Decreet tot wijziging van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft de modernisering van de structuur en de organisatie van het secundair onderwijs
Staatsblad 7 juni 2018 NUMAC 2018031157
52 artikels gewijzigd
| 14 | 14 | 3° basisoptie : een groep leervakken die in de eerste graad een bredere observatie en oriëntatie van de leerling mogelijk maakt; | |
| 15 | 15 | 4° basisvorming : de vakken die aan elke leerling van een bepaald leerjaar zonder uitzondering dienen te worden onderwezen; | |
| 16 | − | 5° beroepenveld : de combinatie van technische disciplines die onderwezen worden in het beroepsvoorbereidend leerjaar; | |
| 16 | + | 5° ...; | |
| 17 | 17 | 6° beroepsgerichte component : het deel van het opleidingsprofiel dat tot doel heeft één of meer beroepsopleidingen te realiseren; | |
| 18 | + | 6°/1 beroepskwalificatie: een beroepskwalificatie zoals gedefinieerd in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur; | |
| 18 | 19 | 7° beroepsopleiding : een samenhangend geheel van beroepsgerichte opleidingsactiviteiten; | |
| 19 | 20 | 8° bestuurspersoneel : de selectie- en bevorderingsambten van de personeelscategorie van het bestuurs- en onderwijzend personeel die door de Vlaamse Regering zijn bepaald voor het secundair onderwijs; | |
| 34 | 35 | 13° doorstroomcomponent : het deel van het opleidingsprofiel dat tot doel heeft een lerende voor te bereiden op de vereisten van vervolgonderwijs en/of -opleiding; | |
| 35 | 36 | 14° extra lesuren : een eenheid waarin de omkadering voor het voeren van een gelijke onderwijskansenbeleid in het buitengewoon secundair onderwijs uitgedrukt wordt; | |
| 37 | + | 14°/0 finaliteit: een begrip dat aangeeft waarop studierichtingen prioritair voorbereiden, namelijk op het hoger onderwijs, op de arbeidsmarkt of op beide; | |
| 36 | 38 | 14°/1 gemeenschappelijk curriculum: de goedgekeurde leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de eindtermen te bereiken of de ontwikkelingsdoelen na te streven en de schoolgebonden planning voor het nastreven van de vakoverschrijdende eindtermen en ontwikkelingsdoelen; | |
| 37 | 39 | 14°/2 handelingsgericht advies: het centrum voor leerlingenbegeleiding geeft advies aan de leerling, de ouders of het schoolteam over keuzemogelijkheden en gedragsalternatieven of eventueel bepaalde hulp; | |
| 63 | 65 | 19° lokaal comité : het inzake arbeidsvoorwaarden en personeelsaangelegenheden bevoegde lokaal overlegorgaan of onderhandelingsorgaan; | |
| 64 | 66 | 19°/1 LOP : lokaal overlegplatform als vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van het decreet van 28 juni 2002 betreffende gelijke onderwijskansen-I; | |
| 65 | − | 20° modulair stelsel : een onderwijssysteem waarin leerlingen door de overheid vastgestelde modules verwerven; | |
| 66 | − | 21° module : het kleinste deel van een opleiding dat aanleiding geeft tot een certificaat op basis van eindtermen vastgelegd door de Vlaamse overheid; | |
| 67 | + | 20° ... | |
| 68 | + | 21° ... | |
| 67 | 69 | 22° ... | |
| 68 | 70 | 23° ... | |
| 69 | 71 | 24° ondersteunend personeel : de ambten van de personeelscategorie van het ondersteunend personeel die door de Vlaamse Regering zijn bepaald voor het secundair onderwijs; | |
| 70 | 72 | 24°/1 onderwijsinspectie : de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs of de inspectie, zoals bedoeld in het decreet van 1 december 1993 betreffende de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken, voor zover belast met taken op het gebied van het secundair onderwijs; | |
| 73 | + | 24°/1 onderwijskwalificatie: een onderwijskwalificatie als gedefinieerd in het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur; | |
| 71 | 74 | 25° onderwijsnet : | |
| 72 | 75 | - het gemeenschapsonderwijs : het onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap zoals bedoeld in artikel 2 van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs; | |
| 78 | 81 | 29° opleidingsprofiel : een geheel van vaardigheden, kennis en attitudes, geformuleerd als eindtermen, die binnen een opleiding verworven moeten worden; | |
| 79 | 82 | 30° opleidingsstructuur : het geheel van alle per studiegebied geordende opleidingen met bijhorende modules; | |
| 80 | − | 31° optie : -een leervak of een groep leervakken die, met uitzondering van de eerste graad, het karakteristieke van de opleiding bepalen en die bestaat uit het fundamenteel gedeelte dat de studierichting bepaalt en eventueel het complementair gedeelte; | |
| 81 | − | - voor het hoger beroepsonderwijs wordt onder optie, de opleiding verpleegkunde verstaan; | |
| 83 | + | 31° optie: de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs; | |
| 82 | 84 | 32° ouders : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in recht of in feite de leerling onder hun bewaring hebben. | |
| 83 | 85 | In het geval de leerling meerderjarig is, wordt onder dit begrip de meerderjarige leerling verstaan; | |
| 84 | − | 33° overheveling : de overbrenging van een deel van het onderwijsaanbod van de ene naar de andere school, al dan niet op grond van onderlinge uitwisseling, in het kader van de ordening van een rationeel onderwijsaanbod, eventueel onderbouwd door een lokaal structuurplan; | |
| 86 | + | 33° ... | |
| 87 | + | 33°/0 pakket: een of meerdere vakken waarmee de doelen van de overeenstemmende basisoptie worden gerealiseerd; | |
| 85 | 88 | 33°/1 pedagogisch project : het geheel van de fundamentele uitgangspunten voor een school, een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs of, voor wat de opleiding in de leertijd betreft, een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, en haar werking; | |
| 86 | 89 | 34° plage-uren : uren die zich situeren boven het minimum maar binnen het maximum aantal uren van de opdracht zoals bepaald in de onderwijsreglementering; | |
| 90 | 93 | b) hetzij de oprichting van een op 1 oktober van de twee voorafgaande schooljaren niet georganiseerd structuuronderdeel (dat niet onder toepassing van c) valt), met de bedoeling dat structuuronderdeel in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring. Voor wat betreft een optie, georganiseerd als Se-n-Se, wordt evenwel 1 oktober en 1 maart van de twee voorafgaande schooljaren als datum vooropgesteld; De heroprichting van een structuuronderdeel na onderbreking ten gevolge van een tijdelijk project als bedoeld in het decreet van 9 december 2005 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs, wordt evenwel niet als programmatie beschouwd; | |
| 91 | 94 | c) hetzij de oprichting van een op 1 oktober van de zes voorafgaande schooljaren niet georganiseerd structuuronderdeel met in de benaming de component « topsport », met de bedoeling dat structuuronderdeel in aanmerking te laten komen voor financiering of subsidiëring. Opdat de heroprichting van een structuuronderdeel, conform deze definitie, niet als een programmatie wordt beschouwd, moet de betrokken school ten minste één sportdiscipline organiseren die eerder ook al aan die school werd toegewezen; | |
| 92 | − | 36° project algemene vakken : de integratie van twee of meer leervakken in het eerste leerjaar B, het beroepsvoorbereidend leerjaar en het beroepssecundair onderwijs; | |
| 95 | + | 36° ... | |
| 93 | 96 | 36°/1 remediërende maatregelen: maatregelen waarbij de school effectieve vormen van aangepaste leerhulp verstrekt binnen het gemeenschappelijk curriculum; | |
| 94 | 97 | 37° secundair onderwijs : het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs en het deeltijds beroepssecundair onderwijs; | |
| 98 | + | 37°/1 selectieve participatietoeslagen leerling: de selectieve participatietoeslagen, zoals opgenomen in boek 2, deel 2, titel 1, van het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid; | |
| 95 | 99 | 38° school : een autonome entiteit die voltijds gewoon of buitengewoon secundair onderwijs organiseert en die door de Vlaamse Gemeenschap wordt erkend, gefinancierd of gesubsidieerd en daartoe aan de hand van een uniek nummer wordt geïdentificeerd. Voor de toepassing van deel III, titel II, hoofdstuk 1/1, wordt onder school en school voor gewoon secundair onderwijs ook een centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor wat de opleiding in de leertijd betreft ook een centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen begrepen; | |
| 96 | 100 | 39° scholengemeenschap : één school of een groep van scholen die binnen een geografische omschrijving gezamenlijk instaat voor de onderwijsvoorziening; | |
| 97 | 101 | 40° schoolbestuur: de rechtspersoon of natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor één of meer scholen; wat de centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs en de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen betreft, kan het schoolbestuur ook worden vermeld onder de benaming centrumbestuur; | |
| 98 | 102 | 40°/1 sociaal maatschappelijke training : een buitenschoolse training voor leerlingen van opleidingsvorm 1 met als doel ervaring op te doen met het oog op een zinvolle dagbesteding in het kader van wonen en vrije tijd, maar niet om beroepservaring op te doen gericht op latere betaalde of onbetaalde arbeid; | |
| 99 | − | 41° specifiek structuuronderdeel : een structuuronderdeel dat voorbereidt op zeer beperkte en sterk gespecialiseerde beroepen of beroepssectoren en/of dat om redenen van inhoudelijke validiteit slechts in beperkte mate aangeboden kan worden; | |
| 100 | − | 42° structuuronderdeel : een onderverdeling in het onderwijsaanbod die gefinancierd of gesubsidieerd kan worden. Binnen de context van de overhevelingen wordt "structuuronderdeel" echter als een ruimer begrip gehanteerd vermits er ook een eerste graad en een studiegebied wordt onder verstaan; | |
| 101 | − | 43° studiegebied : een groep van structuuronderdelen op basis van een inhoudelijke verwantschap en, in het technisch en beroepssecundair onderwijs, eveneens op basis van een behoefte aan eenzelfde onderwijsinfrastructuur en een uitweg naar eenzelfde beroepssector; | |
| 103 | + | 41° ... | |
| 104 | + | 42° structuuronderdeel: een onderverdeling in het onderwijsaanbod die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd kan worden; | |
| 105 | + | 42°/1 studiedomein: een inhoudelijk samenhangend thematisch geheel van studierichtingen die van abstract tot praktisch geordend zijn; | |
| 106 | + | 43° ... | |
| 107 | + | 43°/0 studierichting: de combinatie van basisvorming, specifiek gedeelte en complementair gedeelte; | |
| 102 | 108 | 43°/1 Syntra Vlaanderen: het Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen"; | |
| 103 | 109 | 43°/1/1 systematisch contact: een periodiek contact waarop de leerling en het centrum voor leerlingenbegeleiding in persoon samenzitten en er een uniform aanbod voor populaties of doelgroepen wordt voorzien ter uitvoering van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg; | |
| 105 | 111 | 44°/1 uitbreiding van zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school de maatregelen uit de fase van verhoogde zorg onverkort verderzet en het centrum voor leerlingenbegeleiding een proces van handelingsgerichte diagnostiek opstart. Het centrum voor leerlingenbegeleiding richt zich daarbij op een uitgebreide analyse van de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerling en op de ondersteuningsbehoeften van de leerkracht(en) en ouders met het oog op het formuleren van adviezen voor het optimaliseren van het proces van afstemming van het onderwijs- en opvoedingsaanbod op de zorgvraag van de leerling. Het centrum voor leerlingenbegeleiding bepaalt in samenspraak met de school en de ouders welke bijkomende inzet van middelen, hulp of expertise, hetzij ten aanzien van de school, de leerling, al dan niet in zijn context, wenselijk is alsook de omvang en de duur daarvan; | |
| 106 | 112 | 45° vacature : elke volledige of onvolledige betrekking die ofwel definitief vacant is ofwel tijdelijk vacant is voor een periode van ten minste tien werkdagen; | |
| 113 | + | 45°/0 vakkencluster: een groep van twee of meer vakken die zijn vastgelegd in uitvoering van artikel 157/4; | |
| 107 | 114 | 45°/1 verhoogde zorg: fase in het zorgcontinuüm waarbij de school extra zorg voorziet onder de vorm van remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, afgestemd op de specifieke onderwijsbehoeften van bepaalde leerlingen, en voorafgaand aan de fase van uitbreiding van zorg; | |
