Over diverse maatregelen voor het onderwijs #1298
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 7 jul 2022. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
| 2 | Onder dringende redenen wordt verstaan de ernstige tekortkoming die het voortduren van de waarnemende aanstelling onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Ontslag om dringende redenen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel kan niet meer worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste drie werkdagen bekend is aan de raad van bestuur. | 2 | Onder dringende redenen wordt verstaan de ernstige tekortkoming die het voortduren van de waarnemende aanstelling onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt. Ontslag om dringende redenen overeenkomstig de bepalingen van dit artikel kan niet meer worden gegeven, wanneer het feit ter rechtvaardiging ervan sedert ten minste drie werkdagen bekend is aan de raad van bestuur. |
| 3 | Alleen de dringende redenen waarvan kennis is gegeven bij een ter post aangetekende brief, verzonden binnen drie werkdagen na het ontslag, kunnen worden aangewend ter rechtvaardiging van het ontslag. Het ontslag om dringende redenen wordt gegeven door de raad van bestuur of door de afgevaardigd bestuurder voor het personeelslid aangesteld in het vormingscentrum of de pedagogische begeleidingsdienst. | 3 | Alleen de dringende redenen waarvan kennis is gegeven bij een ter post aangetekende brief, verzonden binnen drie werkdagen na het ontslag, kunnen worden aangewend ter rechtvaardiging van het ontslag. Het ontslag om dringende redenen wordt gegeven door de raad van bestuur of door de afgevaardigd bestuurder voor het personeelslid aangesteld in het vormingscentrum of de pedagogische begeleidingsdienst. |
| 4 | Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen na de ontvangst van het ontslag om dringende redenenmet een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 71. Als het personeelslid het ontslag ontvangt tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt de voormelde periode van vijf kalenderdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode. De raad van bestuur - en voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - moet vanaf het moment waarop het ontslag gegeven wordt, het personeelslid met onmiddellijke ingang preventief schorsen bij hoogdringendheid conform artikel 59. Die preventieve schorsing beslaat de periode vanaf het ogenblik dat de beslissing tot preventieve schorsing bij hoogdringendheid aan het betrokken personeelslid is meegedeeld, tot het ogenblik dat de beroepsprocedure is beëindigd, waarbij die periode nooit langer kan zijn dan de oorspronkelijke waarnemende aanstelling waarop het ontslag betrekking heeft. Als het personeelslid geen beroep aantekent, beslaat de preventieve schorsing de periode vanaf het ogenblik dat de beslissing tot preventieve schorsing bij hoogdringendheid aan het betrokken personeelslid is meegedeeld, tot het ogenblik dat de termijn om beroep aan te tekenen verstreken is. | 4 | Het personeelslid kan binnen vijf kalenderdagen vanaf de dag nadat de post de schriftelijke mededeling van de motieven van het ontslag om dringende redenen, vermeld in het derde lid, voor het eerst heeft aangeboden, met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de bevoegde kamer van beroep, vermeld in artikel 71. Als het personeelslid de mededeling met de motieven van het ontslag ontvangt tijdens een periode van ten minste zeven opeenvolgende vakantiedagen, wordt de voormelde periode van vijf kalenderdagen verlengd met de duur van de vakantieperiode. De raad van bestuur - en voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum de afgevaardigd bestuurder - moet vanaf het moment waarop het ontslag gegeven wordt, het personeelslid met onmiddellijke ingang preventief schorsen bij hoogdringendheid conform artikel 59. Die preventieve schorsing beslaat de periode vanaf het ogenblik dat de beslissing tot preventieve schorsing bij hoogdringendheid aan het betrokken personeelslid is meegedeeld, tot het ogenblik dat de beroepsprocedure is beëindigd, waarbij die periode nooit langer kan zijn dan de oorspronkelijke waarnemende aanstelling waarop het ontslag betrekking heeft. Als het personeelslid geen beroep aantekent, beslaat de preventieve schorsing de periode vanaf het ogenblik dat de beslissing tot preventieve schorsing bij hoogdringendheid aan het betrokken personeelslid is meegedeeld, tot het ogenblik dat de termijn om beroep aan te tekenen verstreken is. Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. |
| 5 | Het ontslag om dringende redenen is definitief ofwel na het verstrijken van de beroepstermijn, ofwel nadat de kamer van beroep een definitieve beslissing heeft genomen. | 5 | Het ontslag om dringende redenen is definitief ofwel na het verstrijken van de beroepstermijn, ofwel nadat de kamer van beroep een definitieve beslissing heeft genomen. |
| 6 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen van de beroepsprocedure en waarborgt de rechten van verdediging van de betrokken personeelsleden. De kamer van beroep doet in laatste aanleg uitspraak over het beroep. | 6 | De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regelen van de beroepsprocedure en waarborgt de rechten van verdediging van de betrokken personeelsleden. De kamer van beroep doet in laatste aanleg uitspraak over het beroep. |
| 1 | § 1. Met uitzondering van de preventieve schorsing in toepassing van artikel 24, artikel 52bis, artikel 53bis, § 5, en artikel 73undecies, § 4, kan het personeelslid tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris in beroep gaan bij de kamer van beroep, vermeld in artikel 71. Op straffe van verval dient het beroep ingesteld te worden binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing . | 1 | § 1. Met uitzondering van de preventieve schorsing in toepassing van artikel 24, artikel 52bis, artikel 53bis, § 5, en artikel 73undecies, § 4, kan het personeelslid tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris in beroep gaan bij de kamer van beroep, vermeld in artikel 71. Op straffe van verval moet het beroep worden ingesteld binnen een termijn van twintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de dag na de eerste aanbieding door de post van de schriftelijke mededeling van de preventieve schorsing die door de raad van bestuur, of de afgevaardigd bestuurder voor de leden van de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum, aangetekend wordt verstuurd. De voormelde termijn van twintig kalenderdagen kan worden opgeschort tijdens een vakantieperiode. Als de laatste dag van de voormelde termijn een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag. |
| 2 | Het beroep wordt ingesteld bij beroepsschrift en moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht. Daartoe ontvangt het betrokken personeelslid met dezelfde zending als die waarmee hem de preventieve schorsing wordt meegedeeld, een kopie van zijn dossier. | 2 | Het beroep wordt ingesteld bij beroepsschrift en moet alle middelen bevatten die tegen de preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris kunnen worden ingebracht. Daartoe ontvangt het betrokken personeelslid met dezelfde zending als die waarmee hem de preventieve schorsing wordt meegedeeld, een kopie van zijn dossier. |
| 3 | Het personeelslid dat over nieuwe elementen beschikt, kan tegen zijn preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris een beroep instellen, van zodra minstens drie maanden verstreken zijn sinds de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing. | 3 | Het personeelslid dat over nieuwe elementen beschikt, kan tegen zijn preventieve schorsing of, als dat van toepassing is, tegen de afhouding van salaris een beroep instellen, van zodra minstens drie maanden verstreken zijn sinds de dag na het versturen van de ter post aangetekende brief met de kennisgeving van de preventieve schorsing. |
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (geen huidige tekst). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.