Tot wijziging van het decreet van 26 april 2019 houdende de justitiehuizen en de juridische eerstelijnsbijstand, wat betreft de optimalisering van de werkprocessen van het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht en de justitiehuizen #155
Gemerged Vlaamse Regering voegde 8 artikels samen in decreet-2019-04-26-1031790 · 26 november 2024 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks; de aanvaarde amendementen zitten in de volgende tekst van het voorstel. Hieronder de tekst uit de PDF.
Documenten in het dossier:
: Ontwerp van decreet
– Nr. 2: Amendement
5 februari 2025 (2024-2025)
Amendementen
op het ontwerp van decreet
tot wijziging van het decreet van 26 april 2019
houdende de justitiehuizen
en de juridische eerstelijnsbijstand,
wat betreft de optimalisering van de werkprocessen
van het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht
en de justitiehuizen
ingediend op
— 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be
AMENDEMENT Nr. 2
voorgesteld door Adeline Blancquaert, Bart Van Opstal, Tom Lamont,
Anke Van dermeersch en Chris Janssens
Artikel 10
In de voorgestelde tekst, in het eerste lid, op de eerste regel, tussen het
woord “toezichtsmateriaal” en het woord “beschadigt” het woord “opzettelijk”
invoegen.
VERANTWOORDING
Het moedwillig beschadigen of verduisteren van het elektronische toezichtsmateriaal dat het Vlaams
Centrum Elektronisch Toezicht (VCET) inzet bij de uitvoering van de opdracht, mag onder geen beding
getolereerd worden.
Omdat artikel 491 van het Strafwetboek geen sluitende strafbaarstelling vormt om dergelijke opzettelijke beschadigingen of verduisteringen aan banden te leggen, wordt de uitvaardiging van een specifieke
strafbaarstelling noodzakelijk. Op die manier kunnen het Openbaar Ministerie en de correctionele hoven
en rechtbanken respectievelijk tot een correcte en snelle strafvervolging en veroordeling komen van
justitiabelen onder elektronisch toezicht die doelbewust elektronisch toezichtsmateriaal beschadigen of
verduisteren om zich op die manier te onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een beslissing van de
gerechtelijke of penitentiaire overheid.
In die optiek werd, gebruikmakend van de impliciete bevoegdheden toegekend door artikel 11, eerste
lid, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, in artikel 10 van het
ontwerp van decreet in een nieuwe strafbaarstelling voorzien. Daaraan wordt gelijktijdig de mogelijke
toepassing van een aantal procedures uit het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving gekoppeld.
Omdat uit de memorie van toelichting bij het ontwerp van decreet duidelijk blijkt dat die strafbepaling
louter de strafbaarstelling van opzettelijke beschadigingen of verduisteringen beoogt, lijkt het gepast
om dat in de vigerende decretale bepaling in die zin te specifiëren.
¢
AMENDEMENT Nr. 3
voorgesteld door Adeline Blancquaert, Bart Van Opstal, Tom Lamont,
Anke Van dermeersch en Chris Janssens
Artikel 10
In de voorgestelde tekst, tussen het eerste en het tweede lid, een nieuw
lid invoegen, dat luidt als volgt:
“De persoon die elektronisch toezichtsmateriaal onopzettelijk beschadigt of
verduistert, begaat een misdrijf dat wordt bestraft met een geldboete van 100
euro tot 2000 euro.”.
VERANTWOORDING
Over dit ontwerp van decreet werd in de Commissie voor Algemeen Beleid, Financiën, Begroting, Justitie en Onroerend Erfgoed op 4 februari 2025 een hoorzitting georganiseerd.
Tijdens die hoorzitting stelde de administrateur-generaal van het Agentschap Justitie en Handhaving
expliciet dat het voor de medewerkers van het VCET niet altijd eenvoudig is om aan te tonen of elektronisch toezichtsmateriaal al dan niet opzettelijk werd beschadigd of verduisterd door de justitiabele
onder elektronisch toezicht.
Van een justitiabele onder elektronisch toezicht moet echter altijd verwacht worden dat die persoon het
door het VCET ter beschikking gestelde elektronische toezichtsmateriaal als een voorzichtig en redelijk
persoon behandelt, en ook dat die persoon voor dat materiaal de uiterste zorg aan de dag zal leggen
om te vermijden dat het beschadigd raakt of plotseling spoorloos verdwijnt.
Het lijkt dan ook gepast om ook onopzettelijke beschadiging of verduistering van elektronisch toezichtsmateriaal strafbaar te stellen, met dien verstande dat daarbij een lichtere strafmaat wordt gehanteerd in vergelijking met opzettelijke beschadiging of verduistering van dergelijk materiaal, alsook dat
normale gebruiksschade te wijten aan ouderdom en slijtage niet onder het toepassingsgebied van die
strafbaarstelling valt.
¢