§ flandrepo

Tot regeling van de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van militaire goederen, civiele vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie #846

Gemerged Vlaamse Regering wijzigt geen gevolgde wet · 11 mei 2026 1 checks vragen aandacht
Amendementen
23 juni 2026 · 6 blz.
846/5 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Zie de documentenfiche op vlaamsparlement.be ingediend op 22 juni 2026 (2025-2026) Amendementen op het ontwerp van decreet tot regeling van de in-, uit-, doorvoer en overbrenging van militaire goederen, civiele vuurwapens, essentiële onderdelen en munitie AMENDEMENT NR. 12 voorgesteld door Ilona Vandenberghe en Jos D’Haese Artikel 3 Aan dit artikel een derde lid toevoegen dat luidt als volgt: "Dit decreet strekt mede tot uitvoering van het VN-Wapenhandelsverdrag, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 2 april 2013 en waarmee het Vlaamse Gewest instemde bij decreet van 25 april 2014.". VERANTWOORDING Het VN-Wapenhandelsverdrag legt aan de verdragsstaten uitdrukkelijke verplichtingen op voor de controle op de doorvoer en verbiedt transfers die worden gebruikt bij genocide, misdaden tegen de menselijkheid of oorlogsmisdaden. Het ontwerp van decreet vermeldt dat verdrag niet in artikel 3, hoewel het de Vlaamse wapenhandel rechtstreeks bindt. Het VN-Wapenhandelsverdrag vermelden in artikel 3 is een minimumvereiste om de conformiteit van het ontwerp van decreet met het internationaal recht zichtbaar te maken en te verankeren. Dit amendement sluit aan bij de aanbevelingen van de International Peace Information Service (IPIS) en Amnesty International. ◼ AMENDEMENT NR. 13 voorgesteld door Ilona Vandenberghe en Jos D’Haese Artikel 13 In het vierde lid, op de tweede regel, de woorden “is geen vergunning nodig” vervangen door de zinsnede “kan de Vlaamse Regering, bij een met redenen omkleed besluit, vrijstelling van vergunning verlenen”. VERANTWOORDING Onder het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 waren vrijstellingen beperkt en vereiste elke vrijstelling een expliciete overheidsbeslissing. Het nieuwe decreet maakt vrijstellingen automatisch: als een transactie aan bepaalde voorwaarden voldoet, geldt de vrijstelling zonder dat de Vlaamse Regering een toetsingsbeslissing neemt. Dit holt de democratische controle uit. Het Vlaams Vredesinstituut (VVI) stelt in zijn advies dat de vrijstellingen niet systematisch mogen werken. Punt 6° voegt een nieuwe vrijstelling toe voor overbrengingen in het kader van intergouvernementele samenwerkingsprogramma’s waarbij ook NAVO- en Wassenaarlanden betrokken zijn. Die vrijstelling gaat veel verder dan wat andere EU-lidstaten toelaten en was niet aanwezig in het Wapenhandeldecreet van 2012. Dit amendement herstelt het moment van overheidsbeoordeling dat het nieuwe decreet schrapt en schrapt de niet-EU-conforme vrijstelling. ◼ AMENDEMENT NR. 14 voorgesteld door Ilona Vandenberghe en Jos D’Haese Artikel 13 In het vierde lid, 6°, punt b), c) en d) schrappen. VERANTWOORDING Zie de verantwoording bij amendement nr. 13. ◼ AMENDEMENT NR. 15 voorgesteld door Ilona Vandenberghe en Jos D’Haese Artikel 14 In paragraaf 1 punt 3° vervangen door wat volgt: “3° de overbrenging of uitvoer is noodzakelijk voor de uitvoering van een intergouvernementeel samenwerkingsprogramma voor de ontwikkeling, de productie en het gebruik van een of meer defensiegerelateerde producten of het ordehandhavingsmateriaal als vermeld in artikel 5 uitsluitend tussen lidstaten van de EER of Zwitserland;". VERANTWOORDING Geen enkele andere EU-lidstaat staat algemene vergunningen toe voor extra-EU-uitvoer in het kader van samenwerkingsprogramma’s waarbij het eigen land niet betrokken is. Het VVI en IPIS stellen dat punt 4° in strijd is met richtlijn 2009/43/EG. Het argument van een ‘gelijk speelveld’ is feitelijk onjuist: Vlaanderen gaat op dat punt veel verder dan andere EU-lidstaten en het EU-kader. Het VVI vraagt daarom dat het toepassingsgebied van de algemene vergunningen beperkt wordt tot intra-EU- overbrengingen. Als absoluut minimum wordt het toepassingsgebied van de algemene vergunning voor samenwerkingsprogramma’s beperkt tot wat bepaald was in het Wapenhandeldecreet van 15 juni 2012 (artikel 14, §2, 5°): samenwerkingsprogramma’s uitsluitend tussen EER-lidstaten (Europese Economische Ruimte) of Zwitserland. ◼ AMENDEMENT NR. 16 voorgesteld door Ilona Vandenberghe en Jos D’Haese Artikel 14 In paragraaf 1 punt 4° schrappen. VERANTWOORDING Zie de verantwoording bij amendement nr. 15. ◼ AMENDEMENT NR. 17 voorgesteld door Ilona Vandenberghe en Jos D’Haese Artikel 17 In paragraaf 1, derde lid, punt 1° vervangen door wat volgt: “1° het eindgebruik van de goederen vindt plaats in een lidstaat van de EER of Zwitserland;”. VERANTWOORDING Het rapport van IPIS (Hans Lammerant, 2024) toont aan dat bijna 250 ton munitie via de haven van Antwerpen werd doorgevoerd naar Israël zonder dat er één enkele doorvoervergunning was aangevraagd. De Brusselse kortgedingrechter veroordeelde de Vlaamse Regering in juli 2025 wegens gebrekkige doorvoercontrole. Het bestemmingslandcriterium in het nieuwe decreet schiet tekort: militaire goederen kunnen worden doorgevoerd naar NAVO-landen die ze vervolgens overdragen aan derde partijen. Het criterium zoals aanwezig in het Wapenhandeldecreet van 2012, ‘eindgebruik in de EER’, biedt betere garanties op het vlak van controle op het eindgebruik. De systematische kennisgevingsplicht is conform artikel 9 van het VN-Wapenhandelsverdrag en de aanbevelingen van Antigone, 11.11.11, Vredesactie en Pax Christi. Die kennisgeving zorgt voor informatiestromen die er nu niet zijn en maakt handhaving door de overheid gemakkelijker. ◼ AMENDEMENT NR. 18 voorgesteld door Ilona Vandenberghe en Jos D’Haese Artikel 17/1 (nieuw) Na artikel 17 een artikel 17/1 invoegen, dat luidt als volgt: “Art. 17/1. Voor elke geplande doorvoer van militaire goederen via het Vlaamse Gewest, met of zonder overlading, geldt een voorafgaande kennisgevingsplicht bij de bevoegde dienst. De Vlaamse Regering stelt de nadere regels voor deze kennisgeving vast. Op basis van de kennisgeving beslist de bevoegde dienst of een vergunning vereist is.”. VERANTWOORDING Zie de verantwoording bij amendement nr. 17. ◼ AMENDEMENT NR. 19 voorgesteld door Ilona Vandenberghe en Jos D’Haese Artikel 20 Het derde lid …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd