Tot regeling van de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van militaire goederen, civiele vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie #846
Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 11 mei 2026 1 checks vragen aandacht
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be
ingediend op 23 juni 2026 (2025-2026)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
tot regeling van de in-, uit-, doorvoer en overbrenging
van militaire goederen, civiele vuurwapens,
essentiële onderdelen en munitie
AMENDEMENT NR. 23
voorgesteld door Nadia Naji en Bogdan Vanden Berghe
Artikel 3
Een derde lid toevoegen, dat luidt als volgt:
“Dit decreet voorziet in de uitvoering van het Wapenhandelsverdrag voor wat betreft de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest.”.
VERANTWOORDING
In de memorie van toelichting wordt bij artikel 3 gesteld dat “het VN-Wapenhandelsverdrag de uitvoer
van wapens regelt, maar hier niet vermeld is, omdat dit verdrag noch omgezet, noch uitgevoerd moet
worden”. Artikel 5, §5, van het VN-Wapenhandelsverdrag stelt nochtans dat elke staat die partij is de
maatregelen behoort te nemen die nodig zijn voor de implementatie van de bepalingen van dat verdrag.
Het is ook zo dat de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet, in de toelichting van artikel
8, wel uitdrukkelijk stelt dat dit artikel uitvoering geeft aan artikel 6 van het VN-Wapenhandelsverdrag,
wat in tegenspraak lijkt te zijn met de stelling dat het verdrag niet uitgevoerd zou moeten worden.
Zo staat in de memorie van toelichting bij het instemmingsdecreet van het Wapenhandeldecreet van
2014: “De Vlaamse overheid heeft zich steeds een voorstander getoond van een sterk Wapenhandelsverdrag, dat zo breed mogelijk universeel gedragen wordt en dat juridisch afdwingbaar is” (Parl.St.
Vl.Parl. 2013-14, nr. 2517/1).
Door in het nieuwe ontwerp geen uitdrukkelijke aandacht te besteden aan het verdrag, mist het huidige
ontwerp een belangrijke opportuniteit om het verdrag te verankeren. Het weglaten van een dergelijke
verwijzing en van het uitdrukkelijk hanteren van het verdrag als referentiekader, signaleert ook weinig
ambitie om het verdrag te promoten.
◼
AMENDEMENT NR. 24
voorgesteld door Nadia Naji en Bogdan Vanden Berghe
Artikel 4
Aan het eerste lid een punt 39° toevoegen, dat luidt als volgt:
“39° Wapenhandelsverdrag: het verdrag van de Verenigde Naties omtrent wapenhandel dat op 2 april 2013 door de Algemene Vergadering van de Verenigde
Naties werd aangenomen en van kracht is sinds 24 december 2014.”.
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording bij amendement nr. 41.
◼
AMENDEMENT NR. 25
voorgesteld door Nadia Naji en Bogdan Vanden Berghe
Artikel 9
In paragraaf 7, tweede lid, 6°, na het woord “samenwerkingen” de woorden
“tussen landen die het Wapenhandelsverdrag geratificeerd hebben” toevoegen.
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording bij amendement nr. 41.
◼
AMENDEMENT NR. 26
voorgesteld door Nadia Naji en Bogdan Vanden Berghe
Artikel 9
In paragraaf 7, tweede lid, 7°, na het woord “samenwerkingen” de woorden
“tussen landen die het Wapenhandelsverdrag geratificeerd hebben” toevoegen.
VERANTWOORDING
Zie de verantwoording bij amendement nr. 41.
◼
AMENDEMENT NR. 27
voorgesteld door Nadia Naji en Bogdan Vanden Berghe
Artikel 13
In het vierde lid de inleidende zin vervangen door de woorden “In de volgende gevallen kan een bepaalde overbrenging van defensiegerelateerde producten vanuit het Vlaamse Gewest vrijgesteld worden van vergunning:”.
VERANTWOORDING
Artikel 17 van het huidige Wapenhandeldecreet van 2012 luidt als volgt: “Art.17. In de volgende gevallen kan een bepaalde overbrenging van defensiegerelateerde producten naar een andere lidstaat
van de EU vrijgesteld worden van vergunning:
1° de aanvrager is een overheidsorgaan of een onderdeel van de strijdkrachten van een andere lidstaat van de EU of de NAVO;
2° de aanvrager is de EU, de NAVO, het IAEA, de VN of een andere intergouvernementele organisatie
waarvan het Vlaamse Gewest of België lid is;
3° de overbrenging is gekoppeld aan humanitaire hulp bij een ramp of maakt deel uit van een schenking in een noodgeval.”
Richtlijn 2009/43/EG stelt inderdaad dat EU-lidstaten in vijf gevallen kunnen beslissen om transacties
binnen de EU vrij te stellen van een voorafgaande goedkeuring, waarvan het huidige Wapenhandeldecreet er dus drie heeft overgenomen. Artikel 50, paragaaf 3, verplicht de Vlaamse Regering om in het
jaarlijks verslag over de wapenhandel te rapporteren over het aantal verleende vrijstellingen. Sinds
2012 is er geen enkele vrijstelling verleend door de Vlaamse Regering.
In tegenstelling tot het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012, zoals opgesomd in de concordantietabel
en de memorie van toelichting, zijn de vrijstellingen geformuleerd op een ‘automatische’ wijze. Het gaat
dus niet langer om een mogelijkheid tot vrijstelling die door de Vlaamse Regering moet worden toegekend. Het voorontwerp van decreet voert met andere woorden een fundamentele aanpassing door aan
deze bepaling en maakt de opgenomen vrijstellingen systematisch. Hierdoor zullen alle transacties vermeld in artikel 13 niet langer een vergunning nodig hebben. Een systematische vrijstelling is volgens
het Vlaams Vredesinstituut (VVI) om diverse redenen problematisch: ze beperkt de controle op het
eindgebruik aanzienlijk; ze kan een inbreuk vormen op internationaalrechtelijke verbintenissen zoals
het VN-Wapenhandelsverdrag, het Wassenaar Arrangement of het EU Gemeenschappelijk Standpunt;
en ze dreigt onzekerheid voor bedrijven te creëren, die zelf verantwoordelijk worden voor risico-inschattingen en interpretaties.
Het VVI adviseert daarom ook - in zijn unaniem aangenomen advies - om artikel 13 zodanig aan te
passen dat de vrijstellingen niet systematisch worden toegekend, maar dat een beslissing van de
Vlaamse Regering nodig is om deze transacties vrij te stellen van vergunningsplicht.
Het dient daarbij ook opgemerkt te worden dat op dit moment op Europees niveau de eerste trilogen
(de onderhandelingen tussen het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie) ter aanpassing
van richtlijn 2009/43/EG zijn afgerond in het kader van de Defence Omnibus en de vereenvoudiging
van de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de EU. Daarnaast dient …