroomcertificaat op het moment van het aanbieden aan de netbeheerder nog minder dan twaalf maanden geldig is. | |
| 3 | 3 | De minimumsteun wordt vastgelegd afhankelijk van de gebruikte hernieuwbare energiebron en de gebruikte productietechnologie. | |
| 4 | 4 | Voor installaties in gebruik genomen vóór 1 januari 2010 bedraagt de minimumsteun : | |
| 42 | 42 | Vanaf het jaar 2010 verrekenen de netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangeduid, jaarlijks in het jaar n onderling de kost van de verplichting, vermeld in paragraaf 1, in verhouding tot de hoeveelheden verdeelde elektriciteit in het jaar n-1. De te verdelen kosten worden per netbeheerder beperkt tot een percentage van het distributiebudget, dat overeenstemt met het aandeel dat de kosten van de verplichting voor alle betrokken netbeheerders samen vertegenwoordigt in het totale distributiebudget, plus 5 %. | |
| 43 | 43 | Vanaf het jaar 2015 verrekenen de netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangeduid, jaarlijks in het jaar n onderling de kosten van de verplichting, vermeld in paragraaf 1, in verhouding tot de hoeveelheden verdeelde elektriciteit in het jaar n-1. | |
| 44 | − | § 3. De netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangewezen, kent voor installaties die aangesloten zijn op het transmissienet, of op gesloten distributienetten of op gesloten industriële netten, vermeld in artikel 2, 41°, van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt, gekoppeld aan zijn net of voor installaties in eilandwerking, een minimumsteun, als bepaald in paragraaf 1, toe per overgedragen groenestroomcertificaat dat werd toegekend ter uitvoering van artikel 7.1.1. Voor installaties met startdatum voor 1 januari 2013 geldt deze verplichting enkel voor groenestroomcertificaten toegekend vanaf 1 juli 2013. Paragrafen 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing. | |
| 44 | + | § 3. De netbeheerder die overeenkomstig de federale Elektriciteitswet ook als transmissienetbeheerder is aangewezen, kent voor installaties die aangesloten zijn op het transmissienet, of op gesloten distributienetten of op gesloten industriële netten, vermeld in artikel 2, 41°, van de federale Elektriciteitswet, gekoppeld aan zijn net of voor installaties in eilandwerking, een minimumsteun, als bepaald in paragraaf 1, toe per overgedragen groenestroomcertificaat dat werd toegekend ter uitvoering van artikel 7.1.1. Voor installaties met startdatum voor 1 januari 2013 geldt deze verplichting enkel voor groenestroomcertificaten toegekend vanaf 1 juli 2013. Paragrafen 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing. | |
| 45 | 45 | § 4. Als de steun, vermeld in paragraaf 1 en 3, door een beslissing van de Vlaamse overheid niet langer wordt toegekend, vergoedt het Vlaamse Gewest de geleden schade voor bestaande installaties. | |
| 46 | 46 | § 5. De netbeheerder kan de uitbetaling schorsen van de minimumsteun, bedoeld in § 1 en § 3, aan installaties, aangesloten op zijn net of op gesloten distributienetten, gekoppeld aan zijn net, indien deze niet voldoen aan de verplichtingen, opgelegd in of krachtens de technische reglementen, vermeld in artikel 4.2.1, tot alsnog aan deze verplichtingen wordt voldaan. | |
| 1 | 1 | § 1. De netbeheerders kennen een minimumsteun toe voor de productie van elektriciteit die is opgewekt in kwalitatieve warmte-krachtinstallaties die aangesloten zijn op hun net en op gesloten distributienetten, gekoppeld aan hun net, voor zover de producent zelf daarom verzoekt. Als bewijs van zijn productie van elektriciteit uit kwalitatieve warmte-krachtkoppeling draagt de producent het overeenstemmende aantal warmte-krachtcertificaten over aan de betrokken netbeheerder. | |
| 2 | − | Een warmte-krachtcertificaat kan maar eenmaal aan een netbeheerder worden overgedragen. Er kan geen steun worden verleend voor elektriciteit uit kwalitatieve warmte-krachtkoppeling waarvoor het betreffende warmtekrachtcertificaat niet kan worden aanvaard in het kader van artikel 7.1.11. | |
| 2 | + | Een warmte-krachtcertificaat kan maar eenmaal aan een netbeheerder worden overgedragen. Er kan geen steun worden verleend voor elektriciteit uit kwalitatieve warmte-krachtkoppeling waarvoor het betreffende warmtekrachtcertificaat niet kan worden aanvaard in het kader van artikel 7.1.11. Er kan geen steun meer worden verleend als het warmte-krachtcertificaat op het moment van het aanbieden aan de netbeheerder nog minder dan twaalf maanden geldig is. | |
| 3 | 3 | De minimumsteun bedraagt 27 euro per overgedragen warmte-krachtcertificaat. Voor installaties in gebruik genomen vanaf 1 januari 2012 en met startdatum voor 1 januari 2013 bedraagt de minimumsteun 31 euro per overgedragen warmte-krachtcertificaat. Aan installaties met startdatum vanaf 1 januari 2013 wordt een minimumsteun gegeven van 31 euro per overgedragen warmte-krachtcertificaat dat werd toegekend met toepassing van artikel 7.1.2, § 2. | |
| 4 | 4 | De verplichting, vermeld in het eerste lid, geldt voor warmte-krachtinstallaties waarvoor de certificatenaanvraag werd ingediend na 30 juni 2006 en loopt over een periode van tien jaar vanaf de datum van indienstneming van de warmte-krachtinstallatie. Voor installaties die een startdatum vanaf 1 januari 2013 hebben, loopt de verplichting tot het einde van de periode waarin warmte-krachtcertificaten worden toegekend. | |
| 26 | 26 | 5° 0,23 in 2017; | |
| 27 | 27 | 6° 0,205 in 2018; | |
| 28 | − | 7° 0,215 in 2019 en daarna; | |
| 28 | + | 7° 0,215 in 2019 tot 2023; | |
| 29 | + | 8° 0,18 in 2024; | |
| 30 | + | 9° 0,17 in 2025; | |
| 31 | + | 10° 0,16 in 2026; | |
| 32 | + | 11° 0,15 in 2027; | |
| 33 | + | 12° 0,14 in 2028 en daarna. | |
| 29 | 34 | Wanneer een bandingfactor wordt vastgelegd voor een installatie voor de productie van groene stroom met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 20 MW, wordt het aantal in te dienen groenestroomcertificaten geëvalueerd en eventueel verhoogd door de Vlaamse Regering. | |
| 30 | 35 | De Vlaamse Regering stelt ook voor elk jaar een bruto binnenlandse groenestroomproductie voorop en legt indicatieve subdoelstellingen per hernieuwbare energiebron vast die erop gericht zijn de vooropgestelde bruto binnenlandse groenestroomproductie te bereiken. | |
| 39 | 44 | Het geheel van afnamepunten van afnemers van een na 1 juli 2011 aangelegd net dat voldoet aan de criteria van artikel 1.1.3, 56°/2, wordt als één afnamepunt beschouwd, voor zover het gesloten distributienet is aangesloten op het transmissienet of het plaatselijk vervoersnet van elektriciteit. | |
| 40 | 45 | In afwijking van het derde en vierde lid wordt het geheel van afnemers die instaan voor het verzorgen van openbaar vervoer niet als één afnamepunt beschouwd. | |
| 41 | − | § 3/1. In afwijking van paragraaf 3 wordt voor de afnamepunten van stationaire elektriciteitsopslagfaciliteiten die rechtstreeks op het elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of het transmissienet zijn aangesloten en voor zover deze elektriciteitsopslagfaciliteit als enige aangesloten is op dit toegangspunt, de factor Ev, vermeld in paragraaf 2, verminderd met 100% van de hoeveelheid elektriciteit die in n-1 werd afgenomen op het afnamepunt van de betrokken elektriciteitsopslagfaciliteiten en die via het toegangspunt van de betrokken elektriciteitsopslagfaciliteiten gedurende de periode in het jaar n-1 waarvan de certificaatplichtige, vermeld in paragraaf 1, toegangshouder was, terug werd geïnjecteerd in het net. | |
| 46 | + | § 3/1. In afwijking van paragraaf 2 wordt voor de afnamepunten van stationaire elektriciteitsopslagfaciliteiten die rechtstreeks op het elektriciteitsdistributienet, het plaatselijk vervoernet van elektriciteit of het transmissienet zijn aangesloten en voor zover deze elektriciteitsopslagfaciliteit als enige aangesloten is op dit toegangspunt, de factor Ev, vermeld in paragraaf 2, verminderd met 100% van de hoeveelheid elektriciteit die in n-1 werd afgenomen op het afnamepunt van de betrokken elektriciteitsopslagfaciliteiten en die via het toegangspunt van de betrokken elektriciteitsopslagfaciliteiten gedurende de periode in het jaar n-1 waarvan de certificaatplichtige, vermeld in paragraaf 1, toegangshouder was, terug werd geïnjecteerd in het net. | |
| 42 | 47 | § 4. Het VEKA legt een evaluatie van de quota- en productiedoelstellingen, vermeld in § 2, voor aan de Vlaamse Regering indien : | |
| 43 | 48 | 1° het aantal beschikbare certificaten minder dan 105 % of meer dan 125 % bedraagt van het aantal voor te leggen certificaten; | |
| 16 | 16 | 12° 0,112 als het jaar n gelijk is aan 2017; | |
| 17 | 17 | 13° 0,112 als het jaar n gelijk is aan 2018; | |
| 18 | − | 14° 0,112 als het jaar n gelijk is aan 2019 en daarna; | |
| 18 | + | 14° 0,112 als het jaar n gelijk is aan 2019 tot en met 2025; | |
| 19 | + | 15° 0,129 als het jaar n gelijk is aan 2026 tot en met 2031; 16° 0,112 als het jaar n gelijk is aan 2032 en daarna. | |