| 108 | 115 | 46° vestigingsplaats : alle gebouwde en ongebouwde onroerende goederen die ingeplant zijn op eenzelfde kadastraal perceel of op aaneengesloten kadastrale percelen en die volledig of gedeeltelijk door personeelsleden van de betrokken school gebruikt worden voor onderwijsactiviteiten, met uitzondering van stages en buitenschoolse activiteiten. | |
| 109 | 116 | 47° voltijds secundair onderwijs : | |
| 110 | − | - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren gedurende hetzij 40 weken per jaar hetzij 20 weken per jaar in die structuuronderdelen waarvoor de duurtijd in semesters wordt uitgedrukt en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; | |
| 117 | + | - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van het gewoon secundair onderwijs en van opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 28 wekelijkse lesuren gedurende hetzij 40 weken per jaar hetzij 20 weken per jaar in die structuuronderdelen waarvoor de duurtijd in semesters wordt uitgedrukt; | |
| 111 | 118 | - het onderwijs dat aan regelmatige leerlingen van opleidingsvormen 1, 2 en 3 van het buitengewoon secundair onderwijs wordt verstrekt naar rata van ten minste 32 wekelijkse lesuren gedurende 40 weken per jaar en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; | |
| 112 | 119 | - het onderwijs dat aan regelmatige cursisten van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs wordt verstrekt gedurende ten minste 36 wekelijkse lesuren en rekening houdende met het maximum aantal wekelijkse lesuren dat voor financiering of subsidiering in aanmerking komt; | |
| 1 | 1 | Een scholengemeenschap organiseert een multisectoraal onderwijsaanbod, waaronder ten minste wordt verstaan : | |
| 2 | − | 1° de eerste graad bestaande uit : een eerste leerjaar A en B, een tweede leerjaar en een beroepsvoorbereidend leerjaar ; | |
| 2 | + | 1° de eerste graad bestaande uit : een eerste leerjaar A en B, een tweede leerjaar A en een tweede leerjaar B; | |
| 3 | 3 | 2° de tweede graad bestaande uit : een eerste en tweede leerjaar van het algemeen secundair onderwijs met drie opties, een eerste en tweede leerjaar van het technisch secundair onderwijs met twee studiegebieden en een eerste en tweede leerjaar van het beroepssecundair onderwijs met twee studiegebieden; de studiegebieden van het technisch en beroepssecundair onderwijs mogen dezelfde zijn; | |
| 4 | 4 | 3° de derde graad bestaande uit : een eerste en tweede leerjaar van het algemeen secundair onderwijs met drie opties, een eerste en tweede leerjaar van het technisch secundair onderwijs met twee studiegebieden en een eerste en tweede leerjaar van het beroepssecundair onderwijs met twee studiegebieden; de studiegebieden van het technisch en beroepssecundair onderwijs mogen dezelfde zijn. | |
| 1 | − | Waar er reglementaire programmatie- of rationalisatienormen gelden heeft elke nieuwe oprichting van school, vestigingsplaats, niveau, type, opleidingsvorm, cyclus, leerjaar, afdeling, basisoptie, beroepenveld, optie, studierichting, specialisatiejaar of vervolmakingsjaar, in strijd met de regels van de programmatie of rationalisatie tot gevolg, dat de financiering of subsidiëring voor het bedoelde onderdeel wordt ingetrokken. | |
| 1 | + | Als een school, een vestigingsplaats of een structuuronderdeel in strijd met de programmatieregels wordt opgericht, wordt de financiering of subsidiëring van die school, die vestigingsplaats of dat structuuronderdeel ingetrokken. | |
| 2 | 2 | De Vlaamse Regering bepaalt de regels voor de toepassing van de hiervoor voorziene sancties. (99) |
| 12 | 12 | 2° van de bevoegde overheid een voorlopige erkenning voor één schooljaar werd bekomen of een financiering of subsidiëring met inbegrip van voorlopige erkenning voor één schooljaar werd bekomen. | |
| 13 | 13 | Het bestuur informeert de betrokken personen onmiddellijk tijdens het schooljaar van voorlopige erkenning over de beslissing van de bevoegde overheid over de erkenning, de financiering of de subsidiëring vanaf het daaropvolgende schooljaar. | |
| 14 | + | § 3. In aansluiting op de informatie die het schoolbestuur via het schoolreglement verstrekt, informeert het bestuur de leerlingen en de betrokken personen over de modernisering van het secundair onderwijs en over de effecten van de uitrol ervan vanaf 1 september 2019 op de structuur en organisatie van het onderwijsaanbod in de school in kwestie, met het oog op een optimale onderwijsloopbaan van de leerling. | |
| 1 | + | De bepalingen van deze afdeling houden progressief, leerjaar na leerjaar te beginnen met het eerste leerjaar van de eerste graad, op uitwerking te hebben met ingang van de progressieve uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs vanaf 1 september 2019. |
| 1 | + | De bepalingen van deze afdeling treden progressief, leerjaar na leerjaar te beginnen met het eerste leerjaar van de eerste graad, in werking met ingang vanaf 1 september 2019. |
| 1 | + | Het voltijds gewoon secundair onderwijs bestaat uit drie graden. | |
| 2 | + | De eerste graad omvat een eerste leerjaar A, een eerste leerjaar B, een tweede leerjaar A en een tweede leerjaar B. | |
| 3 | + | De tweede graad omvat een eerste leerjaar en een tweede leerjaar. | |
| 4 | + | De derde graad omvat een eerste leerjaar, een tweede leerjaar en een derde leerjaar, aangeduid als secundair-na-secundair, afgekort Se-n-Se. |
| 1 | + | Zowel in het tweede leerjaar A als in het tweede leerjaar B worden basisopties onderscheiden. | |
| 2 | + | In het tweede leerjaar A: | |
| 3 | + | 1° zal de leerling, één basisoptie als dusdanig of, in voorkomend geval, één pakket kiezen; | |
| 4 | + | 2° is een basisoptie een niche-basisoptie als het aanbod ervan aan beperkingen of voorwaarden is gekoppeld vanuit macrodoelmatigheid; | |
| 5 | + | 3° kan een school, in voorkomend geval, voor een basisoptie een of meer pakketten organiseren onder voorbehoud van de voorwaarde, vermeld in punt 4° ; | |
| 6 | + | 4° is een pakket een niche-pakket als de organisatie ervan aan een bepaald aantal scholen is voorbehouden. | |
| 7 | + | In het tweede leerjaar B: | |
| 8 | + | 1° zal de leerling, maximaal drie basisopties en, in voorkomend geval, pakketten combineren; | |
| 9 | + | 2° is een basisoptie een niche-basisoptie als het aanbod ervan aan beperkingen of voorwaarden is gekoppeld vanuit macrodoelmatigheid; | |
| 10 | + | 3° kan een school, in voorkomend geval, voor een basisoptie een of meer pakketten organiseren onder voorbehoud van de voorwaarde, vermeld in punt 4° ; | |
| 11 | + | 4° is een pakket een niche-pakket als de organisatie ervan aan een bepaald aantal scholen is voorbehouden. | |
| 12 | + | Met inachtname van het eerste tot en met het derde lid bepaalt de Vlaamse Regering, afzonderlijk voor het tweede leerjaar A en het tweede leerjaar B: | |
| 13 | + | 1° de basisopties; | |
| 14 | + | 2° binnen het geheel van basisopties: de niche-basisopties en de beperkingen of voorwaarden die, per niche-basisoptie, aan het aanbod ervan zijn gekoppeld; | |
| 15 | + | 3° per basisoptie: de eventuele pakketten; | |
| 16 | + | 4° binnen het geheel van pakketten: de niche-pakketten en het aantal scholen dat, per niche-pakket, in aanmerking komt voor de organisatie ervan. |
| 1 | + | § 1. In de leerjaren van de tweede en derde graad worden studierichtingen onderscheiden. Die studierichtingen worden geordend in een matrix op basis van studiedomeinen, finaliteiten en onderwijsvormen. | |
| 2 | + | De studiedomeinen zijn: | |
| 3 | + | 1° taal en cultuur; | |
| 4 | + | 2° stem; | |
| 5 | + | 3° kunst en creatie; | |
| 6 | + | 4° land- en tuinbouw; | |
| 7 | + | 5° economie en organisatie; | |
| 8 | + | 6° maatschappij en welzijn; | |
| 9 | + | 7° sport; | |
| 10 | + | 8° voeding en horeca. | |
| 11 | + | De finaliteiten zijn: | |
| 12 | + | 1° doorstroom; | |
| 13 | + | 2° dubbel; | |
| 14 | + | 3° arbeidsmarkt. | |
| 15 | + | De onderwijsvormen zijn: | |
| 16 | + | 1° algemeen secundair onderwijs - aso; | |
| 17 | + | 2° technisch secundair onderwijs - tso; | |
| 18 | + | 3° kunstsecundair onderwijs - kso; | |
| 19 | + | 4° beroepssecundair onderwijs - bso. | |
| 20 | + | Binnen de finaliteit doorstroom zijn de studierichtingen van het algemeen secundair onderwijs domeinoverschrijdend en zijn de studierichtingen van het technisch en kunstsecundair onderwijs domeingebonden. | |
| 21 | + | Sommige studierichtingen zijn niche-studierichtingen. Het aanbod ervan wordt aan beperkingen of voorwaarden gekoppeld vanuit macrodoelmatigheid. | |
| 22 | + | Het Se-n-Se bevat studierichtingen die een van de volgende zaken doen: | |
| 23 | + | 1° beroepsgericht specialiseren; | |
| 24 | + | 2° voorbereiden op het hoger onderwijs, met in elk geval één studierichting die volgt op studierichtingen met finaliteit arbeidsmarkt van het eerste en tweede leerjaar van de derde graad en die leidt tot een diploma dat toegang verleent tot een bacheloropleiding. | |
| 25 | + | In de matrix: | |
| 26 | + | 1° worden ook het studieaanbod van het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd en het studieaanbod van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3, opgenomen onder de finaliteit arbeidsmarkt; | |
| 27 | + | 2° wordt ook het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 1 en 2, opgenomen, maar buiten de ordening op basis van studiedomeinen, finaliteiten en onderwijsvormen; | |
| 28 | + | 3° wordt het onthaaljaar niet opgenomen; | |
| 29 | + | 4° wordt het Se-n-Se niet aan onderwijsvormen gekoppeld. | |
| 30 | + | Met inachtname van het eerste tot en met het achtste lid legt de Vlaamse Regering de matrix vast. | |
| 31 | + | De Vlaamse Regering bepaalt ook de niche-studierichtingen en de beperkingen of voorwaarden die, per niche-studierichting, aan het aanbod zijn gekoppeld. | |
| 32 | + | § 2. De studierichtingen van de finaliteit doorstroom en de dubbele finaliteit leiden in het tweede leerjaar van de derde graad tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 4. | |
| 33 | + | Het Se-n-Se in het derde leerjaar van de derde graad waarmee een diploma behaald kan worden dat toegang verleent tot een bacheloropleiding, leidt tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 4. | |
| 34 | + | De studierichtingen van de finaliteit arbeidsmarkt leiden in het tweede leerjaar van de derde graad tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 3. | |
| 35 | + | De studierichtingen van de finaliteit arbeidsmarkt leiden in het tweede leerjaar van de tweede graad tot een bewijs van onderwijskwalificatie niveau 2. | |
| 36 | + | Het Se-n-Se in het derde leerjaar van de derde graad als beroepsgerichte specialisatie leidt tot een of meer bewijzen van beroepskwalificaties niveau 3 of 4, eventueel aangevuld met een of meer bewijzen van deelkwalificaties. |
| 1 | + | De Vlaamse Regering legt voor structuuronderdelen die onder de toepassing van de volgende artikelen vallen, de concordantie vast naar basisopties respectievelijk structuuronderdelen van de matrix als vermeld in deze afdeling: | |
| 2 | + | 1° artikel 124 en 126 van deze codex, voor het voltijds gewoon secundair onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 4; | |
| 3 | + | 2° artikel 335 van deze codex, voor het buitengewoon secundair onderwijs; | |
| 4 | + | 3° artikel 22 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de leertijd. | |
| 5 | + | De concordantie kan de volgende vormen aannemen: | |
| 6 | + | 1° een structuuronderdeel wordt opgeheven zonder omzetting; | |
| 7 | + | 2° één structuuronderdeel wordt omgezet in één basisoptie of structuuronderdeel; | |
| 8 | + | 3° verschillende structuuronderdelen worden omgezet in één basisoptie of structuuronderdeel; | |
| 9 | + | 4° één structuuronderdeel wordt omgezet in verschillende basisopties of structuuronderdelen. | |
| 10 | + | Voor de school is de omzetting in één basisoptie of structuuronderdeel een recht en geen programmatie. Als er verschillende omzettingsmogelijkheden zijn, kiest het schoolbestuur één omzetting die een recht en geen programmatie is. Als de omzetting door alle betrokken scholen samen ertoe kan leiden dat niet is voldaan aan de beperkingen of voorwaarden die vanuit macrodoelmatigheid aan een bepaalde niche-basisoptie of een bepaalde niche-studierichting zijn gekoppeld én een school afziet van die omzetting, mag ze twee andere basisopties of structuuronderdelen, die geen niche zijn, zonder programmatie oprichten. |
