Tot wijziging van verschillende decreten die behoren tot de beleidsvelden Justitie en Handhaving, Bestuursrechtspraak, en Binnenlands Bestuur en Stedenbeleid, wat betreft de harmonisatie met het nieuwe Strafwetboek #911
Gemerged Vlaamse Regering voegde 35 artikels samen in decreet-2004-01-16decreet-2014-04-04decreet-2017-12-22-1029017 · 23 juni 2026 Alle checks geslaagd
72 artikels gewijzigd
De instructies van dit stuk toegepast op de wet zoals die gold op 23 jun 2026. De officiële tekst blijft het document van het Parlement.
| 1 | Als de eerste voorzitter of een effectieve bestuursrechter wordt vervolgd wegens een misdaad of wanbedrijf of tuchtrechtelijk wordt vervolgd, kan hij in het belang van de dienst bij wijze van ordemaatregel uit zijn ambt worden geschorst voor de duur van de vervolging en tot de eindbeslissing is genomen. | 1 | Als de eerste voorzitter of een effectieve bestuursrechter wordt vervolgd wegens een misdrijf of tuchtrechtelijk wordt vervolgd, kan hij in het belang van de dienst bij wijze van ordemaatregel uit zijn ambt worden geschorst voor de duur van de vervolging en tot de eindbeslissing is genomen. |
| 2 | De eerste voorzitter spreekt de schorsing van de effectieve bestuursrechter uit. Het tuchtcollege, dat bestaat uit de drie oudste effectieve bestuursrechters, spreekt de schorsing uit ten aanzien van de eerste voorzitter. | 2 | De eerste voorzitter spreekt de schorsing van de effectieve bestuursrechter uit. Het tuchtcollege, dat bestaat uit de drie oudste effectieve bestuursrechters, spreekt de schorsing uit ten aanzien van de eerste voorzitter. |
| 3 | De effectieve bestuursrechter en de eerste voorzitter kunnen op straffe van verval binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na de kennisgeving van de ordemaatregel daartegen gemotiveerd beroep instellen bij de beroepscommissie. | 3 | De effectieve bestuursrechter en de eerste voorzitter kunnen op straffe van verval binnen een termijn van vijftien kalenderdagen na de kennisgeving van de ordemaatregel daartegen gemotiveerd beroep instellen bij de beroepscommissie. |
| 4 | a) de gecoördineerde en geïntegreerde omkadering van en zorg voor verdachte, beschuldigde, beklaagde, inverdenkinggestelde, veroordeelde of geïnterneerde personen, die het voorwerp uitmaken van een opdracht als vermeld in punt 1°, in voorbereiding van, tijdens of aansluitend op die opdracht; | 4 | a) de gecoördineerde en geïntegreerde omkadering van en zorg voor verdachte, beschuldigde, beklaagde, inverdenkinggestelde, veroordeelde of geïnterneerde personen, die het voorwerp uitmaken van een opdracht als vermeld in punt 1°, in voorbereiding van, tijdens of aansluitend op die opdracht; |
| 5 | b) de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van personen; | 5 | b) de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van personen; |
| 6 | c) de voorkoming van de misdrijven, vermeld in artikel 458ter van het Strafwetboek; | 6 | c) de voorkoming van de misdrijven, vermeld in artikel 353, §2, van het Strafwetboek; |
| 7 | 3° ondersteunende taken opnemen in het kader van de opdrachten, vermeld in punt 1° en 2°, meer bepaald: | 7 | 3° ondersteunende taken opnemen in het kader van de opdrachten, vermeld in punt 1° en 2°, meer bepaald: |
| 8 | a) ondersteunen van een coherent Vlaams beleid met betrekking tot een gemeenschapsgerichte justitie; | 8 | a) ondersteunen van een coherent Vlaams beleid met betrekking tot een gemeenschapsgerichte justitie; |
| 14 | 5° de formele moeilijkheden die bij de begeleiding, omkadering of behandeling zijn gerezen; | 14 | 5° de formele moeilijkheden die bij de begeleiding, omkadering of behandeling zijn gerezen; |
| 15 | 6° zo mogelijk, bij weigering of stopzetting van een begeleiding, omkadering of behandeling, een richtinggevend alternatief. | 15 | 6° zo mogelijk, bij weigering of stopzetting van een begeleiding, omkadering of behandeling, een richtinggevend alternatief. |