| 19 | 20 | Ev gelijk is aan de totale hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in MWh die in het jaar n-1 afgenomen werd op afnamepunten in het Vlaamse Gewest waarop de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder in het toegangsregister van de betrokken elektriciteitsdistributienetbeheerder, beheerder van een gesloten distributienet, beheerder van het plaatselijke vervoernet van elektriciteit of beheerder van het transmissienet. Daarbij wordt de afname per afnamepunt beperkt tot de afname tijdens de periode waarin de betrokken persoon geregistreerd stond als toegangshouder. | |
| 20 | 21 | Wanneer een bandingfactor wordt vastgelegd voor een warmte-krachtinstallatie met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 50 MW, wordt het aantal in te dienen warmte-krachtcertificaten geëvalueerd en eventueel verhoogd door de Vlaamse Regering. | |
| 1 | − | Het op ondernemingsniveau of vestigingsniveau verschuldigde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie en kwalitatieve warmte-krachtkoppeling ontstane kosten wordt beperkt tot 4% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming of vestiging. Voor ondernemingen of vestigingen met een elektriciteitsintensiteit van ten minste 20% wordt dit beperkt tot 0,5% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming of vestiging. Dit houdt in dat in afwijking van artikel 7.1.10, § 3, en artikel 7.1.11, § 2/1, de factor Ev, vermeld in artikel 7.1.10, § 2, en artikel 7.1.11, § 2, wordt verminderd met 100% van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt van de betrokken onderneming of vestigingseenheid naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarvan de certificaatplichtige, vermeld in artikel 7.1.10, § 1, en artikel 7.1.11, § 1, toegangshouder was. | |
| 1 | + | Het op ondernemingsniveau of vestigingsniveau verschuldigde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie en kwalitatieve warmte-krachtkoppeling ontstane kosten wordt beperkt tot 0,5% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming of vestiging, wanneer deze deel uitmaakt van een sector die een aanzienlijk risico loopt op delokalisatie, en tot 1% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming of vestiging, wanneer deze deel uitmaakt van een sector die risico loopt op delokalisatie. Dit houdt in dat in afwijking van artikel 7.1.10, § 3, en artikel 7.1.11, § 2/1, de factor Ev, vermeld in artikel 7.1.10, § 2, en artikel 7.1.11, § 2, wordt verminderd met 100% van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt van de betrokken onderneming of vestigingseenheid naar rato van de hoeveelheid elektriciteit die werd afgenomen op het afnamepunt gedurende de periode in het jaar n-1 waarvan de certificaatplichtige, vermeld in artikel 7.1.10, § 1, en artikel 7.1.11, § 1, toegangshouder was. | |
| 2 | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de te volgen procedures, alsmede de modaliteiten en voorwaarden waaraan moet worden voldaan voor het verkrijgen van deze vermindering. De Vlaamse Regering maakt de toepassing van deze paragraaf afhankelijk van het storten van een bijdrage in het Energiefonds in het jaar n-1. | |
| 3 | 3 | De Vlaamse Regering zorgt met toepassing van het eerste en het tweede lid en alleen als er op het federale niveau een gelijkaardige regeling bestaat, in het jaar N voor een verrekening of terugbetaling van een bedrag ter grootte van het door de federale overheid vastgestelde op ondernemingsniveau of vestigingsniveau in het jaar N-1 door die onderneming of vestiging verschuldigde en betaalde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie en kwalitatieve warmtekrachtkoppeling op federaal niveau ontstane kosten. De Vlaamse Regering stelt in het kader van die verrekening of terugbetaling echter een plafond vast van een percentage van het in het jaar n-1 in totaal verschuldigde bedrag, vermeld in het eerste lid, dat die verrekening of terugbetaling niet mag overschrijden. |
| 1 | 1 | Een garantie van oorsprong kan alleen worden ingeleverd op de wijze, vermeld in artikel 7.1/1.2, voor de staving van de levering van een hoeveelheid energie uit hernieuwbare energiebronnen of kwalitatieve warmte-krachtkoppeling, als die levering plaatsvindt binnen twaalf maanden na het einde van de productieperiode van de energie waarvoor de garanties van oorsprong werden toegekend. | |
| 2 | + | De VREG kan een garantie van oorsprong, die nog ingeleverd kan worden, op verzoek van de eigenaar ervan vernietigen. De betrokken eigenaar kan aan de VREG vragen om de vernietiging van de garanties van oorsprong in kwestie te attesteren. |
| 13 | 13 | Energiedelen doet geen afbreuk aan de hoedanigheid van afnemer, huishoudelijke afnemer, beschermde afnemer of actieve afnemer en de daarmee verbonden rechten, heffingen, belastingen, toeslagen en bijdragen, waaronder bijdragen voor openbaredienstverplichtingen en bijdragen in het kader van de certificatenverplichtingen als vermeld in artikel 7.1.10 en 7.1.11, alsook wordt geen afbreuk gedaan aan het behalen van en het berekenen van de hoogte van de certificatenverplichtingen, vermeld in artikel 7.1.10 en 7.1.11. | |
| 14 | 14 | Energiedelen is niet onderworpen aan hetgeen is bepaald door of krachtens artikel 15.3.5/13. | |
| 15 | − | De gemeten energie op het toegangspunt wordt bij de berekening van de onbalans, heffingen, belastingen, toeslagen en bijdragen, waaronder bijdragen voor openbaredienstverplichtingen en certificatenverplichtingen, niet gewijzigd door de toegekende of uitgewisselde energie in het kader van de uitoefening van de activiteit, vermeld in het tweede lid. | |
| 15 | + | De gemeten energie op het toegangspunt wordt bij de berekening van de heffingen, belastingen, toeslagen en bijdragen, waaronder bijdragen voor openbaredienstverplichtingen en certificatenverplichtingen, niet gewijzigd door de toegekende of uitgewisselde energie in het kader van de uitoefening van de activiteit, vermeld in het tweede lid. | |
| 16 | 16 | § 2. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor energiedelen. De regels hebben betrekking op de minimale bepalingen van de overeenkomsten die worden gesloten tussen de betrokken partijen, met inbegrip van bepalingen betreffende het uitstappen uit energiedelen, het vastleggen van de benodigde gegevens, waaronder de meting en meetgegevens, en de voorwaarden waaraan de methodieken voor de berekening van energiehoeveelheden voor de allocatie, reconciliatie, facturatie en de aanpassingen aan die berekeningen moeten voldoen. | |
| 17 | 17 | De Vlaamse Regering bepaalt de fasering en timing om energiedelen te operationaliseren. | |
| 4 | 4 | De titularis van het toegangspunt wijst bij de uitoefening van de activiteit, vermeld in het eerste lid, altijd een toegangshouder aan op het toegangspunt. Die toegangshouder kan in geen geval de netbeheerder zijn. | |
| 5 | 5 | De uitoefening van de activiteit, vermeld in het eerste lid, doet geen afbreuk aan de hoedanigheid van afnemer, huishoudelijke afnemer, beschermde afnemer of actieve afnemer en de daaraan verbonden rechten, heffingen, belastingen, toeslagen en bijdragen, waaronder bijdragen voor openbaredienstverplichtingen en bijdragen in het kader van de certificatenverplichting als vermeld in artikel 7.1.10 en 7.1.11, alsook wordt geen afbreuk gedaan aan het behalen van en het berekenen van de hoogte van de certificatenverplichtingen, vermeld in artikel 7.1.10 en 7.1.11. | |
| 6 | − | De gemeten energie op het toegangspunt wordt bij de berekening van de onbalans, heffingen, belastingen, toeslagen en bijdragen, waaronder bijdragen voor openbaredienstverplichtingen en certificatenverplichtingen, niet gewijzigd door de geleverde energie in het kader van de uitoefening van die activiteit. | |
| 6 | + | De gemeten energie op het toegangspunt wordt bij de berekening van de heffingen, belastingen, toeslagen en bijdragen, waaronder bijdragen voor openbaredienstverplichtingen en certificatenverplichtingen, niet gewijzigd door de geleverde energie in het kader van de uitoefening van die activiteit. | |
| 7 | 7 | § 3. De Vlaamse Regering kan de nadere regels bepalen voor de activiteit, vermeld in paragraaf 2. De regels hebben betrekking op de minimale bepalingen van de overeenkomsten die worden gesloten tussen de betrokken partijen, met inbegrip van het vastleggen van de benodigde gegevens, waaronder de meting en meetgegevens, en de voorwaarden waaraan de methodieken voor de berekening van energiehoeveelheden voor de allocatie, reconciliatie, facturatie en de aanpassingen aan die berekeningen moeten voldoen. | |
| 8 | 8 | De Vlaamse Regering bepaalt de fasering en timing om de activiteit, vermeld in paragraaf 2, te operationaliseren. | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering kan voor de toekenning van tegemoetkomingen als vermeld in deze titel, persoonsgegevens van natuurlijke personen opvragen die verband houden met de voorwaarden die de Vlaamse Regering krachtens dit decreet vaststelt en die noodzakelijk zijn om de tegemoetkoming toe te kennen aan de aanvrager. Met behoud van de toepassing van artikel 12.6.1, §3, omvat dit minstens identiteitsgegevens van de aanvrager, adresgegevens, het rekeningnummer waarop de premie wordt uitbetaald en andere gegevens die noodzakelijk zijn om aan de inhoudelijke premievoorwaarden te voldoen. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering kan de medewerking van de diensten van de Vlaamse overheid, van de distributienetbeheerder of zijn werkmaatschappij of van de energiehuizen opleggen voor taken krachtens dit decreet voor de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid. | |