| 1 | + | De lijst van basisopties en eventuele invulling via pakket of de matrix met structuuronderdelen kan door de Vlaamse Regering worden gewijzigd door maatschappelijke, onderwijskundige, technologische of andere ontwikkelingen of vanwege arbeidsmarktbehoeften. Die wijziging kan de opheffing, vervanging of toevoeging van basisopties, eventuele invulling via pakket of structuuronderdelen betekenen. Het initiatief daarvoor kan zowel uitgaan van de Vlaamse Regering als van derden. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure die aan een eventuele wijziging voorafgaat en kan daarbij, met toepassing van de decreetgeving op de kwalificatiestructuur, een onderscheid maken tussen structuuronderdelen die wel en structuuronderdelen die niet tot een bewijs van onderwijskwalificatie leiden. | |
| 3 | + | Uiterlijk om de vijf schooljaren vanaf het tweede schooljaar van de progressieve uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs vanaf 1 september 2019 worden alle structuuronderdelen, met uitzondering van het eerste leerjaar A, het eerste leerjaar B en het onthaaljaar, gescreend op actualiteitswaarde en worden zo nodig bijsturingen doorgevoerd. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor die screening en bijsturing. |
| 1 | + | Een leerjaar is gelijk aan een schooljaar, dat bestaat uit twee aansluitende semesters, en start op de eerste lesdag van september. | |
| 2 | + | In afwijking van het eerste lid kan een Se-n-Se als beroepsgerichte specialisatie: | |
| 3 | + | 1° een duurtijd hebben van één semester of drie aansluitende semesters, afhankelijk van de breedte en het niveau van competenties van de beroepskwalificaties waaruit het Se-n-Se is samengesteld, als de Vlaamse Regering dat zo bepaalt; | |
| 4 | + | 2° starten op de eerste lesdag van september of op de eerste lesdag van februari. |
| 1 | − | Het onderwijsaanbod van een school voor voltijds secundair onderwijs bestaat uit één van volgende mogelijkheden : | |
| 1 | + | Met behoud van de toepassing van de programmatienormen, bestaat het voltijds secundair onderwijsaanbod van een school uit: | |
| 2 | − | 1° de eerste graad; | |
| 2 | + | 1° a) de eerste graad, of; | |
| 3 | − | 2° de eerste en de tweede graad; | |
| 3 | + | b) eerste en de tweede graad, of; | |
| 4 | − | 3° de tweede en de derde graad; | |
| 4 | + | c) de tweede en de derde graad, of; | |
| 5 | − | 4° de eerste, de tweede en de derde graad; | |
| 5 | + | d) de eerste, de tweede en de derde graad; | |
| 6 | − | 5° de tweede, de derde en de vierde graad; | |
| 7 | − | 6° de tweede en de derde graad en het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde; | |
| 8 | − | 7° de eerste, de tweede, de derde en de vierde graad; | |
| 9 | − | 8° de eerste, de tweede en de derde graad en het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde; | |
| 10 | − | 9° het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde, doch enkel in scholen die tijdens het schooljaar 2008-2009 uitsluitend de opleiding verpleegkunde organiseerden. | |
| 11 | − | De mogelijkheden vermeld in 5° en 7° gelden slechts tot en met het schooljaar 2012-2013. (133) | |
| 6 | + | 2° in de tweede en de derde graad: een of meer studiedomeinen of een of meer finaliteiten of een of meer onderwijsvormen. |
| 1 | + | § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 134, kiest een schoolbestuur zelf het organisatiemodel waarbinnen het zijn school uitbouwt. In elk geval zal elk schoolconcept gebaseerd op de matrix, zowel verticaal (met alleen doorstroomrichtingen of alleen studierichtingen met dubbele finaliteit (doorstroom/arbeidsmarktgericht) of alleen arbeidsmarktgerichte studierichtingen) als horizontaal als een combinatie van beide mogelijk zijn. | |
| 2 | + | § 2. Een school wordt als een domeinschool beschouwd als ze in elk ingericht studiedomein van elke graad, met uitzondering van de eerste graad, ten minste één studierichting uit elke finaliteit organiseert. | |
| 3 | + | Voor de toepassing van deze bepaling komen, wat de finaliteit doorstroom betreft, in de tweede en de derde graad zowel domeinoverschrijdende als domeingebonden studierichtingen in aanmerking. | |
| 4 | + | Een school wordt als een campusschool beschouwd als ze in ten minste twee studiedomeinen samen per graad, met uitzondering van de eerste graad, ten minste één studierichting uit elke finaliteit organiseert. Voor de toepassing van deze bepaling komen, wat de finaliteit doorstroom betreft, zowel domeinoverschrijdende als domeingebonden studierichtingen in aanmerking. | |
| 5 | + | Een school wordt als een verticale school beschouwd als ze studierichtingen binnen eenzelfde finaliteit en onderwijsvorm in zowel tweede als derde graad organiseert. | |
| 6 | + | In het eerste, tweede en derde lid wordt verstaan onder organiseren: ten minste één regelmatige leerling hebben ingeschreven op de eerste lesdag van oktober. | |
| 7 | + | Aan domeinscholen of campusscholen kunnen bij decreet of besluit voordelen worden toegekend. | |
| 8 | + | § 3. Eén of meerdere vestigingsplaatsen van scholen van eenzelfde schoolbestuur, gelegen binnen eenzelfde of aaneensluitende kadastrale percelen, of gescheiden door hetzij maximaal twee kadastrale percelen hetzij door een weg, worden voor de toepassing van het in paragraaf 2 gestelde beschouwd als één school. |
| 1 | + | Voor de organisatie van een Se-n-Se als beroepsgerichte specialisatie kan een school samenwerken met: | |
| 2 | + | 1° een of meer andere scholen voor secundair onderwijs, centra voor volwassenenonderwijs of hogescholen; | |
| 3 | + | 2° een of meer publieke verstrekkers van beroepsopleidingen voor volwassenen; | |
| 4 | + | 3° andere organisaties of bedrijven uit de publieke of private sector. | |
| 5 | + | Binnen het samenwerkingsverband is de eerst vermelde school altijd de coördinerende school. Alleen die school is bevoegd en verantwoordelijk voor de inschrijving van leerlingen, de programmatie, de evaluatie, de studiebekrachtiging en de kwaliteitszorg. Op het vlak van financiering of subsidiëring zijn de decretale en regelgevende bepalingen alleen van toepassing op de coördinerende school. | |
| 6 | + | De samenwerking wordt vastgelegd in een overeenkomst die ten minste de volgende elementen bevat: | |
| 7 | + | 1° de partners waarmee wordt samengewerkt; | |
| 8 | + | 2° de coördinerende school; | |
| 9 | + | 3° de invulling van de samenwerking; | |
| 10 | + | 4° de looptijd van de samenwerking; | |
| 11 | + | 5° de afspraken over de evaluatie en de kwaliteitszorg; | |
| 12 | + | 6° de afspraken over de inzet van personeel. Het protocol van de onderhandelingen daarover in de lokale comités wordt als bijlage bij de samenwerkingsovereenkomst gevoegd. | |
| 13 | + | Een coördinerende school kan, na onderhandeling in het lokale comité, uren-leraar overdragen aan een partner waarmee ze samenwerkt. Tenzij die overdracht plaatsvindt naar een andere school voor secundair onderwijs of naar een centrum voor volwassenenonderwijs, worden de uren-leraar in kwestie beschouwd als uren-leraar die aangewend worden voor voordrachtgevers. |
| 1 | + | De bepalingen van deze afdeling houden progressief, leerjaar na leerjaar te beginnen met het eerste leerjaar van de eerste graad, op uitwerking te hebben met ingang van 1 september 2019. |
| 1 | − | In het voltijds secundair onderwijs kan de wekelijkse lessentabel, de vakken moderne vreemde talen niet meegerekend, voor maximaal 20 % worden aangeboden in het Frans, Engels of Duits. | |
| 2 | − | Het aanbod, vermeld in het eerste lid, kan worden georganiseerd op voorwaarde dat : | |
| 3 | − | 1° de leerlingen de mogelijkheid hebben om alle niet-taalvakken in het Nederlands in de school te volgen; | |
| 4 | − | 2° een leerling slechts CLIL kan volgen, indien de betrokken personen er schriftelijk en expliciet voor kiezen het CLIL-traject gedurende het volledige schooljaar te volgen en na positief advies van de toelatingsklassenraad dat ten minste is gebaseerd op voldoende kennis en beheersing door de leerling van de onderwijstaal; | |
| 5 | − | 3° het aanbod voldoet aan de door de Vlaamse Regering bepaalde kwaliteitsstandaard die vastgelegd wordt uiterlijk 15 februari 2014. De kwaliteitsstandaard omvat enkel voorwaarden op het vlak van : | |
| 6 | − | a) de competenties en vorming van het personeel dat deze lessen zal geven op het vlak van de CLIL-methodiek in relatie tot het vak zelf; | |
| 7 | − | b) de vereiste kennis van de doeltaal van de personeelsleden; | |
| 8 | − | c) tijdige communicatie met ouders en leerlingen met de expliciete keuzemogelijkheid tussen CLIL of niet-CLIL; | |
| 9 | − | d) de inpassing van dit aanbod in een coherent talenbeleid zowel voor de onderwijstaal als vreemde talen, met formulering van expliciete strategische doelstellingen; | |
| 10 | − | e) monitoring van de resultaten en de leerwinst van de leerlingen in het vak/onderwerp, in de doeltaal en in het Standaardnederlands; | |
| 11 | − | f) de te volgen stappen die een school moet ondernemen die een CLIL-project wil organiseren (beginsituatieanalyse, communicatie, doelen formuleren, actieplan opstellen en actieplan operationaliseren); | |
| 12 | − | 4° de school kan het aanbod slechts effectief organiseren, als ze beschikt over personeelsleden die op het ogenblik van de organisatie beantwoorden aan de voorwaarden van 3°, a) en b). Daarbij moet ze rekening houden met de rechten van de personeelsleden die vast benoemd zijn of tijdelijk aangesteld zijn voor doorlopende duur in het vak dat ze wil aanbieden, in het Frans, Engels of Duits. Om het aanbod te organiseren, mag de school een personeelslid dat vast benoemd is voor het vak dat ze in het Frans, Engels of Duits wil aanbieden niet ter beschikking stellen wegens ontstentenis van betrekking voor dat vak. De school mag ook de opdracht van een tijdelijk personeelslid dat voor doorlopende duur is aangesteld in het vak dat ze in het Frans, Engels of Duits wil aanbieden voor dat vak, niet verminderen of beëindigen om het aanbod te organiseren. Dit laatste geldt niet als het tijdelijk personeelslid wel voldoet aan de voorwaarden van 3°, a) en b), maar het aanbod weigert om het vak in het Frans, Engels of Duits te geven; | |
| 13 | − | 5° de school ervoor zorgt dat de kennis van de onderwijstaal bij de leerlingen prioritair blijft en dat het Nederlandstalige karakter van de school behouden blijft; | |
| 14 | − | 6° voorafgaand een plan wordt opgemaakt dat door de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap is goedgekeurd. |
| 1 | + | De bepalingen van deze afdeling treden progressief, leerjaar na leerjaar te beginnen met het eerste leerjaar van de eerste graad, in werking vanaf 1 september 2019. |
| 1 | + | Het lessenrooster is het weekrooster, opgebouwd uit vakken of vakkenclusters, waarin de doelen van het curriculumdossier en het aansluitende leerplan worden gerangschikt. Met inachtname van de bepalingen van deze afdeling stelt het schoolbestuur het weekrooster vast. |
| 1 | + | De Vlaamse Regering legt de benamingen van de vakken vast en bepaalt de indeling in algemene vakken, kunstvakken, technische vakken en praktische vakken. |
| 1 | + | Het lessenrooster van structuuronderdelen omvat basisvorming. In afwijking daarvan komt in het derde leerjaar van de derde graad basisvorming alleen voor in het lessenrooster van de studierichting die leidt tot een diploma dat toegang verleent tot een bacheloropleiding. | |
| 2 | + | De eindtermen die voor een structuuronderdeel toepasbaar zijn en de ontwikkelingsdoelen die voor het onthaaljaar toepasbaar zijn, vormen de basisvorming. | |
| 3 | + | Het aantal lesuren basisvorming in de eerste graad bedraagt ten minste: | |
| 4 | + | 1° 27 in het eerste leerjaar A; | |
| 5 | + | 2° 27 in het eerste leerjaar B; | |
| 6 | + | 3° 25 in het tweede leerjaar A; | |
| 7 | + | 4° 20 in het tweede leerjaar B. | |
| 8 | + | In de basisvorming zijn in elk geval de volgende vakken opgenomen: | |
| 9 | + | 1° in het officieel onderwijs: godsdienst of niet-confessionele zedenleer; | |
| 10 | + | 2° in het vrij onderwijs: godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing of eigen cultuur en religie. | |
| 11 | + | De basisvorming van het onthaaljaar bestaat alleen uit de vakken, vermeld in het vierde lid, en het vak Nederlands voor nieuwkomers. |
| 1 | + | Het lessenrooster van het tweede leerjaar A omvat vijf lesuren basisoptie desgevallend ingevuld via pakket. | |
| 2 | + | Het lessenrooster van het tweede leerjaar B omvat tien lesuren basisoptie of basisopties, desgevallend ingevuld via pakketten. | |