| 16 | §3. Psychologen die werkzaam zijn binnen de justitiehuizen kunnen, met het oog op het uitvoeren van een opdracht die tot doel heeft een opdrachtgever te informeren over een passende straf, maatregel, uitvoeringsmodaliteit of voorwaarde die aan een justitiabele kan worden opgelegd, of over de opvolging van een dergelijke straf, maatregel, uitvoeringsmodaliteit of voorwaarde, de noodzakelijke informatie omtrent een indicatiestelling van een justitiabele als vermeld in artikel 2, 9°, a), delen met het personeelslid van het justitiehuis dat instaat voor de uitvoering van de opdracht, zonder dat de psychologen wegens eventuele miskenning van het beroepsgeheim strafbaar kunnen worden gesteld op basis van artikel 458 van het Strafwetboek. | 16 | §3. Psychologen die werkzaam zijn binnen de justitiehuizen kunnen, met het oog op het uitvoeren van een opdracht die tot doel heeft een opdrachtgever te informeren over een passende straf, maatregel, uitvoeringsmodaliteit of voorwaarde die aan een justitiabele kan worden opgelegd, of over de opvolging van een dergelijke straf, maatregel, uitvoeringsmodaliteit of voorwaarde, de noodzakelijke informatie omtrent een indicatiestelling van een justitiabele als vermeld in artikel 2, 9°, a), delen met het personeelslid van het justitiehuis dat instaat voor de uitvoering van de opdracht, zonder dat de psychologen wegens eventuele miskenning van het beroepsgeheim strafbaar kunnen worden gesteld op basis van artikel 352 van het Strafwetboek. |
| 17 | In deze paragraaf wordt verstaan onder psycholoog: elke persoon die de titel van psycholoog draagt in de zin van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog. | 17 | In deze paragraaf wordt verstaan onder psycholoog: elke persoon die de titel van psycholoog draagt in de zin van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog. |
| 12 | 8° in geval van interventies ten aanzien van een justitiabele die nog niet schuldig is bevonden, respecteren ze het vermoeden van onschuld; | 12 | 8° in geval van interventies ten aanzien van een justitiabele die nog niet schuldig is bevonden, respecteren ze het vermoeden van onschuld; |
| 13 | 9° voor een opdracht met een doel als vermeld in artikel 9, § 1, 4°, nemen ze het belang van de minderjarige als centraal uitgangspunt, betrekken ze de minderjarige op een passende wijze rekening houdende met zijn leeftijd en maturiteit en houden ze rekening met de belevings- en leefwereld van de minderjarige in zijn beide thuissituaties zodat de opdrachtgever een weloverwogen beslissing kan nemen op maat van de minderjarige; | 13 | 9° voor een opdracht met een doel als vermeld in artikel 9, § 1, 4°, nemen ze het belang van de minderjarige als centraal uitgangspunt, betrekken ze de minderjarige op een passende wijze rekening houdende met zijn leeftijd en maturiteit en houden ze rekening met de belevings- en leefwereld van de minderjarige in zijn beide thuissituaties zodat de opdrachtgever een weloverwogen beslissing kan nemen op maat van de minderjarige; |
| 14 | 10° voor een opdracht met een doel als vermeld in artikel 9, §1, 3°, vindt het ondersteunen en informeren van de justitiabele plaats onmiddellijk na het ontvangen van de opdracht en zolang de justitiabele dat nodig acht, met specifieke aandacht voor slachtoffers van misdrijven als vermeld in boek 2, titel Iter, van het Strafwetboek en andere categorieën van slachtoffers die de Vlaamse Regering kan bepalen; | 14 | 10° voor een opdracht met een doel als vermeld in artikel 9, §1, 3°, vindt het ondersteunen en informeren van de justitiabele plaats onmiddellijk na het ontvangen van de opdracht en zolang de justitiabele dat nodig acht, met specifieke aandacht voor slachtoffers van misdrijven als vermeld in boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek en andere categorieën van slachtoffers die de Vlaamse Regering kan bepalen; |
| 15 | 11° zolang een justitiabele als vermeld in artikel 2, 9°, a), minderjarig is, kan hij een persoon die ouderlijk gezag heeft of een andere persoon die door de gerechtelijke overheid is aanvaard of aangewezen, laten informeren over een opdracht als vermeld in artikel 5, 1°, en zich door die persoon laten vergezellen tijdens de gesprekken waartoe de justitiabele uitgenodigd wordt. | 15 | 11° zolang een justitiabele als vermeld in artikel 2, 9°, a), minderjarig is, kan hij een persoon die ouderlijk gezag heeft of een andere persoon die door de gerechtelijke overheid is aanvaard of aangewezen, laten informeren over een opdracht als vermeld in artikel 5, 1°, en zich door die persoon laten vergezellen tijdens de gesprekken waartoe de justitiabele uitgenodigd wordt. |
| 1 | De persoon die elektronisch toezichtsmateriaal beschadigt of verduistert, begaat een misdrijf dat wordt bestraft met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een geldboete van 200 euro tot 4000 euro, of met een van die straffen alleen. | 1 | De persoon die elektronisch toezichtsmateriaal beschadigt of verduistert, begaat een misdrijf dat wordt bestraft met een straf van niveau 2. In afwijking van artikel 52, §1, tweede lid, 7°, van het Strafwetboek, bedraagt het maximum van de geldboete 32.000 euro. |