| 3 | + | De dienst die de Vlaamse Regering aanwijst, gebruikt het uniek loket, vermeld in artikel 12.6.1, tenzij het anders bepaald is door de Vlaamse Regering. De persoonsgegevens worden verwerkt conform artikel 12.4.1 en 12.6.1. |
| 5 | 5 | 3° het kan werken volgens het derde-investeerderprincipe en fungeren als lokale ESCO in het kader van de financiering van tussenkomsten voor de door de Vlaamse Regering vastgestelde doelgroep; | |
| 6 | 6 | 4° het kan de sociale begeleiding van de door de Vlaamse Regering vastgestelde doelgroep garanderen. | |
| 7 | − | Voor de verwerkingen van persoonsgegevens in het kader van het toekennen van een lening zijn de energiehuizen de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 1 | + | §1. In het kader van de uitvoering van hun taak, vermeld in artikel 9.1.1, 1°, van dit decreet, kunnen de energiehuizen de volgende persoonsgegevens of categorieën van persoonsgegevens opvragen en verwerken: | |
| 2 | + | 1° de volgende gegevens over de kredietnemer: | |
| 3 | + | a) het huidige adres en de contactgegevens; | |
| 4 | + | b) de gezinssamenstelling, de personen ten laste en de personen die samenwonen met de kredietnemer; | |
| 5 | + | c) de handicap van de persoon van de kredietnemer, of van de personen die samenwonen met de kredietnemer; | |
| 6 | + | d) de burgerlijke staat; | |
| 7 | + | 2° de volgende gegevens over het inkomen van de kredietnemer, of het inkomen van de personen met wie de kredietnemer samenwoont: | |
| 8 | + | a) het gezamenlijk belastbaar inkomen; | |
| 9 | + | b) het afzonderlijk belastbaar inkomen; | |
| 10 | + | c) het leefloon; | |
| 11 | + | d) de inkomensvervangende tegemoetkoming voor personen met een handicap; | |
| 12 | + | e) de beroepsinkomsten die van belasting vrijgesteld zijn, uit het buitenland of verworven bij een Europese of internationale instelling; | |
| 13 | + | 3° de zakelijke rechten waarvan de kredietnemer houder is; | |
| 14 | + | 4° de volgende gegevens over het gebouw waarvoor de kredietnemer een lening aanvraagt: | |
| 15 | + | a) de aard; | |
| 16 | + | b) de ligging; | |
| 17 | + | c) de ouderdom; | |
| 18 | + | d) de eigendom of zakelijke rechten die erop zijn gevestigd; | |
| 19 | + | 5° de gegevens over de uitgevoerde werken waarvoor de kredietnemer een lening aanvraagt, met inbegrip van de facturen; | |
| 20 | + | 6° de gegevens over de toekenning van een rentesubsidie, vermeld in artikel 8.2.3, §1, van dit decreet; | |
| 21 | + | 7° alle andere gegevens dan de gegevens, vermeld in punt 1° tot en met 6°, die verband houden met de leningsvoorwaarden die de Vlaamse Regering krachtens dit decreet of krachtens de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vaststelt en die noodzakelijk zijn om de lening toe te kennen. | |
| 22 | + | De Vlaamse Regering bepaalt voor welk type lening welke persoonsgegevens of categorieën van persoonsgegevens opgevraagd en verwerkt kunnen worden. | |
| 23 | + | Om na te gaan of de kredietnemer recht heeft op de lening, kan het energiehuis, conform artikel 6, lid 1, c), en artikel 9, lid 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming, een beroep doen op de bevoegde diensten van de Federale Overheidsdienst Financiën, op het Rijksregister, op de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid, op het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, op de lokale besturen en op het toegangsregister om digitaal toegang te krijgen tot de noodzakelijke gegevens, conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens die van toepassing is bij de mededeling van persoonsgegevens, zoals ze, in voorkomend geval, op federaal of Vlaams niveau verder is of wordt gespecificeerd. | |
| 24 | + | Voor de unieke identificatie van de betrokkene kan het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer of het vreemdelingennummer opgevraagd en verwerkt worden. | |
| 25 | + | De vastgestelde handicap van de kredietnemer of zijn inwonende gezinsleden wordt opgevraagd en verwerkt conform artikel 9, lid 2, g), van de algemene verordening gegevensbescherming. De gegevens over een handicap worden opgevraagd en verwerkt om het aantal personen ten laste te bepalen. Alleen het statuut van de persoon kan worden opgevraagd en verwerkt. | |
| 26 | + | Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de toekenning van een lening zijn de energiehuizen de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 27 | + | De Vlaamse Regering bepaalt voor de verwerking van persoonsgegevens een bewaartermijn. De voormelde termijn is niet langer dan noodzakelijk is voor de toepassing van de regels die bij of krachtens dit artikel en artikel 8.2.2 zijn vastgesteld, of voor de toepassing van artikel 13.4.13, en is niet langer dan dertig jaar. | |
| 1 | − | In het kader van de uitvoering van hun taak, vermeld in artikel 9.1.1, 1°, bezorgen de energiehuizen de volgende categorieën van persoonsgegevens aan het VEKA: | |
| 28 | + | §2. In het kader van de uitvoering van hun taak, vermeld in artikel 9.1.1, 1°, bezorgen de energiehuizen de volgende categorieën van persoonsgegevens aan het VEKA: | |
| 2 | 29 | 1° de identificatiegegevens van de kredietnemers; | |
| 3 | − | 2° de identificatiegegevens en het type van het gebouw of de gebouweenheid; | |
| 30 | + | 2° de identificatiegegevens en het type van het gebouw of de gebouweenheid; 3° de voorwaarden en kenmerken van de energielening; | |
| 4 | − | 3° de voorwaarden en kenmerken van de lening; | |
| 5 | 31 | 4° de energiegegevens van het gebouw; | |
| 6 | 32 | 5° het certificaatnummer van het energieprestatiecertificaat; | |
| 7 | − | 6° de datum van de authentieke akte van verwerving, de datum van de aangifte van nalatenschap of, bij gebrek daaraan, de datum van het aanslagbiljet van de erfbelasting dat door de Vlaamse Belastingdienst werd opgemaakt. | |
| 33 | + | 6° de datum van de authentieke akte van verwerving, de datum van de aangifte van nalatenschap of, bij gebrek daaraan, de datum van het aanslagbiljet van de erfbelasting dat de Vlaamse Belastingdienst heeft opgemaakt. | |
| 8 | − | Voor de unieke identificatie van de betrokkene kan het ondernemingsnummer, het rijksregisternummer, het BIS-nummer of het vreemdelingennummer opgevraagd en verwerkt worden. | |
| 9 | 34 | De Vlaamse Regering bepaalt voor welk type lening die persoonsgegevens aan het VEKA moeten worden bezorgd. | |
| 10 | 35 | Voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van het beheer van leningen is het VEKA de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 11 | − | De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten bepalen met betrekking tot de gegevensuitwisseling tussen de energiehuizen en het VEKA. | |
| 36 | + | De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten bepalen voor de gegevensuitwisseling tussen de energiehuizen en het VEKA. | |
| 12 | − | De Vlaamse Regering bepaalt voor de verwerking van persoonsgegevens een bewaartermijn. Deze termijn is niet langer dan noodzakelijk voor de toepassing van de door of krachtens dit artikel en artikel 8.2.2 vastgestelde regels of voor de toepassing van artikel 13.4.13, en is niet langer dan dertig jaar. | |
| 37 | + | §3. In het kader van de uitvoering van hun taak, vermeld in artikel 9.1.1, 1°, kunnen de energiehuizen de volgende categorieën van persoonsgegevens aan Wonen-Vlaanderen bezorgen: | |
| 38 | + | 1° de identificatiegegevens van de kredietnemers; | |
| 39 | + | 2° de identificatiegegevens en het type van het gebouw of de gebouweenheid; 3° de voorwaarden en kenmerken van de toegekende lening. | |
| 40 | + | De Vlaamse Regering kan bepalen voor welk type lening die persoonsgegevens aan Wonen-Vlaanderen moeten worden bezorgd. | |
| 41 | + | Voor de verdere verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in het eerste lid, in het kader van de controle op de naleving van de leningsvoorwaarden die de Vlaamse Regering krachtens de Vlaamse Codex Wonen van 2021 vaststelt, is Wonen-Vlaanderen de verwerkingsverantwoordelijke, vermeld in artikel 4, 7), van de algemene verordening gegevensbescherming. | |
| 42 | + | De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten bepalen voor de gegevensuitwisseling tussen de energiehuizen en Wonen-Vlaanderen. |
| 6 | 6 | Voor de EPB-aangifte met betrekking tot gebouwen waarvan de stedenbouwkundige vergunning in 2006 werd aangevraagd, dient de verslaggever uiterlijk twaalf maanden na de ingebruikname van het gebouw en uiterlijk vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA. | |