| 3 | + | De delibererende klassenraad in het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B kan beslissen om de leerling in het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B remediëring op te leggen of de leerling van de toegang tot een of meer basisopties of pakketten van de basisopties van het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B uit te sluiten. |
| 1 | + | Het lessenrooster van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B omvat, naast de lesuren basisvorming, ten minste vijf lesuren differentiatie. | |
| 2 | + | Het lessenrooster van het tweede leerjaar A en het tweede leerjaar B omvat, naast de lesuren basisvorming en de lesuren basisoptie, ten minste twee lesuren differentiatie. | |
| 3 | + | De lesuren differentiatie kunnen worden ingevuld als een verdieping of een remediëring van onderdelen van de basisvorming of als een verdieping in klassieke talen. De school biedt enerzijds ten minste twee verdiepende differentiatiepakketten aan en anderzijds die remediërende differentiatiepakketten waaraan de leerlingen behoefte hebben. | |
| 4 | + | In het tweede leerjaar A en in het tweede leerjaar B kiest de leerling, binnen het aanbod van de school, een of meer verdiepende differentiatiepakketten, ermee rekening houdend dat de klassenraad bij het begin of in de loop van het schooljaar een of meer remediërende differentiatiepakketten aan de leerling kan opleggen. De lesuren differentiatie kunnen evenwel nooit volledig aan remediëring worden besteed. |
| 1 | + | In elk structuuronderdeel kunnen, buiten het lessenrooster, facultatieve inhaallessen worden georganiseerd. |
| 1 | + | Het wekelijkse lessenrooster kan, de lesuren moderne vreemde talen niet meegerekend, voor maximaal 20% worden aangeboden in het Frans, Engels of Duits onder de volgende voorwaarden: | |
| 2 | + | 1° de leerling heeft de mogelijkheid om in de school het niet-taalonderricht in het Nederlands te volgen; | |
| 3 | + | 2° de leerling kan CLIL alleen volgen als de betrokken personen er schriftelijk en expliciet voor kiezen het CLIL-traject gedurende het volledige schooljaar te volgen en als de toelatingsklassenraad een positief advies heeft gegeven, waaruit minstens blijkt dat de leerling voldoende kennis en beheersing van de onderwijstaal heeft; | |
| 4 | + | 3° het aanbod voldoet aan de kwaliteitsstandaard die de Vlaamse Regering bepaalt en die alleen voorwaarden omvat op het vlak van: | |
| 5 | + | a) de competenties en vorming van de personeelsleden die de lessen zullen geven op het vlak van de CLIL-methodiek in relatie tot de leerinhouden in kwestie; | |
| 6 | + | b) de vereiste kennis van de doeltaal van de personeelsleden; | |
| 7 | + | c) tijdige communicatie met de betrokken personen en leerlingen met de expliciete keuzemogelijkheid tussen CLIL of niet-CLIL; | |
| 8 | + | d) de inpassing van het aanbod in een coherent talenbeleid zowel voor de onderwijstaal als voor vreemde talen, met formulering van expliciete strategische doelstellingen; | |
| 9 | + | e) de monitoring van de resultaten en de leerwinst van de leerlingen in de leerinhouden in kwestie in de doeltaal en in het Standaardnederlands; | |
| 10 | + | f) de te volgen stappen voor een school die een CLIL-project wil organiseren, namelijk: beginsituatieanalyse, communicatie, doelen formuleren, actieplan opstellen en actieplan operationaliseren; | |
| 11 | + | 4° de school kan het aanbod alleen effectief organiseren als ze beschikt over personeelsleden die op het ogenblik van de organisatie beantwoorden aan de voorwaarden van punt 3°, a) en b). Daarbij houdt ze rekening met de rechten van de personeelsleden die vastbenoemd zijn of tijdelijk aangesteld zijn voor doorlopende duur in het vak dat ze wil aanbieden in het Frans, Engels of Duits. Om het aanbod te organiseren, mag de school een personeelslid dat vastbenoemd is voor het vak dat ze in het Frans, Engels of Duits wil aanbieden, niet ter beschikking stellen wegens ontstentenis van betrekking voor dat vak. De school mag ook de opdracht van een tijdelijk personeelslid dat voor doorlopende duur is aangesteld in het vak dat ze in het Frans, Engels of Duits wil aanbieden, voor dat vak niet verminderen of beëindigen om het aanbod te organiseren. Dat laatste geldt niet als het tijdelijke personeelslid wel voldoet aan de voorwaarden, vermeld in punt 3°, a) en b), maar het aanbod om het vak in het Frans, Engels of Duits te geven, weigert; | |
| 12 | + | 5° de school zorgt ervoor dat de kennis van de onderwijstaal bij de leerlingen prioritair blijft en dat het Nederlandstalige karakter van de school behouden blijft; | |
| 13 | + | 6° voorafgaand wordt een plan opgemaakt dat de bevoegde dienst van de Vlaamse Gemeenschap heeft goedgekeurd. |
| 1 | − | Tot en met de datum voor omvorming, vermeld in artikel 161, § 2, eerste lid, van het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs voor wat het hoger beroepsonderwijs betreft en tot het tijdstip waarop de decreetgever globale hervormingsmaatregelen voor de overige structuuronderdelen van het voltijds gewoon secundair onderwijs in werking laat treden, kan als experiment in door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs, modulair onderwijs worden georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling. In voorkomend geval zijn decretale en reglementaire bepalingen die in strijd zijn met de bepalingen van deze afdeling, niet van toepassing. | |
| 1 | + | Voltijds gewoon secundair onderwijs kan modulair worden georganiseerd conform de bepalingen van deze afdeling. In voorkomend geval zijn decretale en reglementaire bepalingen die in strijd zijn met de bepalingen van deze afdeling, niet van toepassing. Geen enkel structuuronderdeel kan modulair worden georganiseerd als er een inhoudelijk verwant structuuronderdeel kan worden georganiseerd dat onder de toepassing van de bepalingen van afdeling 1/1 valt. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering beslist over het tijdstip van de beëindiging van het experimenteel modulair onderwijs, dat niet later kan vallen dan de volledige uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs vanaf 1 september 2019. Dit lid is niet van toepassing op de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd in scholen voor voltijds gewoon secundair onderwijs. | |
| 2 | 3 | Het experiment heeft enkel betrekking op het beroepssecundair onderwijs en op het hoger beroepsonderwijs van het voltijds gewoon secundair onderwijs en kan enkel worden ingericht door scholen die gedurende het schooljaar 2007-2008 modulair onderwijs organiseerden overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel. Laatst vermelde voorwaarde geldt niet voor de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. | |
| 3 | 4 | Het decreet van 9 december 2005 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs is niet van toepassing op dit experiment. (157) |
| 1 | − | Bij programmatie van structuuronderdelen, zoals bepaald in deze afdeling, wordt volgend onderscheid gemaakt : | |
| 2 | − | 1° het structuuronderdeel is niet programmeerbaar; | |
| 3 | − | 2° het structuuronderdeel is vrij programmeerbaar; | |
| 4 | − | 3° het structuuronderdeel is programmeerbaar mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan; | |
| 5 | − | 4° het structuuronderdeel is programmeerbaar mits goedkeuring door de Vlaamse Regering. | |
| 1 | + | Bij de programmatie van structuuronderdelen, met uitzondering van het onthaaljaar, binnen het gemoderniseerd secundair onderwijs wordt een onderscheid gemaakt tussen vrij programmeerbaar en programmeerbaar na goedkeuring door de Vlaamse Regering. De programmatieregels, vermeld in artikel 177 tot en met 178/1, treden progressief in werking met ingang van 1 september 2019. | |
| 2 | + | De programmatieregels, vermeld in artikel 179 tot en met 179/2, hebben zoals aangegeven een tijdelijk karakter. | |
| 6 | − | De programmatie van een structuuronderdeel voor een school die tot een scholengemeenschap behoort, moet in overeenstemming zijn met de afspraken die de scholengemeenschapmaakt met het oog op een rationeel geordend onderwijsaanbod. | |
| 3 | + | Elke programmatie moet in overeenstemming zijn met de afspraken die de scholengemeenschap, in voorkomend geval, maakt met het oog op een rationeel geordend onderwijsaanbod. | |
| 7 | − | De programmatiebepalingen zijn niet van toepassing op de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs. |
| 1 | − | De Vlaamse Regering legt de lijst van structuuronderdelen vast die niet programmeerbaar zijn met toepassing van het in artikel 70, eerste en tweede lid, gestelde. Ze houdt daarbij rekening met volgende criteria : | |
| 2 | − | 1° het niet of in onvoldoende mate aansluiten op de arbeidsmarkt op basis van tewerkstellingscijfers van schoolverlaters of door het ontbreken van een erkende beroepskwalificatie binnen de Vlaamse kwalificatiestructuur; | |
| 3 | − | 2° het niet of in onvoldoende mate aansluiten op het hoger onderwijs op basis van slaagcijfers in het hoger onderwijs. | |
| 4 | − | Met het oog op eventuele actualisering wordt bedoelde lijst jaarlijks geevalueerd. | |
| 1 | + | De programmatie van de volgende structuuronderdelen is vrij: | |
| 2 | + | 1° het eerste leerjaar A; | |
| 3 | + | 2° het eerste leerjaar B; | |
| 4 | + | 3° een basisoptie van het tweede leerjaar A, onder de volgende voorwaarde: de basisoptie is geen niche-basisoptie; | |
| 5 | + | 4° een basisoptie van het tweede leerjaar B, onder de volgende voorwaarde: de basisoptie is geen niche-basisoptie; | |
| 6 | + | 5° een studierichting van een studiedomein, georganiseerd door een domeinschool, onder de volgende voorwaarde: de studierichting is geen niche-studierichting; | |
| 7 | + | 6° een of meer studierichtingen van een of meer studiedomeinen, onder de volgende voorwaarden: | |
| 8 | + | a) de studierichtingen zijn geen niche-studierichtingen; | |
| 9 | + | b) de programmatie is beperkt tot het strikt noodzakelijke om in een of meer studiedomeinen een domeinschool te worden; | |
| 10 | + | c) de programmatie wordt door middel van één geïntegreerd dossier ingediend; | |
| 11 | + | d) de programmatie kan in de verschillende leerjaren, graden of studierichtingen gelijktijdig dan wel progressief worden doorgevoerd; | |
| 12 | + | 7° een domeinoverschrijdende studierichting binnen de finaliteit doorstroom, georganiseerd door een domeinschool of campusschool. | |
| 13 | + | Het schoolbestuur meldt de programmatie schriftelijk bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 1 april van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 30 november van het lopende schooljaar als het een Se-n-Se betreft die van start gaat op 1 februari daaropvolgend. Bij die melding gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. |
| 1 | − | De Vlaamse Regering legt de lijst van structuuronderdelen vast die vrij programmeerbaar zijn, met toepassing van het in artikel 70, eerste en tweede lid, gestelde. Ze houdt daarbij rekening met beleidsontwikkelingen of -prioriteiten. De Vlaamse Regering kan aan de programmatie van een dergelijk structuuronderdeel de voorwaarde koppelen van een reeds bestaand onderwijsaanbod in de school of scholengemeenschap in kwestie. De Vlaamse Regering kan voor een individuele school de voorwaarde opheffen die aan de programmatie van een dergelijk structuuronderdeel is gekoppeld als het een school betreft die in oprichting is zonder dat dat het gevolg is van een herstructurering van bestaande scholen. | |
| 2 | − | et het oog op eventuele actualisering wordt bedoelde lijst jaarlijks geëvalueerd. | |
| 3 | − | De programmatie wordt door het schoolbestuur bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk gemeld uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar en uiterlijk 30 november van het lopende schooljaar indien het een Se-n-Se betreft die van start gaat op 1 februari daaropvolgend. Bij die melding gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité en, indien de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit moet blijken dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. | |
| 1 | + | Het schoolbestuur vraagt de programmatie van een structuuronderdeel dat niet onder de toepassing van artikel 177 valt, bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aan uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 30 september van het lopende schooljaar als het een Se-n-Se betreft die van start gaat op 1 februari daaropvolgend. Die termijn geldt als vervaltermijn. De motivering van de aanvraag houdt in elk geval rekening met de criteria, vermeld in het derde lid, 1° tot en met 6°. Bij de aanvraag gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de programmatie na advies van: | |