| 2 | Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 4, 8 en 10 van het voormelde decreet, van toepassing op de handhaving van dit artikel. | 2 | Het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023 is, met inbegrip van hoofdstuk 10, afdeling 4, 8 en 10 van het voormelde decreet, van toepassing op de handhaving van dit artikel. |
| 2 | 1° algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); | 2 | 1° algemene verordening gegevensbescherming: de verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming); |
| 3 | 2° casus: een casus als vermeld in artikel 3, § 2, van de wet van 30 juli 2018; | 3 | 2° casus: een casus als vermeld in artikel 3, § 2, van de wet van 30 juli 2018; |
| 4 | 3° casusoverleg: een overleg als vermeld in artikel 458ter van het Strafwetboek, waarop casus per casus multilateraal informatie wordt uitgewisseld; | 4 | 3° casusoverleg: een overleg als vermeld in artikel 353, §2, van het Strafwetboek, waarop casus per casus multilateraal informatie wordt uitgewisseld; |
| 5 | 4° deelnemer: een lid van een dienst of een voorziening of een door de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest gesubsidieerde organisatie als vermeld in artikel 3, dat op uitnodiging van een burgemeester of een door hem aangestelde vertegenwoordiger deelneemt aan een casusoverleg binnen een LIVC R; | 5 | 4° deelnemer: een lid van een dienst of een voorziening of een door de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest gesubsidieerde organisatie als vermeld in artikel 3, dat op uitnodiging van een burgemeester of een door hem aangestelde vertegenwoordiger deelneemt aan een casusoverleg binnen een LIVC R; |
| 6 | 5° doelstelling van de LIVC R: de voorkoming van terroristische misdrijven als vermeld in titel Iter van het boek II van het Strafwetboek, overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de wet van 30 juli 2018; | 6 | 5° doelstelling van de LIVC R: de voorkoming van terroristische misdrijven als vermeld in boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek; |
| 7 | 6° LIVC R: een lokale integrale veiligheidscel inzake radicalisme, extremisme en terrorisme als vermeld in artikel 2 van de wet van 30 juli 2018; | 7 | 6° LIVC R: een lokale integrale veiligheidscel inzake radicalisme, extremisme en terrorisme als vermeld in artikel 2 van de wet van 30 juli 2018; |
| 8 | 7° wet van 30 juli 2018: de wet van 30 juli 2018 tot oprichting van lokale integrale veiligheidscellen inzake radicalisme, extremisme en terrorisme. | 8 | 7° wet van 30 juli 2018: de wet van 30 juli 2018 tot oprichting van lokale integrale veiligheidscellen inzake radicalisme, extremisme en terrorisme. |
| 1 | De leden van de diensten, de voorzieningen en de gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, kunnen op vrijwillige basis deelnemen aan een casusoverleg binnen een LIVC R als een burgemeester of een door hem aangestelde vertegenwoordiger hen daarvoor uitnodigt conform artikel 3, § 1, tweede lid, van de wet van 30 juli 2018. Een genodigde die niet wenst deel te nemen aan het casusoverleg, bezorgt een gemotiveerd antwoord aan de burgemeester of de door hem aangestelde vertegenwoordiger. Dit gemotiveerde antwoord dient niet verstrekt te worden indien de genodigde een vrijwilliger als vermeld in artikel 3, 2°, van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers, is. Het gemotiveerde antwoord valt onder de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 458ter, §2, van het Strafwetboek. | 1 | De leden van de diensten, de voorzieningen en de gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, kunnen op vrijwillige basis deelnemen aan een casusoverleg binnen een LIVC R als een burgemeester of een door hem aangestelde vertegenwoordiger hen daarvoor uitnodigt conform artikel 3, § 1, tweede lid, van de wet van 30 juli 2018. Een genodigde die niet wenst deel te nemen aan het casusoverleg, bezorgt een gemotiveerd antwoord aan de burgemeester of de door hem aangestelde vertegenwoordiger. Dit gemotiveerde antwoord dient niet verstrekt te worden indien de genodigde een vrijwilliger als vermeld in artikel 3, 2°, van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers, is. Het gemotiveerde antwoord valt onder de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 353, §2, vierde lid, van het Strafwetboek. |