| 7 | 7 | § 1/1. Voor andere gebouwen dan de gebouwen, vermeld in paragraaf 1, waarvoor EPB-eisen gelden als vermeld in artikel 11.1.1, § 1, dient de verslaggever namens de aangifteplichtige een EPB-aangifte in bij het VEKA binnen een termijn van vijf jaar na het verlenen van de stedenbouwkundige vergunning of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of na het indienen van de melding. | |
| 8 | + | Als de stedenbouwkundige vergunning voor onbepaalde duur, conform artikel 4.2.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, of de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen, conform artikel 80 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, uitdrukkelijk melding maakt van de verschillende fasen van het bouwproject, wordt de termijn van vijf jaar, vermeld in het eerste lid, in afwijking van het eerste lid, voor elke EPB-eenheid van die vergunning gerekend per fase waaronder ze valt en waaronder de werken aan die EPB-eenheid het eerst zijn gestart. | |
| 8 | 9 | § 2. De verslaggever houdt gedurende vijf jaar van elke door hem opgestelde EPB-aangifte een exemplaar, de bijbehorende plannen en bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De verslaggever stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking van het VEKA. | |
| 9 | 10 | De aangifteplichtige houdt gedurende tien jaar een exemplaar van de EPB-aangifte, de bijhorende plannen en de bijlagen bij zich. Die documenten zijn ondertekend door de verslaggever en de aangifteplichtige. De aangifteplichtige stelt op eenvoudig verzoek een exemplaar van de EPB-aangifte, de plannen en de bijlagen ter beschikking aan het VEKA. | |
| 1 | 1 | § 1. Als er voor een gebouw EPB-eisen gelden volgens artikel 11.1.1, § 1, is de houder van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of de meldingsplichtige de aangifteplichtige. | |
| 2 | − | Als een gebouw dat gebouwd moet worden of in aanbouw is, door de aangifteplichtige wordt vervreemd , of als de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen door de aangifteplichtige wordt overgedragen , dan wordt respectievelijk de nieuwe eigenaar of de nieuwe houder van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen de nieuwe aangifteplichtige. Als een gebouw dat al voorlopig opgeleverd is, wordt vervreemd voor een EPB-aangifte is ingediend, blijft de oorspronkelijke houder van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of de meldingsplichtige de aangifteplichtige. | |
| 2 | + | Als een gebouw dat gebouwd moet worden of in aanbouw is, door de aangifteplichtige wordt vervreemd voor een EPB-aangifte is ingediend, of als de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen door de aangifte- plichtige wordt overgedragen voor een EPB-aangifte is ingediend, wordt respectievelijk de nieuwe eigenaar of de nieuwe houder van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen de nieuwe aangifteplichtige als aan de volgende voorwaarden is voldaan: | |
| 3 | + | 1° op het moment van de vervreemding of overdacht van de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is het gebouw nog niet voorlopig opgeleverd; | |
| 4 | + | 2° in de authentieke akte wordt vermeld dat de aangifteplicht wordt overgedragen en aan wie; | |
| 3 | − | Als de aangifteplicht wordt overgedragen als vermeld in het tweede lid, wordt in het kader van de overdracht een tussentijds verslag opgesteld dat opgemaakt is door de verslaggever die door de oorspronkelijke aangifteplichtige is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de oorspronkelijke aangifteplichtige en de nieuwe aangifteplichtige, en waarin alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, worden opgesomd, en waarin wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan. De oorspronkelijke aangifteplichtige stelt na de beëindiging van de werken waarvoor hij instaat, de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de aangifteplichtige met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte. | |
| 5 | + | 3° bij de authentieke akte wordt een tussentijds verslag overgedragen dat opgemaakt is door de verslaggever die door de oorspronkelijke aangifteplichtige is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de oorspronkelijke aangifteplichtige en de nieuwe aangifteplichtige. In het tussentijdse verslag worden alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, opgesomd en wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen instaat; | |
| 6 | + | 4° de oorspronkelijke aangifteplichtige stelt de nodige gegevens van werken die door hem of in zijn opdracht zijn uitgevoerd, ter beschikking van de nieuwe aangifteplichtige om de definitieve EPB-aangifte op te stellen. | |
| 4 | − | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vaststelling van de vorm en de inhoud van het tussentijdse verslag, vermeld in het derde lid. | |
| 7 | + | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vaststelling van de vorm en de inhoud van het tussentijdse verslag, vermeld in het tweede lid, 3°. | |
| 5 | 8 | § 2. In afwijking van paragraaf 1 is bij een overeenkomst tussen een promotor-bouwheer en een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, en die tot doel heeft een gebouw te verkopen, te bouwen of te verbouwen, de promotor-bouwheer altijd de aangifteplichtige, tenzij aan de volgende drie voorwaarden is voldaan: | |
| 6 | 9 | 1° in de authentieke akte wordt vermeld dat de aangifteplicht wordt overgedragen en aan wie; | |
| 7 | − | 2° bij de authentieke akte wordt een tussentijds verslag gevoegd dat opgemaakt is door de verslaggever die door de promotor-bouwheer is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de promotor-bouwheer en de nieuwe aangifteplichtige. In het tussentijdse verslag worden alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, opgesomd en wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan; | |
| 10 | + | 2° bij de authentieke akte wordt een tussentijds verslag overgedragen dat opgemaakt is door de verslaggever die door de promotor-bouwheer is aangesteld, en dat is ondertekend door de verslaggever, de promotor-bouwheer en de nieuwe aangifteplichtige. In het tussentijdse verslag worden alle maatregelen die uitgevoerd zijn of die uitgevoerd moeten worden om aan de EPB-eisen te voldoen, opgesomd en wordt vermeld wie voor de uitvoering van de verschillende maatregelen zal instaan; | |
| 8 | 11 | 3° de promotor-bouwheer stelt na de beëindiging van de werken de nodige gegevens van de door hem of in zijn opdracht uitgevoerde werken, ter beschikking van de aangifteplichtige met het oog op het opstellen van de definitieve EPB-aangifte. | |
| 9 | 12 | Het eerste lid is ook van toepassing op elke overeenkomst waarbij de Woningbouwwet van toepassing is of contractueel van toepassing is gemaakt. | |
| 9 | 9 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels om de bruikbare vloeroppervlakte te bepalen. | |
| 10 | 10 | De Vlaamse Regering kan bepalen welke delen van het energieprestatiecertificaat aangebracht worden op een opvallende plaats die duidelijk zichtbaar is voor het publiek. | |
| 11 | − | §3. Elke verkoper, verhuurder, erfpachtgever, opstalgever, houder van een zakelijk recht, en ook de opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde, vermeldt de volgende gegevens in alle commerciële advertenties die hij plaatst of laat plaatsen voor de verkoop of verhuur van een gebouw of de vestiging van een zakelijk recht erop, dat conform paragraaf 1 over een energieprestatiecertifi caat beschikt: | |
| 11 | + | §3. Elke verkoper, verhuurder, erfpachtgever, opstalgever, houder van een zakelijk recht, en ook de opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde, vermeldt de volgende gegevens in alle commerciële advertenties die hij plaatst of laat plaatsen voor de verkoop of verhuur van een gebouw of de vestiging van een zakelijk recht erop, dat conform paragraaf 1 over een energieprestatiecertificaat beschikt: | |
| 12 | − | 1° het kengetal of label dat op het energieprestatiecertificaat staat; | |
| 12 | + | 1° de energiescore of het label, bepaald op basis van de energiescore, zoals vermeld op het energieprestatiecertificaat; | |
| 13 | + | 2° het aandeel hernieuwbare energie of het label, bepaald op basis van het aandeel hernieuwbare energie, zoals vermeld op het energieprestatiecertificaat; | |
| 13 | − | 2° de unieke code van het energieprestatiecertificaat of het adres van het gebouw. | |
| 14 | + | 3° de unieke code van het energieprestatiecertificaat of het adres van het gebouw. | |
| 14 | − | De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende de vorm van deze publiciteit. | |
| 1 | − | § 1. De Vlaamse Regering kan de de personen, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij de verkoop van het gebouw een geldig energieprestatiecertificaat aan de koper over te dragen. | |
| 1 | + | § 1. De Vlaamse Regering kan de de personen, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij de notariële overdracht in volle eigendom van het gebouw een geldig energieprestatiecertificaat aan de nieuwe eigenaar over te dragen. | |
| 2 | 2 | § 2. De Vlaamse Regering kan de de personen, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst een geldig energieprestatiecertificaat aan de huurder ter beschikking te stellen. | |