| 3 | + | 1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; | |
| 4 | + | 2° de Vlaamse Onderwijsraad; | |
| 5 | + | 3° in geval van een studierichting met dubbele finaliteit of finaliteit arbeidsmarkt: de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. | |
| 6 | + | De Vlaamse Regering houdt bij haar beslissing rekening met de volgende cumulatieve criteria: | |
| 7 | + | 1° de eventuele beperkingen of voorwaarden die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van het structuuronderdeel zijn gekoppeld; | |
| 8 | + | 2° de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften op het vlak van het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie, met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt; | |
| 9 | + | 3° de keuzevrijheid van ouders en leerlingen; | |
| 10 | + | 4° de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de school of de scholengemeenschap; | |
| 11 | + | 5° in geval van een studierichting met dubbele finaliteit of finaliteit arbeidsmarkt: | |
| 12 | + | a) de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van het geprogrammeerde structuuronderdeel; | |
| 13 | + | b) de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld; | |
| 14 | + | 6° de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters binnen en buiten de betrokken scholengemeenschap zijn gemaakt over een rationeel en transparant studieaanbod. | |
| 15 | + | De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk op 31 maart van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 15 december van het lopende schooljaar als het een Se-n-Se betreft die van start gaat op 1 februari daaropvolgend. Bij overschrijding van die termijn is de programmatie van rechtswege goedgekeurd. |
| 1 | − | In afwijking van artikel 177 is een niet programmeerbaar structuuronderdeel alsnog programmeerbaar indien noodzakelijk om, na verleende programmatie van een structuuronderdeel van de tweede graad of - doch enkel voor het BSO - de derde graad, de studiecontinuïteit van de leerlingen te garanderen binnen de school of scholengemeenschap vanaf het schooljaar dat onmiddellijk volgt op de volledige uitbouw van het eerder geprogrammeerd structuuronderdeel. De studiecontinuïteit betreft dan het eerste en tweede leerjaar van de derde graad of - doch enkel voor het BSO - het derde leerjaar van de derde graad, met het oog op het verwerven van het diploma van secundair onderwijs. In voorkomend geval wordt de programmatie van het structuuronderdeel door het schoolbestuur bij AgODI schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk op 30 november van het voorafgaand schooljaar. | |
| 2 | − | Voor de programmatie per 1 september 2016 geldt, bij wijze van uitzondering, 15 maart 2016 als uiterlijke aanvraagdatum. Na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de onderwijsinspectie en AgODI, neemt de Vlaamse Regering een beslissing over de programmatie. Bij de aanvraag gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité en, indien de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit moet blijken dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. | |
| 1 | + | Pakketten in het tweede leerjaar A en het tweede leerjaar B zijn geen structuuronderdelen en zijn bijgevolg niet onderworpen aan programmatieregels. |
| 1 | − | De programmatie van een niet vrij programmeerbaar structuuronderdeel is toegelaten onder de volgende gezamenlijke voorwaarden : | |
| 2 | − | 1° in de school of in een andere school van de scholengemeenschap wordt tegelijkertijd een ander structuuronderdeel opgeheven. Dat ander structuuronderdeel kan noch een vrij programmeerbaar structuuronderdeel noch het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers zijn; | |
| 3 | − | 2° de programmatie beantwoordt aan eventueel vigerende regelgeving met betrekking tot frequentie, inplanting of andere organisatievoorwaarden van het structuuronderdeel in kwestie. | |
| 1 | + | Tot en met het schooljaar 2020-2021 kan een structuuronderdeel van de tweede graad dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126 worden geprogrammeerd. Tot en met het schooljaar 2022-2023 kan een structuuronderdeel van de derde graad, met uitzondering van het derde leerjaar, dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126 worden geprogrammeerd. Vanaf het tweede schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de Vlaamse Regering de Se-n-Se opneemt in de matrix en de concordantie naar die Se-n-Se vastlegt en tot en met het schooljaar 2024-2025 kan een structuuronderdeel van het derde leerjaar van de derde graad, met uitzondering van het naamloos leerjaar BSO dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126 worden geprogrammeerd. | |
| 2 | + | De programmatie wordt opgevat als een voorbereiding op de lokale invulling van het gemoderniseerd secundair studieaanbod. In de aanvraag vermeldt het schoolbestuur dan ook uitdrukkelijk de wijze waarop ze, met inachtname van de concordantiemogelijkheden zoals bepaald door de Vlaamse Regering in uitvoering van artikel 133/5, het geprogrammeerde structuuronderdeel zal concorderen op het tijdstip dat het leerjaar in kwestie wordt gemoderniseerd. Een eventuele gunstige beslissing van de Vlaamse Regering over de programmatie is onder voorwaarde van desbetreffende concordantie. | |
| 3 | + | Per concordantie kan het schoolbestuur voor een school maar één programmatieaanvraag indienen. | |
| 4 | + | In voorkomend geval vraagt het schoolbestuur de programmatie bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aan uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 30 september van het lopende schooljaar als het een Se-n-Se betreft die van start gaat op 1 februari daaropvolgend. Die termijn geldt als vervaltermijn. De motivering van de aanvraag houdt in elk geval rekening met de criteria, vermeld in artikel 178, derde lid, 1° tot en met 6°. Bij de aanvraag gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. | |
| 5 | + | De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de programmatie na advies van: | |
| 6 | + | 1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; | |
| 7 | + | 2° de Vlaamse Onderwijsraad. | |
| 8 | + | De Vlaamse Regering houdt bij haar beslissing rekening met de criteria, vermeld in artikel 178, derde lid, 1° tot en met 6°. | |
| 4 | − | Indien de programmatie niet leidt tot een voor de school nieuw studiegebied en geen afwijking inhoudt van artikel 177, wordt ze door het schoolbestuur bij AgODI schriftelijk gemeld uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar en uiterlijk 30 november van het lopende schooljaar indien het een Se-n-Se betreft die van start gaat op 1 februari daaropvolgend. | |
| 9 | + | De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk op 31 maart van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 15 december van het lopende schooljaar als het een Se-n-Se betreft die van start gaat op 1 februari daaropvolgend. Bij overschrijding van die termijn is de programmatie van rechtswege goedgekeurd. | |
| 5 | − | Indien de programmatie leidt tot een voor de school nieuw studiegebied of een afwijking inhoudt van artikel 177, wordt ze door het schoolbestuur bij AgODI schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk op 30 november van het voorafgaand schooljaar. | |
| 6 | − | Voor de programmatie per 1 september 2016 geldt, bij wijze van uitzondering, 15 maart 2016 als uiterlijke aanvraagdatum. Na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de onderwijsinspectie en AgODI, neemt de Vlaamse Regering een beslissing over de programmatie. | |
| 7 | − | Bij de melding of de aanvraag, naargelang van het geval, gaan per betrokken school het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité en, indien de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit moet blijken dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. |
| 1 | + | Tot en met het schooljaar 2022-2023 kan een structuuronderdeel van de derde graad, met uitzondering van het derde leerjaar, dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126, worden geprogrammeerd. Tot en met het schooljaar 2024-2025 kan een structuuronderdeel van het derde leerjaar van de derde graad bso, met uitzondering van het naamloos leerjaar, dat door de Vlaamse Regering is vastgelegd in uitvoering van artikel 124 en 126, worden geprogrammeerd. | |
| 2 | + | De programmatie wordt opgevat als noodzakelijk om, na verleende programmatie van een structuuronderdeel van de tweede graad of - doch enkel voor het bso - de derde graad, de studiecontinuïteit van de leerlingen te garanderen binnen de school of scholengemeenschap vanaf het schooljaar dat onmiddellijk volgt op de volledige uitbouw van het eerder geprogrammeerd structuuronderdeel. De studiecontinuïteit betreft dan het eerste en tweede leerjaar van de derde graad of - doch enkel voor het bso - het derde leerjaar van de derde graad, met het oog op het verwerven van het diploma van secundair onderwijs. | |
| 1 | − | De programmatie van een structuuronderdeel dat niet onder toepassing valt van artikel 177 tot en met 179 wordt door het schoolbestuur bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk 30 november van het voorafgaand schooljaar en uiterlijk 30 september van het lopende schooljaar indien het een Se-n-Se betreft die van start gaat op 1 februari daaropvolgend. Bij die aanvraag gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité en, indien de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit moet blijken dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. | |
| 3 | + | In voorkomend geval vraagt het schoolbestuur de programmatie bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aan uiterlijk op 30 november van het voorafgaande schooljaar. Die termijn geldt als vervaltermijn. Bij de aanvraag gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. | |
| 2 | − | Na advies van enerzijds de Vlaamse Onderwijsraad en anderzijds de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap, neemt de Vlaamse Regering een beslissing over de programmatie. De Vlaamse Regering houdt bij haar beslissing rekening met de volgende gezamenlijke criteria : | |
| 3 | − | 1° de eventueel vigerende regelgeving met betrekking tot frequentie, inplanting of andere organisatievoorwaarden van het structuuronderdeel in kwestie; | |
| 4 | − | 2° het beantwoorden van de programmatie aan het kwantitatief en kwalitatief aantoonbaar niet-behoeftedekkend onderwijsaanbod binnen de betrokken onderwijszone en met respect voor de keuzevrijheid van ouders en leerlingen; | |
| 5 | − | 3° a) de aanwezigheid van een convenant, of; | |
| 6 | − | b) de inhoudelijke aansluiting en de objectief vastgestelde nood op de arbeidsmarkt, of; | |
| 7 | − | c) de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de school of de scholengemeenschap. | |
| 8 | − | In afwijking van de datum van 30 november, vermeld in het eerste lid, wordt de programmatie op 1 september 2018 van een structuuronderdeel met in de benaming de term "duaal", uiterlijk op 28 februari 2018 aangevraagd bij de bevoegde diensten. Die termijn geldt als vervaltermijn. De Vlaamse Regering neemt haar beslissing uiterlijk op 30 april 2018. Als de Vlaamse Regering op 30 april 2018 geen beslissing heeft genomen, is de programmatieaanvraag van rechtswege goedgekeurd. | |
| 4 | + | De Vlaamse Regering neemt een beslissing over de programmatie na advies van: | |
| 5 | + | 1° de onderwijsinspectie en de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap; | |
| 6 | + | 2° de Vlaamse Onderwijsraad. | |
| 7 | + | De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk op 31 maart van het voorafgaande schooljaar. Bij overschrijding van die termijn is de programmatie van rechtswege goedgekeurd. |
| 1 | + | § 1. Tot en met het schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de Vlaamse Regering de Se-n-Se opneemt in de matrix en de concordantie naar die Se-n-Se vastlegt, kan een structuuronderdeel van het derde leerjaar van de derde graad voorwaardelijk vrij worden geprogrammeerd zoals bepaald in bijlage 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 met betrekking tot programmatie van structuuronderdelen in het voltijds gewoon secundair onderwijs, zoals gewijzigd. | |