| 1 | Deelnemers kunnen conform artikel 458ter van het Strafwetboek tijdens een casusoverleg binnen een LIVC R slechts informatie delen voor zover die informatie relevant en proportioneel is in functie van de finaliteit van het casusoverleg, met name de voorkoming van terroristische misdrijven als vermeld in titel Iter van boek IIvan het Strafwetboek. | 1 | Deelnemers kunnen conform artikel 353, §2, van het Strafwetboek tijdens een casusoverleg binnen een LIVC R slechts informatie delen voor zover die informatie relevant en proportioneel is in functie van de finaliteit van het casusoverleg, met name de voorkoming van terroristische misdrijven als vermeld in boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek. |
| 2 | Deelnemers zijn vrij om te bepalen welke informatie ze delen tijdens een casusoverleg binnen een LIVC R in functie van de finaliteit van het casusoverleg, vermeld in het eerste lid. | 2 | Deelnemers zijn vrij om te bepalen welke informatie ze delen tijdens een casusoverleg binnen een LIVC R in functie van de finaliteit van het casusoverleg, vermeld in het eerste lid. |
| 1 | De personen die uitgenodigd zijn voor een casusoverleg binnen een LIVC R, kunnen zich op de LIVC R laten vertegenwoordigen door een vaste afgevaardigde. | 1 | De personen die uitgenodigd zijn voor een casusoverleg binnen een LIVC R, kunnen zich op de LIVC R laten vertegenwoordigen door een vaste afgevaardigde. |
| 2 | Het lid van de dienst, de voorziening of de gesubsidieerde organisatie, vermeld in artikel 3, dat rechtstreeks betrokken is bij de persoon waarover op het LIVC R een casusoverleg wordt georganiseerd, kan ten overstaan van de vaste afgevaardigde, voorafgaand aan en met het oog op deelname aan het casusoverleg, de daartoe noodzakelijke informatie meedelen, zonder dat deze mededeling strafbaar wordt gesteld conform artikel 458 van het Strafwetboek. Door deze informatie-uitwisseling wordt de vaste afgevaardigde onderworpen aan dezelfde reglementering en contractuele voorwaarden als het betreffende lid dat informatie verstrekt, zijnde de toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming, het ambtsgeheim, de discretieplicht en het beroepsgeheim. | 2 | Het lid van de dienst, de voorziening of de gesubsidieerde organisatie, vermeld in artikel 3, dat rechtstreeks betrokken is bij de persoon waarover op het LIVC R een casusoverleg wordt georganiseerd, kan ten overstaan van de vaste afgevaardigde, voorafgaand aan en met het oog op deelname aan het casusoverleg, de daartoe noodzakelijke informatie meedelen, zonder dat deze mededeling strafbaar wordt gesteld conform artikel 352 van het Strafwetboek. Door deze informatie-uitwisseling wordt de vaste afgevaardigde onderworpen aan dezelfde reglementering en contractuele voorwaarden als het betreffende lid dat informatie verstrekt, zijnde de toepasselijke bepalingen inzake gegevensbescherming, het ambtsgeheim, de discretieplicht en het beroepsgeheim. |
| 3 | De vaste afgevaardigde kan ten overstaan van het lid van de dienst, de voorziening of de gesubsidieerde organisatie, vermeld in artikel 3, dat rechtstreeks betrokken is bij de persoon waarover op het LIVC R een casusoverleg wordt georganiseerd, na het casusoverleg informatie uit het casusoverleg met betrekking tot de op het casusoverleg besproken persoon meedelen. Door deze informatie-uitwisseling wordt het betreffende lid voor wat betreft de meegedeelde geheimen onderworpen aan de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 458ter, §2, van het Strafwetboek. | 3 | De vaste afgevaardigde kan ten overstaan van het lid van de dienst, de voorziening of de gesubsidieerde organisatie, vermeld in artikel 3, dat rechtstreeks betrokken is bij de persoon waarover op het LIVC R een casusoverleg wordt georganiseerd, na het casusoverleg informatie uit het casusoverleg met betrekking tot de op het casusoverleg besproken persoon meedelen. Door deze informatie-uitwisseling wordt het betreffende lid voor wat betreft de meegedeelde geheimen onderworpen aan de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 353, §2, vierde lid, van het Strafwetboek. |
| 1 | De leden van de diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, kunnen, met het oog op bespreking op een casusoverleg binnen een LIVC R, casussen aanmelden bij de burgemeester of de door hem aangestelde vertegenwoordiger. De informatie die wordt uitgewisseld in het kader van deze aanmelding valt onder de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 458ter, §2, van het Strafwetboek. | 1 | De leden van de diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, kunnen, met het oog op bespreking op een casusoverleg binnen een LIVC R, casussen aanmelden bij de burgemeester of de door hem aangestelde vertegenwoordiger. De informatie die wordt uitgewisseld in het kader van deze aanmelding valt onder de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 353, §2, vierde lid, van het Strafwetboek. |