| 3 | 3 | § 2/1. De Vlaamse Regering kan de personen, vermeld in artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, verplichten om bij het aangaan van een nieuwe opstalovereenkomst, bij erfpacht of bij de vestiging van een ander zakelijk recht een geldig energieprestatiecertificaat aan de nieuwe houder van het zakelijk recht ter beschikking te stellen. | |
| 1 | 1 | § 1. De Vlaamse Regering kan bepalen dat residentiële gebouwen en niet-residentiële gebouwen of gebouweenheden bij een notariële overdracht in volle eigendom, of bij het vestigen of overdragen van een opstalrecht of erfpacht op een residentieel gebouw of niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid, binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan een minimaal energieprestatieniveau voldoen. De Vlaamse Regering kan hier ook een reeks van aparte eisen, maatregelen en type-renovatiewerken bepalen die daarbij als een minimum binnen die termijn moeten worden uitgevoerd. | |
| 2 | − | De uitvoering van de verplichting, vermeld in het eerste lid, wordt opgelegd aan respectievelijk de eigenaar, de opstalhouder, of de erfpachter. In geval na de verkoop vanhet residentieel gebouw of niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid gedurende de looptijd van deze verplichting die op het gebouw of de gebouweenheid rust: | |
| 2 | + | De uitvoering van de verplichting, vermeld in het eerste lid, wordt opgelegd aan respectievelijk de eigenaar, de opstalhouder, of de erfpachter. In geval na de notariële overdracht in volle eigendom van, of de vestiging of overdracht van een opstalrecht of erfpacht op het residentieel gebouw of niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid gedurende de looptijd van deze verplichting die op het gebouw of de gebouweenheid rust: | |
| 3 | 3 | 1° het residentieel gebouw of niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid wordt geërfd, dan gaat de verplichting over op de erfgenaam of legataris. De erfgenaam of de legataris moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de erflater diende te halen; | |
| 4 | − | 2° het residentieel gebouw of niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid wordt geschonken of verkocht, of een opstalrecht of erfpacht wordt erop gevestigd, dan gaat de verplichting over op de koper of de ontvanger van de schenking of de erfpachter of opstalhouder. De koper, de ontvanger van de schenking, de erfpachter of de opstalhouder moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de verkoper, schenker, erfpachtgever of opstalgever zelf diende te halen. Indien het te behalen minimaal energieprestatieniveau sindsdien werd verstrengd rust bijkomend op de nieuwe eigenaar, erfpachter of de opstalhouder de verplichting om binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan dat verstrengde minimaal energieprestatieniveau te voldoen. | |
| 4 | + | 2° het residentieel gebouw of niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid wordt notarieel overgedragen in volle eigendom, of een opstalrecht of erfpacht wordt erop gevestigd, dan gaat de verplichting over op de nieuwe eigenaar of de erfpachter of opstalhouder. De nieuwe eigenaar, de erfpachter of de opstalhouder moet dan binnen de resterende termijn voldoen aan het minimaal energieprestatieniveau dat de oorspronkelijke eigenaar, erfpachtgever of opstalgever zelf diende te halen. Indien het te behalen minimaal energieprestatieniveau sindsdien werd verstrengd rust bijkomend op de nieuwe eigenaar, erfpachter of de opstalhouder de verplichting om binnen een gestelde termijn na het verlijden van de authentieke akte aan dat verstrengde minimaal energieprestatieniveau te voldoen. | |
| 5 | 5 | In geval een rechtspersoon wordt gesplitst of indien een rechtspersoon fusioneert met, of wordt overgenomen door een andere rechtspersoon, dan ontstaat door die splitsing, fusie of overneming voor de gebouwen van die rechtspersonen echter geen verplichting, vermeld in het eerste lid. Indien er voorafgaand aan de splitsing, de fusie of de overneming op een gebouw van een van die rechtspersonen echter reeds een verplichting, vermeld in het eerste lid, van toepassing was, dan voldoet de rechtsopvolger binnen de resterende termijn aan het minimaal energieprestatieniveau dat de rechtspersoon die fusioneerde, splitste of werd overgenomen en tot wie het gebouw in kwestie behoorde zelf diende te halen. | |
| 6 | + | Als er in het kader van echtscheiding of de beëindiging van een al dan niet wettelijke samenwoning een notariële overdracht in volle eigendom van een deel van die volle eigendom plaatsvindt tussen natuurlijke personen die allen reeds eigenaar zijn van het residentieel gebouw en waarbij minstens een van hen daar zijn hoofdverblijfplaats heeft en behoudt, dan is er geen verplichting, vermeld in het eerste lid. | |
| 7 | + | Als een notariële overdracht in volle eigendom van een deel van die volle eigendom plaatsvindt tussen natuurlijke personen die allen reeds eigenaar zijn van één residentieel gebouw in kwestie, en waarbij minstens een van hen daar zijn hoofdverblijfplaats heeft en behoudt, dan is er geen verplichting, vermeld in het eerste lid. | |
| 6 | 8 | § 2. Iedereen die een residentieel gebouw of een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid in volle eigendom notarieel overdraagt of hierop een opstalrecht of erfpachtrecht vestigt of overdraagt, moet in de hieraan verbonden publiciteit vermelden dat er verplichtingen gelden als vermeld in paragraaf 1. | |
| 7 | 9 | Iedereen die voor een residentieel gebouw of een niet-residentieel gebouw of niet-residentiële gebouweenheid een onderhandse overeenkomst voor één van de rechtshandelingen, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, opmaakt, moet vermelden dat voor het residentieel gebouw of het niet-residentieel gebouw of de niet-residentiële gebouweenheid verplichtingen gelden als vermeld in paragraaf 1. | |
| 1 | − | De Vlaamse Regering kan verplichtingen opleggen aan elke beheerder van een warmte- of koudenet, beheerder van een distributienet, transmissienet, aardgasdistributienet en vervoersnet, elke energieleverancier en elke exploitant van een energie-opwekkingsinstallatie, om het VEKA accurate, volledige en consistente mededeling te doen van noodzakelijke gegevens voor het opmaken van het energierapport en voor de onderbouwing van het Vlaamse beleid inzake rationeel energiegebruik, hernieuwbare energiebronnen en klimaatverandering en voor het sociale energiebeleid. De Vlaamse Regering legt de eisen vast inzake accuraatheid, volledigheid en consistentie. De te verstrekken gegevens hebben minstens betrekking op : | |
| 1 | + | De Vlaamse Regering kan verplichtingen opleggen aan elke beheerder van een warmte- of koudenet, beheerder van een distributienet, transmissienet, aardgasdistributienet, vervoersnet, gesloten distributienet, directe lijn, directe leiding, privédistributienet en net als vermeld in artikel 2, 41° en 42°, van de federale Elektriciteitswet , elke energieleverancier en elke exploitant van een energie-opwekkingsinstallatie, om het VEKA accurate, volledige en consistente mededeling te doen van noodzakelijke gegevens voor het opmaken van het energierapport en voor de onderbouwing van het Vlaamse beleid inzake rationeel energiegebruik, hernieuwbare energiebronnen en klimaatverandering en voor het sociale energiebeleid. De Vlaamse Regering legt de eisen vast inzake accuraatheid, volledigheid en consistentie. De te verstrekken gegevens hebben minstens betrekking op : | |
| 2 | 2 | 1° de afname en het verbruik van energie door objectief omschreven categorieën van afnemers van elektriciteit, aardgas, thermische energie en andere energiebronnen en het verbruiksprofiel van die afnemers; | |
| 3 | 3 | 2° de kenmerken van energie-opwekkingsinstallaties en de hoeveelheid verwerkte en opgewekte energie in die installaties. | |
| 8 | 8 | 6° informatievragen van derden over energie en klimaat beantwoorden; | |
| 9 | 9 | 7° de evolutie van de verduurzaming van de verwarming van het gebouwenpark volgen; | |
| 10 | − | 8° het volgen en handhaven van verplichtingen die aan gebouweigenaars, huurders en houders van een zakelijk recht worden opgelegd voor de verwarmingsinstallaties in het gebouw; | |
| 10 | + | 8° het volgen en handhaven van verplichtingen die aan installateurs, gebouweigenaars, huurders en houders van een zakelijk recht worden opgelegd voor de verwarmingsinstallaties in het gebouw; | |
| 11 | 11 | 8°/1 het volgen en handhaven van verplichtingen die aan afnemers, gebouweigenaars, erfpachters of opstalhouders worden opgelegd door of krachtens artikel 7.7.3; | |
| 12 | 12 | 9° energiefraude opsporen en detecteren; | |
| 1 | − | § 1. De Vlaamse Regering creëert een uniek loket om de aanvraag, de behandeling, de verwerking en de uitbetaling van aanvragen voor premies die door of krachtens dit decreet door de Vlaamse Regering worden ingesteld op het vlak van werkzaamheden aan gebouwenof voor energieopwekkingsinstallaties, te faciliteren. | |
