§ flandrepo

Tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat het invoeren van een databank voor premies en subsidies betreft #838

Gemerged Andries GryffroyRobrecht BothuyneWillem-Frederik SchiltzInez De ConinckTinne RomboutsWilfried Vandaele N-VA, cd&v, Open Vld wijzigt geen gevolgde wet · 8 juni 2021 Alle checks geslaagd
Advies
DV de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens 25 juni 2021 · 11 blz.
838/3 Officiële PDF
Dit stuk wijzigt geen artikels rechtstreeks. Hieronder de tekst uit de PDF.
verzendcode: LEE Documenten in het dossier: : Voorstel van decreet – Nr. 2: Advies van de Raad van State 25 juni 2021 (2020-2021) Advies van de Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens over het voorstel van decreet van Andries Gryffroy, Robrecht Bothuyne, Willem-Frederik Schiltz, Inez De Coninck, Tinne Rombouts en Wilfried Vandaele tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat het invoeren van een databank voor premies en subsidies betreft ingediend op — 1011 Brussel — 02 552 11 11 — www.vlaamsparlement.be Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens, autonome dienst met rechtspersoonlijkheid tekst voorstel van decreet van van het Vlaams Parlement titel tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat het invoeren van een databank voor premies en subsidies betreft roepnaam (decreet databank energiepremies en- subsidies) datum zoals ontvangen door de VTC op 11 juni 2021 De Vlaamse Toezichtcommissie (hierna "de VTC"); Gelet op het decreet van 18 juli 2008 betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer (hierna: “het egovdecreet”), inzonderheid artikel 10/4, §1; Gelet op de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad Van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (hierna AVG), inzonderheid artikel 36, 4, artikel 57, 1, c) en artikel 58, 3; Gelet op de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens (hierna “WVG”); Gelet op het verzoek om advies bij hoogdringendheid van mevrouw Liesbeth Homans, voorzitter van het Vlaams Parlement, ontvangen door de VTC op 11 juni 2021; Brengt het volgend advies uit: I. VOORWERP VAN DE ADVIESAANVRAAG 1. De voorzitter van het Vlaams Parlement (hierna “de aanvrager”) verzocht bij brief van 11 juni 2021 om het advies van de Vlaamse Toezichtcommissie (hierna “VTC”) over een voorstel van decreet van het Vlaams Parlement tot wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009, wat het invoeren van een databank voor premies en subsidies betreft (hierna “het Ontwerp”). 2. Het verzoek om spoedbehandeling werd gemotiveerd door de dringende nood aan een decretaal kader voor de verwerking van persoonsgegevens: Vlaamse Toezichtcommissie voor de verwerking van persoonsgegevens Advies wetgeving VTC nr. 2021/48 van juni 2021 (zie datum ondertekening) over VTC/A/W/2021/48/AT “de Raad van State recent haar adviespraktijk op het vlak van gegevensbescherming heeft aangepast en verscherpt. De Raad stelt sinds haar advies 68.936/AV van 7 april 2021 omtrent de Pandemiewet als vaste adviespraktijk dat de “essentiële elementen” van de verwerking van persoonsgegevens altijd in het decreet zelf moeten worden vastgelegd en niet zomaar kunnen worden gedelegeerd aan de uitvoerende macht. In dat verband is de Algemene Vergadering van de afdeling Wetgeving van de Raad van State van oordeel dat ongeacht de aard van de betrokken aangelegenheid, de volgende elementen in beginsel “essentiële elementen” uitmaken: 1° de categorie van verwerkte gegevens; 2° de categorie van betrokken personen; 3° de met de verwerking nagestreefde doelstelling; 4° de categorie van personen die toegang hebben tot de verwerkte gegevens; en 5° de maximumtermijn voor het bewaren van de gegevens; de afdeling Wetgeving van de Raad dit via advies nr. 69.236/3 van 1 juni 2021 nu ook voor het eerst stelt met betrekking tot een ontwerpbesluit uit het beleidsveld energie die een nieuwe premie zou invoeren; deze verregaande interpretatie van de Raad van State zodoende zelfs veel strikter is dan de voorwaarden die voortvloeien uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming – het Europees Unierecht vereist dat dit in regelgeving wordt opgenomen maar de specifieke aard van de regelgevende norm (wet, decreet, besluit van de Vlaamse Regering, ministerieel besluit) is daarbij niet van belang. Die interpretatie hypothekeert de huidige goede werking van verschillende Vlaamse overheidsdiensten aangezien de elementen momenteel met betrekking tot premies niet in die details op het niveau van decreet is voorzien; het in het kader van rechtszekerheid met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens bij premiesystemen dan ook van belang is dat wat al de premies uit het beleidsveld energie betreffen een decretaal kader wordt gecreëerd dat voldoet aan de nieuwe adviespraktijk van de Raad, zodat rechtmatig gewekte verwachtingen van rechtsonderhorigen met betrekking tot zowel reeds bestaande subsidiesystemen (bijvoorbeeld de verschillende subsidiesystemen vermeld in titel VII van het Energiebesluit van 19 november 2010) als aangekondigde premies/subsidies waarvoor de regelgevende procedure nog loopt (bijvoorbeeld de retroactieve investeringspremie voor PV) niet in gedrang komen.” 3. Wegens het inroepen van hoogdringendheid wordt de adviesvraag behandeld in een schriftelijke procedure. 4. Aangezien de adviesbevoegdheid van de VTC op grond van artikel 10/4, § 1 van het e-govdecreet betrekking heeft op de verwerkingen van persoonsgegevens, is haar adviesverlening hiertoe beperkt. Context 5. De adviesvragers verwijst naar de “nieuwe”1 adviespraktijk van de Raad van State, zoals hiervoor vermeld bij de motivering van de hoogdringendheid. Ze zijn van oordeel dat het in het kader van de rechtszekerheid en de goede werking van bestaande en toekomstige premie- en subsidiesystemen met betrekking tot energie nodig is dat op korte termijn een decretale oplossing wordt geboden. 6. De adviesvragers stellen dat het door de verscheidenheid aan premie- en subsidieregelgevingen in het beleidsveld Energie onmogelijk is om voor elke individuele maatregel een aparte decretale regeling op te nemen. Daarom 1 In haar advies nr. 69.590 van 17 juni 2021 weerlegt de Raad van State de vermelde ingeroepen hoogdringendheid (termijn 5 …
Bron: Vlaams Parlement en Vlaamse Codex (Modellicentie Gratis Hergebruik) Authentieke tekst: Belgisch Staatsblad Samenvattingen en berekende teksten zijn gegenereerd