| 2 | + | Tot en met het schooljaar 2024-2025 kan het derde leerjaar van de derde graad BSO, ingericht als naamloos leerjaar, vrij worden geprogrammeerd. De programmatie wordt opgevat als een voorbereiding op de lokale invulling van het gemoderniseerd secundair studieaanbod. | |
| 1 | − | Een dossier houdende voorstel van nieuw structuuronderdeel dat door een schoolbestuur in toepassing van artikel 129 wordt ingediend, kan tevens expliciet de intentie bevatten tot programmatie van het structuuronderdeel in één of meer aangeduide scholen van dat schoolbestuur. Het gemotiveerd dossier wordt door het schoolbestuur bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap ingediend uiterlijk 30 september van het voorafgaand schooljaar . Bij het dossier gaan, per school, het protocol van de onderhandeling in het bevoegd lokaal comité met betrekking tot de programmatie en, indien de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit moet blijken dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. | |
| 3 | + | Het schoolbestuur meldt de programmatie schriftelijk bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap uiterlijk op 1 april van het voorafgaande schooljaar en uiterlijk op 30 november van het lopende schooljaar als het een Se-n-Se betreft die van start gaat op 1 februari daaropvolgend. Bij die melding gaan het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. | |
| 2 | − | Uitsluitend in het geval de Vlaamse Regering een positieve beslissing neemt over het voorstel van nieuw structuuronderdeel, neemt zij tevens een beslissing over de programmatie met in acht name van de bepalingen van artikel 178, 179 en 179/1. | |
| 4 | + | § 2. Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 met betrekking tot programmatie van structuuronderdelen in het voltijds gewoon secundair onderwijs wordt opgeheven: | |
| 5 | + | 1° met ingang van 1 september 2019: voor alle structuuronderdelen met uitzondering van de structuuronderdelen van het derde leerjaar van de derde graad; | |
| 6 | + | 2° met ingang van 1 september van het tweede schooljaar dat volgt op het schooljaar waarin de Vlaamse Regering de Se-n-Se opneemt in de matrix en de concordantie naar die Se-n-Se vastlegt: voor alle structuuronderdelen van het derde leerjaar van de derde graad. |
| 1 | − | De bepalingen van artikel 176 tot en met 179/2 zijn niet van toepassing op het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. | |
| 2 | 1 | Voor de programmatie van het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers gelden de volgende bepalingen: | |
| 3 | 2 | 1° de programmatie wordt per scholengemeenschap bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk en gemotiveerd aangevraagd uiterlijk op 1 mei van het voorafgaande schooljaar. Bij die aanvraag wordt het protocol gevoegd van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité van de scholengemeenschap; | |
| 18 | 18 | b) structuuronderdeel : | |
| 19 | 19 | - een basisoptie; | |
| 20 | − | - een beroepenveld; | |
| 21 | 20 | - een optie van de tweede, derde of vierde graad van een bepaalde onderwijsvorm; | |
| 22 | 21 | - het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, al dan niet georganiseerd als een specialisatiejaar; | |
| 1 | − | § 1. De volledige eerste graad of een volledig studiegebied zoals georganiseerd door een school kan door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd blijven indien het in één keer wordt overgeheveld naar een andere school van hetzelfde schoolbestuur die gelegen is in dezelfde gemeente of naar een andere school die behoort tot dezelfde scholengemeenschap. De school waarnaar wordt overgeheveld mag geen school zijn die moet fuseren of afbouwen omdat de toepasbare rationalisatienorm niet wordt bereikt. | |
| 2 | − | ndien de overheveling betrekking heeft op alle door de school georganiseerde studiegebieden van het beroepssecundair onderwijs, moet het derde leerjaar van de derde graad, ingericht onder de vorm van een naamloos leerjaar, mee worden overgeheveld; indien de overheveling betrekking heeft op slechts enkele studiegebieden, kan het mee worden overgeheveld. | |
| 3 | − | § 2. Voor de toepassing van de omkaderingsnormen van het personeel, de toepassing van de minimale schoolbevolkingsnormen en de vaststelling van het werkingsbudget, wordt de overheveling geacht reeds op 1 februari van het voorafgaand schooljaar te hebben plaats gevonden. | |
| 4 | − | § 3. De overheveling wordt door het schoolbestuur bij de bevoegde diensten van de Vlaamse Gemeenschap schriftelijk gemeld uiterlijk 1 april van het voorafgaand schooljaar. Bij die melding gaan, per school die bij de overheveling is betrokken, het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegd lokaal comité en, indien de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit moet blijken dat de overheveling in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. |
| 4 | 4 | § 2. De aanwending van het wekelijkse aantal uren-leraar vindt plaats onder vorm van hetzij lesuren hetzij uren die geen lesuren zijn. | |
| 5 | 5 | Onder uren die geen lesuren zijn, wordt verstaan : | |
| 6 | − | 1° enerzijds opdrachten van het onderwijzend personeel die geen betrekking hebben op de realisatie van de wekelijkse lessenroosters, meer bepaald "interne pedagogische begeleiding", "bijzondere pedagogische taken", "nascholing", "inhaallessen", "klassenraad" en "klassendirectie". Het organiseren van interne pedagogische begeleiding kan uitsluitend in een school met beroepssecundair onderwijs; | |
| 6 | + | 1° enerzijds opdrachten van het onderwijzend personeel die geen betrekking hebben op de realisatie van de wekelijkse lessenroosters, meer bepaald "interne pedagogische begeleiding", "bijzondere pedagogische taken", "nascholing", "aanvangsbegeleiding" "inhaallessen", "klassenraad" en "klassendirectie". Het organiseren van interne pedagogische begeleiding kan uitsluitend in een school met beroepssecundair onderwijs; | |
| 7 | − | 2° anderzijds opdrachten van het onderwijzend personeel die, zoals lesuren, wel betrekking hebben op de realisatie van de wekelijkse lessenroosters doch die niet binnen de context van vakken kunnen worden gevat, meer bepaald "seminaries". Seminaries kunnen uitsluitend worden georganiseerd buiten de basisvorming, het beroepenveld, de basisoptie en het fundamenteel gedeelte van de optie. Een opdracht seminaries moet steeds als een afzonderlijke betrekking worden aangeboden en vergt altijd het akkoord van het personeelslid dat er wordt mee belast. | |
| 7 | + | 2° anderzijds opdrachten van het onderwijzend personeel die, zoals lesuren, wel betrekking hebben op de realisatie van de wekelijkse lessenroosters doch die niet binnen de context van vakken kunnen worden gevat, meer bepaald "seminaries". Seminaries kunnen uitsluitend worden georganiseerd buiten de basisvorming, de basisoptie en het fundamenteel gedeelte van de optie. Een opdracht seminaries moet steeds als een afzonderlijke betrekking worden aangeboden en vergt altijd het akkoord van het personeelslid dat er wordt mee belast. | |
| 8 | 8 | § 3. De aanwending van uren-leraar kan in volgende structuuronderdelen ook plaatsvinden onder vorm van het inzetten van voordrachtgevers : | |
| 9 | 9 | 1° alle structuuronderdelen van het studiegebied Ballet van de tweede en de derde graad kso; | |
| 1 | 1 | Wanneer de onderwijsinspectie in een school een kennelijk onverantwoord gebruik van de vrije aanwending vaststelt ten nadele van volgende groepen : | |
| 2 | − | 1° het eerste leerjaar B en het beroepsvoorbereidend leerjaar , en/of | |
| 2 | + | 1° het eerste leerjaar B en het tweede leerjaar B, en/of | |
| 3 | 3 | 2° de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, en/of | |
| 4 | 4 | 3° de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, | |
| 1 | − | Deze onderafdeling is van toepassing op een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde school die binnen het studiegebied Maritieme opleidingen de optie Rijn- en binnenvaart organiseert. (216) |
| 1 | − | Een school met de optie Rijn- en binnenvaart heeft jaarlijks recht op een forfaitaire puntenenveloppe van 605 punten. | |
| 1 | + | Een school die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd of gesubsidieerd wordt, met studierichting Binnenvaart en Beperkte Kustvaart heeft jaarlijks recht op een forfaitaire puntenenveloppe van 605 punten. | |
| 2 | − | De Vlaamse Regering kan deze puntenenveloppe aanpassen in functie van de beschikbare begrotingskredieten. Zij houdt daarbij rekening met het aantal leerlingen dat is ingeschreven in de studierichting Rijn- en binnenvaart. (217) | |
| 2 | + | De Vlaamse Regering kan, naargelang van de beschikbare begrotingskredieten, de enveloppe, vermeld in het eerste lid, aanpassen, waarbij ze rekening houdt met het aantal leerlingen in die studierichting. |
| 2 | 2 | Deze maximumleeftijd is evenwel niet van toepassing op : | |
| 3 | 3 | 1° leerlingen die tijdens het schooljaar 2013-2014 voltijds gewoon secundair onderwijs hebben gevolgd en vanaf het schooljaar 2014-2015 hun secundaire studie verder zetten; | |
| 4 | − | 2° de voorbereidende jaren op het hoger onderwijs, de Se-n-Se, de specialisatiejaren en het naamloos leerjaar van het voltijds gewoon secundair onderwijs. | |
| 4 | + | 2° het Se-n-Se; | |
| 5 | 5 | 3° andere dan in 2° vermelde structuuronderdelen die door de Vlaamse Regering kunnen worden vastgelegd en voor zover het betrokken schoolbestuur beslist om in een of meer van zijn scholen onderhavige bepaling voor alle leerlingen van het betrokken structuuronderdeel toe te passen. | |
| 6 | 6 | Voor de hbo5-opleiding Verpleegkunde geldt evenmin een maximumleeftijd. | |
| 1 | − | § 1. Onverminderd de bepalingen van artikel 276 dient de bevolking in de opleidingsvorm 3 van een school voor buitengewoon secundair onderwijs, om het hieronder bepaald aantal opleidingen of samenhangende gehelen van opleidingen te behouden, aan volgende minima te voldoen : | |
| 2 | − | decockge | |
| 3 | − | Normal | |
| 4 | − | decockge | |
| 5 | − | 1 | |
| 6 | − | 1 | |
| 7 | − | 2011-06-24T12:22:00Z | |
| 8 | − | 2011-06-24T12:23:00Z | |
| 9 | − | 1 | |
| 10 | − | 8 | |
| 11 | − | 45 | |
| 12 | − | Vlaamse Overheid | |
| 13 | − | 1 | |
| 14 | − | 1 | |
| 15 | − | 52 | |
| 16 | − | 12.00 | |
| 17 | − | Clean | |
| 18 | − | 21 | |
| 19 | − | false | |
| 20 | − | false | |
| 21 | − | false | |
| 22 | − | NL-BE | |
| 23 | − | X-NONE | |
| 24 | − | X-NONE | |
| 25 | − | MicrosoftInternetExplorer4 | |
| 26 | − | /* Style Definitions */ | |
| 27 | − | table.MsoNormalTable | |
| 28 | − | &lftaco;mso-style-name:Standaardtabel; | |
| 29 | − | mso-tstyle-rowband-size:0; | |
| 30 | − | mso-tstyle-colband-size:0; | |
| 31 | − | mso-style-noshow:yes; | |
| 32 | − | mso-style-priority:99; | |
| 33 | − | mso-style-qformat:yes; | |
| 34 | − | mso-style-parent:"e;"e;; | |
| 35 | − | mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; | |
| 36 | − | mso-para-margin-top:0cm; | |
| 37 | − | mso-para-margin-right:0cm; | |
| 38 | − | mso-para-margin-bottom:10.0pt; | |
| 39 | − | mso-para-margin-left:0cm; | |
| 40 | − | line-height:115%; | |
| 41 | − | mso-pagination:widow-orphan; | |
| 42 | − | font-size:11.0pt; | |
| 43 | − | font-family:"e;Calibri"e;,"e;sans-serif"e;; | |
| 44 | − | mso-ascii-font-family:Calibri; | |
| 45 | − | mso-ascii-theme-font:minor-latin; | |
| 46 | − | mso-hansi-font-family:Calibri; | |
| 47 | − | mso-hansi-theme-font:minor-latin; | |
| 48 | − | mso-fareast-language:EN-US;&rgtaco; | |
| 49 | − | opleiding of samenhangend geheel van opleidingen | |
| 50 | − | Bevolkingsminimum | |
| 51 | − | 2 | |
| 52 | − | 32 | |
| 53 | − | 3 | |
| 54 | − | 48 | |
| 55 | − | 4 | |
| 56 | − | 64 | |
| 57 | − | en één bijkomende opleiding of samenhangend geheel van opleidingen per reeks van 16 leerlingen. | |
| 58 | − | § 2. Bij deze berekening worden de in aanmerking komende leerlingen van de types 3, 6 en 7 vermenigvuldigd met 2. | |
| 59 | − | § 3. Voor de scholen bedoeld in artikel 278, die opleidingsvorm 3 organiseren, wordt de minimum schoolbevolking vereist voor 2 opleidingen of samenhangende gehelen van opleidingen bepaald op 24. | |
| 60 | − | § 4. Gedurende de periode van omvorming van de in de vroegere structuur georganiseerde opleidingen naar de nieuwe structuur van opleidingen en de samenhangende gehelen van opleidingen worden de bevolkingsminima van de opleidingen berekend door de leerlingen van de oude opleidingen samen te tellen met die van de correspon- derende nieuwe opleidingen of het nieuwe samenhangend geheel van opleidingen. |