| 1 | + | § 1. De Vlaamse Regering creëert een uniek loket om de aanvraag, de behandeling, de verwerking en de uitbetaling van aanvragen voor premies die door of krachtens dit decreet door de Vlaamse Regering worden ingesteld op het vlak van werkzaamheden aan gebouwen, om rationeel energiegebruik te bevorderen of voor energieopwekkingsinstallaties, te faciliteren. | |
| 2 | 2 | § 2. De diensten van de Vlaamse overheid die de Vlaamse Regering aanwijst, worden belast met de behandeling van premieaanvragen in het kader van het unieke loket, vermeld in het paragraaf 1. De Vlaamse Regering bepaalt welke premies onder dat unieke loket vallen. | |
| 3 | − | In het kader van het unieke loket, vermeld in paragraaf 1, kan de Vlaamse Regering de distributienetbeheerder of zijn werkmaatschappij bepaalde taken toekennen die verband houden met de behandeling en de verwerking van premieaanvragen en die verband houden met de uitbetaling van premies voor werkzaamheden aan gebouwenof voor energieopwekkingsinstallaties. De Vlaamse Regering bepaalt voor welke type premies dat van toepassing is en wijst de diensten van de Vlaamse overheid of de energiehuizen aan die daarbij worden betrokken. De distributienetbeheerder of zijn werkmaatschappij kan voor zijn taken in het kader van het unieke loket een vergoeding krijgen die de Vlaamse Regering bepaalt. | |
| 3 | + | In het kader van het unieke loket, vermeld in paragraaf 1, kan de Vlaamse Regering de distributienetbeheerder of zijn werkmaatschappij bepaalde taken toekennen die verband houden met de behandeling en de verwerking van premieaanvragen en die verband houden met de uitbetaling van premies voor werkzaamheden aan gebouwen, om rationeel energiegebruik te bevorderen of voor energieopwekkingsinstallaties. De Vlaamse Regering bepaalt voor welke type premies dat van toepassing is en wijst de diensten van de Vlaamse overheid of de energiehuizen aan die daarbij worden betrokken. De distributienetbeheerder of zijn werkmaatschappij kan voor zijn taken in het kader van het unieke loket een vergoeding krijgen die de Vlaamse Regering bepaalt. | |
| 4 | 4 | De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en modaliteiten vastleggen voor de gegevensuitwisseling tussen de diensten van de Vlaamse overheid, vermeld in het eerste lid, en de distributienetbeheerder of zijn werkmaatschappij, vermeld in het tweede lid. | |
| 5 | 5 | § 3. In het kader van het unieke loket, vermeld in paragraaf 1, kunnen de volgende persoonsgegevens of categorieën van persoonsgegevens opgevraagd en verwerkt worden: | |
| 1 | − | § 1. De VREG kan aan een marktpartij of de ondernemingen waarin de netbeheerders of de werkmaatschappij rechtstreeks of onrechtstreeks participeren, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier , of aan hun aangestelden, bestuurders, managers en personeelsleden de gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden, vermeld in artikel 3.1.3 en 3.1.4. | |
| 1 | + | § 1. De VREG kan aan een marktpartij of de ondernemingen waarin de netbeheerders of de werkmaatschappij rechtstreeks of onrechtstreeks participeren, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier of tussenpersoon bij de levering van thermische energie, of aan hun aangestelden, bestuurders, managers en personeelsleden de gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden, vermeld in artikel 3.1.3 en 3.1.4. | |
| 2 | + | Een marktpartij, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, warmte- of koudeleverancier, tussenpersoon bij de levering van thermische energie, of hun aangestelden, bestuurders, managers en personeelsleden, tot wie de VREG een vraag heeft gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken die nodig zijn om zijn taken en bevoegdheden, vermeld in artikel 3.1.3 en 3.1.4, uit te voeren, is verplicht om die gegevens en inlichtingen accuraat, volledig en consistent mee te delen aan de VREG. | |
| 2 | 3 | § 2. De personeelsleden van de VREG zijn bevoegd om toezicht uit te oefenen op de naleving van titels IV, IV/1, V, VI en hoofdstuk II tot en met IV van titel VII van dit decreet en de uitvoeringsbepalingen ervan en de niet-naleving hiervan vast te stellen in een proces-verbaal. | |
| 3 | 4 | Bij het uitvoeren van hun toezichttaak kunnen de genoemde personeelsleden van de VREG bij iedere marktpartij of de ondernemingen waarin de netbeheerders of de werkmaatschappij rechtstreeks of onrechtstreeks participeren, warmte- of koudeneteigenaar, warmte- of koudenetbeheerder, warmteproducent die geen zelfopwekker is, of warmte- of koudeleverancier ter plaatse inzage vorderen en een kosteloze kopie maken en meenemen van alle daarvoor noodzakelijke zakelijke documenten en andere zakelijke informatiedragers. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door personen die zij daartoe hebben aangewezen op grond van hun deskundigheid. Om alle nodige vaststellingen te verrichten, hebben de genoemde personeelsleden toegang tot de terreinen en de gebouwen. Tot gebouwen hebben ze echter alleen toegang als ze aan een van de volgende voorwaarden voldoen : | |
| 1 | − | De personeelsleden van het VEKA zijn bevoegd voor de controle op de naleving van de voorwaarden en de verplichtingen die opgelegd zijn op basis van artikelen 7.6.1, 7.6.2, 7.7.1 en 7.7.2 en titel VIII van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en voor het opleggen van de administratieve geldboetes. | |
| 1 | + | De personeelsleden van het VEKA zijn bevoegd voor de controle op de naleving van de voorwaarden en de verplichtingen die opgelegd zijn op basis van artikelen 7.1.1, 7.1.2, 7.1.4/1, 7.1/1.1, 7.6.1, 7.6.2, 7.7.1 en 7.7.2 en titel VIII van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan en voor het opleggen van de administratieve geldboetes. | |
| 2 | 2 | De personeelsleden van het VEKA kunnen daartoe aan de betrokkenen alle gegevens en inlichtingen vragen die nodig zijn voor de uitoefening van hun taken. De betrokkene aan wie een vraag is gericht om gegevens en inlichtingen te verstrekken, moet binnen de door de bevoegde personeelsleden bepaalde redelijke termijn alle medewerking verlenen. |
| 1 | − | § 1. Tenzij dit decreet in een specifieke procedure voorziet, kan de VREG elke natuurlijke persoon of rechtspersoon schriftelijk in gebreke stellen bij niet-naleving van de bepalingen van titel IV, IV/1, V, VI hoofdstuk I tot en met IV van titel VII en artikel 13.1.2, van dit decreet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de technische reglementen en het technisch reglement warmte- of koudenetten. | |
| 1 | + | § 1. Tenzij dit decreet in een specifieke procedure voorziet, kan de VREG elke natuurlijke persoon of rechtspersoon schriftelijk in gebreke stellen bij niet-naleving van de bepalingen van titel IV, IV/1, V, VI hoofdstuk I tot en met IV van titel VII en artikel 13.1.2, van dit decreet en de bijbehorende uitvoeringsbesluiten, met inbegrip van de tariefmethodologie, vermeld in artikel 4.1.30, de technische reglementen en het technisch reglement warmte- of koudenetten. | |
| 2 | 2 | § 2. De VREG kan de persoon die in gebreke werd gesteld overeenkomstig § 1 en werd gehoord of daartoe naar behoren werd opgeroepen, een van de administratieve geldboetes, vermeld in artikel 13.3.2, 13.3.3, 13.3.4 of 13.3.6, opleggen. De VREG zorgt ervoor dat er in deze gevallen geen kennelijke wanverhouding bestaat tussen de feiten die aan de administratieve boete ten grondslag ligt en de administratieve boete die op grond van die feiten wordt opgelegd. | |
| 3 | 3 | De VREG legt de persoon die in gebreke werd gesteld wegens niet-naleving van de artikelen 7.1.10, 7.1.11 of 7.2.3, en werd gehoord of daartoe naar behoren werd opgeroepen, de administratieve boete op, voorzien in artikel 13.3.5. | |
| 1 | − | Tenzij dit decreet in een specifieke administratieve sanctie voorziet, kan de VREG een administratieve geldboete opleggen die per kalenderdagniet minder dan 250 euro mag bedragen, noch meer dan 250.000 euro mag bedragen, noch in totaal hoger zijn dan 5.000.000 euro of 3% van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar, als dit laatste bedrag lager is. | |
| 1 | + | Tenzij dit decreet in een specifieke administratieve sanctie voorziet, kan de VREG een administratieve geldboete opleggen, al dan niet per kalenderdag. De administratieve geldboete per kalenderdag mag niet minder dan 250 euro per kalenderdag bedragen, noch meer dan 250.000 euro per kalenderdag, noch mag de administratieve geldboete in totaal hoger zijn dan 5.000.000 euro of 3% van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar, als dat laatste bedrag lager is. | |
| 2 | + | Met behoud van de toepassing van het eerste lid kan de VREG, tenzij dit decreet in een specifieke administratieve sanctie voorziet, een dwangsom opleggen, als de betrokken overtreder bij het verstrijken van de termijn die de VREG bepaalt, in gebreke blijft. De dwangsom mag niet minder dan 250 euro per kalenderdag | |