| 21 | De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, kan ook de verwerking omvatten van persoonsgegevens als vermeld in artikel 10 van de voormelde verordening. | 21 | De verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1, kan ook de verwerking omvatten van persoonsgegevens als vermeld in artikel 10 van de voormelde verordening. |
| 22 | § 3. De diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, en de gemeenten, treden elk individueel op als verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1. | 22 | § 3. De diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, en de gemeenten, treden elk individueel op als verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de verwerking van de persoonsgegevens, vermeld in paragraaf 1. |
| 23 | De diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, en de gemeenten, nemen de passende maatregelen ter beveiliging van de persoonsgegevens, waaronder het voorzien in een behoorlijk gebruikers- en toegangsbeheer, conform de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 458ter, §2, van het Strafwetboek, en conform de beveiliging van de verwerking, vermeld in artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming. In voorkomend geval worden de maatregelen, vermeld in artikel 9 en 10, § 2, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, toegepast. | 23 | De diensten, voorzieningen en gesubsidieerde organisaties, vermeld in artikel 3, en de gemeenten, nemen de passende maatregelen ter beveiliging van de persoonsgegevens, waaronder het voorzien in een behoorlijk gebruikers- en toegangsbeheer, conform de geheimhoudingsplicht, vermeld in artikel 353, §2, vierde lid, van het Strafwetboek, en conform de beveiliging van de verwerking, vermeld in artikel 32 van de algemene verordening gegevensbescherming. In voorkomend geval worden de maatregelen, vermeld in artikel 9 en 10, § 2, van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, toegepast. |
| 24 | De Vlaamse Regering kan de maatregelen, vermeld in het tweede lid, nader bepalen. | 24 | De Vlaamse Regering kan de maatregelen, vermeld in het tweede lid, nader bepalen. |
| 25 | § 4. De persoonsgegevens, verkregen in het kader van een casusoverleg binnen een LIVC R, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doeleinde van de gegevensverwerking, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en worden gewist of vernietigd zodra de bewaring niet langer noodzakelijk is voor het doeleinde van de gegevensverwerking, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De maximale bewaartermijn van de persoonsgegevens, verkregen in het kader van een casusoverleg binnen een LIVC R, bedraagt één jaar. De voormelde termijn vangt aan op de datum van de laatste bespreking van de betrokkene op het casusoverleg binnen een LIVC R. | 25 | § 4. De persoonsgegevens, verkregen in het kader van een casusoverleg binnen een LIVC R, worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is voor het doeleinde van de gegevensverwerking, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en worden gewist of vernietigd zodra de bewaring niet langer noodzakelijk is voor het doeleinde van de gegevensverwerking, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. De maximale bewaartermijn van de persoonsgegevens, verkregen in het kader van een casusoverleg binnen een LIVC R, bedraagt één jaar. De voormelde termijn vangt aan op de datum van de laatste bespreking van de betrokkene op het casusoverleg binnen een LIVC R. |
Art. 13. In artikel 10, tweede lid, van hetzelfde decreet wordt de zinsnede
“bedoeld in titel Iter van het boek II van het Strafwetboek” vervangen door de zinsnede “, vermeld in boek II, titel 4, hoofdstuk 1, van het Strafwetboek”.
Hoofdstuk 5. Wijzigingen van het decreet van 30 juni 2023 over de verwerking van de persoonsgegevens in het kader van een multidisciplinaire samenwerking bij deelname aan een casusoverleg op basis van artikel 458ter van het Strafwetboek
We konden deze wijziging niet met zekerheid op de huidige tekst toepassen (wijziging niet herkend). Na de merge toont de Codex de nieuwe tekst.