| 1 | − | In afwijking van artikel 276 moet de school die gedurende twee opeenvolgende schooljaren de norm met toepassing van artikel 281 niet bereikt, uiterlijk met ingang van 1 oktober van dit tweede schooljaar, de niet meer te financieren of te subsidiëren opleiding of samenhangend geheel van opleidingen geleidelijk opheffen, leerjaar na leerjaar, te beginnen met het laagste, ofwel moet de school fusioneren. | |
| 1 | + | De vrijwillige afbouw van een opleiding in opleidingsvorm 3 gebeurt leerjaar na leerjaar, te beginnen met het laagste. | |
| 2 | + | Scholen die op 1 september 2019 een of meer opleidingen in afbouw hebben, omdat ze op 1 oktober van een jaar voorafgaand aan 2019 niet aan de toenmalige rationalisatienormen voor de opleidingen voldeden, zetten die afbouw voort na 1 september 2019. |
| 1 | − | In een vestigingsplaats ontstaan door fusie met toepassing van artikel 275 kunnen alleen de opleidingsvormen en opleidingen of samenhangend geheel van opleidingen die er bestonden vóór de fusie verder georganiseerd blijven. | |
| 1 | + | In een vestigingsplaats ontstaan door fusie met toepassing van artikel 275 kunnen alleen de opleidingsvormen en opleidingen die er bestonden vóór de fusie verder georganiseerd blijven. |
| 1 | 1 | § 1. Elke school die voldoet aan de rationalisatienormen, bepaald bij de artikelen 276 tot en met 278 mag één of meer vestigingsplaatsen oprichten. | |
| 2 | − | § 2. In de vestigingsplaatsen bedoeld in paragraaf 1 kunnen uitsluitend al in de school georganiseerde of in de toelageregeling opgenomen opleidingsvormen, opleidingen of samenhangende gehelen van opleidingen en types worden opgericht, tenzij er nieuwe opleidingsvormen, opleidingen of samenhangende gehelen van opleidingen en types worden opgericht. | |
| 2 | + | § 2. In de vestigingsplaatsen bedoeld in paragraaf 1 kunnen uitsluitend al in de school georganiseerde of in de toelageregeling opgenomen opleidingsvormen, opleidingen en types worden opgericht, tenzij er nieuwe opleidingsvormen, opleidingen en types worden opgericht. | |
| 3 | 3 | § 3. Onverminderd de bepalingen in paragraaf 1 en paragraaf 2 kan een school van opleidingsvorm 4, type 5, pas een nieuwe vestigingsplaats oprichten na goedkeuring door de Vlaamse Regering. |
| 2 | 2 | 1° een bestaande opleidingsvorm 1 of 2 die aan de rationalisatienorm voldoet omvormen tot een andere opleidingsvorm op voorwaarde dat de bestaande opleidingsvorm volledig en gelijktijdig wordt opgeheven en dat, op 1 oktober van het schooljaar waarin de omvorming wordt aangevat, in de ontstane opleidingsvorm de rationalisatienorm wordt bereikt; | |
| 3 | 3 | 2° een bestaande opleidingsvorm 3 of 4 die aan de rationalisatienorm voldoet omvormen tot een andere opleidingsvorm, op voorwaarde dat de bestaande opleidingsvorm gelijktijdig, leerjaar na leerjaar, te beginnen met het laagste, wordt opgeheven en dat op 1 oktober van het schooljaar waarin de omvorming wordt aangevat, in de ontstane opleidingsvorm de rationalisatienorm wordt bereikt; | |
| 4 | − | 3° een bestaande opleiding of samenhangend geheel van opleidingen in opleidingsvorm 3 die beantwoordt aan de rationalisatienorm omvormen tot een andere opleiding of samenhangend geheel van opleidingen, op voorwaarde dat de bestaande opleiding of samenhangend geheel van opleidingen gelijktijdig, leerjaar na leerjaar, te beginnen met het laagste, wordt opgeheven en dat op 1 oktober van het schooljaar waarin de omvorming wordt aangevat, voldaan wordt aan de normen voorzien in artikel 281; | |
| 4 | + | 3° een bestaande opleiding in opleidingsvorm 3 omvormen tot een andere opleiding, op voorwaarde dat de bestaande opleiding gelijktijdig, leerjaar na leerjaar, te beginnen met het laagste, wordt opgeheven en dat op 1 oktober van het schooljaar waarin de omvorming wordt aangevat, voldaan wordt aan de normen voorzien in artikel 281; | |
| 5 | − | 4° deze omvormingen voorzien in de punten 1°, 2° en 3° van deze paragraaf moeten doorgevoerd worden in al de vestigingsplaatsen van de school waar deze opleidingsvorm of deze opleiding of samenhangend geheel van opleidingen wordt georganiseerd; | |
| 5 | + | 4° deze omvormingen voorzien in de punten 1°, 2° en 3° van deze paragraaf moeten doorgevoerd worden in al de vestigingsplaatsen van de school waar deze opleidingsvorm of deze opleiding wordt georganiseerd; | |
| 6 | 6 | Omvormingen van een bestaande opleidingsvorm naar opleidingsvorm 4, zoals voorzien in de punten 1° en 2° van deze paragraaf zijn slechts mogelijk indien een school een samenwerkingsovereenkomst kan voorleggen met ten minste één school voor gewoon voltijds secundair onderwijs met een breed studieaanbod in de buurt. Voor de opleiding van de leerlingen in deze opleidingsvorm wordt, indien mogelijk en wenselijk, samengewerkt met deze scho(o)len van gewoon voltijds secundair onderwijs, zoals bedoeld in artikel 136/1. Tijdens de periode van omvorming kunnen in de opleidingsvorm of de opleiding, die opgeheven wordt, enkel leerlingen worden ingeschreven in de leerjaren, die gelet op de progressieve opheffing, nog niet zijn opgeheven. Leerlingen die deze opleidingsvorm of deze opleiding in deze school reeds volgden, mogen hun opleiding daarin beëindigen. | |
| 7 | 7 | 5° een opleidingsvorm 1, 2 of 3 oprichten op voorwaarde dat, op de datum bepaald in artikel 271 : | |
| 19 | 19 | Met ingang van het derde schooljaar zijn uitsluitend de bepalingen inzake rationalisatie van toepassing. | |
| 20 | 20 | De bepalingen van § 1, 1°, 2° en 3° van dit artikel zijn tijdens de periode van programmatie niet van toepassing voor de opleidingsvormen opgericht of in de toelageregeling opgenomen overeenkomstig deze paragraaf. | |
| 21 | − | § 3. In een bestaande school die een opleidingsvorm 3 organiseert die aan de rationalisatienorm voldoet, kan : | |
| 21 | + | § 3. Een bestaande school die opleidingsvorm 3 organiseert die aan de rationalisatienorm voldoet, kan een of meer bijkomende opleidingen inrichten. | |
| 22 | − | - een tweede opleiding of samenhangend geheel van opleidingen worden opgericht wanneer de opleidingsvorm 24 leerlingen telt; | |
| 23 | − | - een derde opleiding of samenhangend geheel van opleidingen indien hij 90 leerlingen telt; | |
| 24 | − | - een vierde opleiding of samenhangend geheel van opleidingen wanneer hij 140 leerlingen telt. | |
| 25 | − | Vervolgens mag een bijkomende opleiding of samenhangend geheel van opleidingen opgericht worden per bijkomende schijf van 25 leerlingen. | |
| 26 | − | Elke nieuwe opleiding of samenhangend geheel van opleidingen dient gedurende twee opeenvolgende schooljaren op de datum vermeld in artikel 271 te voldoen aan de overeenkomstige norm. | |
| 27 | − | Met ingang van het derde schooljaar zijn uitsluitend de bepalingen van de rationalisatie van toepassing. | |
| 28 | − | De bepalingen van § 1, 3°, van dit artikel zijn niet van toepassing tijdens de periode van programmatie van de opleidingen of samenhangend geheel van opleidingen gefinancierd of gesubsidieerd overeenkomstig deze paragraaf. | |
| 22 | + | Om een programmatieaanvraag in te dienen voor de oprichting van een of meer bijkomende opleidingen in opleidingsvorm 3, stelt het schoolbestuur een oprichtingsdossier samen, dat ten minste de volgende elementen bevat: | |
| 23 | + | 1° de identificatiegegevens van het schoolbestuur, de school en de vestigingsplaats; | |
| 24 | + | 2° het schooljaar waarop de programmatie betrekking heeft; | |
| 25 | + | 3° de benaming van de opleiding of opleidingen, bepaald door de Vlaamse Regering, waarop de programmatie betrekking heeft, samen met een grondige motivering waarom zij deze opleiding of opleidingen wenst te programmeren; | |
| 26 | + | 4° per opleiding een samenwerkingsovereenkomst met ten minste één school voor gewoon voltijds secundair onderwijs met een gelijkaardig studieaanbod in de buurt uit het beroepssecundair onderwijs; | |
| 27 | + | 5° bewijsstukken, namelijk: | |
| 28 | + | a) de samenwerkingsovereenkomst met een of meer scholen voor gewoon voltijds secundair onderwijs met een gelijkaardig aanbod in het beroepssecundair onderwijs; | |
| 29 | + | b) in voorkomend geval, het protocol van de onderhandeling ter zake in het bevoegde lokaal comité en, als de school tot een scholengemeenschap behoort, een uittreksel van het proces-verbaal waaruit blijkt dat de programmatie in overeenstemming is met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt. | |
| 30 | + | De Vlaamse Regering houdt bij haar beslissing rekening met al de volgende criteria: | |
| 31 | + | 1° de eventuele beperkingen of voorwaarden die vanuit macrodoelmatigheid aan het aanbod van de opleiding zijn gekoppeld; | |
| 32 | + | 2° de kwantitatieve en kwalitatieve behoeften voor het aanbod van secundair onderwijs in de onderwijszone in kwestie met het oog op vervolgonderwijs of toetreding tot de arbeidsmarkt; | |
| 33 | + | 3° de keuzevrijheid van ouders en leerlingen; | |
| 34 | + | 4° de studiecontinuïteit van leerlingen binnen de scholengemeenschap; | |
| 35 | + | 5° de getroffen voorbereidingen op het vlak van materiële infrastructuur en leermiddelen die voldoende en gepast zijn met het oog op de te verwerven competenties van de geprogrammeerde opleiding; | |
| 36 | + | 6° de aantoonbare samenwerkingsmogelijkheden met lokale arbeidsmarktactoren en de bedrijfswereld; | |
| 37 | + | 7° de afspraken die met andere lokale onderwijsinrichters, binnen en buiten de scholengemeenschap in kwestie, zijn gemaakt over een rationeel en transparant studieaanbod. | |
| 38 | + | Het schoolbestuur stuurt een gemotiveerde aanvraag met het oprichtingsdossier aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten uiterlijk op 30 november van het tweede schooljaar voorafgaand aan de programmatie. Het dossier kan zowel structuuronderdelen van hetzij de opleidingsfase, hetzij de kwalificatiefase en de integratiefase bevatten als structuuronderdelen van desbetreffende fasen samen. Voormelde termijn geldt als vervaltermijn. Aanvragen die later worden ingediend, zijn onontvankelijk. | |
| 39 | + | Indien de voormelde aanvraag betrekking heeft op de programmatie per 1 september 2021 of 2022 van een niet-gemoderniseerd structuuronderdeel van de kwalificatiefase en de integratiefase, dan moet de aanvraag eveneens de toekomstige concordantie naar het gemoderniseerde structuuronderdeel bevatten om ontvankelijk te zijn. Niet-gemoderniseerde structuuronderdelen zijn niet programmeerbaar in de opleidingsfase en vanaf 1 september 2023 in de kwalificatiefase en de integratiefase. | |
| 40 | + | De Vlaamse Onderwijsraad, de Onderwijsinspectie en het Agentschap voor Onderwijsdiensten brengen binnen een redelijke termijn en uiterlijk twee maanden na de ontvangst van de aanvragen, vakantieperioden niet inbegrepen, een advies uit aan de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs. | |
| 41 | + | De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, legt een voorstel van beslissing voor aan de Vlaamse Regering. | |
| 42 | + | Een bijkomende opleiding kan op 1 september in een school alleen worden opgericht na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. De Vlaamse Regering neemt een beslissing uiterlijk op 30 april van het schooljaar van de aanvraag. | |
| 43 | + | Het Agentschap voor Onderwijsdiensten deelt de beslissing van de Vlaamse Regering binnen een periode van twee weken schriftelijk mee aan het schoolbestuur. | |
| 44 | + | § 3/1. In aanvulling op artikel 286 moet een schoolbestuur bij de programmatie van een nieuwe school met opleidingsvorm 3 eveneens een programmatieaanvraag en een oprichtingsdossier indienen voor de oprichting van een of meer nieuwe opleidingen in opleidingsvorm 3 en een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering krijgen om deze te kunnen oprichten. Hierbij moeten de bepalingen van paragraaf 3 toegepast worden op de nieuwe opleidingen in de nieuw op te richten opleidingsvorm 3 in een nieuwe school en niet op bijkomende opleidingen in een opleidingsvorm 3 dat aan de rationalisatienorm voldoet in een bestaande school. | |
| 29 | 45 | § 4. In aanvulling op paragraaf 1, 5° en 6°, en paragraaf 2, moet een schoolbestuur dat één of meer nieuwe opleidingsvormen wil oprichten een oprichtingsdossier indienen. | |
| 30 | 46 | Dit oprichtingsdossier moet ten minste voldoen aan onderstaande kwaliteitsvoorwaarden: | |