| 3 | + | bedragen, noch meer dan 250.000 euro per kalenderdag, noch mag de dwangsom in totaal hoger zijn dan 5.000.000 euro of 3% van de omzet die de betrokken overtreder heeft gerealiseerd op de Vlaamse energiemarkt tijdens het laatste afgelopen boekjaar, als dat laatste bedrag lager is. |
| 1 | − | §1. Wanneer het VEKA vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen in toepassing van artikel 1.1.3, 113° /2 van dit decreet informatie heeft overgemaakt die door het VEKA werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten niet consistent of niet in overeenstemming is met de realiteit, en die een correcte bepaling van de startdatum in de weg staat, dan kan het VEKA die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler. | |
| 1 | + | §1. Wanneer het VEKA vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen in toepassing van artikel 1.1.3, 113° /2 van dit decreet informatie heeft overgemaakt die door het VEKA werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten niet consistent of niet in overeenstemming is met de realiteit, en die een correcte bepaling van de startdatum in de weg staat, dan kan het VEKA die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler. | |
| 2 | 2 | Indien voor de productie-installatie waarvoor de inconsistente of foutieve gegevens, vermeld in het eerste lid, aan het VEKA werden verstrekt door het VEKA reeds een bandingfactor werd berekend, dan komt deze bandingfactor te vervallen. In voorkomend geval wordt opnieuw een bandingfactor berekend. | |
| 3 | − | §2. Wanneer het VEKA vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen in toepassing van artikel 7.1.1., artikel 7.1.2, 7.1.3 en 7.1/1.1 informatie heeft overgemaakt die door het VEKA werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten niet consistent of niet in overeenstemming is met de realiteit, en die een correcte toepassing van deze bepalingen van dit decreet in de weg staat, dan kan het VEKA die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler. | |
| 3 | + | §2. Wanneer het VEKA vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen in toepassing van artikel 7.1.1., artikel 7.1.2, 7.1.3 en 7.1/1.1 informatie heeft overgemaakt die door het VEKA werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten niet consistent of niet in overeenstemming is met de realiteit, en die een correcte toepassing van deze bepalingen van dit decreet in de weg staat, dan kan het VEKA die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler. | |
| 4 | 4 | Indien voor de productie-installatie waarvoor de inconsistente of foutieve gegevens, vermeld in het eerste lid, aan het VEKA werden verstrekt door het VEKA reeds een bandingfactor werd berekend, dan komt deze bandingfactor te vervallen. In voorkomend geval wordt opnieuw een bandingfactor berekend. | |
| 5 | − | §3. Wanneer het VEKA vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen informatie heeft overgemaakt die door het VEKA werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten, niet consistent of niet in overeenstemming met de realiteit is, en die een correcte berekening van een projectspecifieke bandingfactor zoals bedoeld in artikel 7.1.4/1., § 1, tweede lid, in de weg staat, dan kan het VEKA die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler. | |
| 5 | + | §3. Wanneer het VEKA vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen informatie heeft overgemaakt die door het VEKA werd opgevraagd en die volgens de op dat moment gekende feiten, niet consistent of niet in overeenstemming met de realiteit is, en die een correcte berekening van een projectspecifieke bandingfactor zoals bedoeld in artikel 7.1.4/1., § 1, tweede lid, in de weg staat, dan kan het VEKA die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daartoe door hem werd aangewezen, een administratieve geldboete opleggen die minimaal 100 % en maximaal 130 % bedraagt van de onterecht ontvangen steun. De onterecht ontvangen steun wordt berekend als het aantal onterecht toegekende certificaten vermenigvuldigd met de bandingdeler. | |
| 6 | 6 | Indien voor de productie-installatie waarvoor de inconsistente of foutieve gegevens, vermeld in het eerste lid, aan het VEKA werden verstrekt door het VEKA reeds een bandingfactor werd berekend, dan komt deze bandingfactor te vervallen. In voorkomend geval wordt opnieuw een bandingfactor berekend. | |
| 7 | + | §4. Als het VEKA vaststelt dat de eigenaar van een productie-installatie of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daarvoor door hem is aangewezen, informatie als vermeld in paragraaf 1, 2 en 3, heeft bezorgd die door het VEKA is opgevraagd en die volgens de feiten die op dat moment bekend zijn, niet consistent of niet in overeenstemming is met de realiteit, en dat een correcte toepassing van de in paragraaf 1, 2 en 3 vermelde bepalingen van dit decreet in de weg staat, zon- der dat daarvoor onterecht steun is toegekend, kan het VEKA die eigenaar, of de natuurlijke persoon of rechtspersoon die daarvoor door hem is aangewezen, een administratieve geldboete opleggen. De administratieve geldboete is niet lager dan 500 euro en niet hoger dan 500.000 euro. |
| 1 | + | Het VEKA kan een administratieve geldboete opleggen aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de gegevens of inlichtingen, vermeld in artikel 13.1.3, tweede lid, niet bezorgt binnen de termijn die het VEKA bepaalt. | |
| 2 | + | De administratieve geldboete, vermeld in het eerste lid, is niet lager dan 500 euro en niet hoger dan 500.000 euro. Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarin de gevraagde gegevens of inlichtingen aan het VEKA moeten worden bezorgd. | |
| 3 | + | Als de natuurlijke persoon of rechtspersoon bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, in gebreke blijft, kan het VEKA een administratieve geldboete in de vorm van een dwangsom opleggen. Die bedraagt 100 euro per kalenderdag dat de termijn, vermeld in het tweede lid, wordt overschreden. |
| 1 | 1 | § 1. De betrokkene wordt van de beslissing tot het opleggen van de administratieve geldboete in kennis gesteld met een aangetekende brief met bericht van ontvangst. De met redenen omklede kennisgeving vermeldt het bedrag van de administratieve geldboete, de bepalingen die van belang zijn en de beroepsmogelijkheid. | |
| 2 | − | § 2. De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, beslissen over de gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboeten, vermeld in artikel 13.4.1, § 1, §§ 3, 4, 5, 6, 7 en 8, artikel 13.4.2, § 1, artikel 13.4.2/1en artikel 13.4.3, § 1, die de betrokkene met een aangetekende brief aan hen richt. Het verzoek schorst de bestreden beslissing. | |
| 2 | + | § 2. De ambtenaren, daartoe aangewezen door de Vlaamse Regering, beslissen over de gemotiveerde verzoeken om kwijtschelding, vermindering of uitstel van betaling van de administratieve geldboeten, vermeld in artikel 13.4.1, § 1, §§ 3, 4, 5, 6, 7 en 8, artikel 13.4.2, § 1, artikel 13.4.2/1, artikel 13.4.2/2 en artikel 13.4.3, § 1, die de betrokkene met een aangetekende brief aan hen richt. Het verzoek schorst de bestreden beslissing. | |
| 3 | 3 | De in het eerste lid vermelde verzoeken worden binnen vijftien kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte op de post van de in § 1, vermelde aangetekende brief, gericht aan de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren. | |
| 4 | 4 | De beslissing van de daartoe door de Vlaamse Regering aangewezen ambtenaren wordt binnen dertig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de afgifte op de post van het in het eerste lid vermelde verzoek, ter kennis gebracht van de indiener van het verzoekschrift. Met een met redenen omklede aangetekende brief, gericht aan de indiener van het verzoek, kan de bevoegde ambtenaar de voormelde termijn eenmalig verlengen met dertig kalenderdagen. | |
| 6 | 6 | § 3. Als bij toepassing van artikel 11.2.2 blijkt dat de eigenaar geen geldig energieprestatiecertificaat aan de koper heeft overgedragen of aan de huurder of de houder van een zakelijk recht ter beschikking gesteld heeft, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, legt het VEKA hem een administratieve geldboete op die niet lager is dan 500 euro, en niet hoger dan 5.000 euro. | |
| 7 | 7 | Die administratieve geldboete kan niet worden gecumuleerd met de sanctie vermeld in § 2. | |
| 8 | − | § 3/1. Als bij de controle blijkt dat voor een te koop of te huur gesteld gebouw, of voor een gebouw waarop een zakelijk recht wordt gevestigd, waarvoor een energieprestatiecertificaat beschikbaar dient te zijn, het kengetal of het label, het adres van het gebouw of de unieke code van het energieprestatiecertificaat niet worden vermeld in de publiciteit die wordt gemaakt, of indien het vermelde kengetal of het label , het vermelde adres van het gebouw of de vermelde unieke code van het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan het VEKA de eigenaar of gebruiker een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5.000 euro. | |
