Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat het invoeren van een databank voor premies en subsidies betreft #838
Gemerged 




N-VA, cd&v, Open Vld wijzigt geen gevolgde wet · 8 juni 2021 Alle checks geslaagd
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
ingediend op838 (2020-2021) – Nr. 4
28 juni 2021 (2020-2021)
verzendcode: LEE
Advies
van de Raad van State
over het voorstel van decreet
van Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz,
Inez De Coninck, Tinne Rombouts en Wilfried Vandaele
tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009,
wat het invoeren van een databank
voor premies en subsidies betreft
Vlaams
Parlement
Vlaams Parlement838 (2020-2021) – Nr. 4 3
RAAD VAN STATE
afdeling Wetgeving
advies 69.690/3
van 28 juni 2021
over
een voorstel van decreet ‘tot wijziging van het Energiedecreet
van 8 mei 2009, wat het invoeren van een databank voor premies
en subsidies betreft’ (Parl.St. Vl. Parl. 2020-21, nr. 838/001)
‡ LW-CIGVMAAFG-GJGJARZ‡
2/6 advies Raad van State 69.690/3
Op 21 juni 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Voorzitter van
het Vlaams Parlement verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken
over een voorstel van decreet ‘tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat het
invoeren van een databank voor premies en subsidies betreft’ (Parl.St. Vl. Parl. 2020-21,
nr. 838/001).
Het voorstel is door de derde kamer onderzocht op 24 en 25 juni 2021. De kamer
was samengesteld uit Wilfried VAN VAERENBERGH, kamervoorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE
en Koen MUYLLE, staatsraden, en Astrid TRUYENS, griffier.
De verslagen zijn uitgebracht door Githa SCHEPPERS, eerste auditeur.
Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 28 juni 2021.
*
‡ LW-CIGVMAAFG-GJGJARZ‡
Vlaams Parlement69.690/3 advies Raad van State 3/6
1. Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State,
gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag de redenen worden opgegeven
tot staving van het spoedeisende karakter ervan.
In het onderhavige geval wordt het verzoek om spoedbehandeling onder meer
gemotiveerd als volgt:
“- dat het Energiebesluit van 19 november 2010 (…) bij verschillende
premiesystemen expliciete termijnen oplegt waarbinnen de burger de aanvraag ‘op straffe
van onontvankelijkheid’ (bijvoorbeeld artikel 6.4.1/6 m.b.t. de REG-premies het
Energiebesluit van 19 november 2010, artikel 7.12.1, §4 van het Energiebesluit van
19 november 2010 met betrekking tot de sloop-en-heropbouwpremie, enzovoort) enkel
via een webapplicatie moet indienen (of waarbij de facto een webapplicatie wordt
gebruikt); Tevens bevat het voormelde besluit termijnen waarbinnen premieaanvragen
moeten worden behandeld; dat voor de meeste van die premies er enkel een beperkte
rechtsgrond in titel VIII van het Energiedecreet is opgenomen, of wat de REG-premies
van de netbeheerders betreft een rechtsgrond voor het opleggen van
openbaredienstverplichtingen in artikel 7.5.1 van het Energiedecreet, zodat aan de
‘nuance’ uit punt 2.2 van advies nr. 69.590/3 niet zomaar is voldaan; Dat de stelling van
de Raad dan ook inhoudt dat er zodoende eigenlijk heden geen decretale rechtsgrond is
voor de verwerking van dergelijke gegevens bij die bestaande premieaanvragen aangezien
het louter indienen door de burger van een premieaanvraag via een webapplicatie volgens
de VTC en de GBA al een verwerking op zich uitmaakt. Dat dit betekent dat
onverminderd de termijnen die in de premieregelgeving op straffe van onontvankelijkheid
zijn vastgesteld, een dergelijke verwerking dan eigenlijk niet zou mogen plaatsvinden en
de burger zonder die decretale rechtsgrond de mogelijkheid niet zou mogen krijgen om
die premies concreet aan te vragen, wat dan weer aanleiding zou geven tot het verval van
een recht op die premies wegens niet tijdig aangevraagd; dat hierdoor de rechtszekerheid
en investeringszekerheid van de burger, alsook het gerechtvaardigd vertrouwen, in het
gedrang komt;”
Op grond hiervan kan de spoedeisendheid worden aanvaard.
*
2. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State,
heeft de afdeling Wetgeving zich moeten beperken tot het onderzoek van de bevoegdheid van de
steller van de handeling, van de rechtsgrond1, alsmede van de vraag of aan de te vervullen
vormvereisten is voldaan.
*
1 Aangezien het om een voorstel van decreet gaat, wordt onder “rechtsgrond” de overeenstemming met de hogere
rechtsnormen verstaan.
‡ LW-CIGVMAAFG-GJGJARZ‡
4/6 advies Raad van State 69.690/3
STREKKING VAN HET VOORSTEL
3. Het voor advies voorgelegde voorstel van decreet van het Vlaamse Gewest strekt
ertoe een hoofdstuk V (‘Databank voor premies en subsidies’) toe te voegen aan titel XII van het
Energiedecreet van 8 mei 2009 (artikelen 3 en 4 van het voorstel). In dat hoofdstuk wordt het
Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (hierna: het VEKA) belast met het bijhouden van een
databank voor premies en subsidies waarin “gegevens [worden] bewaard en verwerkt die
noodzakelijk zijn voor de voorbereiding, ondersteuning, monitoring en evaluatie van het Vlaamse
energie en klimaatbeleid, voor de aanvraag, toekenning of weigering, uitbetaling en
terugvordering van de door of krachtens dit decreet ingevoerde premies en subsidies, voor de
correcte toepassing van de voorschriften die op die premies en subsidies van toepassing zijn, voor
het voorkomen, detecteren en vaststellen van energiefraude, en om te voldoen aan de
rapporteringsverplichtingen die op de diensten van de Vlaamse overheid rusten”. Die gegevens
omvatten persoons- en identificatiegegevens van natuurlijke personen en rechtspersonen die een
dergelijke premie of subsidie aanvragen of hebben aangevraagd, en gegevens over de
investeringen waarvoor een premie of subsidie werd aangevraagd en verkregen (voorgesteld
artikel 12.5.1, § 1, eerste lid, van het Energiedecreet van 8 mei 2009).
De doelstellingen van de databank worden opgesomd (voorgesteld artikel 12.5.1,
§ 1, tweede lid, van het Energiedecreet) en er wordt bepaald wie toegang heeft tot de gegevens in
de databank, en wie verantwoordelijk is voor de verwerking van de gegevens (voorgesteld
artikel 12.5.1, § 2, van het Energiedecreet van 8 mei 2009).
Voorts wordt in de …