| 39 | 55 | In afwijking van het voorgaande lid, kunnen voor de oprichting vanaf 1 september 2015 van type 9 gemotiveerde aanvragen bij AgODi ingediend worden tot uiterlijk 1 juli 2014. | |
| 40 | 56 | De Vlaamse Regering neemt deze beslissing na advies van de Vlaamse Onderwijsraad over de gegrondheid van de lokale behoefte aan extra aanbod en na advies van AgODi en de onderwijsinspectie. Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad is geen element in deze beslissing indien het programmatievoorstel valt onder toepassing van paragraaf 2. | |
| 57 | + | § 6. In aanvulling op paragraaf 1, 5° en 6°, en paragrafen 2, 4 en 5, moet een schoolbestuur dat opleidingsvorm 3 wil oprichten eveneens een programmatieaanvraag en een oprichtingsdossier indienen voor de oprichting van een of meer nieuwe opleidingen in opleidingsvorm 3 en een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering krijgen om deze te kunnen oprichten. Hierbij moeten de bepalingen van paragraaf 3 toegepast worden op de nieuwe opleidingen in de nieuw op te richten opleidingsvorm 3 in een bestaande school en niet op bijkomende opleidingen in een opleidingsvorm 3 dat aan de rationalisatienorm voldoet in een bestaande school. | |
| 1 | − | Het buitengewoon secundair onderwijs in deze opleidingsvormen wordt verstrekt naar rata van minimum 32 lesuren en maximum 36 lesuren van 50 minuten per week, gespreid over 9 halve dagen. | |
| 1 | + | Het buitengewoon secundair onderwijs in deze opleidingsvormen wordt verstrekt naar rata van minimum 32 lesuren en maximum 36 lesuren van 50 minuten per week, gespreid over 9 halve dagen, met uitzondering van de facultatieve integratiefase van opleidingsvorm 3, waar 38 lesuren per week worden verstrekt. |
| 1 | 1 | De Vlaamse Regering deelt de opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair beroepsonderwijs op in opleidingen die tevens worden ingericht in het voltijds beroeps- en technisch secundair onderwijs, het deeltijds beroepssecundair onderwijs en het secundair volwassenenonderwijs. | |
| 2 | − | Voor elk van deze opleidingen worden de competenties, de nodige algemene en sociale vaardigheden en de sleutelvaardigheden vastgelegd in opleidingsprofielen. (334) | |
| 2 | + | Voor elk van deze opleidingen worden de competenties, de nodige algemene en sociale vaardigheden en de sleutelvaardigheden vastgelegd in opleidingsprofielen. | |
| 3 | + | De bepalingen van dit artikel houden progressief, te beginnen met de observatiefase, op uitwerking te hebben met ingang van 1 september 2020. |
| 1 | + | De bepalingen van dit artikel treden progressief, te beginnen met de observatiefase, in werking vanaf 1 september 2020. | |
| 2 | + | In de opleidingsfase, de kwalificatiefase en de facultatieve integratiefase worden opleidingen onderscheiden, die als finaliteit arbeidsmarkt hebben. Die opleidingen worden geordend in een matrix op basis van studiedomeinen. | |
| 3 | + | De studiedomeinen zijn: | |
| 4 | + | 1° taal en cultuur; | |
| 5 | + | 2° stem; | |
| 6 | + | 3° kunst en creatie; | |
| 7 | + | 4° land- en tuinbouw; | |
| 8 | + | 5° economie en organisatie; | |
| 9 | + | 6° maatschappij en welzijn; | |
| 10 | + | 7° sport; | |
| 11 | + | 8° voeding en horeca. | |
| 12 | + | De opleidingen van de kwalificatiefase en facultatieve integratiefase van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3, leiden tot een of meerdere bewijzen van beroepskwalificaties of deelkwalificaties; mits de ontwikkelingsdoelen van die opleidingen overeenkomen met de eindtermen voor de tweede graad van de finaliteit arbeidsmarkt, leiden ze tot een onderwijskwalificatie niveau 2. Het bewijs van beroepskwalificatie of van deelkwalificatie in kwestie kan in hoofde van de leerling in de kwalificatiefase of in de facultatieve integratiefase worden behaald. | |
| 13 | + | De lijst van opleidingen kan worden gewijzigd door maatschappelijke, onderwijskundige, technologische of andere ontwikkelingen of vanwege arbeidsmarktbehoeften. Die wijziging kan opheffing, vervanging of toevoeging van opleidingen betekenen. Het initiatief daarvoor kan zowel uitgaan van de Vlaamse Regering als van derden. | |
| 14 | + | De Vlaamse Regering bepaalt de procedure die aan een eventuele wijziging voorafgaat. | |
| 15 | + | Uiterlijk om de vijf schooljaren vanaf het derde schooljaar van de progressieve uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs vanaf 1 september 2019 worden alle opleidingen gescreend op actualiteitswaarde en worden zo nodig bijsturingen doorgevoerd. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor die screening en bijsturing. |
| 2 | 2 | 1° de observatiefase duurt één volledig schooljaar. De klassenraad, in samenspraak met het centrum voor leerlingenbegeleiding, kan hier door middel van een gemotiveerde beslissing voor individuele leerlingen van afwijken; | |
| 3 | 3 | 2° de opleidingsfase omvat ten minste twee schooljaren. De klassenraad, in samenspraak met het centrum voor leerlingenbegeleidingg, bepaalt voor iedere leerling de duur van deze fase; | |
| 4 | − | 3° de kwalificatiefase omvat ten minste twee schooljaren. De klassenraad, in samenspraak met het centrum voor leerlingenbegeleiding, bepaalt voor iedere leerling de duur van deze fase en kan voor individuele leerlingen het traject ook verkorten naar één schooljaar. Op het einde van deze kwalificatiefase is er voor de leerlingen die toegelaten worden door de klassenraad een kwalificatieproef voor de kwalificatiecommissie. Er kunnen bijkomende opleidingen binnen eenzelfde samenhangend geheel van opleidingen worden georganiseerd voor dezelfde leerling, indien deze reeds een studiebekrachtiging van een opleiding behaald heeft en de klassenraad de leerling toelaat tot bijkomende opleidingen; | |
| 4 | + | 3° de kwalificatiefase omvat ten minste twee schooljaren. De klassenraad, in samenspraak met het centrum voor leerlingenbegeleiding, bepaalt voor iedere leerling de duur van deze fase en kan voor individuele leerlingen het traject ook verkorten naar één schooljaar. Op het einde van deze kwalificatiefase is er voor de leerlingen die toegelaten worden door de klassenraad een kwalificatieproef voor de kwalificatiecommissie. Er kunnen bijkomende opleidingen binnen hetzelfde studiedomein worden georganiseerd voor dezelfde leerling, indien deze reeds een studiebekrachtiging van een opleiding behaald heeft en de klassenraad de leerling toelaat tot bijkomende opleidingen; | |
| 5 | 5 | 4° de facultatieve integratiefase omvat één volledig schooljaar, in de vorm van een alternerende beroepsopleiding, bestaande uit 1200 uur vorming op school en werkervaring in een bedrijf. De vorming op school bestaat uit minimum 400 uur algemene en sociale vorming en beroepsgerichte vorming. De werkervaring bestaat uit minimum 700 uur werkervaring in een regulier bedrijf, onder de vorm van leerlingenstage. Er kan geen tweede schooljaar alternerende beroepsopleiding worden georganiseerd voor één leerling. Deze facultatieve integratiefase van één schooljaar kan bij wijze van uitzondering door de klassenraad wel verlengd worden tot een tweede schooljaar. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waaronder deze verlenging mogelijk is. | |
| 6 | 6 | § 2. In deze opleidingsvorm kan tijdens het schooljaar in het laatste jaar van de opleidingsfase en in de kwalificatiefase gedurende een beperkt aantal dagen een leerlingenstage worden ingericht, die in groep en onder voortdurende begeleiding van de leraar plaatsvindt. In de kwalificatiefase is tijdens het schooljaar gedurende een beperkt aantal dagen leerlingenstage verplicht, waarbij elke leerling-stagiair afzonderlijk op stage gaat. Uitzonderlijk kunnen de leerlingenstages die in de kwalificatiefase plaatsvinden georganiseerd worden tijdens de vakanties. De werkervaring in de integratiefase wordt organisatorisch gelijkgesteld met een leerlingenstage. | |
| 7 | 7 | § 3. Op het einde van de opleidingsfase kan de leerling een studieadvies krijgen van de klassenraad. Op het einde van de kwalificatiefase en op het einde van de integratiefase moet de leerling een studiebekrachtiging van de klassenraad ontvangen. Bij wijze van uitzondering kan de klassenraad in de integratiefase ook een leerling voor het einde van het schooljaar een studiebekrachtiging geven, indien deze leerling tewerkgesteld is en voorafgaand aan deze tewerkstelling 900 uur vorming heeft gevolgd, waarvan minimaal 300 uur schoolse vorming en minimaal 525 uur werkervaring, onder de vorm van leerlingenstage. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels voor de bekrachtiging van de studie door de klassenraad en de modellen van de studiebewijzen. | |
| 8 | − | § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels inzake de organisatie en inhoud van opleidingsvorm 3, de mogelijke opleidingen en samenhangende gehelen van opleidingen die kunnen worden georganiseerd in opleidingsvorm 3 en hun opleidingsprofielen, de verdere bevoegdheden van de klassenraad en de samenstelling en de bevoegdheden van de kwalificatiecommissie. | |
| 8 | + | § 4. De Vlaamse Regering bepaalt de verdere regels inzake de organisatie en inhoud van opleidingsvorm 3 en de mogelijke opleidingen die kunnen worden georganiseerd in opleidingsvorm 3 en hun opleidingsprofielen, de verdere bevoegdheden van de klassenraad en de samenstelling en de bevoegdheden van de kwalificatiecommissie. | |
| 9 | + | § 5. In afwijking van paragraaf 1, 4°, en paragraaf 2 en 3, wordt in duaal leren op het niveau van de integratiefase van opleidingsvorm 3 de werkervaring in een regulier bedrijf georganiseerd onder de vorm van een arbeidsdeelname in een regulier bedrijf als vermeld in artikel 357/2. | |
| 1 | − | Vanaf het schooljaar 2008-2009 en tot zolang bedoeld experiment in het voltijds gewoon secundair onderwijs loopt, kan als experiment in door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor buitengewoon secundair onderwijs, modulair onderwijs worden georganiseerd overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling. In voorkomend geval zijn wettelijke, decretale en reglementaire bepalingen die in strijd zijn met de bepalingen van dit hoofdstuk, niet van toepassing. | |
| 2 | − | Het experiment heeft betrekking op opleidingsvorm 3, met uitzondering van de observatiefase, en kan enkel worden ingericht door scholen die gedurende het schooljaar 2007-2008 modulair onderwijs organiseren overeenkomstig het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel. | |
| 3 | − | Het decreet van 9 december 2005 betreffende de organisatie van tijdelijke projecten in het onderwijs is niet van toepassing op dit experiment. (340) | |
| 1 | + | Buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3, met uitzondering van de observatiefase, kan modulair worden georganiseerd conform de bepalingen van deze afdeling. In voorkomend geval zijn decretale en reglementaire bepalingen die in strijd zijn met de bepalingen van deze afdeling, niet van toepassing. Geen enkel structuuronderdeel kan modulair worden georganiseerd als er een inhoudelijk verwant structuuronderdeel kan worden georganiseerd dat onder de toepassing van artikel 335/1 valt. De Vlaamse Regering beslist over het tijdstip van de beëindiging van het experimenteel modulair onderwijs, dat niet later kan vallen dan de volledige uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs vanaf 1 september 2019. |
| 1 | − | De artikelen 124, 126, 127, 128, 134, 136, 136/1, 148, 149, 151, 152, 153, 154, 156, 157, 157/1 zijn eveneens van toepassing in de scholen met opleidingsvorm 4, behalve voor het onthaalonderwijs, Se-n-Se, de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs, en de vierde graad, die niet kunnen ingericht worden . | |
| 1 | + | Artikel 123/21, 124, 126, 128, 133/1 tot en met 133/7, 134, 134/1, 134/2, 136, 136/3 tot en met 136/6, 148, 149, 150, 151, 152, 153, 154, 156, 157 en 157/2 tot en met 157/9, zijn ook van toepassing voor opleidingsvorm 4 in de scholen met opleidingsvorm 4, behalve voor het onthaalonderwijs dat er niet kan worden georganiseerd. | |
| 2 | 2 | In opleidingsvorm 4 moet een gemeenschappelijk curriculum van het gewoon voltijds secundair onderwijs gevolgd worden en moeten er eveneens, naargelang de noden van de leerlingen, gepaste en redelijke aanpassingen genomen worden, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen. De klassenraad werkt hiervoor op een systematische, planmatige en transparante wijze samen met het centrum voor leerlingenbegeleiding en de ouders. |