| 8 | + | § 3/1. Als bij de controle blijkt dat voor een te koop of te huur gesteld gebouw, of voor een gebouw waarop een zakelijk recht wordt gevestigd, waarvoor een energieprestatiecertificaat beschikbaar dient te zijn, de gegevens, vermeld in artikel 11.2.1, §3, eerste lid, niet worden vermeld in de publiciteit die wordt gemaakt, of indien het vermelde label of energiescore, het vermelde aandeel hernieuwbare energie of het label dat op basis daarvan bepaald is, het vermelde adres van het gebouw of de vermelde unieke code van het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan het VEKA de eigenaar of gebruiker een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5.000 euro. | |
| 9 | 9 | In afwijking van het eerste lid legt het VEKA de sanctie, vermeld in het eerste lid, op aan de opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde in het geval de eigenaar of gebruiker gebruikmaakte van deze opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde in het kader van het te koop of te huur stellen van het gebouw. | |
| 10 | 10 | Die administratieve geldboete kan voor de eigenaar of gebruiker niet worden gecumuleerd met de sanctie, vermeld in paragraaf 2 of 3. | |
| 1 | − | § 1. Als bij de controle blijkt dat het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, kan het VEKA de energiedeskundige die het energieprestatiecertificaat heeft afgeleverd een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 250 euro, en niet hoger dan 5.000 euro. | |
| 1 | + | § 1. Als bij de controle blijkt dat het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, kan het VEKA de energiedeskundige die het energieprestatiecertificaat heeft afgeleverd een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 500 euro, en niet hoger dan 5.000 euro. | |
| 2 | 2 | Het VEKA verplicht de energiedeskundige om binnen de dertig kalenderdagen een nieuw energieprestatiecertificaat op te maken dat in overeenstemming is met de controlevaststellingen, en om dat nieuwe energieprestatiecertificaat te overhandigen aan de eigenaar of gebruiker van het gebouw. Indien het gebouw wordt verhuurd, dan bezorgt de eigenaar tevens een kopie van het nieuwe energieprestatiecertificaat aan de huurder. De kosten voor de opmaak van het energieprestatiecertificaat vallen volledig ten laste van de energiedeskundige. | |
| 3 | 3 | Als een overtreding van het tweede lid wordt vastgesteld, maant het VEKA de energiedeskundige aan om binnen een vastgestelde termijn de verplichtingen na te leven. Als de energiedeskundige bij het verstrijken van die termijn in gebreke blijft, legt het VEKA de energiedeskundige een administratieve geldboete op in de vorm van een dwangsom. Die bedraagt 10 euro per kalenderdag dat de vastgelegde termijn wordt overschreden. | |
| 4 | 4 | § 1/1. Als het VEKA vaststelt dat een geschorste energiedeskundige in strijd met de schorsingsvoorwaarden toch actief optreedt als energiedeskundige, legt het VEKA hem een boete op van 500 euro per ingediend energieprestatiecertificaat. | |
| 5 | 5 | § 2. Als zou blijken dat de eigenaar of gebruiker van een gebouw die krachtens artikel 11.2.1, § 1, eerste lid, over een energieprestatiecertificaat moet beschikken, niet over een geldig energieprestatiecertificaat beschikt, legt het VEKA hem, op voorwaarde dat de eigenaar of gebruiker werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, een administratieve geldboete op die niet lager is dan 500 euro, en niet hoger dan 5.000 euro. | |
| 6 | + | Het VEKA kan een nieuwe termijn vastleggen waarbinnen de op grond van artikel 11.2.1, §1, eerste lid, vastgestelde verplichting alsnog moet worden nageleefd. | |
| 7 | + | Als de eigenaar of gebruiker van het gebouw bij het verstrijken van de termijn, vermeld in het tweede lid, nog steeds in gebreke blijft, legt het VEKA hem een nieuwe administratieve geldboete op als bedoeld in het eerste lid. Het VEKA legt ook een nieuwe termijn vast waarbinnen de betreffende verplichting alsnog moet worden nageleefd. Deze procedure wordt herhaald tot aan de op grond van artikel 11.2.1, §1, eerste lid, vastgestelde verplichting is voldaan. | |
| 6 | 8 | § 3. Als bij toepassing van artikel 11.2.2 blijkt dat de eigenaar geen geldig energieprestatiecertificaat aan de koper heeft overgedragen of aan de huurder of de houder van een zakelijk recht ter beschikking gesteld heeft, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren werd opgeroepen, legt het VEKA hem een administratieve geldboete op die niet lager is dan 500 euro, en niet hoger dan 5.000 euro. | |
| 7 | 9 | Die administratieve geldboete kan niet worden gecumuleerd met de sanctie vermeld in § 2. | |
| 8 | − | § 3/1. Als bij de controle blijkt dat voor een te koop of te huur gesteld gebouw, of voor een gebouw waarop een zakelijk recht wordt gevestigd, waarvoor een energieprestatiecertificaat beschikbaar dient te zijn, de gegevens, vermeld in artikel 11.2.1, §3, eerste lid, niet worden vermeld in de publiciteit die wordt gemaakt, of indien het vermelde label of energiescore, het vermelde aandeel hernieuwbare energie of het label dat op basis daarvan bepaald is, het vermelde adres van het gebouw of de vermelde unieke code van het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan het VEKA de eigenaar of gebruiker een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 250 euro, noch hoger dan 5.000 euro. | |
| 10 | + | § 3/1. Als bij de controle blijkt dat voor een te koop of te huur gesteld gebouw, of voor een gebouw waarop een zakelijk recht wordt gevestigd, waarvoor een energieprestatiecertificaat beschikbaar dient te zijn, de gegevens, vermeld in artikel 11.2.1, §3, eerste lid, niet worden vermeld in de publiciteit die wordt gemaakt, of indien het vermelde label of energiescore, het vermelde aandeel hernieuwbare energie of het label dat op basis daarvan bepaald is, het vermelde adres van het gebouw of de vermelde unieke code van het energieprestatiecertificaat niet met de werkelijkheid overeenstemt, kan het VEKA de eigenaar of gebruiker een administratieve geldboete opleggen, die niet lager mag zijn dan 500 euro, noch hoger dan 5.000 euro. | |
| 9 | − | In afwijking van het eerste lid legt het VEKA de sanctie, vermeld in het eerste lid, op aan de opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde in het geval de eigenaar of gebruiker gebruikmaakte van deze opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde in het kader van het te koop of te huur stellen van het gebouw. | |
| 11 | + | In afwijking van het eerste lid legt het VEKA een administratieve geldboete op aan de opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde als de eigenaar of gebruiker die opdrachthouder, lasthebber of gevolmachtigde gebruikte in het kader van het te koop of te huur stellen van het gebouw. De voormelde administratieve geldboete is niet lager dan 750 euro en niet hoger dan 5000 euro. | |
| 10 | 12 | Die administratieve geldboete kan voor de eigenaar of gebruiker niet worden gecumuleerd met de sanctie, vermeld in paragraaf 2 of 3. | |
| 11 | 13 | § 3/2. Indien blijkt dat de instrumenterende ambtenaar of een derde de hem op grond van artikel 11.2.2, § 3, opgelegde verplichtingen niet heeft nageleefd, en de betrokkene werd gehoord of naar behoren opgeroepen, dan kan het VEKA hem een administratieve geldboete opleggen die niet lager is dan 250 euro en niet hoger dan 5000 euro. | |
| 1 | + | Artikel 73 van het kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving van 22 maart 2019 is van toepassing op de krachtens dit decreet opgelegde administratieve geldboetes. |
| 1023 | 1023 | de in de EPB-aangifte vermelde equivalente boloppervlakte die hoort bij het betreffende S-peil, in m². | |
| 1024 | 1024 | 1.9 Bepaling van het beschermd volume als de EPB-aangifte niet voldoet aan de voorwaarden voor de vorm en de inhoud of als de EPB-aangifte niet of laattijdig wordt ingediend. | |
| 1025 | − | Het beschermd volume wordt overgenomen uit de ingediende startverklaring met voorafberekening. Bij het ontbreken van de startverklaring wordt het beschermd volume berekend op basis van de vergunningsplannen of wordt het totaal volume van het gebouw overgenomen uit het statistisch formulier bij de stedenbouwkundige vergunning . Als het gebouw verschillende EPB-eenheden omvat waarvoor een EPB-aangifte moet worden ingediend, wordt het volume per EPB-eenheid bepaald door het totaal volume van het gebouw forfaitair te verminderen met 10 % (ingenomen volume gemeenschappelijke delen) en daarna te delen door het aantal EPB-eenheden. | |
| 1025 | + | Het beschermd volume wordt overgenomen uit de ingediende startverklaring met voorafberekening. Bij het ontbreken van de startverklaring wordt het beschermd volume berekend op basis van de vergunningsplannen of wordt het totaal volume van het gebouw overgenomen uit het statistisch formulier bij de stedenbouwkundige vergunning of het aanvraagformulier bij de omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Als het gebouw verschillende EPB-eenheden omvat waarvoor een EPB-aangifte moet worden ingediend, wordt het volume per EPB-eenheid bepaald door het totaal volume van het gebouw forfaitair te verminderen met 10 % (ingenomen volume gemeenschappelijke delen) en daarna te delen door het aantal EPB-eenheden. | |